Uitvoeringsprogramma Uitwegen Gemeente Nieuwkoop 2025 Gemeente Nieuwkoop Afdeling Beheer Openbare Ruimte maart 2025 1Inleiding 1.1Aanleiding Het huidige uitwegenbeleid van de gemeente Nieuwkoop is vastgesteld in 2017. In de praktijk blijkt dat dit beleid niet altijd genoeg handvatten biedt om transparant en consequent een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een uitweg te toetsen. In het huidige uitwegenbeleid is een maximum breedte van een uitweg bij woningen vastgesteld op 4,00 meter. In de praktijk blijkt dat de rijbaan smal is dat een uitweg van 4,00 meter ook vaak te smal is. Wegens beperkte manoeuvreerruimte kan met een personenauto niet direct de uitweg worden in- of uitgereden. Dit kan leiden tot bermschades en ook kunnen personenauto’s niet altijd naast elkaar geparkeerd worden op eigen terrein In dit nieuwe beleidsstuk wordt de breedte van de uitweg vergroot naar maximaal 5,00 meter. Daarnaast zijn taken en verantwoordelijkheden van het beheer en onderhoud van uitwegen uitvoerig beschreven. Het is verplicht om in het bezit te zijn van een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van (het gebruik van) een uitweg. Aan de gemeente Nieuwkoop wordt regelmatig verzocht een dergelijke vergunning te verlenen, zodat percelen ontsloten kunnen worden via de openbare weg. Bij dergelijke aanvragen maakt de gemeente een afweging op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In de APV staan weigeringsgronden waarop de aanvragen van een vergunning worden getoetst. Het uitwegenbeleid vormt een concreet toetsingskader voor het verlenen of weigeren van een omgevingsvergunning. Op deze manier kunnen de aanvragen op consequente en transparante wijze beoordeeld worden. Wanneer uit de toetsing van de aanvraag blijkt dat één of meerdere weigeringsgronden uit de APV van toepassing zijn, wordt de aangevraagde vergunning geweigerd. Als er geen sprake is van een weigeringsgrond, wordt de omgevingsvergunning voor een uitweg verleend. 1.2Leeswijzer Na een korte begrippenlijst in hoofdstuk 3 wordt in hoofdstuk 4 een beeld gegeven van het wettelijk kader waarbinnen het toetsen van aanvragen voor aanleg of verandering van uitwegen valt. In hoofdstuk 5 volgt een toelichting op het aantal uitwegen per perceel dat toegestaan wordt. Hoofdstuk 6 geeft weer wat de toetsingscriteria zijn op basis van de APV. Alle aspecten over het aanleggen van een uitweg staan uitgelegd in hoofdstuk 7. Daarnaast worden er nog uitzonderingen besproken in hoofdstuk 8. In hoofdstuk 9 wordt afgesloten met de slotbepalingen. 2Kader Dit hoofdstuk is een uiteenzetting van de kaders waarbinnen dit beleid valt en de aspecten waar rekening gehouden moet worden. Allereerst wordt in paragraaf 2.1 het wettelijk kader geschetst, waar wordt ingegaan op de Omgevingswet, APV en overige wettelijke bepalingen. Vervolgens komt in paragraaf 2.2 het beleidskader aan de orde met daarin de landelijke richtlijnen, het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan, het groenbeheerplan en de geldende bestemmingsplannen. 2.1Wettelijk kader 2.1.1Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de komst van de Omgevingswet is een groot aantal vergunningen samengevoegd tot één omgevingsvergunning. Een uitwegactiviteit is een omgevingsactiviteit die bij volledige werking van de Omgevingswet wordt geregeld in het nieuwe omgevingsplan. Door de activiteit op te nemen in het nieuwe omgevingsplan ontstaan mogelijkheden voor meer samenhang en maatwerk. Hierbij hoort ook de vaststelling hoeveel en welke regels het meest geschikt zijn. Naast de vergunningsplicht en meldingsplicht kan de gemeente kiezen voor algemene regels, specifieke zorgplicht of het vrijstellen van regels. 