Programma Stedelijk Water en Riolering 2023-20271Inleiding Riolen vormen samen met de drinkwatervoorziening essentiële basisvoorwaarden voor een goede volksgezondheid. Bij het woord riool zijn we echter nog vaak geneigd te denken aan een buis onder de grond, maar in toenemende mate spelen bovengrondse voorzieningen een rol om extreme buien op te kunnen vangen. Zoals iedereen wel merkt vanuit de berichtgeving komt deze laatste categorie steeds vaker voor als gevolg van klimaatverandering. We kunnen ons tegen het overtollige water proberen te wapenen met beton en kostbare buizen, maar dat is niet voldoende. De hoosbuien worden steeds heftiger en talrijker. We benutten de openbare ruimte om tijdelijk grote hoeveelheden regenwater op te vangen en gedoseerd af te voeren naar het oppervlaktewater, de ondergrond of een andere omgeving. Omdat de onder- en bovengrondse infrastructuur steeds meer met elkaar verweven raken is het van belang om goede beleidsafwegingen te maken bij inrichting en beheer van de openbare ruimte, bescherming van bodem en waterkwaliteit en de zorg voor het totale watersysteem. Met de komst van de nieuwe Omgevingswet staat de fysieke leefomgeving centraal. Met deze wet kunnen we vanuit een krachtige visie op de leefomgeving via programma’s en juridische instrumenten bijdragen aan een toekomstbestendige regio Noordkop. 1.1Van GRP naar omgevingsgericht programma Na het van kracht worden van de Omgevingswet (naar verwachting 1 januari 2023) is het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) niet langer een wettelijk verplichte planvorm, maar kunnen elementen hiervan opgaan in respectievelijk de omgevingsvisie, programma en plan. Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een GRP komt te vervallen is besloten om wel een nieuw plan op te stellen. Het rioleringsplan is immers een effectief planinstrument gebleken om de rioleringszorg te borgen en activiteiten af te stemmen. De omgevingsvisie is een – verplicht door de gemeenteraad op te stellen – integrale visie met strategische beleidskeuzen voor de fysieke leefomgeving en voor de lange termijn. In een omgevingsplan dienen decentrale overheden al hun regels met betrekking tot de leefomgeving bijeen te brengen in één gebiedsdekkende regeling. Via uitvoeringsgerichte omgevingsprogramma’s en regelgeving werken gemeenten toe naar de gewenste situatie. Om zo goed mogelijk te kunnen aansluiten op de omgevingsvisie en op het omgevingsplan hebben we de traditionele opzet van het huidige GRP aangepast en hernoemd. Dit programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) bevat nu bouwstenen voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan en een concreet maatregelen-programma (zie Figuur 1 1). In dit programma leggen we nog steeds vast hoe we ervoor zorgen dat we aan de zorgplichten voldoen, welke kosten ermee zijn gemoeid en welke inzet van financiële en personele middelen hiervoor nodig is. Dit vormt de beleidsmatige basis voor de rioolheffing. Figuur 1‑1 - Bouwstenen 1.2Gezamenlijk optrekken met een nieuw PSWR Binnen de samenwerkingsregio Noordkop werken we als gemeenten (Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel), Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en PWN Drinkwaterbedrijf Noord-Holland intensief samen op het gebied van stedelijk waterbeheer. Voor de periode 2018 tot en met 2022 hebben we hiervoor al een gezamenlijk gemeentelijk rioleringsplan Noordkop opgesteld. Een plan waarin we onze visie en ons beleid op elkaar hebben afgestemd en wat verder is uitgewerkt tot gemeentespecifieke rioleringsplannen. Het gaat dan met name om de evaluatie, een beschrijving van de huidige situatie, de benodigde middelen en maatwerk met betrekking tot bepaalde strategieën. Dit PSWR bestaat uit een regionaal deel en een gemeentelijk deel. Met het gezamenlijk opstellen van het regionale deel verhogen we o.a. de efficiëntie, delen we onze kennis en kunnen we een kwaliteitsimpuls geven. Met de combinatie regionaal-lokaal laten we ook zien hoe we regionaal ambities doorvertalen naar lokaal gemeentespecifiek beleid. Het uitvoeringsprogramma in het regionale deel van dit plan bestaat uit activiteiten die we als samenwerkingsregio gezamenlijk oppakken. Samen met het uitvoeringsprogramma in het gemeentelijke deel vormt dit de activiteiten voor de komende planperiode. Met dit PSWR zetten we de koers op hoofdlijnen voort en stellen we deze op punten bij voor de planperiode 2023-
(2030)Formuleren te leveren prestaties in nieuwe beleidsplannen Focussen op de zuiveringskringen bij het verbeteren van het functioneren van de (afval)waterketen Afstemmen prognoses/uitgangspunten bij grootschalige uitbreidingen en renovaties Bijdragen vanuit de waterketen aan ruimtelijke adaptatie (implementeren Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) Formuleren van te leveren prestatie-indicatoren in nieuwe beleidsplannen Monitoren voortgang van de samenwerking Beschermen van de gezondheid Volksgezondheid blijft ons belangrijkste doel. Voorop staat dat we zo veel mogelijk willen voorkomen dat bewoners in contact komen met afvalwater. Voor een doelmatig stedelijk waterbeheer is het van belang dat het ontstaan van afvalwater zoveel mogelijk wordt voorkomen. We houden vervolgens afvalwater-stromen zoveel mogelijk gescheiden en voeren uiteindelijk het huishoudelijk afvalwater of afvalwater dat daarop lijkt af naar de zuivering. Maatregelen bepalen we, als gemeente en hoogheemraadschap, op basis van doelmatigheid. We willen een doelmatige aanpak van afvalwater van grote percelen en bedrijfslozingen en bij initiatieven vroegtijdig in gesprek komen om met ondernemers de beleids-uitgangspunten door te spreken. Voor bedrijfsmatig afvalwater willen we het liefst dat bedrijven dit bij de bron zuiveren om het vervolgens opnieuw te gebruiken of ter plekke in het milieu te brengen. In het buitengebied maken we een doelmatigheidsafweging waar het afvalwater te verwerken en op welke wijze. Dit doelmatigheids-principe geldt ook voor afvalwater afkomstig van nieuwe groepsaccomodaties en andere kleinschalige uitbreidingen zoals bijvoorbeeld tiny houses. We brengen het afvalwatersysteem beter in balans en sturen op een goed gebruik van riolering en de omgeving. We zoeken hierbij steeds naar nieuwe materialen en slimmere methoden. Daarbij wegen we nut en noodzaak van maatregelen goed af tegen de kosten. We willen namelijk dat de riolering ook voor toekomstige generaties betaalbaar blijft. Verder professionaliseren we ons gegevensbeheer, verbeteren onze rekenmodellen en wegen risico’s, prestaties en kosten af. We werken als waterpartners samen op vlakken waar dat baat heeft. Bijvoorbeeld bij aanbestedingstrajecten en onderzoek. Gezamenlijk halen we de extra benodigde kennis binnen en brengen deze in balans. Kennis willen we optimaal delen. Beschermen van de fysieke leefomgeving en bijdragen aan omgevingskwaliteit Met de invulling van de wettelijke zorgplichten riolering beperken we de kans op structurele (grond)water-overlast, beschermen we de omgeving / het milieu én bevorderen we hiermee ook een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. We stemmen ons beleid af op de actuele Omgevingsvisie en verankeren beleid in uitvoeringsprogramma’s en regelgeving. We delen bouwstenen voor beleid, kennis en ervaring. We verwerken regenwater bij voorkeur zoveel mogelijk lokaal en bergen het overtollige regenwater eerst voordat we het uiteindelijk vertraagd afvoeren. Hoe minder regenwater we naar de zuivering afvoeren en gescheiden kunnen houden van afvalwater in de riolering, des te efficiënter kunnen we enerzijds grondstoffen en energie terugwinnen en anderzijds medicijnresten en hormoonverstorende stoffen uit het afvalwater verwijderen. Met het vasthouden van regenwater in de bodem gaan we mogelijke verzilting als gevolg van de stijgende zeespiegel tegen. Als we regenwater tijdens hevige of langdurige neerslag even niet kunnen vasthouden in de bodem bergen we het bijvoorbeeld op straat of in het groen. Na afloop van de bui laten we het regenwater langzaam afstromen naar een veilige plek. Bij het vasthouden en bergen kijken we goed naar de kwaliteit van het regenwater. Als de neerslag op mogelijk vervuild terrein valt, dan voeren we het toch via de riolering af naar de zuivering. Bij lichtere neerslag op schone terreinen kan het regenwater eventueel in de bodem infiltreren. Bij extreme neerslag moeten we de openbare ruimte zo goed als mogelijk benutten. We kunnen bijvoorbeeld speelvelden, pleinen of openbaar groen onder water laten lopen. Het water kan daar enkele uren of misschien wel dagen staan. We verwachten niet dat dit tot waterkwaliteitsproblemen leidt (het is immers relatief schoon water), maar per situatie zullen we de waterkwaliteit laten meewegen in de uitwerking. Om het risico op grondwateroverlast te beperken willen we dat bij het toewijzen van functies beter rekening wordt gehouden met de grondwaterstand en andersom dat de grondwaterstand de bovengrondse functie van een gebied niet belemmert. We zijn als gemeente het eerste aanspreekpunt voor bewoners en bedrijven bij (grond)waterproblemen en kunnen hierin adviseren. Bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving Samen met gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben we in Nederland in 2020 afspraken gemaakt om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2017). Door samen te werken met andere partijen in de openbare ruimte en op particulier terrein kunnen we ons als gemeente voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Volgens de regionale klimaatadaptatiestrategie streven we voor korte hevige én bij langdurige neerslag naar het beperkt houden van eventuele schade aan bebouwing, het toegankelijk houden van provinciale wegen en hoofdontsluitingswegen en het bereikbaar houden van brandweer, politie en ziekenhuizen. Schade aan vitale objecten van regionaal belang willen we voorkomen. Om extreme buien op te vangen, zullen we onze openbare ruimte anders moeten inrichten. We gaan bijvoorbeeld minder verharding toepassen, water opvangen door reliëf in terreinen en openbare ruimte toe te passen en, indien nodig, sterker sturen op een lokale verwerking van regenwater op particulier terrein. Water op straat zal vaker voorkomen, maar we zien berging van water op straat ook als een deel van de oplossing, mits de functie dit toelaat. Als overheid spannen we ons in om grote wateroverlast en schade te voorkomen, maar we doen ook een beroep op particulieren en bedrijven om maatregelen te treffen die de kans op waterschade beperken. We willen in de planvormingsfase alle relevante disciplines in een vroeg stadium betrekken om duidelijk te maken wat we willen, kansen beter benutten en goede integrale ontwerpen maken. Met het geactualiseerde systeemoverzicht stedelijk water (SSW) maken we wensen en eisen met betrekking tot de klimaatbestendige inrichting van een plangebied kenbaar. Zo zorgen we ervoor dat een (her)ontwikkeling in het grotere geheel past. Als gemeente willen we particuliere grondeigenaren graag helpen en faciliteren om ook klimaatbestendige maatregelen te treffen. Hiertoe geven we in elk geval zelf het goede voorbeeld en zorgen voor meer bekendheid rondom dit thema. Het is duidelijk dat we samen met bedrijven, woningcorporaties en bewoners aan de leefomgeving moeten werken. De vraag of grond particulier of gemeentelijk eigendom is moet uiteindelijk geen belemmering zijn om de klimaatdoelstellingen te behalen. Maatregelen op verschillende grondpercelen, uitgevoerd door zowel gemeente als corporatie of woningbezitters, zullen het effect van de afzonderlijke maatregelen versterken. Bijdragen aan de energietransitie en een circulaire economie Door de energietransitie en klimaatadaptatie neemt de druk op de ondergrond toe. Er kunnen bijvoorbeeld leidingen bijkomen voor warmtetransport en er is behoefte aan groeiruimte voor bomen. Bij rioolaanleg of rioolvervanging zullen we daarom meer dan voorheen rekening moeten houden met het ondergronds ruimtebeslag. We groeien door naar integraal programmeren en dragen bij aan het beter in beeld brengen van de ondergrond. We blijven, mits doelmatig, doorgaan met het scheiden en ontvlechten van schone en vuile waterstromen. Met het verlengen van de levensduur van riolering door sleufloze technieken zoals relining of rioolreparaties nemen de kansen af voor het scheiden van waterstromen of een gecombineerde aanpak van boven- en ondergrond. We brengen daarom kansrijke locaties voor relinen en afkoppelen vroegtijdig in kaart ter bevordering