Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025-2028Het college van Gedeputeerde Staten gelet op: artikel 13.5, eerste lid van het Omgevingsbesluit, besluit vast te stellen: Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025 – 2028 Artikel1 1.De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025 – 2028 bevat het uitvoeringsbeleid voor provinciale VTH taken die de provincie zelf (in eigen huis) uitvoert en VTH-taken die de provincie vrijwillig bij de FUMO heeft belegd; 2.De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025 - 2028 is onderdeel van het provinciale beleid voor uitvoering en handhaving; 3.Gedeputeerde Staten passen de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025 – 2028 toe, zoals opgenomen in bijlage 1. Artikel2 De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025 – 2028 treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2025. Artikel3 Met de inwerkingtreding van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025 - 2028 wordt het VTH-beleid Provincie Fryslân 2019-2023 ingetrokken. Artikel4 Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025 - 2028”. Leeuwarden, 15 april 2025Gedeputeerde Staten van Fryslân, drs. A.A.M. Brok, voorzitter drs. ing. J.J. Algra, secretarisUitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025-2028 Uniform beleid voor de provinciale thuis- en plustaken voor uitvoering en handhaving 22 april 2025 1.Samenvatting De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Provincie Fryslân 2025-2028 (UHS) bevat het wettelijk voorgeschreven uitvoeringsbeleid voor de wettelijke thuistaken van de Provincie Fryslân en de plustaken die zijn ondergebracht bij de omgevingsdienst. In de UHS is uitgewerkt hoe de instrumenten van vergunningsverlening, toezicht en handhaving worden ingezet om bij te dragen aan de strategische provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving. Deze is in nauwe samenwerking tussen de Provincie Fryslân en de Fryske Utfjieringstjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) tot stand gekomen. De UHS vormt een centraal onderdeel van de wettelijke procescriteria en is daarmee de spil binnen de provinciale Big-8 beleidscyclus. Deze is een samenvoeging van een strategische beleidscyclus en een operationele uitvoeringscyclus. Binnen de strategische beleidscyclus wordt vanuit het wettelijke en beleidskader gewerkt aan de realisatie van strategische doelen via de inzet van het VTH-instrumentarium. In de Provinciale Omgevingsvisie ‘De romte diele’ en de Omgevingsverordening zijn de strategische lange termijn-doelen uitgewerkt. In de UHS zijn met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu vertaald naar de uitvoering. Via een probleem- en risicoanalyse per taakveld is op een risicogestuurde manier invulling gegeven aan het uitvoeringsbeleid. De opbrengst is uitgewerkt tot inhoudelijke doelen en kritische prestatie-indicatoren (KPI’
(2)zowel schip-schip als schip-infrastructuur ongevallen. Gegevens zijn afkomstig van de RWS registratie Ongevalscijfers Scheepvaart. < of = xxx (situatie 2024) Gemiddeld aantal PV’s voor de strafbare feiten in tabel 1 per 100 vaarbewegingen op provinciale vaarwegen. De aantallen PV zijn opgenomen in BRS. Voor het bepalen van de aantallen vaarbewegingen is nog geen methodiek beschikbaar; deze wordt nog door de Provincie ontwikkeld < of = xxx (situatie 2025) KPI – organisatiedoelen Ambitie (doelwaarde) Tijdige afhandeling van vergunningen en ontheffingen. Percentage van het aantal ontvangen aanvragen voor vergunningen en ontheffingen dat binnen de wettelijke termijn wordt afgehandeld. >95% E.Zwemgelegenheden Taken Er wordt onderscheid gemaakt tussen: zwem- en badfaciliteiten in badwaterbassins. Op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) hoofdstuk 15, Regels met betrekking tot zwemmen en baden in badwaterbassins, heeft GS de taak om toezicht te houden op de hygiëne en veiligheid van bezoekers van badwaterbassins. Hieronder wordt o.a. verstaan: (semi) openbare en medische zwembaden, sauna’s, bungalowparken en hotels. zwemgelegenheden in oppervlaktewater. Fryslân telt 54 officieel aangewezen zwemwaterlocaties. Ook buiten de officiële zwemwaterlocaties wordt gezwommen. Voor zwemmen in oppervlaktewater gelden andere regels dan voor badwaterbassins, vastgelegd in afdeling 3.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Provinciale instructieregels voor de locatiehouders, die zijn vastgesteld in de provinciale Omgevingsverordening, bepalen het beheer en onderhoud en de duur van het zwemseizoen. Meerjaren VTH-doelen Op basis van de provinciale ambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie én de risico’s en problemen die de omgeving in brede zin kunnen beïnvloeden, komen we tot de volgende inhoudelijke VTH-doelen: Zwem- en badfaciliteiten in badwaterbassins Bassinhouders stellen voor hun badwaterbassins een logboek (over o.a. waterkwaliteit, systeemfouten), probleem- en risicoanalyse en beheersplan op en houden dit bij. Bassinhouders sluiten tijdig het bassin als de waterkwaliteit onder de norm zit. Het naleefgedrag van de bassinhouder is goed. Bij minimaal 95% van de controles bij badwaterbassins wordt geen overtreding aangetroffen of wordt het gedrag van bassinhouder gekwalificeerd als A (Goedwillend) of B (Onverschillig). Zwemgelegenheden in oppervlaktewater N.v.t.31 De ambities van de provincie ten aanzien van het zwemmen in oppervlaktewater zijn niet vertaald in meerjaren VTH-doelen. De rol van de provincie is vooral gericht op communicatie en voorlichting aan zwemmers en signalering aan de beheerder van de zwemlocatie Kritische prestatie indicatoren en prestaties Zwem- en badfaciliteiten in badwaterbassins KPI – inhoudelijke doelen Ambitie (doelwaarde) A. Het logboek is op orde. Het percentage van de ingevulde digitale checklists per jaar, waarbij het antwoord op de vraag ‘Vindt er incidentenregistratie plaats?’ ‘Ja’ is. Waarde was in 2024 68%. >90% 2025 >95% in 2026 en hierna B. Een risicoanalyse en beheersplan is aanwezig. Het percentage van de ingevulde digitale checklists per jaar, waarbij het antwoord op de vraag ‘Voldoet de risicoanalyse inhoudelijk aan de eisen zoals gesteld in artikel 15.63 lid 2 en 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving?’ ‘Ja’ is. Waarde was in 2024 88%. 100% Bassinhouders sluiten tijdig het bassin als de waterkwaliteit onder de norm zit. Het percentage van de ingevulde digitale checklists per jaar, waarbij het antwoord op de vraag ‘Is naar aanleiding van metingen een badwaterbassin gesloten geweest?’ ‘Nee’ is. Waarde was in 2024 72%. >90% Het naleefgedrag van de bassinhouder is goed. Percentage van het aantal integrale controles waarbij geen LHSO-score is ingevuld of de LHSO-score voor gedrag A (Goedwillend) of B (Onverschillig) is. Dit was in 2024 99%. >97% KPI – organisatiedoelen Ambitie (doelwaarde) Tijdige afhandeling van meldingen voor het starten/wijzigen van badwaterbassins. Percentage van het aantal ontvangen meldingen dat binnen de streeftermijn wordt afgehandeld. >95% Zwemgelegenheden in oppervlaktewater Voor zwemgelegenheden in oppervlaktewater zijn geen doelstellingen en KPI’s opgesteld. F.Vuurwerk Taken Op grond van het Vuurwerkbesluit en de ‘Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk’ is de Provincie bevoegd voor het toetsen van ontbrandingsmeldingen en het verlenen van ontbrandingstoestemmingen vuurwerk bij buiten- en binnen (bijvoorbeeld concerten) evenementen en het toezicht hierop. De Provincie is op grond van het Omgevingsbesluit ook bevoegd voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving van grote vuurwerkopslagen die als Seveso-inrichting zijn aan te merken . Dergelijke opslagen zijn er momenteel niet. Op de ontbrandingstoestemmingen en de -meldingen zijn zowel het Vuurwerkbesluit als de ‘Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk’ van toepassing. Voor wat betreft het opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zijn bepalingen opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De gemeenten zijn hiervoor veelal het bevoegde gezag. De politie ziet toe op het ongeorganiseerd ontbranden van vuurwerk, bijv. door inwoners bij de jaarwisseling en supporters bij sportevenementen. Meerjaren VTH-doelen Op basis van de provinciale ambities in de Omgevingsvisie én de risico’s en problemen die de omgeving in brede zin kunnen beïnvloeden, komen we tot de volgende inhoudelijke VTH-doelen: Het naleefniveau bij ontbrandingen door bezigers blijft goed. Kritische prestatie indicatoren en prestaties KPI – inhoudelijke doelen Ambitie (doelwaarde) A. Het naleefniveau blijf goed. Percentage van het aantal controles bij vuurwerkevenementen waarbij geen overtredingen worden aangetroffen. Gegevens zijn afkomstig uit FUMO registratie in LEEF, waarbij aanvullend aan de huidige registratie ook een vermelding wordt gemaakt als overtredingen ter plekke zijn opgelost. Indien overtredingen ter plekke zijn opgelost, krijgen ze geen LHSO-codering in LEEF. Aandachtspunt is gegevenskwaliteit: registratie in LEEF is mogelijk onvolledig en bevat onjuistheden. >90% B. Het naleefniveau blijf goed. Percentage van het aantal controles bij vuurwerkevenementen waarbij geen overtredingen worden aangetroffen die niet ter plekke kunnen worden opgelost. Gegevens zijn afkomstig uit FUMO registratie in LEEF, waarbij aanvullend aan de huidige registratie ook een vermelding wordt gemaakt als overtredingen ter plekke zijn opgelost. Indien overtredingen ter plekke zijn opgelost, krijgen ze geen LHSO-codering in LEEF. Aandachtspunt is gegevenskwaliteit: registratie in LEEF is mogelijk onvolledig en bevat onjuistheden. >95% KPI – organisatiedoelen Ambitie (doelwaarde) Tijdige afhandeling van ontbrandingsmeldingen. Percentage van het aantal ontvangen meldingen dat binnen de streeftermijn wordt afgehandeld. Registratie in LEEF. Aandachtspunt is gegevenskwaliteit: registratie in LEEF is mogelijk onvolledig en bevat onjuistheden. >95% Tijdige afhandeling van ontbrandingsaanvragen. Percentage van het aantal ontvangen aanvragen dat binnen de wettelijke termijn wordt afgehandeld. Registratie in LEEF. Aandachtspunt is gegevenskwaliteit: registratie in LEEF is mogelijk onvolledig en bevat onjuistheden. >95% Controleniveau vuurwerkevenementen. Percentage van het aantal aangevraagde of gemelde ontbrandingen dat ter plekke bezocht wordt bij de aanvoer, opbouw, ontbranding of verwijdering van restanten. De meest risicovolle ontbrandingen (volgens te hanteren beslisboom) worden bezocht. 80% G.Luchtvaart Taken Op grond van de Wet luchtvaart is de Provincie bevoegd tot het vaststellen van luchthavenregelingen en -besluiten. GS is op grond van deze wet eveneens bevoegd tot het verlenen van ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG-ontheffingen). Ook is GS bevoegd om toe te zien op de naleving van de luchthavenregelingen, -besluiten en de ontheffingen. Ten aanzien van de militaire luchtvaart heeft de Provincie een adviesrol. Meerjaren VTH-doelen Op basis van de provinciale ambities in de Omgevingsvisie én de risico’s en problemen die de omgeving in brede zin kunnen beïnvloeden, komen we tot de volgende inhoudelijke VTH-doelen: Iedere luchthaven heeft een actuele luchthavenregeling of luchthavenbesluit. Het naleefgedrag van de vliegvelden en TUG-ontheffinghouders blijft goed. Bij minimaal 95% van de controles Wet luchtvaart wordt geen overtreding aangetroffen of wordt het gedrag gekwalificeerd als A (Goedwillend) of B (Onverschillig). De vliegbewegingen op luchthavens met een luchthavenbesluit of luchthavenregeling vinden plaats binnen toegestane tijden. Kritische prestatie indicatoren en prestaties KPI – inhoudelijke doelen Ambitie (doelwaarde) Percentage van de luchthavens met een actuele luchthavenregeling of luchthavenbesluit. 100% Het gedrag van de luchthavens en TUG-ontheffinghouders is goed. Percentage van het totaal aantal controles Wet luchtvaart waarbij geen LHSO-score is ingevuld of de LHSO-score voor gedrag A (Goedwillend) of B (Onverschillig) is. In 2023 en 2024 was dit 100%. >95% Percentage van de vliegbewegingen op iedere luchthaven met een luchthavenbesluit of luchthavenregeling dat plaatsvindt binnen de toegestane tijden. Op basis van rapportages van de luchthavens vindt ieder jaar bij luchthavenregeling en ieder half jaar bij luchthavenbesluit een analyse (administratieve controle) plaats. >98% KPI – organisatiedoelen Ambitie (doelwaarde) Tijdige afhandeling van meldingen. Percentage van het aantal ontvangen ontheffingen dat binnen de streeftermijn wordt afgehandeld. >95% Percentage fysiek gecontroleerde 24-uurs meldingen van TUG-ontheffingen. Alle 24-uurs meldingen worden geregistreerd in Excel. Tevens wordt van alle 24-uurs meldingen waar een controle plaatsvindt een zaak aangemaakt. Door deze te delen, ontstaat het gevraagde percentage. >25% Percentage fysiek gecontroleerde luchthavenbesluiten. 100% H.Wegen Taken De Provincie heeft VTH-taken bij het beheren van wegen. In de Omgevingsverordening Fryslân zijn regels gesteld ter bescherming en instandhouding van de bij de Provincie Fryslân in beheer zijnde wegen en ter verzekering van het doelmatig en veilig gebruik van die wegen. De VTH-taken die door de Provincie worden uitgevoerd zijn: Het verlenen van Omgevingsvergunningen voor activiteiten in het beperkingengebied wegen. Daarbij wordt niet alleen aan de verkeersveiligheid getoetst maar ook aan de archeologische aspecten en natuurbelangen als het initiatief gevolgen heeft voor de bredere doelstellingen, bijvoorbeeld als het gaat om ecologie en landschappelijke waarden. Verlenen van ontheffingen Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV). Het toezicht hierop ligt bij de politie. Het houden van toezicht op (illegale) activiteiten in het beperkingengebied wegen (wegen, bermen en rustplaatsen), de verleende vergunningen en staat van de wegen en hun bebording. Het geven van een overeenstemmingsbesluit aan gemeenten en het toezicht hierop bij het aanleggen en wijzigen van kabels en leidingen onder of nabij wegen in het kader van de Telecommunicatiewet. De handhaving vindt plaats door de gemeente als bevoegd gezag. Meerjaren VTH-doelen Op basis van de provinciale ambities in de Omgevingsvisie én de risico’s en problemen die de omgeving in brede zin kunnen beïnvloeden, komen we tot de volgende inhoudelijke VTH-doelen: Het naleefgedrag bij vergunde activiteiten in het beperkingengebied wegen blijft goed. Bij minimaal 95% van de controles op de naleving van de vergunde activiteiten in beperkingengebied wegen, wordt geen overtreding aangetroffen of wordt het gedrag gekwalificeerd als A (Goedwillend) of B (Onverschillig). Kritische prestatie indicatoren en prestaties KPI – inhoudelijke doelen Ambitie (doelwaarde) Het gedrag bij vergunde activiteiten in het beperkingengebied wegen blijft goed. Percentage van het totaal aantal controles bij activiteiten in het beperkingengebied wegen, waarbij geen LHSO-score is ingevuld of de LHSO-score voor gedrag A (Goedwillend) of B (Onverschillig) is.32 Registratie van de vergunningen in I-Asset, het moment van controle én de LHSO-code bij signalering van overtredingen wordt in 2025 opgebouwd, zodat vanaf 1-1-2026 registratie plaatsvindt. >95% (vanaf 1-1-2026) KPI – organisatiedoelen Ambitie (doelwaarde) Percentage van de verleende vergunningen voor activiteiten in het beperkingengebied wegen waarop toezicht op locatie heeft plaatsgevonden tijdens of binnen 3 weken na uitvoering van de activiteit. Vergunningen worden opgenomen in I-Asset. Tevens wordt per vergunning opgenomen op welk moment de activiteit is gecontroleerd. >80% (vanaf 1-1-2026) Tijdige afhandeling van aanvragen voor activiteiten in het beperkingengebied wegen. Percentage van het aantal ontvangen aanvragen dat binnen de wettelijke termijn wordt afgehandeld. Gegevens zijn afkomstig uit OGP. >95% Aantal illegale activiteiten in beperkingengebied wegen: activiteiten waarvoor geen vergunning is aangevraagd, maar wel een vergunning benodigd was. Gegevens zijn afkomstig uit I-Asset. 