Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning Helmond 2025Het college van burgemeester en wethouders van Helmond, gelet op de artikelen 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.26, 3.27, 3.33 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Helmond 2025 B E S L U I T: Vast te stellen de Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning Helmond 2025 In te trekken de Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning Helmond 2024 Hoofdstuk1Begripsbepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen 1.In deze regels wordt verstaan onder: HO: huishoudelijke ondersteuning; uitvoeringsbesluit Wmo 2015: de algemene maatregel van bestuur (AMvB) ingevolge artikel 2.1.4, vierde lid, Wmo 2015; verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2024; wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; zorgverlener: medewerker die onder de verantwoordelijkheid van een aanbieder of formele pgb-ondersteuner de ondersteuning verleent. 2.Alle begrippen die in deze regels worden gebruikt en niet nader zijn omschreven in het eerste lid, hebben dezelfde betekenis als de begrippen in de verordening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoofdstuk2Maatwerkvoorzieningen Artikel2.1Maatwerkvoorziening HO 1.HO wordt toegekend in tijd per week volgens de norm: 'een schoon en leefbaar huis'. 2.Inwoners kunnen een beroep doen op de was- en strijkservice (algemene voorziening) voor het resultaat ‘schone en draagbare kleding’. Slechts voor zover deze niet passend of toereikend is, kan hiervoor een maatwerkvoorziening worden ingezet. 3.De taken, frequentie en benodigde tijd voor een schoon en leefbaar huis en het beschikken over schone en draagbare kleding worden beoordeeld met behulp van het normenkader zoals opgenomen in bijlage 1. Artikel2.2Maatwerkvoorziening begeleiding 1.Begeleiding individueel wordt toegekend in tijd per week. Voor wat betreft zorg in natura geldt de verbijzondering dat toekenning plaatsvindt binnen een gestelde bandbreedte van uren waarbinnen de zorginzet plaatsvindt, te weten: tot 2 uur per week; 2 tot 4 uur per week; 4 tot 8 uur per week; 8 uur per week. 2.Begeleiding groep wordt toegekend in minimaal 1 en maximaal 9 dagdelen per week. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende categorieën: Behoud gericht – Matige problematiek: het primaire doel van de begeleiding is het behouden of zoveel als mogelijk behouden (voorkomen van achteruitgang) van de mogelijkheden van de inwoner om zich zelfstandig te redden in het leven. De inwoner kan de activiteiten waarbij begeleiding nodig is slechts met moeite uitvoeren. Een ander moet helpen, stimuleren, instrueren en controleren. Behoud gericht – Zware problematiek: het primaire doel van de begeleiding is het behouden of zoveel als mogelijk behouden (voorkomen van achteruitgang) van de mogelijkheden van de inwoner om zich zelfstandig te redden in het leven. De inwoner kan de activiteiten waarbij begeleiding nodig is niet zelf uitvoeren. Een ander moet overnemen, aansturen, instrueren en controleren. Ontwikkel gericht – Matige problematiek: het primaire doel van de begeleiding is het realiseren van een duidelijke ontwikkeling (leren, groeien, versterken) van de mogelijkheden van de inwoner om zich zelfstandig te redden in het leven. De inwoner kan de activiteiten waarbij begeleiding nodig is slechts met moeite uitvoeren. Een ander moet helpen, stimuleren, instrueren en controleren. 3.Vervoer van en naar de dagbesteding (begeleiding groep): als de inwoner niet op eigen kracht of met gebruikelijke hulp dan wel via de inzet van het sociaal netwerk in staat is om de dagbestedingslocatie te bereiken, is het college verantwoordelijk voor het vervoer van en naar de dagbesteding. Bij zorg in natura organiseert de aanbieder in dat geval het vervoer. Dit betekent dat de inwoner dan niet gerechtigd is tot inzet van een door het college toegekend Wmo-collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) als vervoermiddel van en naar de dagbesteding. Artikel2.3Maatwerkvoorziening kortdurend verblijf 1.Kortdurend verblijf wordt toegekend in etmalen (aaneengesloten periode van 24 uur). 