Verordening treasurystatuut Den Haag 2025de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 4 maart 2025, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, besluit vast te stellen de Verordening treasurystatuut Den Haag 2025: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1:1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: - bancaire infrastructuur: het netwerk van huisbankier en overige banken; - college: college van burgemeester en wethouders van Den Haag; - concerncontroller: de directeur van de Directie Middelen en Control (DMC) van de Bestuursdienst; - cryptovaluta: digitale ruilmiddelen waar geen (officiële) centrale tegenpartij, zoals een bank, aan te pas komt; - decentrale overheden: de openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onder a van de Wet fido; - derivaten: financiële instrumenten waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices; - directeur: de functionaris als bedoeld in artikel 1, van de Organisatieregeling Den Haag 2022; - drempelbedrag: een bedrag dat uitgezonderd is van de verplichting om in ’s-Rijks schatkist te worden aangehouden. Dit bedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van het openbaar lichaam; - EER: Europese Economische Ruimte: alle landen van de Europese Unie, aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland; - financiële onderneming: een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Ruddo; - financiering: het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte. Deze middelen kunnen uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen bestaan; - financieringssteun: het verstrekken van een gemeentelening aan de aanvrager of het borg staan ten behoeve van de aanvrager voor de rente- en aflossingsverplichtingen uit hoofde van een geldgeverslening die de aanvrager jegens de geldgever (bijvoorbeeld een bank) is aangegaan; - geldmarkt: markt waarop financiële transacties met een looptijd tot en met 1 jaar plaatsvinden; - gemeente: de gemeente Den Haag; - investor relations: financiële communicatie; - kapitaalmarkt: markt waarop financiële transacties met een looptijd van langer dan 1 jaar plaatsvinden; - kasbeheer: beheren van de geldstromen en de daaruit voortvloeiende saldi en kortlopende liquiditeitsposities; - kasgeldlimiet: de limiet als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet fido; - koersrisico: het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; - kredietrisico: het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van een tekort aan financiële middelen; - lening: een bepaald bedrag dat op een vooraf bepaalde termijn moet worden terugbetaald met rente; - lidstaat: staat als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Ruddo; - liquiditeitsprognose: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomende en uitgaande geldstromen ingedeeld per tijdseenheid; - liquiditeitsrisico: het risico dat de gemeente niet tijdig kan voldoen aan haar betalingsverplichtingen omdat zij geen (korte) financiering kan opnemen; - liquiditeitenbeheer: het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar; - marktrisico: het gevaar van schommelingen in de waarde van financiële activa door marktbewegingen; - near banking: lenen met het enkele doel de middelen tegen een hoger rendement uit te zetten. Dit verbod, impliciet geregeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet Fido, is expliciet opgenomen in artikel 2a, eerste lid, van de Ruddo; - (netto) vlottende schuld: de korte schuld als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet fido - open positie: een positie in een financieel derivaat, waartegen nog geen onderliggende waarde (een variabele lening) is aangetrokken of waarvan de looptijd van het financieel derivaat langer loopt dan de onderliggende waarde; - rating: beoordeling van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau, zoals Moody’s, Standard&Poors of Fitch; - Ruddo: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden; - renterisico: het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen; - renterisiconorm: een bedrag als bedoeld in artikel 1, onder h, en artikel 5 en 6, eerste lid, van de Wet fido; - rentevisie: toekomstverwachting over de renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende factoren, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd; - risicobeheer: omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico's te weten renterisico's, kredietrisico's, koersrisico's, intern liquiditeitsrisico's en valutarisico's; - saldobeheer: het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen; - schatkistbankieren: het verplicht aanhouden van overtollige middelen, boven het drempelbedrag, in de schatkist als bedoeld in artikel 2 van de Wet fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden; - solvabiliteitsratio: status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de EER aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegerekend. Een 0%-ratio houdt in dat een bank voor een desbetreffend papier geen (0%) reserves behoeft aan te houden; - stablecoins: cryptovaluta waarvan de waarde is gekoppeld aan een andere waarde, bijvoorbeeld normale valuta of goud; - statuut: het treasurystatuut; - totaalfinanciering: bij deze wijze van financiering zijn leningen niet gekoppeld aan specifieke uitgaven of investeringen, maar aan het saldo van wat de gemeente in totaal uitgeeft en binnenkrijgt; - treasury: onderdeel van de gemeentelijke organisatie waar de treasuryfunctie wordt uitgevoerd; - treasurybeheer: de uitvoering van het treasurybeleid, binnen de kaders van het treasurystatuut; - treasurybeleid: beleid bestaande uit de uitgangspunten, de doelstellingen, richtlijnen en voorwaarden, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie als bedoeld in de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025; - treasuryfunctie de activiteiten zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025; - uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer; - valutarisico: het risico dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen uitgedrukt in euro’s afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment (moment van afsluiten); - vastrentende waarde: vermogenstitel (openbare en onderhandse lening) met een vaste renteopbrengst; - vaste schuld: het gezamenlijke bedrag van de schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer en de voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen; - waardepapieren: a. effecten, als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet toezichteffectenverkeer 1995; en b. andere door de concerncontroller aan te wijzen papieren of stukken; - Wet fido: Wet financiering decentrale overheden; - wettelijk kader: de Gemeentewet, de Wet fido, Ruddo, het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. Artikel1:2Toepassingsbereik De Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 is van toepassing op: de gemeentelijke treasuryfunctie en geeft de doelstellingen van de Haagse treasury, de uitgangspunten van het treasurybeleid, de kaders voor de gemeentelijke financiering en risicobeheer, het gemeentelijke kasbeheer en de verantwoording via planning en control cyclus en de informatievoorziening van de treasury. Het treasurybeleid ondersteunt, als onderdeel van het financieel beleid, de uitvoering van de publieke taak en biedt waarborgen voor de financiële continuïteit van de gemeente op korte en lange termijn; het gemeentebestuur, de treasury binnen de ambtelijke organisatie en de financieel toezichthouder, d.w.z. de provincie Zuid-Holland. Hoofdstuk2Doelstellingen treasuryfunctie en uitgangspunten treasurybeleid Artikel2:1Doelstellingen treasuryfunctie De doelstellingen van de treasuryfunctie zijn: het verkrijgen en handhaven van duurzame toegang tot (Europese) financiële markten tegen zo gunstig mogelijke condities en onder vermijding van ongewenste risico’s; het onderhouden van goede investor relations met bestaande en potentiële financiers; het beschermen van de opgenomen en uitstaande financiering, geldstromen en liquide middelen tegen financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, marktrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s (risicobeheer); het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten (rentekosten, provisies en kosten betalingsverkeer) bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; het optimaliseren van de renteresultaten binnen het wettelijke kader en binnen bepalingen van dit treasurystatuut; het inrichten en handhaven van een kwalitatief hoogwaardig en veilig betalingssysteem; het ondersteunen en adviseren van alle onderdelen binnen de gemeente met betrekking tot financiering en daaraan gerelateerde vraagstukken. Artikel2:2Uitgangspunten treasurybeleid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.