Beleidsregels voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten op het ENCI-terrein [Een deel van de tekst van deze bekendmaking is overeenkomstig artikel 7 lid 2 Bekendmakingswet bekendgemaakt en hier beschikbaar: Bijlage 2 Ruimtelijk Kader ENCI-terrein, 7 juni 2024.] 1Inleiding Doel Deze beleidsregels omvatten een wegingskader voor nieuwe initiatieven op het ENCI-terrein. De toets aan deze beleidsregels draagt bij aan het al dan niet verlenen van medewerking aan het afgeven van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor bepaalde categorieën activiteiten op het ENCI- terrein. De afbakening van het ENCI-terrein is aangeduid op de kaart in bijlage 1. De inhoudelijke basis voor deze beleidsregels is het Ruimtelijk Kader ENCI-terrein (7 juni 2024, bijlage 2) dat met instemming van het college van B&W is vastgesteld door de Stuurgroep Plan van Transformatie ENCI-gebied. 1.1Aanleiding en achtergrond In het kader van het Plan van Transformatie ENCI-gebied (PvT) werkt de gemeente Maastricht samen met een aantal partijen: provincie Limburg, eigenaar bedrijventerrein Limburg Real Estate (LRE), Natuurmonumenten en bewonersgroep Sint-Pietersberg Adembenemend (SPA). Het Plan van Transformatie is vastgesteld in 2010 en geactualiseerd in 2021. Privaatrechtelijk zijn in februari 2023 afspraken opnieuw vastgelegd in een Wijzigingsovereenkomst. Op basis van de Actualisatie van het PvT 2021 en de overeenkomst uit 2023 hebben partijen samen een nieuwe toekomstvisie uitgewerkt voor het ENCI-bedrijventerrein. Daarvoor is in opdracht van LRE door Mecanoo/Rademacher de Vries Architecten (RDVA) een Ambitiedocument opgesteld (28 maart 2023). Dit is vervolgens in opdracht van LRE door RDVA vertaald in het Ruimtelijk Kader ENCI-terrein. Het Ruimtelijk Kader is door de Stuurgroep Plan van Transformatie ENCI-gebied vastgesteld, met instemming van het College van B&W van de gemeente Maastricht. In de toekomstvisie zoals geschetst in het Ruimtelijk kader moet het ENCI-terrein zich ontwikkelen als een open toegankelijk gemengd werkterrein van de toekomst, waar productie, innovatie en bedrijvigheid centraal staan. Naast bedrijvigheid kunnen dus ook andere functies in de juiste balans een plek krijgen op het terrein. Belangrijke thema’s voor de toekomst van het ENCI-gebied zijn ter illustratie benoemd in voorgaande afbeelding uit het Ruimtelijk Kader. Nieuwe functies en activiteiten moeten daarbij bezien worden in de bredere context van het gehele PvT. De opgave zoals vastgelegd in de Actualisatie van het PvT en de vastgelegde samenwerkingsafspraken zijn daarbij leidend. Alle PvT partijen onderschrijven dat het gebied zich als een integraal geheel optimaal moet kunnen ontwikkelen met respect voor de rollen en belangen van de verschillende partijen. De invulling van de verschillende delen van het PvT-gebied (bedrijventerrein, overgangszone en groeve) mag elkaar niet belemmeren. Het Ambitiedocument en Ruimtelijk Kader zijn globale visiedocumenten die nog niet volledig concreet uitgekristalliseerd zijn. Ook bieden ze geen concrete ruimtelijke randvoorwaarden. Daarnaast omvatten deze stukken een breed scala van mogelijke ontwikkelingen, die op dit moment niet in de volle breedte uitvoerbaar zijn vanwege publiekrechtelijke belemmeringen. Dit betreft onder meer de impact voor de omgeving wat betreft stikstofdepositie. Daarom kunnen de gewenste invullingen publiekrechtelijk op dit moment nog niet volledig geborgd worden in een wijziging van het Omgevingsplan waarin de ontwikkelmogelijkheden van het ENCI-terrein integraal worden vastgelegd. Dit is uiteindelijk wel het doel. Tot het moment dat dit mogelijk is, vindt toetsing op basis van deze beleidsregels plaats. Vooruitlopend op bescherming van het industrieel erfgoed op het ENCI-terrein, en om in de tussentijd ongewenste ontwikkelingen in het gebied te voorkomen, heeft de gemeenteraad van Maastricht op 26 september 2023 een voorbereidingsbesluit genomen. Dit besluit komt van rechtswege per 1 juli 2025 te vervallen. Gebruikswijzigingen, het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden en het uitvoeren van bouwen sloopwerkzaamheden zijn door het voorbereidingsbesluit niet direct toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders heeft daarbij wel de mogelijkheid om via een omgevingsvergunning af te wijken van de genoemde verboden. Daarvoor is in de bijlagen van het voorbereidingsbesluit in 2023 een aantal afwegingscriteria opgenomen (‘Richtinggevend Wegingskader’). Om de juridische bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed in dit gebied niet te laten wachten op de definitieve planvorming voor de herontwikkeling van het ENCI-gebied, én om eventueel verval van het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed te voorkomen, is een thematische wijziging van het Omgevingsplan Maastricht in gang gezet. Dit gebeurt via het TAM-omgevingsplan ‘hoofdstuk 22a Thema Cultuurhistorie ENCI-gebied’ dat in het voorjaar van 2025 aan de gemeenteraad wordt voorgelegd ter vaststelling. Papvoorbereidingsgebouw (foto: Gemeente Maastricht, Joyce Andoetoe) Een dergelijke thematische wijziging van het Omgevingsplan Maastricht maakt echter geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Omdat de huidige bestemming alleen (productie gebonden) industrie mogelijk maakt, zal voor nieuwe ontwikkelingen bij voorkeur een beroep moeten worden gedaan op de procedure van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Door publicatie van het vastgestelde TAM-omgevingsplan ‘hoofdstuk 22a Thema Cultuurhistorie ENCI-gebied’, wordt de voorbescherming van het industrieel erfgoed uit het voorbereidingsbesluit overgenomen en verlengd. Het 'Richtinggevend Wegingskader’ uit het voorbereidingsbesluit kan in dit thema omgevingsplan niet worden verwerkt, en komt daarmee te vervallen. Door de inhoud van het 'Richtinggevend Wegingskader’ te vertalen in de voorliggende beleidsregels, kan sturing op nieuwe ontwikkelingen opnieuw geborgd worden. Dit gebeurt in lijn met het eerder door de gemeenteraad genomen besluit. 1.2Doelstelling en functie beleidsregels Op grond van artikel 4:81 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht kan het college van burgemeester en wethouders beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid. Deze beleidsregels zijn van toepassing op de bevoegdheid van het college tot het verlenen van een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (kortweg: “BOPA”), op grond van artikel 5.1, eerste lid onderdeel (
- a)jo. artikel 5.8 Omgevingswet. Een BOPA is een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan (bijlage 1 bij Omgevingswet). Om medewerking te kunnen verlenen aan een BOPA, dient te allen tijde worden voldaan aan de beoordelingsregels voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zoals opgenomen in artikel 8.0a en 8.0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Zo dient een initiatief te voldoen aan: de vereisten van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; de instructieregels uit het Bkl. Deze beleidsregels vormen een concretisering van het vereiste van een ‘Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties’ zoals vastgelegd in de Omgevingswet. Daarbij gelden zij als een eerste afwegingskader, waarmee relatief snel en programmatisch een oordeel over de wenselijkheid van een initiatief kan worden gevormd. Een dergelijk kader is wenselijk, gelet op de behoefte aan méér regie op de invulling van het ENCI-terrein en de wettelijke verplichting om in beginsel binnen acht weken op de aanvraag om een omgevingsvergunning te beslissen. Daarnaast streven deze regels ernaar de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van potentiële initiatiefnemers te bevorderen, door meer inzicht te bieden in de wijze waarop een verzoek wordt beoordeeld. 1.3Reikwijdte beleidsregels Er dient te worden benadrukt dat deze regels enkel als eerste afwegingskader gelden. Aan deze regels kunnen geen aanspraken op het verlenen van een omgevingsvergunning worden ontleend. Indien een initiatief volgens deze beleidsregels als ‘positief’ wordt beoordeeld, dient onverminderd te worden getoetst aan de vigerende wet- en regelgeving, waaronder overig gemeentelijk, provinciaal en landelijk beleid. Deze opvolgende definitieve beoordeling kan ertoe leiden dat de gevraagde omgevingsvergunning niet kan worden verleend. Omgekeerd: indien een initiatief volgens deze beleidsregels negatief uit de toets komt, kan hieraan in beginsel geen medewerking worden verleend. Er kan echter sprake zijn van uitzonderlijke omstandigheden die een afwijking van deze regels rechtvaardigen. Het is aan een initiatiefnemer om te stellen en te onderbouwen dat van zulke omstandigheden sprake is. Het is aan de gemeente om dit te beoordelen. Het verlenen van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit behoeft voorts in een aantal gevallen bindend advies van de gemeenteraad. De gemeenteraad van Maastricht heeft in juni 2021 bepaald in welke gevallen bindend advies van de raad aan de orde is (Gemeenteblad 2023, nr. 55305). Een voorbeeld van een BOPA zonder bindend advies van de raad betreft gebruikswijzigingen binnen bestaande bebouwingen zonder toename bebouwd oppervlak of bouwvolume. Centrale werkplaats (foto: gemeente Maastricht, Joyce Andoetoe) Hoogovencementsilo's (foto: gemeente Maastricht, Joyce Andoetoe) ENCI bedrijventerrein (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Jos Stöver) 2Werkwijze toetsing beleidsregels 2.1Werkwijze toetsing beleidsregels In het