← Nederland

Omgevingsvisie van de gemeente Meppel (Meppel)

/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR739725 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0119/2024/omgevingsvisie_Meppel /join/id/stop/work_019 2025-05-23 2025-05-23 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR739725/nld@2025-05-23 /join/id/proces/gm0119/2025/doel_139_35b2d4814a1e454d8915c773690d70d6 2025-05-23 2025-05-23 /akn/nl/act/gm0119/2024/omgevingsvisie_Meppel/nld@2025-05-23;1 /akn/nl/act/gm0119/2024/omgevingsvisie_Meppel /akn/nl/act/gm0119/2024/omgevingsvisie_Meppel/nld@2025-05-23;1 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie van de gemeente Meppel 1 Inleiding 1.0 Inleiding Deze omgevingsvisie vertelt het verhaal van Meppel, Nijeveen en omstreken. Dat verhaal hangt sterk samen met de buitenruimte: de leefomgeving. Vroeger al, als poort van Drenthe en handelsstad, maar ook nu. Allerlei (inter)nationale ontwikkelingen beïnvloeden onze leefomgeving: de landbouwtransitie, de woningmarkt, de digitale revolutie, veranderende klimaatomstandigheden. Dat maakt dat we keuzes moeten maken die gevolgen hebben voor de leefomgeving. In tijden van verandering is het van belang om koers te houden. Deze omgevingsvisie bevat daarom koers van de gemeente Meppel over de leefomgeving tot aan

  1. Hierbij willen we de gemeente verder laten groeien, terwijl we ook behouden wat belangrijk is voor stad en dorpen. Zo werken we aan een gemeente die klaar is en blijft voor de toekomst. 1.1 Waarom een omgevingsvisie? In deze omgevingsvisie leggen we vast wat we willen met onze leefomgeving. We kijken daarbij naar
  2. Het is van belang om met een blik op de lange termijn naar onze buitenruimte, onze maatschappij en onze economie te kijken. Dat helpt ons bij de grote en kleine keuzes die we maken over de leefomgeving. Onze omgevingsvisie heeft twee belangrijke functies, en ze valt daarom ook uiteen in twee delen. Deel A bevat onze koers voor de leefomgeving. Deze valt uiteen in vier ambities. Samen bieden ze een antwoord op de uitdagingen van deze tijd. Het gaat om: duurzaam in alle opzichten (hoofdstuk 2), schoon, natuurlijk en gezond (hoofdstuk 3), levendig en leefbaar (hoofdstuk 4), en kwalitatieve en inclusieve groei (hoofdstuk 5). Deel B laat zien hoe we de omgevingsvisie in de praktijk toepassen. Als we werken aan de leefomgeving is de omgevingsvisie ons kader. Het biedt handvatten voor specifieker beleid over bepaalde gebieden of bepaalde onderwerpen. Denk dan aan een gebiedsprogramma voor de binnenstad of een programma over energie of mobiliteit. Om deze reden bevat de visie een set ontwikkelprincipes (hoofdstuk 6) en een korte uitwerking per gebied (hoofdstuk 7) en tekst en uitleg over de opvolging van de visie in omgevingsprogramma’s en wijkagenda’s (hoofdstuk 8). Tot slot is deze omgevingsvisie ook een uitnodiging. Op onze schaal doen we wat we kunnen. Ontwikkelen op Meppeler wijze noemen we dat. Maar we kunnen het niet alleen. Bijvoorbeeld in het buitengebied. Daar ligt het initiatief vooral bij de provincie. Aan de woningcrisis kunnen we maar voor een deel bijdragen. Watervraagstukken liggen voornamelijk bij het waterschap. Inwoners, ondernemers, partners, medeoverheden: we hebben elkaar nodig om onze leefomgeving mee te laten bewegen met de grillen van de tijd. Met dit document zetten wij onze koers neer en geven we aan hoe die een invulling kan krijgen. We nodigen iedereen uit om hieraan bij te dragen. Welke kansen zie jij? Gracht Meppel richting het westen 1.2 Het verhaal van Meppel Meppel heeft een rijke geschiedenis. Om keuzes te maken voor de toekomst, moeten we weten waar we vandaan komen. Daarom vertellen we eerst in het kort het verhaal van onze gemeente¹. We vertellen hoe het was, en hoe onze leefomgeving er nu bij ligt. Daaruit blijkt als vanzelf welke kwaliteiten we willen koesteren als we keuzes maken voor de toekomst. Kruispunt van riviertjes Niets Hollands is Meppel vreemd. De stad is ontstaan als handelscentrum aan het water, en dat karakter dragen we nog steeds met trots. Water heeft altijd een cruciale rol gespeeld bij onze groei en handel. Meppel ontstaat op een kruispunt van riviertjes onderaan het Drents plateau. Daar waar de Reest, de Wold Aa, de Havelter Aa en de al vroeg gegraven Swarte Grift en Wetering samenkomen in de Sethe, ontstaat in de middeleeuwen een nederzetting. Het ligt op een strategische plek, omdat de Sethe (nu Meppeler Diep) direct in verbinding staat met de Zuiderzee. Poort van Drenthe Het dorp Meppel is eerst een stapelplaats. Landbouwproducten uit het zuidwesten van Drenthe worden er via water aangevoerd en in pakhuizen verzameld. Vaak zijn ze bestemd voor de bisschop uit Utrecht die ook Drenthe bestuurt. Vanaf de 15de eeuw groeit Meppel verder. In 1460 stelt de bisschop twee vrije jaarmarkten in. Ruim twintig jaar later mogen er ook weekmarkten worden gehouden. Meppel krijgt positie als marktplaats en wordt steeds belangrijker. Het achterland wordt steeds groter. En Meppel functioneert steeds meer als poort van Drenthe. Het dorp groeit. De Meppelaars bouwen scheepswerven, een waag, een kerk en uiteindelijk komt er een stadhuis, nadat het dorp in 1644 stadsrechten heeft gekregen. Afbeelding 1: Meppel

(1820)Afbeelding 2: Oude en nieuwe benamingen
(1820)Groene weiden en agrarische linten Niet alleen de handel bloeit in de middeleeuwen. Ook de landbouw komt in een stroomversnelling. De veengebieden worden ontgonnen. Steeds systematischer ontginnen de boeren de natte gronden van Drenthe. Niet de landbouw maar het winnen van turf wordt het belangrijkste doel. Uiteindelijk ontstaan groene weidezones doorsneden door griften: rechte smalle wateren waarlangs boeren en turfstekers hun waren en turf vervoeren. Boeren bouwen kleine dorpen en buurtschappen om samen te komen en hun waren te verwerken en te verkopen. Zo ontstaan de lintdorpen Ruinerwold, Nijeveen en Kolderveen. Handel en diversiteit Vanaf de 17de eeuw groeit de economie en dus ook het transport. Bredere kanalen zijn nodig. De Sethe wordt uitgediept tot Meppelerdiep. De Hoogeveensche Vaart wordt aangelegd. In de 18e eeuw volgt de Drentse Hoofdvaart, zodat ook de verbinding met Groningen verbetert. Het Meppelerdiep wordt rechtgetrokken en er komen diverse sluizen, zoals de Meppeler Sluis aan de Sluisgracht. Zo kunnen de waterstanden beter worden beheersten neemt de kans op overstromingen af. Langs de vaarwegen verrijzen pakhuizen, molens en fabrieken. Met de verbeterde verbindingen komen ook de mensen van verder. Meppel wordt diverser, de stad bloeit. Meppel bewijst zich als regionaal knooppunt Na het water volgt in de 19e eeuw het spoor. Meppel wordt het punt waar de spoorlijnen uit het noorden samenkomen. Dat zorgt voor reuring op het station. Na de eeuwwisseling komen daar nog tramwegen bij. Tussen 1908 en 1939 rijdt er een tram van Meppel over Rogat naar De Wijk en Balkbrug. Tussen 1916 en 1933 rijdt er ook een tram langs de Drentse Hoofdvaart naar Hijkersmilde. Ondertussen groeit ook het wegverkeer. Begin 19e eeuw worden de Rijksstraatwegen naar Groningen en Zwolle aangelegd. Meppel heeft zich dan al als regionaalknooppunt bewezen. Diep in de twintigste eeuw wordt deze status bevestigd als ook de snelwegen naar het noorden bij Meppel uiteengaan. De watersector staat ondertussen niet stil. In 1928 krijgt Meppel een nieuwe haven aan het Meppelerdiep. Dat biedt nieuwe kansen en bedrijvigheid. Het vormt uiteindelijk de basis voor de (veel latere) regionale samenwerking die we nu kennen als ‘Port of Zwolle’. Afbeelding 3: Zand en veen, dorpen en buurtschappen
(1851)Afbeelding 3: Zand en veen, dorpen en buurtschappen
(1851)Afbeelding 4: Groei van Meppel en het water
(1843)Afbeelding 5: Infrastructuur
(1935)De stad krijgt vorm De goede verbinding leggen de stad geen windeieren. Meppel groeit. Eerst nog willekeurig langs de uitvalswegen en vaarten, later steeds planmatiger. In 1916 bouwt de Meppeler bouwvereniging de Indische buurt. Aan de zuidkant van Meppel verrijst een luxe wijk. De gemeente geeft Leonard Springer opdracht om er een park te ontwerpen. Hij ontwierp eerder het Amsterdamse Oosterpark en het Groninger Stadspark. Hij maakt zijn naam waar met een wandelpark dat later Wilhelminapark wordt gedoopt. Eind jaren ’20 stelt de gemeente het uitbreidingsplan van D. Monsma vast. Dit voorziet in de aanleg van het Beatrixplantsoen, de zuidkant van de Indische Buurt. De stad groeit voorbij de grenzen die de infrastructuur haarstelt: aan de oostkant verschijnt Ezinge aan de overzijde van het spoor. Aan de westkant wordt de sprong over de Hoofdvaart gemaakt met de buurt bij de Steenwijkerstraat. Na de oorlog worden uitbreidingswijken groter en seriematiger. Haveltermade en Koedijkslanden en de bedrijventerreinen langs het water geven de stad de basis voorde vorm die het nu heeft. Later komen daar Oosterboer, Berggierslanden en de Nieuwveense Landen bij. Zo groeit de gemeente van een kleine 25.000 inwoners in 1995 tot ruim 35.000 nu
(2024). Verandering en kansen De groei en ontwikkeling van de stad heeft flinke gevolgen voor het stadscentrum met zijn grachten. Ze zijn niet geschikt voor grotere schepen. Het autoverkeer vraagt bovendien steeds meer ruimte. In de jaren ’60 worden daarom verschillende grachten gedempt. Het geeft de binnenstad een ander aanzien, maar ook nieuwe kansen. Ook het landschap verandert door de komst van snelwegen, kanalen en bedrijvigheid. Dat is het opvallendst rondom Rogat. Hier vormen vaart, sluis, Hessenweg en snelweg samen de aanleiding voor een nieuw regionaalbedrijventerrein. Rond Nijeveen blijft het oude slagenlandschap met lintdorpen grotendeels intact. Afbeelding 6: Planmatige stadsontwikkeling Planmatige stadsontwikkeling Afbeelding 7: Verandering 2de helft 20ste eeuw
(1974)Afbeelding Meppel tijdlijn 1.3 Meppel nu: kwaliteit en karakter Sinds 1998 vormen Nijeveen en Meppel één gemeente. Ook delen van De Wijk en Havelte worden aan de gemeente toegevoegd. Stad en buitengebied ontwikkelen zich samen tot een aantrekkelijke woon- en werkgemeente,waar ook toerisme en recreatie steeds belangrijker worden. Recreatievaart speelt daarbij een rol, maar ook verblijfsrecreatie komt steeds meer voor. De historische binnenstad heeft charme en daardoor aantrekkingskracht. De voorzieningen zoals Bad Hesselingen, schouwburg Ogterop, evenementen, weekmarkt op het Kerkplein hebbeneen regionale uitstraling. Het midden- en kleinbedrijf, de grafische industrie, veevoederindustrie, automotive, landbouwgerelateerde en maritieme industrie geven de stad een solide economische basis voor de regio Zuidwest-Drenthe en de Kop van Overijssel. De verbindingen met de regio zijn er goed, en de afstanden binnen de gemeente zijn klein, waardoor de hechte gemeenschapen in dorpen en stad zijn behouden. Het vele groen en water en de altijd nabije open ruimte en hoogwaardige natuur zorgen dat het goed wonen en leven is in onze gemeente. We waarderen de kwaliteiten en karakter die onze stad en dorpen hebben gemaakt tot wat ze zijn. Daarom vormen ze een belangrijke basis voor de omgevingsvisie. Samengevat gaat het om: Het karakter dat we willen behouden • Ondernemende aard, handelsgeest, lef en doen; • Open mentaliteit, gastvrij, samen aanpakken; • Diversiteit in bevolking; • Geluk in gemeenschappen: vitaliteit, leefbaarheid en vrijheid. Kwaliteiten die we willen behouden en versterken • Landschap, cultuurhistorie en bodem als onderlegger; • Water en groen: beleefbaar, bruikbaar en gezond; • Knooppunt van infrastructuur: wegen, spoor- en vaarwegen; • Regionale functie: groot verzorgingsgebied; • Diverse bedrijvigheid: motor van ontwikkeling. Kaart 1: Regionale ligging Meppel Kaart 2: Regiofunctie Meppel Kaart 3: Basiskaart met toponiemen 1.4 Ambities en strategieën voor de leefomgeving De wereld staat niet stil. Zowel internationaal, nationaal als lokaal zijn er voortdurend ontwikkelingen die van invloed zijn op onze leefomgeving. Welk antwoord hebben we daarop? Het gaat om grote ontwikkelingen, zoals een veranderende economie, de woningmarkt en klimaatverandering, maar juist ook om veranderende lokale behoeften rondom leefbaarheid, vergrijzing, vervoer of vergroening. Ook de veranderende verhouding tussen gemeente en samenleving speelt een rol. Trends en ontwikkelingen leiden tot opgaven voor de omgevingsvisie. Duurzame ontwikkelingsdoelen Om de veranderingen om ons heen te vertalen in opgaven, gebruiken we de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Deze doelen vormen wereldwijd een blauwdruk voor een duurzame toekomst voor iedereen. Ze pakken wereldwijde uitdagingen aan waarmee we worden geconfronteerd, waaronder armoede, ongelijkheid, klimaat, aantasting van het milieu, welvaart, vrede en gerechtigheid. De doelen zijn onderling verbonden en versterken elkaar. Niemand wordt achtergelaten. We groeperen de 17 doelen in 4 categorieën, zoals op onderstaande afbeelding. De onderste grote cirkel is de basis. Dat is de biosfeer. De biosfeer gaat over het bodem- en watersysteem, biodiversiteit en klimaatverandering. De tweede, iets kleinere cirkel is de maatschappij. Hier gaat het over woningbehoefte, diversiteit, voorzieningen, armoede, onderwijs en gezondheid. Als derde volgt de economische laag. Die omvat een eerlijke economische groei, innovatie en verantwoorde productie en consumptie. De drie cirkels passen in elkaar. De buitenste cirkels (biosfeer en maatschappij) zijn randvoorwaardelijk voor de binnenste (economie). Andersom is dat niet het geval. Tot slot zien we een donkerblauwe pijl dwars door alle lagen heen lopen. Dit is de opgave om altijd duurzaam te werkte gaan, bij alles wat we doen. Zo kunnen de generaties na ons leven en wonen in net zo’n mooie gemeente als wij. Kaart 4: Omgevingsvisie Meppel Vier ambities Alle opgaven zijn nu verdeeld in vier categorieën. Voor elke categorie hebben we een ambitie geformuleerd. Deze werken we in afzonderlijke hoofdstukken uit. Onderstaande diagram laat dit zien. Categorie Ambitie Hoofdstuk Duurzaamheid Duurzaam in alle opzichten 2 Biosfeer Schoon, natuurlijk en gezond 3 Maatschappij Levendig en leefbaar 4 Economie Kwalitatief en inclusief groeien 5 Drie strategieën voor de leefomgeving Een veranderende maatschappij vraagt om actie ten aanzien van onze leefomgeving. Bovenstaande tabel laat zien hoe maatschappelijke veranderingen beantwoord kunnen worden met ambities voor de leefomgeving. Niet elke opgave is hetzelfde. Daarom vraagt elke opgave een andere strategie. We onderscheiden 3 strategieën: beschermen, transformeren en ontwikkelen. Kaart 5: Omgevingsvisie Meppel, strategie ‘Beschermen’ Kaart 6: Omgevingsvisie Meppel, strategie ‘Transformeren’ Kaart 7: Omgevingsvisie Meppel, strategie ‘Ontwikkelen’ Voor elke opgave een passende strategie (overzicht) Welke strategieën zijn nu nodig als we werken aan de opgaven waar we voor staan? Dit is van verschillende factorenafhankelijk. In veel gevallen is niet één enkele strategie passend, maar gaat het om een combinatie. Onderstaand overzicht laat de ambities nog eens zien. Per ambitie zijn opgaven benoemd waar we voor staan. Daarnaast staat de voornaamste strategie die we hanteren. 1.5 Over deze omgevingsvisie Juridische status Het opstellen van een omgevingsvisie is bij wet verplicht (Omgevingswet, artikel 3.1). Met het vaststellen van de omgevingsvisie voldoen we aan deze wettelijke verplichting. De visie gaat over het hele grondgebied van de gemeente Meppel en richt zich op de fysieke leefomgeving. We volgen hierbij twee doelen uit de Omgevingswet: • Het behouden van een veilige en gezonde leefomgeving. • Het effectief beheren, gebruiken en ontwikkelen van de leefomgeving voor maatschappelijke behoeften. Deze omgevingsvisie stelt opnieuw het gemeentelijk beleid op hoofdlijnen vast. Hiermee vervalt eerder beleid voor onze leefomgeving. In de vast te stellen omgevingsvisie nemen we een lijst op van beleid dat komt te vervallen en blijft gelden. Effecten op de omgeving In de omgevingsvisie maken we keuzes over de leefomgeving. Deze keuzes kunnen allerlei effecten hebben. Denk aan de toename van verkeer, of veranderen van grondwaterstromen. Deze effecten hebben we in beeld gebracht, samen met maatregelen om negatieve effecten te verminderen. Deze inzichten zijn weer meegenomen bij het aanscherpen van de visie zelf. Dit staat in de omgevingseffectrapportage (OER) die bij deze omgevingsvisie hoort. De OER is tevens een planMER als bedoeld in de wet (Omgevingswet, artikel 16.43, 1e lid). Samenhang met ander beleid In deze visie hebben we rekening gehouden met relevante gemeentelijke beleidsnota’s en plannen. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van het bestaand beleid wat relevant is voor de omgevingsvisie en voor toekomstige omgevingsprogramma’s. Ook houdt de omgevingsvisie rekening met beleid van buurgemeenten, de provincie, het waterschap en het Rijk. Doorwerking De omgevingsvisie werkt door in gemeentelijk beleid en de uitvoering in programma’s en projecten. Meer hierover leest u in hoofdstuk