van een planmatige aanpak en houden bij de renovatie van riolering rekening met vereiste aanpassing/herinrichting van de omgeving. Indien nodig ontwikkelen we gezamenlijk bouwstenen voor gemeenschappelijke uitdagingen. Gelet op de beschikbare middelen en het groeiende aantal watertaken blijft de focus gericht op het hebben, houden en realiseren van een goed functionerend stedelijk watersysteem. Wanneer die zich aandienen, verkennen we wel kansen voor hergebruik en terugwinning van grondstoffen en energie. Samengevat richten we de focus op het hebben, houden en realiseren van een goed functionerend stedelijk watersysteem en een duurzaam ingerichte waterketen. We brengen het afvalwatersysteem steeds beter in balans en sturen op een goed gebruik van riolering en de omgeving. Afvalwaterstromen willen we zoveel mogelijk gescheiden houden en afvalwater in het buitengebied op een zo doelmatig mogelijke wijze verwerken. Regenwater willen we zoveel mogelijk lokaal verwerken en waar mogelijk infiltreren naar de bodem om zo ook verzilting tegen te gaan. De openbare ruimte zullen we anders moeten inrichten om extreme buien beter te kunnen opvangen. Provinciale wegen en hoofdontsluitingswegen en het bereikbaar houden van brandweer, politie en ziekenhuizen zijn leidende principes bij de keuze van de ontwerpnorm. Relevante disciplines willen we in een vroeg stadium betrekken om zo te komen tot waterrobuuste en klimaatbestendige ontwerpen. Voor de bestaande situatie doen we een beroep op particulieren, bedrijven en woningcorporaties om ook maatregelen te treffen die de kans op waterschade beperken en tegelijkertijd te werken aan een betere leefomgeving. Water op straat vinden we acceptabel, dit beschouwen we als een deel van de oplossing. Om de kans op nieuwe grondwateroverlastproblemen te beperken houden we bij het toewijzen van functies rekening met de grondwaterstand. We brengen de ondergrond steeds beter in beeld als basis voor integraal programmeren. We professionaliseren ons gegevensbeheer, verbeteren onze rekenmodellen, kijken meer naar risico’s, prestaties en kosten, zetten de samenwerking voort en delen onze kennis. Via communicatie werken we aan een verhoging van het waterbewustzijn en waterbewust handelen. Om een vinger aan de pols te houden formuleren als gemeente of als samenwerkingsregio te leveren prestaties, monitoren hierop en sturen zo nodig bij via ons gezamenlijke/gemeentelijke uitvoeringsbeleid. 4Gezamenlijke strategie In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we invulling willen geven aan de visie en ambitie in hoofdstuk 3. Wat we daarvoor gaan doen is opgenomen in hoofdstuk 5. 4.1Koers Om het wensbeeld zoals omschreven in de visie te bereiken stellen we per planperiode een uitvoeringsprogramma op en stellen zo nodig de beleidskoers bij. Met de Omgevingswet ontstaat meer vrijheid in beleid (“ja mits” in plaats van “nee tenzij”). We staan hiermee voor de keuze om hetgeen we willen juridisch goed te verankeren of te werken op vertrouwensbasis. In algemene zin houden we vast aan de bestaande koers en de bijbehorende beleidskaders. Dit betekent dat we, waar nodig, inzetten op reguleren en bijsturen/loslaten op punten waar we vinden dat het doelmatiger kan. De beleidsregels gaan we opnemen in het omgevingsplan. Samen met de waterverordening van het waterschap weet de gebruiker dan goed waar deze aan toe is bij een ruimtelijke ontwikkeling. Op regionaal niveau zijn bestuurlijke afspraken gemaakt (Regionale Samenwerkingsovereenkomst Waterketen Noordkop, 11 juli 2019 + addendum 2020) waar we in dit plan rekening mee dienen te houden. Zo is afgesproken dat we als gemeenten en waterschap afspraken vastleggen in afvalwaterakkoorden en het functioneren van de afvalwaterketen zowel kwantitatief als kwalitatief verbeteren door: Rioolvreemd water (water wat in principe niet thuishoort in de riolering) te verminderen; Verbeterd gescheiden riolering waar mogelijk om te bouwen naar gescheiden riolering; Beter zicht en grip te krijgen op indirecte lozingen; Foutaansluitingen op te sporen en te herstellen; Doelgericht te meten en te monitoren; Optimalisatiemogelijkheden in de afvalwaterketen te verkennen; Kansen voor hergebruik en terugwinning van stoffen/energie te verkennen. 4.2Zorgplicht stedelijk afvalwater Wat verwachten we van inwoners en perceelseigenaren? De huiseigenaar zorgt voor de riolering op eigen terrein. Vanaf de perceelgrens is de gemeente verantwoordelijk. Op of nabij de erfgrens hoort een ontstoppings- of erfscheidingsstuk aanwezig te zijn. Dit helpt om na te gaan of een verstopping op particulier terrein of in de openbare ruimte zit. In een appartementencomplex is de verhuurder of de vereniging van eigenaren verantwoordelijk voor de gemeenschappelijke leidingen. Om verstoppingen te voorkomen dient het riool alleen te worden gebruikt waarvoor het is bedoeld: afvoer van gebruikt water van gootsteen, douche, toilet en wasmachine. Alle andere materialen, zoals schoonmaakdoekjes, medicijnresten en frituurvet horen niet in het riool en kunnen bijvoorbeeld worden gebracht naar de daarvoor bedoelde inzamelpunten. We verwachten dat bewoners en perceeleigenaren medewerking verlenen bij het opheffen van foutaansluitingen. Wat verwachten we van bedrijven? Als gemeente voeren we het stedelijk afvalwater van bestaande en nieuwe aansluitingen van bedrijven af. We hebben geen zorgplicht om ongemengd bedrijfsafvalwater in te zamelen en kunnen deze waterstroom van bedrijven desgewenst weigeren als dit ten goede komt van de zuivering of het functioneren van het rioolstelsel en stedelijk watersysteem. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als bedrijfsafvalwater minder goed biologisch afbreekbaar is (impact op milieu en kwaliteit van het afvoerstelsel) en het in grote hoeveelheden wordt geloosd (impact op afvoercapaciteit riolering). In zulke gevallen kan het doelmatiger en beter voor het milieu zijn dat een bedrijf een eigen zuivering gebruikt. We verwachten van bedrijven dat zij initiatiefnemer zijn om inzicht te geven in de gewenste lozing zodat wij als gemeente kunnen beoordelen of we de lozing accepteren. Wat verwachten we van woningcorporaties en projectontwikkelaars? Het afvoeren van huishoudelijk afvalwater naar de zuivering is in de meeste gevallen nog steeds efficiënt. Nieuwe aanleg van riolering valt onder de bouwgrondexploitatie. De kosten voor nieuwe aansluitingen op het hoofdriool en de benodigde aanpassingen aan het bestaande systeem zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. Wat pakken we in regionaal verband op? Met de komst van nieuwe sanitatietechnieken ontstaan er meer mogelijkheden om afvalwater afkomstig van kleinschalige uitbreidingen op een andere of soms meer doelmatige wijze te verwerken. Omdat dit onderwerp in vrijwel al onze gemeenten speelt en de expertise verspreid zit over de mensen richten we binnen het samenwerkingsverband een werkgroep lozingen op. In deze werkgroep verzamelen we kennis, gaan we na welke in welke gebieden we dit meer of minder verantwoord vinden en gaan we aan de slag met transparante afwegingskaders ter ondersteuning van de keuze om wel of niet aan te sluiten op de riolering. In de Bestuurlijke Samenwerkingsovereenkomst Waterketen Noorderkwartier 2021-2030 (gemeenten, HHNK en PWN) is opgenomen dat we in samenspraak met Omgevingsdiensten een traject inzetten om beter zicht en grip te krijgen op indirecte lozingen van bedrijven op de riolering. Hiervoor zijn onderstaande stappen voorzien: Analyseren hoe uitvoering VTH (vergunningen, toezicht en handhaving) effectiever kan en analyse extra benodigde middelen/capaciteit; Schetsen helder beeld alle betrokken/te betrekken partijen bij indirecte lozingen; Verzamelen beschikbare gegevens en opstellen plan van aanpak voor gezamenlijk overzicht; Gemeenschappelijk beoordelingskader (wat is toelaatbaar?); Gemeenschappelijk afwegingskader (wat is het meest doelmatig vanuit perspectief waterketen). We sluiten met onze werkgroep lozingen hierop aan en brengen onze expertise in. Onze afspraken leggen we vast in te actualiseren afvalwaterakkoorden. 4.3Zorgplicht hemelwater Wat verwachten we van inwoners en perceelseigenaren? Vaak voert de regenbuis het regenwater rond de woning af via de riolering. Bewoners en eigenaren kunnen een belangrijke bijdrage leveren door regenwater op het eigen perceel te verwerken. Bijvoorbeeld door de regenpijp door te zagen, een regenton neer te zetten en dat water te gebruiken in de tuin. Dit afgekoppelde regenwater belast dan niet meer de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Ook als bewoners of eigenaren de tuin minder betegelen en meer gras of beplanting aanbrengen, heeft het regenwater meer kans om in de grond te lopen. In het geval de grond het regenwater slecht doorlaat is het een mogelijke optie om regenwater af te voeren naar de openbare ruimte of nabijgelegen oppervlaktewater. Ook een groen-, gras- of sedumdak (mits onder de juiste voorwaarden aangelegd) kan een bijdrage leveren om de regenwaterafvoer te beperken. Bij extreme buien is de inrichting van de oppervlakte van het terrein belangrijk. Kleine maatregelen kunnen al helpen om wateroverlast te voorkomen. Te denken valt aan de aanleg van kleine drempels of obstakels om water tegen te houden of ervoor te zorgen dat regenwater goed wegloopt. In de toekomst is water op straat waarschijnlijk vaker te zien. Het is in veel gevallen de oplossing om zo tijdelijk regenwater op te vangen en gecontroleerd af te voeren. Wat verwachten we van bedrijven? Zeker als een bedrijf een flink stuk grond bestrijkt, kan het een grote bijdrage leveren aan de waterbestendigheid van de omgeving. De daken van gebouwen en bedrijfshallen kunnen immers een flinke oppervlakte hebben. Tijdens regen stromen dan enorme hoeveelheden water af. Het is belangrijk om deze stroom zo veel mogelijk vast te houden en vertraagd af te voeren, bijvoorbeeld met een groen dak, verlaagde gedeelten of reliëf van het terrein en door water naar het groen te leiden. Zo’n groen dak kan ook bijdragen aan een prettig binnenklimaat. Het heeft de voorkeur dat het regenwater op verharde terreinen in de bodem wordt vastgehouden, bijvoorbeeld door waterdoorlatende verharding toe te passen. Het terrein moet dan wel redelijk schoon zijn om het grondwater niet te vervuilen. Het regenwater dat afkomstig is van daken (panden) en terreinen die aan oppervlaktewater liggen, kunnen bedrijven rechtstreeks afvoeren naar deze sloten, zodat de riolering niet wordt belast met relatief schoon regenwater. Bij een bedrijfsuitbreiding, waarbij een aanzienlijk stuk grond wordt verhard dienen bedrijven er rekening mee te houden dat mogelijk extra waterberging op het eigen terrein nodig is. Als gemeenten wisselen we graag in een vroeg stadium met bedrijven van gedachten ter ondersteuning van de planvorming. Wat verwachten we van woningcorporaties en projectontwikkelaars? Woningcorporaties en projectontwikkelaars hebben een medeverantwoordelijkheid voor een duurzame, leefbare, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving. Gebiedsontwikkelaars kunnen bijvoorbeeld kolkloze straten ontwerpen, dus zonder regenwaterriool. Als water en groen gecombineerd worden, levert dat ruimtelijke kwaliteit en een waardeverhoging van woningen en gebouwen op. Daarnaast verdienen de bestaande wijken aandacht. Een mogelijkheid is om de benodigde waterberging in bestaande wijken (deels) op te lossen bij nieuwbouw of renovatie binnen de wijk of daar waar de wijk wordt uitgebreid met woningen, wegen en groen. Daarbij accepteren we, zoals eerder gezegd, tijdelijk water op straat. Bovendien willen we een ontwerp dat in de praktijk weinig onderhoud vergt. Het lijkt het meest effectief om tuinen met hoogteverschillen en reliëf in te richten, zodat de lagere gedeelten gebruikt kunnen worden om water te bergen. Ook kunnen in bepaalde situaties bijvoorbeeld achterpaden, stegen en parkeerterreinen lager aangebracht worden. Daarbij is het van belang om de omvang van de verstening in de buurt beperkt te houden. We zien het als een gemeenschappelijke taak om bewoners bewust te maken van het belang van goed waterbeheer en van de mogelijkheden die daarvoor bestaan. Dit vraagt om eenvoudige en bij voorkeur bovengrondse oplossingen, bijvoorbeeld met wadi’s, overlopen en groene daken. Vergroening rondom de woning helpt niet alleen om water beter af te voeren, maar ook om de luchtkwaliteit te verbeteren én helpt mensen gemakkelijker te ontspannen. Klimaatrobuustheid kan worden ingezet en ‘verkocht’ als indicatie van leefbaarheid. Voor wat betreft de nieuwbouwprogrammering in de regio streven wij naar een uniform programma van eisen voor klimaatbestendige nieuwbouw voor alle vier de gemeenten, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij de Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in MRA en Noord-Holland. Wat pakken we in regionaal verband op? Bij regenwater hanteren we de volgende voorkeursvolgorde voor verwerking: vasthouden, bergen en afvoeren. De inrichting van het maaiveld wordt door de hevige neerslag steeds belangrijker. We hebben als gezamenlijke ambitie voor klimaatrobuustheid in 2050 van het bestaand gebied in de Noordkop om korte hevige neerslag (70 mm in een uur) én langdurige neerslag (100 mm in twee dagen) te kunnen verwerken (Strategie klimaatadaptatie Noordkop 2021-2026). Bepaalde gemeenten werken deze ambitie uit naar een gemeentespecifieke ambitie. We streven naar: Het toegankelijk houden van provinciale wegen en hoofdontsluitingswegen; Het bereikbaar houden van brandweer, politie en ziekenhuizen; Voorkomen van schade aan vitale objecten van regionaal belang; Beperkte schade aan bebouwing (lokale afweging); Beperkte schade aan hoogwaardige landbouw (afweging per deelgebied). Op regionaal niveau hebben we een klimaatadaptatiestrategie vastgelegd met een zestal pijlers als gidsprincipes voor een verdere lokale invulling. Figuur 4-1 – Zes pijlers regionale aanpak Voor het stedelijk waterbeheer zijn met name het vasthouden van water waar het valt, het bufferen van zoet water, het versterken van groenblauwe netwerken en het slim herinrichten van stedelijk gebied belangrijke pijlers. Maar vanuit de zorgplicht hemelwater kunnen we ook meedenken hoe we het beste vitale objecten hoog en droog kunnen houden en willen we ook graag samen het burger- en ondernemersbewustzijn en -handelen stimuleren. 