Beleidsplan Toezicht en Handhaving Team Werk, Inkomen en ZorgBESLUIT burgemeester en wethouders Instemmen met het Beleidsplan Toezicht en Handhaving Team Werk, Inkomen en Zorg. Het Beleidsplan Toezicht en Handhaving Team Werk, Inkomen en Zorg met terugwerkende kracht in laten gaan per 1 januari 2025 onder gelijktijdig intrekking van het Beleidsplan Toezicht en Handhaving Team Werk, Inkomen en Zorg 2023-2024. 1Inleiding In 2015 zijn de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet gedecentraliseerd. Binnen gemeenten wordt dit gezien als het sociaal domein. De gemeente biedt een sociaal vangnet aan kwetsbare inwoners in de vorm van tijdelijk inkomen en ondersteuning. Dit vergroot de zelfredzaamheid van inwoners en zo kunnen zij blijven meedoen in de samenleving. Beschikbare middelen voor uitkeringen en maatschappelijke ondersteuning moeten terecht komen bij de inwoners die het nodig hebben en er ook recht op hebben. De gemeente is daarvoor verantwoordelijk. Vertrouwen is hierbij het uitgangspunt. Er wordt vanuit gegaan dat inwoners en aanbieders de juiste informatie verstrekken en dat ze zich aan regels en voorwaarden houden. Helaas krijgen gemeenten ook te maken met inwoners en aanbieders die het vertrouwen beschamen. Misstanden doen afbreuk aan het vergroten van de zelfredzaamheid van de inwoners die recht hebben op ondersteuning of bijstand. Soms leveren aanbieders van zorg (bewust) niet wat verwacht mag worden of maakt een inwoner (bewust) misbruik van voorzieningen. Door toezicht en handhaving in te zetten, waarbij de menselijke maat niet uit het oog wordt verloren, kunnen dit soort misstanden voorkomen worden of achteraf worden hersteld. Inwoners moeten erop kunnen rekenen dat er sprake is van een doelmatige en een rechtmatige besteding van overheidsgelden. 1.1Wettelijk kader toezicht en handhaving rechtmatigheid De verschillende wetten (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) geven aan wat wettelijk is voorgeschreven en waar een gemeente nog beleidsruimte heeft. Deze wettelijke kaders zijn uitgewerkt in de Verordening Sociaal Domein Olst-Wijhe en een aantal beleidsregels. Aan dit beleidsplan zijn de volgende, al vastgestelde beleidsregels en verordeningen gekoppeld: Verordening Sociaal Domein Olst-Wijhe. Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe januari 2024 Het agressie- en geweldprotocol en de bijbehorende handelingsinstructie Beleidskader inburgering van statushouders Integraal jeugdbeleid Olst-Wijhe 2021 Het protocol huisbezoek Team Werk, Inkomen en Zorg 2023-2024 blijft onverminderd van kracht en is als bijlage toegevoegd. De Handreiking Internetonderzoek Participatiewet is in 2021 door de VNG opgesteld en vervangt het Protocol internetonderzoek door gemeenten. Deze Handreiking is ook als bijlage bijgevoegd. De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. Voor u ligt het Beleidsplan Toezicht en Handhaving team Werk, Inkomen en Zorg. In dit plan staat hoe de gemeente fraudebestrijding aanpakt en ervoor zorgt dat inwoners zich zo goed mogelijk aan de regels houden (handhaving). Dit plan is onderdeel van de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), de Wet Inburgering, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. De IOAZ en Bbz worden uitgevoerd door de consulenten Bbz van de gemeente Deventer. Zij stellen adviezen op, maar de besluiten in het kader van deze wetten worden ondertekend door de teamleider van het team Werk, Inkomen en Zorg van de gemeente Olst-Wijhe. 1.2Leeswijzer Dit Beleidsplan toezicht en handhaving heeft betrekking op het rechtmatig verstrekken van alle regelingen binnen het sociaal domein. In de hoofdstukken 2 tot en met 5 wordt de uitvoering van de regelingen Participatiewet, Minimabeleid, IOAW en IOAZ beschreven. Controle van de overige regelingen (Bbz, (nieuwe) Wet Inburgering, debiteuren en verhaal) komen aan bod in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving op het gebied van de Wmo en in hoofdstuk 8 is specifiek de handhaving op het gebied van de Jeugdwet uitgewerkt. Tot slot komt in hoofdstuk 7 de verantwoording aan bod. De concrete aanpak van team Werk, Inkomen en Zorg van de gemeente Olst-Wijhe wordt verder uitgediept in de werkafspraken. 2Participatiewet De Participatiewet stelt strenge eisen aan cliënten. De verplichtingen waaraan zij moeten voldoen om een uitkering te ontvangen zijn: arbeids- en re-integratieplicht, medewerkings- en informatieplicht, taaleis en tegenprestatie. De inlichtingenverplichting is de verplichting om het college alle feiten en omstandigheden mee te delen die van invloed kunnen zijn op het recht op of op de hoogte van de uitkering. De medewerkingsplicht ligt in het verlengde daarvan; deze geldt zowel ten aanzien van de arbeidsinschakeling als de verlening van bijstand. Het college vertaalt de algemene medewerkingsverplichting in individuele situaties in een of meer concrete verplichtingen. Zo kan bijvoorbeeld van de klant gevergd worden dat hij medewerking verleent aan een huisbezoek. De arbeidsverplichting is de verplichting van de cliënt om alles te doen wat in zijn of haar vermogen ligt om werk te zoeken, te aanvaarden en te behouden. Dit kan ook het meewerken aan een onderzoek zijn, het volgen van een traject of een tegenprestatie naar vermogen te leveren. Hieronder vallen ook de taaleis en de tegenprestatie. De activiteiten die wij als gemeente Olst-Wijhe ondernemen om de naleving van deze verplichtingen te bevorderen of om af te dwingen, vallen onder de noemer handhaving. Handhaving is méér dan alleen het uitvoeren van fraudeonderzoeken. Het is een vanzelfsprekend onderdeel van de totale dienstverlening van de organisatie. 