“REGIONAAL PROGRAMMA ENERGIEVOORZIENING”, GEMEENTE BRUMMEN Kenmerk Z099968/D458201 HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BRUMMEN; Heeft besloten: In te stemmen met het ontwerp-Regionaal programma energievoorziening (RPE) (D458309) en de bijbehorende bijlagen. Regionaal Programma Energievoorziening Herijking RES 1.0 Ontwerp, april 2025 Managementsamenvatting RES 2.0 noemen we voortaan Regionaal Programma Energievoorziening, oftewel RPE. Voor u ligt de eerste versie van het Regionaal Programma Energievoorziening van de regio Stedendriehoek: een herijking van de RES 1.0, die in 2021 vastgesteld werd. Eerder noemden we dit de RES 2.0. In het RPE gaat het over de hele energievoorziening. We kijken niet alleen meer naar het grootschalig opwekken van elektriciteit met behulp van wind en zon, maar we kijken naar vraag, aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik van energie. Het RPE is een programma in de zin van de Omgevingswet dat voorsorteert op het Nationaal Programma Energiesysteem. Hierin worden drie nationale programma’s samengevoegd: het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie, het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie en het Samenwerkingsprogramma Integraal Programmeren van het Energiesysteem. Het RPE is daarmee een strategie die past bij de wereld van nu en vooruitkijkt naar de toekomst. En die alle spelers in de energietransitie de komende jaren kunnen gebruiken bij het maken van keuzes in de energievoorziening. Het Regionaal Programma Energievoorziening helpt bij het bereiken van ons gezamenlijke doel voor 2050, dan wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de netto uitstoot van broeikasgassen dan nul is. Dit eerste gedeelte van het document richt zich tot de volksvertegenwoordigers van de provincie, de waterschappen en de zeven gemeenten van de Energieregio Stedendriehoek1 . Met het vaststellen van het Regionaal Programma Energievoorziening (RPE) omarmt u de visie op de energievoorziening van de toekomst, samen met de uitgangspunten en afspraken die daarbij horen. Ook gaat u de inspanningsverplichting aan om het bod van 1,07 TWh zo snel mogelijk na 2030 en uiterlijk in 2035 te realiseren. U ziet dit bod als een mijlpaal onderweg naar het eindbeeld in 2050: een betaalbare, betrouwbare én klimaatneutrale energievoorziening voor de ruimtelijke ontwikkelingen en verduurzamingsopgaven binnen de regio Stedendriehoek. Voor u geldt: De rest van dit document richt zich tot iedereen die een rol heeft in de energietransitie: inwoners, ondernemers en agrariërs, overheden, de netbeheerder en maatschappelijke partners. Energietransitie Onze energievoorziening en de benodigde infrastructuur veranderen door de overgang van kolen en aardgas naar duurzame bronnen van energie, die overal beschikbaar zijn: in zon, wind, lucht, bodem en water. Dit noemen wij de energietransitie. Waar energie voorheen centraal opgewekt en verspreid werd, gaan we naar een mix waarbij we naast het centrale netwerk ook lokaal duurzame energie opwekken, opslaan en gebruiken. De energievoorziening wordt daarom decentraler, lokaler en daarmee, veel meer dan nu, onderdeel van onze leefomgeving en maatschappij. Energievoorziening met impact op onze leefomgeving en de maatschappij Die decentrale energievoorziening zien we aan de ene kant fysiek terug: de uitbreiding van de energie-infrastructuur krijgt in de eigen omgeving een plek in de fysieke ruimte. Denk aan zonnepanelen, laadpalen, warmtecollectoren, thuisbatterijen of eigen warmtebuffers. Aan de andere kant heeft dit ook effect op de lokale maatschappij: inwoners en ondernemers zijn niet langer alleen consument van energie, maar ook steeds vaker producent van energie of handelaar in energie. Met eigen zonnepanelen of als eigenaar van een windmolen, een elektrische auto, of een warmtenet. Zij zijn allemaal spelers in de energietransitie en leveren daarmee een aanzienlijke bijdrage aan de energievoorziening van de toekomst. De hele energievoorziening: vraag, aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik van energie Het RPE gaat over de hele energievoorziening. We kijken niet alleen meer naar het grootschalig opwekken van elektriciteit met behulp van wind en zon, maar we kijken naar vraag, aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik van energie. Bij het aanbod van energie kijken we dan naar álle energiebronnen en -dragers. Dus niet alleen naar zonne-energie en windenergie, maar bijvoorbeeld ook naar omgevingsenergie (energie uit lucht, water en bodem), restwarmte, biogas, waterstof en kernenergie. Ook beschouwen we in het RPE zowel grootschalige als kleinschalige opwekmogelijkheden. Ondersteuning van de kwaliteit van leven in de regio Stedendriehoek Met het RPE werken we aan een betaalbare, betrouwbare en klimaatneutrale energievoorziening voor onze regio. Betrouwbaar betekent dat er altijd voldoende aanbod moet zijn. Klimaatneutraal betekent dat het aanbod zo min mogelijk impact op onze leefomgeving moet hebben. En betaalbaar betekent dat die betrouwbare en klimaatneutrale oplossingen bereikbaar moeten zijn voor iedereen. Zodat de energievoorziening de brede welvaart in de regio Stedendriehoek optimaal blijft ondersteunen. In het RPE is onze eigen energiebehoefte als uitgangspunt genomen: de hoeveelheid energie die we in de toekomst nodig hebben. Onze energievraag komt voort uit het uitvoeren van onze woningbouwplannen, uitbreidingen van bedrijventerreinen en de ontwikkeling van werklocaties. Maar energie hebben we ook nodig om onze bestaande woningen en gebouwen te verwarmen zonder fossiele brandstoffen en om het verkeer, de industrie en de landbouw minder belastend te maken voor onze leefomgeving. Het energieperspectief: de visie op de energievoorziening van de toekomst Met het opstellen van het energieperspectief hebben we onderzocht wat er allemaal al gebeurt in de energietransitie en of daar duidelijke lijnen in te ontdekken zijn. Het blijkt dat de energietransitie al verrassend veel richting heeft gekozen. De visie die hieruit volgt, hebben wij in het energieperspectief uitgewerkt in: Uitgangspunten met betrekking tot de energievoorziening van de toekomst. De afspraken waar de RPE-partners² zich aan houden om tot de energievoorziening van de toekomst te komen. De kwantificering van de energiestromen binnen onze regio in de periode vanaf nu tot 2050. Uitgangspunten Duurzame elektriciteit en omgevingsenergie vormen de ruggengraat van onze toekomstige energievoorziening. De energievoorziening is in 2050 decentraler dan in 2025. In de toekomst maken we nog steeds gebruik van het centrale elektriciteitsnet. Netwerkcapaciteit is ook in 2050 nog steeds schaars. Het aanbod van energie en de vraag naar energie zijn niet altijd met elkaar in balans. Het tekort aan elektriciteit en omgevingsenergie komt vooral voor in de winter. Meer dan 50% van de energie gaat door een vorm van opslag of buffer voordat het bij de gebruiker komt. Doordat elektriciteit belangrijker wordt, wordt onze vraag naar elektriciteit drie keer groter dan nu. Maar omdat gebruik van elektriciteit veel efficiënter is dan van fossiele brandstoffen, gebruiken we in de toekomst in totaal toch veel minder energie dan nu. Een energievoorziening kan op de ene plek grootschalig worden aangelegd en op de andere plek kleinschalig. De uitgangspunten van de eerste regionale energiestrategie, de RES 1.0, gelden nog steeds. Dit zijn: We gaan zorgvuldig om met ons landschappelijk kapitaal. Belangrijke randvoorwaarden hierbij zijn: passend in het landschap, met speciale aandacht voor natuur- en cultuurhistorische waarden, behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit en inzetten op dubbel grondgebruik. Dat geldt ook voor het leveren van een bijdrage aan doelstellingen op het vlak van biodiversiteit, waterhuishouding en bodem. Wij zien de energietransitie en energievoorziening