Beleids- en uitvoeringsregels re-integratie 2024 gemeente Zevenaar Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar; overwegende: Met het vaststellen van een nieuwe Re-integratieverordening door de Gemeenteraad (september 2024) zijn de beleids- en uitvoeringsregels Re-integratie geactualiseerd. In de beleidsregels – en uitvoeringsregels re-integratie zijn de voorzieningen uit de Re-integratieverordening verder uitgewerkt. Besluit vast te stellen de beleidsregels: Beleids- en uitvoeringsregels re-integratie 2024 gemeente Zevenaar Werken met behoud van uitkering Artikel1Werken met behoud van uitkering (algemeen) 1.Bij werken met behoud van uitkering staat de ontwikkeling van de inwoner voorop en niet het leveren van productieve arbeid of de continuïteit van de bedrijfsvoering. 2.De werkzaamheden zijn in overeenstemming met de belastbaarheid en bekwaamheden van de inwoner. 3.De werkzaamheden worden onbeloond uitgevoerd. 4.Voor de inwoner bestaat geen verplichting tot betaling van (excessieve) kosten die verbonden zijn aan de plaatsing en het eventueel daaropvolgende dienstverband. 5.De inwoner heeft niet eerder bij de betreffende werkgever of diens rechtsvoorganger gewerkt of stage gelopen op dezelfde functie, tenzij sprake is van veranderde omstandigheden die, naar het oordeel van de gemeente, plaatsing met behoud van uitkering rechtvaardigen. 6.De werkgever heeft ten behoeve van de inwoner een aansprakelijkheidsverzekering en ongevallenverzekering afgesloten. 7.De plaatsing met behoud van uitkering maakt onderdeel uit van het plan van aanpak. Het plan van aanpak bevat duidelijke doelen waaraan de inwoner werkt gedurende de plaatsing en is opgenomen in het cliëntdossier. 8.Voor de plaatsing met behoud van uitkering wordt een schriftelijke overeenkomst opgesteld. Deze wordt ondertekend door de deelnemer, de werkgever en de klantmanager van de RSD. 9.Voorafgaand aan de plaatsing wordt een werkplek op verdringing van arbeid getoetst. Artikel2Proefplaatsing 1.De werkgever heeft de intentie om aansluitend aan de proefplaatsing, zonder proeftijd- of uitzendbeding, een arbeidscontract aan te bieden van minimaal zes maanden en voor evenveel of meer uren dan de proefplaatsing. 2.De duur van de proefplaatsing is in beginsel 2 maanden. In uitzonderlijke gevallen kan deze verlengd worden. Artikel3Werkervaringsplaats 1.De werkervaringsplaats wordt als oriëntatie-, observatie- of leerinstrument ingezet, waarbij vooraf de doelen helder beschreven staan in een plan van aanpak. 2.Het maximum aantal uren per week is 32 uur. 3.De maximumduur van de werkervaringsplaats bedraagt zes maanden. 4.De gemeente kan de duur van de werkervaringsplaats met maximaal zes maanden verlengen. Dit kan alleen wanneer daar een duidelijke onderbouwing en noodzaak aan ten grondslag ligt. Artikel4Participatieplaats 1.De participatieplaats betreft additionele werkzaamheden. 2.De participatieplaats geeft inwoners de kans om te werken aan persoonlijke problematiek en tegelijkertijd te leren werken. De participatieplaats moet wezenlijk bijdragen aan de ontwikkeling van de inwoner. De participatieplaats is onderdeel van het plan van aanpak. In dit plan van aanpak staan de doelen waaraan gewerkt wordt, waar gewerkt wordt, de duur van plaatsing en de begeleiding. 3.Het plan van aanpak en de voortgang wordt ieder half jaar geëvalueerd. 4.De werkzaamheden mogen niet verdringend zijn. 5.De maximale duur is conform de wetgeving. Op dit moment is dat 2 jaar, waarbij er de mogelijkheid is tot verlenging met nog een jaar, mits de werkzaamheden op een andere werkplek plaatsvinden. Daarna kan nogmaals voor 1 jaar verlenging plaats vinden mits de werkzaamheden op nog een andere werkplek plaats vinden. 6.De deelnemer komt in aanmerking voor een premie, zoals genoemd in artikel 13 lid 1 van deze beleidsregels. Artikel5Maatschappelijk fit stage 1.De maatschappelijk fit stage is voor inwoners tot 27 jaar. 2.De maatschappelijk fit stage betreft additionele werkzaamheden. 