Beleidsregels bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek De Fryske MarrenHet college van burgemeester en wethouders van gemeente De Fryske Marren, gelet op het bepaalde in art. 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; titel 4.3 van de Algemene wet Bestuursrecht; artikel 35 van de Participatiewet; Overwegende dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen voor: de verstrekking van de individuele bijzondere bijstand aan huishoudens die huur -en zorgtoeslag missen door de samenloop van fiscaliteit, sociale zekerheid en toeslagen. Besluit vast te stellen: de ‘Beleidsregels bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek De Fryske Marren’ Artikel1Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw) het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze beleidsregels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: de wet: Participatiewet college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Fryske Marren; huishouden: gehuwden en samenwonenden die volgens de Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) als fiscaal partner worden aangemerkt en waarvan: één van de partners een inkomen heeft en de andere partner geen of slechts een heel laag inkomen heeft. de minstverdienende partner (meestal) geboren is na 1962 die vanwege de afbouw van de algemene heffingskorting minstverdienende partner, niet in aanmerking komt voor de algemene heffingskorting minstverdienende partner; Dienst Toeslagen: uitvoeringsorgaan van de wetten en regelingen rondom de huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget die samen het toeslagenstelsel vormen. Voorheen de Belastingdienst/Toeslagen; toeslagenjaar: het kalenderjaar waarin de aanvrager recht heeft, of heeft gehad, op huur -en/of zorgtoeslag van de Dienst Toeslagen; toetsingsinkomen: bij een aangifte Inkomstenbelasting met definitieve vaststelling door de Belastingdienst, is het toetsingsinkomen gelijk aan het verzamelinkomen uit de definitieve aanslag Inkomstenbelasting, als er nog geen definitieve vaststelling Inkomstenbelasting door de Belastingdienst is, of er is geen aangifte Inkomstenbelasting gedaan, is het toetsingsinkomen gelijk aan het belastbare loon blijkend uit de jaaropgaven en/of inkomstenspecificaties. Belastbaar loon: hieronder wordt verstaan: ‘bedrag of loon voor de loonheffingen (LH of LB)’, of ‘fiscaalloon’. Artikel2Doelgroep bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek De bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek kan worden verstrekt aan een huishouden dat: een inkomen heeft uit een uitkering (niet zijnde een volledige algemene bijstandsuitkering) eventueel aangevuld vanuit de toeslagenwet en/of aangevuld met algemene bijstand en, vergeleken met een vergelijkbaar huishouden voor wie algemene bijstand op grond van artikel 19 van de wet de enige bron van inkomsten is, minder toeslag ontvangt op grond van de Wet op de zorgtoeslag en de Wet op de huurtoeslag, vanwege de asynchroniteit van de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting zoals bedoeld in artikel 37, tweede lid, van de wet ten opzichte van de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en hierdoor in een toeslagenjaar een besteedbaar inkomen geniet dat lager ligt dan het inkomen van een vergelijkbaar huishouden met een volledige bijstandsuitkering. Tot het huishouden wordt niet gerekend de persoon die op de datum van aanvraag: niet woonachtig is in De Fryske Marren; is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres; Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt aangevraagd. De beleidsregels bijzondere bijstand De Fryske Marren zijn niet van toepassing op aanvragen voor bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek. Artikel3Hoogte van de individuele bijzondere alleenverdienersproblematiek en wijze van uitbetaling De hoogte van de individuele bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt bepaald op: voor het toeslagenjaar 2022: het bedrag aan zorg- en/of huurtoeslag dat de Dienst Toeslagen van het huishouden terugvordert of verrekent ten gevolge van deze problematiek. voor de toeslagenjaren 2023 en 2024: het verschil tussen het bedrag aan huur -en zorgtoeslag waarop een huishouden met uitsluitend algemene periodieke bijstand in een toeslagenjaar recht heeft uitgaande van de huurlasten op 1 juli 2023, respectievelijk 1 juli 2024, en het bedrag aan huur -en zorgtoeslag waarop het huishouden volgens de beschikking van de Dienst Toeslagen recht heeft. Het recht op bijzondere bijstand wordt beoordeeld op basis van: Toeslagenjaar 2023: definitieve beschikking Dienst Toeslagen over het jaar 2023, Toeslagenjaar 2024: voorlopige of definitieve beschikking Dienst Toeslagen over het jaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.