Beleidsregels urgentieverklaring gemeente Schagen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen, gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 22, vijfde lid van de huisvestingsverordening gemeente Schagen; Besluit: Vast te stellen de navolgende beleidsregels urgentieverklaring gemeente Schagen Artikel1Begrippen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: urgentiecategorie: een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 25 van de verordening; verordening: huisvestingsverordening gemeente Schagen; woning: een ruimte of een complex van ruimten, krachtens zijn indeling en inhoud geschikt en uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden; woonruimte: een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met één of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, zijnde een woning of een wooneenheid en standplaats; wooneenheid: een ruimte waar legaal in gewoond mag worden; zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Artikel2.Gevallen waarbij de aanvrager het huisvestingsprobleem kon voorkomen of op een andere wijze kan oplossen Van een situatie als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder e van de verordening is in ieder geval sprake als de aanvrager: vanaf het moment dat de kans op dreigende dakloosheid voorzienbaar werd, niet aantoonbaar actief heeft gereageerd op passende woonruimten te huur aangeboden door woningaanbieders; vanaf het moment dat de kans op dreigende dakloosheid voorzienbaar werd, een passende woonruimte van een woningaanbieder heeft afgewezen; gelet op zijn inkomen of vermogen de middelen heeft om zelf in een oplossing voor het huisvestingsprobleem te voorzien; gelet op de aard en ernst van het huisvestingsprobleem, binnen zes maanden zelf, gelet op zijn inschrijfduur als woningzoekende, geacht wordt een woning te kunnen vinden. Artikel3.Verwijtbaar gedrag Van verwijtbaar gedrag als bedoeld in artikel 22 lid 1 onder g van de verordening is in ieder geval sprake: bij woninguitzetting wegens huurschuld of overlast, veroorzaakt door één of meerdere leden van het huishouden van aanvrager; al dan niet gedwongen verkoop van de woning; als de aanvrager, zonder eerst te zorgen voor woonruimte voor hem en zijn huishouden, naar de desbetreffende gemeente is verhuisd; als de aanvrager op basis van een tijdelijk huurcontract in een woonruimte woont en dit huurcontract loopt af; als de aanvrager gedurende de periode van twee jaar direct voorafgaand aan de aanvraag heeft gewoond in een woning waar volgens het bestemmingsplan of omgevingsplan niet permanent gewoond mag worden. Artikel4.Uitstroom tijdelijke of maatschappelijke opvang en stoppende sekswerkers Voor indeling in de urgentiecategorie bedoeld in artikel 25 onder a, j en k van de verordening komen in ieder geval niet in aanmerking: personen die onvoldoende zelfredzaam zijn; of personen die, op basis van deskundig advies, begeleiding nodig hebben om de zelfredzaamheid te bevorderen en eventuele overlast voor anderen te voorkomen, maar niet instemmen met een verklaring van begeleiding. Artikel5.Mantelzorg 1.Voor indeling in de urgentiecategorie bedoeld in artikel 25 onder b van de verordening komt uitsluitend een mantelzorger in aanmerking als: deze minimaal 8 uur per week intensieve zorg of ondersteuning biedt of de intensieve zorg of ondersteuning minimaal 3 maanden verleent; én deze door een verhuizing de impact van de mantelzorg op het maatschappelijk functioneren van diegene aantoonbaar in belangrijke mate vermindert, bijvoorbeeld door een verkorting van de reistijd; én deze bij woningtoewijzing de huidige woonruimte leeg achterlaat zodat deze beschikbaar komt voor een andere woningzoekende; én er sprake is van het verlenen van intensieve mantelzorg of ondersteuning, én er sprake is van het verlenen van mantelzorg ten behoeve van het zelfstandig kunnen blijven wonen, de zelfredzaamheid of sociale participatie van de mantelzorgontvanger; én er sprake is van het verlenen van mantelzorg waarbij deze voortvloeit uit een tussen de betrokken personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en er geen sprake is van een in het derde lid bedoelde situatie. 2.Voor indeling in de urgentiecategorie mantelzorg als bedoeld in artikel 25 onder b van de verordening komt uitsluitend een mantelzorgontvanger in aanmerking als: deze minimaal 8 uur per week zorg ontvangt of de zorg minimaal 3 maanden ontvangen wordt; én deze door een verhuizing de impact van de mantelzorg op het maatschappelijk functioneren van de mantelzorger aantoonbaar in belangrijke mate vermindert, bijvoorbeeld door een verkorting van de reistijd; én deze bij woningtoewijzing de huidige woonruimte leeg achterlaat zodat deze beschikbaar komt voor een andere woningzoekende; én er sprake is van het ontvangen van intensieve mantelzorg of ondersteuning, én er sprake is van het ontvangen van mantelzorg ten behoeve van het zelfstandig kunnen blijven wonen, de zelfredzaamheid of sociale participatie van diegene; én er sprake is van het ontvangen van mantelzorg waarbij deze voortvloeit uit een tussen de betrokken personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt. er geen sprake is van een in het derde lid bedoelde situatie. 