3.De maatschappelijk fit stage geeft jongeren de kans om te werken aan persoonlijke problematiek en zich te ontwikkelen, dan wel stabiel te blijven. De maatschappelijk fit stage is onderdeel van het plan van aanpak. In dit plan van aanpak staan de doelen waaraan gewerkt wordt, waar gewerkt wordt, de duur van plaatsing en de begeleiding. 4.Het plan van aanpak en de voortgang wordt ieder half jaar geëvalueerd. 5.De werkzaamheden mogen niet verdringend zijn. 6.De maximale duur is een jaar, waarbij er de mogelijkheid is tot verlenging met een half jaar. Dit moet onderbouwd worden. Wanneer de jongere toe is aan een volgende stap wordt de maatschappelijk fit stage eerder beëindigd. Toelichting (artikelen 1 tot en met 5) Werken met behoud van uitkering is een waardevol instrument in de re-integratie van inwoners. De harde voorwaarde is dat de ontwikkeling van de inwoner voorop staat. Om te voorkomen dat er misbruik van het instrument wordt gemaakt (mensen worden vooral ingezet voor de productie of blijven langer dan nodig is werken met uitkering), is het noodzakelijk dat de klantmanagers bij de inzet van dit instrument zorgvuldig te werk gaan. Hiervoor is een uitgebreide werkinstructie gemaakt. De maatschappelijk fit stage is specifiek voor jongeren. De maatschappelijk fit stage heeft niet alleen als doel om te ontwikkelen, maar kan ook als doel hebben om stabiel te blijven. Jongeren die problemen op meerdere levensterreinen hebben en die wachten op een plek in een behandelinstituut kunnen met de maatschappelijk fit stage structuur behouden, stabiliseren, waardering opdoen en sociale contacten houden. De maatschappelijk fit stage wordt alleen ingezet wanneer andere voorzieningen niet passend zijn. In de verschillende vormen van werken met behoud van uitkering is sprake van een opbouw in prestatieniveau en in begeleidingsniveau. In het figuur is per soort aangegeven wat het prestatieniveau en begeleidingsniveau is. Informatie over de leerwerplek is te vinden in artikel 14 Scholing. Werken in dienstverband Artikel6werken met voorziening loonkostensubsidie (LKS) 1.Loonkostensubsidie wordt ingezet voor werknemers die geregistreerd staan in het doelgroepregister of onder de doelgroep nieuw beschut werk vallen. 2.Daarnaast kan een forfaitaire loonkostensubsidie worden ingezet voor inwoners die langer dan een jaar werkloos zijn geweest en nu een baan hebben aanvaard. 3.Door middel van een loonwaardemeting op de werkplek van een werknemer die niet in het doelgroepregister staat, kan via de zogenaamde praktijkroute een werknemer in het doelgroepregister worden ingeschreven, waarna een structurele loonkostensubsidie kan worden verstrekt. Artikel7Detacheringsbaan 1.Een detacheringsbaan heeft een duur van maximaal 12 maanden. 2.Voor de detacheringsbaan wordt een schriftelijke arbeidsovereenkomst opgesteld. Deze wordt ondertekend door de werknemer en de detacheerder. 3.Voor de start van de werkzaamheden bij een inlenende organisatie wordt een detacheringsovereenkomst opgesteld. Hierin liggen de gemaakte afspraken vast over de inhoud van het werk, de werktijden, het verlof en de hoogte van de inleenvergoeding. Artikel8Beschut werk 1.Een beschutte werkplaats wordt alleen aangeboden aan een inwoner die over een positieve indicatie beschikt en in staat is tot het verrichten van arbeid. 2.De beschutte werkplek is afgestemd op de mogelijkheden van de persoon. 3.Inwoners die over een positieve indicatie beschikken, maar nog niet in staat zijn tot het verrichten van arbeid, wordt een ontwikkeltraject aangeboden om plaatsing op werk mogelijk te maken. 4.Om de beschutte werkzaamheden mogelijk te maken, kunnen voorzieningen worden ingezet, zoals loonkostensubsidie, begeleiding, werkplekaanpassing, taakaanpassingen. 