0 I.Gezonde en veilige leefomgeving Met het oog op het behouden en verbeteren van de kwaliteit in de fysieke leefomgeving houdt de Provincie zich ook nog bezig met aanvullende taken. Deze vallen niet onder de wettelijke thuis- en plustaken, maar zijn wel van belang voor de VTH-taakuitvoering. Deze worden daarom inhoudelijk beschreven. Hier worden vooralsnog geen inhoudelijke doelen of kritische prestatie indicatoren aan verbonden. Bedrijven De Provincie Fryslân is voor een aantal bedrijven het bevoegde gezag al het gaat om vergunningverlening, toezicht en handhaving. De uitvoering wordt grotendeels gedaan door de FUMO. De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling FUMO hebben voor de basistaken een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie opgesteld.33Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028. Voor de majeure risicobedrijven is de uitvoering belegd bij de ODG. Voor de uitvoering is samen met de provincies Drenthe en Groningen de Noordelijke Maat vastgesteld. Deze wordt in 2025 herzien. De Provincie is verplicht om toezicht te houden op de energiebesparingsplicht die voor de bedrijven onder haar bevoegd gezag geldt. Deze taak wordt door zowel de FUMO als de ODG namens de Provincie uitgevoerd. De energiebesparingsplicht is het belangrijkste instrument voor het stimuleren van energiebesparing bij bedrijven. De plicht wordt vanaf 1 juli 2023 uitgebreid door ook grote energiegebruikers, inclusief deelnemende EU-ETS (Emission Trade System, handelssysteem in Europa voor de CO2-uitstoot van de industrie) – inrichtingen, te verplichten hun energiegebruik te verduurzamen om zo de CO-2 uitstoot te reduceren. Voor de grootverbruikers die niet onder de Erkende Maatregelen Lijsten (EML) vallen en voor bedrijven die de EML niet willen volgen is het verplicht om een energiebesparingsonderzoek te doen. De Provincie is verplicht om het toezicht op deze verbreding van de energiebesparingsplicht voor de bedrijven waarvoor zij het bevoegde gezag is, neer te leggen bij de omgevingsdiensten Klimaat en energietransitie De Provincie Fryslân heeft zich geconformeerd aan de nationale vertaling van het VN-Klimaatakkoord van Parijs. Nederland is in dertig energieregio’s verdeeld, waarvan Fryslân er één van is. Binnen de regio werken overheden, bedrijfsleven, inwoners, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties samen aan de energietransitie. De afspraken worden vastgelegd in een Regionale Energiestrategie (RES). Ook zijn er raakvlakken met bijvoorbeeld Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), het Schone Lucht Akkoord en maatregelen ten aanzien van stikstofdepositie. Daar waar de afgesproken resultaten de uitvoering van de wettelijke VTH-taken raken, worden deze in de uitvoering betrokken. Schone Lucht Akkoord De Provincie Fryslân heeft zich geconformeerd aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). In het kader van VTH-uitvoering houden wij ons bezig met het thema ‘Industrie’, waarbij het accent ligt op stringent vergunnen. Veiligheid en Risicokaart Een belangrijke voorwaarde voor een gezonde leefomgeving is een woon- en werkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan veiligheidsrisico’s. In het kader van veiligheid ligt de focus op het waarborgen van een veilige leefomgeving voor alle inwoners van de gemeente/provincie. Dit houdt in dat er voldoende maatregelen worden genomen om de risico’s van gevaarlijke stoffen, brandgevaar, explosies, en andere gevaren te minimaliseren. Dit wordt bereikt door het toezicht op en handhaving van regelgeving met betrekking tot bijvoorbeeld gebruik van gevaarlijke stoffen, bouwvoorschriften, brandveiligheidsvoorschriften en andere relevante milieuvoorschriften. De Provincie draagt daarnaast bij aan de uitvoering van het landelijke programma Omgevingsveiligheid. Van 2025 tot en met 2028 ontvangen gemeenten en provincies hiervoor vanuit het Rijk (ongelabelde) gelden. Bedoeling is dat er provinciebreed een zo uniform mogelijke aanpak voor Externe Veiligheid wordt gehanteerd. De komende jaren zal de impact van de energietransitie op de omgevingsveiligheid een belangrijk thema zijn, zowel landelijk als ook in Fryslân. De FUMO adviseert de Provincie daarbij. De provincies zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de Risicokaart. Landelijk wordt door de Provincie deelgenomen aan de adviesgroep Risicokaart voor de verdere ontwikkeling van deze kaart. De FUMO heeft voor Fryslân een eerste helpdesk- en vraagbaakfunctie als het gaat om vragen over de risicokaart, de Atlas Leefomgeving, het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV), het verstrekken van overzichten ‘stand van zaken’ aan Friese gemeenten, testen en wijzigen van de invoerprogramma’s, enzovoort. Daarbij ziet de FUMO toe op de actualiteit van de gegevens in het REV. De FUMO en de ODG zorgen ervoor dat gegevens van Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s in het REV waar de Provincie als het bevoegd gezag voor zijn goed worden geregistreerd in het REV Circulaire economie De afgelopen jaren is de basis gelegd voor de transitie naar een circulaire economie. In 2025 viert Fryslân een belangrijke mijlpaal op dit gebied: tien jaar baanbrekende inzet, met als resultaat dat de regio één van de Europese koplopers is. Voor de Provincie is hiervoor in kaart gebracht wat gedaan kan worden op het gebied van VTH-taken om bij te dragen aan een circulaire economie. Hierop is in samenwerking met de FUMO een implementatietraject opgesteld.34Implementatietraject Inzet VTH-instrumentarium Circulaire economie. De uitvoering hiervan loopt tot het einde van 2025. Gedurende dit laatste loopjaar zal de voortgang geëvalueerd worden en gewerkt worden aan een meerjarig vervolgprogramma. Daarnaast loopt vanuit de IPO-werkgroep Circulaire Economie en Afval, waarin op interprovinciaal niveau samengewerkt wordt aan het versterken van de rol van circulariteit binnen het VTH-instrumentarium. Hiervoor is een gezamenlijke bouwstenenvisie opgesteld, waarin is uitgewerkt hoe de Provincie de VTH-taken kan inzetten om de transitie naar een circulaire economie verder te brengen.35IPO Bouwstenenvisie Circulaire Economie en VTH. Parallel aan het eigen implementatietraject wordt door Provincie en FUMO gewerkt aan het implementeren van de landelijke bouwstenenvisie. . 7.Deelstrategieën De volgende deelstrategieën vormen de basis voor afwegingen bij de inzet van de VTH-instrumenten. De manier waarop dit gedaan wordt is nader beschreven in de uitwerkingen per taakveld. Daarbij worden landelijke strategieën zoveel mogelijk gevolgd: De vergunningenstrategie wordt toegepast bij het vormgeven van het vergunningverleningsproces. De preventiestrategie is gericht op het voorkomen van naleeftekorten, bijvoorbeeld door gerichte communicatie met doelgroepen. In de toezichtstrategie is de wijze waarop toezicht wordt uitgevoerd verankerd; In de handhavingsstrategie is de wijze van handelen vastgelegd op het moment dat handelen in strijd met de kaders wordt geconstateerd. De gedoogstrategie wordt toegepast in uitzonderlijke gevallen als dat maatschappelijk gewenst is, binnen gestelde kaders. De adviesstrategie is de wijze waarop inhoudelijke en juridische ondersteuning geleverd wordt bij de beleidsontwikkeling en taakuitvoering. A.Vergunningenstrategie Onder regulering wordt verstaan: het beoordelen van meldingen en aanvragen voor milieubelastende activiteiten. Daarbij wordt beoordeeld of de betreffende activiteit(
