Beleidsregels Parkeren 2025Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, Gelet op artikel 3.1.2 van het besluit ruimtelijke ordening en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht Besluit vast te stellen de: Beleidsregels Parkeren 2025 Hoofdstuk1– Inleiding Met deze beleidsregels sturen we op de leefbaarheid, bereikbaarheid en mobiliteit van Nijmegen. Nieuwe ontwikkelingen (nieuwbouw, functieverandering of uitbouw) kunnen gepaard gaan met een toenemende parkeervraag en een hogere parkeerdruk in de openbare ruimte. Dit leidt tot ongewenst zoekverkeer en bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblemen. En een te grote en te eenvoudige beschikbaarheid aan parkeerplekken leidt tot ongewenste mobiliteitskeuzes. De gemeente Nijmegen tracht dit zo veel mogelijk te voorkomen door bij de initiatiefnemer de verantwoordelijkheid neer te leggen om te voorzien in een bij een ontwikkeling passend parkeeraanbod. Uitgangspunt is dat de parkeervraag van een ontwikkeling op eigen terrein moet worden ingevuld. Dit sluit aan bij het gemeentelijk beleid: In de Nota Parkeren 2020-2030 staat dat Nijmegen een stad in ontwikkeling is, waar op verschillende locaties ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Dit betreft inbreidingslocaties of hoog-stedelijke uitbreidingen die om een andere mobiliteitsaanpak vragen: minder ruimte voor de auto. Te hoge parkeernormen dragen niet bij aan het gewenst mobiliteitsgedrag (meer lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelvervoer), zorgen voor de realisatie van parkeerplaatsen die in de praktijk niet worden gebruikt en daarmee tot hoge kosten voor een initiatiefnemer. In de Omgevingsvisie Nijmegen 2020-2040 komt dit eveneens terug. Lagere parkeernormen passen bij onze ambities op het gebied van duurzaamheid, leefbaarheid en mobiliteit. Zo ontstaat meer ruimte voor leefstraten en groen in de straat. Voor de duidelijkheid, bij een ontwikkeling betekent een hoog parkeernormen relatief veel parkeerplaatsen en een lage parkeernorm relatief weinig parkeerplaatsen. Om de stad leefbaar, aantrekkelijk en duurzaam bereikbaar te houden wil Nijmegen ervoor zorgen dat mensen hun mobiliteitsgedrag gaan veranderen. Want als er niets verandert, dan slibt de stad dicht en ontstaan structurele verkeersproblemen. Deze verandering over langere termijn noemen we de mobiliteitstransitie. Hoe Nijmegen dat gaat doen, dat staat beschreven in de Agenda Versnelling Mobiliteitstransitie. De gemeenteraad heeft op 7 juni 2023 de Agenda Versnelling Mobiliteitstransitie vastgesteld. De wijze waarop bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning de parkeereis voor auto en fiets moet worden berekend staat in de beleidsregels parkeren. Bij het opstellen van de aanvraag dient rekening te worden gehouden met onder andere de vigerende Spelregels invoering betaald parkeren gemeente Nijmegen, het Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren, de parkeerverordening, de beleidsregels deelmobiliteit, de Huisvestingsverordening, het Facetbestemmingsplan Kamerverhuur of een opvolger van deze stukken. Deze stukken worden in deze beleidsregels niet nader toegelicht, Hoofdstuk2– Uitgangspunten parkeernormen Waarom parkeernormen voor auto en fiets? De gebruikelijke wijze om de parkeerbehoefte bij (sloop)nieuwbouw, functieverandering of uitbouw (verder samengevat met: ontwikkelingen) te bepalen, is om gebruik te maken van parkeernormen. Voor een duurzame bereikbaarheid en leefbaarheid van een gebied of locatie is het essentieel dat wordt gewaarborgd dat een ruimtelijke ontwikkeling niet tot een hoge autoparkeerdruk, ongewenst zoekverkeer of onnodige automobiliteit leidt. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet leiden tot overlast in de nabije omgeving. Parkeerkencijfers, parkeernormen en parkeerbehoefte In de praktijk wordt vaak veronderstelt dat de CROW-parkeerkencijfers zijn opgesteld om 1-op-1 als parkeernorm te worden overgenomen. Dit is echter niet het geval. Parkeerkencijfers zijn ontwikkeld als hulpmiddel voor mensen die zich bezighouden met parkeervraagstukken en ruimtelijke ontwikkelingen. De CROW-parkeerkencijfers helpen om een orde van grootte uit te rekenen voor het bepalen van het aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij een bepaalde voorziening. De parkeerkencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De cijfers geven een landelijk gemiddeld beeld van de situaties die bij het onderzoek zijn aangetroffen. Er wordt gesproken over een gemeentelijke parkeernorm wanneer door het college van B&W voor een functie een hoeveelheid parkeerplaatsen wordt vastgesteld. Hierbij kan, maar hoeft niet, aangesloten te worden bij de CROW-kencijfers. Met een parkeernorm wordt een berekening gemaakt van het benodigd aantal parkeerplaatsen bij een ontwikkeling. De in deze beleidsregels opgenomen Nijmeegse parkeernormen zijn afgeleid van de CROW-parkeerkencijfers. De basis voor de Nijmeegse parkeernormen is het minimum van de kencijfers van het CROW per functie en de stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk’. De CROW-kencijfers zijn vertaald in deze beleidsregels, waarbij voor twee situaties afwijkende keuzes zijn gemaakt: voor woonfuncties in de binnenstad en centrum is uitgegaan van maatwerk: In de binnenstad willen we de komende jaren aanzienlijk minder autoverkeer en minder parkeergelegenheid op straat. Dat maakt het verblijfsklimaat van de binnenstad prettiger. In de binnenstad geldt daarom voor de meeste woningen een generieke parkeernorm van 0,70 parkeerplaats per woning (waarvan 0,50 voor bewoners). Dit is een bewuste keuze om te zorgen dat het autoverkeer in de binnenstad de komende jaren niet verder groeit en het gebruik van duurzame mobiliteitsvormen te stimuleren. Voor de categorieën ‘Koop, 2-onder-een-kap’, ‘Koop, rij’, ‘Koop, appartement duur’ en ‘Koop, appartement gemiddeld’ is voor wat betreft de Schil 1e ring maatwerk toegepast. Hier is, vanwege de ontwikkelingen in deze zones, gekozen voor een parkeernorm van 1,25 per woning, zodat iedere woning over een parkeerplaats beschikt. voor de ‘2de schil / overloop’ is, ten behoeve van een stapsgewijze overgang, uitgegaan van het kengetal tussen minimum en gemiddeld behorende bij de CROW-zone ‘Schil centrum’. Deze keuze sluit aan bij de gemeentelijke mobiliteitsdoelen. In het Ambitiedocument Mobiliteit
(400m)n.v.t. n.v.t. 1,8 1,9 2,1 2,5 100 m2 BVO 98% Ski- en snowboardhal n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,1 n.v.t. 100 m2 BVO 98% Jachthaven 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 Ligplaats - Golfcentrum (P&P) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 49 54 per centrum 93% Golfbaan (18 holes) n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 85 108 per 18 holes 98% Indoorspeeltuin/kinderspeelhal (klein/gem) 0,4 0,4 1,2 1,6 1,9 2,6 100 m2 BVO 97% Indoorspeeltuin/kinderspeelhal (groot) 1 1 1,8 2,3 2,8 3,6 100 m2 BVO 98% Indoorspeeltuin/kinderspeelhal (zeer groot) 2,2 2,2 3,1 3,6 4 4,9 100 m2 BVO 98% Kinderboerderij 0,4 0,4 1,2 1,6 1,9 2,6 100 m2 BVO 97% Manege n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0,3 per box 90% Dierenpark 4 4 4 4,0 4 4 per ha netto terrein 99% Attractie- en pretpark n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4 4 per ha netto terrein 99% Volkstuin n.v.t. n.v.t. 1,1 1,2 1,2 1,3 per 10 tuinen 100% Plantentuin (botanische tuin) n.v.t. n.v.t. 5 6,3 8 11 per tuin 99% Sociaal cultureel centrum 2 2 2 2,0 2 2 100 m2 BVO 90% Wijk- of verenigings-gebouw 2 2 2 2,0 2 2 100 m2 