2.1Wat is handhaving? Het doel van handhaving is dat uitkeringsgerechtigden zich bewust worden van de regels rond de uitkering en deze uit zichzelf naleven. Het kan zijn dat zij zich onvoldoende bewust zijn van de regels. Het gevolg is een verhoogd risico op fraude. Fraude is het ten onrechte of tot een te hoog bedrag ontvangen van een uitkering, tegemoetkoming of vergoeding als gevolg van het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen aan een uitvoeringsorgaan van de sociale zekerheid. Om te zorgen dat alleen diegene die daadwerkelijk recht heeft op een uitkering of een inkomensvoorziening deze ook ontvangt, moet fraude worden bestreden en moet de gemeente zo min mogelijk organisatorische of procedurele drempels opwerpen. Het handhavingsproces kan in beeld gebracht worden met de “cirkel van naleving”. Hiermee wordt aangesloten bij de visie van de VNG. De cirkel bestaat uit vier visie-elementen die handvatten bieden voor een integraal handhavingsproces. Het in onderlinge samenhang inzetten van deze elementen geeft het beste resultaat. De kracht van de methode is de combinatie van preventieve (voorlichten en dienstverlening) en repressieve (controle en sanctionering) elementen. Communiceren Inwoners die bijstand aanvragen of al ontvangen, krijgen heldere en begrijpelijke informatie over de regels die bij de uitkering horen. Voorlichting sluit zoveel mogelijk aan bij de leefsituatie van de inwoner die het betreft. Iedere inwoner moet in principe kunnen weten welke verplichtingen horen bij het ontvangen van een uitkering. Hoe eerder, vaker en vollediger de gemeente de inwoners informeert over rechten en plichten, hoe kleiner de kans is dat mensen zich niet bewust zijn van de regels en (bewust of onbewust) fraude plegen. Goede voorlichting werkt dus op twee manieren. Enerzijds behoedt het inwoners die geen recht hebben op bijstand op het onrechtmatig aanvragen hiervan. Anderzijds voldoet de gemeente door goede voorlichting aan de eisen die de wet stelt. Wij communiceren zowel mondeling als schriftelijk met onze inwoners over de wet- en regelgeving die we uitvoeren en welke eventuele wijzigingen hierin plaatsvinden. Daarnaast hebben we de laatste jaren ook steeds meer de maatschappelijke organisaties geïnformeerd over de regelgeving en financiële tegemoetkomingen. Ook blijven wij de komende jaren via de gemeentelijke website, sociale media en de Adviesraad Samenleving ons inzetten op het vroegtijdig en volledig informeren van onze inwoners. In onze communicatie zullen wij klare taal als uitgangspunt nemen, zodat de informatie voor zoveel mogelijk inwoners goed te begrijpen is. Dienstverlenen De klant mag geen onnodige (administratieve) drempels in de dienstverlening tegenkomen. Onnodige procedures verminderen de spontane bereidheid van cliënten om wetten en regels na te leven. Het moet eenvoudig zijn om je aan de regels houden, en de regels moeten voor iedereen begrijpelijk uitgelegd worden. Daardoor worden de regels ook meer geaccepteerd. Het contact met cliënten is daarin van groot belang. Wanneer een goede relatie tussen cliënt en medewerker ontstaat, zal de cliënt eerder bereid zijn om de verplichtingen na te komen. Uitgangspunt is dat cliënten niet onnodig gegevens hoeven aan te leveren die bij het team Werk, Inkomen en Zorg al bekend zijn en dat wij als gemeente klachten en bezwaren serieus nemen en hiervan leren. Een snelle service, heldere communicatie, efficiënte procedures en een correcte bejegening vergroten het vertrouwen van inwoners en verkleinen het gevoel van afstand tot de gemeente. Dit draagt ertoe bij dat de inwoners eerder geneigd zijn de regels na te leven. Controleren Ondanks het preventieve effect van een goede voorlichting en optimale dienstverlening blijft het nodig om steeds alert te zijn op fraude. De gemeente stelt zich ten doel om fraude zo snel mogelijk op te sporen. Omdat er niet bij iedere cliënt evenveel kans op fraude is voeren we controles op maat uit. De controles worden gedaan op basis van signalen of aan de hand van een gekozen thema of risico. Controles zijn enerzijds bedoeld om onrechtmatig gebruik van de uitkering tegen te gaan. Daarnaast zijn controles ook een vorm van vroegsignalering. Hoe eerder duidelijk wordt dat de uitkering is gebaseerd op onjuiste of onvolledige informatie (of dat nu bewust of per ongeluk gebeurd is), hoe kleiner het gevolg kan zijn. Dit is vooral belangrijk omdat de Participatiewet voorschrijft dat te veel ontvangen uitkering moet worden terugbetaald. De wijze van controleren wordt verder beschreven in hoofdstuk 4. Sanctioneren De gemeente wil voorkomen dat fraude loont. Als een (bewuste) regelovertreding vastgesteld wordt, volgt een boete of een maatregel: een boete als de inlichtingenplicht is overtreden, een maatregel voor alle andere verplichtingen. De onterecht verkregen uitkering of voorziening zal in beginsel worden teruggevorderd. De wijze van sanctioneren wordt verder beschreven in hoofdstuk 5. Binnen ons handhavingsbeleid willen we de nadruk leggen op preventie, waarbij het voorkomen van fraude door goede voorlichting en dienstverlening het uitgangspunt is. De gevolgen van fraude kunnen zowel voor de inwoners als de gemeente groot zijn waardoor het belang van de preventieve maatregelen benadrukt wordt. 3Preventie In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de concrete activiteiten op het gebied van preventie. 3.1Bij aanvraag Telefonische intake bij aanvraag voorziening Wanneer een inwoner van de gemeente Olst-Wijhe een beroep wenst te doen op een voorziening volgt er allereerst een telefonische intake. Tijdens deze intake wordt de woon-, inkomens- en vermogenssituatie van de inwoner besproken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een telefonische intakelijst, die door de medewerker inkomen wordt gevuld. Wanneer tijdens deze telefonische intake al blijkt dat iemand op grond van woon-/leefsituatie, inkomenssituatie of vermogensgegevens niet voldoet aan de gestelde, wettelijke voorwaarden voor de betreffende voorziening wordt dit direct meegedeeld. Er wordt geadviseerd geen aanvraag in te dienen omdat de kans op basis van de verkregen informatie groot is dat de aanvraag wordt afgewezen. Als dit van toepassing is wordt de cliënt gewezen op mogelijk andere voorliggende voorzieningen en/of wordt doorverwezen naar andere instanties voor hulp. Twee gesprekken bij het indienen aanvraag Wanneer een inwoner van de gemeente Olst-Wijhe na de melding zijn/haar aanvraag wenst in te dienen worden de aanvraagformulieren per e-mail of per post toegezonden en wordt een gesprek gepland met de inkomensconsulent voor een intakegesprek en het indienen van de aanvraag. Tijdens de intake met de consulent inkomen wordt het aanvraagformulier ingenomen en worden de daarbij behorende bewijsstukken gecontroleerd. De consulent inkomen geeft informatie over de inlichtingenplicht die geldt. Ook wordt een intakelijst met diverse onderwerpen over verplichtingen, onderzoeken, controles, aanwezigheid en bereikbaarheid contactpersonen en minimaregelingen doorgenomen. In geval van toekenning van de uitkering wordt de folder “hoe zit het met participatie en bijstand” als bijlage toegevoegd aan de toekenningsbeschikking. Vervolgens wordt de klant aangemeld bij de consulent werk. Deze geeft aan welke dienstverlening de cliënt van de gemeente kan verwachten op het gebied van participatie (werk, sociale activering etc.). Ook wordt de voor cliënt geldende arbeidsverplichting uitgelegd. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in een plan van aanpak en vervolgens gedurende de uitkeringsperiode gemonitord. De cliënt heeft dus ten minste twee gesprekken die ervoor moeten zorgen dat de cliënt voldoende informatie heeft over zaken die voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering noodzakelijk zijn. Vervolgens vinden afhankelijk van de behoefte van zowel de cliënt als de medewerkers vervolggesprekken plaats. Deze vervolggesprekken staan in het teken van doelmatigheid. Als gevolg van een controle of een signaal vinden rechtmatigheidsgesprekken plaats. Zichtbaarheid en bereikbaarheid van de consulenten zorgen voor een kortere lijn van communicatie tussen cliënt en consulent. De kracht van de consulenten in onze relatief kleine gemeente ligt in het persoonlijk contact. Een snelle service, heldere communicatie, efficiënte procedures en een correcte bejegening vergroten het vertrouwen van de inwoner in de organisatie en verkleinen het gevoel van afstand tot de gemeente. Dit draagt ertoe bij dat de inwoner eerder geneigd zal zijn de regels na te leven. 3.2Tijdens de bijstandsverlening Rechtmatigheidscontrole Het is niet effectief om elke klant op dezelfde manier te controleren. Maatwerk is de leidraad. We weten uit de resultaten van eerdere onderzoeken dat fraude bij bepaalde groepen klanten, zoals woningdelers, meer voorkomt dan bij andere groepen. Er worden daarom gerichte controles uitgevoerd. Klanten waarbij intensieve controle noodzakelijk is, worden intensief gecontroleerd. Bij de meerderheid van de klanten is dit niet noodzakelijk. Zij worden op reguliere wijze (basisniveau) gecontroleerd. De rechtmatigheidscontrole wil Olst-Wijhe meer signaal gestuurd laten plaatsvinden. Mogelijke signalen op basis waarvan de rechtmatigheidscontrole wordt verscherpt zijn: Signalen van het inlichtingenbureau of SUWI-net waaruit blijkt dat de cliënt inkomsten of vermogen heeft dat niet is opgegeven. Signalen door middel van (anonieme) tips. Signalen van de cliënt zelf via het wijzigingsformulier. Overige signalen; via re-integratiebureaus, UWV –werkplein, Kredietbank etc. Het inkomsten- en wijzigingsformulier Cliënten leveren het wijzigingsformulier alleen in als er veranderingen zijn te melden in de persoonlijke omstandigheden, hun inkomsten en/of hun vermogen. Cliënten met wisselende inkomsten uit arbeid of een andersoortige wisselende uitkering (bijvoorbeeld WW of ZW) dienen elke maand hun inkomsten op te geven middels het inkomstenformulier. Als zij het inkomsten- en wijzigingsformulier hebben ingestuurd, krijgen ze automatisch een nieuw formulier toegestuurd. Brede voorlichting op de website Naast alle preventieve maatregelen die wij treffen voor alle inwoners die een uitkering aanvragen of ontvangen, willen we goede voorlichting geven aan alle inwoners van de gemeente over de regels die er binnen de gemeente gelden en over de consequenties die er volgen als iemand zich niet aan deze regels houdt. Onze gemeentelijke website biedt veel informatie over onze voorzieningen en de rechten en plichten die daarbij horen Contactmomenten De consulenten zijn op werkdagen de hele dag telefonisch bereikbaar. Als een consulent niet bereikbaar is wordt een terugbelnotitie gemaakt. De cliënt wordt dan binnen 24 uur teruggebeld door een medewerker van het betreffende team of anders op de eerstvolgende werkdag van de specifieke consulent. Daarnaast werken wij met twee inloopspreekuren voor de financiële tegemoetkomingen. Als inwoners hierover vragen hebben, dan kunnen zij op deze inloopspreekuren (1 in Olst, 1 in Wijhe) terecht. Vragen over de uitkering kunnen op dat moment ook doorgezet worden naar de betreffende consulent. 4Controle-op maat In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op welke wijze we de controle vormgeven. 4.1Controleren door middel van diverse systemen Zowel bij de start van een uitkering als tijdens de uitkering worden diverse systemen geraadpleegd om fraude te voorkomen. Bij start uitkering De consulent inkomen controleert de gegevens met in ieder geval de Basis Registratie Personen (BRP) en Suwinet. Suwinet biedt overheidsorganisaties de mogelijkheid om persoonsgegevens van burgers, die bij verschillende organisaties of basisregistraties zijn opgeslagen, te raadplegen. Medewerkers van de SVB, UWV en gemeenten kunnen via deze applicatie persoonsgegevens van verschillende overheidsorganisaties raadplegen. Wanneer er naar aanleiding van deze controle of naar aanleiding van andere signalen reden is om verder onderzoek te doen, wordt de aanvraag doorgezet naar de Sociale Recherche (SR). Er wordt aangemeld door middel van het meldingsformulier SR en er wordt een werkproces SR opgeboekt in het klantvolgsysteem. De SR-werkzaamheden kopen wij in bij de Sociale Recherche Deventer. Tijdens bijstandsverlening Het Inlichtingenbureau vergelijkt maandelijks de bestanden van sociale diensten van gemeenten met andere instanties zoals het UWV, DUO en de Belastingdienst. Door deze bestandsvergelijking heeft de gemeente (achteraf) zicht op inkomsten (uit loon, studiefinanciering of uitkering) die een bijstandsontvanger mogelijk niet heeft opgegeven. De uitkeringsadministratie van de gemeente Deventer verricht bij de bestandsvergelijking de eerste controle en waar nodig (wanneer het signaal niet bekend blijkt) wordt dit overgezet naar een consulent van het team Werk, Inkomen en Zorg van de gemeente Olst-Wijhe. Voor de studietoeslag geldt dat de consulenten minimabeleid de bestandsvergelijking ontvangen. Onderzoeken waarbij geen sprake is van witte fraude, maar vermoedens van woonfraude of zwart werk worden door de Sociale Recherche uitgevoerd. Het klantvolgsysteem (Csam) heeft een koppeling met de BRP. Dit houdt in dat wijzigingen in het BRP in Csam doorgezonden worden en er wordt automatisch een werkproces opgeboekt met de betreffende BRP-mutatie daarbij. 