als onderdeel van onze (ruimtelijke) ontwikkelingen en verduurzamingsopgaven; We voeren het RPE uit samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en de netbeheerders; We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom in onze projecten; We brengen vraag en aanbod van energie zoveel mogelijk en zo lokaal mogelijk bij elkaar; We zetten in op opslag en innovatieve energieclusters; We clusteren voorzieningen voor het opwekken van energie zoveel mogelijk en kiezen bij voorkeur voor no-regret locaties zoals bijvoorbeeld langs infrastructuur, op stortplaatsen, zandwinlocaties en parkeerterreinen (solar carports); Wat we op gebied van windenergie niet kunnen realiseren op en rondom de Veluwe mag niet leiden tot een zogenaamd waterbedeffect. Dit betekent dat die windenergie niet elders in de regio opgewekt hoeft te worden. De afspraken waar de RPE-partners zich aan houden Wij nemen de energievoorziening vanaf het begin mee in de plannen die we maken voor onze fysieke leefomgeving. Besparen en doelmatig gebruik van energie en netwerkcapaciteit zijn onderdeel van alle energie-initiatieven. We gebruiken energieprofielen als we keuzes moeten maken over energie. We wekken een aanzienlijk deel van onze energie zelf op in de regio. Het aandeel kan per gemeente verschillen. We nemen de verzorgingsgebieden van de onderstations van de netbeheerder als uitgangspunt bij het balanceren van de energievraag en het energieaanbod. We werken actief mee aan het vergroten van de opslagcapaciteit van ons lokale energiesysteem. We houden een open oog voor nieuwe ontwikkelingen. Ons RPE past binnen (actualisaties) van het provinciaal beleid Alle gemeenten van de regio Stedendriehoek gebruiken de afspraken en uitgangspunten uit dit regionale energieperspectief als basis voor door hen zelf vorm te geven gemeentelijk beleid. We sturen als RPE-partners op wat binnen onze rol past. We ontwikkelen kennis en expertise zoveel mogelijk lokaal en regionaal. We monitoren jaarlijks of wij op koers liggen om het bod en het einddoel in 2050 te halen. Wij kiezen zoveel mogelijk voor coöperatieve projecten. Kwantificering van de energiestromen Een vertaling van de uitgangspunten naar de energievoorziening van de toekomst van de regio Stedendriehoek, geeft een inschatting van de hoeveelheid elektriciteit, omgevingsenergie en energie uit overige duurzame bronnen, die we in 2050 lokaal gaan produceren of gebruiken. Door ze te vertalen naar cijfers zijn op deze manier de toekomstige ontwikkelingen in energiestromen concreet gemaakt. de toekomstige ontwikkelingen in energiestromen concreet gemaakt door ze te vertalen naar cijfers. Dit geeft inzicht in de uitdaging die er ligt om ons doel voor 2050 te halen. Ook kunnen we onszelf zo realistische doelen stellen voor de hoeveelheid duurzame energie die we in de periode vanaf nu tot 2050 op enig moment als regio willen kunnen opwekken. En kunnen we sturen op het bereiken van die doelen. De energievoorziening zoals we die in 2050 voor ons zien Afbeelding 1 toont een mogelijk eindbeeld voor 2050 van de energiestromen in onze regionale energievoorziening. We denken dat we in 2050 ongeveer 80% van de energie die we nodig hebben in onze eigen regio kunnen opwekken. Het totale aanbod van energie is op dat moment 7,5 TWh, waarvan 5,0 TWh bestaat uit elektriciteit en 2,0 TWh uit omgevingsenergie. De resterende 0,5 TWh komt uit overige duurzame bronnen binnen de regio, zoals diepe geothermie, duurzame gassen als biogas en waterstof, en duurzame brandstoffen. Ingezoomd op elektriciteit, schatten we in dat we in 2050 3,0 TWh lokaal en regionaal opwekken; voor de overige 2,0 TWh benutten we het centrale net. Dus, van de benodigde elektriciteit wekken wij in 2050 ongeveer 60% zelf op. Daarnaast maken we slim gebruik van de beschikbare omgevingsenergie en andere lokale duurzame bronnen. Daardoor kunnen we binnen de regio 5,5 TWh van de 7 TWh die we nodig hebben, zelf opwekken. Hiermee kan ons niveau van zelfvoorziening dus oplopen tot 80%. Het bod in het RPE: de eerste mijlpaal op weg naar 2050 In de RES 1.0 is als bod de ambitie opgenomen om in 2030 1,07 TWh duurzame elektriciteit per jaar op te wekken. Het bod zien wij als mijlpaal voor het grootschalige gedeelte van de energieopwekking, op weg naar ons einddoel: een klimaatneutrale energievoorziening in 2050. In het Regionaal Programma Energievoorziening blijft ons bod 1,07 TWh. Het is onze ambitie om dit zo snel mogelijk na 2030, en uíterlijk in 2035, te realiseren. Het jaar 2030 is te vroeg Er zijn verschillende redenen voor het feit dat 2030 te vroeg komt om het bod te bereiken. Als eerste de netcongestie: het verschijnsel dat er op momenten meer elektriciteit geproduceerd wordt of gevraagd wordt dan de elektriciteitsnetten aankunnen. Daardoor is het op veel plekken nu niet mogelijk om zonnevelden en windmolenparken aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Ook het aansluiten van grote afnemers en het verzwaren van bestaande aansluitingen is op veel plekken onmogelijk. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor het halen van de RES 1.0 doelen de afgelopen jaren beperkt. Dit komt aan de ene kant door de aangescherpte normen voor het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie op land. En aan de andere kant door de beschermde status van de wespendief, een roofvogel die leeft op en rond de Veluwe. Een handreiking bij het energieperspectief Bij het energieperspectief hoort een handreiking. Die beschrijft van elke energiebron, energiedrager en technologie voor opslag & buffering de kenmerken in termen van betaalbaarheid, betrouwbaarheid, ruimtebeslag, techniek en wet- en regelgeving. Deze handreiking kan door alle spelers in de energietransitie gebruikt worden voor een eerste afweging. Gemeenten bijvoorbeeld, kunnen bij het bieden van beleidsruimte deze informatie gebruiken om te sturen op energieoplossingen, die passen in hun eigen omgeving. Zowel ruimtelijk, als maatschappelijk en politiek-bestuurlijk. Uitdagingen bij het toepassen van het energieperspectief Het toepassen van het energieperspectief brengt uitdagingen met zich mee. Het vormgeven van de energievoorziening van de toekomst is geen eenvoudige puzzel. Alle puzzelstukjes met hun eigen specifieke kenmerken leiden alleen in de juiste combinaties tot een betaalbare, betrouwbare en klimaatneutrale energievoorziening. Nog los van aspecten als ruimtelijke inpassing, maatschappelijk draagvlak en de geldende politiek-bestuurlijke opvattingen. Gericht doorbouwen aan de energievoorziening van de toekomst met het RPE Het doel voor de komende jaren is om de kaders van het RPE in de praktijk te gaan gebruiken. De ambitie is om van papier naar praktijk te komen. Onder andere door samen met de netbeheerder en de andere partners in de energietransitie de plannen voor de energievoorziening van de toekomst verder uit te werken en te realiseren. Met het vaststellen van het RPE worden nog geen keuzes gemaakt voor de inrichting van de lokale energievoorziening van de toekomst. Met het RPE in de hand, kunnen we dat de komende jaren gaan doen. Er kan worden gewerkt aan bewustwording van het feit dat de energievoorziening er in de toekomst echt anders uitziet dan nu en dat hierbij ook ander gedrag hoort. En we kunnen, ondanks de netcongestie, nu al doorbouwen aan de energievoorziening van de toekomst. 