. Begrippen We hanteren zo veel mogelijk dezelfde begrippen als in de wet basisregistratie personen. De begrippen “woonadres”, “briefadres” en “briefadresgever” zijn bijvoorbeeld in de wet gedefinieerd. Andere begrippen zijn in dit artikel toegelicht.
. Redenen voor een briefadres In dit artikel staan de redenen voor een briefadres. Deze redenen zijn uitgewerkt in de artikelen 3 t/m 6.
. Briefadres bij het ontbreken van een woonadres Er zijn allerlei situaties mogelijk van het ontbreken van een woonadres (in Nederland). Deze zijn in dit artikel uiteengezet. Is er een situatie die niet in een van deze zes voorbeelden past? Dan passen we waar mogelijk maatwerk toe. Dak- en thuisloosheid Van dakloosheid is sprake bij verblijf op straat of in de nachtopvang. Voor de beoordeling van briefadressen spreken we van thuisloosheid als een persoon op verschillende adressen verblijft en waarbij de maximale duur van het verblijf op één adres nooit langer is dan twee maanden van een half jaar. Langdurige vermissing Als iemand langdurig vermist is, wijzigen wij de inschrijving in de BRP in een briefadres. Dit omdat vaststaat dat de persoon niet meer op het woonadres verblijft. We kiezen in dit soort situaties niet direct voor uitschrijven uit de BRP. Dat zou consequenties hebben voor de naasten en de zoektocht naar de persoon. Korte overbrugging tussen twee woningen Er is sprake van een korte overbrugging tussen twee woningen als de aanvrager de oude woning heeft verlaten en de nieuwe woning nog niet kan betrekken. De aanvrager moet aantonen dat hij een nieuwe woning heeft. Dat kan door het overleggen van een huur- of koopovereenkomst van de nieuwe woning. Reizend beroep Wie door de uitoefening van een reizend beroep steeds op andere adressen verblijft kan een briefadres kiezen. Te denken valt aan beroepen als circusartiest of kermisexploitant. Kort verblijf in het buitenland De wet schrijft voor wanneer iemand moet worden uitgeschreven uit de BRP. Dat is het geval als iemand langer dan acht maanden per jaar in het buitenland is. Gaat iemand korter dan acht maanden naar het buitenland? Dan is inschrijven op een briefadres mogelijk. Deze situatie doet zich vaak voor bij internationale stages en bij (tijdelijke) verhuur van de woning door kort verblijf in het buitenland. Overigens is het belangrijk om te vermelden dat de periode van acht maanden niet aangesloten hoeft te zijn. Iemand die bijvoorbeeld in een jaar twee keer voor langere tijd vertrekt, moet zich uitschrijven als dat in totaal langer dan acht maanden is. Dan is een briefadres dus niet mogelijk. Beroepshalve varen op een schip dat in Nederland thuishaven heeft Als de aanvrager beroepshalve vaart op een schip dat in Nederland thuishaven heeft, kan hij een briefadres kiezen. Vaart de aanvrager op internationale wateren? Dan mag het verblijf in het buitenland naar redelijke verwachting niet langer dan 2 jaar duren. Dit is ook vastgelegd in artikel 29 van het Besluit BRP. In aansluiting op het Besluit BRP is in deze beleidsregel opgenomen dat de aanvrager ‘beroepshalve’ vaart. Er is dus geen uitzondering voor de pleziervaart. Als iemand niet-beroepshalve verblijft op een schip, is er in veel gevallen een vaste ligplaats die als woonadres kan worden aangewezen. Vaart iemand niet-beroepshalve voor een korte tijd in het buitenland? Dan is een briefadres mogelijk vanwege kort verblijf in het buitenland (situatie e uit art. 3.).