  1. Totstandkoming Deze omgevingsvisie is opgesteld met inbreng van inwoners, ondernemers en partners en medeoverheden. De participatie voor de omgevingsvisie van Meppel is grondig en zorgvuldig opgezet in drie ronden, waarbij breed is ingezet op het betrekken van inwoners en stakeholders. In de eerste ronde, die in september 2022 plaatsvond, werden diverse participatiemethoden ingezet, zoals een inloopbijeenkomst, pipokar-sessies op de markt, ideeënbussen in buurthuizen, een digitale peiling (met 1057 respondenten), jongereninterviews, werksessies met stakeholders en gesprekken met raadsfracties. Hieruit bleek dat de inwoners veel waarde hechten aan de kwaliteiten van Meppel, zoals cultuurhistorie en het landschap, maar ook voor dilemma’s staan, zoals de afweging tussenvergroening en andere belangen. In de tweede ronde, in het voorjaar van 2023, werden drie scenario’s besproken,ondersteund door een digitale peiling (956 respondenten) en een sessie met ketenpartners. De belangrijkste uitkomst was dat verduurzaming en klimaatadaptatie van groot belang zijn, dat er ruimte is voor groei van woningen en bedrijvigheid, maar dat dit niet ten koste mag gaan van de kwaliteiten van Meppel. De derde ronde, begin 2024, richtte zich op de gebiedsgerichte vertaling van onze vier ambities, waarbij in drie gebiedsbijeenkomsten werd getest of deze aansluiten bij de behoeften in verschillende delen van de gemeente. Dankzij de grote betrokkenheid van onze inwoners en partners is deze visie rijker geworden. We zijn hier trots op. In bijlage 1 staat hoe en met wie de omgevingsvisie precies tot stand is gekomen. Zienswijze De ontwerp-omgevingsvisie is vrijgegeven voor zienswijzen. Iedereen binnen en buiten de gemeente kon zijn of haar mening geven over het stuk. De zienswijzen helpen ons om de visie te verbeteren. Zo werken we samen aan een mooie toekomst voor onze stad, dorpen en het buitengebied. De zienswijzen zijn verwerkt in een definitieve omgevingsvisie. Als deze omgevingsvisie is vastgesteld door de gemeenteraad en is gepubliceerd, dan is deze officieel van kracht. A Koers voor onze leefomgeving 2 Duurzaam in alle opzichten 2.0 Duurzaam in alle opzichten Meppel wil duurzaam zijn in alle opzichten. Alleen dan ontstaat een fijne en veilige leefomgeving voor mens en dier. Dat gaat niet alleen over hernieuwbare energie of het aardgasvrij maken van woningen. We omarmen ook de circulaire economie. We bewegen mee met een veranderend klimaat en zijn natuurinclusief. We zijn fossielvrij en CO2-neutraal, met nadruk op efficiënt energiegebruik en lokale duurzame opwekking. Bij nieuwe ontwikkelingen is er geen afwenteling in plaats en tijd. We hebben oog voor water, bodem enenergiesystemen, zodat nieuwe kansen ontstaan. Samen leven, ontwikkelen, produceren en consumeren doen we in alle opzichten duurzaam. Zo komen we tegemoet aan de behoeften van de huidige generatie zonder toekomstige generaties tekort te doen. 2.1 Energietransitie Uitstoot van fossiele brandstoffen is veruit de grootste oorzaak van een veranderend klimaat. Het Klimaat akkoord van Parijs, is in Nederland in 2019 vertaald in het Nationale Klimaatakkoord. Dit bevat maatregelen en doelstellingen om uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen. Hieruit volgt de opgave om CO2-uitstoot te verminderen, vooral door verbranding van fossiele brandstoffen sterk te beperken. We moeten toe naar nieuwe systemen voor onze energievoorziening: andere vormen van energieopwekking, nieuwe vormen van mobiliteit, industrie en verwarming (warmtetransitie). Elke regio in Nederland ontwikkelt hiervoor een eigen regionale energiestrategie (RES)die aansluit bij de nationale klimaatdoelen en de specifieke mogelijkheden en behoeften van de regio. Voor de gemeente Meppel is dit de RES-regio Drenthe. Deze strategie is in 2021 vastgesteld. Hierin staat (onder andere) het streven om in 2030 een kwart van het energiegebruik van Drenthe op te wekken via wind en zon. Voor elke Drentse gemeente zijn ambities en afspraken gemaakt om dit doel te behalen. CO2-reductie De energietransitie is een systeemverandering. Onze huidige systemen voor energievoorziening, transport, industrie en verwarming maken plaats voor nieuwe. We zetten ons in voor een broeikasgasarme leefomgeving. Een leefomgeving waarin de uitstoot van methaan, lachgas, fluorgassen en CO2 zo laag is dat deze geen negatieve gevolgen heeft voor onze leefomgeving. Hierbij focussen we ons op het omlaag brengen van de CO2-uitstoot. We maken de gemeente Meppel CO2-neutraal door de energievraag te verminderen en energie efficiënt te gebruiken en over te stappen op hernieuwbare energie. Zo worden we CO2-neutraal binnen de gebouwde omgeving, de industrieën in de mobiliteit. Hierbij streven we naar een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten. Naar een aardgasvrije gemeente Het omschakelen naar nieuwe systemen om onze huizen, kantoren en andere gebouwen te verwarmen noemen we de warmtetransitie. In de praktijk betekent dit dat geen enkel gebouw in onze gemeente in de toekomst nog met (fossiel) aardgas wordt verwarmd. Voor nieuwe woonwijken als Nieuwveense Landen is dat al het geval. Voor de bestaande woonwijken, dorpen en industrieterreinen maken we warmteplannen. Warmteplannen komen gezamenlijk tot stand met alle partijen die hiermee van doen hebben: inwoners, ondernemers en netbeheerders. Voor de Berggierslanden en Koedijkslanden is een warmteplan vastgesteld. Nieuwe warmtesystemen Er zijn diverse mogelijkheden om van het aardgas af te stappen. Zo kan in de ene wijk een individuele warmtepomp een geschikte oplossing zijn. In een andere wijk is een warmtenet weer passender, vanwege de aanwezigheid van goede warmtebronnen voor collectieve verwarming. Dit kan gaan om warmte uit de lucht, bodem, uit oppervlaktewater, afvalwater of restwarmte van de industrie. In de Transitievisie Warmte (vastgesteld door de gemeenteraad in 2021) staat geschetst welke warmteoplossing het meest geschikt is voor welk gebied. Ook zijn hierin mogelijke warmtebronnen aangewezen, zowel de warmtebronnen, de opslag van warmte als het transport via warmtenetten hebben een directe ruimtelijke vertaling. Grootschalige energieopwek Alleen besparen op energie is niet genoeg. De energie die we nodig hebben, willen we duurzaam en lokaal opwekken. Dit kost meestal ruimte. De hoeveelheid ruimte die nodig is voor energieopwek, wordt sterk beïnvloed door de energievraag. Energiebesparing, maar ook onze groeiambities (zie hoofdstuk 5) hangen hiermee samen. Voor de opwek van windenergie zoeken we naar ruimte in de buitengebieden. Voor de opwek van zonne-energie volgen we de zonneladder van het Rijk. We kijken eerst naar de daken in de gebouwde omgeving. Daarnaast kijken we naar zon langs rijks- en snelwegen en op (boven) parkeerterreinen. Op deze manier komen we de afspraken na die we hebben gemaakt in de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 regio Drenthe. Kansrijke gebieden windenergie Grootschalige opwek van windenergie heeft grote ruimtelijke invloed. In de omgevingseffectrapportage bij de omgevingsvisie onderzochten we waar in onze gemeente kansen liggen voor de opwek van windenergie. Kansrijke gebieden nemen we op in deze omgevingsvisie, zie kaart pagina 15 en pagina
  2. Windturbines staan we echter nu nog niet toe. We stellen eerst beleid op dat de kaders geeft voor de realisatie van windenergie en lokaal eigendom. Dan is een wijziging van het omgevingsplan nodig. In eerste instantie leggen we voor de RES-opgave 1.0 voor 2030de focus op het ontwikkelgebied Noord IV, zie paragraaf 7.
  3. De andere kansrijke gebieden voor windenergie blijven in beeld. Duurzame gassen en waterstof In de energietransitie zien we een belangrijke rol voor duurzame gassen en waterstof. Houtige biomassa zien we op dit moment als een transitiemiddel. We zoeken naar vormen om groen gas en/of waterstof op te wekken en op te slaan. Dit heeft ook effecten op de leefomgeving. Voor de productie van groen gas kijken we met name naar het buitengebied. De (voormalige) gaswinlocaties kunnen in de toekomst een schakelpunt vormen in het netwerk van duurzame gassen of waterstof. Opslag en transport van gassen hebben gevolgen voor de leefomgeving. Dit nemen we mee in onze afwegingen. Energienetwerk We verbruiken steeds meer stroom. Daardoor wordt ons elektriciteitsnetwerk steeds voller en is het soms niet mogelijk om nieuwe elektriciteitsaansluitingen te realiseren. Er is sprake van file op het elektriciteitsnetwerk. Dat noemen we netcongestie. Uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is nodig om aan- en afvoer van elektriciteit mogelijk te maken. Netbeheerders verzwaren daarom bestaande elektriciteitskabels, trekken nieuwe kabels en bouwen nieuwe transportverdeelstations. Ze vergroten het aantal middenspanning- en laagspanningstations. Op Noord III komt een nieuw hoogspanningsstation. Netbeheerders zijn hiervoor verantwoordelijk. De gemeente faciliteert en ondersteunt waar nodig en zorgt dat ingrepen aan het elektriciteitsnetwerk zorgvuldig worden ingepast in bestaande ruimtelijke structuren. De beschikbare ruimte in bestaand bebouwd gebied is beperkt. We houden daarom rekening met andere ruimtevragers in de openbare ruimte en onze andere ambities voor de openbare ruimte. Zolang het elektriciteitsnetwerk nog niet voldoende is uitbereid wordt er gezocht naar alternatieve oplossingen om gevolgen van netcongestie te beperken. We kijken ook naar de mogelijkheden voor het ontwikkelen van energiehubs, onder andere bij bedrijventerreinen en (voormalige) gaswinlocaties. Doelen: • In 2030 hebben we 55% CO2 reductie bereikt ten opzichte van
  4. We streven naar een reductie van 60%. • In 2040 is de gemeente Meppel CO2-neutraal. • In 2040 zijn alle gebouwen in de gemeente Meppel aardgasvrij. • In 2030 wekken we jaarlijks 0,167 TWh hernieuwbare energie op. Hiervan is 0,102 TWh windenergie en 0,065 TWh zonne-energie (RES-opgave 1.0) Doorwerking • Omgevingsprogramma energietransitie • Een warmteplan voor elke woonwijk Kaart 8: Energietransitie 2.2 Circulaire economie Onze samenleving maakt intensief gebruik van allerlei natuurlijke hulpbronnen zoals metalen, mineralen, fossiele brandstoffen en hout. De vraag naar deze grondstoffen blijft wereldwijd stijgen door bevolkingsgroei ,economische ontwikkeling en technologische vooruitgang. De huidige lineaire economische modellen, waarin we grondstoffen winnen, producten maken, gebruiken en uiteindelijk weggooien, leiden tot een onhoudbare druk op onze natuurlijke hulpbronnen. Voorraden van cruciale producten en grondstoffen dreigen op te raken, de leveringszekerheid neemt af. Het is nodig om het gebruik van grondstoffen tot een minimum te beperken. De overgang naar een circulaire economie is onvermijdelijk. Deze richt zich op het verminderen vangrondstoffengebruik en het maximaliseren van de levensduur van materialen en producten door zowel onze inwoners als onze bedrijven. Dit kan door te hergebruiken en te repareren, de levensduur van producten te verlengen, producten te delen en zo min mogelijk afval te creëren. Zo helpen we onze natuurlijke systemen instand te houden en weer op een gezond niveau te komen. Ruimte voor de circulaire bedrijven Een circulaire economie betekent dat bedrijven hun bedrijfsprocessen anders zullen inrichten. Ze ontwerpenproducten die langer meegaan, goed te onderhouden zijn en makkelijk te repareren zijn. Door innovaties krijgen reststromen waarde. Zo ontstaan er nieuwe kansen voor ons bedrijfsleven. We willen ruimte bieden aan bedrijvendie een bijdrage leveren aan de circulaire economie. Dit doen we bijvoorbeeld door voldoende ruimte op bedrijventerreinen te reserveren voor het upcyclen, recyclen en tijdelijk opslaan van grondstoffen, zie ook onder onze vierde ambitie onder “werken”. De bedrijventerreinen in en nabij de haven lijken hier geschikt voor. We werken samen met partners in het havenecosysteem Port of Zwolle. Circulair ambachtscentrum We stimuleren bedrijven om gesloten kringlopen te creëren. Zij weten het beste hoe zij hun bedrijfsprocessen circulair kunnen maken. Dat past bij de Meppeler mentaliteit van lef hebben en doen. We realiseren daarom een circulair ambachtscentrum. Dit is een combinatie van milieustraat, kringloopwinkel en reparatieplaats. Zo gaan materialenlanger mee en ontstaat minder afval. De circulaire economie wordt tastbaar en beleefbaar voor iedereen. Hiermee stimuleren we inwoners om mee te doen aan de circulaire economie. Circulair bouwen Ook in de bouwsector speelt circulariteit een rol. Hergebruik en renovatie van gebouwen krijgt de voorkeur bovensloop- en nieuwbouw. Hergebruikte materialen krijgen de voorkeur boven nieuwe grondstoffen. Circulair bouwen is ook bouwen zodat gebouwen na tientallen jaren weer te demonteren zijn. Flexibel en levensloopbestendig bouwen zodat gebouwen voor meerdere functies te gebruiken zijn en een kringloop van bouwmaterialen ontstaat. Kortere ketens Kortere ketens leiden tot een kleinere CO2-voetafdruk. Het gaat hierbij onder meer om kortere voedselketens tussen stad en platteland. We streven naar een stevig netwerk van leveranciers van duurzaam voedsel in ons buitengebieden afnemers in onze stad en dorpen. Ook de productie van groen gas is een voorbeeld van een korte keten. Doelen: • In 2050 hebben we een circulaire economie • In 2040 is de gemeente Meppel een essentiële schakel in de circulaire economie van het havenecosysteem Port of Zwolle • In 2040 is de circulaire economie tastbaar en beleefbaar voor inwoners, lokale en regionale partijen. Duurzaam in alle opzichten Opgave: Transformeer de energie-infrastructuur door duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie te integreren in de regio. Stimuleer energie-efficiëntie in bestaande gebouwen en maak overstappen op duurzame warmte oplossingen mogelijk Opgave: Transformeer de lokale economie naar een circulair model door initiatieven voor hergebruik, reparatie, en recycling te ondersteunen. Stimuleer lokale productie en consumptie om de afhankelijkheid van externe grondstoffen te verminderen en zo een veerkrachtige samenleving en economie te bouwen. Sluisgracht met de molen 3 Schoon, natuurlijk en gezond 3.0 Schoon, natuurlijk en gezond In een schone, natuurlijke en gezonde omgeving is het prettig leven en werken. De aanwezigheid van groen en water spelen hierin een grote rol. Een natuurlijke omgeving kan ook toenemende weersextremen goed aan. Ons grondgebied moet bestendig zijn voor veranderende klimaatomstandigheden. Een groene leefomgeving heeft aantoonbare effecten op de gezondheid en geluk van mens en dier. De gemeente Meppel moet daarom een plek zijn waar inwoners gemakkelijk gezonde keuzes kunnen maken. 3.1 Een natuurlijke leefomgeving Meppel heeft een stevige basis als het om groen en water gaat. Waar je ook bent, altijd is een park, bos of water dichtbij. Vanuit het open buitengebied lopen de oude wateren waaraan de stad zijn bestaan dankt de bebouwde kom in, als groenblauwe dragers van het stedelijk weefsel. Het beste voorbeeld is het Wilhelminapark, dat lijkt te ontspringen vanuit de Reest. Uitbreidingswijken als Oosterboer, Haveltermade en Berggierslanden zijn gebouwd op een mal van grachten en wijkgroen. Inwoners van de gemeente Meppel wonen en werken graag in een natuurlijke leefomgeving. Ze zien graag meer ruimte voor groen en water, zowel binnen als buiten de stad en dorpen. Parken, groene daken en stedelijke tuinen zorgen voor mooiere, leefbaardere en gezondere wijken en dorpen en makende stad veerkrachtiger. Zo kunnen effecten van klimaatverandering worden beperkt en kan biodiversiteit worden vergroot. Vijvers en grachten dragen bij aan een goed waterbeheer en bieden mogelijkheden voor recreatie. Groen en water zijn van waarde Groen en water is medebepalend voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Het bepaalt of we de ruimte als prettig en aangenaam ervaren. Groen maakt gelukkig, zeker als dit gepaard gaat met ontmoeting in de buitenruimte. Groen nodigt uit om in te spelen, om in te wandelen, fietsen, skaten of crossen, om naar te kijken of een boek te lezen, of biedt ruimte voor evenementen, zoals in het Wilhelminapark. Zo draagt gebruik van (en zicht op) groen bij aan onze gezondheid. Bovendien vertellen parken en landschappen ons iets over de geschiedenis van onze regio. Denk aan park Hesselingen, het beekdal van de Reest of het open slagenlandschap rondom Nijeveen dat het verhaal van de turfstekerij vertelt. Elk stuk groen of water heeft zijn eigen kwaliteit. Elk park of landschap heeft zijn eigen waarde. Het is van belang om die waarde te kennen, te erkennen en te behouden. De Reest Groenblauwe structuur We behouden en herstellen groen en blauw erfgoed. De parken zijn de groene harten van onze wijken, met elk een eigen karakter en gebruik. We versterken de bestaande groen- en waterstructuur bij het Ringpark, langs Mallegat, Wold Aa en de stadsrandzones. Ontbrekende schakels in het netwerk vullen we aan, zodat de totale structuur sterker wordt en er robuuste verbindingen ontstaan. Zo zijn de Schiphorst en Broekhuizen nu nog van elkaar gescheiden door de A