2.1.2Algemene Plaatselijke Verordening (APV) De weigeringsgronden ten aanzien van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het maken, hebben of veranderen van (het gebruik van) een uitweg zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening Nieuwkoop (APV). De inhoud van het desbetreffende artikel is weergegeven hieronder. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: een uitweg te maken naar de weg; van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: de bruikbaarheid van de weg; het veilig en doelmatig gebruik van de weg; de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Bij een aanvraag voor het verplaatsen / vergroten / verkleinen van een bestaande uitweg gelden dezelfde voorwaarden als bij een aanvraag voor het verkrijgen van een eerste uitweg. 2.1.3Overige wettelijke bepalingen Bij de toetsing van de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook rekening gehouden met de volgende wettelijke bepalingen: Wegenwet Wegenverkeerswet 1994 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 2.2Beleidskader 2.2.1Landelijke richtlijnen (CROW) Bij de aanleg van wegen binnen de gemeente Nieuwkoop wordt altijd nagestreefd waar mogelijk de landelijke richtlijnen, zoals door de CROW opgesteld, te volgen. Hierin zijn onder andere maten opgenomen voor ontwerpvoertuigen, dus hoe breed een uitweg zou moeten zijn voor het direct in- en uitrijden hiervan. Ook over de locatie van uitwegen zijn richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen vormen een handvat bij het toetsen of de aanleg van een uitweg gevolgen heeft voor de bruikbaarheid van de weg en het veilig en doelmatig gebruik van de weg. 2.2.2Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) In 2020 is het GVVP van de gemeente Nieuwkoop geactualiseerd. Hierin is de wegencategorisering opgenomen. Dit is de basis voor de verkeersveilige inrichting van wegen waarbij verkeer, leefbaarheid en omgeving op elkaar zijn afgestemd, zodat personen en goederen vlot, veilig en efficiënt verplaatst kunnen worden. Wegen zijn onderverdeeld in erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen. Erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen zijn binnen en buiten de bebouwde kom te vinden, stroomwegen alleen buiten de bebouwde kom. In de gemeente Nieuwkoop kennen we alleen erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen. De wegencategorisering is belangrijk, omdat bij erftoegangswegen verblijven centraal staat en bij gebiedsontsluitingswegen de doorstroming. Binnen een verblijfsgebied vindt uitwisseling van verkeersstromen plaats en is er dus een samenloop van diverse manoeuvres. Dit maakt dat de aanwezigheid van een uitweg met bijbehorende verkeersbewegingen beter past in een verblijfsgebied. Op een gebiedsontsluitingsweg is het belangrijk dat de doorstroming zo veel mogelijk gewaarborgd wordt. De aanwezigheid van een uitweg doorbreekt de doorstroming en is daarom langs gebiedsontsluitingswegen minder wenselijk dan bij erftoegangswegen en soms zelfs helemaal niet wenselijk. Een weggebruiker verwacht op een gebiedsontsluitingsweg geen onderbrekingen op zijn route en kan een uitweg leiden tot onveilige verkeerssituaties. De wegencategorisering is daarom een belangrijk onderdeel in de toetsing van de aanvraag voor de bruikbaarheid van de weg en het veilig en doelmatig gebruik van de weg. 2.2.3Groenbeheer In de gemeente Nieuwkoop is een groenbeheerplan vastgesteld en zijn beschermwaardige houtopstanden aangewezen. Beide zijn van invloed bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een uitweg. Wanneer voor de aanleg van een uitweg het belang van het behoud van groen(structuur) in het geding komt of een beschermwaardige houtopstand zou moeten verdwijnen, kan de aanvraag worden geweigerd vanwege de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente Nieuwkoop. 