Gedeputeerde Staten van provincie Flevoland Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Verordening van 1 januari 2010 houdende regels inzake de subsidieverstrekking ten behoeve van natuur- en lan
) Artikel 8.2.1 (grondslag subsidie)
Artikel 8
.2.2 (duur subsidie)
Artikel 8
.2.3 (begunstigden)
Artikel 8
.2.4 (aanvraag subsidie)
Artikel 8
.2.5 (subsidieverplichtingen)
Artikel 8
.2.6 (subsidiabele kosten)
Artikel 8
.2.7 (hoogte subsidie)
Artikel 8
.2.8 (aanvraag tot voorschotverlening)
Artikel 8
.2.9 (beschikking tot subsidieverlening)
Artikel 8
.2.10 (aanvraag tot subsidievaststelling)
Hoofdstuk 9
Collectief beheerplan Artikel 9.1 (aanvraag vaststelling collectief beheerplan of wijziging daarvan) Een gebiedscoördinator kan bij Gedeputeerde Staten een aanvraag indienen tot vaststelling van: een collectief beheerplan; een wijziging van een op grond van artikel 9.2 vastgesteld collectief beheerplan. Artikel 9.2 (goedkeuring collectief beheerplan of wijziging daarvan) 1 Gedeputeerde Staten kunnen een collectief beheerplan dan wel een wijziging van een op grond van dit artikel vastgesteld collectief beheerplan vaststellen als: de aanvraag tot vaststelling is ingediend door een gebiedscoördinator die het beheer in het betreffende gebied coördineert; de aanvraag tot vaststelling uiterlijk op 15 december voorafgaand aan een beheerjaar is ingediend; het collectief beheerplan dan wel de wijziging van een op grond van dit artikel vastgesteld collectief beheerplan past binnen het natuurbeheerplan zoals dat zes weken vóór indiening van de in artikel 9.1 bedoelde aanvraag geldt, én het collectief beheerplan dan wel de wijziging van een op grond van dit artikel vastgesteld collectief beheerplan voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage 5, onderdeel A respectievelijk onderdeel B. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een aanvraag als bedoeld in het eerste lid tot uiterlijk 1 februari van een beheerjaar worden aangepast, voor zover in die aangepaste aanvraag in vergelijking tot de in het eerste lid bedoelde aanvraag: geen nieuwe begunstigden zijn opgenomen, tenzij: het een geval van overdracht van een subsidie agrarisch natuurbeheer als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, betreft, én de overgedragen subsidie agrarisch natuurbeheer werd verstrekt in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer; geen vergrotingen van het areaal als bedoeld in artikel 7.5, derde lid, zijn opgenomen die de maximale oppervlakte, bedoeld in artikel 4.1.2.3, onderdeel a, overstijgen. 3 Onverminderd het bepaalde in het tweede lid dient een aanpassing als bedoeld in dat lid in overeenstemming te zijn met de eisen, bedoeld in bijlage 5, onderdeel A respectievelijk onderdeel B. Hoofdstuk 10 Verlaging jaarvergoeding en subsidies Artikel 10.1 (niet-naleving subsidieverplichtingen) 1 Als een ontvanger van een subsidie natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, niet voldoet aan de aan de betreffende subsidie verbonden verplichtingen, verlagen Gedeputeerde Staten de jaarvergoeding, bedoeld in de artikelen 3.7, tweede lid en 5.1.2.4, tweede lid. 2 Als een ontvanger van een subsidie agrarisch natuurbeheer, een aanvullende toeslag als bedoeld in artikel 4.1.2.4, eerste lid, een probleemgebiedensubsidie of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, niet voldoet aan de aan de betreffende subsidie of toeslag verbonden verplichtingen, niet zijnde de in artikel 10.2 bedoelde verplichtingen, verlagen Gedeputeerde Staten: de jaarvergoeding, bedoeld in de artikelen 4.1.1.7, tweede lid, en 5.1.3.4, tweede lid; de aanvullende toeslag, bedoeld in artikel 4.1.2.4, eerste lid; het bedrag dat ingevolge artikel 4.2.9 wordt vastgesteld, overeenkomstig: artikel 16 van Verordening (EG) nr. 1975/2006 indien de omvang van het uitgevoerde agrarisch beheerpakket, het uitgevoerde beheerpakket landschap of de oppervlakte van de landbouwgrond waarop wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn verbonden aan een de toeslag, bedoeld in artikel 4.1.2.4, eerste lid, of een probleemgebiedensubsidie, kleiner is dan de omvang waarvoor die subsidie of toeslag is verleend; artikel 18 van Verordening 1975/2006 en, voor zover ruimte resteert voor de toepassing daarvan, de Beleidsregels verlagen subsidie POP2, indien de niet-naleving een andere verplichting betreft als bedoeld onder i. of in artikel 10.2, voor zover het een in de aanhef bedoelde subsidie betreft die gedeeltelijk wordt gefinancierd met Europese middelen. 