Beleidsregel afwegingskader geluid het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen; overwegende dat: • de Omgevingswet regels bevat voor het bereiken en in stand houden van de gewenste geluidkwaliteit, in samenhang met andere belangen; • de regels en instrumenten in de Omgevingswet gaan over het belang van geluid voor het leefmilieu en de gezondheid van mensen; • de Omgevingswet aan gemeenten beleidsruimte biedt voor het invullen van eigen ambities op het gebied van beschermen van inwoners tegen geluid; • met deze beleidsregel door de gemeente Assen een invulling wordt gegeven aan deze beleidsruimte; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving; b e s l u i t: vast te stellen de ‘Beleidsregel afwegingskader geluid gemeente Assen’: Aanleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Hiermee is ook de geluidwetgeving en de terminologie gewijzigd. Dit houdt (onder andere) in dat de Wet geluidhinder vervalt voor bepaalde onderdelen uit de wetgeving. De systematiek voor het beoordelen en het toelaten van nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid van (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen is herzien. De bescherming tegen geluid regelt de gemeente vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet via dit nieuwe spoor. De Omgevingswet geeft nieuwe regels ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen van en nabij (spoor)wegen en industrieterreinen met een geluidproductieplafond (voorheen ‘gezoneerde industrieterreinen’). Ook gelden nieuwe afwegingen ten aanzien van ontwikkelingen rond bedrijven buiten industrieterreinen. Deze ontwikkelingen dienen te voldoen aan de eisen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de provinciale verordening en de aanvullende regels uit het (tijdelijke) omgevingsplan. Hierin is ruimte voor een gemeentelijk beleid, met randvoorwaarden en met een lokaal afwegingskader hoe kan worden gekomen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Doel van de beleidsregel afwegingskader geluid van de gemeente Assen is een kader te scheppen om een goed akoestisch klimaat te waarborgen bij de bouw van woningen (waaronder ook woonwagens en woonschepen) en andere geluidgevoelige gebouwen. Daarnaast geeft de beleidsregel een kader voor toelaten van geluidproducerende activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen. Deze beleidsregel ziet op de volgende aspecten: Geluid afkomstig van bedrijven Geluid afkomstig van scholen en kinderdagverblijven Geluid afkomstig van sportvelden Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen Cumulatief geluid Artikel1.Begripsomschrijvingen Voor de begrippen wordt aangesloten bij de begrippen zoals opgenomen in de Omgevingswet (Ow), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Omgevingsbesluit (Ob) en de omgevingsregeling (Or). Verdere begrippen zijn: Geluidluwe gevel: Een geluidluwe gevel is een gevel waarop de gevelbelasting voor alle bronsoorten gelijk is aan of lager is dan alle standaardwaarden. Aan deze zijde is minimaal één te openen deel en een geluidgevoelige ruimte, bij voorkeur de hoofdslaapkamer, aanwezig. Hoofdroutes voor verkeer: Stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen Maatgevend jaar: Voor gebiedsontwikkelingen met een langere looptijd sluiten we als maatgevend jaar aan bij de definitie onder de voorheen geldende wetgeving (Wet geluidhinder). Voor het toekomstig maatgevende jaar wordt het peiljaar 10 jaar na uitvoering van de wijziging aangehouden. De geluidbelasting in het toekomstige maatgevende jaar wordt berekend zonder rekening te houden met mogelijk te treffen maatregen. Voor concrete (bouw)ontwikkelingen wordt als maatgevend jaar aangehouden het jaar na volledige oplevering en ingebruikname van het pand/perceel. Artikel2.Reikwijdte Deze beleidsregel ziet op de volgende aspecten: Geluid bij bedrijven Geluid bij scholen en kinderdagverblijven Geluid bij sportvelden Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen Cumulatief geluid Deze beleidsregel is van toepassing voor het stedelijke gebied van de gemeente Assen. De beleidsregel is