4.2Fraudesignalen De SR heeft bevoegdheden voor een aantal artikelen (strafbare feiten) uit het Wetboek van Strafrecht (WvS). De SR wordt ingezet bij het vermoeden van fraude in de aanvraagfase en tijdens de bijstandsverlening zoals hiervoor ook al is beschreven. De aanmelding van het vermoeden tot fraude wordt geregistreerd in het klantvolgsysteem. Zowel bij de aanvraag om een uitkering als tijdens de bijstandverlening kunnen er op diverse manieren fraudesignalen volgen op grond waarvan vervolgacties kunnen worden ingezet. Fraudesignalen kunnen binnenkomen tijdens een gesprek met de cliënt, bij het controleren van gegevens tijdens de aanvraag en tijdens de bijstandsverlening, door (anonieme) tips en door bijvoorbeeld de bestandsvergelijkingen. De fraudesignalen kunnen betrekking hebben op de volgende, mogelijke fraude: Domiciliefraude, identiteitsfraude, leefvormfraude, inkomensfraude en vermogensfraude. In het handboek Schulinck zijn diverse voorbeelden van signalen voor de verschillende fraudesoorten te vinden. Wanneer een consulent aanleiding ziet tot verder onderzoek zal dit, in overleg met de SR, worden uitgevoerd. De consulenten hebben een goed beeld van de signalen, en kunnen bij twijfel altijd de SR inschakelen. Deze is op afroep beschikbaar voor de consulenten. Casusbesprekingen met de consulenten met betrekking tot mogelijke fraudesignalen kunnen dan worden uitgevoerd, evenals (on)geplande huisbezoeken of controlegesprekken. Hierbij is dan de Sociale Recherche aanwezig. Er vindt in ieder geval eenmaal per kwartaal een overleg tussen de inkomensconsulenten en de SR plaats om casussen te bespreken. Thema onderzoeken Er kan ook gecontroleerd worden aan de hand van thema onderzoeken die in overleg met de SR Deventer worden uitgevoerd. Dit op grond van artikel 64 van de participatiewet. Deze controles hebben het doel om het bestand van uitkeringsgerechtigden over een periode van enkele jaren, te koppelen met ‘derden bestanden’, waarna met terugwerkende kracht rechtmatigheid van de verstrekte bijstand gecontroleerd/vastgesteld kan worden. Op deze wijze kan een gedeelte van het bestand op rechtmatigheid gecontroleerd worden. In overleg met de SR Deventer wordt dan gekeken welke themacontrole voor de gemeente Olst-Wijhe interessant is en een mogelijk resultaat kan opleveren. Wij kijken daarbij ook naar de themacontroles die in Deventer worden opgestart. Mogelijk kunnen dit ook interessante onderzoeken voor Olst-Wijhe zijn. Voorbeelden van themacontroles zijn: Meerdere auto’s op naam hebben staan Kamerverhuur, Partiële inkomsten (bijvoorbeeld inkomsten op basis van een nul-uren contract) Een themacontrole wordt zorgvuldig opgezet. Zo dient vooraf rekening gehouden te worden met uitspraken van de rechter. Een themacontrole mag bijvoorbeeld niet discrimineren. Als er alternatieven zijn, dan moet een afweging zijn gemaakt tussen de alternatieven. Waarom is de themacontrole het beste alternatief? Ook moet de vraag worden beantwoord: staat het belang in verhouding tot de mogelijke inbreuk. Heimelijke waarneming (observatie) Observeren kan als middel gebruikt worden als na een dossieronderzoek of na een gesprek met de cliënt een sterk vermoeden van fraude is. Observaties kunnen plaatsvinden om een goed beeld te krijgen van de activiteiten van een persoon/verdachte. Ook kan het nodig zijn om de woon- of verblijfplaats vast te stellen van een persoon/verdachte of het onder controle houden van een verdachte voor een voorgenomen aanhouding. Observaties worden door de Sociale Recherche gedaan. Observeren is het in beeld brengen van gedragingen van een persoon (cliënt of een vermeende partner) en beschrijven wat je ziet. Er zijn twee soorten observaties; stelselmatige en niet stelselmatige observaties. Bij niet stelselmatige observaties is de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van cliënt gering. Hierbij kan gedacht worden aan het langsrijden of stilstaan bij een pand/plaats om bijvoorbeeld een foto te maken. Er is veel jurisprudentie over wanneer men spreekt over niet-stelselmatige observatie en over stelselmatige observatie en de overgang ervan. Onder stelselmatige observatie wordt verstaan het, al dan niet heimelijk, systematisch en gericht waarnemen en/of volgen van een cliënt waardoor een min of meer volledig beeld kan worden verkregen van bepaalde aspecten van zijn leven. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van cliënt is in dit geval meer dan gering. Een aantal elementen is hierbij van belang: de duur, de plaats, de intensiteit of de frequentie van de observatie en het gebruik van een technisch hulpmiddel dat meer biedt dan alleen versterking van de zintuigen. Elk voor zich, maar met name in combinatie, zijn deze elementen bepalend voor de beantwoording van de vraag of in een bepaald geval een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van iemands leven wordt verkregen. Uit de verslaglegging van de observaties zal - mede in verband met de vereiste subsidiariteit en proportionaliteit van de uitgevoerde observaties - in voorkomend geval moeten kunnen blijken of zij in deze zin beperkt en kortstondig zijn gebleven 1ECLI:NL:HR:2012:BW9338. Het gaat in dit geval dus om de meer ingrijpende vormen van observatie die een verdergaande inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde. Voor een observatie die een meer dan geringe inbreuk oplevert is een specifieke wettelijke grondslag vereist. Het verwerken van persoonsgegevens in het kader van het bestuursrecht vallen onder de reikwijdte van de AVG. Bij de inzet van technische hulpmiddelen zoals camera's en peilapparatuur dient de toezichthouder er rekening mee te houden dat de observatie al snel een stelselmatig karakter zal kunnen hebben2 ECLI:NL:CRVB:2016:947 Observaties in het strafrecht Als er in het kader van het fraudeonderzoek een stelselmatige observatie noodzakelijk is dan heeft een officier van justitie op grond van het Wetboek van Strafvordering de leiding over het opsporingsonderzoek (artikel 132a en 148 Wetboek van Strafvordering). De persoonsgegevens die in het kader van dit strafrechtelijke onderzoek worden verwerkt vallen onder de Wet politiegegevens. Bij fraude onderzoeken waarin gebruik wordt gemaakt van heimelijke waarneming (observatie) worden cliënten na afloop van het fraudeonderzoek hierover geïnformeerd (artikel 14 AVG). Hiervan kan worden afgezien als er sprake is van een in artikel 14 of 23 AVG jo artikel 41 eerste lid Uitvoeringswet AVG genoemde uitzonderingsgrond. Het gaat dan bijvoorbeeld om gevallen waarin cliënt met onbekende bestemming is vertrokken, het kost onevenredig veel inspanning (cliënt is bijvoorbeeld geëmigreerd, ter bescherming van cliënt of van de rechten en vrijheden van anderen, ter voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten. Zodra het onderzoeksbelang dit toe laat moet de cliënt alsnog worden geïnformeerd In het dossier moet worden vastgelegd dat over de heimelijke waarneming is geïnformeerd. Alleen op die wijze kan naleving van de informatieplicht worden gegarandeerd. Een behoorlijke en zorgvuldige gegevensverwerking (artikel 5 AVG) vereist dat het voldoen aan de informatieplicht duidelijk kenbaar in het dossier wordt vastgelegd. 