- en)aanvaardbaar is/zijn en worden er indien nodig voorschriften opgesteld over de voorwaarden voor de uitvoering van deze activiteit(en). De uitgangspunten hierbij zijn: vergunningen af te geven die toetsbaar en handhaafbaar zijn reguleringswerkzaamheden risicogestuurd in te zetten gericht in te zetten op de actualiteit van vergunningen bijdragen aan het behalen van de strategische doelstellingen, en daarbij scherp te vergunnen (onderkant BBT) om bij te dragen aan de strategische doelstellingen De Provincie en FUMO behandelen aanvragen, meldingen, informatieplichten en verzoeken om maatwerk en gelijkwaardigheid binnen de wettelijke bevoegdheid of mandaat. De werkwijze bij het behandelen van verzoeken in het kader van de Omgevingswet en/of Omgevingsverordening is opgenomen in de gemaakte werkafspraken en de vigerende producten- en dienstencatalogus van de FUMO. Bij het proces van het behandelen van aanvragen worden de Friese ketensamenwerkingsafspraken gehanteerd. Beoordelingskader Aanvragen, verzoeken om maatwerk en gelijkwaardigheid, meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op (milieubelastende) activiteiten orden getoetst aan actuele en daarvoor geldende wet- en regelgeving, inclusief (voor zover relevant) de Provinciale Omgevingsverordening. Informatie- en meldingsplicht Voor informatie- en meldingsplichten wordt gecontroleerd of de juiste informatie is aangeleverd en de juiste melding is gedaan conform de milieubelastende activiteiten die (zullen) worden uitgevoerd. Beoordeling activiteiten met onbepaalde duur De milieuaspecten uit iedere aanvraag voor een vergunning voor milieubelastende activiteiten worden beoordeeld. Er vindt een beoordeling plaats of de gevraagde activiteit conform wet- en regelgeving is door de beoordelaar, in overleg met juridische en inhoudelijk gespecialiseerde collega’s. Een aanvraag kan meer of minder relevante aspecten bevatten in het licht van gestelde doel. Aanvragen worden daarom beoordeeld op relevante milieuaspecten en getoetst aan de daarvoor geldende kaders. Indien noodzakelijk vindt hierover overleg plaats tussen de FUMO en de Provincie. De legesbeoordeling bij aanvragen vindt plaats door de Provincie als bevoegd gezag zelf. Beoordeling activiteiten met bepaalde duur Omgevingsactiviteiten met bepaalde duur onder bevoegd gezag van de Provincie worden beoordeeld op volledigheid op basis van de landelijke indieningsvereisten. Meldingen voor het ontgraven, tijdelijk opslaan en toepassen van grond en/of baggerspecie (vallen onder de werkingssfeer van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onder paragraaf 3.2.21, 3.2.22 en 3.2.24) worden door FUMO vastgelegd en beoordeeld op volledigheid op basis van de landelijke indieningsvereisten. De kwaliteit van de partij grond of baggerspecie moet voldoen aan de wettelijke toepassingseisen. Bewijsmiddelen voor de kwaliteit van een partij grond zijn Bodemonderzoeken (partijkeuringen) en de Regionale Bodemkwaliteitskaart. De relevantie van de te toetsen aspecten wordt door de behandelaar bepaald door onder meer de risicocategorie, lengte van de opslagperiode en samenstelling en omvang van de grondstroom. Afhankelijk van de mate van relevantie van de aspecten vindt een globale beoordeling plaats óf een 100% toets aan wet- en regelgeving. Maatwerk en gelijkwaardigheid Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag in individuele gevallen afwijken van algemene regels voor activiteiten. Dit is alleen mogelijk als dit in de rijks- of provinciale regels is aangegeven. Soms is daarbij aangegeven binnen welke grenzen maatwerk mogelijk is. Maatwerk kan worden gevraagd door de initiatiefnemer. Maatwerk kan ook ambtshalve worden opgelegd, bijvoorbeeld bij onvoorziene situaties of lokale omstandigheden. Bij beoordelen van de noodzaak tot het opstellen van maatwerkvoorschriften wordt het volgende in acht genomen: de uitgangspunten uit de ‘Handhavingsstrategie’ de oogmerken van maatwerk zoals opgenomen in het Omgevingsbesluit of de Omgevingsverordening de status van eerdere maatwerkvoorschriften. Daarbij wordt rekening gehouden met evt. nog als maatwerk geldende vergunningvoorschriften. Gelijkwaardigheid kan alleen door een initiatiefnemer worden aangevraagd of gemeld. Indien bij een controle een afwijking van de algemene regels wordt geconstateerd, wordt een bedrijf actief gewezen op de mogelijkheid van het melden of aanvragen van gelijkwaardigheid (afhankelijk van de regels die voor de activiteit gelden). In de Omgevingsverordening zijn de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen of ruimte te bieden voor een gelijkwaardige maatregel, en de voorwaarden daarbij, expliciet benoemd. Integriteitsbeoordeling (Wet Bibob) Bij aanvragen waarvoor GS het bevoegde gezag is wordt bij de taakuitvoering ook een integriteitsbeoordeling op basis van het Bibob-beleid toegepast.36Bibob-beleidsregel Provincie Fryslân 2024. De coördinatie van het Bibob-beleid ligt bij de Provincie. B.Preventiestrategie Bij preventie gaat het om het bevorderen van naleving van wet- en regelgeving over leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. Door vooraf te investeren op inzicht en duidelijkheid van regelgeving kan een deel van de overtredingen worden voorkomen. De preventiestrategie wordt integraal toegepast naast de andere strategieën. Voorlichting draagt bij aan het voorkomen van overtredingen die ontstaan door een gebrek aan informatie en kennis. Bij voorlichting gaat het o.a. om het informeren van inwoners en bedrijven over verandering van wet- en regelgeving, indieningsvereisten, mogelijkheden voor aanvragen, en de handhavingsprocedure. Voorlichting kan ook gericht worden ingezet voor specifieke branches en doelgroepen, indien nodig in samenwerking met de branche. De Provincie doet dit in samenwerking met de FUMO. Naast voorlichting kunnen Provincie en FUMO in overleg met elkaar besluiten tot nadere maatregelen ter preventie. Andere instrumenten ter preventie zijn communicatie met aanvragers, ondersteunend optreden via vooroverleg of hulp bij het invullen van formulieren, of mediation ter oplossing óf voorkoming van conflicten. Nieuw inzicht over ontwikkelingen of maatregelen (denk bijvoorbeeld aan audits) kunnen hier aanleiding voor zijn. Ook tijdens het uitvoeren van toezichtcontroles kan specifieke aandacht uitgaan naar het voorkomen van overtredingen. Door te kijken naar risico’s in plaats van enkel naar de naleving van regels, en door samen met het bedrijf te kijken naar de kwaliteit van de risicobeheersing, kunnen overtredingen worden voorkomen. Bij de constatering van lichte overtredingen (uit onwetendheid) kan een preventieve maatregel ter plekke aanleiding zijn voor het verhelpen van de overtreding. Dit sluit echter niet uit dat er wel hard zal worden opgetreden waar