Protocol omgang met vermoedens van een integriteitsschending gemeente KapelleZaaknummer Z25.023357 Documentnummer D25.327210 De raad van de gemeente Kapelle; overwegende dat het bestuurlijk handelen door burgemeester, wethouders, raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Kapelle, nader gereglementeerd is via de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Kapelle en de Gedragscode integriteit gemeenteraads- en steunfractieleden gemeente Kapelle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 maart 2025, nummer D25.326302; gelet op artikelen 15 derde lid, 41 c tweede lid en 69 tweede lid van de Gemeentewet; b e s l u i t : Het protocol omgang met vermoedens van een integriteitsschending gemeente Kapelle vast te stellen. Inleiding Voor het vertrouwen van burgers in de overheid is integer handelen van burgemeester, wethouders, raadsleden en steunfractieleden een kernvoorwaarde. In dit protocol noemen we hen ‘politiek ambtsdragers'. Met de Gedragscode integriteit raadsleden en steunfractieleden gemeente Kapelle en de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Kapelle heeft de raad, overeenkomstig artikel 15 lid 3, 41c lid 2 en 69 lid 2 van de Gemeentewet, gedragscodes voor de politiek ambtsdragers in gemeente Kapelle vastgesteld. In deze gedragscodes is vastgelegd welke normen zij volgen voor integer bestuur. Een gedragscode vormt samen met de wettelijke regels het geldende normenkader voor het handelen van politiek ambtsdragers. Dit normenkader helpt bij het maken van de juiste keuzes. Dit protocol gaat over de situaties waarin vermoed wordt dat een raadslid, steunfractielid, wethouder of de burgemeester is afgeweken van het geldende normenkader en er daarbij twijfel is ontstaan over de integriteit van hun gedrag. In dat geval is het in het belang van alle betrokkenen om een zorgvuldig proces te doorlopen met oog voor alle belangen. 1.Uitgangspunten en verantwoordelijkheden Dit protocol beschrijft de werkwijze bij een vermoedelijke integriteitsschending door een politiek ambtsdrager. Het biedt de melder bescherming, de betrokken politiek ambtsdrager een eerlijke procedure en de uitvoerders van die procedure bruikbare handvatten. 1.1Rollen en posities Burgemeester De burgemeester heeft een centrale rol bij vermoedens van integriteitsschendingen door een politiek ambtsdrager. Die rol komt voort uit artikel 170 lid 2 van de Gemeentewet, waarin de burgemeester wordt belast met de taak de bestuurlijke integriteit van de gemeente te bevorderen. Gemeentesecretaris en griffier Tijdens het doorlopen van dit protocol laat de burgemeester zich bijstaan door de gemeentesecretaris en/of griffier. Zij hebben dan ook een belangrijke rol in het ondersteunen van de burgemeester en zijn nauw betrokken bij de behandeling van meldingen. Ambtelijke ondersteuning en advies De burgemeester en gemeentesecretaris en/of griffier kunnen zich tijdens alle stappen in dit protocol ambtelijk laten ondersteunen als zij dat wenselijk achten. Daarnaast kan de burgemeester advies inwinnen bij interne of externe adviseurs. Betrokken politiek ambtsdrager De betrokken politiek ambtsdrager is de persoon over wie in zijn hoedanigheid als raadslid, steunfractielid, wethouder of burgemeester een melding is gedaan. 1.2Uitgangspunten Reikwijdte protocol Dit protocol gaat over de omgang met vermoedens van integriteitsschendingen door raadsleden, steunfractieleden, wethouders of de burgemeester. Het kan voorkomen dat het vermoeden van de integriteitsschending zich richt op de burgemeester. In dergelijk geval zal de plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad in overleg treden met de Commissaris van de Koning. Indien sprake is van een vermoeden van integriteitsschending door de burgemeester, wordt de rol van de burgemeester in dit protocol overgenomen door de plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad. Daar waar ‘burgemeester’ staat, kan in dat geval ‘plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad’ worden gelezen. Het kan ook voorkomen dat het vermoeden van de integriteitsschending zich niet richt op de burgemeester, maar dat de burgemeester zich betrokken acht bij het vermoeden van een integriteitsschending. Die betrokkenheid kan bijvoorbeeld ontstaan door een adviserende rol van de burgemeester ten aanzien van het ter discussie gestelde handelen van de betrokken politiek ambtsdrager. In dat geval treedt de burgemeester in overleg met de gemeentesecretaris en/of griffier over de invulling van zijn rol in dit protocol. De burgemeester kan besluiten de plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad te belasten met de rol van de burgemeester