4.4Zorgplicht grondwater Wat verwachten we van bewoners en eigenaren? Om vochtoverlast in huis te voorkomen dient de eigenaar voor een waterdichte onderkant van de woning en voor voorzieningen op het eigen perceel te zorgen. In het geval sprake is van structurele grondwaterproblemen dan kan dit het beste worden gemeld bij de gemeente. Als gemeente bekijken we de oorzaken, gevolgen en mogelijke oplossingen. We voeren eventuele maatregelen in de openbare ruimte uit als deze goedkoper zijn dan maatregelen op het particuliere terrein en als ze gecombineerd kunnen worden met weg- en rioolreconstructies. Wat verwachten we van bedrijven? Om overlast van grondwater te voorkomen, is het wenselijk dat gebouwen aan de onderkant waterdicht zijn. Ook kan drainage (buizen met gaatjes) worden aangelegd op eigen terrein als de bodem voldoende ruimte heeft om grondwater te bergen. Hiermee wordt de kans op grondwateroverlast een stuk kleiner. Wat verwachten we van woningcorporaties en projectontwikkelaars? Het heeft de voorkeur om zo veel mogelijk gebruik te maken van de grondwaterstanden die van nature voorkomen en niet te bouwen in gebieden met een (
- te)hoge grondwaterstand. Als gemeente geven we een advies over de drooglegging die past bij het te ontwikkelen gebied. Figuur 4-2 - Principeschets ontwatering (Bron: Stichting RioNed) Voor nieuwbouw geldt dat we al in het bestemmingsplan rekening houden met de benodigde vloerpeil- en maaiveldhoogten. Alternatieve bouwmethoden, zoals kruipruimteloos bouwen, kunnen een oplossing zijn. Ook wat betreft het grondwater vraagt het bestaande gebied steeds meer aandacht. Het is namelijk een uitdaging om oude woningen te laten voldoen aan de voorschriften van het huidige Bouwbesluit (na inwerking treden Omgevingswet is dit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving, Bbl). Mogelijke oplossingen zijn om vloeren te isoleren en extra drainage aan te leggen. Het is noodzakelijk dat de betrokken partijen samenwerken, bijvoorbeeld door gezamenlijke planvorming en het afstemmen van werkzaamheden. Aandachtspunt is de barrièrewerking van ondergrondse constructies zoals parkeergarages op de grondwaterstroming. De laatste jaren worden als bron van duurzame energie steeds vaker gesloten of open bodemenergiesystemen (of warmte-koude opslagsystemen, WKO’
- s)in gebruik genomen. Hierbij wordt grondwater gebruikt als warmte- en koelbron. Dit draagt bij aan de afgesproken klimaatdoelstellingen om energie te besparen en de CO2- uitstoot te beperken. Bij open bodemenergiesystemen (of warmte-koude opslagsystemen, WKO’
- s)kan echter bij de aanleg en het (half-)jaarlijks onderhoud zout grondwater vrijkomen. Lozing van dit zoute grondwater kan negatieve gevolgen hebben voor de werking van de riolering, rioolwaterzuiveringsinstallatie en/of oppervlaktewater. (In)directe lozing op het oppervlaktewater is bijna nooit mogelijk in verband met de effecten op het ecosysteem. We adviseren ondernemers om bij gebruik van deze bodemenergiesystemen de volgende voorkeursvolgorde aan te houden: voorkomen van het ontstaan van afvalwater; lozen in de bodem; lozen op oppervlaktewater/hemelwater of vuilwaterriolering (afhankelijk van het effect op het ecosysteem). Het advies is om in een zo vroeg mogelijk stadium in contact te treden met gemeente en waterschap om een doelmatige afweging te maken. Wat pakken we in regionaal verband op? Thema’s als verzilting en verdroging zijn overstijgend voor dit programma. Door hemelwater te infiltreren in de bodem dragen we weliswaar bij aan de opbouw van een zoetwaterbel en het tegengaan van verdroging, maar gebiedsgerichte maatregelen zoals het reguleren van waterpeilen en aanpassing van de landbouw zijn effectiever. De provincie heeft hierin een sturende rol. 4.5Professioneel rioleringsbeheer In het kader van de samenwerkingsovereenkomst ten behoeve van de waterketen hebben we als de vier Noordkop- gemeenten ook met betrekking tot de bedrijfsvoering op bestuurlijk niveau afspraken gemaakt. Zo streven we naar meer uniformering, bundelen kennis om data op te krijgen en te houden en brengen we gezamenlijk in beeld hoe we incidenten kunnen afhandelen. We hanteren de principes van assetmanagement en nemen als gemeenten de regie om ingrepen in de openbare ruimte af te stemmen. Verder inventariseren we de mogelijkheden om de bewustwording te verhogen en handelingsperspectief te bieden. Wat doen we in het kader van professioneel rioleringsbeheer? Omdat de riolering uit de jaren 60 en 70 geleidelijk aan het einde van haar levensduur komt moeten we de komende jaren steeds meer riolen vervangen of renoveren. Daarbij spelen we in op nieuwe ontwikkelingen en trends. Het rioleringsbeheer willen we verder professionaliseren om het tempo goed bij te kunnen houden. We beperken de kostenstijging door het gegevensbeheer nog verder op orde te brengen en te houden: meer kennis over wat we hebben, hoe het erbij ligt en hoe het functioneert. Zo heeft HHNK het dataportaal GeoDyn vernieuwd en houden we rekening met het GegevensWoordenboek Stedelijk Water (GWSW) zodat ontsluiting van de basisgegevens via PDOK mogelijk is/wordt. Als vervanging noodzakelijk is, combineren we werkzaamheden aan riool, wegen, groen en andere ruimtelijke maatregelen om de maatschappelijke kosten en overlast terug te dringen. Bij deze integrale aanpak vinden we samenwerking, overleg en communicatie erg belangrijk. Behalve naar kwaliteit en kosten kijken we als gemeenten steeds beter naar risico’s en te leveren prestaties. Nu al vervangen we op basis van geconstateerde afwijkingen een rioleringsbuis onder een doorgaande weg eerder dan een buis in een woonwijk. Maar we willen die risicobeoordeling systematischer gaan doen, zodat we steeds beter grip krijgen op de balans tussen kosten, prestaties en risico’s. Voor zo’n succesvol asset management zijn talrijke en goede onderliggende gegevens nodig. Door van het databeheer voor de rioleringszorg een gezamenlijke opgave te maken, geven we als Noordkopgemeenten een forse impuls aan asset management. Een eerste stap hebben we al gezet door het gezamenlijk aanstellen van een gegevensbeheerder. Dit continueren we. We brengen de mogelijkheden en risico’s scherper in beeld om goed onderbouwde keuzes te maken. Ook zorgen we dat de hiertoe benodigde praktijkkennis behouden blijft en verder wordt opgebouwd binnen onze organisatie. We geven alleen geld uit als dat nodig is. In het kader van asset management gaan we de komende planperiode verder aan de slag met het ontwikkelen c.q. toepassen van risicogestuurd beheer, het ontwikkelen van afwegingskaders relinen/vervangen/repareren en het opstellen van kritische prestatie indicatoren (KPI’
- s)waarop we kunnen sturen. De gezamenlijke bestekken voor de contracten voor reinigen & inspecteren en relinen gaan we actualiseren en verlengen waar dat contractueel kan en gewenst is (anders worden deze bestekken opnieuw aanbesteed). Het verbeteren van het functioneren van de afvalwaterketen (kwantitatief en kwalitatief) door middel van optimalisatiestudies en onderzoeksprogramma’s vraagt veel van onze capaciteit. Hoewel dit vaak ook betrekking heeft op de gemeentespecifieke problematiek pakken we dit op binnen de regio. Naast de gegevensbeheerder gaan we als regio Noordkop in komende periode ook bekijken of we gezamenlijk GIS expertise kunnen inhuren of in dienst nemen. Hoe gaan we om met nieuwe bedreigingen? Onze rioolgemalen, de RWZI of andere kunstwerken maken onderdeel uit van een netwerk van digitale infrastructuur. Om ons heen zien we een toename van cyber-attacks op kwetsbare systemen. Er zijn al voorbeelden waarbij een waterwin- of waterzuiveringsinstallatie tijdelijk onbruikbaar is geworden vanwege een aanval. Cybersecurity in relatie tot rioolgemalen, de RWZI of andere kunstwerken is een onderwerp wat we samen met de veiligheidsregio moeten bekijken. We nemen dit aspect op in de te actualiseren veiligheids-/incidentenplannen waar overstromingen en gevaarlijke lozingen op het riool al onderdeel van uitmaken. Het is van belang dat ICT-afdelingen van de verschillende organisaties die betrokken zijn bij de waterketen hierin samen optrekken. De ketting is immers zo sterk als de zwakste schakel. Hoe zorgen we ervoor dat we onze kennis en capaciteit op orde brengen en houden? Om onze kennis en capaciteit op orde te brengen en te houden continueren we onze werkgroep kennisdeling. In deze werkgroep delen we kennis en inzichten en organiseren we workshops voor en door anderen. Zo willen we in deze werkgroep aan de slag met bijvoorbeeld circulariteit, verzilting en het opstellen van een blauwdruk voor een hemelwaterverordening die gemeenten desgewenst kunnen hanteren als ze besluiten om zo’n verordening op te stellen. Ook monitoren we ons kennis- en competentieniveau door de Branchestandaard gemeentelijke watertaken periodiek uit te voeren. De laatste rapportage is eind 2021 opgesteld. Het implementeren van de Omgevingswet is veelomvattend. De verdere doorvertaling van beleid naar juridisch bindende regels zal ook de nodige kennis en capaciteit vereisen. In samenwerkingsverband Waterketen Noordkop/Noorder-kwartier gaan we daarom onze kennis en ervaring met betrekking tot de Omgevingswet verder vergroten en structureel borgen. Ook in het gemeentelijke deel van dit PSWR formuleren we al bouwstenen voor het Omgevingsplan (beleidsregels). Hiermee voorkomen we ad hoc werk bij advisering over externe plannen en het geeft veel duidelijkheid richting initiatiefnemers. 4.6Samenwerken en communicatie Als gemeenten en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier werken we in de Noordkop al zo’n 20 jaar ‘on the job’ samen aan thema’s als afvalwater, regenwater en grondwater. Inmiddels is ook PWN aangesloten. Het samenwerkingsverband Regio Noordkop bevalt nog steeds uitstekend, is succesvol en zetten we voort op onderwerpen waar dat baat heeft. Samen zijn we immers beter in staat het beheer te verbeteren en elkaar te versterken op punten waar we kwetsbaar zijn. Zo zien we kansen om de water gerelateerde taken van de Omgevingsdienst gezamenlijk verder in te vullen en te verbeteren. Daar waar we (nieuwe) risico’s zien met betrekking tot volksgezondheidsaspecten vragen we de GGD’s om kennis in te brengen. Op Noorderkwartier niveau voeren we al geruime tijd een informatiecampagne ter bevordering van waterbewustwording, waterbewustzijn en waterbewust handelen. We gebruiken hiervoor een platform waarmee we richting inwoners, instellingen en ondernemers handelingsperspectief bieden. Ook is er een gezamenlijke website samenblauwgroen.nl voor klimaatadaptatie en de waterketen. 