5.De begeleidingsvergoeding is een vast bedrag ten bedrage van de rijksvergoeding die de gemeente ontvangt voor beschut werk. Dit is in principe naar rato van het uren dienstverband. Toelichting art 6 tot en met 8 Het verdient de voorkeur om bij inwoners die niet in het doelgroepregister staan ingeschreven, maar van wie de inschatting is dat hij/zij/hen niet in staat is het Wettelijk minimum loon (WML) te verdienen, een proefplaatsing in te zetten. Gedurende de proefplaatsing vindt de loonwaardemeting plaats. Hierna neemt de werkgever de werknemer in dienst. Op deze wijze is de no-risk polis geborgd wanneer de loonwaarde beneden de 100% is. Dit is ter bescherming van zowel de werknemer als de werkgever. Daarnaast kan de werkgever door deze werkwijze gebruik maken van belastingregelingen voor deze doelgroep. De vergoeding voor begeleiding op de beschutte werkplek is in principe naar rato van het aantal uren van het dienstverband. Hiervan kan worden afgeweken wanneer dit voor de begeleiding van de medewerker noodzakelijk is. Of wanneer er geharmoniseerd beleid in de regio Midden Gelderland op dit onderwerp wordt afgesproken. Ondersteuning van werknemers Artikel9Persoonlijke ondersteuning bij werk (algemeen) 1.Voor werknemers die behoren tot de doelgroep, en die zonder begeleiding niet in staat zijn om de door de werkgever opgedragen taken te verrichten, kan verschillende vormen van ondersteuning bij werk worden ingezet. 2.Voorwaarde voor persoonlijke ondersteuning is dat de gemeente heeft vastgesteld dat de werknemer zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de door de werkgever opgedragen werkzaamheden te verrichten. 3.De werkgever alsook de werknemer kan een aanvraag indienen voor persoonlijke ondersteuning. 4.De persoonlijk ondersteuner, welke vorm dan ook, maakt bij de start een begeleidingsplan. 5.Het begeleidingsplan wordt opgesteld op basis van een, door het college, beschikbaar gestelde formulier. 6.De persoonlijk ondersteuner, welke vorm dan ook, rapporteert zo vaak als noodzakelijk of wenselijk is, maar tenminste iedere zes maanden én twee maanden voor einde van het dienstverband. Er wordt ook gerapporteerd bij calamiteiten of andere gebeurtenissen waarvan de persoonlijk begeleider kan inschatten dat dit van invloed is op de noodzaak, hoogte, duur en voortgang van de begeleiding. 7.Rapportages vinden plaats volgens het door het college beschikbaar gestelde formulier. 8.Eventuele verzoeken tot verlenging of wijzigingen worden aangevraagd door de persoonlijk begeleider, in welke vorm dan ook, met een onderbouwing in de voortgangsrapportage. 9.De subsidie is in principe voor maximaal drie jaar en wordt in deze drie jaar afgebouwd tot nul. In specifieke situaties kan het college besluiten de inzet van persoonlijke ondersteuning te verlengen als dit aantoonbaar nog noodzakelijk is. Artikel10Subsidie aan de werkgever voor interne werkbegeleiding 1.De werkgever onderbouwt waarom interne werkbegeleiding de voorkeur heeft. 2.De interne werkbegeleider die de werknemer coacht, heeft een training gevolgd om werknemers met structureel functionele beperkingen te begeleiden op de werkplek (bijvoorbeeld een HARRIE-training (CNV) of andere erkende jobcoach-training. De interne werkbegeleider kan dit aantonen door het overleggen van een relevant certificaat. 3.De interne werkbegeleider heeft aantoonbaar ervaring met het geven van begeleiding. 4.De interne werkbegeleider heeft aantoonbaar ervaring met de werkzaamheden die de werknemer dient uit te voeren. 5.De interne werkbegeleider is voor een deel van zijn werkuren vrijgesteld om de begeleiding op zich te kunnen nemen. 6.De aanvraag tot subsidieverlening moet zo spoedig mogelijk na aanvang van de proefplaatsing of het dienstverband schriftelijk door de werkgever ingediend worden bij het college met behulp van een daartoe door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 7.Bij de aanvraag tot subsidieverlening overlegt de werkgever: naam, adres, woonplaats en Burgerservicenummer van de persoon voor wie subsidie voor persoonlijke ondersteuning wordt gevraagd; (bedrijfs)naam, adres, vestigingsplaats van de werkgever; een afschrift van het HARRIE- of jobcoachcertificaat; een afschrift van de overeenkomst waaruit de aard, de duur en de omvang van het dienstverband of de proefplaatsing blijken 8.Het college kan bepalen dat ook andere bescheiden, dan wel nadere informatie moet worden overgelegd. 9.De werkgever is verplicht om uit eigen beweging het college onverwijld schriftelijk mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed zijn op de hoogte en de duur van de subsidie. Artikel11Subsidie aan de werkgever voor Jobcoach in dienst van werkgever 1.De jobcoach, in dienst van de werkgever, heeft een opleiding gevolgd om werknemers met structureel functionele beperkingen te coachen op de werkplek. De jobcoach kan dit aantonen door het overleggen van een relevant diploma. 