Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (art. 212 Gemeentewet) gemeente Emmen 2024De raad van de gemeente Emmen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2024; gelet op het bepaalde in artikel 212, van de Gemeentewet; overwegende dat de verordening moet worden herzien als gevolg van de nieuwe regels omtrent de rechtmatigheidsverantwoording door het college van burgemeester en wethouders; besluit: Vast te stellen de navolgende verordening financieel beleid, beheer en organisatie (art. 212 Gemeentewet) gemeente Emmen 2024 Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Emmen en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Emmen, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. administratieve organisatie: het geheel van maatregelen gericht op het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens, gericht op het verstrekken van informatie ten behoeve van de organisatie en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Emmen. rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. interne controle: het geheel van elkaar ondersteunende maatregelen door of namens en ten behoeve van de leiding van de organisatie, teneinde na te gaan of de organisatie functioneert zoals het bedoeld is. Het interne controlesysteem wordt o.a. gevormd door: functiescheidingen; taak- en verantwoordelijkheden; beveiligingsmaatregelen. verbijzonderde interne controle: het opdragen van specifieke informatievoorziening/controle aan een intern auditteam of functionaris, buiten de primaire processen om, maar binnen de organisatie. Deze vorm van controle richt zich op: een adequate opzet/bestaan en werking van de getroffen interne controlemaatregelen; specifieke controle/onderzoeken ten behoeve van het management programma een programma (zoals bedoeld in het Besluit Begroting en Verantwoording) is een samenhangende verzameling van taakvelden, activiteiten en geldmiddelen die gericht is op het bereiken van vooraf bepaalde maatschappelijke effecten, waaraan indicatoren worden gekoppeld. taakveld taakvelden (zoals bedoeld in het Besluit Begroting en Verantwoording) zijn eenheden waarin de programma’s zijn onderverdeeld. paragraaf een paragraaf (zoals bedoeld in het Besluit Begroting en Verantwoording) geeft een ‘dwarsdoorsnede’ van de begroting (en het jaarverslag), bezien vanuit een bepaald perspectief; het gaat met name om de beleidslijnen van het beheersproces waarbij sprake kan zijn van een grote financiële impact, een grote politieke betekenis of een aanzienlijk belang voor de realisatie van de beleidsprogramma’s; er zijn wettelijke en niet-wettelijke paragrafen. HOOFDSTUK2.PLANNING EN CONTROL Paragraaf2.1.Kaderstellen Artikel2.Masterplanning 1.Voorafgaande aan het boekjaar stelt het college een masterplanning vast waarin de planning van de gehele Planning & Control-cyclus van het boekjaar is opgenomen. 2.De masterplanning wordt opgesteld in overleg met de Auditcommissie en de Griffie. Artikel2a.Perspectiefbrief 1.Het college biedt uiterlijk in maart van het lopende kalenderjaar een perspectiefbrief aan waarin de belangrijkste ontwikkelingen zijn weergegeven die een plek zullen krijgen in de kadernota. Het gaat daarbij om de hoofdlijnen van het financieel perspectief over de komende begrotingsperiode (inclusief meerjarenperspectief). Artikel3.Kadernota 1.Het college stelt voor 1 april van het lopende kalenderjaar de richtlijnen op voor het volgende begrotingsjaar. 2.Het college biedt uiterlijk in mei van het lopende kalenderjaar een kadernota aan waarin de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren zijn weergegeven. In deze nota worden voor zover reeds beschikbaar de bevindingen meegenomen die voortkomen uit de eerste bestuursrapportage bedoeld in artikel 9 en de jaarstukken bedoeld in artikel 11. 3.Het meerjarenperspectief grondexploitaties is een extra document wat gelijktijdig met de kadernota wordt aangeboden bij de raad. (is geen bijlage meer, maar een opzichzelfstaand document. 4.De kadernota benadert de uitkomsten van de nog op te stellen begroting zo nauwkeurig mogelijk. In principe worden besluiten over nieuw beleid bij de kadernota genomen. 5.De raad stelt deze nota uiterlijk in juli van het lopende kalenderjaar vast. Artikel4.Taakvelden 1.Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van de toedeling van de taakvelden uit de taakveldenraming aan de programmaonderdelen. 