3 De in het tweede lid, onder i. en ii. genoemde artikelen en beleidsregels zijn van overeenkomstige toepassing op subsidies als bedoeld in de aanhef van het tweede lid die niet geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd met Europese middelen. 4 Bij de toepassing van het tweede lid, aanhef en onder i, wordt door Gedeputeerde Staten rekening gehouden met het bepaalde in artikel 66 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 van de minister, zoals dat artikel vanaf 1 januari 2010 luidt. Artikel 10.2 (niet-naleving randvoorwaarden) 1 Gedeputeerde Staten verlagen: de jaarvergoeding, bedoeld in de artikelen 4.1.1.7, tweede lid, en 5.1.3.4, tweede lid; de aanvullende toeslag, bedoeld in artikel 4.1.2.4, eerste lid; het bedrag dat ingevolge artikel 4.2.9 wordt vastgesteld, overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1975/2006 en, voor zover ruimte resteert voor de toepassing daarvan, de Beleidsregels normenkader randvoorwaarden GLB, als de ontvanger van een subsidie agrarisch natuurbeheer, een aanvullende toeslag als bedoeld in artikel 4.1.2.4, eerste lid, een probleemgebiedensubsidie of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, in dat beheerjaar of kalenderjaar niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in respectievelijk artikel 4.1.1.6, eerste lid, onderdeel c, bijlage 7, onderdeel C, subonderdeel 1 dan wel 2, artikel 4.2.6, onderdeel a, of artikel 5.1.3.3, eerste lid, onderdeel b. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een subsidie agrarisch natuurbeheer, een probleemgebiedensubsidie of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, die niet gedeeltelijk worden gefinancierd met Europese middelen, voor zover niet is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 4.1.1.6, eerste lid, onderdeel c, respectievelijk artikel 4.2.6, onderdeel a, of artikel 5.1.3.3, eerste lid, onderdeel b. Artikel 10.3 (niet-nalevingen en overdracht) 1 Als een subsidie natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, overeenkomstig artikel 7.3, eerste lid, is overgedragen aan een derde, wordt de jaarvergoeding die wordt uitgekeerd aan die derde ook verlaagd als aan de verplichting niet is voldaan door de oorspronkelijke subsidieontvanger. 2 Als een subsidie agrarisch natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in 2. artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, overeenkomstig artikel 7.3, tweede lid, is overgedragen aan een derde, wordt de jaarvergoeding die wordt uitgekeerd aan die derde ook verlaagd als aan de verplichting niet is voldaan door de oorspronkelijke subsidieontvanger. Artikel 10.4 (gevallen van overmacht en onvoorziene omstandigheden)
Artikel 10
.5 (gevolgen niet-nalevingen voor de subsidievaststelling) Bij de vaststelling van de subsidies, bedoeld in de artikelen 10.1 en 10.2, houden Gedeputeerde Staten rekening met verlagingen die ingevolge die artikelen zijn opgelegd. Hoofdstuk 11 Controle Artikel 11.1 (toezicht op naleving subsidieverplichtingen) 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de bij besluit van Gedeputeerde Staten aangewezen ambtenaren belast. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad. Hoofdstuk 12 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 12.1 (intrekken PSN en PSAN) 1 De Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Flevoland en de hoofdstukken 5 en 6 van de Subsidieregeling natuurbeheer Flevoland worden ingetrokken met ingang van 1 januari