2.De jobcoach heeft aantoonbaar ervaring met het geven van begeleiding. 3.De jobcoach heeft als enige taak binnen het bedrijf het coachen van medewerkers binnen dit bedrijf. 4.De jobcoach maakt bij de start een coachingsplan. 5.Het coachingsplan wordt opgesteld op basis van het ter beschikking gestelde format. Hierin staan de ingeschatte begeleidingsuren, de werkzaamheden van de werknemer, de knelpunten, de coachingsdoelen en hoe aan deze doelen wordt gewerkt. 6.De aanvraag tot subsidieverlening moet zo spoedig mogelijk schriftelijk door de werkgever ingediend worden bij het college met behulp van een daartoe door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 7.Bij de aanvraag tot subsidieverlening overlegt de werkgever: naam, adres, woonplaats en Burgerservicenummer van de persoon voor wie subsidie voor persoonlijke ondersteuning wordt gevraagd; (bedrijfs)naam, adres, vestigingsplaats van de werkgever; naam en contactgegevens Jobcoach; een afschrift van jobcoachcertificaat; een afschrift van de overeenkomst waaruit de aard, de duur en de omvang van het dienstverband of de proefplaatsing blijken 8.Het college kan bepalen dat ook andere bescheiden, dan wel nadere informatie moet worden overgelegd. 9.De werkgever is verplicht uit eigen beweging het college onverwijld schriftelijk mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed zijn op de noodzaak, hoogte en de duur van de subsidie. Artikel12Jobcoach in dienst van een jobcoachorganisatie 1.De jobcoach in dienst van een jobcoachorganisatie heeft een opleiding gevolgd om werknemers met structureel functionele beperkingen te coachen op de werkplek. De jobcoach kan dit aantonen door het overleggen van een relevant diploma en staat ingeschreven in een beroepsregister. 2.De jobcoach maakt een begeleidingsplan voor de betreffende werknemer. Hierin wordt de begeleidingsbehoefte uitgewerkt. 3.Het begeleidingsplan wordt opgesteld op basis van een door het college ter beschikking gestelde format. 4.In een begeleidingsplan wordt in ieder geval vastgelegd: de onderbouwing van de noodzaak van jobcoaching het doel van de jobcoaching; de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt; de verwachte duur van de jobcoaching. 5.Het bedrag dat beschikbaar is voor de jobcoaching is afhankelijk van de begeleidingsbehoefte waarbij we uitgaan van drie regimes; licht, midden en hoog. 6.Bij het bepalen van de hoogte van het beschikbare bedrag wordt rekening gehouden met het noodzakelijk aantal uren begeleiding per week en de (leer)doelen van het begeleidingstraject. 7.Bij een dienstverband van minder dan 24 uur per week wordt het maximumbedrag naar rato vastgesteld. Artikel13Jobcoach in dienst van RSD de Liemers De jobcoach in dienst van RSD de Liemers heeft een opleiding gevolgd om inwoners met een structureel functionele beperking te coachen op de werkplek. De jobcoach kan dit aantonen door het overleggen van een relevant diploma. De jobcoach staat ingeschreven in een beroepsregister. Toelichting (artikelen 9 tot en met 13) Om te verduidelijken dat er een verschil is tussen de verschillende vormen van coaching zijn de vormen in aparte artikelen opgenomen. Over de invulling van eisen aan de begeleiding, de formulieren en de hoogte van vergoedingen heeft regionale afstemming plaatsgevonden. De formulieren voor werkgevers zijn opgenomen in de instrumentengids Dennis. Scholing Artikel14Scholing 1.Bij inwoners jonger dan 27 jaar en alleenstaande ouders met ontheffing zonder een startkwalificatie1 Een startkwalificatie is in de ogen van de Nederlandse overheid het minimale onderwijsniveau dat nodig is om serieus kans te maken op duurzaam werk in Nederland. Een havo- of vwo-diploma valt onder de norm startkwalificatie. Een vmbo-diploma geeft wel toegang tot de vervolgopleiding mbo, maar wordt door de overheid niet gezien als startkwalificatie. Een mbo-diploma is wel een startkwalificatie met uitzondering van niveau 1 (assistent-beroepsbeoefenaar). ligt de focus op het halen van een startkwalificatie. 