2.Kortdurend verblijf omvat het feitelijk verblijf elders. Het gaat om logeren met faciliteiten direct daaraan gerelateerd, te weten: bed, voeding en zelfverzorgingsmogelijkheden. 3.In geval van kortdurend verblijf is sprake van permanent toezicht en/of 24 uur per dag zorg in de nabijheid gericht op: het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig ingegrepen kan worden bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte; en / of het verlenen van zorg op ongeregelde en / of frequente tijden, omdat de inwoner zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; en / of het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar). 4.Gelet op het bepaalde in lid 3 behelst kortdurend verblijf geen integraal pakket van voorzieningen. Eventuele noodzakelijke aanvullende voorzieningen (behandeling, verpleging, verzorging en begeleiding) die nodig zijn tijdens het verblijf moeten apart worden geïndiceerd. De aanbieder of pgb-ondersteuner hoeft deze inzet niet zelf te kunnen plegen, maar dient in ieder geval daartoe de faciliteiten te bieden. 5.Vervoer van en naar de locatie maakt geen onderdeel uit van de voorziening. 6.Kortdurend verblijf is in omvang beperkt tot maximaal 52 etmalen per jaar. Artikel2.4Maatwerkvoorziening beschermd wonen en beschermd thuis 1.Bij de maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt onderscheid gemaakt in beschermd wonen licht en beschermd wonen zwaar. Beschermd wonen zwaar wordt alleen ingezet als de inwoner behoort tot de doelgroep van beschermd wonen en daarbij sprake is van ernstige gedragsproblematiek, die mede door zeer intensieve begeleiding, voortdurend moet worden gereguleerd. 2.Beschermd thuis wordt ingezet bij inwoners met langdurige psychiatrische, psychosociale problemen of een combinatie daarvan met een verstandelijke beperking of gedragsstoornissen, waarbij een noodzaak is tot intensieve ambulante begeleiding met 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid en sprake is van behoefte aan planbare en onplanbare begeleiding. Beschermd thuis wordt toegekend in een totaal aantal uur begeleiding voor de duur van de indicatie. 3.Aanvullend op beschermd wonen of beschermd thuis kan er begeleiding groep/dagbesteding beschermd wonen –beschermd thuis worden ingezet als de inwoner door de aard van zijn beperking of ondersteuningsbehoefte niet kan deelnemen aan werk en geen gebruik kan maken van dagactiviteiten die toegankelijk zijn voor iedereen in de sociale basis. De dagbesteding wordt toegekend in minimaal 1 en maximaal 9 dagdelen per week. 4.Voor het vervoer van en naar de dagbesteding (beschermd thuis groep) geldt artikel 2.2 lid 3. Artikel2.5Maatwerkvoorziening opvang 1.De toegang tot Maatschappelijke Opvang (MO) wordt op de volgende manier beoordeeld: Een inwoner of zijn vertegenwoordiger doet een melding bij SMO. Wanneer door de inwoner of zijn vertegenwoordiger melding voor een ondersteuningsvraag wordt ingediend wordt deze in behandeling genomen door SMO. SMO beoordeelt of er sprake is van een ondersteuningsvraag voor een maatwerkvoorziening MO. SMO stelt vast of een inwoner behoort tot de doelgroep die gebruik mag maken van de maatwerkvoorziening MO. Als een inwoner niet behoort tot de doelgroep die in aanmerking komt voor MO, wordt deze overgedragen, dan wel doorverwezen naar de gemeente of een andere voorliggende voorziening. Als de inwoner daarmee instemt, draagt SMO de reeds bekende informatie over de inwoner over aan de organisatie waarnaar wordt doorverwezen. Artikel 2.6 Maatwerkvoorziening collectief vervoer 1. De omvang van de maatwerkvoorziening voor collectief vervoer bedraagt per jaar maximaal 1.500 km. 2. In uitzonderlijke gevallen, als aantoonbaar is dat de inwoner meer kilometers moet kunnen reizen voor een aanvaardbare mate van participatie, kan het college