2.De onderverdeling van de programma’s in de taakvelden staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigingen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld. Artikel5.Programmabegroting 1.De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor de begroting vast. 2.De raad stelt op basis van de programmaindeling jaarlijks vast: de beleidsbegroting met de volgende onderdelen: de programma’s met per programma de doelstellingen en de beoogde maatschappelijke effecten de wijze waarop ernaar gestreefd wordt de effecten te bereiken de raming van de baten en lasten de indicatoren het overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien overzicht overhead vennootschapsbelastingplicht de paragrafen de financiële begroting met de volgende onderdelen: overzicht baten en lasten uiteenzetting financiële positie de reserves en voorzieningen de investeringskredieten (inclusief een onderbouwing) voor het komende jaar. Artikel6.EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Paragraaf2.2.Uitvoering Artikel7.Uitvoering begroting 1.Het college stelt regels vast die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 2.Het college draagt ten aanzien van het aspect begrotingsrechtmatigheid er zorg voor dat: de lasten en baten van de taakvelden niet dusdanig worden overschreden c.q. onderschreden dat de realisatie van andere taakvelden binnen hetzelfde programmaonderdeel onder druk komt te staan; de lasten van de programma’s zoals geautoriseerd in de programmabegroting niet worden overschreden met inachtneming van door de raad vastgestelde kaders; de investeringskredieten zoals geautoriseerd in de programmabegroting niet worden overschreden met inachtneming van de door de raad vastgestelde kaders. onder- c.q. overschrijdingen op lasten en baten van de programma’s en de investeringskredieten worden gerapporteerd aan het college die hiervan via de Berap melding doet aan de raad. bij collegebesluiten die betrekking hebben op uitvoering van beleid en die een programmaoverstijgend karakter hebben betrekking hebben op niet reeds bij de begroting vastgestelde stortingen/ onttrekkingen van middelen in/aan reserves niet bij de begroting reeds vastgestelde investeringskredieten betreffen wordt de raad door middel van een periodiek besluit begrotingswijzigingen toestemming gevraagd de budgetten en kredieten aan te passen, een en ander met inachtneming van de door de raad vastgestelde kaders (zie bijlage). over dit onderdeel bij de jaarstukken verantwoording wordt afgelegd. 3.Voor zover het de post onvoorzien incidenteel betreft wordt, in afwijking van lid 3b, de gemeenteraad achteraf via een brief per kwartaal geïinformeerd over de besteding van het budget onvoorzien incidenteel. Paragraaf2.3.Beheersing en Interne controle Artikel8.Beheersing 1.Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 28 onder f. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2.Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen. Deze toetsing wordt geïntegreerd in de onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid in het kader van artikel 213a Gemeentewet. Daarnaast kunnen in het kader van de interim-controle van de accountant afspraken worden gemaakt over de interne toetsing. 3.Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in het tweede lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het college neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. 4.De resultaten van de toets en het plan van verbetering wordt ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Artikel9.Interne controle 1.Het college waarborgt interne controlemaatregelen en beoogt het voorkomen van onvolkomenheden, dan wel het tijdig ontdekken ervan zodat correctie mogelijk is voordat de onvolkomenheden hebben doorgewerkt. Het college neemt adequate maatregelen die ertoe leiden dat de geautomatiseerde gegevensvoorziening/verwerking is gewaarborgd. 2.Het college kan de verbijzonderde interne controle opdragen aan een interne controle afdeling of functionaris, buiten de primaire processen om, maar binnen de organisatie. Paragraaf2.4.Rapportage en Verantwoording Artikel10.Tussentijdse rapportage en informatie 1.Het college informeert de raad via Bestuursrapportages (BERAPS) op niveau van de programma’s over de realisatie van de programmabegroting. 2.Het college stelt de opzet vast van de inrichting van de BERAPS. 3.De rapportages gaan in op: de afwijkingen van de baten en de lasten per taakveld >€ 70.000; en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. 4.Vanaf de tweede Bestuursrapportage (in het betreffende boekjaar) wordt bovendien nog informatie gegeven over de voortgang van de programma’s en de daarin opgenomen indicatoren/doelstellingen en de stand van de grote projecten (krediet > € 1.000.000). Artikel11.Actieve informatieplicht 1.Als bedoeld in artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet informeert het college in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Dit voorzover het betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen met mogelijk ingrijpende gevolgen voor de gemeente. 2.Voor de invulling van het begrip mogelijke ingrijpende gevolgen stelt de raad nadere regels vast1Zie raadsbesluit 26 februari 2009 waar een grensbedrag van € 2 miljoen is vastgelegd.. Artikel12.Jaarstukken 1.Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording van de taakvelden naar de verantwoording van de programmaonderdelen. 2.De jaarstukken omvatten in ieder geval een verantwoording over de onder artikel 5 lid 2 genoemde onderdelen; de jaarstukken zijn het spiegelbeeld van de begroting. 3.De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven. Hoofdstuk3.Rechtmatigheidsverantwoording Artikel13.Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1.De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2.In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3.In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 400.000 nader toegelicht. Artikel14.Voorwaardencriterium 1.Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2.Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk 1 juni ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante in- en externe wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het college operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing. Artikel15.Begrotingscriterium 1.Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2.De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd i.c. baten en lasten per programma. 3.Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4.Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting op het niveau van een programma en investeringen als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: Er is sprake van een overschrijding van de lasten en/of de investeringen waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. Er is sprake van een open-einde regeling. De over- en/of onderschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. De raad is via een raadsinformatiebrief in het betreffende boekjaar door het college actief geïnformeerd als autorisatie via de bestuursrapportage dan wel begrotingswijziging niet meer mogelijk is. 5.Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. 6.Gerealiseerde over- en onderschrijdingen van baten of onderschrijdingen van lasten/investeringen ten opzichte van de begroting betreffen op zichzelf geen begrotingsonrechtmatigheden. Deze afwijkingen zijn wel onrechtmatig als ze niet tijdig middels begrotingswijzigingen in de (bijgestelde) begroting zijn verwerkt (m.a.w. niet tijdig aan de gemeenteraad zijn gemeld). Onder niet tijdig wordt in dit kader verstaan: als deze afwijkingen na de laatste bestuursrapportage (BERAP) niet in de jaarrekening worden gemeld en toegelicht door college aan de gemeenteraad. Over- en onderschrijdingen op programmaniveau hoeven niet gemeld te worden, voor zover zij de rapportagegrens, als bedoeld in artikel 13 lid 3, niet overschrijden. Melding en toelichting vindt plaats in de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarrekening. Artikel16.Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2.Het college zorgt voor en legt vast, de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. HOOFDSTUK4.FINANCIЁLE POSITIE Artikel17.Financiële positie 1.Het college draagt er zorg voor, dat alle financiële effecten van het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen zijn opgenomen. 2.Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld. Artikel18.Waardering en afschrijving vaste activa 1.Het college biedt op basis van de nieuwe actualiteit een nota activabeleid aan. De raad stelt de nota vast binnen drie maanden nadat de nota is aangeboden. 2.De nota behandelt in ieder geval: Soorten van activa; Activeringsgrenzen; Waarderingsmethodieken; Afschrijvingssystematiek en afschrijvingstermijnen; Wijze van omgaan met toerekening rente. Artikel19.Voorziening van oninbare vorderingen 1.Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2.Voor openstaande vorderingen betreffende: onroerendezaakbelasting; precariobelasting; parkeerbelasting; rioolheffing; afvalstoffenheffing, en bijstandsverstrekking, wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Artikel20.Reserves en voorzieningen 1.Het college biedt op basis van de nieuwe actualiteit een nota reserves en voorzieningen aan. De raad stelt de nota vast binnen drie maanden nadat de nota is aangeboden. 2.De nota behandelt in ieder geval: de vorming van, de toevoegingen aan en de besteding van reserves; de vorming van, de toevoegingen aan en de besteding van voorzieningen; de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen; een toetsing van de reserves en voorzieningen aan de uitgangspunten ten aanzien van de hoogte van de reserves en voorzieningen en het nut en de noodzaak van de reserves en voorzieningen, in relatie tot het benodigde weerstandsvermogen. Artikel21.Kostprijsberekening 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht en goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Tenzij anders bepaald, dienen de tarieven en heffingen 100% kostendekkend te zijn, rekening houdend met de kosten die wettelijk mogen worden toegerekend. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2.Bij de (indirecte) kosten worden betrokken de bijdragen reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kosten voor algemene overhead, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en aanvullend voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. 3.Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de totale geraamde overheadkosten gedeeld door door het totale aantal toegestane fte’s. 4.Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen (in euro’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.