Regeling glijdende werktijden 2011 Regeling Glijdende Werktijden 2011 Artikel 1 Reikwijdte De Regeling Glijdende Werktijden geldt voor de volgende functies en afdelingen: gemeentesecretaris en directeuren; griffier en griffiemedewerkers; alle afdelingen van de aandachtsgebieden Algemene zaken en Publiekszaken & Bedrijfsvoering (excl. buitendienst Bouwkunde); alle afdelingen van het aandachtsgebied Ruimte en Welzijn met uitzondering van de buitendienstmedewerkers van de afdeling Uitvoering Openbare Ruimte. De gemeentesecretaris, de griffier en de directeuren kunnen met instemming van de ondernemingsraad (groepen van) functies aanwijzen die worden toegevoegd aan of uitgezonderd van deze regeling. Het voorstel dient eerst te worden besproken in het werkoverleg met de betrokken medewerkers. Bij onduidelijkheid of deze regeling van toepassing is zijn de volgende criteria bepalend: de dienstverlening of de bedrijfsvoering verbetert of ondervindt geen schade als de medewerker flexibel, naar eigen inzicht, zijn werktijden indeelt op basis van de Regeling Glijdende Werktijden; de beheersmatige kosten (mutaties, onderhoud, netwerkvoorzieningen etc.) voor het tijdregistratiesysteem zijn redelijk. Artikel 2 Begrippen In deze regeling wordt verstaan onder: werkperiode : de tijdruimte waarbinnen per dag de werkzaamheden kunnen worden verricht; standaardwerkweek: de formele arbeidsduur (normwerkweek) in de sector gemeenten. Dit is zesendertig uur per week voor een fulltime medewerker; standaardwerkdag: dit is het normale aantal werkuren per dag. Bij een vijfdaagse werkweek is de standaardwerkdag 7 uur en 12 minuten per dag. Als 4 x 9 uur per week wordt gewerkt is de standaardwerkdag 9 uur. Voor een deeltijder is de standaardwerktijd de werktijd zoals die afgesproken is met de leidinggevende. positief urensaldo : de tijdduur die men langer heeft gewerkt dan de standaardwerktijd (na verrekening van een eventueel negatief urensaldo); negatief urensaldo : de tijdduur die men korter heeft gewerkt dan de standaardwerktijd (na verrekening van een eventueel positief urensaldo); tijdregistratie : het vastleggen van aanvang- en vertrektijden waardoor de aanwezigheid komt vast te staan en de gewerkte uren worden vastgelegd. Artikel 3 Aanvang en vertrek Het aanvangstijdtip van de werkperiode is 07.30 uur. De werkperiode eindigt om 18.00 uur. Het afdelingshoofd/griffier kan, mits dit geen negatieve gevolgen heeft voor de dienstverlening en de bedrijfsvoering, een medewerker toestemming geven vanaf 07.00 uur te starten en/of de werkperiode te beëindigen uiterlijk om 19.00 uur. Artikel 4 Werktijd Een medewerker met een standaardwerkweek (= 36 uur) heeft een vijfdaagse werkweek van maandag tot en met vrijdag tenzij bij de aanstelling anders is vastgelegd. De leidinggevende kan, mits dit geen negatieve gevolgen heeft voor de dienstverlening en de bedrijfsvoering, een medewerker toestemming geven per week 4 dagen van 9 uur te werken of per veertien dagen 9 x 8 uur te werken. De werkdagen worden vastgelegd. De werktijd per dag mag niet meer dan negen uur bedragen. Als de bedrijfsvoering dit vereist kan de arbeidsduur één maal per week op tien uur gesteld worden (artikel 4:1 lid 4 van de CAR/UWO). Zonder geregistreerde onderbreking van tenminste dertig minuten mag niet langer dan vijf en een half uur worden gewerkt. De daadwerkelijke werkduur is mede afhankelijk van hetgeen de dienst toelaat. Artikel 5 Pauze De pauze duurt tenminste dertig minuten. Als de pauzetijd niet wordt geregistreerd, wordt automatisch rekening gehouden met een pauzetijd van een half uur. Artikel 6 Tijdregistratie De tijdregistratie vindt plaats door middel van een elektronisch registratiesysteem. De tijdregistratie dient door ieder personeelslid persoonlijk te geschieden. Ieder personeelslid ontvangt hiervoor een badge. Met behulp van de badge vindt vastlegging van de aanvangs- en vertrektijden plaats. De pauze dient ook te worden geregistreerd. Artikel 7 Toegestane saldi Positieve en negatieve saldi op de tijdregistratie zijn toegestaan. Hierbij is een saldo van meer dan twaalf uur negatief niet toegestaan. Een negatief saldo van meer dan twaalf uur dient in de daaropvolgende maand te worden vermeerderd tot minder dan -12 uur. Als echter in de daaropvolgende maand nog een negatief saldo aanwezig is van meer dan 12 uur, dan wordt aan het einde van die maand het volledig negatieve saldo met het vakantieverlof verrekend. Voor een voltijder geldt dat bij een positief saldo van meer dan zesendertig uur aan het begin van elke maand het saldo wordt verminderd tot zesendertig uur. Voor een deeltijder vindt de vermindering van uren naar evenredigheid plaats op basis van het aantal uren van de aanstelling. De leidinggevende kan op verzoek van de medewerker gekapte uren, die vanwege dienstbelang zijn gemaakt, laten toevoegen aan het saldo. Bij een positief saldo kan, in uitzonderlijke gevallen, het afdelingshoofd besluiten, in overleg met de directeur/gemeentesecretaris/griffier, uren over te boeken naar het vakantieverlofsaldo. Artikel 8 Spaartijd Een positief, danwel negatief urensaldo dient te worden vereffend in de lopende of de daarop volgende maand, voor zover de dienst dit toelaat. Deze saldi kunnen worden vereffend door korter te gaan werken op een werkdag of door het opnemen van spaartijd. Een positief urensaldo kan worden opgenomen in de vorm van halve of hele spaardagen. Per jaar kan een voltijder maximaal 86,4 uur (12 x 7,2) op deze wijze opnemen. Het aantal op te nemen spaaruren dient gelijk te zijn aan het aantal uren dat men anders op de opgenomen dag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.