2.2.4Bestemmingsplannen Soms kan een aanleg van een uitweg in strijd met een geldend bestemmingsplan, wat kan betekenen dat de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een uitweg wordt geweigerd. 3Uitgangspunten aantal uitwegen Elke uitweg die dient als ontsluiting van een perceel heeft invloed op de openbare ruimte. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan beïnvloeding van de verkeersveiligheid en doorstroming op de weg, verlies van (openbare) parkeergelegenheid en verlies van openbaar groen. Gesteld kan worden dat over het algemeen de aanleg van een nieuwe uitweg de openbare ruimte verstoort en niet wenselijk is, daarom is het in eerste instantie ook verboden via de APV. Wanneer een uitweg toch nodig blijkt te zijn met bijvoorbeeld het oog op bedrijfsvoering of wanneer uitwegen leiden naar parkeergelegenheid op eigen terrein, worden uitwegen daar waar mogelijk toegestaan. Echter dient dit in een beperkte mate te gebeuren. Meerdere uitwegen per perceel leiden tot meer verstoring van de openbare ruimte. Aan de hand van de wegencategorisering wordt in de volgende paragrafen beschreven wanneer een uitweg kan worden toegestaan en welke regels gelden voor meerdere uitwegen per perceel. Naast erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen wordt een derde categorie toegevoegd: de erven. In de gemeente Nieuwkoop komen veel woonerven voor, waar een speciaal verkeersregime geldt en waar andere uitgangspunten voor uitwegen gehanteerd worden. 3.1Erven Erven, in de volksmond vaak woonerven genoemd, zijn gebieden die een verblijfsfunctie hebben en waar alleen verkeer komt dat in het gebied zijn herkomst of bestemming heeft. Voor woonerven zijn alleen bestaande woonwijken van belang, omdat erven niet meer worden toegepast bij nieuwe woonwijken. In een erf ligt de maximumsnelheid van het verkeer op 15 km/uur (stapvoets rijden). Voetgangers en fietsers maken hier gezamenlijk gebruik van de rijbaan. In een erf is vaak een beperkt aantal openbare parkeerplaatsen aanwezig en is het uitgangspunt dat er veel op eigen terrein in de voortuin wordt geparkeerd. Soms worden er twee auto’s naast elkaar geparkeerd, waardoor uitwegen vaak wat breder zijn om het in- en uitrijden van het eigen terrein goed mogelijk te maken. In onderstaande tabel is voor erven weergegeven hoeveel uitwegen onder welke voorwaarden worden toegestaan. Er kan een eerste uitweg worden toegestaan als deze voldoet aan de toetsingscriteria. Een tweede uitweg wordt toegestaan bij bedrijven mits hier noodzaak toe is in verband met bedrijfsvoering of wanneer het een maatschappelijke voorziening betreft. Meer uitwegen dan twee worden niet toegestaan. Tuinpaden Voor het hebben van smalle looppaden, tuinpaden en dergelijke, die uitsluitend bestemd zijn voor beperkt gebruik door voetgangers en die vanaf een particulier erf rechtstreeks aansluiting geven op een openbaar trottoir, dus niet uitmonden in een berm of plantsoen, is in het algemeen geen uitwegvergunning vereist. Dit laat onverlet dat een pad mogelijk niet is toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Aantal uitwegen per perceel bij erven Aantal uitwegen Type bestemming Voldoen aan: Onderbouwing Advies 1e uitweg Alle bestemmingen Toetsingscriteria (zie hoofdstuk 6) Verlenen 2e uitweg Woning Weigeren Bedrijf Toetsingscriteria Noodzaak i.v.m. bedrijfsvoering Verlenen Bedrijf Geen noodzaak Weigeren Maatschappelijke voorziening Toetsingscriteria Verlenen 3e uitweg of meer Alle bestemmingen Weigeren 3.2Erftoegangswegen Op erftoegangswegen vindt uitwisseling van verkeer plaats, op zowel wegvakken als kruispunten. Deze wegen zijn zo ingericht dat de verblijfsfunctie centraal staat. Locaties waar veel oversteekbewegingen plaatsvinden zijn extra herkenbaar ingericht. Erftoegangswegen kennen binnen de bebouwde kom een maximum snelheid van 30 km/uur en buiten de bebouwde kom een maximumsnelheid