nodig. Deze werkwijze is in lijn met wat ‘modern toezicht’ wordt genoemd. Er wordt bezien bij welke bedrijven ‘modern toezicht’ het meest effectief kan worden ingezet. C.Toezichtstrategie Toezicht is voor de Provincie het instrument om grip te houden op risico’s en ontwikkelingen, en om te kunnen schakelen tussen meedenken en ingrijpen. Onder toezicht wordt verstaan: de werkzaamheden die worden verricht om te constateren of wet- en regelgeving worden nageleefd, ter bevordering van naleefgedrag van de wet- en regelgeving. De toezichtstrategie is risicogestuurd en gericht op het op eenzelfde wijze uitvoeren van toezicht in overeenkomstige gevallen. Als bevoegd gezag heeft de Provincie de LHSO vastgesteld als uniforme werkwijze bij toezicht. Voor nautisch toezicht wordt gebruik gemaakt van het Verbaliseringsbeleid water.37Verbaliseringsbeleid water 2019. De werkwijzen bij de vormen van toezicht houden volgen hieruit. Integraliteit en veiligheidstoets Controles worden risicogestuurd en integraal uitgevoerd op basis van aspecten die de grootste risico’s vormen voor de strategische doelstellingen. Minder relevante aspecten voor de strategische doelstellingen worden in beginsel niet standaard meegenomen. Tijdens een controlebezoek (inclusief hercontrole) wordt wel een volledigheidstoets gedaan waarmee wordt bezien of de milieubelastende activiteiten die worden uitgevoerd ook overeenkomen met de vergunde situatie, de ontvangen melding of de informatie (conform de informatieplicht). Aankondiging Een deel van de controles wordt vooraf aangekondigd. Er wordt contact gezocht om een afspraak te maken. Hiermee is vooraf geïnformeerd dat een controle zal plaatsvinden en kan daarop voorbereid worden. Een goede voorbereiding maakt dat de controle minder tijd vraagt. Controles kunnen ook onaangekondigd worden uitgevoerd wanneer de situatie hier aanleiding toe geeft. Provincie en FUMO controleren veelal onaangekondigd in geval van vrije veld controles, gedragsvoorschriften, bij klachten/meldingen, vermoeden van niet-gemelde activiteiten of ernstige overtredingen, herhaaldelijke overtredingen, specifieke acties of projecten. Toezicht op basis van klachten en handhavingsverzoeken Bij klachten over milieubelastende activiteiten vindt door de toezichthouders een afweging plaats of een controle ter plekke nodig is. De toezichthouder overweegt voorafgaand aan de controle of afstemming met de deelnemer nodig is. Bij handhavingsverzoeken vindt door een jurist een afweging plaats of een controle nodig is. Op basis van deze afweging wordt een controle ter plekke uitgevoerd op (in beginsel) enkel het aspect waarop de klacht of het handhavingsverzoek betrekking heeft. Anonieme verzoeken worden in principe niet in behandeling genomen. Indien de toezichthouder bepaalt dat de impact van de activiteit op mens en omgeving groot is, wordt in overleg met de Provincie eventuele verdere actie ondernomen. Ketentoezicht Ketentoezicht is het op elkaar afgestemde toezicht van één of meerdere toezichthoudende organisaties, gericht op alle partijen die achtereenvolgens betrokken zijn bij een activiteit. Het wordt ingezet voor de aanpak van risico’s die in een keten van meerdere activiteiten ontstaan en beperkt zich niet tot één plaatsgebonden activiteit. Hierbij wordt ingezet op het analyseren van de gehele keten. De resultaten van dergelijke tactische analyses zijn overzichten van specifieke aandachtspunten, die kunnen leiden tot maatwerk. In gevallen van grensoverschrijdend ketentoezicht wordt voor onderlinge afstemming deelgenomen aan het noordelijk ketenoverleg (gebied Overijssel, Drenthe, Groningen en Fryslân). Rapportage van bevindingen Na iedere toezichtscontrole wordt een rapportage van bevindingen opgemaakt. De rapportage van bevindingen, met de eventueel hieraan verbonden consequenties, wordt toegezonden aan de gecontroleerde. Deze rapportage en de relevante documenten worden naar de Provincie gestuurd na de uitgevoerde toezichtscontrole binnen de geldende termijn. D.Handhavingsstrategie Onder handhaving wordt verstaan: het handhavend optreden vanwege de constatering van niet naleven van wet- en regelgeving. In beginsel volgt handhaving uit toezicht. Het doel van handhaving is het voorkomen van overtredingen (preventie), het herstellen van overtredingen of het bestraffen van overtredingen. Om tot de passende interventie te komen, wordt de Landelijk Handhavingsstrategie (LHSO) gevolgd. Gelijke toepassing van de LHSO stelt in staat om in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes te maken en interventies op vergelijkbare wijze te kiezen en toepassen, waardoor er een gelijk speelveld wordt gewaarborgd. Handhavingsinstrumenten De bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten die worden ingezet bij sanctionering staan beschreven in de LHSO. Deze is door de Provincie Fryslân opgenomen in het eigen beleid.38Beleidsregel handhavingsstrategie omgevingsrecht provincie Fryslân. De LHSO is de opvolger van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) en heeft een breder werkingsbereik. Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid behoren interventies in vergelijkbare situaties op eenzelfde wijze te worden toegepast. De LHSO dient als hulpmiddel voor een effectieve en rechtmatige handhaving, waarvan de toepassing leidt tot afgestemd en effectief bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk optreden. Vóór inzet van een van de sanctionerende instrumenten wordt de Provincie geïnformeerd. Voor nautisch toezicht wordt gebruik gemaakt van het Verbaliseringsbeleid Water.39 Verbaliseringsbeleid water 2019. In samenhang met de bestuurlijke sanctie of los daarvan kan de strafrechtelijke sanctie worden toegepast. Hiervoor zijn boa’s aangewezen die strafrechtelijk kunnen optreden binnen het domein II. De Provincie heeft de boa-taken ondergebracht bij de FUMO, waar ook de centrale coördinatie ligt. Daarnaast zijn bij de FUMO en de terrein beherende organisaties ook groene boa’s aangesteld, die zich bezig houden met toezicht op natuurtaken. Zelf heeft de Provincie blauwe boa’s in dienst voor nautisch toezicht. Ook zijn afspraken gemaakt om in het naseizoen (van november tot maart) met nautische boa’s van Provinciale Waterstaat en milieuboa’s van de FUMO gezamenlijke controles uit te voeren. Overtredingen door de overheid De handhaving van een andere overheid of een onderdeel van de eigen provinciale organisatie is niet anders dan voor inwoners en bedrijven. Belangrijk bij controles van (mede-)overheden is transparantie, ook indien bestuurlijke en/of juridische complicaties ontstaan. Er wordt geen verschil gemaakt in prioriteitstelling en keuze in handhavingsinstrument. Wel brengt een overtreding door een overheid een tweetal extra procedurestappen (aanvullend aan de eerder benoemde algemene stappen) met zich mee: Wordt een overtreding van een (mede-)overheid geconstateerd, dan wordt deze direct aan het VTH-management en/of het verantwoordelijk bestuur voorgelegd. Het VTH-management en/of de Provincie zorgen ervoor dat passende maatregelen worden genomen om de overtreding te beëindigen, deze in de toekomst te voorkomen en zo nodig de schade te herstellen. E.Gedoogstrategie Gedogen is het bewust afzien van sancties in geval van overtredingen. Slechts onder bijzondere omstandigheden is het toegestaan dit te doen. In sommige gevallen kan worden geconstateerd dat het niet redelijk is om handhavend op te treden. Dit kan gelden voor: overgangssituaties concreet zicht op legalisatie bedrijfsverplaatsingen experimenten en andere tijdelijke overtredingen (zie