Verordening participatie volwassenen Zwolle 2025De raad van de gemeente Zwolle, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 Subsidies van de Algemene wet bestuursrecht, besluit vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING PARTICIPATIE VOLWASSENEN ZWOLLE 2025 Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 van de wet, op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de wet, door het college vastgestelde verlaging en verminderd met de vakantietoeslag; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle; inkomen: het maandbedrag aan inkomen van aanvrager en diens partner zoals bedoeld in artikel 32 van de wet, verminderd met de ontvangen vakantietoeslag. Tot dat inkomen wordt ook gerekend de bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals genoemd in artikel 5 onder b van de wet; partner: de persoon die, al of niet gehuwd, met de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; peilmaand: de maand voorafgaand aan de maand waarin aanvrager de subsidieaanvraag heeft ingediend; persoon met een beperking of chronische ziekte: de persoon die: een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; gebruik maakt van een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) dan wel de Wet langdurige zorg (Wlz); of gebruik maakt van een geldige gehandicaptenparkeerkaart op grond van de Wegenverkeerswet; of naar het oordeel van het college ondersteuning nodig heeft om te participeren in de samenleving bijvoorbeeld doordat in het 3e achtereenvolgende jaar het verplichte eigen risico uit de Zorgverzekeringswet volledig is opmaakt; vermogen: het vermogen van aanvrager en partner zoals bedoeld in artikel 34 van de wet; wet: Participatiewet; zelfstandige: de aanvrager die voor de voorziening in het bestaan geheel of gedeeltelijk is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep en die de financiële risico’s daarover draagt. Artikel2.Reikwijdte Deze verordening bevat de criteria waaraan aanvrager moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie als tegemoetkoming in de kosten van deelname aan maatschappelijke of culturele activiteiten. Artikel3.Bevoegdheid college Het college is bevoegd om binnen het kader van deze verordening besluiten te nemen over het verstrekken van subsidies. Artikel4.Subsidiabele activiteiten Het college verstrekt de subsidie voor deelname van aanvrager aan maatschappelijke of culturele activiteiten. Artikel5.Subsidiecriteria 1.Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet aanvrager, behalve het verrichten van de in artikel 4 genoemde activiteiten, voldoen aan de volgende criteria: aanvrager en eventuele partner hebben de Nederlandse nationaliteit of zijn vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van Richtlijn 2004/38/EG; en aanvrager en eventuele partner wonen op hetzelfde adres in Zwolle en staan op dat adres ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente Zwolle; en aanvrager is 18 jaar of ouder en jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd; en aanvrager en eventuele partner hebben in de peilmaand een vermogen dat niet hoger is dan de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 van de wet; en aanvrager en eventuele partner hebben in de peilmaand een inkomen dat niet hoger is dan: 110% van de bijstandsnorm; of 130% van de bijstandsnorm als aanvrager een persoon is met een beperking of chronische ziekte. 2.Als door wisselende of eenmalige inkomsten het inkomen van aanvrager en eventuele partner hoger is dan de in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde 110% of 130% van de bijstandsnorm, dan wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen in de twaalf maanden voorafgaande aan de peilmaand. 3.Als de eventuele partner in een inrichting als bedoeld in de wet verblijft, dan wordt het inkomen verlaagd met een bedrag dat gelijk is aan de verschuldigde eigen bijdrage in de verzorgingskosten. 4.Als aanvrager of eventuele partner is aan te merken als zelfstandige, dan wordt voor het inkomen als zelfstandige uitgegaan van het inkomen over het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag is gedaan. 5.Als aanvrager of eventuele partner in het bezit is van een eigen woning dan wordt de overwaarde van die woning niet als vermogen in aanmerking genomen. 6.Als aan aanvrager in hetzelfde kalenderjaar waarin de aanvraag in het kader van deze verordening is ingediend door het college een tegemoetkoming is verstrekt op grond van een Zwolse gemeentelijke inkomensondersteunende voorziening, of vrijstelling is verleend voor de betaling van Zwolse gemeentelijke belastingen, dan oordeelt het college dat aan de in het eerste lid van dit artikel gestelde inkomens- en vermogenscriteria is voldaan. 7.Als aanvrager en eventuele partner in het kader van een minnelijk of wettelijk schuldsaneringstraject een relatie hebben met de gemeentelijke schulddienstverlening en over niet meer inkomen beschikken dan het vrij te laten bedrag, dan oordeelt het college, ongeacht de hoogte van het inkomen en het vermogen, dat aan de in het eerste lid van dit artikel gestelde inkomens- en vermogenscriteria is voldaan. Artikel6.Weigeringsgronden 1.De gevraagde subsidie wordt geweigerd als aanvrager: uit ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt en in verband daarmee aanspraak maakt op de Wet studiefinanciering 2000; of in een inrichting – als bedoeld in artikel 1 van de wet – verblijft; of rechtens zijn vrijheid is ontnomen of zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf; of in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid. 2.Als de eventuele partner van aanvrager verkeert in de omstandigheden zoals genoemd in het eerste lid, onder a of b, of niet rechtmatig verblijf houdt in Nederland zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, wordt bij de beoordeling van de aanvraag de situatie van die partner buiten beschouwing gelaten als ware het dat aanvrager geen partner heeft. Artikel7.Subsidiabele kosten De subsidiabele kosten zijn kosten die direct verbonden zijn met de deelname van aanvrager aan de in artikel 4 van deze verordening bedoelde maatschappelijke of culturele activiteiten. Artikel8.Subsidiehoogte De subsidie bedraagt € 120,-- per aanvrager per kalenderjaar. Artikel9.Aanvraag en bewijsstukken 1.Aanvrager moet de subsidieaanvraag schriftelijk indienen door invulling van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.De aanvraag kan uitsluitend worden ingediend in het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 3.Aanvrager dient op het aanvraagformulier aan te geven en zo nodig met bewijsstukken aan te tonen dat hij voldoet aan het bepaalde in de artikelen 4, 5 en 6 van deze verordening. Artikel10.Beslistermijn en vaststelling subsidie 1.Het college neemt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing. 2.Als het college van oordeel is dat aanvrager in aanmerking komt voor subsidie stelt het college die subsidie direct vast. 3.Als het college van oordeel is dat de aanvrager recht heeft op een uitkering op grond van de wet en in aanmerking komt voor subsidie, stelt het college die subsidie direct vast en beschouwt het college de eerste aanvraag tevens als een subsidieaanvraag voor de daarop volgende kalenderjaren. Het college stelt de subsidie per kalenderjaar ambtshalve vast. Artikel11.Betaling subsidie De subsidie wordt binnen 4 weken na vaststelling in één keer betaald. Artikel12.Hardheidsclausule Het college kan de bepalingen gesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van een doelgerichte of evenwichtige subsidieverstrekking, naar hun oordeel leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel13.Slotbepalingen 1.Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.