. Briefadres bij verblijf in een instelling Verblijft de aanvrager in een aangewezen instelling? Dan kan hij een briefadres kiezen. Het gaat hierbij om instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van kinderbescherming en penitentiaire instellingen. In artikel 17, 18 en 19 van de Regeling BRP is verder uitgewerkt om welke instellingen het precies gaat. Bovenop dit landelijke beleid geldt in onze gemeente dat de aanvrager ook een briefadres kan kiezen bij een verblijf in: een instelling waarin beschermd wonen of opvang wordt verstrekt (maatschappelijke opvang); een blijf-van-mijn-lijfhuis of vergelijkbare opvanglocaties Verblijf in een maatschappelijke opvang Personen die gebruikmaken van een aangewezen locatie voor maatschappelijke opvang kunnen een briefadres krijgen bij één van de opvanginstellingen. Brieven en andere poststukken voor deze personen komen dan rechtstreeks bij hulpverleners terecht. Verblijf in een blijf-van-mijn-lijfhuis of vergelijkbare opvanglocaties Personen die verblijven in een opvanghuis kunnen met een briefadres ingeschreven kunnen worden op het kantooradres van de instelling waar ze verblijven. Zo zorgen we ervoor dat het adres van de instelling waar de persoon verblijft geheim blijft. In welke gemeente kiest de aanvrager een briefadres? Iemand die in een instelling verblijft, kan een briefadres kiezen binnen elke gemeente in Nederland. Voor gedetineerden of personen die in een psychiatrische inrichting verblijven is het advies om bij voorkeur een briefadres te kiezen in de gemeente van herkomst. Dit is onder andere van belang voor de verworven rechten die men daar heeft opgebouwd, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting.
. Briefadres als inschrijven om veiligheidsredenen niet wenselijk is Het komt soms voor dat de burgemeester van oordeel is dat het om veiligheidsredenen niet gewenst is om een persoon op zijn of haar woonadres in te schrijven. In dat geval kan de betrokkene een briefadres kiezen. Als de aanvrager hier een beroep op doet, vragen wij een schriftelijke verklaring van de burgemeester. In de praktijk vraagt de afdeling Publieke Dienstverlening die rechtstreeks op bij de afdeling Openbare Orde en Veiligheid.
. Het voorkomen van schrijnende situaties Dit artikel biedt extra mogelijkheden voor het toepassen van de menselijke maat bij sociaal-maatschappelijke problemen. De afdeling Publiekszaken werkt hierbij samen met onder andere het Sociaal Team, CJG en het Leger des Heils Korps Zeist in een Multi Disciplinair Team (MDT). Bij sociaal-maatschappelijke problematiek kan gedacht worden aan psychische problematiek gecombineerd met problemen zoals verslaving, schulden, dakloosheid en werkloosheid. Het MDT vindt oplossingen voor inwoners die niet op grond van bestaande regels ingeschreven kunnen worden op een (brief)adres en daardoor in een schrijnende situatie verkeren.
. Aanvullende inlichtingen en verschijnen in persoon Soms zijn aanvullende inlichtingen nodig om een aanvraag te beoordelen. Het kan hierbij gaan om het beantwoorden van vragen of het overleggen van documenten, zoals reserveringsbewijzen of een huurovereenkomst. Ook kan het college vragen dat de aanvrager in persoon verschijnt als dit nodig wordt geacht zoals beschreven in de Wet BRP art. 2.45. In dat geval maken we een afspraak met de aanvrager in het gemeentehuis.
. Procedure als de aanvraag niet compleet is Een aanvraag is onvolledig als één van de genoemde documenten uit de artikelen 3, 4, 5 of 6 ontbreekt. De aanvrager krijgt 14 dagen om de aanvraag compleet te maken. Die termijn kan eenmalig verlengd worden. Wordt de aanvraag niet aangevuld? Dan kunnen wij de aanvraag niet behandelen. Dat betekent dat we de aanvraag niet inhoudelijk behandelen. Hier staat bezwaar tegen open. Hier gaan we uiteraard niet lichtvaardig mee om. Alleen als een essentieel onderdeel ontbreekt en wij de informatie niet op een andere manier (bijvoorbeeld binnengemeentelijk) kunnen verkrijgen, behandelen wij de aanvraag niet. Denk bijvoorbeeld aan een situatie dat iemand die vanuit het buitenland komt een briefadres aanvraagt. De aanvrager moet dan altijd in persoon verschijnen om vast te stellen dat hij daadwerkelijk in Nederland is. Als hij niet in persoon verschijnt, kunnen we de aanvraag briefadres niet behandelen.