van 60 km/uur. Door de inrichting van erftoegangswegen zijn deze wegen geschikt voor verschillende verkeersstromen. Weggebruikers zijn zich ervan bewust dat er vanuit diverse richtingen verkeer kan komen. Dit maakt dat de ontsluiting van percelen ook in het verwachtingspatroon van een weggebruiker zit, mits deze uitweg duidelijk zichtbaar en herkenbaar is. Echter is het wel zo dat door de aanleg van uitwegen langs erftoegangswegen vaak groen of parkeerruimte vervalt, of de mogelijkheid om dat aan te leggen. Ook ontstaan er door aanleg van meerdere uitwegen per perceel meer potentiële conflictpunten wat gevolgen kan hebben voor de verkeersveiligheid op deze wegen. Er dient daarom zeer terughoudend omgegaan te worden met het toewijzen van meer dan één uitweg per perceel. Eventuele uitzondering hierop is wanneer een tweede uitweg nodig is met het oog op bedrijfsvoering. De aanvrager van de omgevingsvergunning dient deze noodzaak te onderbouwen. In onderstaande tabel is voor erftoegangswegen weergegeven hoeveel uitwegen onder welke voorwaarden kunnen worden toegestaan. Er kan een eerste uitweg worden toegestaan als deze voldoet aan alle toetsingscriteria. Bij bedrijven kan een tweede uitweg worden toegestaan mits hier de noodzaak toe van bedrijfsvoering kan worden aangetoond of wanneer het een maatschappelijke voorziening betreft. Meer dan twee uitwegen worden niet toegestaan. Aantal uitwegen Type bestemming Voldoen aan: Onderbouwing Advies 1e uitweg Alle bestemmingen Toetsingscriteria Verlenen 2e uitweg Woning Weigeren Bedrijf Toetsingscriteria Noodzaak i.v.m. bedrijfsvoering Verlenen Bedrijf Geen noodzaak Weigeren Maatschappelijke voorziening Toetsingscriteria Verlenen 3e uitweg of meer Alle bestemmingen Weigeren 3.3Gebiedsontsluitingswegen Gebiedsontsluitingswegen zijn wegen die een doorgaande functie hebben waarbij doorstroming van het verkeer van belang is. Op deze wegen geldt binnen de bebouwde kom een maximumsnelheid van 50 km/uur en buiten de bebouwde kom een maximum snelheid van 80 km/uur. Bij het opstellen van dit uitvoeringsprogramma is een nieuw type gebiedsontsluitingsweg geïntroduceerd. Dit is een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur (GOW30). GOW30-wegen zijn wegen die zowel een verblijfsfunctie als een verkeersfunctie vervullen en het niet altijd mogelijk is om zo’n GOW veilig als 50 km/h-weg in te richten. Ontsluitingen van percelen op deze wegen verstoren de doorstroming en vallen niet binnen het verwachtingspatroon van de weggebruiker. Een uitweg is een potentieel conflictpunt en kan langs een gebiedsontsluitingsweg een verhoging van de verkeersonveiligheid betekenen. Sommige gebiedsontsluitingswegen kennen een wat minder sterke verkeersfunctie, waardoor een uitweg minder grote gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid. De verkeersfunctie heeft te maken met de hoeveelheid verkeer die gebruik maakt van een weg en in hoeverre de weg van belang is voor het wegennet. Een snelweg heeft een sterkere verkeersfunctie dan een gemeentelijke weg. Voor gemeente Nieuwkoop kan gesteld worden dat de gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom een relatief lage verkeersfunctie hebben en gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom een hoge verkeersfunctie. Bovendien is bij gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom de snelheid van het verkeer zo hoog dat het veilig uitrijden van een uitweg zeer bemoeilijkt wordt en kan leiden tot conflicten met ernstige afloop. Dit raakt de weigeringsgrond in de APV, namelijk “het veilig en doelmatig gebruik van de weg” komt in het geding. Toch komt het voor dat er voor een perceel geen enkele andere mogelijkheid is om te ontsluiten op een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom. Dan kan de gemeente ervoor kiezen een uitzondering te