Beleidsregel tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Nederweert Gelet op artikel 78gg Participatiewet overwegende, dat het college van burgemeester en wethouders (hierna het college): het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd en daartoe beleidsregels wenst vast te stellen; besluit: HOOFDSTUK1ALGEMENE RICHTLIJNEN Artikel1.Begrippen 1.Huishouden: twee personen die voor het betreffende jaar fiscaal- en toeslagpartner van elkaar zijn. 2.Alleenverdiener: het huishouden dat; een inkomen heeft uit een uitkering, die geen uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet (Pw) is, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Pw en; vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, dat alleen een uitkering op basis van artikel 19 Pw ontvangt, minder toeslagen van de Dienst Toeslagen ontvangt als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting (zoals geregeld in artikel 37 lid 2 Pw en artikel 8.9 Wet inkomstenbelasting 2001) en; een lager totaal netto-inkomen inclusief toeslagen ontvangt, vergeleken met het vergelijkbare huishouden, vanwege de afbouw van de heffingskorting zoals genoemd in punt b. 3.Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg Pw. HOOFDSTUK2TOEGANG Artikel2.Toekenning zonder aanvraag over de jaren 2025, 2026 en 2027 1.Het college geeft de vaste tegemoetkoming aan elk huishouden waarvan het burgerservicenummer van de meestverdienende partner voor 2025, 2026 of 2027 is doorgegeven op basis van artikel 78gg lid 5 Pw. 2.Het college geeft de vaste tegemoetkoming over 2025 aan het huishouden als: het huishouden nog geen vaste tegemoetkoming heeft gekregen over 2025; het burgerservicenummer van de meestverdienende partner voor 2025 niet aan het college is verstrekt op basis van artikel 78gg lid 5 Pw; op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming; er geen belangrijke wijzigingen zijn in de situatie van het huishouden of de wetgeving; en de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente Nederweert. 3.Het college geeft de vaste tegemoetkoming over 2026 aan het huishouden als: het huishouden nog geen vaste tegemoetkoming heeft gekregen over 2026; het burgerservicenummer van de meestverdienende partner voor 2026 niet aan het college is verstrekt op basis van artikel 78gg lid 5 Pw; op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming; er geen belangrijke wijzigingen zijn in de situatie van het huishouden of de wetgeving; en de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente Nederweert. 4.Het college geeft de vaste tegemoetkoming over 2027 aan het huishouden als: het huishouden nog geen vaste tegemoetkoming heeft gekregen over 2027; het burgerservicenummer van de meestverdienende partner voor 2027 niet aan het college is verstrekt op basis van artikel 78gg lid 5 Pw; op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming; er geen belangrijke wijzigingen zijn in de situatie van het huishouden of de wetgeving; de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente Nederweert. Artikel3.Aanvraag zelfmelder 1.Het huishouden kan een aanvraag voor een vaste tegemoetkoming indienen bij het college. 2.De aanvraag om een vaste tegemoetkoming kan vormvrij worden ingediend bij het college. 3.Het college beoordeelt of de aanvrager een alleenverdiener is. 4.Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag in gemeente Nederweert ingeschreven staat en of het huishouden voor dat jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen. 5.Om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van de alleenverdieners behoort, telt (alleen) het inkomen van beide fiscale- en toeslagpartners mee. 6.Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen. 7.Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen. 8.Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen al bekend is voor het jaar waarvoor de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd, dan wordt rekening gehouden met het belastbaar jaarinkomen uit deze aanslag of beschikking. 9.Het vermogen wordt buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het recht op de vaste tegemoetkoming. 10.De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 moet uiterlijk 31 december 2028 zijn aangevraagd. HOOFDSTUK3TOEKENNING EN VERSTREKKING Artikel4.Toekenning Het college kent de vaste tegemoetkoming één keer per jaar toe en voor het volledige bedrag. Artikel5.Verstrekking Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer. Als het huishouden gedurende het jaar uit de gemeente Nederweert verhuist, heeft dit geen gevolgen voor de verstrekte tegemoetkoming HOOFDSTUK4SLOTBEPALINGEN Artikel7.Hardheidsclausule Het college kan een bepaling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten als de toepassing ervan leidt tot uitzonderlijk onbillijke of onredelijke gevolgen. Artikel8.Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.