- 2 De Subsidieregeling natuurbeheer Flevoland wordt, voor zover in het eerste lid niet anders is bepaald, ingetrokken op een nader door Gedeputeerde Staten te bepalen tijdstip. 3 ….. 4Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad. Artikel 12.2 (uitdienen onder bestaande voorwaarden) 1 Bestaande aanspraken en verplichtingen op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Flevoland en de Subsidieregeling natuurbeheer Flevoland blijven in stand. 2 Op subsidieaanvragen ingediend op grond van de regelingen, genoemd in het eerste lid, blijft het recht van toepassing zoals dat gold voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze verordening. 3 Het eerste en het tweede lid zijn slechts van toepassing voor zover de beschikking tot subsidieverlening op grond van de in die leden genoemde regelingen niet overeenkomstig artikel 12.3 is gewijzigd. 4 Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van het onderhavige artikel respectievelijk artikel 34, tweede lid, van de Regeling inrichting landelijk gebied van de minister, is artikel 66 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 van de minister, zoals dat artikel vanaf 1 januari 2010 luidt, van overeenkomstige toepassing voor zover subsidie wordt verstrekt voor de instandhouding van één of meerdere beheerspakketten zoals opgenomen in: de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Flevoland, respectievelijk de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister, voor zover de uit die regeling voortvloeiende verplichtingen op grond van artikel 4 van de Regeling inrichting landelijk gebied van de minister door Gedeputeerde Staten zijn overgenomen. Artikel 12.3 (vrijwillig overstappen mogelijk) 1 Een ontvanger van één of meerdere subsidies op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer Flevoland of de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister kan bij Gedeputeerde Staten een aanvraag indienen tot omzetting van die subsidies in één subsidie op basis van de onderhavige verordening, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: de aanvraag heeft betrekking op alle beheerseenheden die in hun geheel binnen de provincie liggen en waarvoor subsidie wordt ontvangen op grond van de in de aanhef van dit lid genoemde regelingen; voor het basis-, plus- of landschapspakket bestaat een equivalent natuurbeheertype onderscheidenlijk landschapselement als bedoeld in de onderhavige verordening; de omzetting is in overeenstemming met het natuurbeheerplan en de voorwaarden van de onderhavige verordening; de aanvraag wordt ingediend in de openstellingsperiode voor het begrotingsjaar 2011, én de omzetting geschiedt voor een geheel nieuwe periode als bedoeld in artikel 3.2 onderscheidenlijk artikel 5.1.1.2, waarbij die periode slechts kan ingaan op 1 januari
- 2 Indien subsidie wordt verstrekt aan anderen dan beheerders zoals bedoeld in de artikelen 5 en 6 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister of artikel 5 van de Subsidieregeling natuurbeheer Flevoland, kan de ontvanger van die subsidie slechts een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen voor zover: hij aangemerkt kan worden als een samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, of artikel 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel b; hij dit schriftelijk is overeengekomen met de betreffende beheerder, én in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, de aanvraag betrekking heeft op alle beheerseenheden van de in onderdeel b van het onderhavige lid bedoelde beheerder die in hun geheel binnen de provincie liggen en waarvoor subsidie wordt ontvangen op grond van de in de aanhef van dit lid genoemde regelingen. 3 Een beheerder als bedoeld in het tweede lid kan voor de door hem beheerde beheerseenheden een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen, mits: hij dit schriftelijk is overeengekomen met de ontvanger van de betreffende subsidie, én onverminderd de verdere voorwaarden in het eerste lid, de aanvraag betrekking heeft op al zijn beheerseenheden die in hun geheel binnen de provincie liggen en waarvoor subsidie wordt verleend op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister of de Subsidieregeling natuurbeheer Flevoland. 