volgende hoofdstuk is het wegingskader uitgewerkt in verschillende thema’s. Het gaat ten eerste om enkele algemene vereisten, waar initiatieven aan moeten voldoen. Als één of meer van die vereisten niet positief zijn, betekent dit dat de functie of activiteit in beginsel niet thuishoort op het ENCI-terrein. Deze eisen zijn dus randvoorwaardelijk. Als aan deze vereisten wel wordt voldaan, dan wordt vervolgens getoetst of het initiatief voldoende hoog scoort op de tien verschillende wegingsfactoren om positief bevonden te worden. Er wordt gewerkt met een toekenning van punten, met een maximaal aantal van 90 punten. Een initiatief moet voldoen aan een minimum van 50 punten. Afhankelijk van het belang van een factor zijn maximaal 10 of 15 punten te behalen voor de zwaarwegende factoren. Dit kan verder aangevuld worden met punten op de overige wegingsfactoren (0-5 punten per factor). Op die manier worden initiatiefnemers gestimuleerd om maximaal in te zetten op positieve ontwikkelingen die voor het ENCI-gebied gewenst zijn. In de afweging speelt ook de fasering mee. Mogelijk zijn er tijdelijke initiatieven die een bijdrage leveren aan de opwaardering van het gebied op de korte termijn (zogenaamde ‘placemaking’), maar die minder geschikt zijn voor de lange termijn. Dit kan meegenomen worden in de toetsing. De mogelijkheid bestaat om in een dergelijke situatie in de omgevingsvergunning een maximale tijdsduur op te nemen. Voor een zorgvuldige toetsing moet de eigenaar van het terrein voldoende informatie aanleveren over het initiatief/de initiatiefnemer. Dat betreft in elk geval: algemene informatie over bedrijf/organisatie/ initiatiefnemer; uittrekstel Kamer van Koophandel van de inschrijvende onderneming/stichting; de milieucategorie van de activiteiten; objectieve onderbouwing in welke mate de functie/activiteit bedrijf voldoet aan de selectiecriteria (per eis/factor te benoemen); waarom er interesse is voor het ENCI-terrein, in hoeverre wordt aangesloten op het specifieke profiel; of er sprake is van samenwerking met andere functies/bedrijven/activiteiten in het ENCI-gebied en zo ja in welk opzicht; schetsontwerp situatietekening/ inrichtingsplan, met daarop in ieder geval aangegeven de locatie op het terrein, bedrijfsactiviteiten en m2 per activiteit (bijvoorbeeld van opslag, productie, kantoor, enz.). Het is mogelijk dat er aanvullende informatie of onderbouwing gevraagd wordt om te komen tot een goede afweging. Oven 8 (foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Jos Stöver) 3Beleidsregels 3.1Vereisten en wegingsfactoren voor het toetsen van initiatieven voor het ENCI-bedrijventerrein ALGEMENE VEREISTEN Nieuwe functies en activiteiten moeten aan deze vereisten voldoen, zo niet dan geen vestiging. De functies en activiteiten voldoen aan vigerende gemeentelijke beleidsuitgangspunten JA/NEE De (producerende) bedrijvigheid en activiteiten moeten passen binnen de milieu categorieën 1, 2 en 3 Toelichting: in bijlage 3 is een Staat van Bedrijfs Inrichtingen (SBI) opgenomen. Deze geeft een indicatie van de typologie aan bedrijvigheid die, met een voldoende score, zich als gewenste ontwikkeling kan vestigen. JA/NEE Geen nieuwe (bedrijfs)panden/bouwwerken op voorraad bouwen Er worden geen bedrijfspanden op risico nieuw gebouwd zonder een concrete gebruiker met een aangetoond langdurig commitment (minimaal 5 jaar). Bouwen als beleggingsobject is niet gewenst. JA/NEE Niet in strijd met de vastgestelde industrieel erfgoed waarden Het betreft de waarden zoals geformuleerd in het rapport “Fabriekscomplex Eerste Nederlandse Cement Industrie te Maastricht”, opgesteld door Crimson Historians & Urbanists, d.d. januari 2022, en vastgelegd in het (ontwerp) TAM-omgevingsplan ‘hoofdstuk 22a Thema Cultuurhistorie ENCI-gebied’ en het (ontwerp) besluit tot aanwijzing als rijksmonumenten. Zorgvuldige aanpassing van industrieel erfgoed en nieuwbouw gekoppeld aan industrieel erfgoed behoort tot de mogelijkheden. JA/NEE Herbestemming of hergebruik van bestaande panden, tenzij onderbouwd aangetoond is dat een functie niet in een bestaand pand te realiseren is Dit geldt voor alle bestaande opstallen/vastgoed op het terrein. Nieuwbouw in combinatie met/direct in functie gekoppeld aan bestaand vastgoed is te overwegen mits zorgvuldig ingepast. Hergebruik gaat voor nieuwbouw, afwijking is alleen mogelijk mits aangetoond wordt dat een functie niet in een bestaand pand te realiseren is (motiveringsplicht*). Nieuwbouw voor wonen is uitgesloten als dit nieuw, op zichzelf staand bouwvolume betreft. Toelichting: Het betreft realistische haalbaarheid in brede zin. Bijvoorbeeld: er is sprake van een bepaalde benodigde indeling, specifieke voorzieningen of onderzoeksruimten die bouwtechnisch niet te realiseren zijn