Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht en van de commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht van 18 mei 2004 tot regeling van organisatorische zaken (Organisatiebesluit provincie Utrecht 2004).Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht en van de commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht van 18 mei 2004 tot regeling van organisatorische zaken, prov. blad 2005, 39, zoals gewijzigd bij besluiten van 17 aug. 2004, 26 april 2005, 24 mei 2005, prov. blad 20, 8 nov. 2005, 29 nov. 2005, prov. blad 45, 30 januari 2007, prov. blad nr.3, 19 juni 2007, prov. blad nr. 30 en 15 juli 2008, prov. blad nr. 45(Organisatiebesluit provincie Utrecht 2004). Gedeputeerde staten van Utrecht; Gelet op de artikelen 100, tweede lid, 103, eerste lid, en 158, eerste lid, onder c, van de Provinciewet en artikel 4:3 van de Verordening interne zaken provincie Utrecht 2004; en De commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht; Gelet op artikel 176, tweede lid, van de Provinciewet; Besluiten: Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Het bepaalde in dit besluit met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en met betrekking tot machtiging tot het verrichten van feitelijke handelingen. Hoofdstuk 2 Mandaat aan leden van gedeputeerde staten Artikel 2
(1)Artikel 19a 1. De provincieambtenaar, belast met de heffing van provinciale belastingen, bedoeld in artikel 227a, tweede lid, onder b, van de Provinciewet, is de domeinmanager Bedrijfsvoering. Hij kan in deze functie worden aangeduid als: inspecteur provinciale belastingen. 2. De provincieambtenaar belast met de invordering van provinciale belastingen, bedoeld in artikel 227a, tweede lid, onder c, van de Provinciewet, is de teamleider Financiën 1 van het domein Bedrijfsvoering. Hij kan in deze functie worden aangeduid als: ontvanger provinciale belastingen. 3. De ontvanger is tevens de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 227a, tweede lid, onder e, van de Provinciewet. Hij kan zijn werkzaamheden in die functie opdragen aan een gediplomeerd deurwaarder. Artikel 19b 1. De inspecteur provinciale belastingen en de ontvanger provinciale belastingen kunnen voor de uitvoering van hun taken gebruik maken van de ambtelijke organisatie met inachtneming van de binnen de organisatie geldende taakverdeling. 2. Indien bezwaar wordt gemaakt tegen hun besluiten kunnen zij advies vragen aan de betrokken commissie als bedoeld in het Besluit Awb-adviescommissies GS met inachtneming van het in dat besluit bepaalde. Paragraaf 4.7 Managementrapportage Artikel 20 1. De secretaris draagt zorg dat hem ten minste twee maal per jaar een volledige rapportage wordt gedaan inzake de beleids- en de beheersvoering. 2. Hij bepaalt de data en de te leveren gegevens nader. 3. Binnen vier weken na de nader bepaalde data geeft de secretaris gedeputeerde staten een overzicht van de voor hen van belang zijnde gegevens uit de in het eerste lid bedoelde rapportage. Hij voegt daarbij zijn conclusies en vermeldt de maatregelen die hij op grond daarvan voornemens is te treffen. Hoofdstuk 5 Budgetbeheer Artikel 21 1. Voor zover het het beheer van de budgetten betreft, kan de secretaris dan wel de gemachtigde aan wie hij dat beheer heeft opgedragen, worden aangeduid als: budgethouder. 2. Gedeputeerde staten kunnen budgethouders aanwijzen voor bijzondere gevallen. Zij kunnen daarbij regelingen voor het beheer geven die afwijken van dit besluit. Artikel 22 1. Het aangaan van financiële verplichtingen is uitsluitend mogelijk door of na goedkeuring van de bevoegde budgethouder. 2. De secretaris kan, in het algemeen of voor bepaalde gevallen, bepalen dat zijn goedkeuring vereist is naast de beslissing van de ondergemandateerde budgethouder. 3. Een mandaat aan een lid van gedeputeerde staten kan inhouden dat het eerste of tweede lid niet van toepassing is. 4. Budgetten worden niet overschreden. Artikel 23 1. De secretaris geeft de ondergemandateerde budgethouders de opdrachten en de bevoegdheden die voor een goed beheer van hun budgetten nodig zijn. 2. Hij regelt het dagelijks toezicht op het budgetbeheer. 