. Briefadres op het adres van de gemeente Meestal kiest een aanvrager voor een briefadres bij een vriend of familielid. Als dat niet kan, is inschrijving op een briefadres van de gemeente mogelijk. In dit artikel staan de regels die we daarvoor hanteren. Personen die kiezen voor inschrijving op het briefadres van de gemeente, hebben toestemming van ons nodig. Er zijn drie voorwaarden: Er wordt een schrijnende situatie voorkomen of beëindigd. Om een schrijnende situatie te voorkomen of beëindigen stelt het college het aangaan van een (gemeentelijk) hulpverleningstraject als voorwaarde (zie artikel 6 van deze beleidsregel). In andere situaties wordt de briefadresaanvrager geacht zelf een briefadresgever te vinden binnen zijn familie- of kennissenkring. De aanvrager verblijft aantoonbaar in de gemeente Zeist, of heeft in de laatste twee jaar (voorafgaand op de dag van aanvraag) langer dan één jaar in de gemeente gewoond blijkens uit het BRP. De doorzendplicht blijft wel in stand, verblijft namelijk iemand in een andere gemeente? Dan sturen we de aanvraag door naar die andere gemeente. Op deze manier zorgen we ervoor dat de aanvrager zorg en hulpverlening krijgt in de gemeente van verblijf. De betrokkene komt minimaal één keer per twee weken zijn post ophalen. Personen met een gemeentelijk pandverbod wijzen iemand aan die de post ophaalt. Bij het niet tijdig ophalen van de post zal de gemeente de briefadresnemer hier één keer aan herinneren. Als dat niet helpt dan stelt de gemeente een adresonderzoek in. Het briefadres op het adres van de gemeente is het Rond 1, 3701 HS in Zeist (Postbus 513, 3700 AM Zeist). De Teammanager Publiekszaken is bevoegd tot het aanwijzen van een adres van de gemeente dat als gemeentelijk briefadres wordt gebruikt. Ambtshalve inschrijven Als iemand binnen de gemeentegrenzen verblijft, geen aangifte van adreswijziging doet en aan de voorwaarden voor inschrijving in de BRP voldoet, schrijven wij die persoon ambtshalve in op het briefadres van de gemeente. Deze verplichting uit de wet BRP zorgt ervoor dat personen in een kwetsbare situatie de zorg- en voorzieningen kunnen aanvragen die zij nodig hebben. De verplichting om op een briefadres in te schrijven, geldt alleen als een woonadres ontbreekt. Dit is ook in de rechtspraak bevestigd (bv. ECLI:NL:RVS:2022:637). De verblijfplaats van de betrokkene moet dus bekend zijn, vóórdat wij kunnen overgaan tot (ambtshalve) inschrijving op een briefadres.
. Maximumaantal briefadressen op één adres Er is een maximum aan het aantal personen dat op één adres met een briefadres mag worden ingeschreven. Dit is nodig om misbruik en adresfraude tegen te gaan. Het maximum geldt uitsluitend voor inschrijvingen op het adres van een inwoner. Aan het aantal briefadressen op het adres van een rechtspersoon, zoals een instelling, is geen maximum verbonden.
. Beoordeling van een briefadres In dit artikel is beschreven hoe en binnen welke termijn de beoordeling plaatsvindt.
