Beleidsregel Wet Taaleis Participatiewet gemeente HeumenBurgemeester en wethouders van Heumen; overwegende dat het wenselijk is nadere regels met betrekking tot de uitvoering van de Wet Taaleis vast te leggen, gelet op Artikel 18b Participatiewet, b e s l u i t e n: Vast te stellen de Beleidsregel Wet Taaleis Participatiewet gemeente Heumen HoofdstukI Algemeen Artikel1.Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Besluit taaltoets: Besluit taaltoets Participatiewet; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen; Inburgering: de Wet inburgering; De wet: de Participatiewet Referentieniveau: het fundamentele niveau (F-niveau) taal en rekenen volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid; Taalplan: een plan dat wordt opgesteld door de gemeente waarin staat wat het startniveau van belanghebbende is, welk niveau haalbaar is en hoe lang belanghebbende nodig heeft om dit niveau te bereiken; Bijstand: de door het college verleende algemene en bijzondere bijstand in het kader van de Participatiewet; Wet educatie: de wet van 9 juli 2014 tot wijziging van onder meer de Wet participatiebudget en de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake het invoeren van een specifieke uitkering educatie en het vervallen van de verplichte besteding van educatiemiddelen bij regionale opleidingscentra; Wet Taaleis: de wet tot wijziging van de Participatiewet teneinde de eis tot beheersing van de Nederlandse taal toe te voegen aan die wet (Wet Taaleis Participatiewet). Belanghebbende: de inwoner van de gemeente Heumen die een beroep doet op de bijstand. HoofdstukII Kennis van de Nederlandse taal Artikel2.Aantonen beheersing van de Nederlandse taal Dit kan op vier manieren: Wanneer belanghebbende in de leerplichtige leeftijd tenminste acht jaren in Nederland heeft gewoond. Met rapporten of diploma’s van erkende Nederlandse onderwijsinstellingen toont belanghebbende het volgen van Nederlandstalig onderwijs aan (zowel basis- als voortgezetof beroepsonderwijs). Dat kan ook particulier of Nederlandstalig onderwijs in het buitenland zijn. Een diploma inburgering of gelijkwaardig. Een Curriculum Vitae of arbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat belanghebbende over het vereiste taalniveau beschikt. HoofdstukIII De taaltoets Artikel3.Taaltoets De taaltoets wordt uitgevoerd door een externe partij in opdracht van het Werkbedrijf Regio Rijk van Nijmegen. Artikel4.Geen taaltoets De taaltoets wordt niet afgenomen in de volgende situaties: Terugkerende belanghebbende: I. Als tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst; II. Als tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, maar ook is vastgesteld dat dat door in de persoon gelegen factoren belanghebbende niet in staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F/A2 machtig te worden. Belanghebbenden die een uitkering hadden in een andere gemeente en in die gemeente al een toets hebben afgelegd. De toetsresultaten kunnen worden overgenomen, tenzij deze onvoldoende zekerheid bieden over de actuele taalvaardigheid; Wanneer uit zijn aard kortdurende bijstand wordt verstrekt; Belanghebbende met een inburgeringsplicht; Indien artikel 8 van deze beleidsregels van toepassing is. HoofdstukIV Kennisgeving, bereidverklaring en aanbod taalplan Artikel5.Kennisgeving en (geen) bereidverklaring Is de uitkomst van de toets dat belanghebbende niet aan de Taaleis voldoet, dan wordt de volgende procedure gevolgd: Belanghebbende krijgt een gesprek waarbij hij de uitslag van de taaltoets hoort en een taalplan op maat krijgt aangeboden; Wanneer belanghebbende akkoord gaat met het taalplan, ondertekent hij de taalovereenkomst. Dit is de bereidverklaring om te starten met het leertraject dat leidt tot kennis van de Nederlandse taal op referentieniveau 1F/A2; Wanneer belanghebbende niet akkoord gaat met het taalplan, dan wordt de bijstand beoordeeld volgens de regels in artikel 18b van de Participatiewet. Belanghebbende ontvangt binnen acht weken na het afleggen van de taaltoets de kennisgeving met de uitslag van de taaltoets. Artikel6.Aanbod taalplan Belanghebbende krijgt een taalplan op maat aangeboden namens het college. Het taalplan wordt uitgevoerd door de educatie-instelling die