4.3Huisbezoeken en internetonderzoek Als er aanleiding is om een huisbezoek af te leggen dan volgen wij het opgestelde protocol Huisbezoek Team Werk, Inkomen en Zorg 2023-2024. Ook kan internetonderzoek noodzakelijk zijn om te beoordelen of een klant rechtmatig zijn of haar uitkering ontvangt of gaat ontvangen. Dan volgen wij de door de VNG opgestelde Handreiking Internetonderzoek Participatiewet. Deze zijn bijgevoegd. 4.4Toetsing Op grond van het mandaatstatuut zijn alle medewerkers van het team Werk en Inkomen bevoegd om zelf besluiten te nemen wanneer het gaat om aanvragen, mutaties etc. Op grond van het ‘vierogen principe’ is voorheen afgesproken dat deze werkprocessen door een andere collega, die belast is met toetsen, te laten controleren. De praktijk wijst uit dat er bij ‘lastige’ processen altijd een casusbespreking is met betrokken consulenten voorafgaand aan de besluitvorming. Op grond daarvan is besloten af te zien van het vier ogen principe bij alle aanvragen. Hieronder wordt beschreven welke werkprocessen nog wel worden gecontroleerd door een ander dan diegene die het besluit heeft genomen. Daarbij willen we opmerken dat er altijd een mogelijkheid blijft bestaan meer te controleren dan de minimale variant zoals hieronder is beschreven. Dit kan het geval zijn bij bijvoorbeeld het inwerken van nieuwe medewerkers binnen het team. Inkomen De aanvragen en beëindigingen levensonderhoud worden één op één getoetst door een andere consulent dan die de aanvraag heeft behandeld. Er wordt in ieder geval getoetst op de inhoud van de opgestelde rapportage en beschikking, deze wordt ondertekend door degene die de toetsing uitvoert. Iedere consulent van het team Inkomen is gemandateerd zelf besluiten te nemen en zal daarom ook de overige beschikkingen zelf tekenen. Het toetsen wordt via het systeem (Csam) geregeld en geregistreerd. Alle andere werkprocessen (denk aan mutatieonderzoek etc.) worden naar eigen inzicht van de betreffende consulent getoetst. Het systeem biedt de mogelijkheid om altijd een toets moment in te voeren, bij elk werkproces. Minimabeleid Alle aanvragen minimabeleid worden in beginsel niet getoetst, wanneer het een toekenningsbesluit is wat is genomen volgens de geldende richtlijnen in de beleidsregels. Wanneer een besluit afwijkt van de geldende richtlijnen wordt er wel een toets uitgevoerd. Ook in het geval van een afwijzend besluit wordt er getoetst. Ook hier biedt het systeem de mogelijkheid om altijd een toets moment in te voeren, bij elk werkproces. Werk Alle beschikkingen rondom vaststellen arbeidsverplichting, opstellen plan van aanpak en ontheffing van de arbeidsverplichting worden in beginsel niet getoetst, wanneer het besluit genomen is volgens de geldende richtlijnen in de beleidsregels. Wanneer een besluit afwijkt van de geldende richtlijnen wordt deze casus onderling besproken. Indien nodig wordt hiervoor de beleidsmedewerker Werk en Inkomen en/of de teamleider ingeschakeld. De motivering wordt dan vastgelegd. 5Sancties op maat Binnen ons handhavingsbeleid ligt de nadruk op preventie. Desondanks komt er uitkeringsfraude voor. Uitkeringsfraude kan als gevolg hebben dat de ten onrechte verkregen uitkering of voorziening wordt teruggevorderd. Daarnaast kan de uitkering worden verlaagd (maatregel) en wordt er beoordeeld of er een boete moet worden opgelegd. 5.1Landelijke wetgeving en ontwikkelingen De bestuurlijke boete is vastgelegd in de Participatiewet en in het Boetebesluit socialezekerheidswetten. Afhankelijk van de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden van de inwoner en de financiële draagkracht, wordt de hoogte van de boete bepaald. Daarnaast bestaat er een mogelijkheid om, onder voorwaarden, een waarschuwing te geven in plaats van een boete. Landelijk gezien is de trend dat de overheid het vertrouwen tussen burgers en overheid wil herstellen. Dat zal alleen gaan als de overheid betrouwbaar is, vertrouwen heeft in burgers en oog heeft voor de menselijke maat. Conform de recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep houden wij rekening met de menselijke maat en toetsen wij onze beslissing onder andere aan de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur. Dit houdt onder andere in dat wij maatwerk leveren waar dit kan en nodig is en oog hebben voor de evenredigheid van het besluit. Verlaging bij niet nakomen van overige verplichtingen Het komt ook voor dat overige aan de bijstand verbonden verplichtingen niet worden nagekomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling. Bij het niet nakomen van de verplichtingen voortvloeiende uit de wet (met uitzondering van de inlichtingenplicht) en bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening van het bestaan, wordt de uitkering of inkomensvoorziening tijdelijk verlaagd. De afstemming is vastgelegd in de Participatiewet en is nader uitgewerkt in de Verordening Sociaal Domein Olst-Wijhe. 5.2Gevolgen voor cliënten en gemeente Alle medewerkers binnen het Sociaal Domein proberen de cliënt zo goed mogelijk te informeren over de verplichtingen die gelden en wat voor gevolgen het heeft als deze verplichtingen niet nagekomen worden. Door hierover duidelijk te communiceren met de cliënt, wordt getracht sanctioneren te voorkomen. Als de medewerkers fraude signaleren bij een cliënt, kan er overgegaan worden tot het doen van aangifte. Bij de Participatiewet wordt in principe pas aangifte gedaan als het gaat om een benadeeld bedrag van € 50.000 of hoger. Dit gebeurt dan door de sociale recherche Deventer namens Olst-Wijhe. 6Controle overige regelingen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op controle op het gebied van re-integratie en inburgering. Daarnaast wordt de controle voor de Bbz, debiteuren en verhaal beschreven. 