in bestaand erfgoed; een initiatief past specifiek in/versterkt een bepaald deelgebied maar de benodigde maatvoering is in dat gebied niet aanwezig. JA/NEE Woonfuncties in beperkte mate én ondergeschikt aan de aanwezige primaire functies Het ENCI-terrein is een gemengd gebied waarbij de primaire functie hoofdzakelijk bedrijvigheid is. Wonen heeft een ondergeschikte rol. Dit is niet alleen van toepassing op de omvang van een woonfunctie ten opzichte van het gehele terrein (eindsituatie). Ook binnen verschillende deelfases moet de woonfunctie ondergeschikt zijn. Bij woonfuncties wordt gelet op beperkingen die deze functie met zich mee kan brengen t.o.v. andere functies. Toelichting: Het ENCI-gebied betreft géén prioritaire locatie voor wonen, het wordt geen woongebied c.q. woonwijk. Indien woonfuncties in dit gebied landen, dienen deze qua omvang/hoeveelheid ondergeschikt te zijn aan de overige functies, ook in de verschillende fases. Zeker bij aanvang van de gebiedsontwikkeling zal op wooninitiatieven voorzichtig moeten worden ingezet, want de omvang en fasering van ondergeschikte woonfunctie dient nog uitgewerkt te worden. JA/NEE ZWAARWEGENDE WEGINGSFACTOREN Maximaal 10 tot 15 punten per wegingsfactor, maximaal 70 punten totaal te verkrijgen. Passend in innovatief gemengd werkgebied Uitgangspunt is een gemengd karakter, waarbij bedrijvigheid de boventoon voert. Daarbij is er enige ruimte voor specifieke maatschappelijke en culturele activiteiten c.q. voorzieningen passend binnen de vier hoofdthema's: Erfgoed, Natuur, Circulariteit en Innovatie en voor de daarbij ondersteunende specifiek passende woonfuncties. Dit vindt zodanig plaats dat overlast en klachten zo min mogelijk te verwachten zijn. Streven naar juiste mix van grote, middelgrote en kleine bedrijven (niet één overheersend bedrijf op het terrein toelaten). Activiteiten ondersteunend, kleinschalig en voorzienend aan de bedrijven. Toelichting: Ondersteunende activiteiten zijn bijvoorbeeld een kantine voor personeel en bezoekers van bedrijven; verkoop van ter plaatse zelf vervaardigde producten; bijbehorende kantoren/onderzoeksruimten, eventueel elders op het terrein. Ook is er ruimte voor kunstzinnig ontplooien, kiosk to-go formule, bij de omgeving passend museum (bijvoorbeeld industrieel erfgoed, natuur), kantine/horeca cat. 1 en 3, uniek kleinschalig toeristisch overnachten, onderzoeksruimte en/of educatie op gebied van duurzaamheid, circulariteit en energetische vernieuwing, events passend bij erfgoed/ natuuromgeving. 0-15 Sprake van circulaire innovatieve bedrijvigheid c.q. activiteit Hoge mate van aanwezigheid/toepassen van (door de rijksoverheid erkende) R-ladder met als mogelijke strategieën: Refuse, Reduce, Redesign, Re-use, Repair, Refurbish, Remanufacture, Repurpose, Recycle en Recover. De R-ladder bestaat uit verschillende niveaus die de mate van circulariteit weergeven. Hoe hoger het niveau hoe beter de keuze is voor het milieu, hoe hoger het aantal punten. Toelichting/voorbeelden: energie neutrale productieprocessen en ‘cradle-to-cradle’ vernieuwende productieprocessen, creatieve ambacht productie, experimentele stadslandbouw (‘vertical farming’ in de bedrijfshallen). 0-15 Het ENCI-terrein moet wat betreft programma/functies aanvullend werken t.a.v. functies elders in de stad (denk aan Centrum/Binnenstad, Health Campus) Daarbij oog hebben voor verdelingseffecten. Bij grote diversiteit van circulaire en/of energetische vernieuwende bedrijvigheid is er potentie tot nieuwe clustervorming. Dergelijke productiebedrijven (met of zonder ondergeschikte verkoop van de ter plaatse geproduceerde producten) zijn ook op de andere bedrijvenparken mogelijk maar passen in het specifiek gewenste profiel op het ENCI-terrein. Toelichting: op basis van dit principe zijn bepaalde functies niet toegestaan, zoals onder meer kleding-/verzorgingswinkels, supermarkt, grootschalig theater/bioscoop/muziekhal, kapper, artsen, enzovoorts. 0-10 Woonfuncties voor doelgroepen met een (werk-/studie-) relatie en/of die anderszins direct betrokken zijn bij het ENCI-gebied/ groeve Woonfuncties voor doelgroepen die aantoonbaar een relatie hebben met gewenste (bedrijfsmatige) activiteiten of onderwijs in het gebied. Er is onder deze voorwaarde ruimte om nieuwe, bijzondere woonconcepten toe te voegen. Toelichting/voorbeelden: woon/werk units, woningen met gezamenlijke (werk)ruimtes, atelierwoningen, artist in residence, vrijplaatsbewoning, Skills in de stad (begeleid wonen en werken voor jongeren), co-living en short stay, wonen in combinatie met (ambachtelijke/creatieve) opleidingen. 