2.Bij inwoners van 27 jaar en ouder met een startkwalificatie is scholing gericht op werk. 3.Scholing wordt bij voorkeur ingezet in combinatie met een werkactiviteit, zoals proefplaatsing, werkervaringsplaats of participatieplaats. 4.Kortdurende scholing (bijvoorbeeld cursus heftruckchauffeur of cursus VCA) duurt maximaal zes maanden. 5.Overige scholing (langer dan zes maanden) is alleen mogelijk als er sprake is van een kansberoep (op basis van analyse UWV) of als de werkgever de toezegging doet de inwoner tijdens of direct na de scholing in dienst te nemen. Deze wordt gecombineerd met een werkplek, waarbij met behoud van uitkering ervaring wordt opgedaan. Dit noemen we een leerwerkplek. 6.Om de kans op uitval te verkleinen, vindt er voorafgaand aan de overige scholing een onderzoek naar de leerbaarheid van de inwoner plaats. Indien de inwoner leerbaar blijkt, vindt een gesprek plaats met betrokkene over de persoonlijke situatie en de benodigde studiebegeleiding. Beide aspecten worden vastgelegd in een plan van aanpak. 7.Een inwoner mag in principe éénmaal een door de RSD betaald herexamen doen. In specifieke gevallen, ter beoordeling aan de klantmanager RSD, kan vaker een herexamen vergoed worden. Daarna zijn de kosten voor de inwoner zelf. Toelichting Voorafgaand aan de beslissing om scholing in te zetten, wordt door de klantmanager beoordeeld of de inwoner in staat is om scholing te volgen. Hierbij wordt gekeken naar de belastbaarheid, capaciteiten en omstandigheden van de inwoner. De klantmanager kan hiervoor ook extern advies vragen bij onafhankelijk deskundigen. Wanneer hieruit blijkt dat de inwoner in staat is om scholing te volgen, kan toestemming worden verleend. Stimuleringssubsidies Artikel15Activeringssubsidies 1.Inwoners van 27 jaar of ouder met een Participatiewet-, IOAW of IOAZ-uitkering die ten minste 8 uur per week vrijwilligerswerk verrichten bij een niet-commerciële organisatie, kunnen in aanmerking komen voor de activeringssubsidie. 2.Inwoners van 27 jaar of ouder met een Participatiewet-, IOAW of IOAZ-uitkering die ten minste 8 uur per week werkzaam zijn op een participatieplaats, kunnen in aanmerking komen voor de activeringssubsidie. 3.De hoogte van de activeringssubsidie bedraagt € 25,- per maand. 4.De uitbetaling van de activeringssubsidie voor vrijwilligerswerk vindt eens per jaar, na afloop van het kalenderjaar, plaats. 5.De uitbetaling van de activeringssubsidie voor een participatieplaats vindt plaats zoals in de wet is vastgelegd. Dat is op dit moment eens per half jaar, mits de inwoner zich naar vermogen inzet. 6.Inwoners van 27 jaar of ouder met een Participatiewet-, IOAW of IOAZ-uitkering die uitstromen naar betaald werk (met of zonder loonkostensubsidie) kunnen in aanmerking komen voor een uitstroomsubsidie van € 600,-. 7.De eerste helft van de uitstroomsubsidie (€ 300,-) wordt uitbetaald bij aanvaarding van betaald werk waardoor geen beroep meer gedaan hoeft te worden op een bijstandsuitkering. 8.De tweede helft van de uitstroomsubsidie zal na 6 maanden worden uitbetaald als de inwoner in die periode betaald werk heeft gehad en geen beroep heeft gedaan op een bijstandsuitkering. 9.Inwoners van 27 jaar of ouder met een Participatiewet-, IOAW of IOAZ-uitkering komen maximaal één keer per drie jaar in aanmerking voor de in lid 6 bedoelde uitstroomsubsidie. Toelichting (artikel 15) Activeringssubsidies wordt ingezet om inwoners te motiveren maatschappelijk mee te doen en iets voor de maatschappij terug te doen. Voorzieningen Artikel16Reiskostenvergoeding en vervoersvoorziening algemeen 1.Inwoners die deelnemen aan een traject naar werk of maatschappelijke participatie kunnen, als dit voor succesvolle deelname aan het traject noodzakelijk is, in aanmerking komen voor (een vergoeding voor) een vervoersvoorziening of een reiskostenvergoeding. 2.Ook inwoners die een inburgeringscursus volgen én een bijstandsuitkering ontvangen komen voor een vergoeding in aanmerking. 3.De verschillende opties staan benoemd in de artikelen 17 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.