maken om maximaal één uitweg toe te staan. Het is mogelijk dat de gemeente hierbij extra verkeersmaatregelen eist om de verkeersveiligheid te waarborgen, zoals waarschuwingsborden. Binnen de bebouwde kom kan een eerste uitweg worden toegestaan als deze voldoet aan de toetsingscriteria. Een tweede uitweg wordt toegestaan bij bedrijven mits hier noodzaak toe is in verband met bedrijfsvoering of wanneer het een maatschappelijke voorziening betreft. Meer uitwegen dan twee worden niet toegestaan. Buiten de bebouwde kom worden aanvragen voor aanleg van een uitweg geweigerd, tenzij er geen andere mogelijkheid is om een perceel te ontsluiten en de aanvraag voldoet aan de toetsingscriteria. Er wordt dan niet meer dan één uitweg toegestaan. In onderstaande tabellen zijn per soort gebiedsontsluitingswegen weergegeven hoeveel uitwegen onder welke voorwaarden kunnen worden toegestaan. Aantal uitwegen per perceel bij gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom Aantal uitwegen Type bestemming Voldoen aan: Onderbouwing Advies 1e uitweg Alle bestemmingen Toetsingscriteria Verlenen 2e uitweg Woning Weigeren Bedrijf Toetsingscriteria Noodzaak i.v.m. bedrijfsvoering Verlenen Bedrijf Geen noodzaak Weigeren Maatschappelijke voorziening Toetsingscriteria Verlenen 3e uitweg of meer Alle bestemmingen Weigeren Aantal uitwegen per perceel bij gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom Aantal uitwegen Type bestemming Voldoen aan: Onderbouwing Advies 1e uitweg Alle bestemmingen Toetsingscriteria Noodzaak i.v.m. enige mogelijkheid tot ontsluiting perceel Verlenen, mogelijk met extra verkeersmaatregelen Alle bestemmingen Geen noodzaak Weigeren 2e uitweg Alle bestemmingen Weigeren 3.4Particuliere ontsluitingspaden Voor smalle looppaden, tuinpaden en dergelijke die vanaf een particulier erf rechtstreeks aansluiting geven op een openbaar trottoir, dus niet uitmonden in een berm of plantsoen, is in het algemeen geen uitwegvergunning vereist. Dit laat onverlet dat een pad mogelijk niet is toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Ontsluitingspaden door openbaar groen zijn niet toegestaan. Afhankelijk van de stedenbouwkundige opzet van een woonwijk hebben een aantal woningen met achtertuinen geen achterpad, maar grenzen aan openbaar groen. De reden hiervoor is dat bij de bouw, de berging aan de voorzijde van de woning is gesitueerd. Na verloop van tijd wordt de ruimtebehoefte van de bewoners groter en wordt gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden. Zonder te verhuizen is uitbouw of het betrekken van de berging bij de woning een mogelijkheid. Bij een tuin van redelijk grote afmetingen ligt een schuur of tuinhuisje als (extra) berging voor de hand. Aangezien het niet altijd wenselijk is om met spullen uit de berging door de woning te gaan en dus is bereikbaarheid van de achtertuin vanaf de openbare weg gewenst. Als de bergruimte is gerealiseerd doen sommige inwoners het verzoek aan de gemeente om een ontsluitingspad aan te leggen om de bereikbaarheid van de achtertuin te verbeteren. Tot op heden worden aanvragen voor een achterpad, zonder dat sprake is van medische noodzaak, op grond van het bestemmingsplan of van art. 2.10a van de A.P.V. afgewezen. “Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan”. De achteruitgang (poort) is en blijft aanwezig waardoor ontsluiting nog steeds plaatsvindt, enkel dan onverhard. 