  5. Naast de groenblauwe hoofdstructuur als gemeentelijk natuurnetwerk werken we aan een robuuste nevenstructuur van buurtgroen zodat robuuste verbindingen ontstaan. We koppelen nieuw groen aan fiets- en wandelpaden, om gezond gedrag te stimuleren. Ook maken we een koppeling met de wegen in het buitengebied, om zo het rijgedrag onbewust te beïnvloeden (het zogenaamd natuurlijk sturen). Biodiversiteit Groen en water hebben ook ecologische kwaliteit. Ze geven ruimte aan planten en dieren om zich te versterken, dragen bij aan vermindering van hittestress en helpen om regenwater gemakkelijker op te vangen en vast te houden. De veerkracht van ons natuurlijk systeem staat onder druk. De biodiversiteit gaat steeds harder achteruit. Plant- en diersoorten verdwijnen in hoog tempo. Zo zijn er steeds minder insecten en nemen de aantallen van weidevogels en bepaalde stadsvogels steeds verder af. Dat heeft gevolgen, nu en op de langere termijn. Dieren en planten hebben elk hun plek in ons ecosysteem en zijn op zichzelf van waarde. Daarom verdienen ze bescherming. Bovendien zijn we als mensen ook afhankelijk van de natuur. Zij levert ons schone lucht en water, verkoeling, voedsel en grondstoffen om mee te bouwen. We kunnen niet zonder. We bevorderen de biodiversiteit door in de gehele gemeente een goede basiskwaliteit natuur te realiseren en onze plannen voor de leefomgeving altijd natuurinclusief vorm te geven. Waterkwaliteit Om de ecologische kwaliteit van ons water op orde te krijgen zijn er doelstellingen vanuit de Kaderrichtlijn Water, waaronder beekherstel, natuurvriendelijke inrichting en het verbeteren van de waterkwaliteit. Het waterschap is hierin verantwoordelijk. Wij ondersteunen het waterschap hierin. Deze opgaven krijgen ook een plek in het toekomstig Drents provinciaal beleid voor het landelijk gebied. We beschermen bestaande bomen, natuur en landschapselementen. Inrichting en beheer van groengebieden Bij de inrichting en het beheer van ons groen zoeken we balans tussen ruimtelijke kwaliteit, gebruikskwaliteit en ecologische kwaliteit. Ook kijken we naar behoeften van inwoners en kenmerken van de buitenruimte. Verschillen per buurt, wijk of streek mogen er zijn en proberen we via beheer te versterken. Gebruik van groen moet in balans zijn met de ecologische draagkracht van het gebied. Dit geldt vooral bij gebruik voor recreatie en evenementen. In ons groenbeleid “Zo doen we groen!” hebben we dit verder uitgewerkt. Doel • In 2050 heeft de gemeente Meppel een robuust en veerkrachtig ecosysteem voor planten en dieren, passend bij de kenmerken van de verschillende gebieden binnen de gemeente Meppel en met behoud en herstel van landschaps- en natuurkwaliteiten. • In 2030 is 5% van het buitengebied ingericht met groene of blauwe landschapselementen, in 2050 is dat 10%.In de bebouwde kom is sprake van 30% groene of blauwe inrichting. Doorvertaling: • Uitgangspunten en maatregelen rond biodiversiteit werken we verder uit in een omgevingsprogramma. • Om onze bestaande en nieuwe groenblauwe structuren te beschermen nemen we regels op n het omgevingsplan. • De groenblauwe opgaven voor het buitengebied krijgen een plek in een gebiedsgericht omgevingsprogrammabuitengebied. Kaart 9 Natuur- en groenwaarden 3.2 Aanpassen aan een veranderend klimaat Het klimaat verandert. En het is zaak om Meppel daar goed op voor te bereiden. Buien worden extremer, en periodes van droogte worden langer en intenser. Meppel is gevoelig voor wateroverlast, als laag punt waar water vanaf het Drents plateau samenkomt. Onze stad en dorpen moeten daarom zo zijn ingericht dat ook extremere buien zonder al te veel overlast kunnen worden opgevangen. Daarnaast is het nodig om de bebouwde omgeving meer hittebestendig te maken. Hogere temperaturen en langere periodes van droogte zorgen voor hittestress. De weersextremen hebben effecten op de gezondheid en leefbaarheid en brengt hoge (indirecte) kosten met zich mee. Niets doen is geen optie. Hitte-eilanden Steeds warmere en drogere zomers maken dorpen, buurten en wijken minder leefbaar en hebben effecten op de gezondheid van inwoners. Meer schaduw is nodig. We willen meer schaduw van bomen in de straten en pleinen en beschaduwde fiets- en wandelroutes. Verharding vervangen we daarom voor groen. We planten bomen op duurzame standplaatsen in de openbare ruimte. Maar alleen ingrijpen in de openbare ruimte is niet genoeg. Veel hete plekken zijn in eigendom van particulieren of bedrijven. Daarom stimuleren we aanleg van groene daken en het vervangen van verharding door groen. Vergroten sponswerking Vanwege haar ligging is er veel water in de gemeente. Van oudsher zijn we gewend om dit water af te voeren. Van het Drents plateau naar het Meppelerdiep en verder. Om effecten van droogte te kunnen verzachten, moeten we water juist vasthouden en bergen. We voeren water pas af als het niet anders kan. Om water vast te kunnen houden en wateroverlast door hevige buien te beperken, moet de ondergrond het water vlug kunnen opnemen. We vergroten daarom de sponswerking van de ondergrond. We creëren een fijnmazig systeem van infiltratie en lokale waterberging in parken, bermen en andere groenvoorzieningen. We vervangen verharding (zoals tegels, parkeerplaatsen) voor groen en (half)open verharding waar dat kan. Hierbij houden we ook rekening met de kwaliteit van het groen en de gebruikswaarde die deze heeft voor de omgeving. Dit is een dilemma. Grondwaterstanden mogen niet te hoog worden. Dit kan overlast geven. Het aanhouden van hoge grondwaterstanden zorgt voor beperkingen in het gebruik van de grond. Denk aan agrarische gronden, maar ook aan kelders van woningen. We spreken van grondwateroverlast als de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) minimaal 30 dagen per jaar minder dan 50 cm onder het maaiveld ligt. De doelstelling voor het vergroten van de sponswerking zal een zorgvuldige afweging vragen. Kaart 10 Water en bodem Kaart 11 Wateroverlast: waterdiepte bij hevige bui 140mm / 2 uur (Klimaateffectatlas, 2024) Kaart 12 Stedelijk hitte eiland effect (Klimaateffectatlas, 2024) Regenwater afkoppelen Veel regenwater verdwijnt nog in het riool. Soms voeren we regenwater direct af naar het oppervlaktewater. In enkele gebieden verdwijnt hemelwater in het riool en vermengt het met afvalwater. Bij hevige buien kunnen riolen het water dan niet aan. Dit kan leiden tot wateroverlast, schade en gezondheidseffecten. Van deze situaties willen we af. We willen het afvalwater volledig gescheiden van het hemelwater inzamelen. We stimuleren eigenaren van particuliere(bedrijfs-) terreinen om hun regenwatervoorziening af te koppelen van het vuilwaterriool en regenwater vast te houden en te laten infiltreren in de bodem op eigen terrein. Dit vult de grondwaterstand ter plekke aan en vermindert zo tegelijk het effect van droogteperiodes. Doelen: • In 2050 is 30% van de openbare ruimte beschaduwd; • In 2050 is de gemeente Meppel klimaatbestendig en waterrobuust; • In 2050 zamelen we al het afvalwater gescheiden van het hemelwater in. Schoon hemelwater transporteren we niet meer naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Doorwerking • In het omgevingsprogramma Riolering en Water Programma 2023-2028 staat hoe we omgaan met afvalwater, hemelwater en grondwater (vastgesteld door de gemeenteraad in 2022). • In het omgevingsprogramma (Lokale Adaptie Strategie en Lokale Uitvoeringsagenda) klimaatadaptatie 2023-2027 staat hoe we werken aan klimaatadaptatie. Hierbij is de Lokale Adaptatie Strategie in 2024 door de raad vastgesteld, en de Lokale Uitvoeringsagenda door het college in hetzelfde jaar. Dit doen we niet alleen. In samenwerkingsverband Fluvius werken we samen met buurgemeenten en waterschap aan de regionale klimaatknelpunten. • Beide programma’s worden op termijn opgenomen in een overkoepelend omgevingsprogramma groen en water. 3.3 Een schone leefomgeving Sommige activiteiten in onze leefomgeving kunnen schade toebrengen aan onze gezondheid en ons ecosysteem. Onze gemeente heeft een aantal zware bedrijven met invloed op de leefomgeving. Horeca en evenementen in de binnenstad van Meppel zorgen voor levendigheid, maar hebben ook invloed op de leefomgeving. Schoon water Een schone leefomgeving begint bij schoon water. Om dit te bereiken, werken we aan de doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Het gaat om beekherstel, een natuurvriendelijke inrichting van watergangen en het verbeteren van de waterkwaliteit. Het waterschap is hiervoor verantwoordelijk. Precieze doelen hierover krijgen een plek in het toekomstig Drents provinciaal beleid voor het landelijk gebied. Daarnaast werkt het waterschap elke dag aan schoonwater door ons afvalwater af te voeren en te zuiveren. Zo beschermen we de volksgezondheid en blijven stad en dorpen leefbaar. Schone lucht Ook onze luchtkwaliteit wordt belast door economische activiteiten zoals industrie en verkeer. Hierbij kan bovendien sprake zijn van geurhinder. Beperking van hinder dient bij de bron plaats te vinden. Daarom zorgen we dat geldende normen worden nageleefd en stimuleren we fietsen en wandelen boven de auto. Schone bodem De kwaliteit van de bodem is bepalend voor de (toekomstige) functie ervan. Zo is de bodemkwaliteit sturend voorruimtelijke ontwikkelingen. We voorkomen nieuwe bodemverontreinigingen. We bevorderen herstel of beheersing van aanwezige bodemverontreinigingen. Zo wordt duurzaam, milieuhygiënisch verantwoord en kosteneffectief hergebruik van grond en baggerspecie op land mogelijk. In de nota Bodembeheer staat hoe we dat doen(vastgesteld door de gemeenteraad in 2020). De nota geeft het kader waarbinnen gebruik gemaakt kan worden van de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënisch bewijsmiddel. Voor de landbouw ontmoedigen we intensieve teelten, waarin veel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Geluid Voortdurende blootstelling aan geluid heeft effecten op de gezondheid van mens en dier. Bedrijvigheid en verkeer over wegen en spoor zorgen voor geluid. We streven naar een balans tussen voldoende geluidsruimte voor hinder veroorzakende bronnen en een leefbare situatie voor geluidgevoelige functies. We zijn realistisch: in een gemeente waar veel bedrijvigheid en levendigheid is in de nabijheid van gevoelige functies, accepteren we bepaalde niveaus van geluidhinder. Maar onze groeiambitie maakt ook dat die botsing tussen geluid en gevoelige functies in de toekomst zal blijven bestaan. Gezien de beperkte ruimte die we hebben, kunnen we niet naar een complete scheiding van die functies streven. Wel naar een zo goed mogelijke inpassing. Door geluidruimte voor bronnen vast te stellen, kunnen geluidgevoelige functies zoals wonen, onderwijs en zorg worden beschermd. Voor Rijkswegen en het spoor gelden daarom Geluidproductieplafonds van het Rijk. Voor bedrijventerreinen Oevers, Noord I en Spijkerserve zijn geluidzones vastgelegd in het omgevingsplan. Licht Overmatige blootstelling aan licht heeft gezondheidseffecten op mens en dier. Daarom is het behouden en terugwinnen van duisternis van belang. We verlichten waar het moet en bewaken het donker waar het kan. Diervriendelijke (groene) verlichting is hiervan een voorbeeld. Externe veiligheid Externe veiligheidsrisico’s zijn omgevingsrisico’s als gevolg van het vervoer, de opslag en het werken met gevaarlijke stoffen. Over de spoorlijnen in onze gemeente worden gevaarlijke stoffen vervoerd. We willen een verantwoord niveau van fysieke veiligheid voor de samenleving creëren door het optimaal combineren van bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling. In de Beleidsvisie externe veiligheid (vastgesteld door de gemeenteraad in 2014) is dit verder uitgewerkt. Normering Voor milieuthema’s zijn landelijke normen vastgesteld. De Omgevingswet biedt ons de mogelijkheid om strengere normen te stellen. Daar kiezen we nu niet voor. We voorzien dat normen in de toekomst strenger worden, mede door Europese regelgeving en wereldwijde ontwikkelingen. Maar op ons grondgebied liggen kwetsbare functies dichtbij bronnen van hinder en vervuiling. Er is beperkt beschikbare ruimte. Onze schone en gezonde leefomgeving staat onder druk. Daarom willen we onderzoeken of we voor nieuwe situaties strengere normen of grotere afstandscriteria kunnen hanteren. We willen de belasting van het ecosysteem zo veel mogelijk beperken. Per locatie zoeken we naar passende mogelijkheden. We creëren voldoende afstand tussen gezondheidbelastende activiteiten en kwetsbare (woon)functies. Doelen • In 2040 voldoet de kwaliteit van bodem, water, lucht en geluid aan de wettelijke milieunormen. Kaart 13 Externe veiligheid 3.4 Een gezonde leefomgeving We zijn steeds minder gezond. Vooral het percentage (ernstig) overgewicht neemt toe, vooral bij mensen met een lage ‘positieve gezondheid’. Dat brengt gezondheidsklachten en -kosten met zich mee. Preventie is nodig. Ook het stijgend aandeel ouderen en de toename van eenzaamheid onder inwoners brengt een toenemende vraag naar (preventieve) maatregelen met zich mee. Vanuit het Nationaal Preventieakkoord heeft de gemeente hier een taak in. Door het bevorderen van een gezonde leefstijl kunnen we inwoners helpen om te gaan met fysieke, emotionele of sociale uitdagingen. De inrichting van de leefomgeving kan hierbij een rol van betekenis spelen. Een gezonde omgeving is een omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, waar wandelen en fietsen prioriteit krijgen. Dit nodigt uit tot een actieve levensstijl. Daarnaast dragen ook een schone lucht en vermindering van geluidhinder bij aan de gezondheid van onze inwoners. Groene leefomgeving Een groene omgeving is een gezonde omgeving. Het goed beheren van groen, werken aan een robuuste groenblauwe structuur (zie paragraaf 3.1) en het ontwikkelingsprincipe 3-30-300 (zie hoofdstuk 6) dragen hier positief aan bij. Geluid en luchtkwaliteit Voortdurende blootstelling aan veel (achtergrond)geluid en een slechte luchtkwaliteit dragen negatief bij aan gezondheid. In paragraaf 3.3 staat hoe we hier mee om willen gaan. Wandel- en fietsroutes We stimuleren wandelen en fietsen als gezond en duurzaam alternatief voor de auto. Daarvoor zetten we in op verbetering van een samenhangend netwerk van aantrekkelijke, klimaatbestendige wandel- en fietsroutes met voldoende schaduw. Het gaat om de doorgaande wandel- en fietsroutes, maar ook om een fijnmazig netwerk in wijken en buurten. We realiseren ontbrekende schakels, maken koppelingen tussen stad, dorpen en buitengebieden verhogen het comfort voor het gebruik van deze routes. Een voorbeeld is de verbinding tussen Stadsreest en het Reestdal. We zoeken de samenwerking met buurgemeenten en provincies op om snelfietsroutes of recreatieve hoofdroutes te realiseren, bijvoorbeeld een doorfietsroute tussen Meppel en Steenwijk.