ook c.) overmachtssituaties situaties waarin handhavend optreden onevenredig is De gedoogstrategie is van toepassing op de thuis- en plustaken die beschreven zijn in de UHS. Ook is deze van toepassing bij het toezicht op Seveso-bedrijven.40 Doordat met het vaststellen van de UHS 2025-2028 het voorgaande VTH-beleid 2019-2023 komt te vervallen, komt ook de op Seveso-bedrijven van toepassing zijnde gedoogstrategie te vervallen. Met deze bepaling is sprake van een geldend gedoogbeleid voor Seveso-bedrijven. Wanneer de Noordelijke Maat geactualiseerd wordt zal hierover iets opgenomen worden in de U&H-strategie voor Seveso/RIE-4 bedrijven. Gedogen bij overtredingen Gedogen gebeurt enkel na een expliciete, zorgvuldige, kenbare (belangen)afweging en nadat er een controle heeft plaatsgevonden. Ook is het zoveel mogelijk in omvang en tijd beperkt. Er wordt uitdrukkelijk schriftelijk (actief) gedoogd. Het doel van de gedoogstrategie is om een gelijk speelveld te borgen ten aanzien het actief gedogen. Hierbij is betrokkenheid van belanghebbenden via de wettelijke hoorplicht geborgd.41Artikelen 4.7 en 4.8 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Wordt een overtreding van (mede-)overheid geconstateerd, dan wordt deze direct aan het VTH-management en/of de Provincie voorgelegd. Gedogen kan ook aanvaardbaar zijn als het achterliggende belang dat een norm primair beoogt te beschermen beter gediend is met (tijdelijk), al dan niet onder voorwaarden, afzien van handhaving. Het gaat dan om uitzonderingsgevallen die de wetgever niet heeft voorzien. Ook kan een zwaarder wegend belang gedogen soms rechtvaardigen. Rechtsbeginselen kunnen er toe leiden dat ook andere belangen dan het door de norm te beschermen belang moeten worden meegenomen in de afweging. Gevallen waarin gedoogd kan worden Gedogen van een overtreding wordt getoetst aan de volgende criteria: Er moet sprake zijn van een uitzonderlijke situatie in het bijzonder een overmacht- of overgangssituatie. Spoedeisende belangen vallen ook onder dit criterium. Er moet een complete (ontvankelijke) aanvraag om vergunning zijn ingediend bij het bevoegde gezag en ter inzage zijn gelegd, die (mede) de activiteit(
- en)waarop het gedoogverzoek betrekking heeft, omvat. Bovendien moet er een gerede kans zijn dat de vergunning wordt verleend Er moeten klemmende redenen (zwaarwegende argumenten) zijn om de afgifte van een gedoogverklaring te kunnen rechtvaardigen De te gedogen activiteit(
- en)moet(
- en)op verantwoorde wijze (gezien het belang van de betrokken norm) kunnen plaatsvinden De afgifte van een gedoogverklaring mag niet onredelijk zijn ten opzichte van derde belanghebbenden (bijvoorbeeld omwonenden van de locatie) Bij het afwegen van de betrokken belangen door de Provincie moet het resultaat zijn dat het belang van gedogen zwaarder weegt dan het belang van stringente handhaving van de milieuwetgeving én dat gedogen zich verzet tegen toepassing van een sanctie (last onder bestuursdwang, last onder dwangsom). De aanvrager moet schriftelijk aantonen dat hij een dergelijk zwaarder wegend belang heeft De afgifte van een gedoogverklaring mag niet leiden tot een belangen- of tegenstrijdigheidsconflict met andere (milieu-)wetten en/of voorschriften die door andere bevoegde gezagen zijn gesteld, of redelijkerwijs als gevolg van de te nemen gedoogverklaring gesteld moeten worden Er moet bij de Provincie vertrouwen zijn in het nalevingsgedrag van het betrokken bedrijf/initiatiefnemer. Er wordt niet tot gedogen overgegaan als aan de zijde van de overtreder sprake is van recidiverend dan wel calculerend gedrag. Bij de beslissing om een overtreding al dan niet gedogen wordt getoetst aan bovengenoemde criteria. Er hoeft niet te worden voldaan aan álle criteria. De criteria spelen mee bij de belangenafweging, maar dit betekent niet automatisch dat ze als strikte voorwaarden moeten worden beschouwd. De beslissing om al dan niet te gedogen is namelijk een discretionaire bevoegdheid van GS. Toezicht op gedogen Het is belangrijk dat de Provincie actief toezicht houdt bij gedoogsituaties. Als de overtreder zich niet aan de voorwaarden houdt, riskeert hij een sanctie. Uitgangspunt is dat aan de inzet van de bestuurlijke handhavingsinstrumenten een belangenafweging vooraf dient te gaan. Daarbij moeten de belangen van de overtreder, van derden en het algemeen belang zorgvuldig worden afgewogen. Om te voldoen aan de evenredigheidseis kan het nodig zijn de overtreder enigszins tegemoet te komen.42 Artikel 3.4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Partieel handhaven Partieel handhaven is hetzelfde als partieel gedogen: gedeeltelijke handhaving in uitzonderingssituaties.43Artikel 5.2 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het voordeel van deze constructie is dat de voorschriften bij een (partiële) handhaving rechtstreeks handhaafbaar zijn. Bij een gedoogbeschikking dient bij de overtreding van de voorwaarden eerst de gedoogbeschikking (gedeeltelijk) te worden ingetrokken alvorens tot handhaving kan worden overgegaan. Het toetsingskader is identiek aan dat van de gedoogbeschikking: passend binnen het gedoogkader. De regel blijft dus dat een handhavingsbesluit gericht moet zijn op het volledig beëindigen of ongedaan maken van (de gevolgen van) een overtreding, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. F.Adviesverlening In toenemende mate wordt de specialistische kennis die bij de omgevingsdiensten aanwezig is benut bij het voorbereiden van beleid en besluitvorming binnen de Big-8 cyclus. Het gaat hierbij om een plustaak, waarbij het niveau van kwaliteitsborging voor zowel de Provincie en FUMO geldt voor de bij hen ondergebrachte taakvelden. Uitgangspunten voor adviesverlening Voordat begonnen kan worden met ondersteuning op beleidsvoorbereiding is het belangrijk om bestuurlijke commitment te hebben. Bij zowel de Provincie als de FUMO moet kennis en kunde aanwezig zijn om een goede gesprekspartner te ten aanzien van adviesverlening op het beleid. Een proactieve houding is hierin nodig. Omgevingsdiensten vervullen een essentiële taak op het gebied van adviesverlening. Belangrijk is dat milieunormen nu worden ook vastgesteld in het omgevingsbeleid. De omgevingsdiensten doen dit afhankelijk van de vraag vanuit de eigen opdrachtgevers. Advies bij het opstellen van omgevingsplannen is hier een voorbeeld van. Bij ruimtelijk advies zal betrokkenheid van de omgevingsdienst bijdragen aan een beter zicht op de samenhang tussen beleidsopgaven, activiteiten, projecten en functies en kwaliteiten in de fysieke leefomgeving. Niveaus in adviesverlening De borging van de betrokkenheid en de adviesrol is in de volgende drie niveaus te onderscheiden: Integrale adviesverlening over de fysieke leefomgeving (beleidsontwikkeling) Integrale adviesverlening over de fysieke leefomgeving komt terug in de gehele beleidscyclus. Het richt zich op de gevolgen van ontwikkelingen en activiteiten voor de fysieke leefomgeving. Het is belangrijk om al vroeg in het voortraject betrokken te zijn, om zo ambities in de regio af te stemmen en knelpunten tijdig te signaleren voordat het provinciale beleid is uitgedacht. Dat betekent ook de adviesverlening over de thema’s waarvoor VTH-deskundigheid aanwezig is bij het opstellen van de Omgevingsvisie. Adviesverlening over beleidsdoorwerking De kennis, praktijkervaring en knelpunten vanuit VTH worden meegenomen richting de instrumenten van de Omgevingswet: omgevingsverordening, omgevingsplan en programma. Hierdoor sluiten beleid en regels beter aan bij de praktijk, o.a. op basis