Mandaat-, volmacht- en machtigingsregeling gemeente Nederweert 2025Het college van burgemeester en wethouders van Nederweert en de burgemeester van Nederweert, Ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft; Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; Gelet op het bepaalde in de Gemeentewet in de artt 103, 106 en 160 en Hoofdstukken X en XI; Gezien De Organisatieregeling Nederweert 2024, zoals vastgesteld op 13 augustus 2024, waarin de besturings- en managementfilosofie is beschreven en waarin de structuur van de organisatie, alsmede taken van organisatieonderdelen uitgewerkt en vastgelegd zijn; De Budgethoudersregeling Nederweert 2019 waarin budgetten aan taken en functies worden toegekend en waarin sturing, beheersing, verantwoording en controle is vastgelegd; Overwegende dat het doelmatig is dat het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gebruik maken van mandaat, respectievelijk volmacht of machtiging bij de uitoefening van hun bevoegdheden; BESLUITEN: De Mandaat-, volmacht- en machtigingsregeling gemeente Nederweert 2025 vast te stellen als volgt: Artikel1.Begripsomschrijvingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestuursorgaan: (het college van) burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester; besluit: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling; mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen; ondermandaat: het verlenen van het mandaat door de gemandateerde aan een ander; volmacht: de bevoegdheid die een bestuursorgaan verleent om in zijn naam privaatrechtelijke handelingen te verrichten waaronder begrepen het vertegenwoordigen van de gemeente Nederweert als rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet. machtiging: de bevoegdheid die een bestuursorgaan verleent om in zijn naam handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Artikel2.Mandaat De gemeentesecretaris/directeur en strategisch managers hebben binnen door het bestuursorgaan eventueel te geven richtlijnen, mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun taken, conform de Organisatieregeling Nederweert 2024, en zijn uit dien hoofde bevoegd verplichtingen met - financiële - consequenties aan te gaan en uitgaven goed te keuren conform Budgethoudersregeling Nederweert 2019 tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Artikel3.Ondermandaat 1.Gemandateerden kunnen het aan hen verleende mandaat ondermandateren. 2.Voor ondermandaat door een strategisch manager is goedkeuring door de gemeentesecretaris/directeur vereist. 3.In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven. 4.Bekendmaking van de krachtens dit besluit verleende ondermandaten vindt plaats door publicatie in het elektronisch gemeenteblad. Artikel4.Uitzonderingen op ondermandaatmogelijkheid In afwijking van het bepaalde in artikel 3 is voor de navolgende taken van de gemeentesecretaris/directeur geen verder ondermandaat mogelijk: het geven van ontslag op staande voet op grond van artikel 7:677 lid 1 jo. 7:678 BW en het opleggen van (disciplinaire) maatregelen in verband met het functioneren of handelen van de werknemer, in de vorm van een schorsing als ordemaatregel als bedoeld in art. 11.4 cao Gemeenten en het wijzigen van de functie of arbeidsplaats van de werknemer, al dan niet met wijziging van het salaris; besluiten met betrekking tot vaststellen formatiewijzigingen en functieprofielen, incl. functieschalen en -niveaus; de bevoegdheid op grond van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, inhoudende om voor bepaalde gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van de belastingverordeningen mochten voordoen; de bevoegdheid op grond van artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, inhoudende het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de bij beschikking opgelegde boete; de bevoegdheid als bedoeld in artikel 255, vijfde lid, van de Gemeentewet tot het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van belastingen. Artikel5.Ondertekeningsmandaat In afwijking van de artikelen 2, 3 en 4 wordt, nadat door de raad en college besloten is geld te lenen, de ondertekeningsbevoegdheid van die leningovereenkomsten opgedragen aan de gemeentesecretaris/directeur. Artikel6.Ondertekening 1.De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt: “Burgemeester en wethouders van Nederweert”, respectievelijk “De Burgemeester van Nederweert”, “namens dezen,” respectievelijk “namens deze”, gevolgd door de functienaam van de(onder)gemandateerde, de handtekening van deze (onder)gemandateerde, en onder vermelding van naam van deze (onder)gemandateerde. 