  6. Positieve gezondheid omvat zes dimensies van gezondheid: Dagelijks functioneren, Lichaamsfuncties, Meedoen, Mentaal welbevinden, Zingeving en Kwaliteit van leven. Speeltuinen Kinderen zijn volwaardig medegebruiker van de buitenruimte. Al spelend leren ze en groeien ze op. Interactie met anderen, met de natuur en met de openbare ruimte is daarbij belangrijk. Plekken die voor volwassen een andere betekenis hebben, weten zij met fantasie te gebruiken in hun spel (informele speelruimte). We ontwikkelen daarom een netwerk van groene informele speel- en verblijfsplekken. Hier kunnen kinderen hun grenzen fysiek en mentaal verleggen en andere kinderen ontmoeten. In het Speelruimteplan
(2011)staat hoe we dit aanpakken. Vanaf ongeveer 12 jaar wordt het spelen meer sporten of met vrienden en vriendinnen chillen op plekken die de jongeren daarvoor uitkiezen. We creëren rookvrije ruimtes waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten of samen kunnen bewegen. Sportvoorzieningen Om gezond gedrag te stimuleren zorgen we dat sportvoorzieningen voldoende capaciteit en kwaliteit hebben. In het sportaccommodatiebeleidsplan werken we dat verder uit. Daarmee bouwen we voort op het actieve sportverenigingsleven in de gemeente Meppel. Sportvoorzieningen zijn toegankelijk en multifunctioneel bruikbaar. Sportterreinen zijn ook van belang voor het realiseren van onze duurzaamheidsambities. Daarom zijn afscheidingen bij voorkeur natuurlijk en zijn hekwerken voor kleine dieren te passeren. Doel: • In 2030 zijn alle plekken waar kinderen elkaar ontmoeten of bewegen rookvrij Schoon, natuurlijk en gezond Opgave: Bescherm en herstel lokale biodiversiteit door natuurgebieden en groenblauwe structuren te behouden en versterken en ecologische verbindingszones aan te leggen. Zorg voor de verbetering van waterkwaliteit. Bescherm de cultuurhistorische waarden van onze landschappen en werk volgens de cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling
(2016). Opgave: Bescherm Meppel tegen klimaatverandering door te investeren in waterbeheer en vergroening van stedelijke gebieden. Dit omvat het verbeteren van afvoersystemen, aanleggen van groenstructuren om hittestress te verminderen, en het creëren van bufferzones voor wateropvang. Opgave: Transformeer de openbare ruimte zodat deze uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Creëer wandel- en fietspaden , investeer in sportfaciliteiten en groenerecreatiegebieden om een actieve levensstijl te stimuleren. Sportvelden Koedijkslanden 4 Levendig en leefbaar voor iedereen 4.0 Levendig en leefbaar voor iedereen In Meppel is het prettig wonen, leren, werken en recreëren. Dat komt omdat we streven naar leefbare wijken, dorpen en binnenstad, maar tegelijk ook willen zorgen voor levendigheid. Leefbaarheid ontstaat door goede voorzieningen, een goede openbare ruimte en vooral: de nabijheid van een gemeenschap. Maar evengoed zijn minder tastbare kwaliteiten van groot belang, zoals de werkgelegenheid in onze gemeente, onze open mentaliteit en het cultureel aanbod. Onze bruisende binnenstad en het toerisme en recreatie vanuit stad en regio zorgen juist voor levendigheid. Ook in de wijken, dorpen en het buitengebied is genoeg te doen en te beleven. Het is zaak om voortdurend balans te houden tussen levendigheid en leefbaarheid. 4.1 Voorzieningen Meppel is klein genoeg om elkaar te kunnen kennen. Toch leven veel mensen langs elkaar heen. Eenzaamheid neemt toe en daarmee de behoefte aan ontmoeting. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen. De beroepsbevolking werkt steeds meer vanuit huis. Dorps-, buurt- en wijkgemeenschappen winnen daarom aan betekenis en zijn essentieel voor een plezierig woon- en leefklimaat. Het sociale weefsel is van niet te onderschatten belang, ook in Meppel. Inwoners hechten veel waarde aan mogelijkheden voor ontmoetingen gezamenlijke activiteiten. Dit vraagt om voorzieningen dichtbij: voor dagelijks gebruik, zoals de drogist, bakker en supermarkt en flexwerkplekken, maar ook zorgvoorzieningen in wijk, dorp en buurt. Ongelijkheid neemt toe Er is sprake van structurele en hardnekkige ongelijkheid tussen groepen. Het gaat bijvoorbeeld om verschillen in gezondheid, opleiding, werk en inkomen, subjectief welzijn, wonen, milieu, veiligheid en sociale relaties. Mensen met meer en minder kansen in het leven zijn ongelijk verdeeld over de wijken, dorpen en buurten. Dit noemen we segregatie. Onder andere door de toestroom van nieuwkomers in de gemeente Meppel is ook integratie en het voorkomen van segregatie een urgentere opgave geworden. Dit is terug te zien in het primair onderwijs: verschillen in schoolprestaties tussen verschillende wijken zijn aanwijsbaar. Onderwijsachterstanden komen echter voor bij groepen van allerlei etnische achtergronden en zijn vooral gerelateerd aan inkomen. Doordat in de naoorlogse uitbreidingswijken relatief eenzijdig woningaanbod per wijk is gebouwd, treden er verschillen tussen de wijken op. De gemeente heeft, in samenspraak met onderwijsinstellingen, de wettelijke taak om segregatie tegen te gaan. Daarnaast kan niet iedereen even goed meekomen in de maatschappij. Armoede neemt toe in Nederland, ook in Meppel. Dat gaat niet alleen om geld. Vaak is er sprake van een stapeling van problemen. Daardoor is het moeilijk om mee te komen in de samenleving en om het hoofd boven water te houden. Nieuwe ontwikkelingen zoals de energietransitie of ‘zorg op afstand’ kunnen bij deze groep bedreigend en ongrijpbaar overkomen. Een stijgende energierekening kan aanleiding zijn om grip op het eigen leven te verliezen. Dit vraagt voortdurende aandacht van zorg- en welzijnspartijen en de gemeente. pumptrackbaan Oosterboer Hoe verandering in de zorg de leefomgeving beïnvloeden Door de veranderende bevolkingssamenstelling en een autonome toename van de zorgvraag staan maatschappelijke voorzieningen voor zorg en welzijn onder druk. Er is een tekort aan personeel zoals verpleegsters, dokters, thuishulpen, tandartsen. Dit leidt tot een tekort aan plaatsen in zorginstellingen voor bijvoorbeeld jeugdzorg, de ggz en ouderenzorg. Deze crisis bereikt naar verwachting rond 2040 een piek. De zorg- en welzijnssector probeert dit op te vangen door steeds meer zorg ambulant (aan huis) te verlenen en een deel van de taken te verleggen naar de welzijnssector en mantelzorgers. Ouderen blijven langer zelfstandig wonen, de druk op mantelzorgers neemt toe, terwijl er steeds minder beschikbaar zijn. Daarnaast is er steeds meer aandacht voor preventie. Hiervoor is ruimte nodig. Bijvoorbeeld om een vitaliteitsmarkt met sportverenigingen, fysiotherapeuten en hulpmiddelenleveranciers te organiseren of de koffiemomenten die georganiseerd worden voor ouderen in de Koeberg of andere ontmoetingsruimtes in de wijken, of de jongerensoos in het dorpshuis in Nijeveen. Sterke gemeenschappen Sterke gemeenschappen in buurten, dorpen en wijken kunnen veel bijdragen aan het welzijn van onze inwoners. In gemeenschappen voelen mensen zich gezien, gehoord en gewaardeerd. Mensen kijken naar elkaar om en geven hun leven zin in de vorm van vrijwilligerswerk of burenhulp. Van oudsher organiseren gemeenschappen zich vooral via religieuze lijnen en via het (sport)verenigingsleven. Ook wijk, dorps- en buurtgemeenschappen zijn van niet te onderschatten belang. Bijvoorbeeld om te voorzien in de groeiende behoefte aan mantelzorg en burenhulp, maar ook om een rol te spelen in de energietransitie. Een voorbeeld is energiek Slingenberg dat een collectieve actieopzet voor zonnepanelen op het dak van het Terra College. Elke wijk een ontmoetingsplek We vinden het belangrijk dat er in elke wijk een ontmoetingsplek is. Ontmoetingsplekken zijn het brandpunt van het sociale weefsel van de wijk. Een buurt- of dorpshuis kan een dergelijke rol vervullen, maar dat hoeft niet. Er zijn immers meer voorzieningen waar ontmoeting plaatsvindt. In de wijkagenda’s geven we dit samen met inwoners een plek. Soms is het slim om verschillende voorzieningen te combineren. Zo ontstaat er meer ontmoeting, is er sprake van duurzaam ruimtegebruik en wordt een efficiënte bedrijfsvoering mogelijk. Tegelijk ontstaat er flexibiliteit om in te spelen op nieuwe behoeften van de gemeenschap. Dit sluit aan bij de gedachte van een circulaire economie. Een voorbeeld is multifunctioneel kindcentrum Het Palet aan de Zuiderlaan, waarin 2 basisscholen, kinderopvang en consultatiebureau en een sportcentrum zijn ondergebracht. Stedelijke voorzieningen: toekomstgericht denken Onze gemeente heeft veel voorzieningen en dat willen we graag zo houden. We streven ernaar om onze voorzieningen te versterken en doen dit duurzaam en toekomstgericht. Het verzorgingsgebied van sommige voorzieningen reikt verder dan onze eigen gemeente en inwoners. Door toekomstgericht te denken, willen we voorzieningen creëren die aansluiten bij de behoeften van de gemeenschap, zowel nu als in de toekomst. Dit geldt bijvoorbeeld voor ons winkelaanbod en de horeca, maar ook voor voorzieningen als schouwburg Ogterop, het onderwijs, de sportaccommodaties en welzijns- en zorgvoorzieningen. Bereikbare en inclusieve voorzieningen Of het nu gaat om maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, sport of horeca, onze ambities voor deze voorzieningen zijn in de basis gelijk. De beschikbaarheid en kwaliteit van onze voorzieningen (in brede zin) dragen bij aan de brede welvaart in de gemeente Meppel en de regio. Voorzieningen zijn inclusief: iedereen kan meedoen, iedereen kan ervan gebruik maken of eraan bijdragen. Voorzieningen voor dagelijks gebruik zijn dichtbij. Denk hierbij aan basisscholen, supermarkten en de eerstelijnsgezondheidszorg. Minder gebruikte voorzieningen bevinden zich op iets meer afstand. Denk aan een zwembad, een kledingwinkel, een restaurant of sportclub. Nieuwe voorzieningen realiseren we op strategische plekken. Van belang is dat voorzieningen toegankelijk zijn en goed bereikbaar op een verkeerveilige manier voor al onze inwoners. Goede wandel- en fietsroutes naar voorzieningen zijn hierbij essentieel. Hiermee wordt aangesloten bij het STOMP-principe (zie paragraaf 5.4) en dit draagt bij aan een gezonde samenleving. Ook voor inwoners slecht ter been, met een rollator of rolstoel, moeten voorzieningen goed bereikbaar zijn. Doelen • In 2040 zijn er kwalitatieve en toegankelijke voorzieningen om te voorzien in de behoefte van inwoners en bezoekers, passend bij de regiofunctie van de stad Meppel. • Voorzieningen zijn via goed toegankelijke wandel- en fietspaden voor iedereen gemakkelijk en veilig te bereiken, waar nodig met openbaar vervoer of doelgroepenvervoer. Kaart 14: Voorzieningen en kaart 15: Inzoom centrumgebied 4.2 Inrichting en beheer van de openbare ruimte De openbare ruimte is de ruimte van ons allemaal. Hier verplaatsen we ons tussen wonen, werken en voorzieningen. We bewegen en spelen er, we sporten er of genieten er van de natuur. Steeds meer wordt de openbare ruimte een plek voor ontmoeting. Daarnaast is het van belang dat al onze inwoners de openbare ruimte kunnen gebruiken. Ouderen gaan tot op steeds hogere leeftijd over straat. Mensen met een beperking zijn steeds zelfstandiger. Dat stelt eisen aan onze openbare ruimte. Inrichting Er liggen veel ruimteclaims op onze openbare ruimte. Denk aan verkeer, gezondheid, tegengaan van hitte, droogte of wateroverlast. Soms versterken ze elkaar of kunnen ze prima samengaan. Soms zijn er keuzes nodig. Om deze keuzes afgewogen te maken, hanteren we een toetsingskader. Zo vinden we een balans tussen ruimtelijke kwaliteit, gebruikskwaliteit, toekomstkwaliteit en ecologische kwaliteit en ontstaat een optimale inrichting. Dit bepaalt in belangrijke mate hoe inwoners en bezoekers de openbare ruimte ervaren. Routes zijn toegankelijk voor mensen meteen beperking: ze zijn obstakelvrij omdat er goede parkeermogelijkheden zijn voor (elektrische) fietsen en scooters. Stoepen bieden voldoende ruimte voor gebruikers van scootmobielen en rolstoelen of mensen die slecht ter beenzijn. Via hulpmiddelen zoals noppentegels, rateltikkers, informatieborden in braille en beter verlichte trottoirs wordt de openbare ruimte toegankelijk voor iedereen. Beheer Los van een goede inrichting, is ook het beheer ervan belangrijk. Beheer draagt in belangrijke mate bij aan de manier waarom inwoners hun omgeving ervaren. Verwaarloosde straten kunnen een gevoel van onveiligheid oproepen. Een schone en hele omgeving is gezond en leidt tot netter gedrag. Schoon, heel, veilig en goed Onze omgeving moet schoon, heel, veilig en goed zijn. ‘Goed’ betekent dat inrichting en beheer aansluiten bij de functie ervan en de bijbehorende ambities van de gemeente. Dit realiseren we tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Voor het schoon, heel en veilig hanteren we een bestuurlijk besloten onderhoudsniveau. We continueren de bestuurlijke prijs-kwaliteitsafspraak voor het onderhoudsniveau van de openbare ruimte voor alle gebieden van de stad en het buitengebied. Kabels en leidingen We zorgen voor een veilige ligging van kabels en leidingen onder de grond. We minimaliseren de risico’s van kabels en leidingen voor milieu en gezondheid van mens en dier. Bruikbaarheid en het aanzien van de openbare ruimte zijn belangrijk bij wat we onder de grond met kabels en leidingen doen. Doel: • Onze openbare ruimte is schoon, heel, veilig en goed. Dit realiseren we tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Doorwerking • We stellen een omgevingsprogramma openbare ruimte op, op basis van onze huidige beheerplannen 4.3 Toerisme en recreatie Meppel ligt op de korte afstand van Nationaal Park de Weerribben-Wieden, het Reestdal, het Holtingerveld en Nationaal Park Dwingelderveld. Onze inwoners maken gebruik van deze gebieden om te recreëren. De combinatie van deze gebieden en het aanbod in de stad trekt ook bezoekers van verder weg. Toch leeft het gevoel dat Meppel het potentieel van kwaliteiten van de stad en de regio nog onvoldoende benut. Vertel het Meppeler verhaal Een gezamenlijk verhaal