niet van toepassing voor het buitengebied. Artikel3.Bedrijven niet op een industrieterrein Voor milieubelastende activiteiten die niet plaatsvinden op een industrieterrein worden de standaardwaarden uit het Bkl gehanteerd. Voor bedrijven op bedrijventerreinen geldt ingevolge het Bkl een 5 dB ruimere norm dan de standaardwaarden uit het Bkl ter plaatse van (bedrijfs)woningen op het bedrijventerrein. Artikel4.Scholen en kinderdagverblijven Bij het toelaten van deze functies en bij het toelaten van gevoelige functies nabij deze scholen en kinderdagverblijven wordt een waarde gehanteerd van 5 dB meer dan de standaardwaarden voor bedrijvigheid. Dit geldt niet voor de avond- en nachtperiode. Bij het bepalen van het geluid wordt in deze gevallen het stemgeluid betrokken. Artikel5.Sportvelden Er wordt een standaardafstand gehanteerd van 30 meter bij het toelaten van sportvelden nabij gevoelige functies of bij het toelaten van gevoelige functies nabij sportvelden. Racketsporten vragen altijd om een specifieke afweging. Hierbij volstaat een afstandsnorm niet. In deze gevallen moet het stemgeluid worden meegenomen in de bepaling van het geluid en de toetsing aan de norm. Artikel6.Wegen, spoorwegen, industrieterreinen De standaardwaarde uit het Bkl is altijd aanvaardbaar. Afwijken tot de grenswaarde is acceptabel in het Havenkwartier. Voor het overige deel van het stedelijk gebied van Assen geldt een gemeentelijke grenswaarde die 5 dB lager is dan de grenswaarden uit het Bkl. Bij het toelaten van gevoelige gebouwen waarbij het geluid ligt tussen de standaardwaarde en de gemeentelijke grenswaarde moeten maatregelen worden afgewogen. Hierbij komen achtereenvolgens aan bod: Ontwerp: andere oriëntatie, bouwvorm of indeling van het gebouw. Bronmaatregelen: geluidreducerend wegdek, snelheidsverlaging. Overdrachtsmaatregelen: geluidsschermen, geluidswallen. Gevelmaatregelen. Bij binnenstedelijke ontwikkelingen hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar schermen of wallen langs wegen. Dit moet wel langs spoorwegen of hoofdwegen. Als het geluid van een bron meer is dan de standaardwaarde is minimaal een geluidluwe gevel verplicht. Artikel7.Vervangende nieuwbouw en transformatie Bij vervangende nieuwbouw en transformatie van gebouwen gelden dezelfde eisen als voor nieuwbouw voor wat betreft geluidluwe gevels. Artikel8.Tijdelijke situatie Bij tijdelijke situaties moet voldaan worden aan dezelfde eisen als nieuwbouw. Uitzondering hierop is de verplichting van een geluidluwe gevel. Bij tijdelijke situaties wordt gestreefd naar een geluidluwe gevel, maar hiervan mag gemotiveerd worden afgeweken. Artikel9.Cumulatie Het cumulatieve geluid wordt beschouwd en afgewogen aan de hand van onderstaande kwalificaties van het akoestisch klimaat. Gecumuleerd geluid in Lcum Kwalificatie ≤45 Zeer goed 46-50 Goed 51-55 Redelijk 56-60 Matig 61-65 Tamelijk slecht 66-70 Slecht ≥71 Zeer slecht Artikel10.Afwijkingsmogelijkheid Het college van burgemeester en wethouders heeft een zekere beoordelingsvrijheid bij het hanteren van het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het college kan in redelijkheid beslissen om gemotiveerd af te wijken van de in deze beleidsregel opgenomen eisen. Hierbij dienen overwegingen betrokken te worden als financiële, technische en maatschappelijke uitvoerbaarheid en een onderzoek naar alternatieve of compenserende maatregelen, waarbij rekening wordt gehouden met de gezondheid. Artikel11.Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Toelichting Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De beoordeling van geluid in het kader van onder meer ruimtelijke procedures is daardoor gewijzigd. De gemeente Assen wil daarom een beoordelingskader om het aspect geluid bij ruimtelijke plannen te kunnen beoordelen. De gemeente wil aanvragen kunnen beoordelen aan de hand van concrete criteria, op basis van de afwegingsruimte die de Omgevingswet geeft. Daarbij zijn de volgende zaken als meest belangrijk gedefinieerd: • Beoordeling van geluid bij bedrijven • Beoordeling van geluid bij scholen en kinderdagverblijven. Stemgeluid