in dit protocol. Delen informatie Uitgangspunt in dit protocol is om de kring van personen die geïnformeerd worden zo klein mogelijk, maar zo breed als nodig te houden. De burgemeester informeert de gemeenteraad alleen als de burgemeester dit noodzakelijk acht of wanneer het onderhavige protocol dit voorschrijft. Wanneer de burgemeester schriftelijke informatie wil delen onder geheimhouding deelt de burgemeester, in overeenstemming met de Gemeentewet, deze informatie met de gehele raad. Externe communicatie In externe communicatie staat terughoudendheid voorop. Tegelijkertijd kunnen er situaties zijn waarin de omstandigheden maken dat externe communicatie noodzakelijk is. Per geval moet worden beoordeeld of externe communicatie wordt ingezet. Hierin zijn bijvoorbeeld de aard en omstandigheden van de melding, de externe bekendheid en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de melder of degene over wie een melding is gedaan van belang. Wanneer externe communicatie noodzakelijk is, verloopt communicatie via de burgemeester. Protocol stopt waar strafrecht begint Een vermoedelijke integriteitsschending die zich afspeelt binnen het strafrecht wordt opgepakt door het Openbaar Ministerie of de politie. Dit protocol wordt daarvoor niet gebruikt. Het kan ook zijn dat een integriteitsschending uit verschillende handelingen bestaat. Dan wordt dit protocol niet gebruikt voor die zaken waarover opsporing en/of vervolging plaatsvindt. Wel is het denkbaar dat het debat plaatsvindt over de politieke consequenties van de schending. Afwijken Het kan voorkomen dat het in het belang van de gemeente, de melder of de betrokken politiek ambtsdrager is om af te wijken van dit protocol. De burgemeester kan daarom besluiten om af te wijken van dit protocol. Voorbeelden van situaties waarbij de burgemeester kan afwijken van het protocol zijn: Wanneer de privacy van de melder of de betrokken politiek ambtsdrager in het geding is; Wanneer verantwoordelijken in dit protocol hun taken niet onafhankelijk kunnen uitvoeren; Wanneer het algemeen belang hierom vraagt. 2.Werkwijze De werkwijze bij het vermoeden van een integriteitsschending bestaat uit vijf fases, die hieronder worden uitgewerkt. Op deze werkwijze zijn de in deel A genoemde uitgangspunten van toepassing. Fase 1.Twijfelen en bespreken Het is wenselijk dat politiek ambtsdragers eerst met elkaar in gesprek gaan bij twijfels over de integriteit van (eigen) handelingen. Ook wanneer een raadslid twijfels heeft over het handelen van een wethouder of andersom, is het wenselijk om in gesprek te gaan met elkaar. Twijfels kunnen ook besproken worden met de burgemeester of de griffier. Deze gesprekspartners kunnen adviseren over de kwestie en over het indienen van een melding. Het is de verantwoordelijkheid van de politiek ambtsdrager om opvolging te geven aan het verkregen advies. Bij het bespreken van twijfels is vertrouwelijkheid van groot belang. Wanneer twijfels met een breed publiek gedeeld worden, wordt het moeilijk om de vertrouwelijkheid in een eventueel vervolgproces te waarborgen. Bovendien kan het uiten van twijfels personen (onbedoeld) beschadigen. Fase 2.Melden en wegen Eenieder kan een melding doen van een vermoeden van een integriteitsschending door een raadslid. Indienen melding De melding van het vermoeden van een integriteitsschending wordt schriftelijk (digitaal of op papier) gericht aan de burgemeester. Een melding mag in eerste instantie ook mondeling worden gedaan, maar wordt pas in behandeling genomen als deze op schrift is gesteld. Meldingen kunnen worden ingediend bij de burgemeester of bij de griffier. De griffier geleidt een melding altijd door naar de burgemeester. Een melding kan niet namens een ander worden ingediend. Bewaring gegevens De burgemeester zorgt ervoor dat de gegevens over de melding en de melder zodanig bewaard of opgeslagen worden dat deze alleen toegankelijk zijn voor personen die bij de behandeling van de melding betrokken zijn. Anonieme melding Wanneer er anonieme meldingen gedaan worden, maakt de burgemeester een afweging ten aanzien van het in behandeling nemen van de melding. Anoniem melden kan tot gevolg hebben dat een melding niet te verifiëren of te onderzoeken is en daardoor niet in behandeling genomen kan worden. De burgemeester maakt deze afweging aan de hand van de volgende criteria: De aard van de (vermeende) handeling; De mate waarin de anonieme melding te verifiëren is; De geloofwaardigheid van de anonieme melding; De ernst en spoedeisendheid. Melding door burgemeester De burgemeester kan ook op basis van eigen waarneming of externe berichtgeving op de hoogte raken van een mogelijke