BVO 95% Kartbaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,1 n.v.t. 100 m2 BVO 90% Klimhal n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2.1 n.v.t. 100 m2 BVO 90% Bordeel 1 1 1 1,0 1 1 Kamer 90% Overige sexinstelling 0,5 0,5 1 1,0 1 1 100 m2 BVO 90% Tabel 7Autoparkeernormen Sport, cultuur en ontspanning Toelichting: Filmtheater/filmhuis: een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. Musicaltheater: een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. Bowlingcentrum: een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke. Fitnessstudio/sportschool: hier trainen bezoekers zelfstandig en maken voor het overgrote deel alleen gebruik van fitnessapparaten. Fitnesscentrum: hier gaat het om een multifunctioneel centrum met een breed pakket aan activiteiten: zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics. Eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. Fitnesscentrum: bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie. Wellnesscentrum: hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar saunabaden genomen kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk. Kunstijsbaan: er wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats). Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd): al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). Golfbaan (18 holes): indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer. Indoorspeeltuin/kinderspeelhal: indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen die aanmerkelijk groter zijn. Sportzaal: een ruimte die geschikt is om op trainingsniveau om diverse zaalsporten in te beoefenen, zoals zaalvoetbal, tafeltennis, basketbal, volleybal en dergelijke. Sporthal: een ruimte met kantine en tribune, die geschikt is om op wedstrijdniveau diverse zaalsporten / balsporten in te beoefenen. Bij grotere aantallen bezoekers is de parkeernorm te laag en is maatwerk vereist. Hierbij wordt uitgegaan van 0,15 parkeerplaats per tribune- / zitplaats. Sportveld: de parkeernorm is exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten. 5.Horeca en (verblijfs-)recreatie Binnen-stad Centrum Schil 1e ring Schil 2e ring Rest Buitengebied Eenheid bezoek Camping n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0,0 n.v.t. 1,1 Standplaats 90% Bungalowpark n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0,0 1,5 2 Bungalow 91% Hotel (1*, 2*, 3*) 0,16 0,16 0,28 0,30 0,42 0,63 per kamer 77% Hotel (4*, 5*) 0,42 0,42 0,68 0,72 0,93 1,18 per kamer 65% Café / bar / cafetaria 4 4 4 4,5 5 n.v.t. 100 m2 BVO 90% Restaurant 8 8 8 8,5 12 n.v.t. 100 m2 BVO 80% Fastfoodrestaurant 5 5 5 5,0 15 15 100 m2 BVO 90% Pension, BB, hostel 0,15 0,15 0,25 0,3 0,4 0,4 per kamer 95% Discotheek 4,1 4,1 10,3 11,3 16,4 18,8 100 m2 BVO 99% Evenementen-, beurs-, congresgebouw 3 3 4 4,8 5 n.v.t. 100 m2 BVO 99% Tabel 8Autoparkeernormen Horeca en (verblijfs-)recreatie Toelichting: Er is sinds 2013 een beleidslijn voor het toestaan van lichte horeca in de randgebieden van het stadscentrum. Bij lichte horeca gaat het om lunchrooms, ijssalon, broodjeszaken etc. waar geen alcohol wordt geschonken. Deze horeca vestigt zich veelal in panden waarin voorheen detailhandel gevestigd was. Er rust al een parkeereis op het pand. Voor omvorming van detailhandel naar lichte horeca en vice versa wordt een vrijstelling van de parkeereis gegeven (artikel 3 “Bijzondere gevallen”). Naast lichte horeca treffen we ook ondersteunende horeca bij detailhandel aan. Dit houdt in dat aan een bestaande functie een kleine voorziening voor horeca wordt toegevoegd. Bijvoorbeeld een koffiecorner in een kledingzaak. Een parkeernorm is hiervoor niet nodig, omdat er op de hoofdfunctie zelf al een parkeernorm zit. Men komt niet alleen voor de horeca naar het pand. Terrassen: indien de buitenruimte voor terras groter is dan de ruimte binnen, dan geldt een aanvullende parkeernorm. Het aantal m2 aan terras dat boven het bvo van de horecafunctie “binnen” uitkomt, wordt bij de bvo van de horecafunctie opgeteld. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m2 bvo met een terras van 200 m2 moet voor 150 m2 bvo extra parkeerplaatsen maken. Binnen de bvo’s vallen ook de vaste gebruikers (eigenaar/personeel). Voor het terras geldt 100% bezoek. Hotel: In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in één van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met één ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren is een luxehotel. In Nijmegen zijn de categorieën samengevoegd en is de parkeernorm opgenomen van de hoogste ster in de categorie. Ondergeschikte functies ten behoeve van het hotel hebben geen eigen parkeernorm en worden dus niet meegeteld bij de parkeerbalans. Een zelfstandig functionerend restaurant krijgt wel te maken met een eigen parkeernorm. In de binnenstad (zie artikel 1) hoeft niet te worden voldaan aan het percentage voor bezoekers. Zij kunnen gebruik maken van de openbare parkeergelegenheden (parkeerterrein en -garages). De vaste parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden opgelost. In alle andere gebieden geldt dat zowel de vaste parkeerbehoefte als de parkeerbehoefte voor bezoekers op eigen terrein moet worden opgelost, omdat hier (nog) geen of weinig openbare parkeergelegenheden aanwezig zijn. 6.Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen De wooneenheden, zoals die bij de zorgvoorzieningen zijn benoemd, betreffen wooneenheden voor mensen met een beperkte (auto)mobiliteit. De parkeerplaatsen zijn vooral bedoeld voor het faciliteren van het eigen personeel en het bezoek van de bewoners. Binnen- stad Centrum Schil 1e ring Schil 2e ring Rest Buitengebied Eenheid bezoek Huisartsenpraktijk (-centrum) 1,8 1,8 2,2 2,3 2,7 3 Behandelkamer 57% Apotheek 2 2 2,5 2,6 2,9 n.v.t. Apotheek 45% Fysiotherapiepraktijk (-centrum) 1 1 1,2 1,3 1,5 1,7 Behandelkamer 57% Consultatiebureau 1 1 1,3 1,4 1,6 1,9 Behandelkamer 50% Consultatiebureau ouderen 1,2 1,2 1,5 1,6 1,8 2,1 Behandelkamer 38% Tandartsenpraktijk (-centrum) 1,3 1,3 1,7 1,8 2,1 2,4 Behandelkamer 47% Gezondheidscentrum 1,3 1,3 1,6 1,7 1,9 2,2 Behandelkamer 55% Ziekenhuis 1,3 1,3 1,5 1,6 1,6 1,9 100 m2 BVO 29% Beschermd wonen (24-uurs zorg) 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 n.v.t. wooneenheid 100% (incl. personeel) Hospice 0,6 0,6 1 1,2 1,4 1,4 Wooneenheid 90% Psycholoog 1,25 1,25 1,45 1,45 1,5 1,5 behandelkamer 57% Crematorium n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0,0 25,1 25,1 Gelijktige Plechtigheid 99% Begraafplaats n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0,0 26,6 26,6 Gelijktige Plechtigheid 97% Gevangenis 1,4 1,4 1,9 2,0 3 3,4 10 cellen 37% Religiegebouw 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 Gebeds-plaats - Tabel 9Autoparkeernormen Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Toelichting: Verpleeghuis / beschermd wonen (24-uurs zorg): beschermd wonen valt in omgevingsplannen onder de bestemming “maatschappelijke doeleinden”. Er is 24-uur zorg/begeleiding aanwezig in de woning of het woongebouw. De bewoners hebben een zorgindicatie en geen eigen auto. Gezondheidscentrum: een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau. Mantelzorg is intensieve zorg of ondersteuning. Mantelzorg is meer is dan de gebruikelijke hulp en zorg van huisgenoten voor elkaar. Mantelzorg vindt plaats tussen mensen die een sociale relatie met elkaar hebben. Hiervoor kan het wenselijk zijn om bij elkaar te wonen, maar toch een eigen woonruimte te hebben. Er worden hiervoor soms aparte ruimtes gebouw, die gebruikt worden voor het verlenen van mantelzorg. Hiervoor geldt geen parkeereis. 