3. Hij kan nadere algemene regels geven. Artikel 24 1 Bij de rapportage, bedoeld in artikel 20, eerste lid, rapporteren de ondergemandateerde budgethouders: a. de inkomsten en uitgaven, b. hun doelen en resultaten, c. de reden van eventuele verschillen tussen de feitelijke bedragen en de ramingen, d. de waarschijnlijke ontwikkelingen. 2 De secretaris kan zijn toezicht op het financieel beheer geheel of gedeeltelijk opdragen aan een andere functionaris. Hoofdstuk 6 Het aangaan van verplichtingen Artikel 25a Aanbesteding van werken 1 Werken waarvan de geraamde bouwsom, exclusief BTW, gelijk is aan of meer bedraagt dan het vigerende Europese drempelbedrag worden aanbesteed op basis van een Europese openbare of niet-openbare procedure. Van deze procedures kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. 2 Werken met een geraamde bouwsom, exclusief BTW, lager dan het vigerende Europese drempelbedrag maar hoger dan of gelijk aan € 1.500.000, worden minimaal aanbesteed op basis van een nationale openbare procedure of nationale niet-openbare procedure. Op deze aanbestedingen is het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012) van toepassing. Van deze procedures kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. 3 Werken met een geraamde bouwsom, exclusief BTW, lager dan € 1.500.000 maar hoger dan of gelijk aan € 150.000 worden minimaal aanbesteed op basis van een meervoudig onderhandse procedure. Op deze onderhandse procedure is het ARW 2012 van toepassing. Van deze procedure kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. 4 Werken met een geraamde bouwsom, exclusief BTW, lager dan € 150.000,– kunnen door middel van een enkelvoudige uitnodiging worden aanbesteed. Artikel 25b Aanbesteding van leveringen 1 Leveringen waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, gelijk is aan of meer bedraagt dan het vigerende Europese drempelbedrag worden aanbesteed op basis van een Europese openbare of niet-openbare procedure. Van deze procedures kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. 2 Leveringen met een geraamde waarde, exclusief BTW, lager dan het vigerende Europese drempelbedrag maar hoger dan of gelijk aan € 50.000,– worden minimaal aanbesteed op basis van een meervoudig onderhandse procedure. Van deze procedure kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. 3 Leveringen met een geraamde waarde, exclusief BTW, lager dan € 50.000,– kunnen door middel van een enkelvoudige uitnodiging worden aanbesteed. Artikel 25c Aanbesteding van diensten 1 Diensten waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, gelijk is aan of meer bedraagt dan het vigerende Europese drempelbedrag worden aanbesteed op basis van een Europese openbare of niet-openbare procedure. Van deze procedures kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. 2 Diensten met een geraamde waarde, exclusief BTW, lager dan het vigerende Europese drempelbedrag maar hoger dan of gelijk aan € 50.000,– worden minimaal aanbesteed op basis van een meervoudig onderhandse procedure. Van deze procedure kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. 3 Diensten met een geraamde waarde, exclusief BTW, lager dan € 50.000,–, kunnen door middel van een enkelvoudige uitnodiging worden aanbesteed. In afwijking hiervan wordt in het geval van de inhuur van personeel minimaal de meervoudig onderhandse procedure gevolgd. Van deze verplichting kan echter in bijzondere gevallen worden afgeweken. Artikel 26 De secretaris heeft mandaat om aanwijzingen te geven ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 25a, 25b en 25c. Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 27 1Het Organisatiebesluit provincie Utrecht 2000 wordt ingetrokken. 