5Gezamenlijke uitvoeringsagenda In dit hoofdstuk is weergegeven welke activiteiten en/of maatregelen we als waterpartners verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit programma. Omdat maatregelen bijdragen aan meerdere opgaven zijn ze gegroepeerd weergegeven per type operationeel beheer, beleid, assetmanagement, planvorming en onderzoek, kennismanagement, communicatie en samenwerking. Bij ingrepen in de openbare ruimte kiezen we binnen de regio Noordkop zoveel mogelijk voor een integrale aanpak. Zo koppelen we de klimaatadaptatie-opgave aan andere opgaven met een ruimtelijke impact zoals herinrichtingsopgaven, rioolvervangingsopgaven, verkeersopgaven, de woningbouwopgave, duurzame mobiliteit en de energietransitie. Om kennis te delen en kosten te besparen voeren we gezamenlijke activiteiten uit in de samenwerkingsregio Noordkop. De kosten van gezamenlijke activiteiten worden, afhankelijk van het onderwerp, verdeeld volgens een afgesproken verdeelsleutel op basis van inwonertal of aantal deelnemende organisaties. De gezamenlijke activiteiten bestaan uit o.a. periodiek overleg, opstellen gezamenlijk beleid, actualiseren SSW (waar van toepassing), bundelen van kennis en kennisdeling en gezamenlijke aanbesteding en uitvoering van projecten. Tabel 2 - Gezamenlijke activiteiten 2023-2027 Werkveld Gezamenlijke activiteiten Inschatting gezamenlijke kosten Operationeel beheer Actualiseren gezamenlijk bestek reinigen en inspecteren Actualiseren gezamenlijk bestek relinen Afspraken maken over calamiteitensituaties €30.000 Beleid In beeld brengen consequenties tot uitvoer brengen bestuurlijke doelen (Oprichten) werkgroepen lozingen en kennisdeling Bijdragen aan traject indirecte lozingen Evalueren en actualiseren afvalwaterakkoorden Opstellen blauwdruk hemelwaterverordening Juridische verankering (Omgevingswet) Afwegingskader relinen/vervangen/afkoppelen Restant SSW’s begeleiding Actualiseren programma water en riolering € 205.000 Assetmanagement Continueren aanstelling gegevensbeheerder GWSW/PDOK n.v.t Onderzoek / planvorming Onderzoek naar acceptatiegrens kapitaalvernietiging Opstellen meet- en monitoringsplan, excl. uitvoering Visievorming en verkennen optimalisatiemogelijkheden in de afvalwaterketen (in balans brengen/ knelpunten ‘nieuwe’ stoffen) € 60.000 Kennismanagement Continueren branchestandaard riolering Nieuwe onderwerpen (Omgevingswet, Klimaatadaptatie, Circulariteit, Risicogestuurd beheer, Effectief gebruik GIS, Cyber security, Ruimte bieden voor stages/traineeships/organiseren workshops) € 75.000 Communicatie Communicatieplatform Goed gebruik van de riolering (continueren aansluiting op Watzr campagne) n.v.t. Samenwerking Inhuur programmamanager BAW monitor €15.000 Overige onderwerpen Restant Zuiveringskring optimaliseren, 2021-2022 Projecten zuiveringskringen 2023-2027 Gezamenlijke medewerkers Inhuur programmamanager €2.315.000 Totaal planperiode 2023-2027 € 2.700.000 Totaal per jaar in periode 2023-2027 € 540.000 Gemeentelijk deel 6Beeld van de huidige gemeentelijke situatie Om de goede dingen goed te kunnen doen is inzicht in de ontwikkeling van het te beheren areaal, de toestand van de objecten en het functioneren van het systeem nodig. Dit hoofdstuk geeft een indruk hoe we ervoor staan. 6.1Kenmerken stedelijk watersysteem Voor het inzamelen en transporteren van het vrijkomende afval- en regenwater beschikken we als gemeente Hollands Kroon over een rioolstelsel met een totale lengte van circa 522km (waarvan 79% vrijvervalriolering) en 99 rioolgemalen. Om ervoor te zorgen dat tijdens extreme neerslag geen wateroverlast optreedt, is het rioolstelsel voorzien van riooloverstorten en hemelwaterlozingspunten. Speciale rioolvoorzieningen (bergbezinkbassins) beperken de vuiluitworp van de riolering naar het oppervlaktewatersysteem. Het afvalwater in het buitengebied wordt ingezameld d.m.v. 406 pompunits en verpompt via 69 km aan drukriolering. Al dit afvalwater wordt gezuiverd op meerdere rioolwaterzuiveringsinstallaties, waaronder rioolwaterzuiveringsinrichting Wieringermeer. In Tabel 3 hebben we de belangrijkste kenmerken van het stedelijk watersysteem in onze gemeente weergegeven. Tabel 3 - overzicht voorzieningen stedelijk watersysteem Hollands Kroon Systeem Type Omvang Eenheid Vrijvervalriolering Gemengd 140 km Vuilwaterafvoer (VWA) 96 km Hemelwaterafvoer (HWA) 117 km Overig 57 km Drukriolering 69 km Persleidingen 52 km Hoofdgemalen 85 st Pompunits 406 st Randvoorzieningen 8 st Externe overstorten Met randvoorziening 8 st Zonder randvoorziening 81 st HWA-uitlaten 763 st Infiltratievoorzieningen 7 st Kolken 22.281 st Drainage transport (DT) riolering 49 km Vanaf 1970, hebben we 91% van onze riolering aangelegd, met een piek (28% van ons areaal) in de periode tussen 1970 en 1980. Vanaf die periode hebben we naast gemengde riolering ook significante hoeveelheden gescheiden riolering aangelegd. Tabel 4 geeft de leeftijdsopbouw van riolering binnen gemeente Hollands Kroon weer. Tabel 4 - Leeftijdsopbouw rioleringssysteem Hollands Kroon Leeftijdsklasse Gemengde riolering [km] Vuilwater riolering [km] Hemelwater riolering [km] Totaal [km] 1930-1940 0,3 0,0 0,0 0,3 1940-1950 1,9 0,0 1,5 3,4 1950-1960 4,0 0,0 0,0 4,0 1960-1970 22,2 0,5 1,0 23,7 1970-1980 60,6 16,0 24,9 101,5 1980-1990 14,9 28,7 9,1 52,7 1990-2000 14,9 15,8 18,3 49,0 2000-2010 10,9 25,0 40,8 76,7 2010-heden 10,0 9,6 27,5 47,1 6.2Kwaliteitstoestand Tot en met 2021 is 76% van het totale areaal vrijvervalriolering geïnspecteerd, waarvan 26% in de afgelopen 5 jaar, 43% tussen 5 jaar en 10 jaar geleden en 31% in de periode tot 10 jaar geleden. Jaarlijks wordt ongeveer 7% (25
- km)van het vrijvervalrioolstelsel gereinigd en geïnspecteerd. Op die manier houden we een goed beeld van de toestand van het rioolstelsel en kunnen we de vervangingsplanning riolering baseren op inspectieresultaten en actuele knelpunten. 6.3Terugblik afgelopen planperiode In deze paragraaf blikken we op basis van een evaluatie en interviews met de afdelingen beleid en beheer terug op de afgelopen planperiode. In het GRP 2018-2022 hebben we als gemeente Hollands Kroon de volgende speerpunten geformuleerd: Het beschermen van de volksgezondheid; Het garanderen van droge voeten; Het beschermen van de bodem en het oppervlaktewater. Het resultaat van de evaluatie van de operationele werkzaamheden is opgenomen in bijlage D. Omdat het huidige GRP nog containerbegrippen als ‘doelmatigheid’ en ‘duurzaam’ bevat is het lastig om de inspanningen te toetsen en te legitimeren. Samengevat bestaat het volgende beeld: Zorgplicht afvalwater De afvoercapaciteit van de gemengde- en vuilwaterriolering is in grote lijnen op orde. Met het opstellen van SSW’s (Systeemoverzicht Stedelijk Water) krijgen we meer inzicht in eventuele potentiële knelpunten. Zowel op het vuilwater- als hemelwaterriool zitten foutaansluitingen. Hierdoor komt onbedoeld regenwater op het vuilwater riool terecht en andersom. Dit kan leiden tot capaciteits- en/of milieuproblemen. Het onderzoeken van verdachte locaties willen we wel oppakken, maar door de beperkte personele capaciteit kan dat slechts in beperkte mate. Het opsporen en oplossen van foute aansluitingen is erg arbeidsintensief en beslaat ook onderzoek/herstelwerkzaamheden op particulier terrein. Er bestaat twijfel over de doelmatigheid hiervan. De afgelopen planperiode zijn er geen noemenswaardige meldingen geweest van onbedoelde emissies op oppervlaktewater. Wel hebben bij overvloedige neerslag riooloverstortingsgebeurtenissen plaatsgevonden, wat soms wel tot klachten leidde, maar binnen aanvaardbare normen. Het is in veel gevallen niet bekend of bedrijfslozigen mogelijk leiden tot bepaalde ongewenste lozingen. In de bestemmingsplanprocedure ontbreekt het aan toetsingscriteria, waardoor er geen weigeringsgrond bestaat voor het afgeven van een WABO/omgevingsvergunning. Hierdoor bestaat de kans dat er ongewenste lozingen plaatsvinden of dat lozingen worden toegestaan, waarvan het effect op het functioneren moeilijk is in te schatten, bijvoorbeeld bij datacenters. De benodigde specialistische kennis op dit vlak ontbreekt nog. Verder ervaren we grote problemen met functiewijzigingen van bijvoorbeeld agrarische bedrijven. Het vestigen van seizoenarbeiders in het buitengebied levert grote problemen op met betrekking tot de hoeveelheden te verwerken afvalwater. Zorgplicht hemelwater Bij nieuwbouwplannen leggen we in principe een gescheiden rioolstelsel aan en indien nodig drainage. Het overtollige regen- en grondwater van particulieren kan hierop worden aangesloten. Panden in de openbare ruimte en openbare verharding sluiten we aan op het openbare HWA-stelsel. Bij in- of uitbreidingen sluiten we aan op de nabijgelegen vrijvervalriolering. Afvalwaterstromen zamelen we bij voorkeur gescheiden in en voeren we, vanuit kostenoverwegingen, af via vrijvervalriolering. Bij nieuwbouw sturen we op afvoer van regenwater afkomstig van particuliere terreinen of bedrijfsterreinen op nabijgelegen oppervlaktewater. Als gemeenten zamelen we het overige regenwater in. In 80-90% van de gevallen vervangen we gemengde riolering door gescheiden riolering. In ieder geval worden de wegen afgekoppeld. We bieden een aansluitmogelijkheid aan bewoners/bedrijven, maar het is aan de eigenaar zelf om de waterstromen te ontkoppelen en gescheiden aan te bieden. In gebieden waar gescheiden riolering is aangebracht, blijft het vuilwaterstelsel, vanwege de beperkte bereidwilligheid van particulieren om volledig af te koppelen, nog overwegend gemengd. Het functioneren van de riolering is nog onvoldoende inzichtelijk. Sinds 2021 maken we dit inzichtelijk met het uitvoeren van SSW’s. Zorgplicht grondwater In de planperiode zijn we gestart met het meten van grondwaterstanden in enkele kernen. Met deze informatie verwachten we meer inzicht te krijgen in eventuele over- of onderlast. Tot op heden hebben we wel enkele klachten gekregen over grondwateroverlast, maar niet over grondwateronderlast als gevolg van langdurige droogte. In de Wieringermeerpolder zorgen we voor een adequate afvoer van overtollig grondwater. Bij overige dorpen proberen we via onderzoek inzicht te krijgen bij eventuele problemen. De kennis op het gebied van grondwater is nog beperkt. Bedrijfsvoering Met het aantrekken van een gemeenschappelijke gegevensbeheerder op regionaal niveau hebben we een aanzienlijke verbeterslag kunnen maken met het op orde brengen van de basisgegevens. We hebben door de uitgevoerde rioolinspecties een redelijk goed inzicht in de toestand van de riolering, maar voor het kunnen beoordelen van verbetermaatregelen is nog een verbeterslag nodig met betrekking tot de geometrische gegevens. De gegevens zijn nog onvoldoende betrouwbaar voor het uitvoeren van hydraulische berekeningen. Via inmetingen krijgen we hier wel meer grip op. Naast de gegevensbeheerder hebben we iemand voor 4 jaar ingehuurd voor één dag in de week om zoveel mogelijk achterstallige revisies weg te werken. Het innovatief/anders inrichten van gebieden leidt mogelijk tot een wildgroei van verschillende (beheer)systemen. Dit is een aandachtspunt. Jaarlijks inspecteren we ca 25 km aan riolering. We besteden hierbij veel aandacht aan het inmeten van de riolering. Ten behoeve van SSW’s meten we ook de bijzondere objecten in, zoals overstorten en gemalen. Aandachtspunt hierbij is dat de kosten behoorlijk zijn gestegen. Reiniging van vrijvervalriolering vindt plaats i.c.m. rioolinspectie. Daarnaast reinigen we ook extra als hier aanleiding voor is. De inspecties worden door de gegevensbeheerder verwerkt in het beheerpakket. We actualiseren regelmatig de meerjarenplanning samen met de wegbeheerders. Deze meerjarenplanning baseren we op riool- en weginspecties en maatschappelijk behoeften. De planning van de meerjarenplanning wordt niet altijd gehaald vanwege externe onvoorziene ontwikkelingen, bijvoorbeeld door initiatieven van ontwikkelaars. De afgelopen jaren zien we wel een trendverschuiving optreden. Om later goed te kunnen beheren besteden we veel tijd aan het controleren van de kwaliteit van ontwerpen en bestekken en opleveringsdocumenten. Deze zijn in veel gevallen door gebrek aan vakmanschap nog vaak incompleet of van onvoldoende kwaliteit. Ook moeten we vanuit de afdeling riolering veel tijd besteden aan het inhoudelijk bijsturen van ontwikkelende partijen, de kwaliteit van de gerealiseerde werken is nog vaak maar matig. Het kost ons als gemeente/afdeling riolering veel tijd en inspanning om het werk toch zo opgeleverd te krijgen zodanig dat het aan onze maatstaven voldoet. Communicatie en samenwerking Als gemeente Hollands Kroon zoeken we altijd de samenwerking op wanneer het gaat om participatie van bewoners en bedrijven. Ook intern werken we met succes integraal samen. Zo stemmen we bij herstructureringen af met andere arealen en worden herstructureringen vrijwel altijd gezamenlijk uitgevoerd en gefinancierd. Op deze wijze beperken we overlast, als gevolg van bijvoorbeeld rioolvervanging. Middelen De personele capaciteit binnen onze gemeente op het vlak van riolering is beperkt. De inhoudelijke kennis zit voornamelijk bij drie personen. Zij zijn de gemeentelijke vraagbaak op zowel strategisch als operationeel gebied en worden bovendien veel bevraagd op aanpalende terreinen. Ook is afgelopen periode sprake geweest van veel personele wisselingen wat leidt tot het weglekken van kennis en ervaring. 