3.5Tijdelijke uitwegen Ten aanzien van tijdelijke uitwegen wordt niet afgeweken van het beleid voor definitieve uitwegen tenzij dit gezien de uitvoering van de werkzaamheden aan de weg of andere zwaarwegende belangen, noodzakelijk of onvermijdelijk is. De aanwezigheid van een tijdelijke uitweg dient zo kort mogelijk te zijn met een verkeersveilige inpassing. Door het bevoegd gezag kan hiervan worden afgeweken indien er geen sprake is van gevaar voor de verkeersveiligheid. De beoordeling hiervan geschiedt door het bevoegd gezag. In de tijdelijke omgevingsvergunning voor het hebben van een uitweg kunnen aanvullende voorschriften worden opgenomen, bijvoorbeeld het plaatsen van waarschuwingsborden. Langs doorgaande weg: Vanuit de uitweg: 4Proces vergunningaanvraag Wanneer er een nieuwe uitweg gemaakt wordt vanaf een woning, bedrijf, maatschappelijke voorziening of landbouw, natuur- of waterbeheer naar de openbare weg, dan is er een omgevingsvergunning nodig. Deze vergunning dient aangevraagd te worden via het Omgevingsloket www.omgevingsloket.nl 4.1Bijzondere gevallen Ten behoeve van (medisch noodzakelijke) scootmobielen of brommobielen die niet in de nabijheid van de woning vanaf het trottoir de openbare weg op kunnen rijden of andersom, kan na aanvraag een mindervalide-uitweg aangelegd worden over een breedte van 1,50 meter. 4.2Uitweg bij nieuwbouwplannen In een nieuwbouwplan of ander bouwplan dienen uitwegen meegenomen worden in de totale omgevingsvergunning bouwen. Uiteraard dient de activiteit ‘uitrit aanleggen’ dan wel aangevraagd en getoetst te worden. Op het moment dat de betrokkene de geplande uitweg wil aanpassen, of juist een extra uitweg wil, neemt hij/zij contact op met de gemeente en wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van het ontwerp van de straat en deze beleidsregels. 5Toetsingscriteria Aan de hand van de weigeringsgronden uit art. 2:12 APV Nieuwkoop zijn toetsingscriteria uitgewerkt. In dit hoofdstuk worden per weigeringsgrond de bijbehorende criteria weergegeven. Daar waar nodig wordt een toelichting gegeven. De toetsingscriteria zijn van toepassing op aanvragen voor nieuw aan te leggen uitwegen en op aanvragen om bestaande uitwegen aan te passen. Paragraaf 5.1 gaat in op het criterium bruikbaarheid van de weg, paragraaf 5.2 op veilig en doelmatig gebruik van de weg, paragraaf 5.3 op bescherming van groenvoorzieningen van de gemeente en wordt in paragraaf 5.4 ingegaan op aanvullende inrichtingseisen. Tot slot gaat paragraaf 0 in op het toetsen van uitwegen in nieuwbouwprojecten. 5.1Bruikbaarheid van de weg Een uitwegvergunning wordt in het belang van de bruikbaarheid van de weg geweigerd als het maken of veranderen van de uitweg gebeurt op een plaats waar: het aantal openbare parkeerplaatsen wordt verminderd en deze niet binnen een afstand van 100 meter kunnen worden gecompenseerd, al dan niet op eigen terrein; een verzamelpunt van afval (containers) verloren gaat en er geen goede alternatieve locatie in de directe nabijheid van de oorspronkelijke locatie voor handen is; de doorstroming op een weg, blijkend uit een verkeersadvies, sterk negatief beïnvloed wordt; zich straatkolken, straatmeubilair, nutsvoorzieningen en/of lichtmasten bevinden die wegens technische eisen niet te verplaatsen zijn; zich straatkolken, straatmeubilair, nutsvoorzieningen en/of lichtmasten bevinden die wegens belangen vanuit direct aanwonenden niet te verplaatsen zijn. 5.2Veilig en doelmatig gebruik van de weg Een uitwegvergunning wordt in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg geweigerd indien de uitweg komt te liggen: aan een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom en er andere wegcategorieën zijn waar het perceel op ontsloten kan worden; bij een woning waar al een uitweg aanwezig is; bij een bedrijf waar al een uitweg aanwezig is en geen noodzaak vanuit het oogpunt van bedrijfsvoering bestaat om een tweede uitweg aan te leggen; bij een perceel waar al twee uitwegen aanwezig zijn; Om te voorkomen dat los materiaal de weg op wordt gereden, mag de uitweg niet worden aangelegd met los materiaal, zoals grind/split/houtsnippers. N.B. Bovenstaande vier toetsingscriteria (5.2 a t/m
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.