0. Een blik op de toekomst 0.1Twee dromen Kijken naar de toekomst geeft ons de mogelijkheid om te dromen. Hoe ziet de energietoekomst er straks uit? Een schets van de toekomst in 2035 In een klein dorpje in de regio Stedendriehoek stapt Annemieke uit bed. Op weg naar de keuken werpt ze een trotse blik naar buiten. Daar staat haar nieuwe auto te blinken. Een elektrische natuurlijk, want benzineauto’s zijn nieuw niet meer te krijgen. Na een snel ontbijt gaat Annemieke op weg naar haar werk. De afwasmachine gaat later automatisch aan, als de zonnepanelen op haar dak beginnen met elektriciteit produceren. Het is nog vroeg, maar in de straat zijn de werklui al begonnen; de laatste buurtgenoten laten eindelijk hun huis isoleren. Voordat Annemieke in de auto stapt, controleert ze nog even haar thuisbatterij. Mooi, nog half vol. En mocht hij leeg raken, dan weet Annemieke dat er voldoende energie beschikbaar is, ook voor haar. Opgewekt door de dorpsmolen, de regionale biogascentrale en het windmolenpark op de Noordzee en opgeslagen in de buurtbatterij. Rijdend door het mooie landschap is Annemieke blij dat er steeds meer stappen gezet worden. Op weg naar een toekomst waarin de regio steeds meer voorziet in haar eigen duurzame energie. Een schets van de toekomst 15 jaar later, in 2050 In een klein dorpje in de regio Stedendriehoek stapt Annemieke uit bed. Vandaag, na het ontbijt, komt haar dochter langs. Ze gaan naar het techniekmuseum Oyfo, waar ze onder andere gaan bekijken hoe oude brandstofmotoren werkten. Daarna gaan ze gezellig wat eten bij de geitenboerderij in de buurt. Het is februari en al weken lang grijs, dus de zonnepanelen van Annemieke hebben maar weinig energie opgewekt. Toch neemt ze een lekkere warme douche, zet koffie en roostert een boterham. Ze herinnert zich nog hoe het was in de tijd dat ze in verwachting was van haar dochter. Toen maakte ze zich zorgen of het elektriciteitsnet niet zou uitvallen. Gelukkig hoeft ze daar al lang niet bang meer voor te zijn. Na het ontbijt loopt Annemieke, samen met haar dochter, naar het laadplein. Dat is collectief eigendom van de wijk en zorgt dat de geparkeerde auto’s automatisch zo goedkoop mogelijk worden opgeladen. Onderweg met de auto komen Annemieke en haar dochter langs de rioolwaterzuivering. Daar staat het grote nieuwe gebouw waarin warmte is opgeslagen die is gewonnen uit rioolwater. Juist nu, in de winter, noodzakelijk, zo’n energiebuffer. Maar Annemieke denkt daar niet eens over na. Voor haar is het niet meer dan vanzelfsprekend dat alles in de energievoorziening duurzaam opgewekt en op elkaar afgestemd is. Gelukkig maar. Bekijk ook deze video voor een beeld van de verschillen tussen nu en de toekomst. 0.2De energie-voorziening van de toekomst De wereld verandert. Ook de energiewereld. Eerder gebruikten we vooral aardgas en kolen voor onze energieproductie. Vanuit grote energiecentrales transporteerde een landelijk netwerk aardgas en elektriciteit naar onze huizen. Nu kijken we naar vormen van energie die minder belastend zijn voor de wereld en onszelf. Die duurzame energie is overal beschikbaar: in zon, wind, maar ook in lucht, bodem en water. En kan vaak ook lokaal worden opgewekt. Deze overstap noemen we de energietransitie. De energievoorziening waar Annemieke in 2050 gebruik van maakt, is heel anders dan die van nu. Maar hoe ziet die energievoorziening van de toekomst er dan uit? De energievoorziening wordt decentraler, lokaler en daarmee, veel meer dan vroeger, onderdeel van de maatschappij. De decentrale energievoorziening zien we aan de ene kant fysiek terug: de uitbreiding van de energie-infrastructuur krijgt in een plek in de eigen omgeving. Denk aan zonnepanelen, laadpalen, warmtecollectoren, thuisbatterijen of warmtebuffers. Aan de andere kant heeft dit ook effect op de lokale samenleving: inwoners en ondernemers zijn niet langer alleen consument van energie, maar ook steeds vaker producent van energie of handelaar in energie. Met eigen zonnepanelen of als eigenaar van een windmolen, een elektrische auto, of van een warmtenet. Zij leveren daarmee een aanzienlijke bijdrage aan de duurzame energievoorziening. Elektriciteit is energie, maar niet alle energie is elektriciteit. Energie is een verzamelnaam voor verschillende soorten energie, waarvan elektriciteit er één is. Alle vijf de onderdelen van de energievoorziening -vraag, aanbod, transport, flexibel gebruik en opslag- zijn in de toekomst anders dan nu De vraag naar energie komt met name van woningen, bedrijvigheid en verkeer & vervoer. De aard van de energievraag verandert sterk. Daarnaast gaan we meer energie besparen. Door de combinatie van energiebesparing, bijvoorbeeld door het isoleren van gebouwen, en door de overstap naar elektriciteit, hebben we in 2050 veel minder energie nodig dan nu. Dat komt mede doordat elektrische processen veel efficiënter zijn dan processen op basis van verbranding van fossiele brandstoffen. Het aanbod van energie verschuift van fossiele brandstoffen naar bronnen die geen CO2 uitstoten. In Nederland kunnen we elektriciteit produceren met bijvoorbeeld zonnepanelen, windmolens en kernenergie. Dat aanbod kunnen we verder aanvullen met omgevingswarmte (uit lucht, bodem en water) en restwarmte. Maar de hoeveelheid energie die je kunt aanbieden met behulp van deze bronnen varieert wel met het weer en het seizoen en per gebied. Dus moeten we, naast de lokale productie van elektriciteit, nog meer doen om vraag en aanbod in zo’n elektrisch energiesysteem in balans te houden. En dat heeft alles te maken met de volgende punten. In het energiesysteem van de toekomst gaat transport van energie -veel meer dan nu- twee kanten op. Dit is één van de grote voordelen van elektriciteit als energiedrager. Dat transport is op twee manieren efficiënter dan nu. Ten eerste transporteren we minder over grote afstanden, omdat we meer energie gaan produceren en opslaan dicht bij de vraag. Denk maar aan zonnepanelen op je huis en een thuisbatterij. Alles wat we thuis of in de wijk kunnen gebruiken, hoeft niet via regionale of nationale netten getransporteerd te worden. Ten tweede gaan we de beschikbare transportcapaciteit beter benutten. Dat doen we met prijsprikkels en sturing. Op die manier zorgen we er voor dat mensen worden beloond als ze even geen energie gebruiken of produceren of als er geen ruimte is om het te transporteren. De kosten van de elektriciteitsnetten betalen we allemaal via onze energierekening. Door efficiënter transport hoeven de energienetwerken minder zwaar uitgevoerd te worden en vragen zo ook minder investeringen. Zo heeft een meer decentrale energievoorziening een positieve invloed op de betaalbaarheid van de energie. Het flexibel gebruik van energie is nodig om de energievraag en het variërende energieaanbod op elkaar af te stemmen. Dat kan nu al door bijvoorbeeld de wasmachine aan te zetten als de zon schijnt of de elektrische auto op te laden in de nacht. Als in de toekomst veel windenergie en zonne-energie opgewekt worden, helpen slimme meters en energiemanagementsystemen met het meten en sturen van het energieverbruik in huizen en bedrijven. Waarbij met ‘slim’ bedoeld wordt: energie opwekken, opslaan en gebruiken in afstemming met de op dat moment beschikbare transportcapaciteit en de op dat moment geldende prijs van energie. Daarbij gaan automatisering en AI een belangrijke rol spelen. Ook de opslag van energie maakt het eenvoudiger om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Bijvoorbeeld met de inzet van batterijen en warmtebuffers. Maar ook energiedragers als biogas en waterstof gaan een rol spelen bij het oplossen van tijdelijke overschotten van elektriciteit en tekorten aan elektriciteit en warmte. Heel veel van die opslagfaciliteiten vinden straks lokaal -dicht bij de vraag- een plek. Leeswijzer Voordat u verder leest in het Regionaal Programma Energievoorziening; heeft u de toekomstbeelden in het begin van het document gelezen? Met het RPE in de hand willen we, met elkaar, stappen zetten om die geschetste toekomst te bereiken. Een piramide, geen trechter Het begin van dit document kenmerkt de manier waarop het opgebouwd is: met een piramide in gedachten. Dit in tegenstelling tot de trechtermethode die vaak gebruikt wordt, en waarin uitleg leidt tot een conclusie. Dit document start dus met de kern: de energievoorziening van de toekomst. Daarna, in hoofdstuk 2, leest u