afwijken van lid 1 of 2 door een hogere kilometerbudget te hanteren. Hoofdstuk3Kwaliteit Artikel3.1Huishoudelijke ondersteuning zorg in natura 1.Ingevolge artikel 3.30 van de verordening worden de navolgende kwaliteitseisen gesteld aan de aanbieder HO en de zorgverlener in het bijzonder: goede beheersing van de Nederlandse taal in woord en geschrift passend bij de werkzaamheden; zelfstandig werken; beschikken over kennis en vaardigheden met betrekking tot schoonmaken en hygiëne; een verzorgd uiterlijk en gepaste kleding; goede sociale en communicatieve vaardigheden; respect voor geloofsovertuiging en/of leefwijze van de inwoner; zelfredzaamheid stimuleren van de inwoner; discreet omgaan met vertrouwelijke informatie; resultaatgericht werken; in staat zijn om wijzigingen in de situatie van de inwoner op te merken waaronder mede begrepen relevante wijzigingen in de situatie van het netwerk van de inwoner en indien noodzakelijk adequate vervolgacties te initiëren; de inwoner kunnen ondersteunen bij de coördinatie van de huishoudelijke taken als een ondersteunende regietaak nodig is; het kunnen combineren van hands-on inzet op huishoudelijke taken met het geven van advies, instructie en voorlichting aan de inwoner betreffende huishoudelijke ondersteuning. Dit als dit nodig is ten gevolge van psychische of psychiatrische problematiek van de inwoner. De beoordeling hiertoe is aan het college. Als dit is beoordeeld door het college is tevens aantoonbare ervaring met en/of aantoonbare deskundigheid in het omgaan met gedragsproblematiek een vereiste. 2.De inzet van leer-en werkstages en vrijwilligers is altijd aanvullend op en onder aansturing en verantwoordelijkheid van de direct bij de inwoner betrokken zorgverlener. 3.De aanbieder beschikt over een vastgelegde klachtenregeling ter afhandeling van klachten van inwoners ten aanzien van gedragingen van de aanbieder jegens een inwoner. Artikel3.2Begeleiding zorg in natura 1.Ingevolge artikel 3.30 van de verordening wordt een voorziening in elk geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt. Dit betekent o.a. dat de aanbieder de maatwerkvoorziening begeleiding: uitvoert in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard waaronder begrepen het “Model basisset kwaliteitseisen Wmo-ondersteuning voor zeer kwetsbare burgers”; uitvoert met de zorgvuldigheidsmaatstaven zoals die worden gehanteerd in de bedrijfstak waartoe aanbieder behoort; uitvoert met inzet van deskundige beroepskrachten. Dit betekent ook dat de inzet van leer-en werkstages en vrijwilligers altijd aanvullend op en onder aansturing en verantwoordelijkheid van de direct bij de inwoner betrokken zorgverlener is; afstemt op de reële behoefte van de inwoner en op andere vormen van zorg of hulp die de inwoner ontvangt; beschikt over een vastgelegde klachtenregeling ter afhandeling van klachten van inwoners ten aanzien van gedragingen van aanbieder jegens een inwoner. Artikel3.3Beschermd wonen en beschermd thuis zorg in natura 1.Ingevolge artikel 3.30 van de verordening wordt een voorziening in elk geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt. Dit betekent o.a. dat de aanbieder inzake het borgen van de kwaliteit van zorgverleners: de maatwerkvoorziening uitvoert in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid voortvloeiende uit de professionele standaard waaronder begrepen het “Model basisset kwaliteitseisen Wmo-ondersteuning voor zeer kwetsbare burgers”; er op toe ziet dat zorgverleners tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard, zoals geldend in de branche, waaronder begrepen het toezien op het gebruik van werkmethoden die planmatig, transparant en controleerbaar zijn. Dit betekent ook dat de zorginzet wordt afgestemd op de reële behoefte van de inwoner en op andere vormen van zorg of hulp die de inwoner ontvangt; ervoor zorg draagt dat de opleiding en werkervaring van de medewerker passend is bij competentie profiel voor deze sector/beroepsgroep zoals is vastgesteld