7.Onderwijsvoorzieningen Binnen-stad Centrum Schil 1e ring Schil 2e ring Rest BBK Buiten-gebied Eenheid bezoek Kinderdagverblijf (crèche) 0,8 0,8 1 1,1 1,1 1,4 100 m2 BVO - peuterspeelzaal 0,8 0,8 1 1,1 1,1 1,4 100 m2 BVO - basisonderwijs 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 per loslokaal - Middelbare school (vmbo, havo; vwo) 2,3 2,3 3 3,2 3,3 3,9 per 100 leerlingen 11% ROC, MBO 3,2 3,2 3,8 4,0 4,2 4,9 per 100 leerlingen 7% Hogeschool 6,3 6,3 6,9 7,2 7,5 8,9 per 100 studenten 72% Universiteit 9,7 9,7 11,5 12,1 12,7 14,8 per 100 studenten 48% avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs 3 3 4 4,5 5 9,5 per 10 studenten 95% Tabel 10Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen (exclusief halen en brengen) Toelichting: In bovenstaande parkeernormen voor kinderdagverblijf en basisonderwijs is het halen en brengen van kinderen niet opgenomen. Hiervoor wordt uitgegaan van de volgende formule: ‘parkeerbehoefte = het aantal leerlingen x het % leerlingen dat met de auto wordt gebracht x reductiefactor voor de parkeerduur x reductiefactor voor het aantal kinderen per auto’. Dit komt in de praktijk neer op hetgeen beschreven in onderstaande tabel. % halen en brengen met de auto Reductiefactor parkeerduur Reductiefactor aantal kinderen per auto Aantal pp per kind Groep 1 t/m 3 30% (30-60%) 0,5 0,75 0,113 Groep 4 t/m 8 5% (5-40%) 0,25 0,85 0,011 Kinderdagverblijf / BSO 50% (50-80%) 0,25 0,75 0,094 Gastouder opvang 50% 0,25 0,75 0,094 Tabel 11Autoparkeernormen Onderwijsvoorzieningen - halen en brengen van kinderen Voor parkeren bij gastouderopvang hoeft alleen rekening te worden gehouden met een extra parkeerbehoefte voor halen en brengen. Om te voorzien in de parkeerbehoefte bij gastouderopvang dient deze binnen 100 meter van de locatie aanwezig te zijn. Artikel7.Onderbouwing fietsparkeernormen BELEIDSREGEL 7: Bij het bepalen van de fietsparkeereis wordt gebruik gemaakt van de zone-indeling zoals beschreven in artikel
- Met het stellen van fietsparkeernormen wil de gemeente Nijmegen het fietsgebruik faciliteren en stimuleren. Het voorzien in kwalitatief hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen draagt hieraan bij. De reden om de fiets te nemen in plaats van de auto is namelijk mede afhankelijk van de kwaliteit, bruikbaarheid en functionaliteit van de fietsparkeervoorzieningen bij de plaats van bestemming. Daarnaast wil de gemeente Nijmegen voorkomen dat de kwaliteit van de openbare ruimte afneemt door het niet kunnen stallen van de fiets. Daarom eisen we dat de fietsenstallingsvoorziening, net als bij autoparkeren, altijd op eigen terrein wordt opgelost. Dit geldt zowel voor woningbouw en studentenhuisvesting (zie artikel 8) en voor niet-woonfuncties (zie artikel 9). Uitgezonderd bestaande situaties, waarbij geen uitbreiding of functieverandering wordt toegepast. Middels het facetbestemmingsplan parkeren en de opgenomen parkeerregels in nieuwe omgevingsplannen worden deze regels van toepassing verklaard op het hele grondgebied van Nijmegen. Omwille van de eenduidigheid is bij het opstellen van de fietsparkeernormen zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de systematiek rond de parkeernormen voor de auto. Voor het bepalen van de hoogte van de fietsparkeernormen zijn de Fietsparkeerkencijfers van het CROW (Leidraad Fietsparkeren 2023, 24-11-2023) als basis gebruikt, waarbij is uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte fietsgebruik. Voor de binnenstad (zie beleidsregel 1) passen we geen fietsparkeernormen toe. Behalve wanneer het gaat om scholen, ziekenhuizen, supermarkten, kantoren en functies met een grote bezoekersaantrekkende werking (in tabellen aangegeven met ‘grote aantallen’). Hiervoor zijn drie redenen: Allereerst kent de binnenstad al hoogwaardige fietsenstallingen. En wordt op basis van de nota ‘Meer ruimte voor voetganger, fietser en consument in de binnenstad’ gewerkt aan het verbeteren van de fietsbereikbaarheid. Hiernaast willen we graag de fietsenstallingen concentreren. De binnenstad heeft tenslotte maar beperkte ruimte voor het toevoegen van fietsenstallingen in de openbare ruimte. Conform het binnenstadsbeleid ‘Binnenstad van de toekomst’ willen we ruimte bieden aan de transformatie van de binnenstad. Het college van B&W heeft de discretionaire bevoegdheid om gemotiveerd af te wijken van de regels omtrent fietsparkeernormering. Artikel8.Gemeenschappelijke inpandige fietsenberging bij een woongebouw BELEIDSREGEL 8: Bij appartementencomplexen (inclusief studentenwoningen en appartementen kleine dan 50 m2) wordt een gemeenschappelijke fietsenberging in combinatie met een inpandige berging als gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving beschouwd, als wordt voldaan aan de eisen beschreven in artikel
- Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (artikel 4.171) verplicht bij nieuwbouwwoningen een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen. In dit artikel wordt toegelicht hoe een gemeenschappelijke inpandige fietsenstalling -al dan niet in combinatie met een inpandige berging- zodanig kan worden ingericht dat dit door de gemeente Nijmegen als gelijkwaardig aan een individuele fietsenberging conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving wordt beschouwd. Een aantal aspecten is hierbij van belang: het aantal fietsplekken per woning, de eisen aan de inpandige berging in de woning, de bereikbaarheid en het beheer van de gemeenschappelijke fietsenberging. In de gemeentelijke Huisvestingsverordening en de Beleidsregels Kamerverhuur zijn aanvullend eisen opgenomen ten aanzien van het beschikken over een inpandige fietsparkeervoorziening als voorwaarde van het omzetten van woonruimte in niet-zelfstandige woonruimte of bewoning door drie of meer personen. De fietsparkeernorm bij een gemeenschappelijke berging (= het verplicht aantal fietsplekken) Het aantal fietsplekken per woning moet voldoen aan het onderstaande schema. Het schema heeft alleen betrekking op de eigen plekken niet op de bezoekersplekken. Het is toegestaan om dubbellaags fietsenrekken toe te passen (=2 lagen, etagestalling met uitschuifgoot). Er dienen echter wel altijd twee plekken per woning in een laag (= maaiveld) rek beschikbaar te zijn. De enige uitzondering hierop betreft studentenwoningen en woningen kleiner dan <50m2 (waaronder de kleine eenkamerwoningen); hier is een 1-op-1 verhouding tussen plekken in een laag en plekken in een hoog rek toegestaan. Gebruiksoppervlakte woning (m2) Aantal plekken in fietsenrek benodigde interne berging < 50 m2 2 n.v.t. >50 - 75 m2 3 2,7 m² >75-100 m2 4 2,7 m² >100 m2 5 2,7 m² >125 m2 6 2,7 m² Studentenwoning (per wooneenheid) 2 n.v.t. Zorgwonen / beschut wonen (per wooneenheid) 0,5 n.v.t. Tabel 12Aantal fietsplekken per woning bij toepassing gemeenschappelijke berging Aangezien de toelichting van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving stelt dat een fietsenberging ook bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er bij woningen groter dan 50m2 een berging van 2,7 m² in de woning te worden gerealiseerd. Deze tabel betreft alleen fietsparkeervoorzieningen voor bewoners. Voor bezoek dient daarnaast rekening te worden 0,5 fietsparkeervoorzieningen per woning). Dit kan in een inpandige berging of op maaiveld worden gerealiseerd. Voorbeeld enkel laags (maaiveld) en hoog-laag stallen (2 lagen) Makkelijke bereikbaarheid inpandige fietsenberging Fietsenbergingen worden bij nieuwbouw doorgaans