hoe u nu meteen al stappen kunt zetten op weg naar die toekomst. In hoofdstuk 3 krijgt u hulp aangereikt: het energie-perspectief. Dat bevat uitgangspunten en afspraken die alle spelers in de energietransitie kunnen gebruiken. In de handreiking die bij het energieperspectief hoort (bijlage 1) leest u welke energietechnologieën u allemaal ter beschikking staan. Hoofdstuk 4 gaat verder in op de energievraag, het energieaanbod en de omvang daarvan binnen onze regio, uitgewerkt in energiestromen en hoeveelheden. Dit hoofdstuk bevat zowel een doorkijk naar het eindbeeld voor onze energievoorziening in 2050, als het bod uit het RPE, dat een mijlpaal vormt onderweg daar naartoe. Hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 belicht het belang van samenwerking en hoe we in die samenwerking de visie op de energievoorziening van de toekomst kunnen gebruiken. Het RPE bouwt voort op de RES 1.0: bijlage 2 geeft een toelichting op de redenen om de RES 1.0 te herijken. Begrijpelijke taal Dit document is begrijpelijk geschreven, met korte zinnen en zo min mogelijk jargon. Gebruikte energie-uitdrukkingen worden zo goed mogelijk toegelicht. Bijzondere tussenkoppen Wat ook anders is dan in de meeste beleidsdocumenten, is de keuze voor een bijzondere vorm van tussenkoppen. Ze zijn geschreven in de vorm van een zin. Die zin geeft de kern van de tekst daaronder weer. De rest van de alinea volgt daar aansluitend op. En als u de tussenkopzinnen achter elkaar leest, geven ze u een lopende samenvatting van de inhoud van een paragraaf of hoofdstuk. Deze opbouw, taal en tussenkoppen zijn gekozen, omdat het RPE is opgesteld voor alle deelnemers aan de energietransitie. Enerzijds natuurlijk voor de RPE-partners; anderzijds ook voor inwoners, ondernemers, agrariërs en maatschappelijke partners. Op de plekken waar we een specifieke groep aanspreken (gemeenten, of RPE-partners, bijvoorbeeld) benoemen we dat. Daarmee ligt hier een praktisch bruikbaar document waarmee u aan de slag kunt: op weg naar de energievoorziening van de toekomst. Inleiding U bent volksvertegenwoordiger of bestuurder in de Energieregio Stedendriehoek.3 Misschien werkt u wel bij het waterschap, bij een netbeheerder of bij een andere organisatie die actief is in de regio Stedendriehoek. Of misschien bent u ondernemer of woont of werkt u gewoon in dit gebied, net als Annemieke in het begin van dit document. Dan is het Regionaal Programma Energievoorziening een document dat voor u is geschreven. Om ons te ondersteunen op onze weg naar de toekomst, ontwikkelde de regio Stedendriehoek het Regionaal Programma Energievoorziening Dit is een herijking van de RES 1.0, die in 2021 werd vastgesteld. Het RPE bouwt voort op de RES 1.0 en is een strategie die past bij de wereld van nu en vooruit kijkt naar de toekomst. En die u, als belangrijke speler in de energietransitie, de komende jaren kunt gebruiken in uw keuzes met betrekking tot de energievoorziening. Om op die manier bij te dragen aan een betaalbare, betrouwbare en klimaatneutrale energievoorziening voor alle mensen die wonen en werken in onze regio. 01.Met het Regionaal Programma Energievoorziening (RPE) op weg naar de toekomst 1.1 Wat we met de uitvoering van het RPE willen bereiken Sommige opgaven zijn zo groot, dat we die niet in ons eentje kunnen aanpakken. De energietransitie is er daar een van. Het RPE is een document op basis waarvan we in de regio samenwerken aan de energietransitie. In 2030 moet Nederland 55% minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Het streven is zelfs 60% vermindering. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 niet hoger is dan wat er vastgelegd wordt. Netto is de uitstoot dus nul. Met het RPE werken we aan een betaalbare, betrouwbare en klimaatneutrale energievoorziening Betaalbaar betekent dat een betrouwbare en klimaatneutrale oplossing voor iedereen bereikbaar moet zijn. Betrouwbaar betekent dat er altijd voldoende aanbod van energie moet zijn. En klimaatneutraal betekent dat er netto geen broeikasgassen meer worden uitgestoten. Zodat de energievoorziening de kwaliteit van leven in de regio Stedendriehoek blijft ondersteunen. We hebben die energievoorziening nodig om nu en in de toekomst te kunnen wonen, werken en ons te kunnen verplaatsen Dat geldt voor de woningbouwplannen, uitbreidingen van bedrijventerreinen en de ontwikkeling van werklocaties en bedrijfsprocessen. Maar ook voor het verwarmen van bestaande woningen en gebouwen zonder fossiele brandstoffen. En om het verkeer, de industrie en de landbouw minder belastend te maken voor onze leefomgeving. De RES 1.0 ging vooral over het grootschalig opwekken van energie; het RPE gaat over de hele energievoorziening We kijken niet alleen meer naar het grootschalig opwekken van elektriciteit met behulp van wind en zon, maar we kijken naar vraag, aanbod, transport, opslag en flexibel gebruik. Daarbij beschouwen we alle duurzame energiebronnen en -dragers en zowel grootschalige en kleinschalige mogelijkheden om energie op te wekken. Ook zoeken we naar manieren om de vraag te verlagen en vraag en aanbod zoveel mogelijk en zo lokaal mogelijk op elkaar aan laten sluiten. Dat doen we door opslag en flexibel gebruik een plek te geven in de energievoorziening. U ziet het verschil tussen de reikwijdte van de RES 1.0 en het RPE in afbeelding 2. Afbeelding 2: Een vereenvoudigde weergave van de hele energievoorziening, zoals bekeken in het RPE. In het oranje de focus van de RES 1.0. Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 Er zijn verschillende redenen om in het RPE voor de brede aanpak te kiezen Met name de netcongestie, de oorlog in de Oekraïne en andere geopolitieke ontwikkelingen hebben geleid tot de bewustwording dat we er met de huidige inrichting van onze energievoorziening niet komen. Daarbij zijn de mogelijkheden voor het halen van de RES 1.0 doelen de afgelopen jaren kleiner geworden. Dit is het gevolg van aangescherpte normen voor het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie op land. En door de beschermde status van de wespendief, een roofvogel die leeft op en rond de Veluwe, zijn er voorlopig weinig mogelijkheden om in dit gebied windmolens te plaatsen. Meer informatie over het RPE en wat de aanleidingen waren om de RES 1.0 te actualiseren, vindt u in de bijlage ‘Van RES 1.0 naar het Regionaal Programma Energievoorziening: toelichting en verantwoording’. 1. 2 Het RPE is er voor alle spelers in de energietransitie Op gemeentelijk en provinciaal niveau is er nog veel te kiezen in de mix van duurzame energiebronnen Afhankelijk van de locatie zijn verschillende bronnen beschikbaar, ieder met hun eigen kenmerken. De momenten waarop ze energie opwekken kunnen verschillen en de duurzaam opgewekte energie kan op verschillende manieren worden opgeslagen. Opwekken van energie en opslag van energie dichtbij de plek waar de energie gebruikt wordt, zorgt dat er een (kosten)efficiëntere infrastructuur ontstaat. Daarom loont het om deze keuzes op lokaal niveau te maken. De keuzes die gemeenten en hun inwoners daarin maken, passen in hun eigen omgeving. Zowel ruimtelijk, als maatschappelijk, als technisch en politiek-bestuurlijk. Er kan, meer dan voorheen, met lokaal beleid en regelgeving gestuurd worden Dat komt omdat de energievoorziening decentraler wordt en daarmee meer onderdeel van onze leefomgeving en de maatschappij. In een decentrale energievoorziening zijn lokaal dan ook meer keuzes te maken: er wordt meer energie op lokaal niveau opgewekt en opgeslagen en dus wordt er meer gebouwd en aangelegd ten behoeve van de energie-infrastructuur. Het gemeentebestuur geeft daar richting aan met zijn beleid op gebied van ruimtelijke ordening, duurzaamheid en energie. Zo faciliteert het vanuit zijn eigen rol de energietransitie. Meer over de spilfunctie die gemeenten door nieuwe wetgeving in de energietransitie krijgen, leest u in