6.4Aandachtspunten Op basis van deze terugblik zijn er de volgende aandachtspunten, waarmee we in dit programma rekening dienen te houden: Klimaatadaptatie-opgave Doelmatige omgang en sturing op lozing van bedrijfsafvalwater en afvalwater buitengebied Capaciteitsgebrek 7Gemeentelijke visie en ambitie De binnen de Noordkop gezamenlijk gevormde visie, ambitie en strategie (Hoofdstuk 3 en 4) laat ruimte voor gemeentespecifieke focus en aanscherpingen. De gemeente Hollands Kroon beschrijft eigen doelen volgens de zorgplicht-indeling: Doelen & Prestatie Indicatoren Stedelijk afvalwater Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater Voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving Bijdragen aan een duurzame verwerking van afvalwater en een optimale inrichting van de waterketen Hemelwater Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater Beperken van het risico op wateroverlast Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater Grondwater Voorkomen van structurele grondwaterover- en -onderlast, afgestemd op de functie van het gebied/object Bijdragen aan de aanvulling van de grondwatervoorraad in droogtegevoelige gebieden Figuur 7-1: Rioolgemaal Wieringerwerf 8Gemeentelijke strategie en verankering Om het wensbeeld zoals omschreven in de visie (hoofdstuk 7) te bereiken stellen we per planperiode een uitvoeringsprogramma op en stellen we zo nodig de beleidskoers bij. Met de Omgevingswet ontstaat meer vrijheid in beleid (“ja mits” in plaats van “nee tenzij”). We staan hiermee voor de keuze om dat wat we willen juridisch goed te verankeren of te werken op vertrouwensbasis. In algemene zin houden we vast aan de bestaande koers en de bijbehorende beleidskaders. Dit betekent dat we overwegend inzetten op reguleren en bijsturen/loslaten op punten waar we vinden dat het doelmatiger kan. De beleidsregels gaan we opnemen in het omgevingsplan. Samen met de waterverordening van het waterschap weet de gebruiker dan goed waar deze aan toe is bij een ruimtelijke ontwikkeling en bij het gebruik van de riolering. 8.1Zorgplicht stedelijk afvalwater 8.1.1Voorkeursvolgorde en uitgangspunten nieuwe en gewijzigde lozingen Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. We hebben geen verplichting om bedrijfsafvalwater in te zamelen. Omdat we hier als gemeente geen zorgplicht voor hebben kunnen we (eventueel in overleg met het waterschap) desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering of het functioneren van het rioolstelsel en stedelijk watersysteem. Voorkeursvolgorde afvalwater Bij nieuwe en gewijzigde lozingen hanteren we als gemeente Hollands Kroon de wettelijke volgende voorkeursvolgorde uit wet milieubeheer 10.29A: Ontstaan van afvalwater beperken; Schoon hemel- en grondwater gescheiden houden en lokaal (evt. na noodzakelijke zuivering): Schoon hemel- en grondwater bovengronds of via riolering afvoeren naar een andere locatie (bijv. een wadi); Vuil water, en overgebleven hemel- en grondwater, via riolering lozen naar zuivering. Lozingen vanaf ontwikkel- en inbreidingslocaties Bij inbreidingen of ontwikkelingen in de kernen en het buitengebied, betaalt de ontwikkelaar de (gevolg)kosten die nodig zijn voor de aanleg, uitbreiding en/of vergroting van het openbaar rioolstelsel plus de kosten voor aansluiting van de huisaansluitingen op het openbaar rioolstelsel. Aanleggen van een huisaansluitleiding om het afvalwater aan te bieden op de riolering is een verplichting van de huiseigenaar. Beheer en onderhoud van deze huis aansluitleidingen is tot de erfgrens de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar. Bedrijfsmatige lozingen In geval van bedrijfsmatige lozingen gelden de volgende aanvullingen: Het geloosde afvalwater is biologisch afbreekbaar en mag aantoonbaar geen extra risico’s opleveren ten aanzien van milieu en aantasting van de riolering; Het geloosde afvalwater mag aantoonbaar geen extra risico’s opleveren ten aanzien van de afvoercapaciteit van de riolering; Ten behoeve van juiste werking van onze (afval) waterketen, kunnen we als gemeente een bedrijfsmatige lozing weigeren of een gebufferde lozing vereisen. Bij nieuwe bedrijfslozingen, kunnen wij als gemeente eisen dat bedrijven een buffer aanleggen met het volume van de lozing over een periode van 24 uur. Zo kan ons stelsel buiten werking treden zonder dat dit tot calamiteiten leidt; Bedrijfsmatige lozers dienen aan te tonen welke risicobeheersmaatregelen zij treffen voor het geval er zich calamiteiten voordoen in het bedrijfsproces (waterkwaliteit/kwantiteit). Lozingen in het buitengebied Als sprake is van sanering van lozingen in het buitengebied, kiest de gemeente voor de smalle zorgplicht. Bij de smalle zorgplicht gaat de zorg van de gemeente niet verder dan het onderhoud en vervanging van riolering. De gemeente beoordeeld ieder nieuw initiatief en weegt aan de hand van een doelmatigheidstoets af of er nieuwe riolering aangelegd dient te worden, of dat een alternatief doelmatiger is. Als de kosten voor aanleg van riolering beneden het drempelbedrag van € 11.000,- (exclusief btw, prijspeil 2022) per aansluiting blijven, wordt aansluiting op riolering als doelmatig beschouwd. Dit bedrag gebaseerd op de geschatte aanlegkosten van een verbeterde septic tank, het wettelijk minimum. Als de kosten hoger zijn, dient de perceel eigenaar tenminste een verbeterde septic tank aan te leggen of zich op andere wijze van afvalwater te ontdoen. Voor de lozer gelden alle verplichtingen uit het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Het initiatief voor de doelmatigheidstoets en de kosten voor aanleg liggen bij de perceel eigenaar. Aanleg van riolering wordt immers vanuit de grondexploitatie betaald. HHNK werkt aan een aanscherping van de lozingsregels voor het lozen op oppervlaktewater. Dit krijgt een uitwerking in de nieuwe waterschapsverordening. Voor groepsaccommodaties worden strengere regels opgesteld met een vergunningplicht. Daarnaast zal voor de kleinere watergangen een verbod op lozingen (bijvoorbeeld vanuit een IBA) worden ingesteld. Indien aangetoond kan worden dat wordt voldaan aan de gestelde normen, kan alsnog een maatwerkvoorschrift worden opgesteld. Dat betekent dat het lozen op oppervlaktewater niet meer overal kan plaatsvinden. Daarmee wordt de maatregel voor bufferen en afvoeren gestimuleerd. Tabel 5 - Overzicht voorkeursvolgorde en uitgangspunten nieuwe en gewijzigde lozingen Bebouwd gebied vrijvervalriolering Buitengebied drukriolering Huishoudelijke lozingen Ontstaan afvalwater beperken Schoon water gescheiden houden (na evt. zuivering): Schoon water (bovengronds) afvoeren naar andere locatie Vuil water en overgebleven schoon water via riolering lozen naar zuivering Ontstaan afvalwater beperken Schoon water gescheiden houden (na evt. zuivering): Schoon water (bovengronds) afvoeren naar andere locatie Vuil water en overgebleven schoon water via riolering lozen naar zuivering Gemeente accepteert riolering als kosten lager zijn dan € 11.000. Aansluitplicht op kosten van perceel eigenaar. Bij hogere kosten: aanleg VST op kosten perceel eigenaar, tenzij beleid HHNK anders bepaalt. Bedrijfsmatige lozingen Ontstaan afvalwater beperken Schoon water gescheiden houden (na evt. zuivering): Schoon water (bovengronds) afvoeren naar andere locatie Vuil water en overgebleven schoon water via riolering lozen naar zuivering Lozing mag geen extra risico opleveren voor milieu of conditie riolering Gemeente mag lozing weigeren of buffering eisen Lozers treffen aantoonbaar beheersmaatregelen in geval van calamiteiten Ontstaan afvalwater beperken Schoon water gescheiden houden (na evt. zuivering): Schoon water (bovengronds) afvoeren naar andere locatie Vuil water en overgebleven schoon water via riolering lozen naar zuivering Lozing mag geen extra risico opleveren voor milieu of conditie riolering Gemeente mag lozing weigeren of buffering eisen Lozers treffen aantoonbaar beheersmaatregelen in geval van calamiteiten Gemeente accepteert riolering als kosten lager zijn dan € 11.000. Aansluitplicht op kosten van perceel eigenaar. Bij hogere kosten: aanleg VST op kosten perceel eigenaar, tenzij beleid HHNK anders bepaalt. 8.1.2Foutieve aansluitingen Er zijn twee vormen van een foutieve aansluiting te onderscheiden: lozing van vuilwater op regenwaterriool en lozing van regenwater op vuilwaterriool. De eerste situatie komt weinig voor. Als we dit constateren moet zo snel mogelijk worden ingegrepen door de veroorzaker. De tweede situatie komt meer voor en zorgt vooral bij drukriolering voor problemen. Aan het opsporen en oplossen van foutieve aansluitingen in het buitengebied geven wij geen uitvoering, mits geen grote problemen ontstaan. Voordat wij hier handhavend tegen optreden is onze doelstelling is om de veroorzaker te informeren, bewust te maken van de problematiek en aan te sturen op het afkoppelen van het aangesloten regenwater. We voorkomen foutieve aansluitingen bij gescheiden stelsels zo veel mogelijk door toepassing van verschillende kleuren van de buizen, controle van de bouwaanvragen en intensiever toezicht bij de aanleg van riolering. 8.1.3WKO-lozingen De laatste jaren worden als bron van duurzame energie vaker bodemenergiesystemen (of warmte-koude opslagsystemen, WKO’
- s)in gebruik genomen. WKO aanvragen worden door de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) en het Hoogheemraadschap beoordeeld. Wij willen meer invloed en inzicht krijgen op de kwantiteit en kwaliteit van WKO-lozingen om negatieve effecten op het functioneren van het afvalwatersysteem te kunnen beoordelen. Het heeft de voorkeur van de gemeenten en het Hoogheemraadschap dat de lozingen in de bodem teruggebracht worden en niet op het oppervlaktewater of de riolering. 8.1.4Eigendom openbare riolen op private percelen In het verleden is voorgekomen dat het juridisch eigendom van de openbare riolering en drainage op percelen niet goed is vastgelegd. Voor het beheer en onderhoud is dit wel wenselijk. Indien er geen zakelijk recht of erfdienstbaarheid is opgesteld, hebben wij als gemeente rechten door horizontale natrekking. Bovendien ontstaat na een periode van 20 jaar automatisch een erfdienstbaarheid voor het hebben en houden van riolering in dat perceel. Bij nieuwe aanleg of rioolvervangingen wordt de riolering altijd in openbaar gebied aangelegd, zodat het riool beheerd, onderhouden en in de toekomst vervangen kan worden. 8.1.5Afstemming over afvalwater naar RWZI’s bij ontwikkelingen Ruimtelijke ontwikkelingen bespreken wij met het hoogheemraadschap. Dit is van belang voor de prognose van de hoeveelheden afvalwater die naar de RWZI’s worden afgevoerd. In ons afvalwaterakkoord met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2022, hebben wij afspraken gemaakt over het aanleveren van afvalwater. 