verbindt gemeenschappen en brengt trots, herkenning en inspiratie. ‘Weten waar je vandaan komt’ geeft een gezamenlijke basis om op voort te bouwen. Tegelijk biedt het een handvat om Meppel verder op de kaart te zetten voor toerisme en recreatie. Erfgoed leent zich uitstekend om het verhaal van Meppel, Nijeveen en de buitengebieden te vertellen. De gemeente Meppel kent 93 rijksmonumenten, 44 provinciale monumenten, 41 gemeentelijke monumenten en het beschermd stadsgezicht Meppel Oud-Zuid. Ook zijn er diverse archeologische vindplaatsen. Samen maken ze de stad en dorpen herkenbaar. Dit erfgoed beschermen we en maken we beter beleefbaar zodat ze nu en in de toekomst een bijdrage kunnen leveren aan het verhaal dat we willen vertellen. Overnachtingen We willen dat toeristen vaker kiezen voor Meppel als uitvalsbasis voor de regionale toeristische trekkers. Daarom willen we dat onze gemeente een voor de regio uniek aanbod aan overnachtingsadressen herbergt. We zien hiervoor uitbreidingsruimte in het buitengebied maar ook in en nabij de binnenstad, mits passend in de omgeving. In het buitengebied zijn er ook mogelijkheden voor extensieve recreatie. Recreatieve routes We maken ons fiets- en wandelnetwerk aantrekkelijker en verbeteren het met nieuwe recreatieve groene routes tussen stad, dorp en buitengebied. Ontbrekende schakels vullen we aan. Zo benutten we onze unieke ligging. Routes langs de beken brengen een verbinding tot stand tussen recreatie, mobiliteit en ons groenblauwe netwerk. Dit is een vorm van meervoudig ruimtegebruik. Onze parken en groengebieden in het stedelijk gebied bieden aangename plekken om te verblijven. We willen dat wandel- en fietsroutes voldoende schaduw hebben van bomen. Denk aan de monumentale bomen langs de Werkhorst, een belangrijke fietsroute de stad in. Waar mogelijk leggen we de verbinding met erfgoed en cultuur door middel van historische wandel- en fietsroutes of bijzondere kunstroutes. Binnenstad Onze binnenstad is een toeristische trekker vanwege haar cultuurhistorische kwaliteit, horeca, winkels en evenementen. Toeristen brengen levendigheid in de binnenstad en zorgen voor omzet bij onze ondernemers in de horeca en de retail. We willen de cultuurhistorische kwaliteit van de binnenstad vanuit dat oogpunt behouden en beter benutten. We onderzoeken het aanwijzen van een beschermd stadsgezicht in de binnenstad. Door de unieke kwaliteiten van ons grachtengebied te versterken maken we dit een nog mooiere plek om te bezoeken en verblijven. Evenementen Meppel staat in de regio bekend als een echte evenementenstad. Evenementen in en buiten de binnenstad dragen bij aan de rol van onze gemeente als de regionale trekker voor toerisme en recreatie en aan het sociale leven in onze regio. We willen dat evenementen een brede doelgroep bedienen en aansluiten bij de behoefte van onze inwoners binnen de gemeente en in de regio. Daarnaast willen we graag wat extra’s bieden. We onderzoeken of we meer evenementen met een bovenlokale uitstraling kunnen faciliteren. We streven naar evenementen die passen bij het karakter van Meppel en Nijeveen. Doelen • In 2040 zijn parken en groengebieden (waaronder het buitengebied) aantrekkelijk en herkenbaar. Ze zijn goed toegankelijk voor langzaam verkeer (wandelaar en fietser) via recreatieve groene wandel- en fietsroutes. Het buitengebied is binnen 25 minuten wandelen en binnen 15 minuten fietsen bereikbaar. • In 2040 heeft de gemeente Meppel een kwalitatief overnachtingsaanbod met meerwaarde voor de regio. • De verhalen en belevenissen van Meppel trekken in 2040 meer toeristen en bezoekers. Doorwerking • In de Archeologische beleidskaart gemeente Meppel (vastgesteld door de gemeenteraad in 2011) en de actualisatie daarvan (vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in 2024) hebben we verder uitgewerkt hoe we op een verantwoorde manier met het bodemarchief omgaan. In het omgevingsplan vertalen we de archeologische waarden en verwachtingen naar regels die deze (verwachte) waarden moeten beschermen. • In de beleidsnota Meppeler erfgoed NU (vastgesteld door de gemeenteraad in 2021) geven we richtingen uitvoering aan de omgang met ons bijzondere Meppeler erfgoed. We onderzoeken of en hoe we nog niet beschermd cultureel erfgoed willen beschermen. Zij zijn van de betekenis voor het stadsbeeld. In het omgevingsplan nemen we regels op die ons erfgoed moeten beschermen. • We werken nieuw evenementenbeleid uit. 4.4 Levendige binnenstad Onze binnenstad is een warm hart voor onze gemeente en de regio. Om dat ook in de toekomst te blijven is onderhoud nodig. Net als in andere steden verandert de binnenstad van plek om te kopen naar plek om te verblijven. Achterliggende trends zijn: toename van onlineverkoop, toename van thuiswerken en een toenemende behoefte aan ontmoetingsplekken. Ook zijn er een hoop woningen toegevoegd. Daarmee verandert de binnenstad in hoog tempo en staat haar functie als bruisend middelpunt onder druk. Verandering van winkelen naar wonen brengt nieuwe kansen, maar ook problemen met zich mee. Sommige inwoners ervaren overlast van geparkeerde fietsen, evenementen, horeca of een toenemende parkeerdruk door auto’s. Pakketbezorgers voor particulieren en toeleveranciers voor winkeliers zitten elkaar soms in de weg. Dit neemt in de toekomst alleen maar toe. De openbare ruimte is een schaars goed in de binnenstad. Dit zien we ook terug in het gebrek aan groen. Om hittestress tegen te gaan (zie eerder) zou het toevoegen van groen en water welkom zijn. De straten zijn echter smal. Dat vraagt om keuzes. Onze binnenstad maakt ons groot In onze binnenstad moet je zijn om gezellig te winkelen in de Woldstraat, te lunchen op een terrasje aan de Wheem, een feestje te bouwen op een Meppeldag, een hapje te eten voor je naar de bioscoop gaat, of om te wonen op een geweldige plek op Het Vledder. Dankzij onze bruisende binnenstad is Meppel ook ver buiten de gemeentegrenzen bekend. Vaak worden we een stuk groter geschat dan we daadwerkelijk zijn. Als je over Meppel begint, is de kans groot dat je gespreksgenoot de Meppeldagen en het Grachtenfestival kent. We hebben een sterke binnenstad, mededoor het historische karakter, een groot achterland en een bovengemiddelde aanwezigheid van familiebedrijven, zowel in horeca als in retail. Zo draagt de binnenstad op essentiële wijze bij aan ons vestigingsklimaat, zowel voor inwoners als bedrijven. Zo houden we de binnenstad vitaal Door trends als digitalisering en internet winkelen gaat de binnenstad anders functioneren. Dit vraagt om innovatieve ondernemers en beter geschoold personeel en daarmee aantrekkelijke werkomgevingen, om zo de concurrentie om een steeds schaarsere groep werknemers aan te gaan. Door deze trends verdwijnen er ook steeds meer winkels uit de binnenstad. Hierdoor ontstaat leegstand. Het overdekte winkelcentrum de Swaenenborgh is een goed voorbeeld. Maar ook uit traditionele winkelstraten zoals de Verlengde Hoofdstraat, de Molenstraat en het brede gedeelte van de Woldstraat vertrekken de ondernemers. Deze straten verkleuren steeds meer tot gemengde straten, waar woningen de overhand krijgen. Deels is dit bewust beleid: de gemeente stimuleert verplaatsing van winkels naar het kernwinkelgebied rond de Hoofdstraat. Zo is veel leegstand voorkomen. Bovendien helpen nieuwe woningen om de binnenstad mooi en aantrekkelijk te houden. Ook de nieuwe inrichting van straten en pleinen draagt hier aan bij. Via de Bedrijveninvesteringszone Binnenstad Meppel (BIZ) dragen winkeliers bij aan aantrekkelijke evenementen, wat de levendigheid vergroot. Sociaal-economisch perspectief We bouwen hierop voort door de ontwikkeling van een nieuw sociaaleconomisch perspectief voor de binnenstad, met ruimte voor nieuwe soorten bedrijvigheid, bijvoorbeeld in de dienstensector, vermaak en ambachtelijke en kleinschalige maakbedrijven. Ondernemers met vernieuwde concepten trekken een nieuw publiek, zorgen voorlevendigheid en diversiteit en een nieuw soort beleving. Deze bedrijven willen we de ruimte geven. Door de grotere diversiteit wordt de binnenstad aantrekkelijker als koopcentrum in de regio en dus economisch robuuster. Zo blijven we met onze partners werken aan een toekomstbestendige binnenstad. Samen aan de slag Samen met inwoners, ondernemers en evenementenorganisaties gaan we aan de slag voor een aantrekkelijke binnenstad. Naast een nieuw sociaaleconomisch perspectief vormen klimaatadaptatie, een goede bereikbaarheid, behoud en versterking van cultuurhistorische waarden opgaven voor de aantrekkelijkheid van de binnenstad. In hoofdstuk 5 gaan we hier nader op in. Doelen: • In 2040 is onze binnenstad een populair warm hart in de Regio Zwolle. • We hebben en houden een bruisende binnenstad met een gezonde balans tussen winkelen, werken, wonen en recreatie. Doorwerking • We werken aan de verschillende opgaven voor de binnenstad in een gebiedsgericht omgevingsprogramma voor de binnenstad. Kaart 16 Levendige binnenstad Levendig en leefbaar Opgave: transformeer de openbare ruimte zodat er balans blijft tussen een leefbare en beleefbare binnenstad. Laat de te behouden elementen beter tot haar recht komen door het terugwinnen van openbare ruimte op de (vracht)auto en de fiets. Richt de openbare ruimte op slimme plekken meer groen in om hittestress te voorkomen, zonder dat dit ten koste gaat voor ruimte van evenementen. Dit vraagt om scherpe keuzes in de openbare ruimte in een totaalplan voor de toekomst van de binnenstad. Opgave: Transformeer de openbare ruimte zodat deze uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Werk aan een inclusieve openbare ruimte waar ook ouderen en mensen met een beperking zelfstandig gebruik van kunnen maken. Opgave: Benut de combinatie van kwaliteiten van stad, buitengebied en regio om toerisme en recreatiesector te laten groeien. Houd het cultureel erfgoed van de gemeente levend, maak het zichtbaar waar mogelijk en ga er verantwoord mee om. Opgave: Bescherm de meest kwetsbare inwoners door te zorgen voor toegankelijke en duurzame zorgvoorzieningen. Houd rekening met de behoeften aan ontmoeting van gemeenschappen. Zorg dat ongelijkheid tussen wijken afneemt, door (o.a.) een gevarieerd woningaanbod en versterking van sociale structuren. Iedereen moet kunnen meedoen inde maatschappij. buurtfeest wijkcentrum Koedijkslanden 5 Kwalitatieve en inclusieve groei 5.0 Kwalitatieve en inclusieve groei Onze samenleving verandert. Meppel verandert mee, maar wil tegelijk haar kwaliteiten behouden. Een veranderende maatschappij vraagt om sterke voorzieningen in onze dorpen en wijken. Tegelijk willen we onze bovenlokale voorzieningen sterk draagvlak geven. Zo behouden we onze regiofunctie en houden we onze gemeente levendig en leefbaar. Groei van het aantal inwoners is daarom nodig. We willen niet groeien om het groeien, maar kiezen voor kwalitatieve vooruitgang, passend bij onze identiteit. We behouden onze groenblauwe basis, onze diversiteit, onze gastvrijheid, levendigheid en regiofunctie. Wonen en werken brengen en houden we in balans. We groeien inclusief, iedereen kan meedoen. Zo geven we antwoord op de vragen van nu en de toekomst. 5.1 Woningbouw De Nederlandse bevolking groeit nog steeds. Hoewel de groei op lange termijn steeds langzamer gaat. Naar verwachting groeit de Nederlandse bevolking elke 15 jaar met 400.000 personen. De Meppeler bevolking groeit tot 2035 met 6%. Dit is de hoogste groei van Drenthe. De bevolking groeit niet alleen, ze verandert ook van samenstelling. Het aandeel ouderen stijgt explosief. In 2060 is 11% van de bevolking 65 of ouder (nu: 5%). Dit leidt tot een grotere vraag naar zorg en meer behoefte aan zorgpersoneel. De beroepsbevolking wordt juist steeds kleiner. Er worden minder kinderen geboren. Dit noemen we ‘ontgroening’. Behoud van de Meppeler beroepsbevolking is van belang om de gemeente vitaal te houden. Tegelijk blijft het aantal mensen per huishouden afnemen. Dat noemen we gezinsverdunning. Dit doet de vraag naar woonruimte stijgen. Er is een dringende behoefte aan een divers en uitgebreid woningaanbod. Dit betekent dat Meppel haar verantwoordelijkheid moet nemen om het woningaanbod groter en diverser te maken, ondanks de uitdagingen zoals hoge bouwkosten, dure grond, stijgende hypotheekrente, langdurige procedures en een tekort aan vakmensen in de bouw. Meppeler bevolking ingedeeld in leeftijdsklassen, in 2023 en 2040 Hoeveel we willen bouwen We zetten in op groei en versnelling in de woningbouw. Zo verminderen we de woningnood en kunnen we nieuwe kwaliteiten toevoegen aan onze gemeente. We bouwen 1500 extra woningen om te groeien naar 42.500 inwoners. Een belangrijk deel daarvan is bedoeld voor kleine huishoudens. Zo bevorderen we de doorstroming en anticiperen we op de gezinsverdunning. Locatie Aantallen Status Nieuwveense Landen 2100 750 gerealiseerd 1350 vastgelegd in omgevingsplan Noordpoort 978 Vastgelegd in nota van uitgangspunten voor het omgevingsplan Overige locaties (inbreiding) 350 Nog gedeeltelijk vast te leggen in plannen Overige locaties (uitbreiding) 65 Nog gedeeltelijk vast te leggen in plannen Nieuwe ontwikkelingen 1500 Nog vast te leggen in plannen Bouwen in bestaande stad en dorpen We zetten primair in op bouwen binnen de bebouwde kom. Dat noemen we inbreiding. Zo sparen we het landelijk gebied en behouden we groen. We transformeren of herontwikkelen bestaande locaties in het stedelijk gebied. Ook benutten we mogelijkheden om woningen te splitsen en om woningen van een extra bouwlaag te voorzien. Dat noemen we optoppen. We kijken vooral naar Noordpoort (gebied in ontwikkeling) en het stationsgebied, inclusief Ezinge (ontwikkelgebied) en kleinere locaties zoals het voormalig ziekenhuisterrein, waar we onder andere denken aan zorgwoningen. Paragrafen 7.5 en 7.6 vertellen hier meer over. Uitbreidingslocaties Met alleen inbreiding gaan we de woningbouwopgave niet halen. Bovendien is inbreiding complex, duur en tijdrovend. Daarom voegen we een extra fase toe aan uitbreidingslocatie Nieuwveense Landen en verhogen