← Nederland

Wijziging omgevingsplan Rotterdam vanwege het projectbesluit Aramis (Rotterdam)

act/ministerie/2025/CVDR738504 /join/id/stop/work_022 /akn/nl/act/mnre1045/2025/TijdelijkDeelKGG000004 /join/id/stop/work_021 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696362 /join/id/stop/work_006 2025-04-25 202

Artikel 3

.1 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over activiteiten ten behoeve van het ontwikkelen, gebruiken en beheren van de CO2-infrastructuur. Artikel 3.2 Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 3.3 Vergunning- en maatwerkvoorschriften

  1. Er kunnen met het oog op de doelen zoals genoemd in artikel 1.3 maatwerkvoorschriften worden gesteld ten aanzien van activiteiten zoals opgenomen in dit hoofdstuk.
  2. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit hoofdstuk tenzij anders is bepaald.
  3. Deze maatwerkvoorschriften strekken slechts tot het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu.
  4. Maatwerkvoorschriften worden genomen in onvoorziene situaties, bijzondere gevallen, lokale omstandigheden en het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
  5. Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan worden verbonden.
  6. Er kunnen voorschriften aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Deze vergunningvoorschriften strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. Artikel 3.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als bedoeld in dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen als benoemd in artikel 1.3, met het oog waarop de regels in de dit hoofdstuk zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en, c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Afdeling 3.2 Het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een CO2-leiding Paragraaf 3.2.

Artikel 3.5 Algemene regels 1.

Het is toegestaan een buisleiding voor het transport van CO2 aan te leggen, in werking te hebben en te verwijderen.

  1. Activiteiten die (functioneel) ondersteunend zijn aan de activiteiten onder lid 1 van dit artikel (waaronder de aanleg van overkluizingen, tunnels en meetstations) zijn toegestaan.
  2. Tijdelijke activiteiten in het kader van de aanleg van de CO2-leiding (waaronder werkterreinen en –wegen en operatorruimten) zijn toegestaan. Artikel 3.6 Bouwregels Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de in artikel 3.5 aangewezen activiteiten worden gebouwd met inachtneming van de ter plaatse geldende bouwregels van het omgevingsplan op het moment van vaststelling van onderhavige regels. In ieder geval zijn toegestaan pipe-racks en pijpondersteuningen. Afdeling 3.3 Het aanleggen, in werking hebben en verwijderen van een CO2-terminal Paragraaf 3.3.

Artikel 3.7 Algemene regels 1.

Het is toegestaan een CO2-terminal aan te leggen, in werking te hebben en te verwijderen.

  1. Voorzieningen die (functioneel) ondersteunend zijn aan de activiteiten onder lid 1 van dit artikel (waaronder afvalwaterzuivering, luchtbehandelingssystemen, damp- en geurverwerkingsinstallaties en elektriciteitsopwekking anders dan met behulp van windturbines, wegen, paden, onder- en bovengrondse buisleidingen, verkeers- en parkeervoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, lichtvoorzieningen, erf- en terreinafscheidingen, water en waterlopen en groenvoorzieningen) zijn toegestaan.
  2. Tijdelijke activiteiten in het kader van de aanleg van de CO2-terminal (waaronder werkterreinen en –wegen) zijn toegestaan. Artikel 3.8 Bouwregels Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de in artikel 3.7 aangewezen activiteiten worden gebouwd met inachtneming van de ter plaatse geldende bouwregels van het omgevingsplan op het moment van vaststelling van onderhavige regels. In ieder geval zijn toegestaan aanlegsteigers, opslag- en stikstoftanks, hoge- en lagedrukpompen, koelapparaten, licht- en vlaggenmasten en erf- en terreinafscheidingen. Afdeling 3.4 Het aanleggen, in werking hebben en verwijderen van een afsluiterinstallatie Paragraaf 3.4.

Artikel 3.9 Algemene regels 1.

Het is toegestaan om een afsluiterlocatie te realiseren ten behoeve van een CO2 - leiding.