in het kader van de certificering; opgeleide c.q. getrainde ervaringsdeskundigen inzet onder verantwoordelijkheid en aansturing van de direct bij de inwoner betrokken Hbo-opgeleide werknemer waarbij de begeleiding slechts ten dele bij de ervaringsdeskundige kan worden neergelegd; stagiaires als boventallig beschouwd en altijd aanvullend inzet naast de bestaande inzet van gekwalificeerd personeel. De stagiaire werkt onder aansturing en verantwoordelijkheid van de direct bij de inwoner betrokken Hbo-opgeleide zorgverlener. De werkzaamheden van de stagiaire zijn gericht op de eigen leerdoelen van de stagiaire; vrijwilligers - onder wie mede begrepen een persoon actief in het kader van een (gesubsidieerde) werkervaringsplaats - louter inzet op ondersteunende taken in de begeleiding aan inwoners. De vrijwilliger werkt onder aansturing en verantwoordelijkheid van de direct bij de inwoner betrokken Hbo-opgeleide zorgverlener. De totale begeleiding kan niet uitsluitend of overwegend bij deze vrijwilligers worden neergelegd. Indien de vrijwilliger bevoegd is om met de doelgroep te werken (voldoet aan de opleidingseis), kan de vrijwilliger tijdelijk ook boventallig ingezet worden op begeleidingstaken. 2.Ingevolge artikel 3.30 van de verordening wordt een voorziening in elk geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt. Dit betekent o.a. dat de aanbieder inzake het borgen kwaliteit van de dienstverlening: beschikt over een goed werkend kwaliteitssysteem. Dit blijkt uit een certificering in het kader van de HKZ of een daaraan vergelijkbaar keurmerk (specifiek gericht op de doelgroep van beschermd wonen en beschermd thuis); voorziet in en uitvoering geeft aan de landelijke minimale eisen voor aanbieders met betrekking tot het waarborgen van veilige zorg. Dit betekent dat aanbieder in ieder geval beschikt over: een veiligheidsmanagementsysteem, een systeem ter waarborging van een veilig medicatiebeleid en een alarmeringssysteem bij calamiteiten; inwoners en/of zijn mantelzorgers periodiek raadpleegt inzake de ervaren kwaliteit van de dienstverlening door een systematische CQ meting of het afnemen van een vergelijkbare methodische vragenlijst; beschikt over een vastgelegde klachtenregeling ter afhandeling van klachten van inwoners ten aanzien van gedragingen van aanbieder jegens een inwoner. Artikel3.4Kortdurend verblijf zorg in natura De aanbieder zorgt voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht te verstrekken; het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie en reële behoefte van de inwoner; het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; de maatwerkvoorziening uit te voeren in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid voortvloeiende uit de professionele standaard, zoals geldend in de branche; het treffen van een regeling voor de afhandeling van klachten van inwoners ten aanzien van gedragingen van aanbieder jegens een inwoner. Artikel3.5Kwaliteit maatwerkvoorziening pgb In de wet is bepaald dat een pgb alleen kan worden verstrekt als naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt (artikel 2.3.6, tweede lid, onderdeel c). Om dit te beoordelen toetst het college bij diensten door een formele pgb-ondersteuner aan de kwaliteitsnormen zoals vastgelegd in bijlage 2 van de verordening. Hoofdstuk4Overige en slotbepalingen Artikel4.1Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van deze regels, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel4.2Intrekking oude Nadere Regels en overgangsrecht 1.De Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2024 worden ingetrokken per datum inwerkingtreding van onderhavige Nadere Regels. 2.Besluiten, genomen krachtens de Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2024 en die gelden op het moment van inwerkingtreding van deze Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning blijven van kracht tot aan het moment dat zij van rechtswege vervallen, worden herzien, ingetrokken of beëindigd. 