4 Indien een subsidieontvanger als bedoeld in het eerste tot en met derde lid een in het eerste lid bedoelde aanvraag indient voor een in de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister of de Subsidieregeling natuurbeheer Flevoland opgenomen landschapselement dat wordt beschermd door een raster als bedoeld in bijlage 56 van die regelingen, dan dient dat raster eveneens in de in het eerste lid bedoelde aanvraag te worden opgenomen. 5 Een ontvanger van een subsidie op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Flevoland kan bij Gedeputeerde Staten een aanvraag indienen tot wijziging van die beschikking tot subsidieverlening, inhoudende het voor de resterende looptijd van de beschikking tot subsidieverlening vervangen van de rechten en verplichtingen die behoren bij de betreffende subsidie door de rechten en verplichtingen die, op grond van de onderhavige verordening, behoren bij een subsidie agrarisch natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b. 6 Indien een subsidieontvanger als bedoeld in het vijfde lid een in dat lid bedoelde aanvraag indient voor een in de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Flevoland opgenomen landschapselement dat wordt beschermd door een raster als bedoeld in bijlage 46 van die regeling, dan dient dat raster eveneens in de in het vijfde lid bedoelde aanvraag te worden opgenomen. 7 Gedeputeerde Staten kunnen de beschikking tot subsidieverlening naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in het vijfde lid met ingang van 1 januari 2012 wijzigen als: de beheerseenheden in hun geheel binnen de provincie liggen; de wijziging in overeenstemming is met het natuurbeheerplan en bijlage 8, alsmede de overige voorwaarden van de onderhavige verordening, én de aanvraag wordt ingediend in de openstellingsperiode voor het begrotingsjaar
- 8 In afwijking van het eerste respectievelijk vijfde lid: kunnen beheerders als bedoeld in artikel 21 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister, artikel 18 van de Subsidieregeling natuurbeheer Flevoland respectievelijk artikel 24 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Flevoland geen aanvragen als bedoeld in het eerste respectievelijk vijfde lid indienen; kan, indien subsidie wordt verstrekt aan anderen dan beheerders zoals bedoeld in artikel 5 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Flevoland, niet de ontvanger van de betreffende subsidie, maar de in die bepaling bedoelde beheerders, elk voor de door hem beheerde beheerseenheden, de in het vijfde lid van het onderhavige artikel bedoelde aanvraag indienen, mits: zij dit schriftelijk overeenkomen met de ontvanger van de betreffende subsidie, én, onverminderd de verdere voorwaarden in het zevende lid, de aanvraag betrekking heeft op al zijn beheerseenheden die in hun geheel binnen de provincie liggen en waarvoor subsidie wordt verleend op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Flevoland. 9 Gedeputeerde Staten kunnen in een besluit als bedoeld in artikel 1.3 opnemen dat de omzetting dan wel wijziging van de beschikking tot subsidieverlening zoals bedoeld in het onderhavige artikel voor bepaalde basis-, plus-, beheers- of landschapspakketten, categorieën van begunstigden of gebieden is uitgesloten. Artikel 12.5 (niet-gecertificeerden tot 1 januari 2013) 1 Een begunstigde als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste lid, of 5.1.2.1, eerste lid, die een aanvraag indient voor een subsidie natuurbeheer of een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, wordt aangemerkt als ware hij gecertificeerd begunstigde, mits hij uiterlijk 1 januari 2011 een aanvraag tot certificering bij Gedeputeerde Staten heeft ingediend. Het aanmerken van de begunstigde als ware hij gecertificeerd begunstigde eindigt op de datum dat Gedeputeerde Staten hebben besloten op de aanvraag tot certificering, doch uiterlijk op 1 januari