2.Diegene die bevoegd is tot ondertekening van fysieke stukken namens het bestuursorgaan is bij elektronische verzending van het uitgaande stuk ook bevoegd tot het gebruik van een elektronische handtekening. Bij het gebruik van een elektronische handtekening kan de handgeschreven handtekening zoals vermeld in het eerste lid achterwege blijven. Wanneer ondertekening vereist is bij het gebruik van de gemandateerde bevoegdheid en er gebruik gemaakt wordt van een elektronische handtekening, dient deze te voldoen aan de voorwaarden uit artikel 2:16 van de Algemene wet bestuursrecht, dan wel, in het geval van elektronisch vermogensrechtelijk rechtsverkeer, aan de voorwaarden uit artikel 3:15a van het Burgerlijk Wetboek 3.Uitgaande stukken welke elektronisch tot stand zijn gekomen, welke al dan niet elektronisch worden verzonden èn waarvoor (bij wettelijk voorschrift) geen verplichting tot het gebruik van een handtekening bestaat, worden ondertekend zoals beschreven in het eerste lid, behoudens dat ervoor kan worden gekozen om in afwijking van het eerste en tweede lid geen handgeschreven of elektronische handtekening op te nemen. Artikel7.Besluiten met verderstrekkende financiële consequenties Voor zover voorgenomen besluiten met financiële consequenties niet passen binnen de daartoe door het bestuursorgaan vastgestelde budgetten met daaraan gekoppelde prestaties en/of resultaten, is instemming van dat bestuursorgaan vereist. Artikel8.Uitgezonderde besluiten In afwijking van de artikelen 2, 3, 4 en 5 blijven de navolgende besluiten voorbehouden aan het bestuursorgaan: het vaststellen, wijzigen of intrekken van algemeen verbindende voorschriften, alsmede het stellen van nadere regels ter uitvoering van algemeen verbindende voorschriften; het vaststellen, wijzigen of intrekken van kaders, beleidsregels en besluiten van algemene strekking. In afwijking van de in de vorige volzin genoemde uitzonderingen is voor besluiten van algemene strekking op grond van artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994, juncto artikel 12 van het Besluit Administratieve bepalingen inzake het Wegverkeer, (verkeersbesluiten) wel mandaat mogelijk; beslissingen op bezwaarschriften gericht tegen besluiten die het bestuursorgaan zelf heeft genomen, zonder gebruik van mandaat; beslissingen op bezwaarschriften waarbij in afwijking van het advies van de commissie voor de bezwaarschriften besloten wordt, dan wel waarbij het bezwaar gegrond wordt verklaard én het oorspronkelijke besluit inhoudelijk wordt gewijzigd c.q. herroepen; beslissingen ter uitvoering van de Gemeentewet en/of arbeidsrechtelijke regelgeving op grond van het Burgerlijk Wetboek en de CAO Gemeenten, voor zover het betreft: het aanwijzen van de gemeentesecretaris/algemeen directeur en het aangaan, schorsen of beëindigen van de arbeidsovereenkomst van de gemeentesecretaris/algemeen directeur; de rechtspositie van de gemeentesecretaris/algemeen directeur; besluiten ten aanzien waarvan is bepaald dat deze met versterkte meerderheid moeten worden genomen; besluiten op grond van artikelen 151b, 154a, 172, 172a, 172b, 174, tweede lid, 174a, 175, 176 en 176a van de Gemeentewet (zgn. ‘openbareorde-bevoegdheden’); besluiten op grond van de Zondagswet en de Wet openbare manifestaties, voor zover daarbij sprake is van een inperking van grondrechten; besluiten tot inbewaringstelling op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten of het nemen van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. besluiten tot (het voordragen ter) benoeming van bestuurders in functies en commissies; besluiten tot aanwijzing van opsporings- en toezichthoudende personen Artikel9.Mandaat, volmacht en machtiging 1.Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging. 2.Het (onder)mandaat tot uitoefening van een bevoegdheid heeft mede betrekking op alle handelingen die binnen het kader van de uitoefening van de bevoegdheid moeten worden verricht, zoals het treffen van alle voorbereidingen, het voeren van correspondentie, het verzoeken om (aanvullende) informatie, het vragen om of geven van advies, het verdagen van beslissingen, het verstrekken van inlichtingen en het voldoen aan publicatieverplichtingen en alle andere handelingen die worden verricht in de aanloop tot de totstandkoming van het besluit, de privaatrechtelijke rechtshandeling of de feitelijke handeling en de afhandeling daarvan, behoudens wanneer anderszins bepaald door het bestuursorgaan of een hiërarchisch boven de (onder)mandaathouder geplaatste functionaris. Artikel10.Afwezigheid/ontstentenis In geval van afwezigheid of ontstentenis van (onder)gemandateerde functionarissen, aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn verleend, worden deze door de aangewezen plaatsvervanger vervuld. Artikel11.Verantwoording De gemeentesecretaris/directeur, respectievelijk strategisch managers, leggen in algemene zin verantwoording af via de reguliere planning- en controlcyclus en desgewenst specifiek in een nadere rapportage, over de uitvoering van de aan hen opgelegde taken en het gebruik van verleende bevoegdheden. Toezicht op de uitvoering van dit besluit vindt plaats overeenkomstig het interne controlekader. Artikel12.Intrekking Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit wordt het Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Nederweert 2021 en de daarop gebaseerde ondermandaten ingetrokken, behoudens de mandaten, volmachten en machtigingen, verleend onder de werking van het Volmacht-, mandaat- en machtigingsbesluit 2021 en die nog betekenis hebben op het moment van inwerkingtreding van dit besluit. Artikel13.Bekendmaking en inwerkingtreding 1.Dit besluit treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking 2.Bekendmaking vindt plaats door publicatie in het elektronisch gemeenteblad. Artikel14.Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als "Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Nederweert 2025". Aldus vastgesteld d.d. 25 maart 2025Burgemeester en wethouders van Nederweert,De Secretarisdrs. J.C.T. BakensDe Burgemeester,B.M.T.J. Op de LaakDe burgemeester van NederweertB.M.T.J. Op de LaakToelichting Algemeen: Formeel-juridisch is mandaat de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Besluiten worden gedefinieerd als een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling (of een daarmee juridisch gelijk te stellen andere handeling). Belangrijke voorbeelden van besluiten zijn: vergunningen, ontheffingen, (subsidie-) beschikkingen, uitkeringen en verkeersmaatregelen (maar natuurlijk ook weigeringen daarvan). Bestuursorganen binnen de gemeente zijn bijvoorbeeld: het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester (sec). Met andere woorden mandaat is een instrument waarbij bijvoorbeeld het college bepaalde vergunningen niet meer zelf verleent, maar op een lager, ambtelijk, niveau in de organisatie neerlegt zodat zij zelf haar tijd efficiënter kan besteden. Veelal komt mandaat voor bij vaak voorkomende c.q. routinematige zaken. Met enige nadruk wordt vermeld dat het dus bij mandaat met name gaat om beslissingen die extern gericht zijn en rechtsgevolg creëren. Waarbij dat creëren van rechtsgevolg is te verstaan als het veranderen van rechten en/of plichten van burgers. Uitzonderingen op dit algemene uitgangspunt zijn op zich wel mogelijk, maar voeren voor de betekenis van deze algemene toelichting te ver; hierbij wordt voor verdere informatie verwezen naar – specifieke – juridische handboeken. Wel is gekozen om met besluiten samenhangende extern gerichte stukken ook onder dit mandaat te vatten. Dan gaat het om correspondentie die, niet zijnde een besluit, daarmee wel samenhangt en voorafgaande dan wel na afloop van een besluit uitgaat (voorbeelden hiervan zijn: een ontvangstbevestiging, verzoek om meer informatie, aanbiedingsbrief, voortgangsbericht etc). Deze keuze is gemaakt om de dagelijkse werkpraktijk niet te veel te belasten met de – soms ingewikkelde – vraag of een bepaald document nu wel of niet een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het gaat bij mandaat dus niét om werkafspraken, besturingsmodellen, budgetverlening of andere sturingsinstrumenten. Dat soort zaken zijn vervat in andere, meer intern werkende, instrumenten zoals de Organisatieregeling Nederweert en de Budgethoudersregeling Nederweert (waarmee een koppeling met de – jaarlijks fluctuerende – productbegroting wordt gemaakt) etc. Uitgangspunt van mandaat is dat degene die mandateert