bijlage 4: De Omgevingswet, de Energiewet en de warmtewetgeving. Iedereen die een rol heeft in de energietransitie kan het RPE gebruiken; de overheid is er daar slechts één van • Inwoners, door er ideeën uit te halen voor hun eigen bijdrage aan de energievoorziening van de toekomst. Misschien wel als producent. Of als deelnemer in een coöperatief project. • Maatschappelijke partners, ondernemers en agrariërs, bij het opwekken en opslaan van energie die gedeeld kan worden, verduurzaming van bedrijfsprocessen, uitbreiding van bedrijventerreinen, vermindering van netcongestie of om de afhankelijkheid van energie uit het buitenland te verminderen. • De energiecoöperaties, omdat dit maatschappelijke organisaties zijn zonder winstoogmerk en met een missie die samenvalt met die van lokale overheden en grotendeels ook met de belangen van inwoners en bedrijven. Zij kunnen een grote bijdrage leveren aan de lokale en regionale energietransitie. • Netbeheerders, in hun overstap van het beheren van hun eigen elektriciteitsnetten naar het breder faciliteren van de energievoorziening. Bijvoorbeeld door ook bij te dragen aan het opwekken van energie en de opslag van energie en aan de beïnvloeding van energiegebruik. • Overheden, bij het bieden van beleidsruimte op gebied van ruimtelijke ordening, duurzaamheid en energie. Voor al deze partijen geldt dat het RPE bijdraagt aan de bewustwording dat de energievoorziening verandert én dat we de energievoorziening van de toekomst alleen bereiken als we er samen aan werken. Bijvoorbeeld in concrete gebiedsprocessen of woningbouwprojecten. 02.Zet nu meteen al de volgende stappen 2.1Waarom meer elektriciteit een noodzaak is, óók met een overbelast elektriciteitsnet Die overbelasting van het elektriciteitsnet wordt ook wel ‘netcongestie’ genoemd. Overbelasting ontstaat op momenten van een grote vraag naar energie of een groot aanbod van energie. Bijvoorbeeld op een winderige weekenddag in de zomer rond 13.00 uur, als de zon volop schijnt en er tegelijkertijd weinig energie gebruikt wordt. Of op een grijze windstille winterdag om 18.00 uur, als lokaal weinig elektriciteit opgewekt wordt, terwijl het energieverbruik in onze huishoudens hoog is. Dan moet al die elektriciteit via de elektriciteitscentrales en de nationale netten worden afgevoerd of aangevoerd. Omdat er steeds meer elektriciteit lokaal wordt opgewekt, belast dat decentrale netten die in het verleden niet zijn ontworpen voor tweerichtingsverkeer. Daarom kunnen we op dit moment een deel van de opgewekte elektriciteit niet op het netwerk kwijt. Er wordt op 3 manieren gewerkt aan het oplossen van de netcongestie Sneller bouwen aan het versterken van het elektriciteitsnetwerk. Het doel is om dat toekomstbestendig te maken. De verwachte ontwikkelingen in de vraag naar energie en het opwekken en opslaan van energie, goed in beeld brengen. En de energienetwerken, opwekplannen en ontwikkelingen die energie vragen op elkaar afstemmen. Lokaal slimme oplossingen bedenken. Daarmee sorteren we voor op de toekomstige energievoorziening. Voorbeelden daarvan zijn het gebruik van thuis- en buurtbatterijen, de accu van de auto alleen opladen als er veel aanbod van elektriciteit is en ontwikkeling van slimme energieknooppunten (ook wel Smart Energy Hubs genoemd). Deze laatste oplossing is al meteen toe te passen. En er zijn meer mogelijkheden om op korte termijn in actie te komen, ondanks de netcongestie. Welke dat zijn, leest u in paragraaf 2.2. 2.2Wat we nu al kunnen doen Het elektriciteitsnet is overbelast, en dat zal op korte termijn niet veranderen. Toch hebben we ook nu, anno 2025, en de jaren daarna al mogelijkheden om iets te doen. Inwoners, ondernemers, overheden en maatschappelijke partners kunnen nu al werken aan de energievoorziening van de toekomst Dat kan op de volgende manieren: • Blijven inzetten op isoleren en besparen. Alle energie die we niet nodig hebben, hoeft ook niet te worden opgewekt. Het beperken van de energievraag is een eerste stap in de strategie om te komen tot klimaatneutraliteit in 2050. • Lokale overheden kunnen in samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners, de vertaalslag maken van het RPE en de lokale energievoorziening van de toekomst naar lokaal beleid. • De gemeente kan op basis van de Omgevingswet aan inwoners en bedrijven experimenteerruimte geven. Zo kunnen we aan de slag met vernieuwende energieoplossingen, die op meer plekken herhaald kunnen worden. De verwachting is dat binnen een paar jaar samenhangende nationale regelgeving ontwikkeld en ingevoerd wordt, die is toegesneden op de energievoorziening van de toekomst. Ook worden meer prijsprikkels voorzien die efficiënt gebruik van duurzame energieopwekking, (lokale) elektriciteitsnetten en verschillende vormen van energieopslag bevorderen. • Bij lopende gebiedsprocessen en projecten altijd rekening houden met de (on)mogelijkheden van het bestaande elektriciteitsnet. Ontwerp dus een energieconcept dat doelmatig gebruik maakt van het elektriciteitsnet. We noemen dit ook wel ‘netvriendelijk’. • Plannen voor windenergie? Houd rekening met een doorlooptijd van 8-10 jaar. Daarom is het belangrijk om lopende verkenningen door te zetten of met nieuwe verkenningen te starten. • Verder gaan met het ontwikkelen van slimme ideeën om het elektrisch rijden te ondersteunen. Zoals bijvoorbeeld het aanleggen van laadpleinen. Dat kan in dicht bebouwde woongebieden of industrieterreinen, waar al een basis voor samenwerking ligt. Laadpleinen creëren later extra mogelijkheden voor de opslag van energie en de levering van energie en ontlasten daarmee het elektriciteitsnet. • Rekening houden met de fysieke ruimte die nodig is voor de opslag van energie. Dat kan bij individuele inwoners of bedrijven zijn, of in situaties waarin partners de handen ineen slaan voor een collectieve oplossing. Onderzoek ook of de oplossing voor opslag van energie wellicht gecombineerd kan worden met maatregelen voor klimaatadaptatie - een ondergrondse warmtebuffer kan bijvoorbeeld heel goed gecombineerd worden met een groene wadi. • Als gemeente de netbeheerder ondersteunen bij het stroomlijnen van het proces voor de bouw van nieuwe elektriciteitshuisjes, en inwoners en ondernemers betrekken. Binnen de regio zijn goede voorbeelden te vinden. • Het RPE delen met anderen die een rol hebben in de energietransitie. Zoals projectleiders wonen & economie, initiatiefnemers (inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners, ontwikkelaars) en eindgebruikers van projecten. Op die manier worden steeds meer partijen zich bewust van de energievoorziening van de toekomst en de mogelijkheden die er voor hen liggen. • Structurele samenwerking organiseren tussen de energiecoöperaties en de gemeente. Gemeenten en energiecoöperaties behartigen parallelle belangen op hetzelfde schaalniveau en hebben competenties die elkaar aanvullen. Op deze manier samenwerken dwingt tot duidelijke afspraken en versnelt professionalisering van lokale initiatieven. • Als overheden mensen blijven ondersteunen die moeite hebben om de kosten van energie te betalen. 