Besluit van de regeringscommissaris van 10 december 2019 no. 10 in plaats van het bestuurscollege van het openbaar lichaam Sint Eustatius tot vaststelling van regels over de ambtelijke organisatie (Organisatiebesluit Sint Eustatius 2019)De regeringscommissaris, krachtens de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius handelende in plaats van het bestuurscollege, Overwegende dat het gewenst is de nieuwe organisatiestructuur van het openbaar lichaam Sint Eustatius te verankeren in een organisatiebesluit; Gelet op artikel 168, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; b e s l u i t: vast te stellen de volgende verordening: Besluit van de regeringscommissaris van 10 december 2019 no.10 in plaats van het bestuurscollege van het openbaar lichaam Sint Eustatius tot vaststelling van regels over de ambtelijke organisatie (Organisatiebesluit Sint Eustatius 2019) Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: bestuurscollege: het bestuurscollege van het openbaar lichaam; bureau: organisatieonderdeel met hoofdzakelijk ondersteunende en adviserende rol. directie: elk als zodanig door het bestuurscollege aangewezen organisatieonderdeel, dat functioneel wordt aangestuurd door een directeur en een eigen verantwoordingsplicht heeft aan de eilandsecretaris; eilandsecretaris: de eilandsecretaris, hoogste ambtenaar, van het openbaar lichaam; openbaar lichaam: het openbaar lichaam Sint Eustatius; unit: een organisatie-eenheid binnen een directie die een eigen, rechtstreekse verantwoordelijkheid aan de directeur van desbetreffende directie heeft. Hoofdstuk2.Structuur van de ambtelijke organisatie Artikel2.Organisatie-eenheden 1.Het ambtelijk apparaat van het openbaar lichaam zorgt voor optimale en efficiënte dienstverlening voor de externe en interne klant en is ingedeeld in de volgende directies. directie Bedrijfsvoering en Klantenservice; directie Economie, Natuur en Infrastructuur; directie Sociaal; directie Transport. 2.Naast de vier directies, en een griffie, heeft het openbaar lichaam drie bureaus: bureau Kabinet; bureau Bestuursondersteuning; bureau Gedeputeerden. Artikel3.Directie Bedrijfsvoering en Klantenservice 1.De directie Bedrijfsvoering en Klantenservice bestaat uit de volgende units: unit Financiën; unit Interne Dienstverlening; unit Klantenservice. 2.De directie Bedrijfsvoering en Klantenservice heeft de volgende doelstellingen: het zorgdragen voor een adequaat financieel beheer op zowel het gebied van beleid als ook de uitvoering hiervan; het faciliteren van post en archief, huisvesting en inkoop, human resources en informatietechnologie; het behandelen van aanvragen van burgers en ondernemers op het gebied van burgerzaken en vergunningen. Artikel4.Directie Economie, Natuur en Infrastructuur 1.De directie Economie, Natuur en Infrastructuur bestaat uit de volgende units: unit Planning en Beleid; unit Vergunningen, Toezicht en Handhaving; unit Veterinaire diensten; unit Publieke werken en diensten. 2.De directie Economie, Natuur en Infrastructuur heeft de volgende doelstellingen: het ontwikkelen van strategisch beleid en projecten op het gebied van economie, natuur & infrastructuur, het aangeven van de middelen waarmee de gestelde organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden en het evalueren van de mate waarin de doelen gerealiseerd zijn; het toetsen van aanvragen, het verstrekken van vergunningen, het toezien op de naleving van de gestelde voorschriften en de handhaving; het toezien op de voedselveiligheidsketen, het slachten van dieren voor consumptie en andere veterinaire diensten; het beheer en plannen van onderhoud van openbare werken en de algehele coördinatie van de werkzaamheden op het gebied van landbouw, veeteelt, visserij en natuur; het onderhouden en schoonhouden van de gebouwen van het openbaar lichaam; het mogelijk maken en ondersteunen van ruimtelijke/economische initiatieven. Artikel5.Directie Sociaal 1.De directie Sociaal bestaat uit de volgende units: unit Beleid en Programma; unit Publieke gezondheidszorg; unit Maatschappelijk ondersteuning; unit Cultuur en Evenementen. 