6.1Re-integratie Bij de re-integratie staat met name het voldoen aan de arbeidsverplichtingen centraal. In de gesprekken met de cliënten wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn om te participeren in de maatschappij waarbij het verrichten van betaalde arbeid de voorkeur heeft. In een plan van aanpak wordt beschreven welke stappen gezet gaan worden en wat de verplichtingen van de cliënt zijn (bijvoorbeeld het meewerken aan een medisch advies om de belastbaarheid te bepalen of het volgen van een leer-werktraject). Als de cliënt zich niet of niet geheel aan de verplichtingen houdt dan kan met behulp van de Afstemmingsverordening een maatregel worden opgelegd.Het merendeel van de cliënten wordt meerdere keren per jaar gesproken, maar wij streven er naar dat er in ieder geval één keer per jaar een gesprek met een cliënt plaatsvindt. 6.2Wet inburgering Op 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering ingegaan. Deze wet legt de regie op inburgering bij de gemeenten. Voorheen waren nieuwkomers zelf verantwoordelijk voor hun inburgering waarvoor zij geld konden lenen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Er is nadrukkelijk geen sprake van een decentralisatie zoals bijvoorbeeld bij de Participatiewet. Gemeenten hebben de regie in de vorm van medebewind. De mogelijkheden tot een eigen lokaal beleid zijn dus beperkt. In de nieuwe Inburgeringswet zijn gemeenten verantwoordelijk voor het afnemen van een brede intake. Dit geeft een beeld van de startpositie van de inburgeraar op alle leefgebieden. De brede intake wordt zo snel als mogelijk na vestiging in de gemeente uitgevoerd. Ook wordt er een leerbaarheidstoets afgenomen. Op basis hiervan wordt met iedere inburgeraar een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie opgesteld (PIP). In het PIP wordt ook vastgelegd welke leerroute de inburgeraar gaat volgen. Het PIP bevat ook allerlei afspraken die bijdragen aan de persoonlijke inburgeringsdoelen. Het PIP is een beschikking en daarmee een officieel besluit. De gemeente kan handhaven op het niet nakomen van het PIP. We stellen het PIP zoveel mogelijk in samenspraak met de statushouder op en zien de uitvoering daarvan als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het participatieverklaringstraject (PVT) bestaat ook in het huidige inburgeringsstelsel, maar wordt onder de nieuwe Wet inburgering uitgebreid. Het gehele traject duurt minimaal twaalf uur en bevat onder andere bijeenkomsten met gastsprekers over bijvoorbeeld gemeentelijke regelingen. Het laatste onderdeel van het PVT is het ondertekenen van de participatieverklaring. Met de ondertekening verklaren inburgeraars dat zij kennis hebben genomen van de belangrijkste waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat hij/ zij deze respecteert. Het PVT moet binnen de inburgeringstermijn van drie jaar worden afgerond. De PVT is ook verplicht voor gezinsmigranten. De consulent inburgering is verantwoordelijk voor het begeleiden van het gehele inburgeringstraject. Dit bestaat uit: kennismaking (indien mogelijk al op het AZC), brede intake, opstellen PIP, begeleiding en regie bij Participatie en het verdere inburgeringstraject. Op deze manier bieden we maatwerk, communiceren we in korte lijnen en borgen we dat we cultuursensitief werken. Daarnaast voert de Consulent inburgering regie op het hele netwerk van samenwerkende organisaties rond de inburgeraar. De Consulent inburgering ziet erop toe dat partners signalen onderling delen zodat er een sluitende ondersteuning is. De Consulent inburgering zorgt voor een goede doorverwijzing binnen de gemeente naar bijvoorbeeld Wmo of de Jeugdwet en daarnaast naar (zorg)instellingen buiten de gemeentelijke organisatie. Uiteraard blijft de statushouder in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor zijn inburgering. Handhaving Onder de nieuwe Wet inburgering is DUO verantwoordelijk voor de handhaving op het behalen van de inburgering. De gemeente is verantwoordelijk voor handhaving op medewerking aan de brede intake of leerbaarheidstoets en de afspraken die zijn vastgelegd in de PIP. Hierbij gaan we uit van vertrouwen en preventie. We geloven dat ook statushouders graag mee willen doen en willen inburgeren in onze samenleving. In ons beleid en uitvoering gaan we uit van vertrouwen en preventie en werken we volgens de bedoeling, ook bij de handhaving. Om fraude te voorkomen, zetten we sterk in op preventie. Dat doen we door statushouders te informeren en voor te lichten over het Nederlandse inburgeringsstelsel en de lokale en regionale afspraken. Daarbij is zowel aandacht voor de rechten en plichten van de statushouder, als de rechten en plichten die de gemeente heeft. Door de inzet van een gespecialiseerde Consulent inburgering zijn er korte lijnen tussen gemeente en inburgeraars. Dit versterkt de mogelijkheden van de inburgeraars om gemaakte afspraken (PIP) na te komen en wetten en regels na te leven. De frequentie van de voortgangsgesprekken wordt vastgesteld op basis van de uitkomsten van de brede intake en afgestemd op de inburgeringsplichtige. In het eerste jaar zijn er minimaal twee voortgangsgesprekken. De frequentie van de voortgangsgesprekken worden opgenomen in het PIP. Mocht er desondanks toch sprake zijn van opzettelijk frauduleus gedrag, dan volgen we de maatregelen zoals de wetgeving die voorschrijft. Het daadwerkelijk sanctioneren is het formele sluitstuk waarvan pas sprake is al er geen mogelijkheid is tot constructieve dialoog over de gemaakte afspraken. De gemeente moet binnen uiterlijk 10 weken na de dag waarop de inburgeringsplichtige is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) het PIP vaststellen. Op de dag van ondertekening van het PIP gaat de inburgeringstermijn van 36 maanden in. Hiertoe moet de gemeente gegevens communiceren aan DUO. Dit wordt gedaan in de Portal Inburgering (PIB) van DUO. Gedurende het traject registreert de Consulent inburgering de vorderingen in de PIB, waaronder: De aanwezigheid van de inburgeringsplichtige bij de taallessen, het taalniveau en de eventuele afronding van de leerroute; De aanwezigheid bij de activiteiten van de MAP en de afronding ervan; en De aanwezigheid bij de workshops en de ondertekende participatieverklaring. De opgelegde boetes wegens het niet verschijnen voor de brede intake of onvoldoende medewerking aan de brede intake, dan wel het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen uit het PIP. De werkwijze, te behalen termijnen, koppeling van gegevens, monitoring en handhaving op uitvoering PIP, en het opleggen van een boete zijn vastgelegd in het Uitvoeringsplan Wet Inburgering 2021 en de Beleidsregels Wet inburgering 2021. DUO is bevoegd voor het opleggen van boetes bij het niet behalen van de afgesproken leerroute binnen drie jaar, het niet afronden van het Participatieverklaringstraject en het niet op tijd afronden van de module Arbeidsmarkt en Participatie. Dit is geen gemeentelijke bevoegdheid. 