2.3Regionale voorbeelden van samenwerking Er zijn voorbeelden genoeg om iedereen te inspireren ook aan de slag te gaan met de energietransitie. Her en der in dit document leest u over mooie lokale energie-initiatieven. Deze paragraaf belicht drie voorbeelden van regionale samenwerking. Het Ondersteunings- en Kenniscentrum voor Energie-initiatieven (OKE) ondersteunt collectieve projecten van inwoners, agrariërs of bedrijven die bijdragen aan een decentraal energiesysteem Er is voor bijna iedere energie-uitdaging veel informatie beschikbaar. Maar voor wie niet dagelijks met de energie-transitie bezig is, is die soms lastig te vinden en te begrijpen. Daarnaast brengt goede informatie niet altijd meteen een oplossing. Gelukkig zijn er in de regio Stedendriehoek veel experts en betrokkenen met praktijkervaring, die elkaar steeds beter weten te vinden. Zij hebben zich verenigd in het OKE: een publiek-private samenwerking die de uitvoering van het RPE ondersteunt. Het OKE is onder andere betrokken geweest bij onderzoek naar een netvriendelijke energievoorziening voor de nieuwe woonwijk De Hoven in Zutphen. Ook zorgde een analyse door het OKE ervoor dat scholengemeenschap RSG uit Epe uit de voeten kon met een aanzienlijk minder zware elektriciteitsaansluiting dan gedacht. En voor de gemeente Epe voerde het OKE een haalbaarheidsscan uit. Daarmee kunnen agrariërs die zelf duurzame elektriciteit willen gaan opwekken, de mogelijkheden bekijken om die energie ook onderling te delen. In de regionale energiecoöperatie Energie Samen Stedendriehoek werken zeven lokale energiecoöperaties samen aan hun professionalisering en aan regionale projecten Zo ondersteunt Energie Samen Stedendriehoek bijvoorbeeld het midden- en kleinbedrijf in de regio bij het verduurzamen van bedrijven en helpt bij de organisatie van lokaal eigendom in het OER-project. Ook werken de energiecoöperaties op deze manier samen met de Energieregio Stedendriehoek. Dat doen ze nu al vier jaar en die samenwerking levert steeds meer op. Energie Samen Stedendriehoek wordt gevormd door De A (Apeldoorn), BrummenEnergie, Energiecoöperatie Epe, Energierijk Voorst, LochemEnergie, Loenen Energie en ZutphenEnergie. In het project OER A1-A50 kijkt de regio Stedendriehoek samen met het Rijk welke rijksgronden in de omgeving van de snelwegen A1 en A50 geschikt zijn voor het opwekken van zonne-energie of een andere functie in het energiesysteem Dit biedt kansen voor energieopwekking die minder impact heeft op natuur en landbouw dan elders het geval zou zijn. Ook leidt dit tot verlichting van de druk op ruimte elders in de regio, zodat die voor andere functies gebruikt kan worden. Naast het opwekken van energie verkent dit project ook de mogelijkheden voor opslag en lokale afname van energie. De eerste gesprekken met ondernemers uit de omgeving hebben inmiddels plaatsgevonden en er is gestart met het informeren van omwonenden. Ook onderzoekt het project koppelkansen met de aangrenzende energieregio’s. Tot slot wordt er binnen het project gestreefd naar minimaal 50% lokaal eigendom. Daarom werken de betrokken partijen nu al samen met de koepel van energiecoöperaties in de regio Stedendriehoek. 03.Het energieperspectief biedt hulp bij het bereiken van de energievoorziening van de toekomst 3.1De toegevoegde waarde van het energieperspectief Het energieperspectief vormt de visie op de energievoorziening van de toekomst. Het energieperspectief heeft geen eigen status en besluitvormingsproces. De belangrijke informatie en conclusies uit het energieperspectief zijn onderdeel van het RPE. Voor het energieperspectief is onderzocht of er lijnen te ontdekken zijn in de energietransitie. Het blijkt dat de energietransitie in de regio al verrassend veel richting heeft gekozen. Daarin is er, zoals eerder ook benoemd, nog wel veel af te wegen en te kiezen in de lokale inrichting van de energievoorziening. Deze paragraaf laat zien uit welke onderdelen het energieperspectief bestaat en hoe het gebruikt kan worden, nu en in de toekomst. Het energieperspectief bestaat uit drie delen: 1) uitgangspunten, 2) afspraken en 3) een vertaling in cijfers naar de ontwikkeling van energiestromen binnen onze regio en gemeenten tussen 2019 en 2050 De uitgangspunten geven ons richting, aan de afspraken voelt iedereen die bijdraagt aan de energietransitie in de regio zich gehouden. Het uitdrukken van de energiestromen in cijfers geeft inzicht in de uitdaging die er ligt om ons doel voor 2050 te halen. Daarmee kunnen we onszelf realistische doelen stellen voor de hoeveelheid duurzame energie die we in de periode vanaf nu tot 2050 op enig moment als regio willen kunnen opwekken. En kunnen we sturen op het bereiken van die doelen. De cijfers worden in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. Het energieperspectief is een hulpmiddel voor iedereen die in de regio Stedendriehoek een rol heeft in het ontwerpen en bouwen van de energievoorziening Het energieperspectief levert niet alleen gemeenschappelijke uitgangspunten, maar ook een gemeenschappelijke taal. Dit bevordert de samenwerking tussen gemeenten, waterschappen, de provincie en alle andere partijen in de samenleving die bijdragen aan de energievoorziening van de toekomst. En maakt het eenvoudiger om de energievoorziening van partners wederzijds te versterken. Het energieperspectief is nooit af De RPE-partners ontwikkelden, in nauwe samenwerking met de maatschappelijke partners, het energieperspectief. Het energieperspectief kan de komende jaren gebruikt en aangevuld worden door alle spelers in de energietransitie. Actualisaties van het energieperspectief worden meegenomen als het RPE wordt herijkt. 3.2Met de uitgangspunten ligt de richting vast De uitgangspunten die in het energieperspectief staan, zijn na uitgebreid bronnenonderzoek geformuleerd in samenspraak met de zeven gemeenten van de energieregio Stedendriehoek, de provincie en inhoudelijk deskundigen van onder andere de maatschappelijke partners en het Nationaal Programma RES. Een aantal van de geraadpleegde bronnen vindt u terug in bijlage 3. We hanteren voor de energievoorziening van de toekomst de volgende uitgangspunten: Duurzame elektriciteit en omgevings-energie vormen de ruggengraat van onze toekomstige energievoorziening Afbeelding 3 schetst dat in de toekomst het grootste deel van de energie die we gebruiken bestaat uit elektriciteit in combinatie met lokale omgevingsenergie. De energievoorziening is in 2050 decentraler dan in 2025 Dit is het logische gevolg van het feit dat duurzame energie overal om ons heen beschikbaar is. Het is belangrijk om de duurzame energie lokaal op te wekken en te gebruiken. Zo doen we een minder groot beroep op het elektriciteitsnetwerk, waardoor in de toekomst minder sprake is van netcongestie. Lokaal opgewekte energie en lokaal eigendom zorgen ook voor voorspelbare en betaalbare energieprijzen. In de toekomst maken we nog steeds gebruik van het centrale elektriciteitsnet Want zelfs al wekken we lokaal elektriciteit op en gebruiken we omgevingsenergie, dan nog zijn er momenten waarop we daarvan niet voldoende hebben. Omdat het centrale net de komende jaren wordt verzwaard, is het verstandig om dit ook in de toekomst voor een deel van onze energievoorziening te blijven gebruiken. Zo kunnen we er tijdelijk op terugvallen als dat nodig is voor balans tussen vraag en aanbod van energie. Netwerkcapaciteit is ook in 2050 nog steeds schaars Het is onmogelijk om betaalbare netcapaciteit te realiseren voor alle piekmomenten in vraag en aanbod. Daarom moet het elektriciteitsnet efficiënt worden gebruikt. Dat kan door met opslag en flexibel gebruik van energie vraag en aanbod (lokaal) te balanceren. Het aanbod van energie en de vraag naar energie zijn niet altijd met elkaar in balans Er is ongeveer 6000 uur per jaar teveel aan elektriciteit en omgevingsenergie en ongeveer 3000 uur per jaar te weinig. Dat betekent niet dat er geen stroom uit het stopcontact komt. Tijdelijke schaarste in duurzaam opgewekte elektriciteit en omgevingsenergie betekent vooral dat we op die momenten energiebuffers en backup-centrales moeten aanspreken, en dat energie op die momenten duur is. Het tekort aan elektriciteit en omgevings-energie komt vooral voor in de winter Dan wordt er minder zonne-energie opgewekt en is er minder warmte in lucht en water beschikbaar. De meest uitdagende periodes van schaarste vallen in koude winterperiodes met weinig wind en weinig zon. We noemen deze periode ook wel de Dunkelflaute. Meer dan 50% van de energie gaat door een vorm van opslag of buffer voordat het bij de gebruiker komt Dit blijkt uit de landelijke scenarioplanning van de netbeheerders. Hiermee