2 Al hetgeen is beslist krachtens het Organisatiebesluit provincie Utrecht 2000 blijft van kracht totdat het met inachtneming van dit besluit is gewijzigd of ingetrokken. Artikel 28 Dit besluit treedt in werking met ingang van 19 mei 2004. Artikel 29 Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatiebesluit provincie Utrecht 2004. Gedeputeerde staten,Voorzitter, B. Staal Secretaris, H.H. SietsmaDe commissaris van de Koningin, B. Staal1) Wijziging van 17 aug. 2004, in werking 19 aug. 2004. 2) Wijziging van 17 aug. 2004, in werking 18 aug. 2004. 3) Wijziging van 26 april 2005, in werking 27 april 2005. 4) Wijziging van 24 mei 2005, in werking 1 aug. 2005. 5) Wijziging van 8 nov. 2005, in werking 22 nov. 2005. 6) Wijziging van 29 nov. 2005, in werking 1 dec. 2005. 7) Wijzing van 30 jan. 2007, in werking 1 maart 2007(werkt terug t/m 1 jan. 2007) Provinciaal blad 3474 van 2016 Toelichting Dit besluit strekt tot wijziging van het Organisatiebesluit. Het geeft een aantal actualisaties en verduidelijkingen. Aanleiding Er zijn twee aanleidingen Ten eerste is het Organisatiebesluit is op onderdelen verouderd en onduidelijk. Ten tweede is het bestuurlijk gewenst om het mandaat van gedeputeerden uit te breiden naar toezichtbrieven die in het kader van interbestuurlijk toezicht naar gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en waterschappen worden gestuurd. Bijgaande wijziging van het Organisatiebesluit voorziet hierin. Inhoud besluit 1. Actualisatie en verduidelijking Dit besluit voert een aantal wijzigingen door waaraan in de praktijk nu behoefte is (quick wins). Concreet gaat het om het volgende: – Verduidelijkt is dat de gedeputeerden, ieder voor hun eigen portefeuille, bevoegd zijn alle subsidiebesluiten te nemen en bijbehorende uitvoeringsovereenkomsten aan te gaan en te ondertekenen. Dat de gedeputeerden dit mogen, staat reeds in het Organisatiebesluit (artikel 2, derde lid, onder
- k)en wordt in de praktijk ook zo toegepast. In hetzelfde artikel is elders bepaald (onder
- a)dat gedeputeerden bevoegd zijn ten aanzien van subsidies tot € 4.500. Om de regeling consisent te maken en juridisch risico te voorkomen, is dit onderdeel a geschrapt. – Ingevoegd is dat de gedeputeerden bevoegd zijn brieven die in het kader van interbestuurlijk toezicht naar gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en waterschappen worden gestuurd, vast te stellen en te ondertekenen. Het betreft: – brieven waarin de uitvoering van wettelijke taken (omgevingsrecht, archiefwet en huisvesting vergunninghouders) wordt beoordeeld aan de hand van aangeleverde toezichtinformatie, – en mogelijke vervolgbrieven. Het gaat nadrukkelijk niet om besluiten die een juridische interventie inhouden (behorend bij juridische schorsing/vernietiging dan wel indeplaatsstelling als bedoeld in artikel 124 Gemeentewet, artikel 32b Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 60 Waterschapswet). Deze besluiten zijn aan GS voorbehouden. Het gaat ook niet om besluiten in het kader van preventief financieel toezicht als bedoeld in artikel 203 Gemeentewet. Voor die besluiten geldt dat de portefeuillehouder Financieel Toezicht ze mag nemen, mits ze in de eerstvolgende GS-vergadering worden bekrachtigd. Dit is bepaald in artikel 2 van het Organisatiebesluit (lid 3, onder e). Bestuurlijke ondertekening (i.p.v. ambtelijk) geeft de brieven een betere lading, is meer in lijn met de toezichtbrieven die voor financieel toezicht al bestuurlijk worden ondertekend en schept een heldere toezichtrelatie tussen GS als toezichthouder en de besturen van gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. – Verduidelijkt is dat de gedeputeerden alle overeenkomsten mogen ondertekenen. Onderdeel h kon aldus worden gelezen dat gedeputeerden alleen overeenkomsten mogen ondertekenen die zij op ondergeschikte onderdelen dan wel redactioneel hebben gewijzigd. Dit is niet de bedoeling. De formulering van h is hierop aangepast. De niet meer bestaande afdeling Vergunningverlening en Handhaving is uit het Organisatiebesluit verwijderd. Verduidelijkt is dat de secretaris