0-10 Verkeersluwe functies Dit betreft zowel het verkeer op het terrein als de aan- en afvoer van en naar het ENCI-terrein van personen en producten. Voor het ENCI-terrein zelf houdt dit in dat het gemotoriseerd verkeer binnen het terrein zo veel als mogelijk beperkt wordt (inrichten verkeersluwe zone). Functies trekken weinig gemotoriseerde bewegingen aan en/of er wordt gezorgd voor alternatieven voor vervoersbewegingen. Voorkeur om in te zetten op innovatieve (elektrische) vormen van (openbaar) vervoer, watergebonden vervoer, fiets, deelmobiliteit etc. 0-10 Een bijdrage leveren aan de opwaardering en/of bekendheid van het gebied op korte termijn: placemaking. Positief bijdragen aan verschillende mogelijke fases van ‘placemaking’. Functies kunnen eventueel tijdelijk een rol spelen/toegelaten worden. Toelichting: Placemaking gaat onder meer over: het geven van bekendheid aan deze “onbekende” plek, om de potentie en doel(
- en)van het gebied te laten zien; het verbeteren van de kwaliteit van het openbare toegankelijke deel van het ENCI-terrein, het verbeteren van het leven van de mensen die daar verblijven; het creëren en opbouwen van een community met interactie tussen gebruikers en bezoekers. Placemaking kan ook bestaan uit tijdelijke activiteiten, events, lezingen, workshops en creatieve en kunstzinnige initiatieven. 0-10 OVERIGE WEGINGSFACTOREN Maximaal 5 punten per wegingsfactor, maximaal 20 punten in totaal te verkrijgen. Gebruik maken van/aansluiten bij specifieke unieke kwaliteiten en identiteit van het terrein en gebied Zoals het industrieel erfgoed karakter, kade, natuur in omgeving en geschiedenis van het gebied. Passend binnen de hoofdthema’s: erfgoed, natuur, innovatie en circulariteit. Met inzet en als resultaat het hierin aanvullen, versterken en/of verrijken van de kwaliteiten en identiteit van het gebied. 0-5 Functies dragen bij aan de verblijfskwaliteit van de directe buitenruimte Functies: dragen bij aan ‘open karakter’ van het gebied (bijv. in campuslocatie en aanlooproutes); activeren en/of dragen bij aan sociale veiligheid; passen bij het ruimtelijk kader ‘in ontwikkeling’ (juiste bedrijf op de juiste plek in het ENCI-gebied). 0-5 Herhuisvesten van in Maastricht gevestigde bedrijven Behouden van een bedrijf voor de stad. Gezien schaarste aan bedrijfskavels is er belang bij verplaatsing van een bedrijf als daardoor bedrijfsruimte beschikbaar komt voor een nieuw te vestigen bedrijvigheid. 0-5 16. Betekenisvolle structurele samenwerking/relatie met kennisinstituten en/of kunstvakopleidingen Bijvoorbeeld samenwerkingsafspraken of intentieverklaringen met de Universiteit Maastricht, Hogeschool Zuyd en Vista en andere (Limburgse) kennisinstituten of onderwijsinstellingen op energetisch, duurzaam en/of circulair gebied, of in relatie met Jan van Eyck Academie, Maastricht Institute of Arts enzovoorts. 0-5 TOTAAL SCORE MAXIMALE SCORE 90 Het minimaal benodigde aantal punten is 50 van de maximaal 90 te behalen punten. Aldus besloten door het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht d.d. 18 maart 2025De Secretaris,G.J.C. KustersDe Burgemeester,W.A.G. HillenaarBIJLAGE1Kaart: Beleidsregels ENCI-terrein, 14 oktober 2024 BIJLAGE2Ruimtelijk Kader ENCI-terrein, 7 juni 2024 Ruimtelijk Kader ENCI-terrein BIJLAGE3Staat van Bedrijfs Inrichtingen (SBI) Bijlage 3 ENCI SBI-lijst Staat van Inrichtingen nummer GEUR STOF GELUID GEVAAR GROOTSTE AFSTAND CATEGORIE VERKEER VISUEEL BODEM LUCHT SBI-1993 SBI-2008 OMSCHRIJVING AFSTANDEN IN METERS INDICES 01 01 - LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW (in gebouwen)) 0111, 0113 011, 012, 013 Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) 10 10 30 C 10 30 2 1 G 1 B L 0112 011, 012, 013, 016 0 Tuinbouw: 0112 011, 012, 013 1 - bedrijfsgebouwen 10 10 30 C 10 30 2 1 G 1 B L 0112 011, 012, 013 2 - kassen zonder verwarming 10 10 30 C 10 30 2 1 G 1 B L 0112 011, 012, 013 3 - kassen met gasverwarming 10 10 30 C 10 30 2 1 G 1 B L 0112 0113 4 - champignonkwekerijen (algemeen) 30 10 30 C 10 30 2 1 G 1 B 0112 0113 5 - champignonkwekerijen met mestfermentatie 100 10 30 C 10 100 3.2 1 G 1 B 0112 0163 6 - bloembollendroog- en prepareerbedrijven 30 10 30 C 10 30 2 1 G 1 B 0112 011 7 - witlofkwekerijen (algemeen) 30 10 30 C 10 30 2 1 G 15 10, 11 - VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 151 108 8 - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m2 50 0 50 10 50 3.1 2 G 1 1531 1031 0 Aardappelprodukten fabrieken: 1531 1031 2 - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m2 50 10 50 50 R 50 3.1 1 G 1 1532, 1533 1032, 1039 0 Groente- en fruitconservenfabrieken: 1532, 1533 1032, 1039 1 - jam 50 10 100 C 10 100 3.2 1 G 1 1532, 1533 1032, 1039 2 - groente algemeen 50 10 100 C 10 100 3.2 2 G 2 1532, 1533 1032, 1039 3 - met koolsoorten 100 10 100 C 10 100 3.2 2 G 2 1551 1051 3 - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j 50 0 100 C 50 R 100 3.2 2 G 1 1552 