altijd bevoegd blijft de gemandateerde bevoegdheid – toch nog – zelf uit te oefenen, dan wel bij de uitoefening van die bevoegdheid aanwijzingen te geven. De uitgeoefende gemandateerde bevoegdheid blijft daarbij altijd onder verantwoordelijkheid vallen van het bestuursorgaan. In feite gaat het dus om een juridische constructie waarbij bestuursorganen aan ambtenaren de bevoegdheid opdragen om bepaalde beslissingen voor en namens hen te nemen. Het ligt overigens voor de duidelijkheid van besluitvormingsprocedures voor de hand dat indien het bestuursorgaan een gemandateerde bevoegdheid bij nader inzien toch aan zich wil houden, dat daartoe dan ook expliciet door dat bestuursorgaan besloten wordt. Vanuit de integrale managementfilosofie, voor Nederweert nader uitgewerkt in de door het MT in 2011 vastgestelde notitie “Integraal management binnen Nederweert”, wordt in het onderstaande mandaat een rechtstreekse verbinding gelegd met financiën/budgetten, de organisatieregeling en de planning & controlcyclus. Zo wordt duidelijk dat toebedeelde bevoegdheden binnen die kaders van kracht zijn. Een gemandateerde is dus, qua interne verhoudingen, formeel nooit verder bevoegd, dan wat hem bijv. via budget/begroting – intern – werd toegekend. Geld dat je niet hebt, kun je ook niet uitgeven; dat geldt voor iedereen. Voor een gemeente, een bestuursorgaan en natuurlijk ook voor de gemandateerde medewerker. Het uitgangspunt is dat “gemandateerd wordt, tenzij…”. Dit uitgangspunt heeft veel voordelen; een compact (hoofd)mandaat verdient de voorkeur vanuit overzichtelijkheid en duidelijkheid; geeft zo min mogelijk bureaucratie; is minder onderhouds- en foutgevoelig; hetgeen het bestuur niet wil toevertrouwen aan een lager echelon, kan buiten het mandaat worden uitgezonderd of onder beperkende voorwaarden worden verleend; gestreefd wordt naar een zo veel mogelijk tijd-/ en ontwikkelingsbestendig document; dat wil zeggen zodanig vormgegeven dat nieuwe ontwikkelingen niet per sé acuut leiden tot – directe – aanpassing van het hoofdmandaat uitschrijven en bijhouden van specifieke/gedetailleerde bevoegdheden (per soort besluit) is veelal slechts korte tijd correct én blijvend bewerkelijk; past goed bij het integraal management concept. Voor de duidelijkheid en ter voorkoming van discussies wordt hierbij vermeld dat voor dit mandaat en de daarop berustende ondermandaten de integraal manager (gemeentesecretaris/directeur en/of strategisch manager) – naar de buitenwereld/extern – voor de taak/het werkterrein zoals uit de organisatieregeling blijkt, volledig bevoegd is. Een (opschalings)afweging vanwege bijvoorbeeld een politieke-/bestuurlijke-/ambtelijke gevoeligheid naar bijvoorbeeld een hoger (ambtelijk) echelon is er een van interne aard. Aldus kan én mag – bijvoorbeeld – een burger, of een andere externe, er zekerheidshalve op vertrouwen dat een dergelijk manager het besluit, vallend binnen de taak zoals uit de Organisatieregeling Nederweert 2016 blijkt, bevoegdelijk nam (wat er verder ook intern van zij). Daarbij heeft het college bij haar besluitvorming over dit mandaat expliciet overwogen dat intern de afspraak geldt dat bij politieke en bestuurlijke gevoeligheid wordt opgeschaald. Tot slot nog een aantal algemene punten: Het toepassen van bestuursdwang en andere handhavingsinstrumenten als dwangsom etc. in mandaat Is volgens de Awb mogelijk. Aangezien er geen principiële redenen aanwezig zijn om het bestuursorgaan deze bevoegdheid aan zich te laten houden, valt deze bevoegdheid op zich onder dit algemene mandaat. Het voeren van een rechtsgeding binnen het taakgebied van een afdeling behoort, vanuit het oogpunt van integraal management, in principe niet wezenlijk anders te worden behandeld dan zaken die wel rimpelloos verlopen (het voeren van een rechtsgeding wil zeggen alle (rechts-) handelingen die daarbij horen, en al dan niet op eigen initiatief). Als een besluit kennelijk lastiger tot stand komt en/of leidt tot bezwaar en/of (hoger)beroep, doet dat op zich niets af aan de verantwoordelijkheid van die integraal manager. Wel kan een dergelijke exercitie een aanleiding betekenen voor het – extra – informeren van een hoger en/of bestuurlijk niveau. Er kan dan meer aan de hand zijn. Het is ook denkbaar dat sommige zaken zo politiek-bestuurlijk gevoelig (komen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.