in- en extern ondermandaat mag verlenen. Dit artikel kon aldus worden gelezen dat alleen ondermandaat binnen de ambtelijke organisatie is toegestaan en dat ondermandaat aan een externe, hoe onschuldig ook, via GS moet lopen. Met dit besluit is dit rechtgezet. Uiteraard geldt de algemene lijn dat wanneer een mandaatbesluit gevoelig ligt of publieke aandacht kan krijgen, de besluitvorming wel door GS moet plaatsvinden (artikel 16 Organisatiebesluit). Dit moet bij elk voorgenomen besluit afgewogen worden. Het hoofdstuk over aanbesteding is geactualiseerd en vereenvoudigd. De drempelbedragen en procedures zijn in overeenstemming gebracht met nationale wetgeving en de circulaire van de Rijksoverheid inzake ‘grensbedragen voor procedures Aanbestedingswet 2012 onder de drempelwaarde’. Provinciaal blad 2015, 456 Toelichting Bij inwerkingtreding van de Wet afschaffing plusregio’s op 1 januari 2015 komen de taken, het personeel en de middelen van de stadsregio Bestuur Regio Utrecht naar de provincie Utrecht. Dit heeft tot gevolg dat het Organisatiebesluit moet worden aangepast. Voorlopig is ervoor gekozen om het BRU als nieuwe afdeling aan de organisatie toe te voegen. Artikel 8, eerste lid, van het Organisatiebesluit komt daarmee als volgt te luiden: Artikel 8 1. De ambtelijke organisatie is verdeeld in afdelingen, te weten: Afdelingen voor: a. Bestuurs- en Directieondersteuning; b. Fysieke Leefomgeving; c. Managementondersteuning; d. Mobiliteit, Economie en Cultuur; e. Services; f. Uitvoering Fysieke Leefomgeving; g. Vergunningverlening en Handhaving; h. Wegen; i. Bestuur Regio Utrecht. Toelichting Provinciaal blad 2013, 25 Dit besluit voorziet in een uitbreiding van het bestuurlijk mandaat op het terrein van subsidies. Met ingang van 1 juli 2012 zijn gedeputeerden binnen de eigen portefeuille bevoegd tot het nemen van subsidiebesluiten en het sluiten van uitvoeringsovereenkomsten, voor zover het subsidies boven € 25.000 betreft. Om (tijdelijk) concreet zicht te hebben op alle subsidiestromen, bestaat de bestuurlijke wens dit mandaat uit te breiden naar de kleinere subsidies. Met bijgaande mandaatwijziging wordt dit gerealiseerd. Toelichting Provinciaal blad, 2013, 01 De portefeuillehouder Financiën heeft een bestuurlijk mandaat om provinciale gelden uit te zetten vanaf een bedrag van tien miljoen euro per uitzetting. Sinds de introductie van schatkistbankieren per 1 november 2012 wordt het, in verband met het risicoloos zijn van uitzettingen bij de Schatkist, niet langer wenselijk geacht om álle uitzettingen boven € 10 miljoen uit te zonderen van het ambtelijk mandaat. Dit wordt als een onnodig beslag op bestuurlijke tijd en aandacht ervaren. Daarom wordt het bestuurlijke mandaat aangepast (beperkt) en het ambtelijke mandaat uitgebreid. De secretaris heeft een algemeen mandaat om bevoegdheden van gedeputeerde staten, respectievelijk de Commissaris van de Koningin, uit te oefenen. Dit is geregeld in artikel 14 van het Organisatiebesluit provincie Utrecht 2004. De uitzonderingen op dit algemene mandaat zijn vastgelegd in artikel 15 en verder van genoemd besluit. In het onderdeel i wordt nu een wijziging aangebracht, namelijk dat de uitzondering met betrekking tot het uitzetten van provinciale tegoeden vanaf een bedrag van € 10 miljoen per uitzetting wordt beperkt tot uitzettingen anders dan uitzettingen bij de Schatkist van het Ministerie van Financiën. Daartoe strekt dit wijzigingsbesluit. Toelichting Provinciaal blad, 2012, 36 Algemeen In verband met de wijzigingen binnen de ambtelijke organisatie is in december 2011 het Organisatiebesluit op een klein onderdeel aangepast. Nu is het tijd om ook de overige wijzigingendoor te voeren, zodat de organisatie per 1 juli 2012 kan werken volgends de nieuwe normen en de uitgangspunten zoals verwoord in het Visiedocument van de directie op de provinciale organisatie (14 september 2011). De nieuwe organisatiestructuur is een groeimodel. De grote veranderingen zitten niet in de