. Termijn briefadres De duur van inschrijving op een briefadres is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de aanvrager. Zeker bij dak- en thuislozen. Zolang zij een zwervend bestaan leiden kan een briefadres worden gehouden. De aanvraag wordt in ieder geval jaarlijks getoetst. Als de briefadreshouder een verzoek doet tot verlenging van zijn briefadres, dan wordt opnieuw beoordeeld of hij aan de voorwaarden voldoet. De aanvrager dient zelf een verzoek in tot verlenging van het briefadres. In geval geen verzoek tot verlenging wordt ontvangen verzoekt de gemeente de aanvrager informatie te verstrekken over zijn feitelijke woonsituatie. Indien een reactie op het verzoek uitblijft of onvoldoende informatie wordt verstrekt stelt het college een adresonderzoek in. Dit betekent dat de gemeente onderzoek doet naar de werkelijke woonsituatie van de persoon die op het briefadres staat ingeschreven. Mogelijk leidt de uitkomst van het onderzoek tot uitschrijving uit de BRP. Om het tijdelijke karakter van een korte overbrugging tussen twee woonadressen te benadrukken wordt een briefadres in dit geval na maximaal zes maanden opnieuw beoordeeld. Verlenging is mogelijk, als de nieuwe woning nog niet kan worden betrokken. Als van tevoren al bekend is dat iemand een bepaalde periode in het buitenland zal verblijven , dan kan een briefadres worden verleend voor maximaal de periode van het verblijf in het buitenland. Na terugkeer in Nederland moet de persoon zich weer inschrijven op het adres van verblijf. Dit artikellid benadrukt de wettelijke verantwoordelijkheid van degene die het briefadres heeft. Iemand die een briefadres heeft, is verplicht om de gemeente meteen in te lichten als zijn woonsituatie verandert. Volgens de wet moet een wijziging binnen vijf dagen aan de gemeente worden doorgegeven. De nieuwe woonsituatie kan leiden tot inschrijving op een woonadres, een registratie van het vertrek uit Nederland of tot een verlenging van het briefadres. Wijzigt de situatie van de persoon op het briefadres doordat hij een woonadres heeft in een andere gemeente, dan wordt aangifte van adreswijziging gedaan in de nieuwe gemeente. Het briefadres eindigt automatisch na het verwerken van de adreswijziging door de nieuwe gemeente.
. Monitoring briefadres Om te voorkomen dat een ingeschrevene ten onrechte ingeschreven blijft staan met een briefadres terwijl deze een woonadres heeft, vindt regelmatig een herbeoordeling van het briefadres plaats. Hiertoe wordt in de gemeente een administratie bijgehouden die in de BRP-applicatie is opgenomen er worden aan de hand hiervan controles uitgevoerd. In geval een persoon op een briefadres is ingeschreven vanwege een permanent verblijf in een instelling dan vindt geen nieuwe beoordeling plaats. Bijvoorbeeld bij opname in verpleeghuis vanwege dementie. In alle andere situaties wordt het briefadres opnieuw beoordeelt na afloop van de periode waarvoor het briefadres is verleend.
. Beëindigen briefadres Het is belangrijk dat goede afspraken worden gemaakt zodat zowel de briefadresgever als de briefadreshouder de op hun rustende verplichtingen nakomen. Daarbij valt te denken dat in ieder geval de aan briefadreshouder gerichte post hem ook daadwerkelijk bereikt. Indien betrokkene weer over een woonadres beschikt dan wel zijn verplichtingen niet nakomt is dat reden om het adres in onderzoek te zetten en eventueel te beëindigen.
. Hardheidsclausule Door het opnemen van het maatwerkartikel (art 1, lid 4) is de noodzaak van een hardheidsclausule kleiner geworden. Het maatwerkartikel ziet toe op de situatie van het voorkomen van schrijnende situaties, waarbij hulpverlening noodzakelijk is in geval van sociaal-maatschappelijke problemen. Ook andere bijzondere situaties kunnen zich voordoen, waarbij strikte toepassing van deze regeling tot onbillijkheid kan leiden. Ook in deze uitzonderingsgevallen kan het gerechtvaardigd zijn om af te wijken van deze regeling. Het is goed om als gemeentelijk dienstverlener nooit de menselijke maat uit het oog te verliezen. Het belang daarvan kan zo groot zijn dat de gemeente in zeer bijzondere gevallen voorbij kan gaan aan de bepalingen van deze beleidsregeling.
. Inwerkingtreding
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.