1052 1 Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m2 50 0 100 C 50 R 100 3.2 2 G 2 1552 1052 2 - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m2 10 0 30 0 30 2 1 G 1 1581 1071 0 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: 1581 1071 1 - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens 30 10 30 C 10 30 2 1 G 1 1581 1071 2 - v.c. >= 7500 kg meel/week 100 30 100 C 30 100 3.2 2 G 2 1582 1072 Banket, biscuit- en koekfabrieken 100 10 100 C 30 100 3.2 2 G 2 1584 10821 2 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m2 100 30 50 30 100 3.2 2 G 2 1584 10821 3 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m2 30 10 30 10 30 2 1 G 1 1584 10821 5 - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m2 100 30 50 30 R 100 3.2 2 G 2 1584 10821 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m2 30 10 30 10 30 2 1 G 1 1585 1073 Deegwarenfabrieken 50 30 10 10 50 3.1 2 G 2 1586 1083 0 Koffiebranderijen en theepakkerijen: 1586 1083 2 - theepakkerijen 100 10 30 10 100 3.2 2 G 1 1593 t/m 1595 1102 t/m 1104 Vervaardiging van wijn, cider e.d. 10 0 30 C 0 30 2 1 G 1 1598 1107 Mineraalwater- en frisdrankfabrieken 10 0 100 50 R 100 3.2 3 G 2 16 12 - 17 13 - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL 171 131 Bewerken en spinnen van textielvezels 10 50 100 30 100 3.2 2 G 1 172 132 0 Weven van textiel: 172 132 1 - aantal weefgetouwen < 50 10 10 100 0 100 3.2 2 G 1 173 133 Textielveredelingsbedrijven 50 0 50 10 50 3.1 2 G 2 B 174, 175 139 Vervaardiging van textielwaren 10 0 50 10 50 3.1 1 G 1 176, 177 139, 143 Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen 0 10 50 10 50 3.1 1 G 2 18 14 - 18 14 - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT 181 141 Vervaardiging kleding van leer 30 0 50 0 50 3.1 1 G 1 182 141 Vervaardiging van kleding en - toebehoren (excl. van leer) 10 10 30 10 30 2 2 G 2 19 19 - 19 15 - VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) 192 151 Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) 50 10 30 10 50 D 3.1 2 G 2 193 152 Schoenenfabrieken 50 10 50 10 50 3.1 2 G 1 20 - 20 16 - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 2010.2 16102 0 Houtconserveringsbedrijven: 2010.2 16102 2 - met zoutoplossingen 10 30 50 10 50 3.1 2 G 1 B 202 1621 Fineer- en plaatmaterialenfabrieken 100 30 100 10 100 3.2 3 G 2 B 203, 204, 205 162 0 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout 0 30 100 0 100 3.2 2 G 2 203, 204, 205 162 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 0 30 50 0 50 3.1 1 G 1 205 162902 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 10 10 30 0 30 2 1 G 1 21 17 - 21 17 - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN 2112 1712 0 Papier- en kartonfabrieken: 2112 1712 1 - p.c. < 3 t/u 50 30 50 C 30 R 50 3.1 1 G 2 212 172 Papier- en kartonwarenfabrieken 30 30 100 C 30 R 100 3.2 2 G 2 2121.2 17212 0 Golfkartonfabrieken: 2121.2 17212 1 - p.c. < 3 t/u 30 30 100 C 30 R 100 3.2 2 G 2 22 58 - 22 58 - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA 2221 1811 Drukkerijen van dagbladen 30 0 100 C 10 100 3.2 3 G 2 B L 2222 1812 Drukkerijen (vlak- en rotatie- diepdrukkerijen) 30 0 100 10 100 3.2 3 G 2 B 2222.6 18129 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen 10 0 30 0 30 2 1 P 1 B 2223 1814 A Grafische afwerking 0 0 10 0 10 1 1 G 1 2223 1814 B Binderijen 30 0 30 0 30 2 2 G 1 2224 1813 Grafische reproduktie en zetten 30 0 10 10 30 2 2 G 1 B 2225 1814 Overige grafische aktiviteiten 30 0 30 10 30 D 2 2 G 1 B 23 19 - 25 22 - VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF 2512 221102 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 2512 221102 1 - vloeropp. < 100 m2 50 10 30 30 50 3.1 1 G 1 2513 2219 Rubber-artikelenfabrieken 100 10 50 50 R 100 D 3.2 1 G 2 252 222 0 Kunststofverwerkende bedrijven: 252 222 3 - productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen 50 30 50 30 50 3.1 2 G 1 26 23 - 26 23 - VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 261 231 0 Glasfabrieken: 261 231 1 - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j 30 30 100 30 100 3.2 1 G 1 L 2615 231 Glasbewerkingsbedrijven 10 30 50 10 50 3.1 1 G 1 262, 263 232, 234 0 Aardewerkfabrieken: 262, 263 232, 234 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW 10 10 30 10 30 2 1 G 1 L 262, 263 232, 234 2 - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW 30 50 100 30 100 3.2 2 G 2 L 2661.2 23612 0 Kalkzandsteenfabrieken: 2661.2 23612 1 - p.c. < 100.000 t/j 10 50 100 30 100 3.2 2 G 2 2662 2362 Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken 50 50 100 30 100 3.2 2 G 2 2663, 2664 2363, 2364 0 Betonmortelcentrales: 2663, 2664 2363, 2364 1 - p.c. < 100 t/u 10 50 100 10 100 3.2 3 G 2 2665, 2666 2365, 2369 0 Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips: 2665, 2666 2365, 2369 1 - p.c. < 100 t/d 10 50 100 50 R 100 3.2 2 G 2 267 237 0 Natuursteenbewerkingsbedrijven: 267 237 1 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m2 10 30 100 0 100 D 3.2 1 G 2 267 237 2 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m2 10 30 50 0 50 3.1 1 G 1 2681 2391 Slijp- en polijstmiddelen fabrieken 10 30 50 10 50 D 3.1 1 G 2 2682 2399 A0 Bitumineuze materialenfabrieken: 2682 2399 B0 Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol): 2682 2399 C Minerale produktenfabrieken n.e.g. 50 50 100 50 100 D 3.2 2 G 2 27 24 - 28 25 - 28 25, 31 - VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.) 