  1. Activiteiten die (functioneel) ondersteunend zijn aan de activiteiten onder lid 1 van dit artikel (waaronder wegen, paden, onder- en bovengrondse buisleidingen, verkeers- en parkeervoorzieningen, meetstations, geluidswerende voorzieningen, lichtvoorzieningen, erf- en terreinafscheidingen, water en waterlopen en groenvoorzieningen) zijn toegestaan.
  2. Tijdelijke activiteiten in het kader van de aanleg van de afsluiterlocaties (waaronder werkterreinen en –wegen) zijn toegestaan. Artikel 3.10 Bouwregels Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de in artikel 3.9 aangewezen activiteiten worden gebouwd met inachtneming van de ter plaatse geldende bouwregels van het omgevingsplan op het moment van vaststelling van onderhavige regels. In ieder geval zijn toegestaan afsluiterinstallaties, licht- en vlaggenmasten en erf- en terreinafscheidingen. Hoofdstuk 4 Overige bepalingen Artikel 4.1 Algemene beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning
  3. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; c. de doelen als opgenomen in artikel 1.
  4. Voor een activiteit waarvoor overeenkomstig de daarop toepasselijke beoordelingsregels, bedoeld in hoofdstuk 2, geen omgevingsvergunning kan worden verleend, of die niet overeenkomstig de voor de activiteit geldende algemene regels in deze hoofdstukken kan worden uitgevoerd, kan een omgevingsvergunning worden verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: a. er zijn geen geschikte alternatieven; en, b. het doorgang vinden van de activiteit is noodzakelijk met het oog op een van de doelen zoals benoemd in artikel 1.
  5. Artikel 4.2 Eerbiedigende werking
  6. Een bestaande activiteit die in strijd is met de regels waarmee het projectbesluit Aramis het omgevingsplan wijzigt, mag worden voortgezet.
  7. Het is verboden een strijdige activiteit zoals bedoeld in het eerste lid te veranderen, tenzij: a. door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; b. de activiteit hiermee in overeenstemming met het omgevingsplan wordt gebracht.
  8. Als de strijdige activiteit zoals bedoeld in het eerste lid voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden de activiteit daarna te hervatten.
  9. Het bepaalde in lid 1 t/m 3 is niet van toepassing op een strijdige activiteit die reeds in strijd was met de voorheen geldende regels van het omgevingsplan voordat het projectbesluit het omgevingsplan wijzigde, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. Bijlage I Overzicht informatieobjecten plangebied Rotterdam /join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_Aramis_plangebied_Rotterdam/nld@2025-04-03 Belemmeringengebied CO2 leiding /join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_Aramis_belemmeringengebied_CO2leiding_Rotterdam/nld@2025-04-03 CO2-leiding /join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_Aramis_buisleiding_leidingtrace_Rotterdam/nld@2025-04-03 CO2-terminal /join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_bodemenergiegebied_co2terminal_Rotterdam/nld@2025-04-03 afsluiterlocatie /join/id/regdata/mnre1182/2025/pb_Aramis_buisleiding_afsluiterlocatie_Rotterdam/nld@2025-04-03 Bijlage II Begrippen Bestaande activiteiten zoals legaal aanwezig c.q. in uitvoering op het tijdstip van inwerkingtreding van de voorbeschermingsregels, dan wel toegestaan is krachtens een voor dat tijdstip verleende omgevingsvergunning. de Minister De Minister van Klimaat en Groene Groei Algemene toelichting Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Toelichting op de regeling De wijziging van het omgevingsplan bestaat uit regels en geografische informatieobjecten (locaties), vergezeld van een toelichting en bijlagen. De regels en de geografische informatieobjecten vormen het juridisch bindende deel van de wijziging van het omgevingsplan. De wijziging van het omgevingsplan ziet op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ten behoeve van het project Aramis. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de uitleg van de regels. Opbouw van de regels De indeling van de regels is als volgt: Voorrangsbepaling: Hierin is geregeld hoe de verhouding is tussen het omgevingsplan en het projectbesluit. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Dit hoofdstuk omvat drie artikelen: - Artikel 1.1: Begripsbepalingen. Dit artikel verwijst omvat alle noodzakelijke begripsbepalingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot; - Artikel 1.2: Meet- en rekenbepalingen. Dit artikel geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. - Artikel 1.3: Doelen. Dit artikel bevat de doelen in verband waarmee regels zijn gesteld die het omgevingsplan wijzigen. Hoofdstuk 2 Gebiedsaanwijzingen In hoofdstuk 2 zijn de beperkingengebieden opgenomen ter bescherming van de fysieke leefomgeving in verband met activiteiten ter plaatse van de energieinfrastructuur. Hoofdstuk 3 Activiteiten Hoofdstuk 3 bevat de regels over activiteiten ten behoeve van het ontwikkelen, gebruiken en beheren van de CO2-infrastructuur als gevolg van het projectbesluit Aramis. In de algemene regels wordt het toepassingsbereik, het normadressaat, de (mogelijkheid van) vergunning- en maatwerkvoorschriften en de specifieke zorgplicht geregeld. Vervolgens wordt per projectonderdeel geregeld welke activiteiten toegestaan zijn en welke voorwaarden gesteld zijn. Bij de activiteiten wordt het volgende stramien gevolgd: - Activiteit A: • Algemene regels • Bouwregels Hoofdstuk 4 Overige bepalingen Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: - Artikel 4.1: Dit artikel bevat de algemene beoordelingsregels voor een aanvraag omgevingsvergunning, bestaande uit algemene weigeringsgronden maar ook nadere afwegingsruimte om een omgevingsvergunning juist wel te kunnen verlenen. - Artikel 4.2: In dit artikel is het overgangsrecht (eerbiedigende werking) opgenomen. /akn/nl/act/ministerie/2025/CVDR738504 /akn/nl/act/ministerie/2025/CVDR738504/nld@2025-05-23 /join/id/stop/work_022 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696362 /join/id/stop/work_006 Wijziging omgevingsplan Rotterdam vanwege het projectbesluit Aramis true /tooi/id/ministerie/mnre1182 /tooi/id/ministerie/mnre1182 Wijziging omgevingsplan Rotterdam vanwege het projectbesluit Aramis /tooi/def/concept/c_9af4b880 /tooi/def/concept/c_638d8062 /join/id/stop/regelingtype_014 /tooi/def/thes/kern/c_bcfb7b4e /akn/nl/act/ministerie/2025/CVDR738504 /akn/nl/act/ministerie/2025/CVDR738504/nld@2025-05-23 /join/id/stop/work_022 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696362 /join/id/stop/work_006 /tooi/id/gemeente/gm0599

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.