6.3Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) Met ingang van 1 januari 2020 is het Besluit Bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004) gewijzigd en is de regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Bbz 2004 (RAU) ingetrokken. Hierdoor vervallen de landelijke administratieve voorschriften over onderzoekverplichtingen, onderzoekfrequenties, beëindigingsonderzoeken en de gemeentelijke administratie. Dit betekent dat gemeenten zelf moeten regelen hoe zij de rechtmatigheid van de uitkeringsverstrekking borgen. De gemeente heeft beleidsruimte voor een eigen werkwijze en eigen administratieve inrichting. Het college blijft wel bevoegd om een heronderzoek in te stellen, als daartoe aanleiding bestaat. De verplichting tot periodieke herbeoordeling van de levensvatbaarheid van het bedrijf of beroep van beginnende zelfstandigen is omgezet naar een gemeentelijke bevoegdheid. Wij voeren de volgende heronderzoeken uit: Definitieve vaststelling BBZ. Dit vindt plaats in het opvolgende jaar na verstrekking van de BBZ (bv. verstrekte BBZ over 2022 wordt in 2023 definitief vastgesteld). Deze heronderzoeken worden gepland omstreeks juli van een bepaald jaar, omdat dan meestal de IB-aanslag, jaarstukken e.d. aangeleverd kunnen worden. Wanneer er sprake is van een BBZ-krediet, moet er jaarlijks (begin van het jaar) een rentebrief worden opgesteld. Wanneer er sprake is van een BBZ-krediet vinden er ook heronderzoeken debiteuren plaats, om te kijken of er aan de aflossingsverplichting wordt voldaan. Bij een lopende Bbz-uitkering doen we in het eerste jaar van de BBZ halfjaarlijks een onderzoek. Als er sprake is van een IOAZ-uitkering doen we 1x per jaar een heronderzoek (onderzoek naar vermogen e.d.). De uitvoering van de BBZ wordt gedaan door de consulenten Bbz van de gemeente Deventer. De rechtmatigheidsonderzoeken worden in principe schriftelijk gedaan. De terugontvangen gegevens worden vergeleken met de gegevens vanuit Suwinet en de BRP. Bij onduidelijkheden vindt nader onderzoek plaats. 6.4Debiteuren De onderzoeken worden gedaan op grond van de Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe januari 2024. 6.5Verhaal Wanneer verhaalsonderzoeken worden gedaan, worden deze gedaan op grond van de Beleidsregels sociaal domein Olst-Wijhe januari 2024 en de Participatiewet. 7Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Uitgangspunten van de Wmo 2015 zijn: Uitgaan van wat mensen wél kunnen; Eerst kijken naar eigen mogelijkheden; Voor wie niet (meer) zelfredzaam kan zijn is er ondersteuning of hulp. De Wmo is bedoeld voor alle inwoners vanaf 18 jaar (hulpmiddelen uitgezonderd) en het maatschappelijke doel van de Wmo is ‘meedoen’. De wet wil ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving, geholpen door vrienden, familie of bekenden. De gemeente voorziet in hulp waar het nodig is. 7.1Inkoop en raamovereenkomsten De gemeente Olst-Wijhe heeft binnen de Wmo diverse intergemeentelijke samenwerkingen, raamovereenkomsten en contracten. Raamovereenkomst maatwerkvoorzieningen In 2021 hebben de gemeenten Raalte en Olst-Wijhe een aanbestedingsprocedure doorlopen voor de maatwerkvoorzieningen Wmo met als resultaat een Raamovereenkomst Wmo Maatwerkondersteuning 2021. De raamovereenkomst loopt tot 31 december 2026 en kan daarna nog eenmalig met twee jaar worden verlengd, tot 31 december 2028. In de raamovereenkomst zijn de volgende maatwerkvoorzieningen opgenomen: Ondersteuning gericht op het huishouden; Ondersteuning individueel basis; Ondersteuning individueel plus; Ondersteuning in groepsverband basis; Ondersteuning in groepsverband plus; Respijtopvang; Vervoer van en naar dagbesteding. In deze raamovereenkomst is het niet mogelijk gedurende de looptijd nieuwe contractanten binnen de overeenkomst toe te laten treden. Er zijn 25 contractanten toegewezen en er is een wachtkamerovereenkomst. De financiële administratie van de zorgaanbieders leveren voor de maatwerkvoorzieningen aan het eind van het boekjaar per gemeente productieverantwoordingen aan. Deze verantwoordingen moeten voor 1 maart van het daaropvolgende jaar zijn aangeleverd. De backoffice Wmo toetst deze verantwoordingen op inhoud en bekijkt vervolgens per zorgaanbieder of er een accountantsverklaring afgegeven moet worden. Is er binnen het contract voor meer dan € 125.000 aan zorg geleverd dan moeten ze deze voor 1 april aanleveren. De financieel adviseur draagt zorg voor de financiële verantwoording voor de afwikkeling van het boekjaar. Raamovereenkomst Huishoudelijke ondersteuning In 2022 is de aanbestedingsprocedure voor Huishoudelijke Ondersteuning met de gemeente Raalte uitgevoerd, de nieuwe contracten gaan in per 1 januari 2023. In de raamovereenkomst is de volgende maatwerkvoorziening opgenomen: Huishoudelijke ondersteuning Het gaat om een semi ‘Open House’ procedure (semi omdat er na initiële toelating geen doorlopende aanmelding mogelijk is). Dit houdt in dat tussentijds toetreden van nieuwe aanbieders niet mogelijk is tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals beschreven in het ‘aanmelddocument volgens de open house procedure Huishoudelijke Ondersteuning’. Er zijn nu 10 organisaties met een contract. De huidige raamovereenkomst heeft een looptijd tot 1 januari 2027 en kan daarna nog eenmaal eenzijdig (door de gemeente) verlengd worden tot 1 januari 2029. Hulpmiddelen; contract In 2024 zijn de Wmo-hulpmiddelen aanbesteed door de gemeenten Apeldoorn, Heerde, Epe, Voorst, Brummen, Olst-Wijhe, Zutphen en Lochem. Deze aanbesteding heeft geleid tot een raamovereenkomst voor elke gemeente met twee contractpartijen. Alle gemeenten zijn een contract aangegaan met Medipoint en Meyra. De praktische afspraken tussen de gemeente en de contractpartijen Medipoint en Meyra zijn terug te vinden in het werkafsprakenboek welke minimaal jaarlijks wordt geüpdatet. De overeenkomst schrijft voor dat er binnen vier maanden, na het verstrijken van het kalenderjaar de jaarrekening voorzien van een goedkeurende R.A.