borgen we onder andere dat er altijd voldoende energie is om aan de vraag te voldoen. Het grootste deel van die batterijen en andere vormen van opslag zijn onderdeel van het lokale energienetwerk. Doordat elektriciteit belangrijker wordt, wordt onze vraag naar elektriciteit is 3x groter dan nu Dat komt doordat we in 2050 fossiele brandstoffen vervangen hebben door duurzame elektriciteit. We hebben dus meer elektriciteit nodig dan nu. Maar omdat gebruik van elektriciteit veel efficiënter is dan dat van fossiele brandstoffen, gebruiken we in de toekomst in totaal toch veel minder energie dan nu De energie die we in 2050 gebruiken -een mix van elektriciteit en omgevingsenergie- is veel efficiënter dan de mix van brandstoffen en elektriciteit die we nu gebruiken. Ook beter geïsoleerde gebouwen zorgen voor een lagere vraag naar energie. Een energievoorziening kan op de ene plek grootschalig worden aangelegd en op de andere plek kleinschalig Denk bij grootschalig bijvoorbeeld aan een zonnepark op een dak of in een veld en bij kleinschalig aan zonnepanelen op het dak van een woning. Wat lokaal het beste past, is maatwerk en hangt af van hoe dicht de bebouwing is en hoeveel economische bedrijvigheid er is. Het gebied en de partijen die daarin met elkaar actief zijn, zijn leidend voor de keuzes die gemaakt worden. De uitgangspunten van de eerste regionale energiestrategie, de RES 1.0, gelden nog steeds • We gaan zorgvuldig om met ons landschappelijk kapitaal. Belangrijke randvoorwaarden hierbij zijn: passend in het landschap, met speciale aandacht voor natuur- en cultuurhistorische waarden, behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit en inzetten op dubbel grondgebruik. Dat geldt ook voor het leveren van een bijdrage aan doelstellingen op het vlak van biodiversiteit, waterhuishouding en bodem. • Wij zien de energietransitie en energievoorziening als onderdeel van onze (ruimtelijke) ontwikkelingen en verduurzamingsopgaven; • We voeren het RPE samen uit met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en de netbeheerders; • We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom in onze projecten; • We brengen vraag en aanbod van energie zoveel mogelijk en zo lokaal mogelijk bij elkaar; • We zetten in op opslag en innovatieve energieclusters; • We clusteren voorzieningen voor het opwekken van energie zoveel mogelijk en kiezen bij voorkeur voor no-regret locaties zoals bijvoorbeeld langs infrastructuur, op stortplaatsen, zandwinlocaties en parkeerterreinen (solar carports); • Wat we op gebied van windenergie niet kunnen realiseren op en rondom de Veluwe mag niet leiden tot een zogenaamd waterbedeffect. Dit betekent dat die windenergie niet elders in de regio opgewekt hoeft te worden. 3.3De afspraken waar de RPE-partners zich aan houden De afspraken in het energieperspectief worden gedragen door RPE-partners die hebben meegewerkt aan de ontwikkeling van het RPE. Ze zijn geformuleerd in de gesprekken die deze partijen met elkaar voerden tijdens de ontwikkeling van het energieperspectief. Door ze op te nemen in het RPE, maken ze het mogelijk in dezelfde lijn te blijven doorwerken aan de energietransitie. Voor de regio Stedendriehoek zijn de volgende afspraken geformuleerd: Wij nemen de energievoorziening vanaf het begin mee in de plannen die we maken voor onze fysieke leefomgeving. Net zoals we dat nu al doen met water, bodem, milieu, en landschappelijke inrichting. Besparen en doelmatig gebruik van energie en netwerkcapaciteit zijn onderdeel van alle energie-initiatieven. We gebruiken energieprofielen als we keuzes moeten maken over energie Een energieprofiel (zie afbeelding 4) is een beeld van de energievraag en het energieaanbod, afgezet tegen de tijd. Een energieprofiel helpt om in het gesprek over energieoplossingen altijd oog te houden voor oorzaken van schaarste en mogelijkheden voor opslag. Bijvoorbeeld bij een woningbouwproject, of de aanleg van een bedrijventerrein. Dit gebeurt in de toekomst altijd netvriendelijk, dus met een minimale impact op het centrale net. Ook batterijen kunnen ingezet worden als netvriendelijke toepassing in de energievoorziening. Zij helpen bij het verminderen van de pieken in het energieprofiel en dragen zo bij aan balans tussen vraag en aanbod op het elektriciteitsnetwerk. We wekken een aanzienlijk deel van onze energie zelf op in de regio Het aandeel kan per gemeente verschillen. We zorgen lokaal voor passende combinaties van verschillende soorten energie. We zorgen dat grootschalige en kleinschalige energieopwekking op elkaar zijn afgestemd. En we zorgen dat de energie zoveel mogelijk gebruikt wordt op de plek waar hij is opgewekt. Daarin worden lokaal keuzes gemaakt, passend bij de context: ruimtelijk, politiek-bestuurlijk, maatschappelijk en qua energievraag. We nemen de verzorgingsgebieden van de onderstations van de netbeheerder als uitgangspunt bij het balanceren van de energievraag en het energieaanbod Vraag en aanbod die op het niveau van een onderstation in balans gebracht kan worden, hoeft niet door de hoogspanningsnetten. Dat vermindert de overbelasting van het elektriciteitsnet en verlaagt de kosten. Op onderstations wordt hoogspanning omgezet in middenspanning, die naar de woonwijken en bedrijventerreinen gaat. De verzorgingsgebieden van de onderstations houden zich niet aan grenzen van gemeenten en regio’s. Dit betekent enerzijds dat het verstandig is om als gemeentes en regio’s met eenzelfde onderstation samen te werken. Anderzijds heeft iedere gemeente ook de opgave om de energievoorziening binnen haar eigen grondgebied in te richten en te optimaliseren. We werken actief mee aan het vergroten van de opslagcapaciteit van ons lokale energiesysteem Op die manier kunnen onze inwoners en bedrijven energie opslaan als er teveel is en toch energie krijgen als er te weinig geproduceerd wordt. We houden een open oog voor nieuwe ontwikkelingen Ook op dit gebied blijven we participeren met inwoners en ondernemers. Tegelijkertijd gaan we voortvarend aan de slag met de huidige uitgangspunten. Ons RPE past binnen (actualisaties van) het provinciaal beleid Enerzijds binnen de provinciale omgevingsvisie en de provinciale omgevingsverordening inclusief de aangescherpte voorkeursvolgorde zon en de Aanvulling beleidslijn Windenergie op en rondom de Veluwe. Anderzijds ook binnen het in ontwikkeling zijnde Provinciaal programma Energiesysteem en het Gelders Beleidskader Energiesysteem, inclusief de daarin beschreven leidende principes: • Energie bepaalt mede de inrichting van Gelderland (hoofdprincipe). • We besparen zoveel mogelijk energie. • We organiseren het Gelderse energiesysteem zo veel mogelijk decentraal met aandacht voor de combinatie van lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik. • We zetten in op een diverse energiemix. • We stimuleren betrokkenheid van Gelderlanders bij de energietransitie, onder andere via participatie en de mogelijkheid tot lokaal eigendom van opwek en opslag. Ook past ons RPE binnen (actualisaties van) nationaal en Europees beleid. Alle gemeenten van de regio Stedendriehoek gebruiken de uitgangs-punten en afspraken uit dit regionale energieperspectief als basis voor door hen zelf vorm te geven gemeentelijk beleid We sturen als RPE-partners op wat binnen onze rol past Dat doen we door op gemeentelijk niveau beleid te ontwikkelen en door te zorgen voor samenwerking tussen onszelf, onze medeoverheden, maatschappelijke partners, ondernemers, agrariërs, energiecoöperaties en inwoners. We ontwikkelen kennis en expertise zoveel mogelijk lokaal en regionaal Daarmee vervolgen de RPE-partners en maatschappelijke partners de constructieve samenwerking en kennisontwikkeling waarmee dit document tot stand is gekomen. We monitoren jaarlijks of wij op koers liggen om het bod en het einddoel in 2050 te halen Daarvoor gebruiken we de cijfers uit het