van kinderen leidt in de praktijk tot hinderklachten in de omgeving. Dit wenst de gemeente Assen met een goede beoordeling vooraf te voorkomen. • Beoordeling van geluid bij sportvelden. Ook hier geldt dat het geluid van sporters of het sporten zelf tot hinderklachten kan leiden. Dit wil de gemeente Assen met een goede beoordeling tijdens de planvorming voorkomen. • Geluid van de in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) specifiek met waarden benoemde bronnen. Het is verplicht om bij plannen het geluid van wegen, spoorwegen, industrieterreinen, schietbanen en windturbines te beoordelen. • Beoordeling van het cumulatieve geluid. Vanuit het Bkl is een beoordeling van het cumulatieve geluid noodzakelijk. De gemeente zoekt naar een invulling van deze beoordeling. Van belang is verder dat de gemeente bezig is met diverse ontwikkelingen in de stad. Deze vinden onder meer plaats nabij wegen en spoorwegen. Daarmee is het noodzakelijk dat de regeling zowel recht doet aan de bescherming van de gezondheid van degenen die daar komen te wonen, als zorgt voor voldoende ontwikkelingsruimte op dergelijke locaties. De gemeente wil een regeling die bruikbaar is voor de stedelijke omgeving en dorpen. Beoordeling van geluid in het buitengebied maakt hier geen onderdeel van uit. De gemeente is zich ervan bewust dat niet ieder wenselijk plan compleet past binnen vooraf gestelde kaders. Daarom blijft het binnen het afwegingskader mogelijk om daarvan gemotiveerd af te wijken. Doel Het doel van het afwegingskader voor geluid is om een goed akoestisch klimaat te waarborgen bij de bouw van woningen (waaronder ook woonwagens en woonschepen) en andere geluidgevoelige gebouwen. Het afwegingskader moet ook ruimte bieden voor specifieke geluidproducerende activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een overmatige blootstelling aan geluid invloed kan hebben op de gezondheid. Het kan leiden tot slaapverstoring, hinder en stress en zelfs tot hart- en vaatziekten. Hoe meer geluid hoe groter de kans op slaapverstoring en ziekte. Het doel van de wetgever en dit afwegingskader is om ongezond hoge geluidniveaus zo veel mogelijk te beperken. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat de negatieve effecten van te veel geluid worden verminderd als mensen zich aan het geluid kunnen onttrekken. Ongeveer 80% van de mensen wil in de zomer met open ramen slapen. Daarom is het creëren van een geluidluwe zijde belangrijk voor het wooncomfort. Hierdoor vermindert de geluidhinder bij bewoners. In de Omgevingswet wordt het belang van de geluidluwe zijde erkent. Het bevoegd gezag moet deze betrekken bij de afweging om geluid toe te staan. In dit afwegingskader is daarom de geluidluwe zijde gedefinieerd en als voorwaarde opgenomen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in stedelijk gebied zijn de locaties vaak geluidbelast. Ook bij plannen waarbij maximaal rekening wordt gehouden met geluid is het vaak niet mogelijk om aan alle geluideisen te voldoen. Daarom biedt het afwegingskader onder bepaalde voorwaarden ruimte voor afwijkingen. Het afwegingskader richt zich op de stedelijke omgeving en dorpen van Assen. Binnen deze stedelijke omgeving en direct grenzend daaraan zijn geen windturbines aanwezig. Op dit moment zijn ook geen zoekgebieden aangewezen in deze omgeving. Daarom gaat dit afwegingskader niet nader in op windturbines. Hetzelfde geldt voor schietbanen. In de gemeente is een aantal schietbanen aanwezig (oefenterrein defensie met open schietbaan, een schietbaan van justitie en enkele publieke schietbanen). Deze liggen echter niet in of nabij de stedelijke omgeving. Daarom maakt dit ook geen onderdeel uit van dit afwegingskader. Gebruikte begrippen Lden (Engels: Level day-evening-night) is een Europese maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai over een heel etmaal uit te drukken. Het is een maat ter bepaling van het geluid op een locatie over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onder 1, bij de richtlijn omgevingslawaai Lnight is een Europese maat ter bepaling van het geluid op een locatie over alle perioden van 23.00 tot 7.