2.De directie Sociaal heeft de volgende doelstellingen: het ontwikkelen van strategisch en preventief sociaal beleid, het aangeven van de middelen waarmee de gestelde organisatiedoelen gerealiseerd kunnen worden en het evalueren van de mate waarin de doelen gerealiseerd zijn; het bewaken en versterken van de publieke gezondheid en het toezien op de naleving van gestelde voorschriften, zoals vastgelegd in beleid op het gebied van openbare gezondheidszorg; het stimuleren en activeren van sociale en maatschappelijke participatie van burgers en het toezien op de naleving van de gestelde voorschriften onder andere op het gebied van onderwijs; het bevorderen van de cultuurwaarden en de regie op lokale evenementen. Artikel6.Directie Transport 1.De directie Transport bestaat uit de volgende units: Unit Luchthaven; Unit Zeehaven; Unit Beveiliging. 2.De directie Transport heeft de volgende doelstellingen: het zorgdragen voor een efficiënte en veilige afhandeling van passagiers- en luchtvrachtverkeer; het zorgdragen voor een efficiënte en veilige afhandeling van passagiers- en scheepsvrachtverkeer; borgen van een veilige doorgang van personen en goederen door de lucht- en zeehaven en het eventueel beveiligen van andere objecten. Artikel7.Bureau Bestuursondersteuning 1.Het bureau Bestuursondersteuning staat onder leiding van het hoofd bureau Bestuursondersteuning/adjunct-eilandsecretaris. 2.Het bureau Bestuursondersteuning heeft de volgende hoofdtaken: juridische zaken; communicatie en voorlichting; secretariële ondersteuning aan de gezaghebber en de eilandsecretaris. Artikel8.Bureau Kabinet 1.Het bureau Kabinet staat onder leiding van een chef-kabinet. 2.Het bureau Kabinet heeft de volgende hoofdtaken: het zorgdragen voor een gecoördineerde advisering aan de gezaghebber bij het uitvoeren van zijn taken en beleidsagenda; het volgen van beleidsontwikkelingen die relevant zijn voor het openbaar lichaam; het ondersteunen van de gezaghebber op het gebied van openbare orde en veiligheid; de regievoering op het toezicht- en handhavingsinstrumentarium op het gebied van openbare orde en veiligheid. advisering bij (dreigende) crises en rampen en de voorbereiding daarvan. Artikel9.Bureau Gedeputeerden 1.Het bureau Gedeputeerden wordt aangestuurd door de gedeputeerden gezamenlijk en heeft de volgende hoofdtaken; secretariële ondersteuning van de gedeputeerden. politiek- bestuurlijke advisering aan de gedeputeerden. 2.De secretariële ondersteuning is een vaste bezetting en niet afhankelijk van de zittingsduur van de gedeputeerden. 3.Elke gedeputeerde heeft een politiek adviseur wiens benoeming afhankelijk is van de zittingsduur van de gedeputeerde. Hoofdstuk3.Functionarissen en hun verantwoordelijkheden Artikel10.Eilandsecretaris De eilandsecretaris staat aan het hoofd van de ambtelijke organisatie. De eilandsecretaris: is algemeen adviseur van het bestuurscollege, de gezaghebber en de door die bestuursorganen ingestelde commissies; is algemeen directeur en als zodanig ambtelijk eindverantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie met uitzondering van de griffie; is verantwoordelijk voor de coördinatie van de eilandelijke rampenbestrijding en crisisbeheersing; is verantwoordelijk voor goed werkgeverschap, waaronder een gezonde bedrijfsvoering en de ontwikkeling van zijn medewerkers; is verantwoordelijk voor de implementatie van een reorganisatie; legt verantwoording af aan het bestuurscollege. Artikel11.Directeur Iedere directie heeft een directeur. De directeur: geeft leiding aan de directie en is als integraal manager verantwoordelijk voor het functioneren van de directie als geheel en units en voor de kwaliteit van de resultaten; is lid van het directieteam en opereert daarin op strategisch niveau; is mede verantwoordelijk voor de cultuur en effectiviteit van de gehele organisatie; is de eerst aangewezene voor de juiste en tijdige advisering over de personeelsbezetting en de bewaking van de voortgang en de kwaliteit van de werkzaamheden van zijn managementteam; is verantwoordelijk voor de planning- & controlcyclus; is verantwoordelijk voor het realiseren van het directieplan; is medeverantwoordelijk voor de implementatie van een reorganisatie; legt verantwoording af aan de eilandsecretaris. Artikel12.Unitmanager Iedere unit heeft een unitmanager. De unitmanager: geeft leiding aan unit en is als integraal manager verantwoordelijk voor het functioneren van de unit en de kwaliteit van de resultaten; is lid van het managementteam en opereert