integriteitsschending. De burgemeester kan in dat geval zelf het initiatief nemen om een melding op te stellen. Vervolgstappen na ontvangst melding Na het doen van een melding worden de volgende stappen doorlopen: De burgemeester verstuurd binnen vijf werkdagen een schriftelijke ontvangstbevestiging aan de melder. In de ontvangstbevestiging wordt de melder geïnformeerd over de mogelijke vervolgstappen en over het feit dat de vertrouwelijkheid van de persoonlijke gegevens van de melder zoveel als mogelijk gewaarborgd wordt. Om in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek de persoonlijke levenssfeer van de politiek ambtsdrager tegen wie de melding zich richt te beschermen, vraagt de burgemeester de melder om vertrouwelijkheid in acht te nemen. Wanneer de burgemeester dit noodzakelijk acht, kan een gesprek gevoerd worden met de melder. In dat gesprek kunnen de inhoud en strekking van een verdere duiding worden voorzien en kan de melding afgebakend worden. Afhankelijk over wie de melding gaat, voert de burgemeester met ofwel de griffier ofwel de gemeentesecretaris dit gesprek. Van dit gesprek wordt een gespreksverslag gemaakt. Dit verslag wordt ter accordering voorgelegd aan de gesprekspartner. Deze heeft de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het verslag. Door de gesprekspartner aangewezen feitelijke onjuistheden worden gecorrigeerd. Als de gesprekspartner accordering weigert, wordt hiervan melding gemaakt in het verslag. Desgewenst kan een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gesprekspartner bij het verslag worden gevoegd. Met dit verslag wordt vertrouwelijk omgegaan. De burgemeester bespreekt een melding over een raadslid of steunfractielid met de griffier en een melding over een wethouder met de gemeentesecretaris. Samen wegen zij de melding ten minste op basis van: De aard van de (vermeende) handeling; De mate waarin de melding te verifiëren is; De relatie van de melder tot het raadslid op wie de melding betrekking heeft; De geloofwaardigheid van de melding; De ernst en spoedeisendheid. Op basis van de weging van de melding kan de burgemeester tot drie conclusies komen: De melding kan direct afgedaan worden. Redenen om de melding direct af te doen kunnen zijn: 1) de melding gaat niet over integriteit; 2) er kan onmiddellijk en zonder twijfel vastgesteld worden dat er geen sprake is van een integriteitsschending. Vervolg: De burgemeester koppelt het besluit om de melding direct af te doen schriftelijk terug aan de melder en de betrokken politiek ambtsdrager. De melding is daarmee afgedaan. Er is een vooronderzoek nodig om de melding te beoordelen. Redenen om een vooronderzoek in te stellen kunnen zijn: 1) de melding geeft aanleiding om te vermoeden dat er sprake is van een integriteitsschending maar is onvoldoende duidelijk; 2) de melding geeft aanleiding om te vermoeden dat er sprake is van een integriteitsschending maar is (nog) onvoldoende onderzoekbaar. Vervolg: fase 3 van dit protocol krijgt uitvoering. Er is onderzoek nodig naar de vermeende integriteitsschending. Redenen om een onderzoek in te stellen kunnen meldingen zijn die met voldoende duidelijkheid melding maken van een onderzoekbare gebeurtenis die het vermoeden van een integriteitsschending doet rijzen. Vervolg: fase 4 van dit protocol krijgt uitvoering. Na de weging en de conclusie over het vervolg (direct afdoen van de melding, instellen vooronderzoek of instellen nader onderzoek), stelt de burgemeester de melder zo snel mogelijk op de hoogte van het vervolg. De burgemeester geeft de melder daarbij een motivering van de gemaakte keuze. Na de weging en de conclusie over het vervolg (direct afdoen, instellen vooronderzoek of instellen nader onderzoek), stelt de burgemeester de betrokken politiek ambtsdrager zo snel mogelijk op de hoogte van het feit dat er een melding is gedaan en brengt de betrokken politiek ambtsdrager op de hoogte van het vervolg, tenzij er een zwaarwegend belang is om dat niet te doen. Zwaarwegende belangen kunnen zijn: Risico dat eventueel bewijsmateriaal wordt vernietigd; Risico voor de veiligheid of het functioneren van de melder. De burgemeester stelt de politiek ambtsdrager op wie de melding betrekking heeft in kennis over de identiteit van de melder, tenzij er een zwaarwegend belang is om dat niet te doen. Zwaarwegende belangen kunnen zijn: Risico voor de veiligheid of het functioneren van de melder; Het gegeven dat het om een anonieme melding gaat. Opzettelijk valse melding Bij het vermoeden van een opzettelijk valse melding kan de burgemeester een onderzoek instellen naar de melder. Fase
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.