energieperspectief, van de energiestromen binnen onze regio en gemeenten tussen 2019 en 2050. Wij kiezen zoveel mogelijk voor coöperatieve projecten Dat zijn collectieve projecten met een maatschappelijk doel en een bedrijfsmatige aanpak. Ook proberen we, in lijn met afspraken in het Nederlandse Klimaatakkoord, te zorgen dat elk energieproject voor minimaal 50% in eigendom komt van inwoners, lokale ondernemers, overheden of maatschappelijke organisaties. Op deze manier kunnen zij meebeslissen over het project, hebben zij de mogelijkheid te profiteren van de opbrengsten en hebben ze meer invloed op hun eigen lokale energievoorziening. Ook worden daardoor de energieprijzen lager en stabieler en voorkomen we een overvol elektriciteitsnet. Natuurlijk vraagt zo’n project om investeringen en brengt het daardoor risico’s met zich mee. Er ontstaan kansen als inwoners en lokale ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties zelf eigenaar worden van onderdelen van de energievoorziening - Als we met investeringen onze eigen elektriciteit opwekken, blijven onze energie-uitgaven veel meer in de lokale gemeenschap aanwezig. En dat is de moeite waard. Want we geven in de Stedendriehoek ieder jaar tussen de €1,5 miljard en €2 miljard uit aan energie. Dat geld verdwijnt nu grotendeels uit de lokale economie. - Zelf opgewekte duurzame energie geeft meer prijszekerheid dan wanneer je afhankelijk bent van grote bedrijven of van import uit landen. Het kost namelijk veel minder om zelf energie op te wekken. Daarnaast kun je de prijs vastzetten gedurende het hele project. En je kunt zelf bepalen voor welke prijs je die energie wilt verkopen. - Met eigen windmolens of eigen zonnepanelen krijgen inwoners en lokale ondernemers zeggenschap en regie over de eigen energievoorziening. - Het gemeentebestuur heeft zelf invloed op de balans tussen energie opwekken en energie gebruiken, waardoor er minder snel netcongestie ontstaat. - Investeren in de lokale energievoorziening zorgt dat bedrijven in de eigen gemeente nieuwe kennis ontwikkelen. En dat er banen gecreëerd worden. Dit soort investeringen zijn dus waardevol voor de lokale economie. 3.4Een handreiking bij het energieperspectief Bij het energieperspectief hoort een handreiking. Die bestaat uit een overzicht van energiebronnen, energiedragers en mogelijkheden voor de opslag van energie. En in bijlage 1 is per energiebron, energiedrager en technologie voor opslag & buffering uitgewerkt wat de voordelen zijn en welke uitdagingen erbij komen kijken. Voor zonne-energie en windenergie is beschreven met welke wet- en regelgeving u op dit moment rekening moet houden. Zo kan de handreiking gebruikt worden door alle spelers in de energietransitie. En kan ieder vanuit de eigen rol meebouwen aan de energievoorziening van de toekomst. Het toepassen van het energieperspectief zorgt voor uitdagingen Het vormgeven van de energievoorziening van de toekomst is geen eenvoudige puzzel. Zoals ook te zien is in bijlage 1 hebben alle puzzelstukjes -de energietechnologieën- specifieke kenmerken die alleen in een goede combinatie leiden tot een betaalbare, betrouwbare en klimaatneutrale energievoorziening. Nog los van aspecten als maatschappelijk draagvlak en de geldende politiek-bestuurlijke opvattingen. Niet alle elektriciteit die we nodig hebben, kan immers worden aangevoerd uit een centraal net. En het groeiende lokale aanbod van elektriciteit varieert met het weer en het seizoen. Dat maakt dat de opslag van energie erg belangrijk wordt. Gelukkig hebben we ook andere energiedragers ter beschikking dan elektriciteit, al zijn die vaak wel schaars en duur. Mede daardoor zijn die niet altijd geschikt voor elke functie (wonen, werken, industrie) of op elke plek. Onze grote uitdaging voor de komende jaren ligt dus in het vinden van een goede energiemix: • Grootschalig in combinatie met kleinschalig opgewekte energie; • Centraal opgewekte in combinatie met decentraal opgewekte energie; • Zonne-energie in de goede combinatie met windenergie • Elektriciteit gecombineerd met andere energiedragers; • Vormen van opslag en buffering die aansluiten bij het energieaanbod en de energievraag. Een bijzondere uitdaging is de Dunkelflaute In deze donkere, windstille winterperiode is de energievraag groot en zijn de mogelijkheden klein om met zon en wind energie op te wekken. Niet alles kan in zulke periodes door de centrale netten en grote back-up centrales worden opgevangen. Dan zijn grote warmtebuffers en kleine elektriciteitscentrales op lokaal niveau waardevol. Zulke centrales kunnen warmte en elektriciteit produceren met duurzame brandstoffen, zoals bijvoorbeeld groen gas. Ze helpen ook om het centrale elektriciteitssysteem in dit soort situaties betrouwbaar te houden. 3.5Het energie-perspectief toegepast op windenergie en zonne-energie Het RPE bouwt voort op de RES 1.0. Deze paragraaf past het energieperspectief toe op de uitgangspunten van RES 1.0 met betrekking tot het grootschalig opwekken van windenergie en zonne-energie. Daarmee wordt de informatie die in de RES 1.0 stond aan de hand van de nieuwe werkelijkheid geactualiseerd en geconcretiseerd. Ook leest u welke gevolgen dat heeft voor grootschalige opwekking van zonne- en windenergie. 3.5.1 Windenergie Het energieperspectief helpt de ideeën over windenergie in de RES 1.0 te actualiseren en verder uit te werken Op pagina 24 van de RES 1.0 zijn drie gebieden aangewezen waarin nader onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn voor grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines:4 • De 8km zone rond de Veluwe; • Het grondgebied van de gemeente Lochem; • Het gebied ten noorden van Zutphen, waar al drie windmolens staan. Voor actualisatie en verdere uitwerking van de ideeën over windenergie in de RES 1.0 gebruiken we de onderzoeksgebieden in het provinciale PlanMER Windbeleid en RES De provincie Gelderland onderzoekt in dit PlanMER de milieueffecten van windenergie op de leefomgeving, biodiversiteit, natuur en het landschap. Het ontwerp PlanMER dat naar verwachting op 15 juli 2025 wordt vastgesteld, is opgenomen in bijlage 5. De onderzoeksgebieden in het PlanMER zijn de gebieden waar vanuit milieukundig oogpunt geen harde belemmeringen bestaan voor windturbines.4 Dit betekent niet dat op die plaatsen ook windturbines komen. Het PlanMER helpt om ruimtelijke keuzes af te wegen en te onderbouwen, ook in relatie tot andere programma’s voor bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, mobiliteit, werklocaties en/of natuur. Het PlanMER legt dus geen keuze op voor de invulling van bepaalde locaties en ook niet voor een bepaalde hoeveelheid windturbines. Gesprekken over afwegingen en keuzes vinden op lokaal niveau plaats na afronding van het PlanMER en na vaststelling van het RPE. Bij het maken van die ruimtelijke keuzes spelen ook maatschappelijke en politieke-bestuurlijke afwegingen mee. Deze afwegingen zorgen ervoor dat een aantal gemeenten verdere verkenningen naar mogelijkheden voor grote windturbines nu direct oppakt, terwijl in andere gemeenten daarvoor het draagvlak op dit moment ontbreekt. Voor het gebied ten noorden van Zutphen is het windpark IJsselwind gepland Binnen dit project is het voorstel om 3 windmolens van elk 4,3 MW te bouwen langs het Twentekanaal bij Zutphen en Eefde. De provincie heeft daartoe een vergunning verleend, maar er wordt nog gewacht op een uitspraak van de Raad van State (status april 2025). Op het grondgebied van Lochem is een initiatief voor het windpark Papenslagweg Pure Energie, Walow BV (grondeigenaren) en energiecoöperatie LochemEnergie hebben het plan een windpark te bouwen. Het voorstel bestaat uit drie grote windturbines ten oosten van Exel, in de gemeente Lochem. De initiatiefnemers hebben in juni 2023 gevraagd of de gemeente Lochem bereid is om de ruimtelijke procedure(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.