3.Aanvragen die zijn ingediend onder de Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2024 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de onderhavige Nadere Regels, worden afgehandeld krachtens de onderhavige Nadere Regels. 4.Op een aanhangig bezwaarschrift tegen een besluit dat is genomen voor de inwerkingtreding van deze Nadere Regels, wordt beslist met inachtneming van het bepaalde in de onderhavige Nadere Regels. Artikel4.3Inwerkingtreding Deze Nadere Regels treden in werking per 1 april 2025 Aldus besloten in de collegevergadering van 11 februari 2025Burgemeester en wethouders van Helmond,mr. S.C.C.M. Potters Burgemeester drs. P.J. BuijtelsGemeentesecretaris Bijlage1:Normenkader Huishoudelijke ondersteuning Deze bijlage bevat het kader voor het beoordelen van de omvang en noodzakelijke activiteiten voor huishoudelijke ondersteuning. Het kader is gebaseerd op het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 van bureau HHM en de aanvullende instructie voor toepassing van dit normenkader d.d. september 2022. Dit normenkader is gebaseerd op onderzoeken in verschillende gemeenten, waarbij gekeken is naar o.a. de tijdsbesteding, professionele ervaringen, onafhankelijk experts en cliëntinterviews. 1. Begrenzing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning De maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning gaat over een schoon en leefbaar huis en het beschikken over schone en draagbare kleding. Daarbij geldt de volgende afbakening: De ondersteuning ziet op de binnenkant van het huis Het gaat altijd om de "binnenkant" van het huis. Onderhoud van tuin, opruimen van een schuur, de stoep vegen, ramen zemen aan de buitenkant vallen dus per definitie niet onder de maatwerkvoorziening HO. Het gaat om activiteiten die gebruikelijk zijn in een standaardhuishouden Huishoudelijke ondersteuning omvat activiteiten die naar algemeen aanvaarde opvattingen tot de dagelijkse dan wel periodieke huishoudelijke activiteiten behoren. Het strijken van onderkleding of beddengoed rekenen we hier bijvoorbeeld niet toe, omdat dit niet gebeurt in een standaard huishouden. Verder wordt strijkvrije kleding inmiddels als algemeen gebruikelijk beschouwd. Deze activiteit valt daarom niet binnen de maatwerkvoorziening. Kan een schoonmaakactiviteit door inwoner uitgevoerd worden met aan algemeen gebruikelijk technisch hulpmiddel, dan valt deze evenmin onder de maatwerkvoorziening HO. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke technische hulpmiddelen zijn een wasmachine/droger en een vaatwasser. Als algemeen gebruikelijke hulpmiddelen niet aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing kunnen zijn voor een probleem, behoort het tot de verantwoordelijkheid van de inwoner om dergelijke apparatuur aan te schaffen. Dit geldt eveneens voor aanpassingen zoals bijvoorbeeld een verhoging voor een wasmachine of droger. Hierbij geldt de restrictie dat het technische hulpmiddel voor de inwoner ook daadwerkelijk beschikbaar is, adequate compensatie biedt en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Zie daartoe ook (CRvB 20-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3535) Het gaat om ‘schoon’ en ‘leefbaar’ Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Schoon betekent dat de leef vertrekken schoon moeten zijn. De woning dient zodanig schoon te zijn dat deze niet vervuilt. Het gaat om een basisniveau van schoon houden. Wat minimaal nodig is wordt gedaan. Dit kan heel praktisch betekenen dat de uitvoering niet helemaal voldoet aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van inwoners. 2. Activiteiten en frequentie huishoudelijke ondersteuning 2.1 Een schoon en leefbaar huis Onderstaand zijn de activiteiten en frequentie opgenomen voor de inzet van huishoudelijke ondersteuning voor een schoon en leefbaar huis. Tabel 1. Activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis. Schoon en leefbaar huis Woonkamer Slaapkamer(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.