inpandig gerealiseerd, waarbij men lange gangen en meerdere deuren door moet om deze te bereiken. De slechte bereikbaarheid van deze bergingen is vaak reden voor bewoners om hun fietsen buiten (op straat) te parkeren. De bereikbaarheid van de inpandige stalling is daarom een voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging. De inrichting van de fietsenstalling moet bovendien overzichtelijke en sociaal- en verkeersveilig zijn. Dit moet door de initiatiefnemer worden aangetoond. De bereikbaarheid is een samenspel van een aantal factoren. Bij een bouwplan waarbij men aanspraak wil maken op deze gelijkwaardigheid dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning daarom een onderbouwing te worden gevoegd ten aanzien van de bereikbaarheid. Onderstaande aspecten dienen hierbij in ieder geval aan de orde te komen: de ingang van de fietsenstalling ligt op een logische plek, die niet uitnodigt om de fiets toch op maaiveld neer te zetten, de berging is bereikbaar via 1 deur, er zitten elektronische sloten op de deuren naar de fietsenberging, de berging is idealiter gelegen op maaiveld niveau als er toch hoogteverschil is, dan wordt dit sowieso overbrugd door een hellingbaan. Een trap met goot volstaat niet. Op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (en voorheen het Bouwbesluit) is omwille van de bruikbaarheid een maximaal stijgingspercentage van 1:20 vereist, waarbij de stijgende delen niet meer dan 1m tegelijk mogen overbruggen. Er moet worden voldaan aan artikel 4.30 en 4.31 van het BBL. de gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter alle woningen moeten vanuit de fietsenstalling gemakkelijk en op een logische manier te bereiken zijn, met een loopafstand van maximaal 30 meter tot aan een toegang tot het wooncomplex. Bij een gemeenschappelijke fietsenberging is een goed beheer van belang. De aanvrager moet aantonen dat: privaatrechtelijk is vastgelegd dat ieder appartement het aantal plekken krijgt toegewezen conform bovenstaande tabel, er afspraken over gebruik en beheer in het huishoudelijke reglement worden opge¬nomen. Artikel9.Toepassingskader Parkeernormen Fiets (niet-woonprogramma) BELEIDSREGEL 9: De fietsparkeereis voor niet-woonfuncties wordt bepaald door de parkeervraag van de oude functie af te trekken van de parkeervraag van de nieuwe functie (salderen). BELEIDSREGEL 10: Bij een bouwontwikkeling of functieverandering hoeft dus alleen te worden voorzien in de extra parkeerbehoefte. Het staat een initiatiefnemer altijd vrij om méér fietsparkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren dan de parkeereis. BELEIDSREGEL 11: Bij het bepalen van de fietsparkeereis van meerdere niet-woonfuncties wordt gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in tabel
- Bij dubbelgebruik kan de fietsparkeereis naar beneden worden bijgesteld, mits de initiatiefnemer dit onderbouwt met een fietsparkeerbalans. BELEIDSREGEL 12: Parkeervoorzieningen voor fietsen bij niet-woonfuncties komen altijd op eigen terrein, al dan niet inpandig, tenzij wordt voldaan aan tenminste één van de afwijkingscriteria / vrijstellingen zoals beschreven in artikel
- Bepalen van de fietsparkeereis De fietsparkeernorm wordt gebruikt om het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen te berekenen bij nieuwe ontwikkelingen, de fietsparkeereis. Hiervoor wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd met de fietsparkeernorm. De uitkomst hiervan wordt naar boven afgerond. Bij de fietsparkeernormen is, in tegenstelling tot parkeernormen voor auto’s, geen apart deel voor bezoekers opgenomen. Bij nieuwbouwplannen wordt enkel naar de behoefte van de nieuwe functie gekeken op basis van het programma en de ligging in stad. Bij verbouwplannen worden de nieuwe en oude fietspark