8.2Zorgplicht hemelwater De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein alleen te ontvangen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren. 8.2.1Doelmatige verwerking van hemelwater Ons vertrekpunt is het principe om afvalwater en hemelwater gescheiden in te zamelen (zie ook paragraaf 8.1.1) In nieuwe wijken en bij inbreidingen leggen we direct een gescheiden riolering aan. Bij wijkreconstructies en rioolvervanging/-renovatie onderzoeken we voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. We werken volgens de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren van hemelwater. Dit sluit aan op de Ladder van Lansink, zoals we in onze Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) hebben opgenomen. Concreet betekent dit voor de afvoer van hemelwater: Hergebruik; Vasthouden en infiltreren Bergen en vertraagd afvoeren Bovengronds bergen Ondergronds bergen Direct afvoeren Afvoeren naar oppervlaktewater (uiteindelijke naar regionaal watersysteem (onder de voorwaarden van de Keur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier); Via riolering afvoeren naar regionaal watersysteem (als het niet anders kan). Kansen voor hergebruik van hemelwater willen we zo veel als mogelijk en doelmatig benutten. Los daarvan heeft infiltratie van afgekoppeld hemelwater in de bodem de voorkeur. In het geval uit onderzoek blijkt dat infiltreren niet kan, bijvoorbeeld door lokaal hoge grondwaterstanden of een verontreinigde bodem, wordt hemelwater afgevoerd naar hiervoor geschikt lokaal (gemeentelijk) oppervlaktewater. Bergingsvoorzieningen worden bij voorkeur bovengronds en (in het) groen aangelegd. Bij bovengrondse en groene voorzieningen is namelijk het functioneren inzichtelijker, beter te onderhouden en het draagt bij aan een groene leefomgeving. In openbaar gebied komt dit tot uiting door hemelwatervoorzieningen in groenstroken die geschikt zijn gemaakt voor de opvang van overtollig hemelwater en aanpassing van waterpartijen. De perceeleigenaar draagt een steentje bij door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor buffering en/of opslag van hemelwater. 8.2.2Afkoppelen hemelwater van gemengde lozingen (bestaande situatie) Niet alle bestaande lozingen voldoen in de gewenste mate aan onze voorkeursvolgorde. Dat geldt bijvoorbeeld voor alle gemengde lozingen en in het bijzonder ook voor foutieve aansluitingen van gescheiden lozingen. Het scheiden van regenwater en afvalwater (ontvlechten) is geen doel op zich, maar een bewuste keuze. De doelen van afkoppelen voor onze gemeente Hollands Kroon zijn: Het ontlast het gemengde stelsel wat leidt tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater, doordat het aantal overstortingen en ook de overstortingshoeveelheden vanuit het gemengde stelsel afnemen; Het draagt bij aan een duurzamer rioleringssysteem, doordat er minder regenwater wordt verpompt en naar de zuivering wordt afgevoerd. De zuivering kan hierdoor op een hoger rendement werken en grondstoffen (voor hergebruik) en medicijnen kunnen beter worden gescheiden; Het verbeteren van de doorstroming van oppervlaktewater; Het hydraulisch ontlasten van het gemengd stelsel om wateroverlast te verminderen en de gevolgen van de klimaatsverandering op te kunnen vangen. Het zorgt ervoor dat zoet water langer in de omgeving blijft. Het afkoppelen wordt uitgevoerd in combinatie met riool- en wegwerkzaamheden. Het tempo van afkoppelen wordt daarmee in de basis bepaald door ruimtelijke ontwikkelingen en (riolerings)reconstructies. Daarom is het belangrijk de kansen die zich voordoen maximaal te benutten. 8.2.3Beperken risico op wateroverlast Bij de nieuwe aanleg of vervanging van riolering moeten we ver vooruitkijken. De buizen gaan immers gemiddeld zo’n 60 jaar mee. Bij het ontwerp van riolering gaan we uit van een bui met acceptabele frequentie van optreden van water op straat. Wij hanteren daarvoor een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering), tijdens deze bui mag er geen water-op-straat ontstaan. Echter door klimaatverandering zal een dergelijke bui in de toekomst vaker gaan optreden. Om deze reden bekijken we bij het ontwerp van riolering welke knelpunten er optreden bij een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering) In het geval de meerkosten voor “een maatje meer” relatief laag zijn beschouwen we dit als een doelmatige oplossing om het beschermingsniveau op te hogen. Dit neemt niet weg dat we ook de bovengrond in beschouwing nemen. Figuur 8-1: Inspectie hemelwaterriolering in Westlanderlaan 8.2.4Klimaatadaptieve inrichting Door klimaatverandering krijgen we te maken met extremere weersomstandigheden. Dat is niet alleen de verwachting voor de lange termijn maar is ook nu al steeds meer voelbaar. We anticiperen op de toename van extreme buien en proberen met een klimaatadaptieve en waterrobuuste inrichting te voorkomen dat de kans op wateroverlast en schade toeneemt. We benutten de openbare ruimte voor de aanleg van (bij voorkeur bovengrondse) berging en het reduceren van verhard oppervlak. Door voldoende water en groen aan te leggen in bebouwde gebieden kunnen we naast wateroverlast bovendien bijdragen aan het verlagen van hittestress en het beter kunnen overbruggen van langdurig droge perioden. Gezien de investeringen is het maatschappelijk niet verantwoord om een rioolstelsel op calamiteiten te dimensioneren. Onderstaande tekst beschrijft voor welk beschermingsniveau wij kiezen voor verschillende situaties. Bestaande situatie Om zicht te krijgen op de kwetsbaarheid van de bebouwde omgeving ten aanzien van wateroverlast en waterschade, rekenen we periodiek extreme buien door. Aan het begin van de planperiode zijn we bezig met het opstellen van de Systeemoverzichten Stedelijk Water (SSW’
- s)voor de kernen binnen gemeente Hollands Kroon. Hierin brengen we de kwetsbaarheid in beeld bij een bui die in 2050 eenmaal per 100 jaar voorkomt (bui van 70 mm in een uur). Vervolgactie is om op basis van het SSW te bepalen welke maatregelen nodig zijn om invulling te geven aan de opgave en om deze uit te voeren. In de openbare ruimte streven we ernaar om wateroverlast en waterschade bij een bui van 70mm per uur zoveel mogelijk te voorkomen door bij ingrepen de bovengrondse inrichting hierop aan te passen bij ingrepen. Het volledig voorkomen van overlast en schade in de bestaande situatie bij zo’n hevige klimaatbui is echter niet altijd mogelijk. Als er waterschade optreedt vanuit de openbare ruimte, voeren we onderzoek uit naar de oorzaak en oplossingen. Mits doelmatig, treffen we acuut maatregelen. Dit kunnen ook tijdelijke maatregelen zijn, in afwachting tot een meer structurele oplossing. Aangezien een groot deel van het afvoerend verhard oppervlak is gelegen op particulier terrein, zullen particulieren ook een inspanning moeten leveren om wateroverlast en schade tijdens klimaatbuien te beperken. We stimuleren onze inwoners om tuinen te ontstenen en om water op te vangen (zie paragraaf 8.4.6). (Her)ontwikkeling en nieuwbouw Bij herontwikkeling en nieuwbouw van woningen en bedrijven binnen de gemeente Hollands Kroon, houden wij ons aan de afspraken in Strategie Klimaatadaptatie Noordkop 2021-2026. Deze sluiten tevens aan bij de afspraken vanuit het basisveiligheidsniveau klimaatbestendigde nieuwbouw van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Voor het thema “hevige neerslag” betekent dit de volgende uitgangspunten: Bij 70 millimeter in een uur treedt geen schade op aan bebouwing, infrastructuur en voorzieningen Bij 90 millimeter in een uur blijven vitale objecten en infrastructuur functioneren en bereikbaar. Dit leidt tot de volgende eisen voor nieuwe ontwikkelingen: De neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd. De berging wordt de eerste 24 uur daarna niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar. In het gebied is natuurlijke afwatering zoveel mogelijk aanwezig. Bij een waterdiepte van 20 cm op de rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag er geen schade op treden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied. Als wegen of percelen naast of aan oppervlaktewater zijn gelegen, wordt het regenwater en het grondwater niet aangesloten op de riolering en de drainage. Dit is ook het geval als de percelen zelf het regen- en grondwater kunnen verwerken. Figuur 8-2: Wadi Prinses Marijkestraat in Wieringerwerf in gemeente Hollands Kroon. Links is bij nat weer en rechts is bij droog weer 8.3Zorgplicht grondwater Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem. 8.3.1Handelen bij grondwaterproblemen in bestaand gebied Er is weinig inzicht in het verloop van de grondwaterstanden en de ervaring van overlast in het stedelijk gebied van de gemeente. Op basis van grondwatermetingen in enkele kernen die afgelopen periode zijn gestart, gaan we komende periode aan de slag met het verkrijgen van meer inzicht in eventuele over- of onderlast. Daarnaast vragen we bij rioolvervanging bij inwoners na of zij grondwateroverlast ervaren en wordt projectmatig de grondwaterstand gemonitord. We willen in onze gemeente een grondwaterstand hebben, die geen structurele overlast of onderlast veroorzaakt bij de inwoners en ondernemers en treffen, indien doelmatig, maatregelen. Voor de invulling van grondwater zorgplicht nemen wij alleen de woonwijken en bedrijfsterreinen in beschouwing. Het buitengebied, recreatieterreinen en het havengebied laten we buiten beschouwing. Bij de invulling van de grondwaterzorgplicht kiezen wij als gemeente voor de volgende aanpak: Als uit klachten en meldingen blijkt dat sprake is van structureel nadelige grondwateroverlast, nemen wij initiatief tot het uitvoeren van onderzoek. Als uit onderzoek blijkt dat de verantwoordelijkheid voor de grondwateroverlast bij de gemeente ligt, nemen we maatregelen voor het opheffen van de overlast als dit doelmatig is. Op eigen terrein heeft de bewoner zelf de verantwoordelijkheid voor de waterdichtheid van het pand en om het grondwaterprobleem op te lossen en te voorkomen. De gemeente betaalt geen bouwtechnische maatregelen en legt geen drainage op particulier terrein aan. Als verwerking van overtollig grondwater op eigen perceel niet mogelijk is, zal de gemeente, indien doelmatig, aan bewoners de mogelijkheid bieden grondwater af te voeren door dit bijvoorbeeld aan te laten sluiten op het aanwezige of nieuw aan te leggen gemeentelijk drainagesysteem of op de (regenwater-) riolering. Grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden gaan wij in bestaand gebied tegen door het aanleggen van voldoende horizontale drainage. Hiermee wordt ook een (extra) verhoging van de grondwaterstand tegengegaan als gevolg van lekke riolen. Zoals benoemd in onze voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater (zie paragraaf 8.2.1), streven wij ernaar om waar mogelijk hemelwater te infiltreren om grondwater lokaal aan te vullen. Naast dat dit goed is voor de zoetwatervoorraden (in bodem en oppervlaktewater van stedelijke en landelijke gebieden) draagt infiltratie bij aan het tegengaan van verzilting. Door de relatief hoge grondwaterstand in Hollands Kroon is infiltratie niet overal mogelijk of wenselijk. Om invulling te kunnen geven aan onze voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater, hebben we inzicht nodig in de kansrijke gebieden om water te infiltreren. 8.3.2Grondwater bij nieuwe ontwikkelingen Ontwikkelingen mogen niet leiden tot een verslechtering van de bestaande waterhuishoudkundige en geohydrologische situatie. Grondwater moet voldoende opgepakt worden in het "watertoetsproces" door in een vroeg stadium de waterhuishoudkundige en geohydrologische aspecten mee te wegen bij de ontwikkeling van de nieuwbouwlocaties. De toekomstige beheerskosten zijn leidend bij het onderzoeken van mogelijke ontwerpen. Bij nieuwbouw wordt rekening gehouden met het heersende grondwaterregime door de nieuwbouw op een zo gunstig mogelijke plek in het watersysteem te ontwerpen en hydrologisch neutraal te ontwikkelen. Aspecten als kruipruimteloos bouwen en een voldoende hoog vloerpeil worden hierbij meegenomen om grondwaterproblemen te voorkomen. De gemeente hanteert bij de ontwikkeling van nieuwe (stedelijke) gebieden een ontwateringsdiepte van 0,70 m beneden het gemiddeld straatpeil voor woningen, zie Figuur 8 3. Dit wordt bij voorkeur gerealiseerd door ophoging van het te bebouwen terrein. Figuur 8-3: Ontwateringsdiepten bij nieuwbouw Voor de borging van een goede ontwatering van te ontwikkelen gebieden voert de gemeente in overleg met het hoogheemraadschap een watertoets uit. Hierin is aangegeven: wat de benodigde oppervlakte open water is, hoe met regenwater wordt omgegaan en op welke wijze voldoende ontwatering wordt gerealiseerd. 8.4Bedrijfsvoering 8.4.1Calamiteiten De gemeente heeft de zorg voor de openbare riolering. Soms gebeurt er iets waardoor het functioneren van het rioolsysteem beperkt wordt of risico loopt. Van de gemeente wordt verwacht snel en adequaat op te treden aangezien dergelijke incidenten grote maatschappelijke gevolgen kunnen hebben. Incidenten in het riool kunnen naast directe overlast voor de burger ook effect hebben op het milieu en/of de volksgezondheid. Om als gemeente snel en adequaat te kunnen optreden en daarmee de maatschappelijke effecten te minimaliseren, is een calamiteitenplan met scenariokaarten ontwikkeld. Deze scenariokaarten geven de verantwoordelijkheden en bevoegdheden in geval van een calamiteit weer en bieden ondersteuning bij de afhandeling van incidenten en calamiteiten in het rioolsysteem van de Noordkopgemeenten. De scenariokaarten helpen bij het afhandelen van vijf incidenttypen, die voor kunnen komen in de riolering. Het gaat dan om: Lozing van een gevaarlijke of explosieve stof in het riool; Langdurige uitval van een rioolgemaal of rioolgemalen; Breuk in een persleiding; Bezwijken van een stamriool onder een belangrijke weg; Wateroverlast door extreme neerslag. De scenariokaarten zijn ontwikkeld met en voor de rioolbeheerders, in afstemming met de adviseurs openbare orde en veiligheid van de Noordkopgemeenten en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). 