- 2 Een rechtspersoon die een aanvraag indient tot vaststelling van een collectief beheerplan wordt aangemerkt als ware hij gebiedscoördinator, mits hij uiterlijk 1 januari 2011 een aanvraag tot certificering bij Gedeputeerde Staten heeft ingediend. Het aanmerken van de rechtspersoon als ware hij gebiedscoördinator eindigt op de datum dat Gedeputeerde Staten hebben besloten op de aanvraag tot certificering, doch uiterlijk op 1 januari
- 3 Artikel 8.1.6, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing indien Gedeputeerde Staten de in het eerste lid van het onderhavige artikel bedoelde aanvraag tot certificering afwijzen, met dien verstande dat het in het tweede lid van artikel 8.1.6 bedoelde verzoek, in afwijking van de tekst van dat onderdeel, uiterlijk binnen acht weken na de afwijzing van de aanvraag wordt ingediend. 4 Artikel 8.1.6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing indien Gedeputeerde Staten de in het tweede lid van het onderhavige artikel bedoelde aanvraag tot certificering afwijzen. 5 Als er in een gebied geen gebiedscoördinator of een rechtspersoon als bedoeld in het tweede lid beschikbaar is, kan tot en met 31 december 2013 een daartoe door Gedeputeerde Staten aangewezen ambtenaar optreden als gebiedscoördinator. Artikel 12.6 (afwijkende beslistermijn op aanvragen 2010) In afwijking van artikel 1.6, eerste lid, beslissen Gedeputeerde Staten binnen 20 weken op een aanvraag als die aanvraag binnen één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening is ontvangen, waarbij de beslissing éénmaal met ten hoogste tien weken kan worden verdaagd. Artikel 12.7 (afwijkende termijn bekendmaking openstellingsbesluit 2010) In afwijking van de termijn, genoemd in artikel 1.3, vierde lid, maken Gedeputeerde Staten ten behoeve van het begrotingsjaar 2010 een besluit als bedoeld in dat artikel uiterlijk op 14 november 2009 bekend. Artikel 12.8 (goedkeuring Europese Commissie) 1 Subsidies of voorschotten daarop worden verstrekt onder het voorbehoud van goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen. 2 De beslissing tot verstrekking van een subsidie of een voorschot daarop kan worden ingetrokken of gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de onderhavige verordening, of wegens het uitblijven daarvan. Artikel 12.9 (inwerkingtreding) 1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
- 2 In afwijking van het eerste lid treden de volgende onderdelen pas op een nader door Gedeputeerde Staten te bepalen tijdstip in werking: de artikelen 1.9, tweede lid, 5.1.1.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 12.2 voor zover dat artikel verwijst naar de Subsidieregeling natuurbeheer Flevoland of op grond van die regeling ingediende aanvragen, en 12.3; de hoofdstukken 3 en 6; afdeling 5.1.
- 3Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in het Provinciaal Blad. Artikel 12.10 (citeertitel) Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer. Lelystad, .. januari 2010 Gedeputeerde Staten van Flevoland, T. van der Wal, secretaris L. Verbeek, voorzitter Uitgegeven op .. januari 2010 De secretaris van Gedeputeerde Staten van Flevoland. Bijlage 1: Beheertypen natuur Natuurtype Natuurbeheertype N01 Grootschalige, dynamische natuur N01.01 Zee en wad N01.02 Duin- en kwelderlandschap N01.03 Rivier- en moeraslandschap N01.04 Zand- en kalklandschap N02 Rivieren N02.01 Rivier N03 Beken en bronnen N03.01 Beek en Bron N04 Stilstaande wateren N04.01 Kranswierwater N04.02 Zoete Plas N04.03 Brak water N04.04 Afgesloten zeearm N05 Moerassen N05.01 moeras N05.02 Gemaaid rietland N06 Voedselarme venen en vochtige heiden N06.01 Veenmosrietland en moerasheide N06.02 Trilveen N06.03 Hoogveen N06.04 Vochtige heide N06.05 Zwakgebufferd ven N06.06 Zuur ven of hoogveenven N07 Droge heiden N07.01 Droge heide N07.02 Zandverstuiving N08 Open duinen N08.01 Strand en embryonaal duin N08.02 Open duin N08.03 Vochtige duinvallei N08.04 Duinheide N09 Schorren of kwelders N09.01 Schor of kwelder N10 Vochtige schraalgraslanden N10.01 Nat schraalland N10.02 Vochtig schraalland N11 Droge schraalgraslanden N11.01 Droog schraalland N12 Rijke graslanden en akkers N12.01 Bloemdijk N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland N12.03 G