Beleidsregels leefgeldregeling en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 108 Gemeentewet. Artikel 5 van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne; Artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne, besluit de volgende nadere regels vast te stellen: Beleidsregels leefgeldregeling en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne. Inleiding Deze ‘Beleidsregels leefgeldregeling en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne’ beschrijven de leefgeldregeling voor ontheemden uit Oekraïne die tijdelijk in Amsterdam verblijven. Door de aanhoudende conflicten in Oekraïne zijn veel mensen genoodzaakt hun huis te verlaten en zoeken zij bescherming in andere landen, waaronder Nederland. Het is daarom van groot belang dat zij toegang hebben tot financiële ondersteuning om in hun basisbehoeften te voorzien en hun bestaanszekerheid te waarborgen. Daarnaast is de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (TWOO) inwerking getreden op 1 juli 2024 en deze schrijft onder andere gemeenten voor om een eigen bijdrage te innen bij ontheemden voor hun verblijf in de gemeentelijke opvang, wanneer de ontheemde zelf over een eigen inkomen beschikt. De gevraagde eigen bijdrage bestaat uit twee componenten, één voor gas, water en energie (GWE) en voor de verstrekte maaltijden (cateringcomponent). In deze beleidsregels worden de regels vermeld over onder andere de hoogte van het Leefgeld voor ontheemden in gemeentelijke en particuliere opvang, het innen van de eigen bijdrage voor het verblijf in de gemeentelijke opvang, de toetsing op onevenredig nadeel en de inkomensgrenzen voor ontheemden die in de gemeentelijke opvang verblijven. Deze beleidsregels zijn opgesteld om transparantie en rechtvaardigheid te bewerkstelligen, zodat de ontheemden passende ondersteuning krijgen in hun huidige situatie. Artikel1- Begripsbepalingen 1.In deze nadere regels wordt verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; Regeling: de Regeling opvang ontheemden Oekraïne; Wet: de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne; Leefgeld: de maandelijkse financiële toelage, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b van de regeling. 2.Voor zover niet anders bepaald, worden begrippen in deze nadere regels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet en de Regeling. Artikel2- Hoogte leefgeld 1.De ontheemde die in een gemeentelijke opvang verblijft en daar levensonderhoud in natura ontvangt, komt niet in aanmerking voor een financiële toelage voor voedsel. 2.De hoogte van het Leefgeld voor ontheemden die verblijven in de gemeentelijke opvang, is vastgelegd in artikel 10 van de Regeling. 3.De hoogte van het Leefgeld voor ontheemden die verblijven in de particuliere opvang, is vastgelegd in artikel 12 van de Regeling. Artikel3- Buitengewone uitgaven 1.Een ontheemde kan een vergoeding ontvangen voor buitengewone kosten, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e en artikel 11 van de Regeling. 2.In beginsel moet de aanspraak op buitengewone uitgaven worden gedaan, voordat de kosten daadwerkelijk worden gemaakt. Artikel4- Werkaanvaarding 1.Het College legt de ontheemde geen verplichtingen op die leiden tot het verkrijgen van werk. 2.Het College faciliteert de ontheemde bij het verkrijgen van werk of een andere dagbesteding, zoals vrijwilligerswerk. Artikel5- De Inlichtingenplicht 1.Het College informeert de ontheemde, in een voor de ontheemde begrijpelijk taal, over diens verplichting het College direct te informeren over: werkaanvaarding; vertrek uit de opvang; gezinssamenstelling. 2.Voor de naleving van de inlichtingenplicht gaat de het College uit van vertrouwen in de ontheemde. De naleving van de inlichtingenplicht wordt niet afgedwongen of gecontroleerd. Artikel6- Intrekken Het recht op de financiële toelage vervalt op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin: de ontheemde werk in loondienst heeft aanvaard; de ontheemde een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt; de ontheemde de opvanglocatie heeft verlaten; de ontheemde als ongewenst persoon is verklaard; de ontheemde door de rechter zijn vrijheid is ontzegd; de ontheemde overleden is. Artikel7- Herzien en Terugvorderen Het College maakt geen gebruik van de mogelijkheid om het recht op Leefgeld (deels) te herzien of van de ontheemde (deels) terug te vorderen. Artikel8- Inning eigen bijdrage 1.Het College brengt een vergoeding in rekening voor de kosten van de gemeentelijke opvang van meerderjarige ontheemden en hun meerderjarige gezinsleden, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid: inkomsten uit arbeid in Nederland of in een ander land heeft; een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt; gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van het College om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling, of inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt. 2.De hoogte van de vergoeding voor de kosten van de gemeentelijke opvang kan uit twee componenten bestaan, één voor gas, water en elektra (GWE) en een bijdrage voor de catering: GWE (gas, water en elektra): Dit geldt voor iedereen die verblijft in de gemeentelijke opvang. De exacte hoogte van het bedrag is vastgelegd in artikel 8 van de Regeling. Alleen voor locaties waar maaltijden standaard verzorgd worden, komt een bijdrage voor de catering boven op de bijdrage voor GWE. De exacte hoogte van het bedrag is vastgelegd in artikel 10, tweede lid van de Regeling. Artikel9- Onevenredig financieel nadeel Wanneer een ontheemde door de inning van de eigen bijdrage een besteedbaar inkomen heeft dat lager is dan het bedrag dat zij anders aan Leefgeld zou ontvangen, dan is er sprake van een onevenredig nadeel. In dat geval kan er afgezien worden van: de inning van de eigen bijdrage. Artikel10- Toetsing onevenredig financieel nadeel en Inkomensgrens ontheemden 1.Om onevenredig financieel nadeel te beperken, na de inning van de eigen bijdrage, wordt er een inkomensgrens gehanteerd voor het netto (gezin)inkomen van de ontheemde. De inkomensgrens bedraagt 115% van de som van het leefgeld, waar gelet op de gezinssamenstelling aanspraak op gemaakt zou worden als er geen inkomen was, en de te betalen eigen bijdrage. De toetsing van het inkomen gebeurt voor de beoordeling of een eigen bijdrage wordt geïnd. 2.Indien het inkomen van de ontheemde, die in de gemeentelijke opvang verblijft, hoger is dan 115% van het Leefgeld en de eigen bijdrage tezamen, dan wordt een eigen bijdrage voor het verblijf in de gemeentelijk opvang geïnd. 3.Voor de toets op onevenredig nadeel, zoals beschreven in het eerste en tweede lid, geldt een bovengrens die gelijk is aan de bijstandsnorm (voor een alleenstaande of gehuwden), die van toepassing zou zijn op de ontheemde als deze een uitkering op grond van de Participatiewet zou ontvangen. 4.Bij de berekening van de bovengrens, zoals genoemd in lid 3, wordt uitgegaan van het netto (gezin)inkomen inclusief vakantiegeld, verminderd met de bijzondere periodieke kosten. Hiermee wordt voorkomen dat ontheemden onevenredig nadeel ondervinden. Het is aan de ontheemde om deze bijzondere kosten zelf in kaart te brengen en te onderbouwen. 5.Bij het innen van de eigen bijdrage voor de ontheemde, worden overeenkomstig artikel 3:4 Awb de belangen van alle betrokkenen zorgvuldig afgewogen. Het doel is om een evenwichtige en redelijke beslissing te nemen en daarmee onevenredig nadeel te voorkomen. Artikel11- Hardheidsclausule Het College kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, wanneer de toepassing ervan zou leiden tot onredelijke of onbillijke situaties voor de belanghebbende. ArtikelII Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.