3.Een indeling in een urgentiecategorie op grond van mantelzorg is niet mogelijk in de volgende situaties: voor een aanvrager die dichter bij een persoon wil wonen die in een intramurale setting woont; als in verband met de betreffende mantelzorgsituatie al eerder urgentie is toegekend; indien er bij de aanvrager sprake is van huurschuld en/of het veroorzaken van overlast. Artikel6.Vergunninghouders Voor indeling in de urgentiecategorie bedoeld in artikel 25, onder c, van de verordening komen uitsluitend in aanmerking: personen die gelet op de voor de gemeente ingevolge hoofdstuk 5, paragraaf 1, van de wet geldende taakstelling gehuisvest moeten worden. Artikel7.Criteria voor urgentie op grond van acute noodsituatie 1.Voor indeling in de urgentiecategorie op grond van een acute noodsituatie als bedoeld in artikel 25, onder d, van de verordening, komen uitsluitend in aanmerking personen waarvan de huidige woning: als gevolg van een calamiteit ongeschikt is voor bewoning; en, die ongeschiktheid is vastgesteld door de gemeente; en, waarbij het herstel van de woning langer duurt dan vier maanden. 2.Bij toepassing van het eerste lid van dit artikel kan de aanvraag voor de indeling in de urgentiecategorie slechts worden ingediend door ten hoogste één persoon van het huishouden die de voor bewoning ongeschikte woning bewoonde. Die aanvraag geldt dan voor dat gehele huishouden. Artikel8.Geen acute noodsituatie In ieder geval is in de volgende situaties geen sprake van een acute noodsituatie als bedoeld in artikel 25, onder d, van de verordening: de aanvrager staat op de dag van indiening van de aanvraag niet minimaal zes maanden ingeschreven in het huidige woonruimte verdeelsysteem in de gemeente Schagen. Dit geldt echter niet voor de situaties zoals bedoeld in artikel 6 en 7 van deze beleidsregels; de aanvraag wordt gedaan in verband met een in een slechte staat verkerende huidige woning; de aanvraag wordt gedaan in verband met een te groot of te klein behuisd huishouden; de aanvraag wordt gedaan omdat aanvrager als gevolg van medische klachten niet meer in staat is om de huidige woning of de daarbij behorende tuin zelf te onderhouden; de aanvraag wordt gedaan omdat aanvrager vanwege zijn werk naar de regio moet verhuizen; de aanvraag wordt gedaan omdat aanvrager bij een ander huishouden inwoont; de aanvraag wordt gedaan in verband met zwangerschap; de aanvraag wordt gedaan omdat aanvrager gaat scheiden of is gescheiden maar woont nog met de (ex-)partner in één woning; de aanvraag wordt gedaan vanwege een conflict met de buren; de aanvraag wordt gedaan vanwege overlast vanuit de omgeving; de aanvraag wordt gedaan vanwege financiële problemen; de aanvraag wordt gedaan omdat aanvrager vanwege het aflopen van een (tijdelijke) huurovereenkomst de huidige woonruimte moet verlaten. Artikel9.Criteria voor urgentie op grond van medische redenen 1.Een aanvrager komt uitsluitend voor indeling in de urgentiecategorie op grond van medische redenen als bedoeld in artikel 25, onder e, van de verordening, in aanmerking, indien bij de aanvrager of een lid van zijn of haar huishouden sprake is van medische problematiek als bedoeld in het volgende lid. 2.Van medische problematiek is sprake indien de aanvrager of een lid van zijn of haar huishouden een medische aandoening of stoornis heeft: die aantoonbaar in overwegende mate wordt veroorzaakt door de huidige woonsituatie; én waarbij het succes van de behandeling in hoge mate ongunstig wordt beïnvloed door de huidige woonsituatie; én de situatie waarbij de behandeling van de aandoening of stoornis aantoonbaar in hoge mate ongunstig wordt beïnvloed door de huidige woonsituatie; én waarvoor men aantoonbaar in behandeling is van een erkend medisch specialist. 3.Indien de in het tweede lid bedoelde behandeling gerelateerd is aan psychische problemen, dient sprake te zijn van het aantoonbaar langer dan zes maanden onder behandeling te zijn van een GGZ-instelling of vrijgevestigde psychiater. Artikel10.Criteria voor urgentie op grond van sociale redenen 1.Een aanvrager komt uitsluitend voor indeling in de urgentiecategorie als bedoeld in artikel 25, onder f, van de verordening in aanmerking als: de aanvrager en diens huishouden als gevolg van geweld en bedreiging niet langer in de huidige woning kan blijven wonen, ook niet na een opgelegd of eventueel op te leggen straatverbod, huisverbod of contactverbod; of de aanvrager de zorg heeft over één of meer minderjarige kinderen en dakloos is of op zeer korte termijn dreigt te worden. 2.De in het eerste lid, onder a, bedoelde omstandigheden moeten blijken uit een proces-verbaal van de politie, zo mogelijk aangevuld met andere politie- of justitiële gegevens. 3.Onder de in het eerste lid, onder b, bedoelde omstandigheid wordt uitsluitend verstaan: een situatie waarbij vanwege geweld, bedreiging of psychische problemen de aanvrager de zorg heeft over één of meerdere minderjarige kinderen en niet over woonruimte beschikt. Dit blijkt uit: een proces-verbaal van de politie, zo mogelijk aangevuld met andere politie- of justitiële gegevens; of de omstandigheid dat de aanvrager aantoonbaar langer dan zes maanden onder behandeling is van een GGZ-instelling of een vrijgevestigde psychiater. een situatie waarbij de alleenstaande ouder of daarmee gelijk te stellen persoon met de zorg voor minderjarige kinderen niet over woonruimte beschikt, waarbij geen sprake is van het genoemde in lid 1, onder a of onder b, en waarbij de andere ouder of daarmee gelijk te stellen persoon aantoonbaar niet in beeld is en/ of waarbij het welzijn van kinderen aantoonbaar onder druk staat. 4.Indien geen gesprake is van een in het eerste lid, onder a of b bedoelde, situatie komt een aanvrager niet voor indeling in de urgentiecategorie als bedoeld in artikel 25, onder f, van de verordening in aanmerking, indien de andere ouder of daarmee gelijk te stellen persoon die de zorg over de minderjarige kinderen kan hebben, wel beschikt over een woonruimte. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.