-accountantsverklaring wordt aangeleverd. Hiermee verklaart de contractpartij dat de gefactureerde en geleverde hulpmiddelen en servicedienstverlening overeenkomen binnen de kaders van deze raamovereenkomst en daaronder verleende opdrachten in het voorgaande kalenderjaar juist zijn. Dit contract is ingegaan op 1 oktober 2024 en loopt tot 30 september 2028, en kan tweemaal verlengd worden met 24 maanden waardoor het contract loopt tot 30 september 2032. Maatwerkvervoer De Overeenkomst Maatwerkvervoer heeft betrekking op het uitvoeren van het vervoer voor de gemeenten Olst-Wijhe, Ommen en Dalfsen ). Dit contract loopt vanaf 1 augustus 2019 voor 3 jaar en kan tweemaal met 2 jaar worden verlengd. Munckhof zal de vervoerder zijn voor de looptijd van het contract. Het huidige contract loopt af per 1 augustus 2026. De nieuwe aanbestedingsprocedure is inmiddels in gang gezet. Binnen het contract wordt er onderscheid gemaakt in structureel en incidenteel vervoer. Er is actuele informatie over de ritten en pashouders beschikbaar via online portalen. De gemeente ontvangt maandelijks een rapportage en factuur. Per kalenderjaar wordt de eindafrekening berekend. De berekening van de bijdrage vindt plaats op basis van het aantal gerealiseerde declarabele reizigerskilometers per maand. Op de prijs (inclusief btw) worden de gerealiseerde vervoersopbrengsten reizigersbijdragen (inclusief btw) in mindering gebracht. Als vervoersopbrengsten worden aangemerkt het totaal van de voor de uitvoering van de ritten door reizigers betaalde tarieven en de omzetbelasting van 6%. Aangezien de gemeenten de btw over de vervoersopbrengsten afdragen aan de belastingdienst, dient de vervoerder de vervoersopbrengsten inclusief btw in mindering te brengen op de prijs. De berekening van de eindafrekening vindt eveneens plaats op basis van de het aantal gereden kilometers en bij daartoe gecontracteerde prijs. Diverse (kleinere) contracten Geneeskundige onderzoeken Na een meervoudige, onderhandse aanbesteding is er voor geneeskundige onderzoeken een contract met JPH consult B.V. (voor sociaal medische advisering) aangegaan. Naast de Wmo zijn in dit contract ook de andere geneeskundige onderzoeken uit het sociaal domein opgenomen. Beschermd wonen Het rijk heeft een aantal centrumgemeenten aangewezen die verantwoordelijk zijn voor de financiering en uitvoering van beschermd wonen. De gemeente Deventer is centrumgemeente voor de provincie Overijssel en dus ook voor de gemeente Olst-Wijhe. De beleidsmedewerker beschermd wonen van team Ruimte en Samenleving monitort de ontwikkelingen met betrekking tot beschermd wonen en is aanwezig bij de ambtelijke en bestuurlijke overleggen. Woningaanpassingen Voor de woningaanpassingen zijn er afspraken met de woningcorporatie Salland vastgesteld vanaf2020. De gemeente Olst-Wijhe heeft gelijke afspraken als de gemeente Raalte. De beleidsmedewerker Wmo monitort de samenwerkingsafspraken met de woningcorporatie. Financiële aansluiting ZIN met Zorgaanbieders Iedere week wordt via individuele betalingen de aan de cliënten toegekende budgetten overgemaakt aan zorgaanbieders. Communicatie over beschikkingen en declaraties verloopt via het IWmo berichtenverkeer. Via een 323 bericht wordt de declaratie door de aanbieder verstuurd. De gemeente antwoord hierop met een 325 om de declaratie goed of af te keuren. Dit proces verloopt automatisch. PGB (persoonsgebonden budget) Aan een inwoner kan op basis van de Wmo een PGB worden toegekend. De verschillende vormen van een PGB zijn nader beschreven in werkafspraken. Het ‘Servicecentrum PGB’ van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) beheert voor de inwoners het PGB-bedrag dat door de gemeente op de bankrekening van het Servicecentrum PGB wordt gestort. De SVB verzorgt alle betalingen aan de zorgverleners en controleert deze. Betaling volgt alleen als sprake is van een zorgovereenkomst tussen de inwoner en de zorgverlener. Controle vindt plaats op juistheid en volledigheid van een factuur, een urenbriefje of een in de zorgovereenkomst afgesproken vastgesteld maandelijks bedrag. Als er sprake is van een eenmalig PGB dan kan als de cliënt schulden heeft het PGB rechtstreeks aan de leverancier worden overgemaakt als er een bewijs van leveren of plaatsen wordt ingeleverd. Financiële aansluiting PGB met SVB Per maand wordt er met een verzamelbetaling (voorschot) de aan de cliënten (op basis van indicatie) toegekende budgetten overgemaakt aan de SVB. Ook ontvangt de SVB van de gemeente op cliëntniveau een (geautomatiseerd) bericht van de aan die cliënt toegekende indicatie. De SVB ziet erop toe dat er niet meer dan het maximaal aan de cliënt toegekende budget (op basis van de indicatie) uitbetaald wordt aan de zorgverleners. Het niet bestede budget wordt naar de gemeente teruggestort. Na afloop van het boekjaar wordt gecontroleerd of de volgens onze financiële administratie (SAP) door ons aan de SVB uitbetaalde- en de door de SVB aan ons terugbetaalde bedragen aansluiten met het jaaroverzicht van de SVB. Door de gemeente kan op de beveiligde SVB-site vervolgens op cliëntniveau gecontroleerd worden hoeveel van het geïndiceerde budget er daadwerkelijk is besteed. Via de accountant van de SVB ontvangen wij na afloop van het boekjaar een (goedgekeurde) projectbrief rechtmatigheid, waarin aangegeven wordt of de betalingen via de SVB wel of niet rechtmatig zijn geweest. Afstemming vindt plaats met onze accountant. Toezichthouders Wmo In artikel 6.1 van de Wmo staat dat gemeenten een toezichthouden taak hebben binnen de Wmo. In artikel 6.1 staat dat het college van B en W personen moet aanwijzen “die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.” Deze toezichthouders worden door een besluit van het college van B en W aangewezen als toezichthouder. De wetgever laat gemeenten vrij hoe de Wmo-toezicht wordt ingevuld. De gemeente Olst-Wijhe heeft de toezichthoudende taak bij de GGD IJsselland belegd en monitort de resultaten van de toezichthouders. Sociale recherche Als er vermoedens zijn van onrechtmatig gebruik van (de middelen voor) Wmo-voorzieningen dan kan net als bij de uitvoering van de Participatiewet aan de Sociale Recherche gevraagd worden om een onderzoek uit te voeren. 8Jeugdwet RSJ IJsselland De inkoop van de jeugdhulp bij zorgaanbieders (contracten) is door 11 gemeenten in de regio IJsselland waaronder gemeente Olst-Wijhe uitbesteed aan het RSJ. De hieronder genoemde onderdelen vallen onder de verantwoordelijkheid van het RSJ: Klanttevredenheidsonderzoek; Steekproef materiële controle bij de aanbieders; Beoordeling AO/IC van de aanbieders; Afstemming met de accountants van de deelnemende gemeente(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.