281 251, 331 0 Constructiewerkplaatsen 281 251, 331 1 - gesloten gebouw 30 30 100 30 100 3.2 2 G 2 B 281 251, 331 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 30 30 50 10 50 3.1 1 G 1 284 255, 331 B Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. 50 30 100 30 100 D 3.2 2 G 2 B 284 255, 331 B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 30 30 50 10 50 D 3.1 1 G 2 B 2851 2561, 3311 0 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: 2851 2561, 3311 1 - algemeen 50 50 100 50 100 3.2 2 G 2 B L 2851 2561, 3311 11 - metaalharden 30 50 100 50 100 D 3.2 1 G 2 B 2851 2561, 3311 12 - lakspuiten en moffelen 100 30 100 50 R 100 D 3.2 2 G 2 B L 2851 2561, 3311 2 - scoperen (opspuiten van zink) 50 50 100 30 R 100 D 3.2 2 G 2 B L 2851 2561, 3311 3 - thermisch verzinken 100 50 100 50 100 3.2 2 G 2 B L 2851 2561, 3311 4 - thermisch vertinnen 100 50 100 50 100 3.2 2 G 2 B L 2851 2561, 3311 5 - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) 30 50 100 30 100 3.2 2 G 2 B 2851 2561, 3311 6 - anodiseren, eloxeren 50 10 100 30 100 3.2 2 G 2 B 2851 2561, 3311 7 - chemische oppervlaktebehandeling 50 10 100 30 100 3.2 2 G 2 B 2851 2561, 3311 8 - emailleren 100 50 100 50 R 100 3.2 1 G 1 B L 2851 2561, 3311 9 - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen
- ed)30 30 100 50 100 3.2 2 G 2 B 2852 2562, 3311 1 Overige metaalbewerkende industrie 10 30 100 30 100 D 3.2 1 G 2 B 2852 2562, 3311 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 10 30 50 10 50 D 3.1 1 G 2 B 287 259, 331 A0 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: 287 259, 331 B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. 30 30 100 30 100 3.2 2 G 2 B 287 259, 331 B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 30 30 50 10 50 3.1 1 G 2 B 29 27, 28, 33 - 29 27, 28, 33 - VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN 29 27, 28, 33 0 Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: 29 27, 28, 33 1 - p.o. < 2.000 m2 30 30 100 30 100 D 3.2 2 G 1 B 30 26, 28, 33 - 30 26, 28, 33 - VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS 30 26, 28, 33 A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie 30 10 30 10 30 2 1 G 1 31 26, 27, 33 - 31 26, 27, 33 - VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. 32 26, 33 - 32 26, 33 - VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO, TELECOM-APPARATEN EN - BENODIGDH. 321 t/m 323 261, 263, 264, 331 Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie 30 0 50 30 50 D 3.1 2 G 1 B 3210 2612 Fabrieken voor gedrukte bedrading 50 10 50 30 50 3.1 1 G 2 B 33 26, 32, 33 - 33 26, 32, 33 - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN 33 26, 32, 33 A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie 30 0 30 0 30 2 1 G 1 35 30 - 35 30 - VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) 351 301, 3315 0 Scheepsbouw- en reparatiebedrijven: 351 301, 3315 1 - houten schepen 30 30 50 10 50 3.1 2 G 1 B 351 301, 3315 2 - kunststof schepen 100 50 100 50 R 100 3.2 2 G 1 B 352 302, 317 0 Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen: 352 302, 317 1 - algemeen 50 30 100 30 100 3.2 2 G 2 B 353 303, 3316 0 Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven: 354 309 Rijwiel- en motorrijwielfabrieken 30 10 100 30 R 100 3.2 2 G 2 B 355 3099 Transportmiddelenindustrie n.e.g. 30 30 100 30 100 D 3.2 2 G 2 B 36 31 - 36 31 - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 361 310 1 Meubelfabrieken 50 50 100 30 100 D 3.2 2 G 2 B 361 9524 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 0 10 10 0 10 1 1 P 1 362 321 Fabricage van munten, sieraden e.d. 30 10 10 10 30 2 1 G 1 B 363 322 Muziekinstrumentenfabrieken 30 10 30 10 30 2 2 G 2 364 323 Sportartikelenfabrieken 30 10 50 30 50 3.1 2 G 2 365 324 Speelgoedartikelenfabrieken 30 10 50 30 50 3.1 2 G 2 3663.1 32991 Sociale werkvoorziening 0 30 30 0 30 2 1 P 1 3663.2 32999 Vervaardiging van overige goederen n.e.g. 30 10 50 30 50 D 3.1 2 G 2 37 38 - 40 35 - 40 35 - PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER 40 35 B0 bio-energieinstallaties electrisch vermogen < 50 MWe: 40 35 B1 - covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie 100 50 100 30 R 100 3.2 2 G 1 L 40 35 B2 - vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa 50 50 100 30 R 100 3.2 2 G 1 L 40 35 C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: 40 35 C1 - < 10 MVA 0 0 30 C 10 30 2 1 P 1 B 40 35 C2 - 10 - 100 MVA 0 0 50 C 30 50 3.1 1 P 1 B 40 35 C3 - 100 - 200 MVA 0 0 100 C 50 100 3.2 1 P 2 B 40 35 D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A 0 0 10 C 10 10 1 1 P 1 40 35 D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C 0 0 30 C 10 30 2 1 P 1 40 35 D5 - gasontvang- en -verdeelstations, cat. D 0 0 50 C 50 R 50 3.1 1 P 1 40 35 E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: 40 35 E1 - stadsverwarming 30 10 100 C 50 100 3.2 1 P 2 40 35 E2 - blokverwarming 10 0 30 C 10 30 2 1 P 1 41 36 - 41 36 - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER 41 36 A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: 41 36 A2 - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling 10 0 50 C 30 50 3.1 1 G 2 41 36 B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: 41 36 B1 - < 1 MW 0 0 30 C 10 30 2 1 P 1 41 36 B2 - 1 - 15 MW 0 0 100 C 10 100 3.2 1 P 1 45 41, 42, 43 - 45 41, 42, 43 - BOUWNIJVERHEID 45 41, 42, 43 0 Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m2 10 30 100 10 100 3.2 2 G 2 B 45 41, 42, 43 1 - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m2 10 30 50 10 50 3.1 2 G 1 B 45 41, 42, 43 2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m2 10 30 50 10 50 3.1 2 G 1 B 45 41, 42, 43 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m2 0 10 30 10 30 2 1 G 1 B 50 45, 47 - 527 952 Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) 0 0 10 10 10 1 1 P 1 55 55 - 55 55 - LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING 5511, 5512 5510 Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra 10 0 10 10 10 1 2 P 1 552 553, 552 Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) 30 0 50 C 30 50 3.1 2 P 1 553 561 Restaurants, ijssalons met eigen ijsbereiding, e.d. 10 0 10 C 10 10 1 2 P 1 5551 5629 Kantines 10 0 10 C 10 10 D 1 1 P 1 5552 562 Cateringbedrijven 10 0 30 C 10 30 2 1 G/P 1 60 49 - 71 77 - VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN 713 773 Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen 10 0 50 10 50 D 3.1 2 G 1 B 72 62 - 73 72 - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK 731 721 Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk 30 10 30 30 R 30 2 1 P 1 74 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 - OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING 747 812 Reinigingsbedrijven voor gebouwen 50 10 30 30 50 D 3.1 1 P 1 B 7481.3 74203 Foto- en filmontwikkelcentrales 10 0 30 C 10 30 2 2 G 1 B 7484.4 82992 Veilingen voor huisraad, kunst e.d. 0 0 10 0 10 1 2 P 1 75 84 - 80 85 - ONDERWIJS 803, 804 8532, 854, 855 Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs 10 0 30 10 30 D 2 2 P 1 85 86 - 85 86 - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG 853 8891 2 Kinderopvang 0 0 30 0 30 2 2 P 1 90 37, 38, 39 - 90 37, 38, 39 - MILIEUDIENSTVERLENING 9001 3700 A0 RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks: 9001 3700 B rioolgemalen 30 0 10 C 0 30 2 1 P 1 9002.1 381 A Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d. 50 30 50 10 50 3.1 2 G 1 9002.1 381 B Gemeentewerven (afval-inzameldepots) 30 30 50 30 R 50 3.1 2 G 1 B 9002.2 382 A0 Afvalverwerkingsbedrijven: 9002.2 382 A2 - kabelbranderijen 100 50 30 10 100 3.2 1 G 1 B L 9002.2 382 A4 - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) 50 10 30 10 50 3.1 1 G 2 L 9002.2 382 A5 - oplosmiddelterugwinning 100 0 10 30 R 100 D 3.2 1 G 2 B L 9002.2 382 A7 - verwerking fotochemisch en galvano- afval 10 10 30 30 R 30 2 1 G 1 B L 9002.2 382 C0 Composteerbedrijven: 9002.2 382 C3 - belucht v.c. < 20.000 ton/jr 100 100 100 10 100 3.2 2 G 2 B 91 94 - 91 94 - DIVERSE ORGANISATIES 9133.1 94991 B Hondendressuurterreinen 0 0 50 0 50 3.1 1 P 1 92 59 - 92 59 - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE 921, 922 591, 592, 601, 602 Studio's (film, TV, radio, geluid) 0 0 30 C 10 30 2 2 G 1 9234 8552 Muziek- en balletscholen 0 0 30 0 30 2 2 P 1 9234.1 85521 Dansscholen 0 0 30 C 0 30 2 2 P 1 9251, 9252 9101, 9102 musea, ateliers, e.d. 0 0 10 0 10 1 2 P 1 926 931 0 Schietinrichtingen: 926 931 2 - binnenbanen: boogbanen 0 0 10 C 10 10 1 1 P 1 926 931 A Skelter- en kartbanen, in een hal 10 0 50 10 50 3.1 2 P 1 93 93 - 93 96 - OVERIGE DIENSTVERLENING 9301.1 96011 B Tapijtreinigingsbedrijven 30 0 50 30 50 3.1 2 G 1 L 9301.2 96012 Chemische wasserijen en ververijen 30 0 30 30 R 30 2 2 G 1 B L 9304 9313, 9604 badhuizen en sauna-baden 10 0 30 C 0 30 2 1 P 1 9305 9609 A Dierenasiels en -pensions 30 0 100 C 0 100 3.2 1 P 1