structuur, maar in de wijze van aansturing en samenwerking. Een structuur met minder afdelingen en een stevig concernmanagement maakt dit beter mogelijk. Nu is de volgende fase aangebroken waarin de nieuwe afdelingen vorm hebben gekregen en de teamleiders in samenspraak met de afdelingsmanagers verder invulling zullen gaan geven aan de kwaliteitsopgave. De huidige bedrijfsvoeringsafdelingen en ondersteunende afdelingen voor directie en bestuur zijn tot 1 januari 2012 nog in stand gebleven in de huidige vorm. In de transitiefase van 1 januari tot 1 juli 2012 zijn de nieuwe afdelingen Bestuurs- en directieondersteuning, Managementondersteuning, Services en de eenheid Concerncontrol verder ontwikkeld. De teams van de huidige afdelingen SDC, KCK, BJZ, SEI, PEO, FIN, FSE, INF en CMU waren daarom nog niet ingedeeld in de nieuwe afdelingen. Nu gebeurt dat wel. Tevens worden de teamleiders per 15 juli 2012 benoemd , vanaf dat moment zullen zij samen met de afdelingsmanagers verder vorm geven aan de nieuwe afdelingen. Artikelsgewijze toelichting. Artikel 7 Dit artikel wordt inhoudelijk niet gewijzigd. De term Algemeen directeur wordt hier geïntroduceerd. Artikel 7a Op deze plaats wordt de nieuwe, kleinere, samenstelling van de directie vormgegeven. De rol van de concerncontroller blijft hierin ongewijzigd. Artikel 8 In dit artikel wordt opgesomd uit welke afdelingen de organisatie bestaat met ingang van 1 juli 2012. Ook de eenheid concerncontrol dat geen aparte afdeling is geworden, krijgt een plaats in de ambtelijke organisatie. Deze eenheid wordt aangestuurd door de concerncontroller die daarvoor gelijkgesteld wordt met de functie van afdelingsmanager, ook ten aanzien van de op dit besluit gebaseerde mandaatbesluiten.Artikel 8a In dit artikel worden de verhoudingen tussen de directieleden en de afdelingsmanagers verwoord. In de nieuwe organisatie is de afdelingsmanager primair verantwoordelijk voor het concernbeleid en integraliteit, de verantwoordelijkheid voor de afdeling is daaraan ondergeschikt.Artikel 11, vijfde lid. De verantwoordelijkheid voor kaderstelling, regie en uitvoering van de Planning en Controlcyclus ligt vanaf 1 juli 2012 bij de afdeling Managementondersteuning. Artikel 11a Het personeelsbeleid, inclusief de bijbehorende regelgeving en de cao-afspraken, alsmede de interne advisering daarover, is vanaf 1 juli 2012 belegd bij de afdelingen Managementondersteuning en Services. Daarbij ligt voor de afdeling MO de nadruk op de beleidsmatige kant en nieuwe ontwikkelingen, terwijl de afdeling Services waakt over de juiste uitvoering van vastgesteld beleid, regelgeving en cao-afspraken. Beide afdelingsmanagers zijn bevoegd de algemeen directeur en de bestuurder te adviseren. Artikel 13 Dit artikel wordt hier geschrapt. In de Verordening Interne Zaken provincie Utrecht 2004 is dit onderwerp afdoende geregeld in artikel 4:16.Artikel 16 Dit artikel wordt herschreven om het beter leesbaar te maken. De inhoud blijft ongewijzigd. Artikel 17 De treasury wordt ondergebracht bij de afdeling Managementondersteuning. Artikel 19a De provinciale belastingen, bedoeld in artikel 227a van de Provinciewet, worden ondergebracht bij de afdeling Services. Hoofdstuk 6, artikelen 25a - 26 Hoofdstuk 6 is zoveel als mogelijk ongewijzigd gelaten. De wijzigingen zien met name op vereenvoudiging van de regeling en het in overeenstemming brengen van de Europese en interne drempels en procedures met Europese en nationale wetgeving. de afwijkingsregeling inzake bijzondere gevallen is qua formulering gelijkgetrokken tussen 25a en de artikelen 25b en 25c. Door 25a op te nemen in artikel 26, eerste lid, staat nu zondermeer vast dat de afwijkingsregeling ook van toepassing kan zijn op opdrachten voor werken. De toe te passen interne drempels en inkoopprocedures voor leveringen en diensten zijn gelijkgetrokken waardoor de regeling eenvoudiger wordt. Zowel de drempelbedragen als de daarbij behorende inkoopprocedures zijn voor opdrachten voor werken