daarin op tactisch niveau; is mede verantwoordelijk voor de cultuur en effectiviteit van de gehele directie; stimuleert en monitort de medewerker in zijn/haar professionele ontwikkeling; is de eerst aangewezene voor de juiste en tijdige advisering over de personeelsbezetting en de bewaking van de voortgang en de kwaliteit van de werkzaamheden van zijn unit; de unitmanager rapporteert aan en stemt af met de directeur; de unitmanager legt verantwoording af aan de directeur. Artikel13.Supervisor Enkele units hebben supervisors. De supervisor: begeleidt en coacht de medewerkers; houdt toezicht op de uitvoering en kwaliteit van de werkzaamheden en bewaakt de interne procedures; draagt zorg voor de planning en coördinatie van de uitvoering, stelt prioriteiten, verdeelt, controleert en ziet toe op de voortgang en de kwaliteit van de werkzaamheden; leidt en neemt deel aan uitvoeringsprojecten; legt verantwoording af aan de unitmanager. Artikel14.Concerncontroller De rol van de concerncontroller wordt extern belegd om de onafhankelijke positie te waarborgen. Taken en functie worden telkens bij afzonderlijke opdrachten geformuleerd Artikel15.Algemene verantwoordelijkheden leidinggevenden De eilandsecretaris, hoofd bureau bestuursondersteuning/adjunct-eilandsecretaris, directeuren en unitmanagers dragen er in hun hoedanigheid van leidinggevende, zorg voor dat medewerkers hun werk optimaal kunnen uitvoeren. De leidinggevende zorgt er voor dat medewerkers: vakinhoudelijk bekwaam zijn; de noodzakelijke professionele vaardigheden, houding en gedrag hebben en/of ontwikkelen (taakvolwassen zijn); over de bij hun taak en functieprofiel passende basiscompetenties beschikken; bij hem terecht kunnen om over een onderwerp te sparren en brainstormen; aangesproken worden op resultaten, houding en gedrag; weten hoe zij functioneren en worden beoordeeld. Artikel16.Planning-, Functionerings- en beoordelingsgesprekken Iedere medewerker is op de hoogte van zijn/haar taken en de te behalen resultaten. De afspraken hierover worden vastgelegd in het planningsgesprek, halverwege het jaar wordt het functioneren besproken en worden er vervolgafspraken gemaakt, aan het einde van de periode wordt de medewerker beoordeeld op zijn prestatie. Deze cyclus vindt jaarlijks plaats. Hoofdstuk4.Overlegstructuren Artikel17.Het directeurenoverleg 1.De eilandsecretaris, adjunct-eilandsecretaris en de vier directeuren vormen samen het directieteam. Zolang de directeur bedrijfsvoering en klantenservice niet is aangesteld wordt dit directieteam aangevuld met de unitmanager Financiën en de unitmanager Interne Dienstverlening. 2.De eilandsecretaris is voorzitter van het directeurenoverleg. 3.Bij afwezigheid van de eilandsecretaris treedt de adjunct-eilandsecretaris op als voorzitter van het directeurenoverleg. Het overleg vindt wekelijks na het bestuurscollege plaats. 4.Het directeurenoverleg. betreft de terugkoppeling van de laatste vergadering van het bestuurscollege; is gericht op het signaleren van actualiteiten uit de omgeving buiten de organisatie; is gericht op (integrale, concernbrede) ontwikkelingen binnen de organisatie, inclusief het proces van organisatieontwikkeling en klachten jegens het personeel; bevordert het integraal denken en handelen door actief samen te werken; is gericht op het bijsturen van planningen, het vastleggen van kaders en het bepalen van de visie; is gericht op het voorbereiden van het overleg met het bestuurscollege, welk overleg ten minste vier keer per jaar plaatsvindt. 5.De voorzitter van het directeurenoverleg stelt de vergaderdata en de agenda voor de vergaderingen van het directeurenoverleg vast. Ieder lid van het directeurenoverleg kan onderwerpen en zaken voor plaatsing op de agenda bij de voorzitter indienen en de voorzitter verzoeken in bijzondere omstandigheden een extra vergadering bijeen te roepen. De voorzitter zorgt er voor dat de agenda en bijbehorende stukken gereed worden gemaakt en zo mogelijk ten minste twee dagen voor de vergadering in het bezit zijn van de leden van directeurenoverleg. Indien de agenda daartoe aanleiding geeft, nodigt de voorzitter anderen dan de in het eerste lid genoemde leden uit om aan een desbetreffende vergadering van het directeurenoverleg deel te nemen. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.