daarvoor gecontracteerd is door de gemeente Heumen, regio Rijk van Nijmegen, in het kader van de Wet educatie. HoofdstukV De voortgang van het taaltraject Artikel7.Het volgen van de voortgang van het taalplan Het taalplan is het uitgangspunt voor de beoordeling van de inspanningen van belanghebbende. Het college maakt met de educatie-instelling nadere afspraken over de rapportage van de voortgang. Het college doet één keer in de zes maanden een heronderzoek om de voortgang van de kandidaten te beoordelen. Indien nodig wordt vaker een afspraak met de betreffende persoon ingepland om de voortgang en het traject te bespreken. Artikel8.Het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt in ieder geval als er: Een ontheffing is in het kader van de Wet inburgering; Sprake is van een gediagnosticeerd leerprobleem; Diverse malen een taalcursus is gevolgd en door de educatie-instelling is vastgesteld dat door in de persoon gelegen factoren belanghebbende niet in staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F/A2 machtig te worden; Sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 4 van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. HoofdstukVI Relatie met andere wetgeving Artikel9.Relatie met Wet inburgering Wanneer belanghebbende begonnen is met een leertraject in het kader van de Wet inburgering, kan dit worden aangemerkt als ‘voldoende inspanning’ van de kant van belanghebbende, zoals bedoeld is in de Wet Taaleis. Artikel10.Relatie met de Wet educatie Wanneer belanghebbende voor de ingangsdatum van de Wet Taaleis begonnen is met een taalplan in het kader van de Wet educatie en dit traject loopt nog, kan dit aangemerkt worden als ‘voldoende inspanning’ van de kant van belanghebbende, zoals bedoeld is in de Wet Taaleis. HoofdstukVII Slotbepaling Artikel11.Onvoorzien Inzake de onderwerpen die vallen onder de discretionaire bevoegdheid van het college waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het afdelingshoofd Publiekszaken. Artikel12.Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregel treedt de dag na bekendmaking in werking. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel Wet Taaleis gemeente Heumen’. Malden, 30 januari 2018 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN HEUMEN; De gemeentesecretaris, mr. D.C. van Eeten De burgemeester, drs. G.M. Mittendorff Toelichting Algemeen De Eerste Kamer heeft op 17 maart 2015 ingestemd met het wetsvoorstel ‘Wet Taaleis Participatiewet’ (hierna: Wet Taaleis). Dit wetsvoorstel is een uitvloeisel van een aantal afspraken uit het regeerakkoord ‘Bruggen slaan’. Het niet voldoende beheersen van de Nederlandse taal is nadrukkelijk géén uitsluitingsgrond of toegangsvoorwaarde voor bijstand. De Taaleis is alleen van toepassing als er recht op bijstand bestaat en heeft betrekking op alle bijstandsgerechtigden met een arbeidsverplichting. De Taaleis legt een inspanningsverplichting op aan belanghebbende. Voldoende is, dat dat belanghebbende zich inspant om de Nederlandse taal voldoende machtig te worden. Doel van die inspanningsverplichting is om de volgende vaardigheden in de Nederlandse taal op referentieniveau 1F/A2 te verwerven: spreekvaardigheid; luistervaardigheid; gespreksvaardigheid; schrijfvaardigheid; leesvaardigheid. Met de Wet Taaleis krijgt de gemeente de verplichting om van bijstandsgerechtigden te verlangen dat zij actief werken aan hun taalvaardigheid. Zonder Nederlands te begrijpen en te spreken is het immers veel moeilijker om aan het werk te komen en daarmee uit de bijstand. Bovendien draagt kennis van de taal bij aan maatschappelijke participatie. De Participatiewet kent een brede arbeids- en re-integratieverplichting. Gezien het belang van de beheersing van de Nederlandse taal voor arbeidsinschakeling is er voor gekozen om de Participatiewet uit te breiden met een Taaleis. In artikel 18b is de inlichtingenplicht uitgebreid met de verplichting om aan te tonen dat de aanvrager de Nederlandse taal beheerst. N.B. Indien aan een echtpaar/samenwonenden/samenwonende familieleden een uitkering wordt verstrekt, gelden de verplichtingen op grond van de wet Taaleis voor alle volwassen belanghebbenden afzonderlijk. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.