van kennis uit de probleem- en risicoanalyse. Ook zorgt het voor regionale afstemming. Door de werkwijze bij omgevingsdiensten hebben zij oog voor de gehele regio. Door aan de voorkant mee te werken aan de instrumenten worden knelpunten in de uitvoering zoveel mogelijk voorkomen. Adviesverlening over beleidsuitvoering Door brede adviesverlening wordt bijgedragen aan een effectieve beleidscyclus. Vanuit de uitvoering kan aan de voorkant worden geborgd dat de (milieu)regels handhaafbaar zijn, met name op specialistische beleidsterreinen. Het is belangrijk om op landelijk niveau samen te werken om deze brede adviestaak verder te ontwikkelen. Hierbij is onder meer de interne samenwerking tussen de adviseurs van de omgevingsdienst en provinciale specialisten van belang. Randvoorwaarden Wanneer gebruik gemaakt wordt adviesverlening moeten een aantal randvoorwaarden duidelijk zijn. Het moet gaan om een duidelijk gedefinieerde adviestaak, waarbij het niveau en de scope van de adviesvraag afgebakend zijn. Ook moet duidelijk zijn hoe vormgegeven wordt aan de rol die de adviseur gaat vervullen. Hierbij gaat het om de nabijheid van de adviseur bij het vraagstuk (en de scheiding met de rol als VTH-uitvoerder), de onafhankelijkheid van het advies, de brugfunctie tussen Provincie en Omgevingsdienst, en de verbinding binnen de rest van de regio. Er moet een goed commitment zijn tussen adviseur en VTH-uitvoering, waarbij begrip is voor elkaars standpunten en constructief samengewerkt wordt aan de integratie van milieu en ruimtelijk ordening. Intern worden de structuren op orde gebracht worden om goed ondersteunend te zijn aan de adviesrol. Bij het uitvoeren van de adviestaken is het van belang om deze in afstemming met de opdrachtgevers zo goed mogelijk te programmeren. Afspraken over adviesverlening zijn uniform en duidelijk. Daarnaast vereist het goede samenwerking en afstemming tussen adviseur en beleid om kennis en competenties van het werkgebied en VTH-uitvoering toe te passen binnen adviesverlening. Een kennisinfrastructuur waarbij kennisuitwisseling tussen Provincie en FUMO wordt uitgewisseld kan bijdragen aan het versneld robuust kunnen inrichten van de adviestaak. Bijlagen Bijlage A. Evaluatie beleid Deze evaluatie blikt terug op de voorgaande beleidsperiode. Deze periode liep vanaf het vaststellen van het VTH beleid Provincie Fryslân 2019-2023 uit 2019 tot aan de voorbereiding van het voorliggende beleidsplan. Het doel van deze evaluatie is het benoemen van de leerpunten, die zijn weergegeven aan grijze kaders. In het voorliggende beleidsplan geven we aan hoe we met deze leerpunten omgaan. A1. Vaststelling van beleid Het kader voor het beleid is door PS vastgelegd in de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht 2016, per 1 januari 2024 (besluit d.d. 27 september 2023) geactualiseerd middels de Verordening kwaliteit uitvoering en handhaving omgevingsrecht Provincie Fryslân 2024. Het VTH beleid Provincie Fryslân 2019-2023 is op 9 april 2019 vastgesteld door GS en hierna ter kennisname aan PS toegestuurd. In 2019 stonden de wettelijke vereisten voor het VTH beleid in het Besluit omgevingsrecht (Bor) onder de Wabo. Het beleid bevat de onderdelen die vanuit het Bor verwacht werden: het bevat een verwijzing naar de aanwezige risicoanalyses (die allen niet ouder waren dan 1 jaar), doelen en daarbij behorende indicatoren, bevat een preventie-, vergunning-, toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie én een vertaling naar de VTH-gerelateerde budgetten. In 2021 heeft de Provincie door Arena Consulting een onderzoek laten uitvoeren naar de werking van de Big-8 voor de verschillende taakvelden (Optimalisatie Big-8). Het betrof een evaluatie van de wisselwerking tussen beleid en VTH-uitvoering. Een aantal gesignaleerde verbeterpunten is nog niet volledig gerealiseerd. Het betreft: Verbeterpunt Status Breng per beleidsveld samenhang in de VTH P&C documenten. De samenhang is vanaf het Uitvoeringsprogramma 2023 en het Jaarverslag 2023 doorgevoerd. Organiseer per beleidsveld een structureel overleg tussen ‘beleid’ en ‘VTH-uitvoering’. Binnen enkele taakvelden vindt wel periodiek overleg plaats. Een structureel (periodiek) overleg van min. 2x per jaar vindt nog niet plaats voor alle taakvelden. Maak intensiever gebruik van functie van risico analyse, zowel beleidsmatig als operationeel. Diverse risico analyses zijn niet meer geactualiseerd; doorwerking van de risico analyses in doelstellingen is nog beperkt. Werk per beleidsveld inhoudelijke doelen en -KPI’s uit, gebaseerd op risico analyse en ambities. Doelen en KPI’s zijn voor een aantal taakvelden uitgewerkt op basis van de risico analyse en ambities, maar nog niet verankerd in beleid. Verschuif de focus van organisatie KPI’s naar inhoudelijke KPI’s. Gerealiseerd vanaf het Uitvoeringsprogramma 2023, maar nog te verankeren in VTH-beleid. Houd het VTH-jaarverslag beknopt en gerelateerd aan KPI’s uit het VTH-programma. Met ingang van het Jaarverslag 2023 is de verslaglegging conform de structuur en KPI’s uit het programma. Ter besluitvorming is het hele document voorgelegd, incl. strategische probleem- en risicoanalyse, doelstellingen en prioriteiten. Integreer beleidsmatige risico analyses voor bedrijven. Nog niet gerealiseerd. De risicoanalyse voor de basistaken van de FUMO is nog niet leidend voor de provinciale bedrijven. Werk beleidsmatige risico analyse uit voor zwembaden en –plassen en bepaal op basis daarvan uitvoeringsniveau. Nog niet gerealiseerd. Op basis van beleidsmatige relevantie van VTH-taken voor wegen en vaarwegen beperken van detailniveau in VTH P&C-documenten. Voor wegen- en vaarwegen wordt eenzelfde detailniveau gerealiseerd in Uitvoeringsprogramma 2023 en 2024. Integreren van verslag en programma voor zowel VTH als provinciale rol bij vuurwerkcoördinatie Keuze gemaakt om beide niet te integreren vanwege verschil in opdrachtgeverschap tussen gemeente en Provincie. Richt een proces in om bij (nieuw) beleid met raakvlak aan de fysieke leefomgeving het gesprek te voeren wat VTH kan bijdragen aan de realisatie van de ambities Taak binnen opdrachtgeversteam is nog niet structureel belegd. Binnen enkele taakvelden vindt wel periodiek overleg plaats. Scherp VTH-doelen aan en implementeer aangepaste KPI’s Gerealiseerd vanaf het Uitvoeringsprogramma 2023, maar nog te verankeren in VTH-beleid. Zorg voor structurele inbedding van ontwerp en gebruik van KPI’s Gerealiseerd vanaf het Uitvoeringsprogramma 2023, maar nog te verankeren in VTH-beleid. Gebruik eenduidige definities voor naleefgedrag bij de (her)formulering van doelen en KPI’s Gerealiseerd vanaf het Uitvoeringsprogramma 2023, maar nog te verankeren in VTH-beleid. Aanbeveling 1. Maak concrete afspraken in het VTH-beleid over de nog niet (volledig) gerealiseerde verbeterpunten voor het functioneren van de Big-8. In oktober 2022 werd door het Bestuurlijk Omgevingsberaad de opvolger van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) vastgesteld. Die strategie was ook voor de Provincie sinds 2 december 2014 leidend bij het bepalen van de sanctie na constatering van overtredingen. Op 5 december 2023 heeft GS de Beleidsregels handhavingsstrategie omgevingsrecht Provincie Fryslân vastgesteld. Met de vaststelling besloot het college bij de uitvoering van alle VTH-taken namens de Provincie de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) te volgen. Daarmee werd voldaan aan de interbestuurlijke afspraken hierover. Aanbeveling 2. Teksten in het VTH beleid én de beleidsregels handhavingsstrategie zijn grotendeels