Welstandsgebiedscriteria Logistiek Park Moerdijk van de gemeente Moerdijk [Deze regeling is oorspronkelijk vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk en is op 13 maart 2025 bekrachtigd door de gemeenteraad. Dit besluit is bekendgemaakt op 17 april 2025 in Gemeenteblad 2025, 166934.] Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 22 februari 2022; overwegende dat, het gewenst is om welstandgebiedscriteria vast te stellen omtrent de locatie Logistiek Park Moerdijk (LPM), omdat deze criteria één van de instrumenten zijn om de ruimtelijke kwaliteit van het LPM te waarborgen. gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; artikel 12 e.v. van de Woningwet en het Welstandsbeleid; b e s l u i t vast te stellen de volgende welstandsgebiedscriteria: Welstandsgebiedscriteria Logistiek Park Moerdijk van de gemeente Moerdijk Artikel1.Ligging Het Logistiek Park Moerdijk (LPM) wordt ingekaderd door de snelwegen A16 en A17 en een cultuurhistorisch waardevolle dijk, de Lapdijk. Het terrein omvat circa 190 ha bruto terrein, waarop circa 142 hectare netto uitgeefbaar logistiek terrein wordt gerealiseerd. Artikel2.Gebiedsbeschrijving Een belangrijk uitgangspunt van het ruimtelijk ontwerp is dat de bebouwing per ontwikkeleenheid (zie figuur 2) als een ruimtelijke eenheid wordt vormgegeven. Er wordt zo compact mogelijk binnen de ontwikkeleenheid gebouwd (maximale onderlinge afstand 32m) en bedrijven oriënteren zich op de rand van de ontwikkeleenheid en daarmee op de openbare ruimte. Alle laad- en losruimten en kantoorfuncties zitten aan de rand. De ontsluiting en het parkeren van personenauto’s voor werknemers vindt plaats via een binnenstraat centraal in de ontwikkeleenheden. Eenduidige gevellijnen zijn van groot belang om een rustig ruimtelijk beeld te realiseren. Er wordt gestreefd naar een kwalitatieve hoogwaardige architectuur. Doordat de bebouwing geclusterd is en de open voorterreinen grenzen aan de openbare ruimte, zal het Logistiek Park ondanks de hoge dichtheid, als ruim van opzet worden ervaren. De voorterreinen zijn hoofdzakelijk bestemd voor het opstellen van trucks en het laden- en lossen van goederen. In beperkte mate kunnen deze voorterreinen ook gebruikt worden voor het parkeren van personenauto’s (met name directieleden, bezoekers en mindervaliden). Deze zones blijven relatief ‘leeg’ om als manoeuvreerzones voor het grote verkeer te kunnen dienen. De opslag van eventuele losse goederen (bijvoorbeeld afvalcontainers) vindt uitsluitend plaats uit het zicht, achter de gevelband. De gevelband is vastgelegd in het bestemmingsplan. Hieronder het inhoudelijke artikel. 4.2.2 Gevelband Ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' wordt een gevelband gebouwd waarbij de volgende voorwaarden gelden: de gevelband wordt per bouwperceel aaneengesloten gebouwd, met dien verstande dat deze op ten minste 5 m en ten hoogste 16 m afstand van de interne perceelgrens wordt gebouwd; de gevelband wordt ten minste 1 m en ten hoogste 2 m voor de bouwgrens gebouwd; er plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt in afwijking van het bepaalde onder b geen minimale afstand; ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' wordt de gevelband haaks op de aanduiding 'gevellijn' langs de interne perceelgrens doorgetrokken, waarbij de afstanden zoals genoemd onder a van toepassing zijn; de gevelband wordt op een hoogte van 5,5 m gebouwd, waarbij tussen peil en de onderzijde van de gevelband ondergeschikte bouwdelen zijn toegestaan; de gevelband heeft een bouwhoogte van 16 m. In het ruimtelijk ontwerp is aangesloten op de cultuurhistorie en de ruimtelijke kwaliteiten van het landschap. De lange horizontale lijnen en het dijkenstelsel spelen daarbij een belangrijke rol. Door te sturen op een eenduidige en kwalitatieve vormgeving (materiaal, kleur en compositie) van de gevelbanden, ontstaat een rustig en gestileerd beeld en zal het horizontale karakter van het bouwvolume als geheel worden benadrukt. Dit sluit goed aan bij de schaal en het karakter van het omliggende (snelweg) landschap. Op deze wijze kan ook de bebouwing een bijdrage leveren aan de landschappelijke inpassing van het Logistiek Park Moerdijk. De Lapdijk is de cultuurhistorische lijn die als begrenzing wordt ingezet: de dijk en de beplanting vormen een afschermende groene zone waarmee de zichtbaarheid vanuit het agrarisch landschap wordt verzacht. De vormgeving en inrichting van de groene wallen, de versterking van de structuur van de Lapdijk en de groene entrees worden gedetailleerd uitgewerkt in een inrichtingsplan. In dit beeldregieplan worden vooruitlopend hierop uitgangspunten en eisen geformuleerd ten aanzien van het beeld van deze landschappelijke elementen als belangrijk onderdeel van de ruimtelijke inpassing van het Logistiek Park Moerdijk. Artikel3.Criteria Gebied A 1.Gebied A Door deze welstandscriteria wordt gestuurd op een eenduidige en kwalitatieve vormgeving van de voorzijde van de gebouwen waarbij de gevelbanden beeldbepalend zijn. Visueel moeten de individuele gevelbanden van de bedrijven in een rij, een ruimtelijk doorgaande gevel vormen die de ontwikkeleenheid tot een geheel samenbindt. Hierdoor ontstaat een gestileerd beeld waarbij het horizontale karakter van de bebouwing wordt benadrukt. De welstandscriteria zijn een concrete vertaling van de essentiële onderdelen van het voor het gebied gemaakt beeldregieplan. Aan het beeldregieplan zelf wordt niet getoetst, dit plan dient ter inspiratie voor de vormgeving van de te realiseren ruimtelijke ontwikkelingen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.