8.4.2Inspecties en maatregelen Vrijvervalriolering Reiniging van vrijvervalriolering vindt plaats in combinatie met rioolinspectie. Alle inspectiegegevens worden opgeslagen in het rioolbeheersysteem Obsurv/RioGL. De uitgevoerde inspecties worden beoordeeld, waarbij de maatregelen worden vastgesteld om de waargenomen toestandsaspecten te repareren. Jaarlijks actualiseren we op basis van leeftijd en toestand van de riolering de meerjarenplanning riolering. Het meerjarenplan geeft voor een periode van één tot vijf jaar aan welke maatregelen moeten worden uitgevoerd. De maatregelen komen voort uit de beoordelingen van de rioolinspecties en de hydraulische knelpunten volgens de SSW’s. Doordat jaarlijks circa 25 km riool (opnieuw) wordt geïnspecteerd is de planning dynamisch en een momentopname. Daarnaast wordt ook extra gereinigd als hier aanleiding voor is. Op basis van meldingen, klachten en inspecties worden reparaties uitgevoerd. Gemalen, persleidingen en mechanische riolering We voeren periodiek inspecties uit naar de toestand van de mechanisch / elektrische installaties van de rioolgemalen. De hoofdgemalen en de drukrioolunits (minigemalen) reinigen en inspecteren we jaarlijks. Persleidingen worden niet planmatig onderhouden. Dit gebeurt alleen als daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld bij verstopping. Net als bij het vrijverval riool werken we bij gemalen met meerjarenplanningen die op basis van inspecties jaarlijks wordt bijgewerkt. Overige voorzieningen In de gemeente Hollands Kroon zijn, naast de riolering, diverse voorzieningen aanwezig voor de inzameling en verwerking van regenwater (wadi’s en lamellenafscheiders). Planmatig onderhoud van deze voorzieningen vindt op ad hoc basis plaats. Figuur 8-4: Aanleg hemelwaterriolering Westerlaan Westerland 8.4.3Aanleggen en vervangen Gebiedsgericht werken Met het verouderen van de bestaande riolering neemt de vervangingsopgave als gevolg van de leeftijdsopbouw toe. Zo zal in theorie de piek in rioolaanleg in de jaren zeventig-tachtig vanaf 2040 tot een vervangingspiek leiden (uitgaande van een gemiddelde levensduur van 70 jaar). Het tijdstip waarop de vrijvervalriolen moeten worden gerenoveerd of vervangen, wordt niet alleen door de technische levensduur bepaald. Vervanging van andere infrastructuur (wegen, leidingen) of verbeteringsmaatregelen kunnen soms ook aanleiding zijn om het riool voortijdig te vervangen. De werkzaamheden van het taakveld riool worden afgestemd met de werkzaamheden van andere arealen als wegen en groen. Door op deze integrale manier te werken, worden kosten bespaard en wordt de overlast voor de inwoner tot een minimum beperkt. Risico gestuurd beheer We willen verder toegroeien naar het hanteren van een risicogestuurd beheer systematiek. Risicogestuurd beheer is een vorm van assetmanagement en gaat uit van het nastreven van het optimum tussen kosten, risico’s en functioneren over de hele levenscyclus van de riolering en door alle lagen van de organisatie (strategisch – tactisch – operationeel – uitvoerend). Met periodieke rioolinspecties wordt de materiaaldegradatie en het functioneren (afstroming, lekkage) vastgesteld en kan uiteindelijk de levensduur van de riolering beter voorspeld worden en risico’s beter worden afgewogen. In ons grondgebied kunnen we echter onderscheid maken in meer en minder belangrijke riolen. Het bezwijken of niet goed functioneren van een belangrijk riool heeft een groter gevolg dan bij een minder belangrijk riool. Zo willen we bijvoorbeeld niet dat een groot riool onder een hoofdweg bezwijkt. Het bezwijken van een klein riool in een achterpad leidt tot veel minder risico’s. Het belangrijke riool zullen we daarom beter en meer monitoren (inspecteren en eventueel vervangen/relinen) dan het riool in het achterpad. Naast levensduurverlenging helpt risicogestuurd beheer om de kwetsbaarheid te verkleinen en de kwaliteit te verhogen. Relinen Bij relining wordt aan de binnenkant van een bestaand riool een kunststof kous aangebracht. Met deze methode wordt de levensduur aanzienlijk verlengd. In sommige gevallen is een gerenoveerde buis gelijk aan een nieuwe buis. Niet in alle gevallen is het mogelijk of wenselijk om een buis te relinen. Om te bepalen of we gaan vervangen of relinen, maken we een doelmatigheidsafweging. Voor de lange termijn denken wij dat 20% van ons areaal in aanmerking komt om te worden gerelined. In de kostendekkingsberekening is dit percentage gehanteerd. Figuur 8-5: Liner in Hofstraat Den Oever Ontwerp- en toetsingsprincipes Als de kwaliteit bij aanleg niet voldoende is, ontstaan er eerder klachten. Dit leidt tot extra onvoorziene kosten. Om de kwaliteit te borgen, gebruiken wij voor onze werkzaamheden de Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) en het moederbestek. Hierin zijn de normen aangegeven die wij hanteren bij vervanging en nieuwe aanleg. Ook verwachten wij dat externe partijen deze normen hanteren voor riool dat uiteindelijk in ons beheer komt. Op dit moment beschikken wij over een Programma van Eisen (PvE) voor een Rioolplan die wij gebruiken als wij rioolberekeningen ten behoeve van ontwikkelings-, uitbreidings- en inbreidingsplannen en ontwerpen uitvragen. We willen de toetsnormen in dit PvE aanscherpen op basis van onze klimaatadaptatie-ambities. Daarnaast willen we eisen vastleggen over de manier van toetsing (via een gekoppeld 1D-2D riolerings-maaiveldmodel in InfoWorks ICM) en de manier van rapportage. Tot slot hebben we behoefte aan transparante en heldere definitie van de voorwaarden waaraan een bergingsvoorziening in de openbare ruimte moet voldoen en hoe dit getoetst dient te worden. De kwaliteit zal gedurende de uitvoering goed gecontroleerd moeten worden. Het riool ‘verdwijnt’ na aanleg onder de grond en op dat moment is de kwaliteit niet meer te achterhalen. Figuur 8-6: Burgemeester Mijnlieffstraat Anna Paulowna rioolwerkzaamheden 8.4.4Meten en monitoren Klachten over de riolering en (grond)wateroverlast kunnen inwoners indienen via de FIXI-app. Storingsmeldingen van gemalen komen automatisch binnen via gemalentelemetrie. Na een melding neemt de Meldingenteam Openbare Ruimte (MOR) contact op met de inwoner. De meldingen worden geregistreerd en gespecificeerd (aard, oorzaak etc.) in het FIXI-meldingssysteem. Trends en aantallen kunnen door het team data worden geanalyseerd. 8.4.5Gegevensbeheer en -analyse In beeld brengen en houden van gegevens Binnen stedelijk waterbeheer hebben we te maken met basisgegevens zoals de afmetingen en hoogtemetingen van putten en leidingen. Deze gegevens worden laagfrequent geïnventariseerd en geactualiseerd. De afgelopen jaren is er door het aantrekken van een gezamenlijke databeheerder in de Noordkop een verbeterslag gemaakt met het verwerken en verbeteren van deze gegevens. Data verzamelen we onder andere om graafschade te voorkomen (wet WIBON), om de kwaliteit vast te leggen (inspectie), en om met ingezamelde data te kunnen rekenen en te voorspellen of ergens overlast ontstaat (SSW - Systeem Stedelijk Water). Verzamelde gegevens hebben we zoveel mogelijk op uniforme wijze opgeslagen in ons beheersysteem. Bij het bijhouden van revisiegegevens, kunnen we goed gebruik maken van landelijke ontwikkelingen die dit makkelijker maken, zoals het gezamenlijke ontwikkelprogramma van CROW en Stichting RIONED dat digitalisering voor beheer van de openbare ruimte verkent (BORius). Hierin worden informatiestandaarden uitgewerkt waarin gegevens van aannemers makkelijker te verwerken moeten zijn in gegevensbeheer. Door het proces van data-uitwisseling te verbeteren verwachten we de komende jaren een efficiëntie slag te maken. We streven ernaar om dit bij te houden en na nieuwe- en vervangingsaanleg verwerken wij de gegevens binnen 6 weken in ons beheersysteem. Zo voldoen wij aan onze verplichting met betrekking tot de WIBON- en BGT-registratie. Naast het zelf bijhouden van onze revisiegegevens, willen we beter gebruik maken van openbare bronnen zoals PDOK (Publieke Dienstverlening Op Kaart). Bij het openbaar ontsluiten van beheergegevens, is het wel van belang dat goed wordt afgedekt hoe de gegevens gebruikt kunnen worden. We gaan in beeld brengen wat op juridisch vlak voor nodig is. Naast basisgegevens, willen we klachten en meldingen verzamelen om te gaan gebruiken voor efficiënter rioolbeheer. Data-analyse Vervolgstap is om beter gebruik te maken van onze data in het rioleringsbeheer om slimme en onderbouwde keuzes te maken. De komende periode willen we meer ervaring gaan opdoen met data-analyse; het analyseren van data door bronnen omgevingsdata slim aan elkaar te koppelen en hier verbanden uit te vinden. Ons streven is om uiteindelijk data te kunnen gebruiken voor voorspellend beheer. 8.4.6Communicatie en participatie Via actieve communicatie willen we het waterbewustzijn bij inwoners, bedrijven en organisaties verder vergroten. Met die communicatie en door zelf het goede voorbeeld te geven, werken we aan draagvlak voor de gemeentelijke watertaken. Hierbij maken we gebruik van bestaande campagnes, zoals die van stichting Rioned. Draagvlak is belangrijk, bijvoorbeeld voor acceptatie van het bewust (tijdelijk) laten ontstaan van water op straat, begrip voor mogelijke hinder als gevolg van verbetermaatregelen en enthousiasme om mee te werken aan een klimaatveerkrachtige omgeving. Door als gemeente zelf het initiatief te nemen bij afkoppelen in reconstructieprojecten, verwachten we de afkoppelparticipatie te verhogen. Ten slotte vervullen we een loketfunctie op het gebied van water, zowel voor de gemeentelijke als waterschapstaken. Zo nodig verwijzen we door naar andere beheerders. Ter ondersteuning ontwikkelen we zoveel als mogelijk digitaal kaartmateriaal wat we ter beschikking stellen. Figuur 8-7: Bewustwordingscampagnes stichting Rioned 8.4.7Duurzaamheid In de algemene inkoopvoorwaarden van de gemeente zijn in algemene bewoordingen aspecten opgenomen over duurzaam inkopen en energiebesparing bij infrastructurele voorzieningen. Zo gelden bij aanbesteding van werken de criteria voor duurzaam inkopen, waarin energiebesparing expliciet een plaats heeft. Alle nieuw te leggen rioolbuizen bestaan uit 100% gerecycled materiaal en bij vervanging van pompen en gemalen is er aandacht voor energiegebruik. We gaan door met het afkoppelen en scheiden van afval- en hemelwater (mits doelmatig) om zo het aanbod en de samenstelling van het afvalwater te optimaliseren voor verwerking in de energie- en grondstoffenfabriek van het waterschap en energiekosten te besparen op het transport van hemelwater. 9Gemeentelijke uitvoeringsagenda In dit hoofdstuk is weergegeven welke activiteiten en/of maatregelen wij als gemeente Hollands Kroon zelfstandig verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit programma. Omdat maatregelen bijdragen aan meerdere opgaven zijn de maatregelen gegroepeerd weergegeven per type: planvorming en onderzoek, beheer en onderhoud, uitvoeringsmaatregelen en overig. We streven naar integraal werken. In de uitvoering betekent dit het koppelen van verschillende opgaven. Als er ingrepen nodig zijn in de openbare ruimte, zoals wijkvernieuwing of grootschalig onderhoud, bekijken we of op die plek ook klimaatmaatregelen nodig en nuttig zijn. Dat scheelt tijd, overlast en geld en draagt bij aan een leefbare omgeving. Om overlast voor onze inwoners en bedrijven zo veel mogelijk te beperken en kosten te besparen is een goede afstemming van plannen nodig binnen organisaties en tussen organisaties, zowel publiek als privaat. Als gemeente nemen we de regie om tot een effectieve afstemming van plannen te komen. 9.1.1Planvorming en onderzoek Planvorming is onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Om ons water- en rioleringssysteem aan te passen en klimaatrobuust te houden is onderzoek noodzakelijk. Binnen onze regionale samenwerking verrichten wij gezamenlijke activiteiten waarin elke gemeente ook een financiële bijdrage levert. Tabel 6: overzicht planvorming en onderzoek. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Gezamenlijke projecten samenwerking Bijdrage Hollands Kroon, zie h. 5 (21,0%) € 50.400 € 50.400 € 50.400 € 50.400 € 50.400 3 fte regionale samenwerking Bijdrage Hollands Kroon, zie h. 5 (30,6%) € 91.700 € 91.700 € 91.700 € 91.700 € 91.700 Planvorming en advies € 115.000 € 120.000 € 65.000 € 97.500 € 65.000 Gegevensbeheer en monitoren € 132.200 € 132.200 € 132.200 € 127.200 € 127.200 Plannen en onderzoek klimaatadaptatie 1 Dit betreft toerekening van activiteiten uit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Hollands Kroon aan de rioolheffing; het borgen van klimaatadaptatie in HIOR en Integraal Beheerplan, het opstellen van een Communicatie- en stimuleringsplan Klimaatadaptatie, het maken, updaten en benutten van Dashboard Kaarten en een verkenning van kosten en financiering klimaatadaptatie). € 52.500 € 15.000 € 26.300 € 3.800 € 3.800 TOTAAL € 441.800 € 409.300 € 365.600 € 370.600 € 338.100 9.1.2Cyclisch onderhoud Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden vermeden (assetmanagement). De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie van de gemeente Hollands Kroon. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en rand- en hemelwatervoorzieningen. Ook vindt vanuit de rioolheffing een (gedeeltelijke) doorbelasting plaats van activiteiten van andere programma’s die een bijdrage leveren aan de gemeentelijke watertaken. Tabel 7: overzicht cyclisch onderhoud. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Gemalen klein onderhoud € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 Gemalen Groot onderhoud € 308.500 € 308.500 € 308.500 € 308.500 € 308.500 Vrijverval klein onderhoud € 175.000 € 175.000 € 175.000 € 175.000 € 175.000 Vrijverval planmatig onderhoud € 270.000 € 270.000 € 270.000 € 270.000 € 270.000 Reinigen kolken € 55.000 € 55.000 € 55.000 € 55.000 € 55.000 TOTAAL € 958.500 € 958.500 € 958.500 € 958.500 € 958.500 9.1.3Vervangings- en verbeteringsmaatregelen Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Ten behoeve van de drie zorgplichten is het van belang dat het functioneren van het stelsel in stand gehouden wordt. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen. Ten behoeve van de verbetering van de afvoercapaciteit en/of een vermindering van de vuiluitworp worden verbeteringsmaatregelen uitgevoerd. In dit kader is een grove inschatting van verbetermaatregelen opgenomen vanuit de huidige resultaten van het SSW Anna Paulowna met de aanname dat deze over een periode van 10 jaar uitgevoerd zullen worden. We weten al dat dit een overschatting betreft voor de kosten in deze kern, omdat maatregelen nog gevalideerd moeten worden. Aan de andere kant weten we dat er op basis van inzicht in de SSW’s van de overige kernen in de komende jaren juist extra verbetermaatregelen bij zullen komen. Als we ons kostendekkingsplan gaan actualiseren, doen we dat op basis van een aangescherpt beeld van de kosten voor verbetermaatregelen op basis van de SSW’s. Afhankelijk van jaarlijkse inspecties, onderzoeken of meldingen kan de prioritering van projecten veranderen. Tabel 8: overzicht vervangings- en verbeteringsmaatregelen. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Verbeteringen Maatregelen SSW € 391.800 € 391.800 € 391.800 € 391.800 € 391.800 Klimaatadaptatie maatregelen (zie paragraaf 10.2.2) - - - € 283.500 € 283.500 Vervanging Vervangen en relinen € 5.945.700 € 5.945.700 € 5.945.700 €5.945.700 €5.945.700 Gemalen € 293.800 € 293.800 € 284.400 € 284.400 € 284.400 Persleidingen € 118.700 € 118.700 € 118.700 € 118.700 € 118.700 Randvoorziening € 55.300 € 55.300 € 55.300 € 55.300 € 55.300 Uitfasering IBA's € 13.100 € 13.100 € 3.600 € 3.600 € 3.600 TOTAAL € 6.818.400 € 6.818.400 € 6.799.500 €7.083.000 €7.083.000 9.1.4Facilitair / overig Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, worden ondersteunende diensten afgenomen, zoals softwarepakketten en abonnementen. Tabel 9: overzicht facilitair / overig. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 ondersteunende diensten € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Quick-wins ontharding op particulier terrein (bijdrage operatie steenbreek) € 2.500 € 2.500 € 2.500 € 2.500 € 2.500 TOTAAL € 22.500 € 22.500 € 22.500 € 22.500 € 22.500 10Middelen De vervangingswaarde van het stedelijk watersysteem in de gemeente Hollands Kroon bedraagt ca. € 282 miljoen. In de aankomende planperiode geven we gemiddeld € 5,3 miljoen per jaar uit aan het beheer van dit systeem. Geld dat inwoners en ondernemers via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer. 10.1Personele middelen De bestaande formatie binnen het Team Areaalbeheer in de gemeente Hollands Kroon bedraagt 3 fte. In de afgelopen planperiode is deze capaciteit onvoldoende gebleken om alle geplande werkzaamheden uit te kunnen voeren. Een van de oorzaken hiervan is dat medewerkers ook worden ook uitgevraagd op andere terreinen, naast de directe riool(beheer)activiteiten. Deze uitvragen zijn op zich legitiem, maar overstijgen de beschikbare tijd die geleverd kan worden. Daar komt bovenop dat nieuwe ontwikkelingen extra taken voor het taakveld riolering met zich meebrengen zoals de komst van de omgevingswet, nieuwe data-analyse technieken, de klimaatadaptatie-opgave en opgave om integraal te werken. Voor deze planperiode voorzien wij dan ook extra benodigde capaciteit om onze plannen uit te kunnen voeren. Met behulp van de Formatiescan stedelijke watertaken vanuit de Kennisbank Stedelijk Water: Personele Middelen, brengen wij deze planperiode de benodigde uitbreiding in beeld. Op basis van dit inzicht gaan we intern in gesprek om voldoende personele middelen te borgen voor uitvoering van om onze plannen. De huidige formatie leidt, samen met de doorbelastingen vanuit ondersteunende teams, tot kosten die ten laste komen van de rioolheffing. Deze zijn weergegeven in Tabel 10. Tabel 10: overzicht loonkosten en overhead. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Loonkosten € 785.300 € 785.300 € 785.300 € 785.300 € 785.300 Overhead € 242.500 € 242.500 € 242.500 € 242.500 € 242.500 TOTAAL €1.027.800 €1.027.800 €1.027.800 €1.027.800 €1.027.800 10.2Financiële middelen In het kostendekkingsplan maken we onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen en verbeteringsinvesteringen. Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en worden in de regel geactiveerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen, -de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen. Een gemeente kan er ook voor kiezen vooraf te sparen voor investeringen, waarmee het ontstaan van nieuwe kapitaallasten beperkt of zelfs voorkomen wordt. 10.2.1Uitgangspunten Rioolheffing De rioolheffing per perceel bedraagt in 2022 € 196,92 De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b); Reserveren voor tariefsegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(
- en)– is toegestaan; Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan; De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding; Er wordt jaarlijks rekening gehouden met € 155.000 aan kwijtschelding. Rente & inflatie De rente op de boekwaarden van investeringen bedraagt 0,57 % Deze rente wordt voor het eerst doorbelast aan het begin van het jaar volgend op de investering. Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen; Er vindt per jaar 2,0% indexatie van de uitgaven plaats (als gevolg van inflatie). BTW Jaarlijks belasten we 21% BTW door aan de rioolheffing, op basis van investeringen. Voorzieningen Het saldo van de Egalisatievoorziening Riolering (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2022: € 19.463.000. Het saldo van de voorziening(
- en)mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn; Er is geen maximum gesteld aan het begrote saldo in de voorziening(en). Heffingseenheden Het fictieve aantal heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2022: 19.698. Dit aantal eenheden is het gewogen gemiddelde berekend uit de totale inkomsten vanuit de rioolheffing uit overige niet duurzame baten, belastingen op producten en belastingen op huishoudensbasistarief; Het aantal heffingseenheden blijft gedurende de beschouwde periode gelijk. Investeringen Het vervangingsschema voor vrijvervalriolering is voor verschillende termijnen bepaalde: 2023-2026: op basis van de MJP Vanaf 2026: De lange termijn investeringsplanning is gebaseerd op aanlegjaren en theoretische levensduur. Gehanteerde kostenkengetallen zijn gemeente-specifiek (op basis van nacalculatie in regio Noordkop). Vervangingsschema’s voor rioolgemalen, drukriolering, persleidingen en randvoorzieningen hebben we gebaseerd op (gemiddelden van) de theoretische vervangingsmomenten. Alle investeringen zijn gemiddeld over blokken van 10 jaar voor een praktisch uitvoerbaar beeld; We activeren investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering, persleidingen, infiltratievoorzieningen, drainage en bouwkundige delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 60 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor IBA’s bedraagt 30 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor besturingskasten bedraagt 24 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektromechanische delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 15 jaar; De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering. 10.2.2Toerekening van kosten klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de noodzaak om te investeren in maatregelen voor de verwerking van regenwater toe. De gemeente draagt vanuit de rioolheffing bij aan voorzieningen in de buitenruimte als deze functioneel bijdragen aan het water robuust maken van het stedelijk watersysteem. Bijvoorbeeld verlagingen in het groen waar overtollig water naar kan wegstromen zoals bermen of speelweides, groene daken/gevels die water vasthouden, waterpasserende verhardingsmaterialen of waterpartijen voor de opvang van regenwater. We reserveren een budget ter hoogte van 5% van de vervangingsinvesteringen in vrijvervalriolering. 10.2.3Uitgaven De in paragraaf 10.3.1 beschreven uitgangspunten, voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het volgende uitgavenpatroon voor de gemeente Hollands Kroon in de periode 2022-2081 Figuur 10-1: Verwacht uitgavenpatroon gemeente Hollands Kroon periode 2022-2081 (prijspeil 2022). 10.2.4Kostendekking In de aankomende planperiode (met doorkijk t/m 2081) activeren wij alle vervangingsinvesteringen. Als investeringen worden geactiveerd leidt dit tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Ook de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen leiden in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Figuur 10 2 geeft het boekwaardenverloop van de gemeente Hollands Kroon weer. Figuur 10-2: Verwacht boekwaardeverloop gemeente Hollands Kroon periode 2022 t/m 2081 (prijspeil 2022). Het uitgavenpatroon zoals weergegeven in Figuur 10 1 in combinatie met het boekwaardeverloop in Figuur 10 2 leidt in variant 1 tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 10 3. Hierin zijn ook de inkomsten weergegeven om deze te kunnen dekken volgens de gestelde randvoorwaarden. Figuur 10-3: Verwacht lastenpatroon gemeente Hollands Kroon periode 2022 t/m 2081 (prijspeil 2022). Het verwachtte lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 10 3 zijn in Figuur 10 4 vertaald naar het benodigde tarief van de rioolheffing per equivalente heffingseenheid. Figuur 10-4: Benodigd heffingsverloop gemeente Hollands Kroon periode 2022 t/m 2081 (prijspeil 2022). Het overzicht in Tabel 11 drukt Figuur 10 4 in getallen uit in de komende periode. Tabel 11: Gepland heffingsverloop gemeente Hollands Kroon in planperiode Jaar Benodigde inkomsten uit rioolheffing exclusief kwijtschelding (prijspeil 2022) Aantal heffingseenheden Rioolheffing per eenheid (prijspeil 2022) Rioolheffing per eenheid (nominaal, +2,0% index per jaar) 2022 € 3.865.070 19.628 € 196,92 € 196,92 2023 € 3.865.070 19.628 € 196,92 € 200,86 (+2,0%) 2024 € 4.025.490 19.628 € 205,09 (+4,2%) € 213,38 (+6,2%) 2025 € 4.192.569 19.628 € 213,61 (+4,2%) € 226,68 (+6,2%) 2026 € 4.366.583 19.628 € 222,47 (+4,2%) € 240,81 (+6,2%) 2027 € 4.547.818 19.628 € 231,71 (+4,2%) € 255,82 (+6,2%) Ter bevordering van lastenegalisatie worden verschillen tussen inkomsten en totale lasten (Figuur 10 3) verwerkt op de Egalisatievoorziening volgens BBV art. 44.2. Het saldoverloop van deze voorziening is weergegeven in Figuur 10 5. Figuur 10-5: Verwacht verloop voorzieningen gemeente Hollands Kroon periode 2022 t/m 2081 (prijspeil 2022). Zoals blijkt uit Figuur 10 3, zijn de lasten in h