we hier het bouwtempo fors. Op termijn (na 2040) zien we mogelijkheden voor verdere uitbreidingslocaties ten oosten van de Oosterboer, bij Slingenberg in de gemeente Staphorst en bij Nijeveen. Hierbij sluiten we aan op huidige stedelijk een landschappelijke structuren. Ook kunnen de linten van Kolderveense en Nijeveense Bovenboer en wellicht Kolderveen en Nijeveen hier en daar worden verdicht. Voor wie bouwen we? We bouwen voor een gedifferentieerd publiek. De nadruk ligt op betaalbaarheid en duurzaamheid. We houden rekening met een spreiding van sociale huurwoningen over alle wijken, om zo segregatie te voorkomen en integratie te bevorderen. Hierbij trekken we samen op met de woningbouwcorporaties. We willen een aantrekkelijke gemeente zijn voor jonge huishoudens. Zij maken gebruik van onze (bovenlokale) voorzieningen. We willen daarmee anticiperen op de landelijke demografische ontwikkelingen van vergrijzingen en ontgroening. Een belangrijk deel van de extra woningen bouwen we voor kleine huishoudens van 1 en 2 personen. Zo spelen we in op de toenemende vraag (zie ook het door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde beleid “Bouwstenennotitie wonen”). We doen een behoefteonderzoek om preciezer beeld van deze vraag te krijgen. Dit werken we verder uit in het omgevingsprogramma Wonen en Voorzieningen. Woningtypen We willen kwalitatief groeien. Daarom bieden we ruimte aan verscheidenheid in vormgeving en opbouw van woningen passend bij de omgeving: architectonisch, circulair, energieneutraal, klimaatadapatief en natuurinclusief (zie ook de ontwikkelprincipes in hoofdstuk 6). We kiezen voor inbreiding en verdichting van bestaande woongebieden. Dat betekent ook dat er hogere gebouwen bijkomen. We zoeken naar een juiste balans tussen laagbouw en hoogbouw met respect voor de bestaande omgeving. Dat hoort bij een stad die met zijn tijd meegaat. Behoorlijke huisvesting In de gemeente Meppel werken we aan behoorlijke huisvesting. Dit is niet slechts een abstract ideaal, maar een fundamenteel mensenrecht en grondrecht. Zonder toegang tot behoorlijke huisvesting worden ook alle andere mensenrechten bedreigd. Wij definiëren behoorlijke huisvesting als het voldoen aan de vier voorwaarden. Ze hangen samen met de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG) van de Verenigde Naties. • Betaalbaarheid: Volgens NIBUD zouden lage inkomens niet meer dan 30% van hun inkomen aan woonlastenmoeten besteden. Dit zorgt ervoor dat gezinnen meer kunnen besteden aan andere essentiële behoeften zoals voedsel en kleding, en stimuleert economische groei omdat mensen meer ruimte hebben om te besteden of investeren. (SDG 1: Geen armoede, SDG 2: Geen honger, SDG 8: Eerlijk werk en economische groei); • Passendheid: De woning is groot genoeg voor het huishouden dat erin woont. Een te kleine woning voor een gezin kan de kinderen belemmeren in het maken van huiswerk. De woning komt tegemoet aan specifieke fysieke behoeften (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijkheid of levensloopbestendigheid). Voorzieningen zoals scholen zijn dichtbij. (SDG 4: Kwaliteitsonderwijs, SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen); • Gezondheid: De woning schaadt de gezondheid van de bewoners niet. Dit betekent geen schimmel, geen loden leidingen en geen woningen in vervuilende omgevingen. Dat draagt bij aan een betere gezondheid en toegang tot schoon water en sanitaire voorzieningen. (SDG 3: Goede gezondheid en welzijn, SDG 6: Schoon water en sanitair); • Duurzaamheid: De woning is energie-efficiënt. Dit zorgt voor lagere woonlasten en lager energiegebruik (SDG 7:Betaalbare en duurzame energie). Doelen: • In 2040 heeft onze gemeente 42.500 inwoners. • In 2040 hebben we een relevant deel van de extra woningen gebouwd voor kleine huishoudens van 1 en 2 personen (aan de hand van behoefteonderzoek bepalen we het aantal). • In 2040 is tenminste 50% van onze woningen betaalbaar (lager dan de grens van Nationale Hypotheek Garantie) • In 2040 is de huisvesting betaalbaar voor lage inkomens, passend voor de inwoners, draagt deze bij aan de gezondheid en is de woningvoorraad duurzaam. Doorwerking • We stellen een omgevingsprogramma Wonen op. 5.2 Een diverse economie Onze gemeente is het kloppende economische hart van een groot verzorgingsgebied. Er zijn meer banen dan de beroepsbevolking groot is. Binnen de regio Zwolle geldt dit verder alleen voor Zwolle en Hoogeveen. De kracht van de Meppeler economie zit ‘m in zijn diversiteit. Daardoor kunnen we tegen een stootje. De tijd dat Meppel een echte drukkersstad of schippersstad was, ligt ver achter ons, maar de Meppeler ondernemersgeest is nooit weggeweest. Onze economische dynamiek is groot en onze ondernemers hebben altijd nieuwe en innovatieve ideeën. Dat is van groot belang voor de economische ontwikkeling en versterking van Meppel. De evenementenbranche in Meppel is daar een goed voorbeeld van. De mooiste podia gaan vanuit Meppel heel Europa door voor het songfestival of de Formule
  1. Deze branche spreekt jong talent aan en zet Meppel positief op de kaart. Als we kwalitatief willen groeien, moeten we niet alleen woningen bouwen, maar ook zorgen dat het aantal banen groeit en de diversiteit van onze economie behouden blijft. Verandering vraagt om samenwerking De economie verandert. Transities als de eiwittransitie, de circulaire economie en verduurzaming van productieprocessen vragen om innovaties, start-ups, nieuwe clusteringen en samenwerkingen. Dit vraagt om ruimte op bedrijventerreinen en in de stad (zie 5.3), maar vooral om sterke samenwerkingen en combinaties in broedplaatsen. Ondernemers zijn de basis Onze ondernemers zijn onze basis. De ondernemersverenigingen zijn ons eerste aanspreekpunt als het gaat om economische ontwikkelingen in onze gemeente. Via hen weten we wat er leeft onder ondernemers. We bestendigen deze samenwerking en geven deze gezamenlijk verder vorm. Arbeidsmarkt Voor arbeidsmarktvraagstukken en innovatie werken we samen binnen de regio Zwolle. Meppelers op zoek naar een baan zijn van oudsher vooral gericht op Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel. In het Werkgeversservicepunt Regio Zwolle, en dan specifiek de subregio rond Meppel, werken we samen aan arbeidsmarktvraagstukken en begeleiden we werkzoekenden die wat extra hulp nodig hebben naar werk. Binnen en met de Regio Zwolle werken we ook aan verbeteren van ondernemersdienstverlening, arbeidsmarktvraagstukken en het inspelen op belangrijke trends rond grootschaligheid en ruimte voor innovatie. Kenniscampus Meppel heeft twee bloeiende lerarenopleidingen voor internationale scholen. Dat geeft ons een unieke positie in Europa en misschien wel de wereld. Dit geeft werkgelegenheid en trekt honderden nieuwe jonge inwoners aan en draagt zo direct en indirect bij aan onze lokale economie. We willen de ontwikkeling van een kenniscampus zo goed mogelijk faciliteren, zodat slimme combinaties tussen onderwijs, studentenhuisvesting en innovatieve bedrijvigheid ontstaan. Een geschikte omgeving hiervoor is het stationsgebied, samen met Blankenstein. Deze ligging geeft mogelijkheden om de kenniscampus te verbinden met onderwijs en start-ups in de regio. Door hier ruimte te bieden aan samenwerking binnen de “triple helix” van onderwijs, ondernemers en overheden brengen we jong talent in aanraking met de uitdagingen van de Meppeler bedrijven en instellingen. Zo boeien en binden we dit jonge talent, zij vormen de toekomst van onze vitale Meppeler samenleving. Havens als knooppunt voor grondstoffen en circulaire economie Het havenbedrijf Port of Zwolle is voor ons een belangrijke intermediair in de samenwerking met het bedrijfsleven. Via Port of Zwolle stimuleren we het vervoer over water, werken we aan innovaties rondom de eiwittransitie en de circulaire economie en lobbyen we voor investeringen vanuit Rijk en Europa in onze regio. Samen met onze partners willen we de regionale havengebieden op een duurzame wijze ontwikkelen om zo het verdienmodel en de innovatiekracht van ons bedrijfsleven toekomstbestendig te maken. Onze havens langs het Meppeler Diep en de Drentse Hoofdvaart spelen als knooppunt voor grondstoffen en circulaire economie een essentiële rol in de regionale transities rond bouw, energie en eiwitten. Deze ontwikkelingen vragen om meer watergebonden bedrijfskavels. Maakindustrie in maritieme sector Ook in onze havengebieden zien we meer kansen om waarde toe te voegen. Bijvoorbeeld door het stimuleren van innovatie in de levensmiddelenindustrie of rond grondstoffen voor de bouw, maar ook door jacht- en scheepsbouw. Afgelopen jaren heeft de maritieme industrie in de gemeente Meppel zich ontwikkeld tot een cluster rondom hoogwaardige scheeps- en jachtbouw. Luxe jachten uit de gemeente Meppel zijn te vinden in Cannes, brandweerboten in Hanoi en op de grootste botenshows ter wereld zorgen Meppelers dat boten er spic en span uitzien. Dit soort bedrijven vormt een niche en weet elkaar te versterken. Er is nu al sprake van een soort Maritiem Kwartier aan de Zomerdijk. Dit willen we versterken. Agrarische sector In onze gemeente zijn ongeveer 70 agrarische bedrijven actief. Gezien de ontwikkelingen op (inter)nationaalniveau hebben zij dringend behoefte aan perspectief. Het buitengebied is in transitie, gezamenlijk zoeken we naar nieuwe mogelijkheden in het buitengebied, zowel agrarisch als niet-agrarisch. Denk hierbij aan agrarisch gerelateerde bedrijvigheid, opwek van duurzame energie, kleinschalige recreatie of een bedrijfsvoering gericht op natuurontwikkeling. Een voorwaarde is dat deze activiteiten qua aard en omvang passen in de omgeving. De provincie Drenthe ontwikkelt daarom provinciaal beleid voor het landelijk gebied. In aansluiting daarop maken we een (gemeentelijk) omgevingsprogramma buitengebied. Zo zorgen we voor samenhang en balans tussen verschillende activiteiten in het buitengebied en hebben agrariërs, inwoners, gemeente en andere belanghebbenden een duidelijk perspectief voor de toekomst. Doel: • We behouden en versterken onze positie als regionaal economisch centrum. In 2040 zijn Meppeler bedrijven in minimaal drie sectoren wereldtop en wordt vanuit de samenwerking tussen onderwijs, ondernemers en overheden geïnnoveerd met landelijke impact. Doorwerking: • We stellen een omgevingsprogramma ruimtelijke economie op. • We stellen een omgevingsprogramma buitengebied op. Kaart 17 Bedrijventerreinen 5.3 Bedrijventerreinen Veranderingen in onze maatschappij zien we terug in het karakter en het uiterlijk van bedrijventerreinen. De verandering naar een circulaire economie vraagt meer ruimte op bedrijventerreinen om zo de productieketens lokaal of regionaal sluitend te kunnen maken. De eiwittransitie zorgt voor een heel andere keten in de voedingsindustrie. De energietransitie zorgt dat de beschikbaarheid van energie veel sturender wordt in ruimtelijk-economische keuzes. Water en groen vragen en verdienen meer ruimte op werklocaties om ze aantrekkelijker en gezonder te maken en om ze leefbaar te houden in steeds extremere weersomstandigheden. Het ruimtebeslag van bedrijventerreinen zal daarom stijgen. De Nota Ruimte van het Rijk laat zien dat er landelijk een stijging van15% procent wordt verwacht. Ruimte voor de nieuwe economie Transformatie naar een circulaire economie en het verduurzamen van bedrijven vraagt om ruimte en geeft kansen. We willen bedrijven met een hoge toegevoegde waarde meer ruimte bieden. Zo faciliteren we lokale ondernemers en bedrijven in hun ontwikkeling en groeibehoefte. In bestaande panden en op bestaande bedrijventerreinen, maar ook op nieuwe bedrijventerreinen. In alle gevallen streven we streven naar toekomstbestendige en bedrijventerreinen: plekken waar ondernemers zonder problemen duurzaam kunnen ondernemen, innoveren en groeien. Plekken waar werknemers veilig en gezond en met plezier kunnen werken. Plekken die goed bereikbaar zijn per schip én fiets. Plekken die natuurinclusief en klimaat robuust zijn. Plekken met een robuuste digitale en energie-infrastructuur. De (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen is niet los te zien van de samenwerking in de Regio Zwolle. Hier laten we samen met onze bedrijven en onderwijsinstellingen zien dat samenwerken loont om onze economie toekomstbestendiger en de arbeidsmarkt sterker te maken; ook over gemeente- en provinciegrenzen heen. Zo werken we samen aan het versterken van de brede welvaart. Ruimtelijk gezien komt dit naar voren in de Ruimtelijk Economische Bouwsteen 2040 van de Regio Zwolle en regionale programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen in Zuidwest Drenthe. Opgave Verduurzaming Verduurzaming is een grote opgave, maar biedt ook een oplossing voor problemen als schaarste aan grondstoffen, netcapaciteit, arbeidskrachten, ruimte en energie. Een duurzame bedrijfsvoering wordt in onze maatschappij de norm en wie straks niet duurzaam is, verliest zijn licence to operate. Duurzame bedrijventerreinen dragen hier aan bij. Verduurzaming ligt in de eerste plaats in de handen van onze ondernemers en bedrijven. Zij weten het beste wat nodig is om hun bedrijf ook over 15 of 25 jaar gezond te houden. We trekken daarom samen met hen op. Voor het energievraagstuk betrekken we ook de netbeheerders en de provincie hierbij. Transformatie van bedrijventerreinen Efficiënt ruimtegebruik in de bestaande stad is ons uitgangspunt. Daarom zetten we eerst in op inbreiding: het herstructureren en beter benutten van bestaande bedrijventerreinen. Net als bij woningbouw is dit complex, kostbaar en tijdrovend. Bovendien is schuifruimte nodig om een optimale ruimtelijke indeling van bedrijven te bereiken: het juiste bedrijf op de juiste plek. Zo faciliteren we bestaande bedrijven om in Meppel te blijven en hier te groeien en hun rol te nemen in de transities die op ons af komen. Nieuwbouw kan nodig zijn als dit in bestaande bedrijfsgebouwen niet mogelijk is. Verkleuring en versnippering We zijn zuinig op onze bedrijventerreinen. Verkleuring en versnippering