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onder 1, bij de richtlijn omgevingslawaai LA,max (level_A_gewogen_max) is het maximale geluidsniveaus in dB(A) bij een integratietijd van 125 [ms] het sound exposure level gaat uit van een integratietijd van 1 sec, hierbij wordt het geluidsdrukniveau terug gerekend naar een naar een energetische waarde bij een integratietijd van 1 sec Lcum is het gecumuleerd geluid. Dit wordt gebruikt in geval van overschrijding van een standaardwaarde voor de afweging van de aanvaarbaarheid dB de decibel, symbool dB, meervoud decibels of ook decibellen is een verhouding op een logaritmische schaal dB(A) de dB(A) is de eenheid waarin de sterkte van het geluid in verreweg de meeste gevallen wordt weergegeven Wettelijk kader Het afwegingskader is met name bedoeld om geluid bij nieuwe gevoelige functies wegen. Daarnaast is het bedoeld om een aantal specifieke geluidproducerende activiteiten toe te laten. Het gaat daarbij om zaken die het Omgevingsplan op dat moment nog niet regelt. Voor het toelaten van geluidgevoelig gebouwen of geluidproducerende activiteiten gelden instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag moet de aanvaardbaarheid van het geluid beoordelen bij het toelaten hiervan binnen een geluidaandachtsgebied. Dit staat genoemd in artikel 5.78s van het Bkl. De instructieregels moet het bevoegd gezag toepassen bij het vaststellen van een omgevingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De instructieregels die moeten leiden tot een aanvaardbaar geluid staan in artikel 5.78s lid 3 tot en met 5, Bkl. Deze regels gelden op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dat langer dan 10 jaar is toegelaten. Voor tijdelijke gebouwen gelden de instructieregels niet. Het Bkl regelt welke gebouwen en terreinen geluidgevoelig zijn (artikel 3.21). Dit zijn gebouwen met een: • Woonfunctie. • Onderwijsfunctie. • Gezondheidzorgfunctie met bedgebied (oftewel zorgfunctie waar mensen slapen). • Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied (een kinderopvang waar geslapen wordt). Het gaat daarbij ook om gebouwen die nog niet aanwezig zijn maar wel al zijn toegelaten in een omgevingsplan. Als het Omgevingsplan regelt dat een gedeelte van een gebouw geen geluidgevoelige ruimten toelaat dan is dat deel niet geluidgevoelig. Artikel 3.23 van het Bkl regelt verder dat het geluid wordt beoordeeld op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Als het gebouw nog niet gerealiseerd is dan wordt getoetst op de locatie waar de gevel mag komen. Het geluid op woonschepen of woonwagens wordt beoordeeld op de begrenzing van de locatie waar deze zijn toegestaan. Alleen rijkswegen, provinciale wegen, gemeentewegen, hoofdspoorwegen, lokale spoorwegen (metro en tram) en industrieterreinen hebben een geluidaandachtsgebied. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied is het verplicht het geluid op de gevel te beoordelen op aanvaardbaarheid. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat hiervoor standaardwaarden en grenswaarden voor de verschillende bronsoorten. Deze zijn voor alle bronsoorten verschillend. Daarbij geldt daarnaast een standaardwaarde (tabel 5.78t, Bkl) en een grenswaarde (tabel 5.78u, Bkl). Geluid dat niet hoger is dan de standaardwaarde is in ieder geval aanvaardbaar. Als het geluid meer is dan de standaardwaarde dan is het verplicht de aanvaardbaarheid van het geluid te beoordelen. Het besluit moet daarbij voldoen aan de eisen uit de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikelen 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). De standaardwaarde is met name in een stedelijke omgeving niet altijd haalbaar. De wet geeft daarom de mogelijkheid om voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen meer geluid toe te staan. Hier kunnen voorwaarden aan worden verbonden. Dit kan bijvoorbeeld een stille gevel zijn ter compensatie van de geluidbelaste gevel. Meer geluid dan de standaardwaarde kan tot de grenswaarde worden toegestaan als:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.