Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2025Burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland; Gelet op het bepaalde in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, artikel 5.5.2 eerste lid en artikel 8.3.3 achtste lid van de Verordening Sociaal Domein Berkelland 2025, de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2025 en hun rechtsopvolgers; Gelet op het wettelijk minimumloon; Besluiten vast te stellen: Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2025 Inleiding De regels in dit besluit (hierna: Besluit) vullen de wettelijke regels en de regels uit de Verordening Sociaal Domein Berkelland 2025 (hierna: Verordening) aan. Het zijn regels waarin bepaalde zaken uit de Verordening zijn uitgewerkt en die door het college zijn vastgesteld. In onderstaande tabel is toegelicht welke type documenten er zijn, wat er in deze documenten is geregeld en wie deze documenten vaststelt. Document Wat Vaststelling Toelichting Verordening Sociaal Domein Berkelland 2025 Algemeen verbindende voorschriften die gemeente en inwoner binden Gemeenteraad Het stellen van detailregels wordt vaak gedelegeerd aan het college Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Berkelland 2025 Verlengstuk van de Verordening: bevat algemeen verbindende voorschriften College Dit zijn detailregels die gedelegeerd zijn door de gemeenteraad Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en Jeugd Berkelland 2025 Algemene regels voor de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of uitleg van wettelijke voorschriften bij gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan. Ze binden alleen het bestuursorgaan dat de regels zelf mag stellen College Worden vastgesteld op basis van de eigen bevoegdheid van het college. Dit zijn geen gedelegeerde regels vanuit de gemeenteraad Artikel1.Begripsbepalingen De begrippen die in dit Besluit gehanteerd worden hebben, tenzij anders aangegeven, de betekenis zoals omschreven in de Wmo 2015 en de Jeugdwet, en ook de daarop gebaseerde gemeentelijke Verordening en beleidsregels op het terrein van de Wmo en Jeugdhulp. Artikel2.Zorg in natura tarieven 1.De tarieven voor Wmo integrale ondersteuning (artikel 3.7.2 van de Verordening) en jeugdhulp (artikel 4.3 van de Verordening) in natura (zin) voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gaan uit van een taakgerichte bekostiging met ‘lumpsum financiering’, waarbij de budgetten zijn vastgesteld op basis van ingediende offertes van aanbieders. Daarmee voldoen de tarieven aan artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Uitzondering is de hoog complexe jeugdzorg met verblijf, dit wordt gefinancierd middels PxQ. PxQ-financiering is een bekostigingsvorm waarbij de kosten worden berekend op basis van de prijs (P) en de geleverde inzet (Q). 2.De tarieven voor huishoudelijke ondersteuning (artikel 5.2.2. van de Verordening) in natura voor maatschappelijke ondersteuning zijn vaste tarieven en worden vastgesteld door middel van een objectief tariefmodel waarmee de tarieven voldoen aan de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële prijs Wmo 2015. De tarieven worden voorgelegd aan de gecontracteerde zorgaanbieders op basis van marktconsultatie, welke indien van toepassing, jaarlijks worden geïndexeerd. Hiermee voldoen de tarieven aan artikel 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Artikel3.Hoogte persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp voor professionele hulp Burgemeester en wethouders leggen de berekeningswijze van de budgetten voor de te verstrekken hulp-op-maat in de vorm van een persoonsgebonden budget voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp vast op basis van de in artikel 8.3.3 lid 4 en 7 van de Verordening vastgelegde regels. De bedragen zijn opgenomen in bijlage 1. Daarnaast zijn in de Verordening de mogelijkheden opgenomen voor het in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in noodzakelijke kosten, artikelen 3.7.6 lid 2 en 5.2.1 lid 2 en 3 van de Verordening. Artikel3.1Hoogte persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp voor niet professionele hulp, met uitzondering van logeren Burgemeester en wethouders leggen de berekeningswijze van de budgetten voor de te verstrekken hulp-op-maat in de vorm van een persoonsgebonden budget voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp vast op basis van de in artikel 8.3.3 lid 5, 6 en 7 van de Verordening vastgelegde regels. De bedragen zijn opgenomen in bijlage 1. Artikel3.2Vergoeding logeren voor niet professionele hulp Wmo en Jeugd Voor logeren kan een symbolische vergoeding worden toegekend van maximaal € 141,- per kalendermaand. Er kan geen vergoeding sociaal netwerk voor een etmaal of dagdeel worden verstrekt. Dit op basis van artikel 8.3.3. lid 6 van de Verordening. Let op! Pgb en een symbolische vergoeding kunnen op cliëntniveau niet gezamenlijk worden verstrekt (artikel 2ab Uitvoeringsregeling Wmo 2015). Artikel3.3Overgangsregeling bij aanpassen van bestaande pgb’s In dit Besluit zijn de (nieuwe) pgb-tarieven vastgesteld. Aanpassing van deze tarieven, een heronderzoek of een veranderde thuissituatie bij de inwoner kunnen redenen zijn om bestaande pgb’s aan te passen. Om bestaande pgb’s op een verantwoorde en acceptabele wijze aan te passen is een overgang nodig. De overgangsregeling voorziet in het afbouwen van de toegekende budgetten. Het verschil tussen het huidige toegekende budget en het nieuw vastgestelde budget is het afbouwbedrag. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: De duur van de afbouwtermijn hangt af van de duur van het toegekende pgb; De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de mate waarin de pgb-houder afhankelijk is van het pgb; De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de verplichtingen die hiermee gemoeid zijn; De duur waarin de pgb-houder het huidige pgb ontvangt speelt geen rol bij deafbouwperiode; Een overgangstermijn van een half jaar is redelijk in algemene zin; Een kortere termijn kan in sommige gevallen gehanteerd worden, mits de inwoner tijdig (minimaal drie maanden) van de mogelijke komende wijzigingen op de hoogte is gesteld en/of er goede alternatieven geboden kunnen worden aan de inwoner. Afbouwregeling bij tussentijdse wijziging Als de indicatie niet van rechtswege wordt beëindigd, wordt met een besluit de afbouwperiode bekend gemaakt aan de budgethouder. In het besluit staat de reden van de wijziging van het pgb, de hoogte van het nieuwe pgb en de ingangsdatum (deze ligt tussen de 3 en 6 maanden na de bekendmaking). Ook staat er in het besluit hoe de afbouwregeling wordt toegepast en een uitleg dat de benodigde hulp/zorg met het nieuwe budget te betalen is (en/of blijft). De aanpassing van het pgb-tarief staat niet open voor bezwaar en beroep, omdat deze mogelijkheid voor het aanpassen van het tarief is opgenomen in de Verordening. Uitzondering op deze regel is als met het nieuwe tarief niet minstens bij één aanbieder ondersteuning kan worden ingekocht. Afbouwregeling Het verschil tussen het huidige toegekende budget en het nieuw vastgestelde budget is het afbouwbedrag. Als het afbouwbedrag in totaal niet hoger is dan € 250,- per maand/€ 3.000 per jaar is er geen afbouwperiode. Iedereen moet zelf een oplossing kunnen vinden in 3 maanden die er zijn voordat het besluit in gaat. Als het afbouwbedrag in totaal hoger is dan € 250,- per maand/€ 3.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een half jaar. De afbouw gaat per maand en er vindt een geleidelijke afbouw plaats. Als het afbouwbedrag in totaal hoger is dan € 833,- per maand/€ 10.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een jaar. De afbouw gaat per maand en er vindt een geleidelijke afbouw plaats. Omzetting pgb in voorziening in natura Een omzetting van het pgb in een voorziening in natura, tijdens de toegekende periode, is niet meer mogelijk nadat het pgb is besteed aan een voorziening. Artikel3.4Financiële tegemoetkomingen In de Verordening is voor een aantal zaken de mogelijkheid opgenomen om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten. Deze tegemoetkoming is niet kostendekkend en bedraagt voor: verhuizing en inrichtingskosten: € 2.500,00 (artikel 5.2.1. lid 2) bezoekbaar maken van de woning: € 2.500,00 (artikel 5.2.1. lid 3) sportvoorziening 1x in de 3 jaar: € 3.250,00 (artikel 3.7.6 lid 2) Voor deze tegemoetkomingen is geen eigen bijdrage verschuldigd. Artikel4.Maximumhoogte pgb overige hulp-op-maat Bij het verstrekken van hulp-op-maat wordt uitgegaan van de goedkoopst compenserende voorziening. Dit betreft altijd maatwerk. Artikel5.Afschrijvingstermijnen hulp-op-maat 1.Voor een kind-, douchevoorziening en autoaanpassing geldt een technische levensduur van 5 jaar, voor trapliften geldt een technische levensduur van 10 jaar en voor overige Wmo-hulpmiddelen geldt een technische levensduur van 7 jaar. Elk hulpmiddel, dat met behulp van een persoonsgebonden budget of in natura is verstrekt, heeft een afschrijvingstermijn van respectievelijk 5, 7 of 10 jaar en dient dus in principe respectievelijk 5, 7 of 10 jaar mee te gaan. Is een hulpmiddel afgeschreven dan ontstaat niet automatisch het recht op een nieuw of gebruikt hulpmiddel. Zolang het verstrekte hulpmiddel of het via een persoonsgebonden budget aangeschafte hulpmiddel technisch nog voldoet, bestaat geen recht op vervanging van het hulpmiddel. Dit tenzij een medische noodzaak wordt aangetoond. 2.Indien met een persoonsgebonden budget een voorziening als genoemd in de beschikking tweedehands wordt aangeschaft, dan wordt verwacht dat deze minimaal nog de in lid 1 genoemde periode meegaat. Het pgb wordt geacht te zijn verstrekt voor de duur van respectievelijk 5, 7 of 10 jaar en er bestaat geen recht op vervanging binnen deze afschrijvingstermijn. 3.Het pgb voor het onderhoud en de service van een voorziening kan na afloop van de afschrijvingstermijn van de voorziening doorlopen als de voorziening nog adequaat en passend is. De inwoner dient de nota(‘
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.