zijn daarom onwenselijk. • We hebben veel watergerelateerde bedrijvigheid. Vervoer per schip is vele malen duurzamer dan vervoer over de weg. Daarom willen we de ruimte op onze havengebieden zo goed mogelijk benutten. Bestaande bedrijventerreinen maken daarom geen plaats voor woningbouw. • Toename van het aantal bedrijfsverzamelgebouwen zorgt voor versnippering van eigendom en het bezetten van schaarse ruimte op bedrijventerreinen. Bovendien brengen verzamelgebouwen weinig arbeidsplaatsen met zich mee en bestaat er een verhoogd risico op ondermijnende activiteiten. Daarom willen we in de toekomst de komst van nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen zo veel mogelijk beperken. Nieuwe werklocaties Noord III en IV Naast de behoefte aan schuifruimte vanwege de transformatie van bestaande bedrijventerreinen, is er behoefte aan nieuwe werklocaties, zo blijkt uit behoefteramingen uitgevoerd door de provincie Drenthe, de Regio Zwolle ende gemeente zelf. Op dit moment is Noord III in ontwikkeling. De volgende grotere uitbreidingslocatie is Noord IV, dat nu nog een agrarische functie heeft. Hier ontwikkelen we in de toekomst bedrijvigheid in combinatie met onze verduurzamingsopgaven. Voor Noord IV bouwen we voort op de vastgestelde structuurvisie ‘omgevingsprogramma Noord IV’. Tegelijk actualiseren we de programmering (kwalitatief en kwantitatief) om zo de grootste meerwaarde voor Meppel te bereiken. Bijvoorbeeld als belangrijke schakel in de energietransitie. Overige ontwikkellocaties In de toekomst zien we mogelijkheden voor uitbreiding van bedrijvigheid bij Rogat en langs de A32 (in nauwe afstemming met Steenwijkerland). Daarvoor werken we plannen uit. Hieruit zal moeten blijken dat deze ontwikkelingen meerwaarde hebben voor onze gemeente en de regio. Hiermee sluiten we aan bij de aanbevelingen uit de Ruimtelijkeconomische Bouwsteen 2040 van de Regio Zwolle. Ontwikkeling van de haven bij Oevers S sluiten we uit. Wel blijven we met de gemeente Staphorst in contact voor afstemming over de toekomst van dit gebied. Grip op grote ruimtevragers De ruimte is schaars, daarom gaan we bedachtzaam om met grootschalige ontwikkelingen. Bij grootschaligheid wordt al snel gedacht aan grote logistieke dozen langs de snelweg van bedrijven met amper werknemers en zonder regionale binding. Echter een groot deel van de vraag naar grootschalige vestigingslocaties komt vanuit het lokale en regionale bedrijfsleven. Bedrijven van 3 hectare of groter zijn voor Meppeler begrippen grootschalige bedrijven. Het gaat om bedrijven als een groothandelsbakkerij, een farmaceutisch bedrijf, een melkpoederproducent, een lakfabriek voor cabine- en chassisonderdelen, de containerterminal en diverse bedrijven aan de Sethehaven. Dit soort bedrijven is van belang voor Meppel. We willen hun ontwikkeling blijven faciliteren. Voordat wij meewerken aan de komst van nieuwe grote ruimtevragers, toetsen we deze op hun bijdrage aan de economische structuur van Meppel. Dit gaat dan om (hoogwaardige) werkgelegenheid, bijdrage aan de transities, innovatie en de invulling van de achterblijvende locatie. Voor de landschappelijke inpassing van grootschalige vestigers (kavels groter dan 5 hectare) gebruiken we de ‘Handreiking inpassing grote vestigers’ van de provincie Drenthe. Ook bij de vestiging van bedrijven van 3 tot 5 ha nemen we de landschappelijke inpassing mee in onze afwegingen. Randvoorwaarden en uitgifte Als gemeente kunnen we niet bepalen waar bedrijven zich vestigen. Wel stellen we randvoorwaarden aan de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Dit doen we via ons omgevingsplan en via uitgifteprocedures. We onderzoeken of we erfpacht ook kunnen inzetten als instrument om bedrijventerreinen vitaal te houden. Doel • Wij bieden onze bedrijven de ruimte om toekomstbestendig te ondernemen. Op bestaande bedrijventerreinen waar het kan, op nieuwe bedrijventerreinen als het moet. Doorwerking • We stellen een omgevingsprogramma ruimtelijke economie op. 5.4 Mobiliteit Meer inwoners en bedrijven betekent bijna automatisch meer vraag naar mobiliteit. Tegelijk is er een grote verandering gaande in de Nederlandse mobiliteit. We gaan van bezit naar gebruik, van privé-auto naar deelvervoer, van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd. Daarbij moeten vervoersmiddelen een vergelijkbare mate van comfort bieden. Het vraagt nieuwe keuzes om zo goed als mogelijk op deze veranderingen in te spelen en verandering in mobiliteit te faciliteren en vergemakkelijken en tegelijkertijd toe te werken naar duurzamere vormen van mobiliteit. Dagelijks verkeer Mensen maken veel ritten dagelijks. Denk aan woon-werkverkeer, de rit naar school of supermarkt. Het gebied waarin dagelijkse verplaatsingen zich afspelen noemen we het ‘daily urban system’. Dit is in Meppel vrij groot, vanwege de regiofunctie en het feit dat de gemeente meer banen dan beroepsbevolking heeft. De pendel naar de stad is groter dan de pendel de stad uit. Automobiliteit is hierbij belangrijk. Mensen in het buitengebied zijn hiervan grotendeels afhankelijk. Een groot deel van de dagelijkse ritten vindt plaats binnen onze eigen gemeente. Daar is de fiets weerbelangrijk. Meppel en Nijeveen zijn vanwege hun schaal bijzonder fietsvriendelijk. Binnen Meppel is alles binnen 15-20 minuten bereikbaar. Een rit van Nijeveen naar de binnenstad duurt een kwartier. Verplaatsingen verminderen en verkorten In de verandering van mobiliteit willen we het aantal verplaatsingen verminderen of ritten verkorten. Wie dichtbij terecht kan, hoeft niet ver te reizen. Dat vraagt om een balans tussen beroepsbevolking en werkgelegenheid. Onze keuzes over wonen en werken en andere ruimtelijke keuzes, bijvoorbeeld rondom voorzieningen, zijn hierin sterk sturend. Duurzame vormen van vervoer gaan voor minder duurzame vormen. Dit is ook wel bekend als het STOMP-principe. Dit staat voor Stappen – Trappen - Openbaar Vervoer - Medegebruik (deelmobiliteit) en Particuliere auto (Privé vervoer). Wandel- en fietsroutes We stimuleren lopen en fietsen. Daarom versterken we ons fijnmazig wandel- en fietsnetwerk. We zorgen voorkortere, aantrekkelijke fiets- en wandelroutes. Fietsen moet sneller zijn dan de auto pakken. Goede fietsverbindingen ,ov-verbindingen en een duurzaam mobiliteitssysteem zijn van belang om ons buitengebied met de stad te verbinden. Mobiliteitshubs Deelvervoer wordt steeds belangrijker, overstappen wordt steeds minder een probleem. Een deelscooter laatje achter bij het station om met de trein verder te gaan. Of aan de rand van de binnenstad om het laatste stukjewandelend af te leggen. We willen toe naar de ontwikkeling van mobiliteitshubs die het overstappen zo gemakkelijk mogelijk maken. Het treinstation van Meppel krijgt hierin een prominente rol. Onder andere met een mix van deelvervoer, openbaar vervoer, oplaadmogelijkheden en parkeervoorzieningen passend bij de behoeftes van de diverse gebruikers. En een goede afstemming en aansluiting (ook in tijd) hiertussen met aantrekkelijke wacht- en verblijfsruimte. Auto Het gebruik van de privéauto ontmoedigen we, bijvoorbeeld door de auto minder ruimte te geven in de binnenstad en dit meer geconcentreerd op te vangen aan de randen van het centrum. Wel houden we oog voor de inwoners en bezoekers die voor hun verplaatsingen van de auto afhankelijk zijn en blijven, bijvoorbeeld vanuit de dorpen en buurtschappen of mensen met een beperking. Parkeren Inspelen op het toekomstige veranderingen van mobiliteit betekent ook de overgang naar een ander parkeersysteem en parkeervoorzieningen. We bieden ruimte aan het parkeren (van deelauto’s en eigen auto’s) op centrale pleinen, we voorzien in voldoende laadmogelijkheden en duurzame laadcapaciteit. Dat betekent dat er meer ruimte in de wijken en buurten overblijft voor een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte via bijvoorbeeld vergroening. De duurzame mobiliteitstransitie vraagt wel om uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. In samenwerking met netbeheerders en provinciale programma’s pakken we dit op. Meppel als poort van het noorden We zetten ons samen met de regio in voor Rijks- en provinciale infrastructuurprogramma’s. Waar het kan leveren we een bijdrage aan de mobiliteitstransitie, de verbetering van de doorstroming, de verkeersveiligheid en de versterking van het spoornetwerk. De stad Meppel ligt immers in het scharnierpunt van de Randstadverbindingen naar het noorden. We zijn trots op de knooppuntfunctie die we in dit systeem hebben en willen dat graag zo houden. Het zijn onze levensaders. En als gemeente met een regionale blik kunnen we niet zonder. Doelen: • In 2040 hebben we het STOMP-principe zo veel mogelijk toegepast in projecten en plannen. • In 2040 hebben we de ontbrekende schakels in het fiets- en wandelnetwerk ingevuld. • In 2040 speelt het treinstation van Meppel een prominente rol als mobiliteitshub. • In 2040 faciliteert de laadinfrastructuur de verduurzaming van ons mobiliteitssysteem. Doorwerking • In het omgevingsprogramma mobiliteit werken we uitgangspunten en maatregelen rond alle verkeerskundige thema’s verder uit. 5.5 Ruimtelijke kwaliteit De groei van onze gemeente en de ontwikkelingen daarin moeten leiden tot een omgeving die klopt. Ze moet bijdragen aan bestaande kwaliteiten en deze versterken. Kwaliteit van de leefomgeving is een breed begrip en raakt al onze vier ambities. Het gaat om onze biosfeer als basis en een duurzame, leefbare en levendige omgeving die dienend is aan onze maatschappij en economie. Kwaliteiten als erfgoed, cultuurhistorie en landschap hebben daarin een belangrijke bijdrage. De kwaliteit van de gebouwde omgeving wordt daarnaast bepaald door stedenbouwkundige kwaliteit en de beeldkwaliteit van individuele gebouwen. Beeldkwaliteit Hoe we met beeldkwaliteit omgaan, verschilt per gebied en de waardering ervan. Aan de ene kant passen we de beeldkwaliteit aan op de bestaande omgeving, door terughoudende vormgeving, architectuur en materiaal- en kleurgebruik. Aan de andere kant bouwen we voort op of reageren op oude kenmerken met nieuwe vormen en materialen. De eisen voor beeldkwaliteit staan in het omgevingsplan. De waardering en ambitie per gebied bepalende eisen voor beeldkwaliteit in een gebied. Deze waarderingen staan in onze welstandsnota’s. (Welstandsnota Meppel, 2005; Welstandsnota Meppel – Binnenstad en centrumschil, 2014). Stedenbouwkundige kwaliteit Waar beeldkwaliteit gaat over vormgeving, architectuur en materiaal- en kleurgebruik, gaat stedenbouw over structuur, massa en hoogte. Onze stad, dorpen en buitengebied kenmerken zich door voornamelijk laagbouw(twee of drie verdiepingen) met hoogteaccenten, met name in de stad. Hoe we hiermee omgaan verschilt per gebied. Keuzes hierover hangen samen met de bestaande kwaliteiten van een gebied. Zowel voor woningbouw als bedrijventerreinen varen we een koers van ‘inbreiding’ en verdichting. Dat betekent ook dat er hogere gebouwen bijkomen. In die zin zal Meppel veranderen. Daarbij respecteren we altijd de bestaande omgeving. Cultuurhistorische kwaliteit We beschermen de cultuurhistorische kwaliteiten van beeldbepalende panden, monumenten, structuren en landschappen. We gebruiken de cultuurhistorische inventarisatie en waardenstelling om de kwaliteiten te bepalen.We willen specifiek de cultuurhistorische kwaliteit van de binnenstad behouden en beter benutten. We onderzoeken het aanwijzen van een beschermd stadsgezicht in de binnenstad. We beseffen dat er soms spanning ontstaat tussen beschermen van cultuurhistorische kwaliteiten aan de ene kant en ontwikkeling en verduurzaming aan de andere kant. Doelen • In 2040 is de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente passend bij het historische karakter aan de ene kant en het toekomstig stedelijk karakter aan de andere kant. Inclusieve en kwalitatieve groei Opgave: Transformeer het mobiliteitssysteem en de openbare ruimte zodanig dat duurzame mobiliteit prioriteit krijgt boven minder duurzame vormen. Werk volgens het STOMP-principe. Opgave: Bescherm een eenduidige en passende beeldkwaliteit zodat elke wijk, buurt of dorp zijn eigen uitstraling behoudt. Houd het cultureel erfgoed van de gemeente levend, maak het zichtbaar waar mogelijk en ga er verantwoord mee om. Opgave: Ontwikkel aantrekkelijke werkomgevingen en investeer in scholing en bijscholing om beter gekwalificeerd personeel aan te trekken. Faciliteer samenwerking tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en de gemeente om innovatieve en concurrerende binnensteden te creëren. Opgave: Ontwikkel toekomstbestendige bedrijventerreinen en transformeer bestaande terreinen door ruimte te bieden voor circulaire economie, digitale innovatie, en duurzame energievoorziening. Integreer groen- en waterelementen op werklocaties om ze leefbaar te houden en te beschermen tegen extreme weersomstandigheden. Zo ontstaan veerkrachtige en aantrekkelijke economische omgevingen. Opgave: Ontwikkel voldoende betaalbare en duurzame woningen om aan de groeiende vraag te voldoen. Richt je op het bouwen van woningen voor jongeren en ouderen omeen evenwichtige bevolkingssamenstelling te behouden. Stimuleer doorstroming op de woningmarkt door nieuwbouw, optoppen en splitsen van bestaande woningen. B Werken aan onze leefomgeving 6 Ontwikkelprincipes 6.0 Ontwikkelprincipes Deze omgevingsvisie is geen vaststaand beeld. Het geeft een richting aan. Dat is maar goed ook, want de samenleving verandert voortdurend. Veel veranderingen zijn niet te voorspellen en hebben grote gevolgen. Denk aan de corona-uitbraak en de oorlog in Oekraïne of technologieën als AI. Als de situatie verandert, spelen we daarop in. Maar hoe doen we dat? Hoe gaan we om met nieuwe ontwikkelingen? We maken gebruik van ontwikkelprincipes. 6.1 Vier ontwikkelingsprincipes Om koers te houden in een veranderende samenleving gebruiken we ontwikkelprincipes. Vier algemene ontwikkelprincipes staan hieronder. Daarnaast zijn er voor elke ambitie specifieke ontwikkelprincipes. Die staan in 6.