overlappend, maar deels ook conflicterend. In het nieuwe VTH-beleid dient sprake te zijn van één sanctiestrategie, waarin de LHSO is opgenomen. Bij het vaststellen van het Uitvoeringsprogramma 2024 is door GS besloten het VTH beleid Provincie Fryslân 2019-2023 met één jaar te verlengen. Daardoor beschikte de Provincie ook in 2024 over geldend VTH-beleid. Het VTH beleid Provincie Fryslân 2019-2023 heeft ook betrekking op de VTH-taken bij bedrijven die vallen onder de Seveso (voorheen Brzo) én overige basistaken. Voor beide zijn ook met andere deelnemers aan respectievelijk de ODG en FUMO beleidsmatige afspraken vastgelegd. Voor de Seveso-bedrijven zijn afspraken gemaakt in het kader van de Noordelijke Maat. Voor de overige basistaken zijn in 2020 afspraken gemaakt in VTH-beleid Fryslân; uniform beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving van de provinciale en gemeentelijke basistaken, welke eind 2023 werd vervangen door het Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2024. Doordat VTH-beleid voor de basistaken daardoor voor Seveso-bedrijven in twee documenten is opgenomen en voor de overige basistaken in twee documenten, is onduidelijk welk beleid prevaleert. De Omgevingswet schrijft ook voor dat het beleid voor uitvoering van de basistaken regionaal (regio van de omgevingsdienst) uniform dient te zijn. Daarmee hoeft de omgevingsdienst geen verschillende werkwijzen te hanteren én kan er efficienter gewerkt worden. Aanbeveling 3. Beperk in het nieuw te ontwikkelen VTH-beleid van de Provincie Fryslân tot de VTH-taken waarover geen regionale afspraken zijn gemaakt. Het nieuwe VTH-beleid heeft daardoor geen betrekking op de basistaken. A2. Functie van het beleid Een beleidsplan behoort sturing te geven aan de uitvoering: wat doen we wel, wat doen we niet. Het beleidsdocument bevat keuzes voor de uitvoering (ambities), gebaseerd op risicoanalyses en prioriteiten. Volgens de inleiding van het VTH beleid Provincie Fryslân 2019-2023 was de functie van het beleid: Inzicht geven in de wijze waarop de Provincie Fryslân het VTH-instrumentarium inzet. Duidelijk maken hoe de Provincie inhoudelijke prioriteiten stelt en hoe zij de uitvoering van de VTH-taken in het beleid toepast om de strategische doelen te bereiken. Een relatie leggen tussen provinciale beleidsambities, wettelijke taken en de inzet van VTH-instrumenten, om zo VTH te helpen bij het realiseren van provinciale beleidsambities (prioriteiten stellen). Bestuurlijk kader voor de provinciale uitvoering van de VTH-taken. Onderligger voor afstemming en overdracht die nodig is om de Provincie en de uitvoeringsorganisaties (o.a. FUMO, ODG en Veiligheidsreigo Fryslân) met elkaar te verbinden. Terugblikkend constateren we dat het beleid bovengenoemde beoogde functies heeft gehad. In het bijzonder merken we op: Het realiseren van provinciale beleidsambities (bovengenoemde functie 3) is niet mogelijk met een beleidsplan met vier jaar doorlooptijd. Beleidsambities wijzigen jaarlijks; het komen tot een proces in het Uitvoeringsprogramma om jaarlijks prioriteiten te stellen heeft ook afgelopen jaren de voorkeur gehad, omdat daarmee beter kan worden aangesloten op nieuwe beleidsprioriteiten. De afstemming en overdracht die nodig is (bovengenoemde functie 5), is met het regionale beleid voor de Seveso- en overige basistaken overbodig geworden. Voor de basistaken zijn regionaal afspraken gemaakt, die zouden moeten prevaleren boven de beleidskeuzen van één van de deelnemers (zoals de Provincie). Aanbeveling 4. Beperk het aantal doelstellingen/prioriteiten in het VTH-beleid en houdt daarmee ruimte om jaarlijks specifieke doelstellingen/prioriteiten te stellen in het uitvoeringsprogramma. Daarmee kan beter worden aangesloten op de actuele problematiek. Vertaal daarbij wel ieder van de doelstellingen (zowel de meerjarige in het VTH-beleid als de jaarlijkse in het uitvoeringsprogramma) in een meetbare KPI. Het VTH beleid Provincie Fryslân heeft als directe doelgroep met name GS en PS (duidelijkheid inzet VTH), provinciale beleidsmedewerkers (relatie VTH met beleid per taakveld) en juristen (strategie). De medewerkers in de VTH-uitvoering zijn maar beperkt bekend met het beleidsstuk. Op zich is dit geen probleem. Het beleid is doorvertaald naar een programma; dit programma is voor de coördinatoren in de uitvoering van belang. Daarnaast wordt een doorvertaling van beleid en programma gemaakt naar de processen en checklisten (wat doen we wel/niet). Deze checklisten zijn weer bekend bij de VTH-uitvoerders. Daarmee werken ook zij indirect met het VTH-beleid. Bij de slag die in 2023 is gemaakt vanaf het Uitvoeringsprogramma 2023 en hierna in Jaarverslag 2023 wordt zowel beleid, prioriteiten, doelstellingen, kpi’s en ureninzet per taakveld gezamenlijk weergegeven (conform aanbevelingen van onderzoek Optimalisatie Big-8). Dit draagt positief bij in de bekendheid bij coördinatoren en VTH-uitvoerders. Aanbeveling 5. Blijf bij de uitwerking van het VTH-beleid, strategische risicoanalyses, uitvoeringsprogramma en jaarverslag per taakveld werken met de weergave in samenhang. Blijf zoeken naar mogelijkheden om onderdelen (zoals jaarverslag) afronderlijk vast te stellen, zonder het volledige pakket ter besluitvorming aan GS voor te hoeven leggen. A3. Doorwerking van het beleid In de jaarprogramma’s en jaarverslagen (evaluatieverslagen) wordt verwezen naar het VTH-beleid. Daarmee is in procedurele zin sprake van het doorlopen van de cyclus (van strategisch plan naar jaarlijks programma). De inhoudelijke doorwerking van het beleid naar programma en verslag is beperkter. Doelstellingen en indicatoren die in het beleid zijn benoemd, komen nog maar deels terug in de uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen. Van de doelstellingen die niet meer zijn opgenomen in programma en verslag vinden we geen argumentatie waarom niet meer gerapporteerd wordt. Mogelijke redenen zijn dat de meting niet mogelijk bleek of dat het doel niet meer als relevant wordt gezien. Een dergelijke verklaring is noodzakelijk voor een goede doorwerking. Aanbeveling 6. Zorg in het nieuwe VTH-beleid voor meetbare indicatoren en gebruik deze als basis voor de programmering en verslaglegging. Indien doelstellingen niet meer relevant zijn, geef in het jaarverslag of uitvoeringsprogramma hiervoor een verklaring. Over het geformuleerde en gevoerde beleid moet verantwoording worden afgelegd. Het college van GS moet jaarlijks over de voortgang en de resultaten van de VTH-taken rapporteren aan PS. Voorliggende evaluatie wordt opgenomen in het nieuwe VTH-beleid en daarmee ook door GS vastgesteld en ter kennisname aan PS gestuurd. De verslagen en programma’s zijn ieder jaar opgesteld. Het evaluatieverslag/rapportage geeft informatie over aantallen producten, controles en behandelde klachtmeldingen, alsook over nieuwe ontwikkelingen of tendensen, die vervolgens leiden tot nieuwe of bijgestuurde acties in het komende jaarprogramma. Tevens wordt vanaf het Jaarverslag 2023 gerapporteerd op de KPI’s en urenramingen uit het programma. Daarmee is de doorwerking van programma naar verslag ook gerealiseerd. De betekenis van de vergunningverlening, toezicht en handhaving is meer dan een getalsmatige weergave van het aantal verleende vergunningen, verrichte controles en behandelde klachtmeldingen (output). De werkelijke betekenis is het maatschappelijke effect, ook wel de outcome genoemd. Het maatschappelijke effect van een actie of een project (op een branche bijvoorbeeld) is echter niet eenvoudig aan te geven, laat staan in cijfers uit te drukken.