  2. Met deze principes controleren we of nieuwe ontwikkelingen passen bij ons eerder beschreven toekomstbeeld. Elk principe vult een deel van dat toekomstbeeld in. Ze zijn gebaseerd op de zeven uitgangspunten uit de visie op de fysieke leefomgeving uit 2021 ‘Samen bouwen aan Kwaliteit’. Zo bouwen we ook voort op die visie. Samen vormen de ontwikkelprincipes een kader waaraan nieuwe plannen en ontwikkelingen moeten voldoen. Grote ontwikkelingen die ingrijpen op onze leefomgeving moeten passen binnen de vier ontwikkelprincipes. Als dat niet zo is, compenseren we dat. I. Ontwikkelingen dragen bij aan meerdere ambities. We vinden het belangrijk dat nieuwe ontwikkelingen aan meerdere doelen bijdragen. Alleen zo kunnen we het toekomstbeeld bereiken dat we willen. Om te kunnen zien hoe een bijdrage wordt geleverd, hebben we per ambitie duidelijke ontwikkelprincipes uitgewerkt in de volgende paragraaf. II. Ontwikkelingen gebruiken de ruimte zo zorgvuldig mogelijk. We gaan uit van meervoudig ruimtegebruik. De ruimte is schaars. Bij nieuwe ontwikkelingen kijken we of we de ruimte voor meerdere doelen kunnen gebruiken. Dit zorgt voor een balans tussen gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van een gebied. Voor elke ontwikkeling benoemen we deze mogelijkheden en geven we argumenten als het combineren van doelen niet haalbaar is. Bijvoorbeeld: de opwek van zonne-energie combineren met functies als parkeren of wateropslag. Galgenkampsbrug, Meppel III. Ontwikkelingen volgen en versterken de bestaande structuren en kwaliteiten We versterken bestaande structuren en kwaliteiten zoals water, bodem, cultuurhistorie, landschap, (spoor)wegen, paden en energie-infrastructuur. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen baseren we op deze structuren en kwaliteiten. We zoeken eerst naar een natuurlijke oplossing en dan pas naar een technische. We bouwen niet op waterbergingsplekken en verstenen zo min mogelijk in de stad. We verhogen het grondwaterpeil waar nodig, met name in veengebied en beschermen cultuurhistorische structuren. Aanpassingen aan infrastructuur (weg, spoor, energie) moet altijd bijdragen aan duurzaamheid. IV. Ontwikkelingen belasten de omgeving en toekomstige generaties zo min mogelijk. We vinden het belangrijk dat nieuwe ontwikkelingen de omgeving zo min mogelijk belasten. Daarom vragen we initiatiefnemers effecten van hun ontwikkeling op de leefomgeving in beeld te brengen, omwonenden actief te betrekken bij hun keuzes en zorgen en wensen van omwonenden mee te wegen in besluitvorming over plannen. Ontwikkelingen mogen toekomstige generaties zo min mogelijk belasten. 6.2 Ontwikkelprincipes per ambitie
  3. Duurzaam in alle opzichten: Bij elke ontwikkeling kijken we naar de meest duurzame optie en benutten we alle mogelijkheden van circulariteit en duurzame energie. Duurzaamheid vormt de basis van onze ontwikkelprincipes en betekent dat we eerst kijken naar mogelijkheden om de duurzaamheidsambitie van de gemeente te kunnen waarmaken voordat we andere keuzesmaken. Dit omvat: • Energie en Grondstoffen: Vraag en aanbod van energie leggen we dicht bij elkaar. Collectieve oplossingen voor duurzame energie hebben de voorkeur boven individuele oplossingen. • Duurzaam ontwikkelen: We bouwen natuurinclusief, klimaatadaptief, energieneutraal en circulair. Ontwikkelingen zijn zo duurzaam mogelijk, waarbij we rekening houden met de langetermijneffecten op het milieu. Naast het gebouw geldt dit ook voor de omgeving van het gebouw.
  4. Schoon, natuurlijk en gezond: Ontwikkelingen dragen bij aan een gezonde leefomgeving. Dit betekent: • Groen en Water: Ontwikkelingen bieden ruimte voor groen, water, klimaatadaptatie, beweging en spelen. Iedereen moet vanuit zijn woning minimaal drie bomen kunnen zien, er moet een boomkroonbedekking van 30% zijn, en iedereen moet op maximaal 300 meter afstand van een park of groene plek wonen. • Klimaatadaptatie: Ontwikkelingen houden rekening met de gevolgen van extremer weer zoals droogte, hitte en wateroverlast. We nemen maatregelen om water vast te houden, te bergen en pas af te voeren als het niet anders kan.
  5. Levendig en leefbaar: Meppel streeft naar een evenwicht tussen arbeidsplaatsen en de beroepsbevolking, waarbij groei in wonen en werken hand in hand gaat. Inclusiviteit wordt steeds meer de norm. Daarom zetten we in op: • Voorzieningen: Maatschappelijke voorzieningen en dagelijkse winkels moeten te voet en per fiets toegankelijk en nabij zijn. Grotere voorzieningen kunnen op goed bereikbare locaties verder weg zijn. Bij elke ontwikkeling kijken we wat effecten zijn op de nabijheid van en druk op de dagelijkse voorzieningen zoals scholen, kinderopvang en openbaar vervoer. • Duurzame Mobiliteit: Ontwikkelingen dragen bij aan duurzame vormen van mobiliteit. We passen het STOMP-principe toe. Duurzame vormen van mobiliteit zoals wandelen, fietsen en deelmobiliteit hebben de voorkeur boven particuliere auto’s. Waar mogelijk ontmoedigen we het gebruik van privéauto’s. • Sociale Cohesie: Ontwikkelingen dragen bij aan sociale samenhang, fysieke verbindingen en contactmogelijkheden, vooral in geval van hoogbouw. De openbare ruimte, bestaande en nieuwe voorzieningen dragen bij aan fysieke verbindingen en sociale cohesie, vooral voor kinderen, jongeren en ouderen.
  6. Kwalitatief en inclusief groeien: We zorgen ervoor dat groei bijdraagt aan de kwaliteit van leefomgeving en samenleving. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan verscheidenheid in wijken en passen goed in de omgeving, zowel ruimtelijk, qua uitstraling als functioneel. Dit omvat: • Diversiteit in Wijken: ontwikkelingen dragen bij aan diversiteit in het woningaanbod (woonvormen, woningtypen) om in verschillende behoeften te voorzien. • Inbreiding en Uitbreiding: bij nieuwe ontwikkelingen onderzoeken we eerst de mogelijkheden binnen de bebouwde kom (inbreiding) voordat we kiezen voor uitbreiding. Zo beschermen we het buitengebied. Als uitbreiding nodig is, vormen de landschappelijke kenmerken en elementen de basis voor ontwerp, passend bij het bodem- en watersysteem. Bij uitbreiding is de bereikbaarheid van voorzieningen via langzaamverkeersverbindingen het uitgangspunt. 7 Uitwerking per deelgebied 7.1 Buitengebied Buitengebied Ons Buitengebied zal veranderen. Tegelijkertijd zal een groot deel zoals we dat nu kennen, blijven bestaan. De strategie ‘transformeren’ is bij uitstek van toepassing op ons buitengebied. We streven naar een vitaal buitengebied, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Voor de verschillende delen in ons buitengebied zien we verschillende opgaven. Niet elk deel van ons buitengebied heeft hetzelfde karakter en elk deel kent zijn eigen verandering. Kwaliteiten behouden en versterken Voor het hele buitengebied geldt dat we de kwaliteiten van het landschap willen behouden en versterken. Aardkundige waarden als de Reest, uitblazingskommen en rivierduinen vertellen ons het vroege verhaal van het landschap en beschermen we. We streven naar voldoende ruimte voor een groenblauwe dooradering van het landschap. Dit sluit aan op eerder gemeentelijk groenbeleid en op de wettelijke opgaven die op provinciaal niveau worden uitgewerkt. Deze natuurlijke dooradering geeft plaats aan wandelroutes en verbindt het landelijk gebied met de gebouwde omgeving. Behoud van cultuurhistorische waarden in het buitengebied vinden we belangrijk. Ze verschillen per gebied. Plaats bieden aan de energietransitie Het buitengebied kan plaats bieden aan de energietransitie, bijvoorbeeld via opwek van windenergie, productie van groen gas, opwekking van zonne-energie langs snelwegen. Dit vraagt ruimte en legt beperkingen op aan andere functies. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging tussen de ambities ‘duurzaam in alle opzichten’ en ‘schoon, natuurlijk en gezond’. Ook behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden speelt een rol. Landbouw Een schoon, natuurlijk en gezond buitengebied kent een natuurinclusieve landbouw waar kringlopen gesloten worden. Daar passen in de basis geen bestrijdingsmiddelen bij. We ontmoedigen daarom intensieve teelten zoals bollenteelt. Vanuit het principe ‘water en bodem sturend’ is het ook denkbaar dat in een deel van het buitengebied het waterpeil verhoogd zal worden. Dit kan alleen als veeteeltbedrijven omschakelen naar andere teelten. Nieuwe verdienmodellen zijn dan nodig, zodat agrariërs perspectief houden in onze regio. We staan daarom open voornieuwe, toekomstbestendige activiteiten in het buitengebied, zowel agrarisch als niet-agrarisch. Erftransformaties bij vrijkomende agrarische bebouwing passen bij de aard van het gebied en voegen kwaliteit toe. Als hierin kansen worden benut, dragen ze ook bij aan een leefbaar buitengebied. Gebiedsuitwerking We stellen een gebiedsgericht omgevingsprogramma buitengebied op. Het moet leiden tot een nieuw sociaaleconomisch perspectief voor een leefbaar buitengebied. Reestdal Het Reestdal is een topgebied, zowel qua natuur als cultuurhistorie. Het is aangewezen als aardkundig monumenten onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. We beschermen deze kwaliteiten, zoals het historische gebied rondom Esinghe. Bij nieuwe ontwikkelingen, zoals die van het stationsgebied, is een goede inpassing van de Reest van belang. Een evenwichtige balans tussen natuur, landbouw en wonen in het Reestdal is belangrijk. We sluiten aan bij de ambities en doelen van het toekomstig Drents provinciaal beleid voor het landelijk gebied. Hierin staan het versterken van de natuur en het herstellen van de waterhuishouding van het beekdalsysteem voorop. We zien hier geen ruimte voor grootschalige energie-opwek. De Schiphorst In De Schiphorst zien we een afname van agrarische bedrijven. Voormalige boerderijen worden omgevormd naar nieuwe woonbestemmingen. Het historische en vaak monumentale karakter van pand en erf is kwetsbaar bij herontwikkeling. Dit beschermen we zo goed mogelijk. Binnen deze kaders leent het gebied zich goed voor het toevoegen van recreatie voor wandelaars en fietsers, met de Havixhorst als uitvalsbasis. We doen dit met respect voor de rust en natuurwaarden in het gebied, als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Er is ruimte voor kleinschalige agrarische activiteiten, die de kenmerken van het esgehuchtenlandschap versterken. Daarnaast heeft De Schiphorst een sterke relatie met het Reestdal als het gaat om natuurversterking en herstel van waterhuishouding. Grootschalige energieopwek is hier niet passend. De Schiphorst grenst wel aan de A
  7. Hier worden mogelijkheden voor zon langs snelwegen onderzocht. De waarde van dit gebied wegen we hierin zorgvuldig mee. Broekhuizen We versterken het kleinschalig agrarische cultuurlandschap in Broekhuizen, waarbij we ruimte zoeken voor het herstel van de coulissen, de weilandjes omringd door houtwallen en singels. Nieuwe vormen van landbouw zoals agroforestryen voedselbossen passen goed in dit landschap. We beschermen daarbij de aardkundige waarden van de bodem. Het gebied is recreatief nog niet goed beleefbaar. Het wandelnetwerk kan worden versterkt. Grootschalige energieopwek past hier niet. Nijentap Het buitengebied rond Nijentap zal kleiner worden als Noord IV wordt ontwikkeld. Er blijft echter ruimte voor agrarische bedrijven en kleinschalig wonen rond Nijentap. De opgaven voor het beekdal van de Oude Vaart vragen mogelijk om aanpassingen van de agrariërs. Kolderveense en Nijeveense polder Duurzaam in alle opzichten Het gebied (Kolderveense en Nijeveense polder) kan een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie. Ruimte voor windenergie is er in het noordelijke deel van het gebied en langs de A
  8. Langs de snelweg is mogelijk ruimte voor opwek van zonne-energie. Er liggen bovendien kansen voor productie van groen gas uit de agrarische sector, daar waar dit kan samengaan met andere opgaven van agrariërs. Schoon, natuurlijk en gezond De openheid en herkenbaarheid van het slagenlandschap zijn hier een kwaliteit. Die willen we zoveel mogelijk behouden. In het oostelijk deel is dit sterker dan in het westelijk deel. Het toevoegen van landschapselementen zoals sloten, natuurvriendelijke oevers, rietzomen en elzensingels kan in beide gebieden, maar moet passen bij de openheid. Daar waar dat nodig is maken we zachte overgangen tussen woongebied en agrarische percelen. Dat kan ruimte geven voor wandel- en fietspaden, natuurlijke zones of water. Levendig en leefbaar Agrariërs hebben hier te maken met verschillende ontwikkelingen. De bodem in dit gebied bestaat grotendeels uitveen. Om dit te behouden en beschermen, voorzien we een mogelijke verhoging van het grondwaterpeil. Dit vraagt om aanpassingsvermogen van de agrariërs. Daarnaast geeft de ligging nabij Natura2000-gebied De Wieden mogelijk extra opgaven. Mogelijk ontstaat er een bufferzone waar minder of geen ruimte is voor veeteelt. Wellicht stoppen er bedrijven of schakelen ze daarom om naar akkerbouw of natte teelten. We volgen hierin de lijn van de provincies Drenthe en Overijssel. We ondersteunen agrariërs zoveel als mogelijk via ons ruimtelijk beleid. 7.2 Wijken en dorpen Wijken en dorpen In de bestaande Wijken en dorpen is leefbaarheid het kernbegrip. Tegelijk liggen er grote opgaven: vergrijzing heeft effect op de sociale samenhang in de buurt. Vanwege klimaateffecten zijn aanpassingen inde openbare ruimte nodig en de warmtetransitie is een enorme operatie waarbij particuliere woningeigenaren aanpassingen aan hun eigen woning moeten doen, VvE’s tot gezamenlijke keuzes moeten komen en nieuwe energiesystemen worden aangelegd. Wijk- en dorpsgericht werken In de wijken en dorpen wenden we deze ontwikkelingen aan om de leefbaarheid in de breedste zin van het woord te vergroten. We werken wijk- en dorpsgericht. Samen met inwoners, ondernemers, partners en andere organisaties zoeken we naar oplossingen voor concrete vraagstukken. Deze leggen we vast in een wijkagenda (zie 8.2). De behoefte van de inwoner staat centraal en we stimuleren en ondersteunen eigen initiatief van inwoners. Door samenwerking tussen vrijwilligers en professionals ontstaat lokaal maatwerk gericht op het behoud of verbeteren van de leefbaarheid. Zo ontstaan mooie combinaties en werken we samen aan de opgaven die ertoe doen. Voor de mensen die het aangaat, maar ook beleidmakers en andere professionals op afstand. Nijeveen Nijeveen is een levendig dorp dat zich kenmerkt door sterke gemeenschapszin, een bloeiend verenigingsleven en een grote sociale verbondenheid. Het ruime aanbod aan voorzieningen, waaronder een kerk, dorpshuis, supermarkten sporthal, wordt door de inwoners zeer gewaardeerd. Het dorp is gebouwd rondom de historische Dorpsstraat, een karakteristiek lint van woningen dat zijn oorsprong vindt in de tijd van de veenontginning. Bewoners zijn trots op hun dorp. In 2015 stelden ze al samen een dorpsvisie op met als doel dat Nijeveen ook in 2025 een fijn dorp is voor alle Nijeveners en komende generaties. De dorpsgemeenschap wil werken

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.