[VALORISATIE 2025] NOORD-NEDERLAND ZOEKT INNOVATIEF IDEE SAMEN BOUWEN AAN EEN STERK NOORDELIJK INNOVATIEKLIMAAT Valorisatie 2025: In het kort Maakt u met uw project impact op Noord-Nederland? Zowel op economisch als maatschappelijk gebied? En zorgt u hierbij voor vernieuwing en verbinding, leert u van anderen en probeert u samen met partners nieuwe dingen uit? Met de Uitvoeringsregeling Valorisatie 2025 uit het EFRO-programma 2021-2027 (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) dagen wij partijen uit om met goede, innovatieve ideeën en oplossingen te komen. Voor een slimmer, groener, socialer en inclusiever Noord-Nederland én Europa. Met deze Uitvoeringsregeling Valorisatie 2025 ontwikkelt, test en demonstreert u een vernieuwend prototype product, dienst of procesen: Benut u de kansen van de vier RIS3-transities om tot innovatie te komen; Draagt u bij aan unieke, regionale en economische sterktes; Maakt u gebruik van beschikbare kennis en kunde (kennisvalorisatie) van andere bedrijven, innovatiehubs of kennisinstellingen, bij voorkeur in samenwerking met elkaar; Lost u een probleem op, waar mogelijk doet u dit samen met een regionale probleemeigenaar; Draagt u bij aan de verdere structurele ontwikkeling en innovatiestrategie van uw bedrijf. Deze regeling maakt een onderverdeling tussen kleine (van €100.000 tot €350.000) en middelgrote (van €350.000 tot €1.000.000) projecten. Voor de middelgrote projecten wordt naast deze openstelling ook een vergelijkbare valorisatieregeling opengesteld vanuit het JTF-programma 2021-2027 Groningen-Emmen. Binnen beide regelingen wordt hetzelfde type projecten beoogd en zijn ook de beoordelingscriteria gelijk aan elkaar. Achtergrond: De innovatiestrategie (RIS3) en EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland In 2021 hebben we als regio Noord-Nederland onze gezamenlijke innovatiestrategie (RIS3) vernieuwd en in 2022 heeft de Europese Commissie ons uitvoeringsprogramma (EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland) goedgekeurd. Door deze goedkeuringen ontvangen we als regio budget om te werken aan de doelen uit onze innovatiestrategie. (Klik hier voor meer informatie). In deze innovatiestrategie staan vier transities centraal waarmee we als regio te maken krijgen de komende jaren: Van een lineaire naar circulaire economie Van fossiele naar hernieuwbare energie Van analoog naar digitaal Van zorg naar (duurzame) gezondheid Deze transities bieden kansen én bedreigingen voor het noordelijke bedrijfsleven. Om het beperkte beschikbare budget gericht in te zetten, zijn deze vier transities het uitgangspunt voor alle projecten die subsidie ontvangen. We bouwen hierbij verder op krachten en unieke eigenschappen die Noord-Nederland al heeft. Door te vernieuwen en innoveren zorgen we ervoor dat er nieuwe economische kansen ontstaan in én voor onze regio. De huidige sterkten en competenties van Noord-Nederland hoeven niet de toekomstige sterkten te zijn, maar zijn wel de basis waarop Noord- Nederland nieuwe kansen kan ontwikkelen en verzilveren. De transities zijn hierin geen doel op zichzelf, maar bieden de kansen voor duurzame en brede welvaart. Ondernemerschap is nodig, van de regio als geheel, om een bijdrage te leveren aan duurzame en brede welvaart. De RIS3-transities voor Noord-Nederland Van een lineaire naar een circulaire economie: inzet op minder, ander en optimaal en intensief grondstoffen- en materialengebruik. De circulaire economie biedt kansen voor de economie op het gebied van onder meer recycling, watertechnologie, duurzame energie, gezondheid, landbouw en groene chemie en draagt bij aan een groener en schoner Noord-Nederland. Via innovatie worden positieve effecten beoogd op luchtkwaliteit, stikstof/CO2-uitstoot en biodiversiteit. Het kan bijvoorbeeld gaan om innovaties rond de ontwikkeling van niet-dierlijke eiwitten. Om de doelstelling 100% circulair in 2050 te behalen volstaan hergebruik en bestaande technologieën niet, er zijn ook nieuwe innovaties nodig. Op elk van de genoemde terreinen zijn er investeringsbehoeften die partijen, die rond deze thema’s in ketenbenaderingen actief zijn, in staat stellen kansen te benutten. Van fossiele naar hernieuwbare energie: om de doelstellingen op het vlak van CO2-reductie in 2030 en 2050 te halen én gezien de regio-specifieke kenmerken ligt hier een belangrijke innovatiekans. Noord-Nederland heeft relatief veel biomassa (organische stoffen uit de landbouw), water en aardwarmtebronnen. De energiesector vormt een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke en sociaaleconomische structuur. Noord-Nederland heeft mede door de gaswinning een sterk ontwikkelde energie-infrastructuur en daaraan gerelateerde kennis en kunde. Noord-Nederland loopt voorop in de ontwikkeling van groene waterstofproductie, transport en toepassingen. Specifieke kansen zijn er bijvoorbeeld op het gebied van groene chemie, watertechnologie, milieutechnologie en voedselchemie. Van zorg naar duurzame gezondheid: de groeiende vraag naar zorg en de steeds krapper wordende arbeidsmarkt zetten het zorgsysteem onder druk. COVID-19 heeft die druk fors verhoogd en zwaktes in het systeem blootgelegd. De urgentie om te komen tot snellere en betere uitwisseling van capaciteits- en patiënt-gerelateerde data, het versterken van de rol en informatiepositie van burgers en patiënten daarbij en een verschuiving van zorg naar gezondheid (preventie) is door COVID-19 nog verder toegenomen. Daarvoor zijn innovaties noodzakelijk. Hier liggen ontwikkelkansen voor Noord-Nederland, ook gerelateerd aan de toepassing van digitale technologieën. Van analoog naar digitaal: er is een ingrijpende transitie gaande naar een digitale economie die raakt aan elk maatschappelijk vraagstuk en elke sector, zoals ook zichtbaar in de EU-strategie die is uitgestippeld in de EU Digital Compass. De kansen voor Noord-Nederland liggen niet op het gebied van sleuteltechnologieën, maar op het gebied van toepassing van digitale technologieën en daaruit afgeleide kansen. Dit werkt twee kanten op: het aanhaken van mkb bij de digitaliseringstransities en het benutten van ICT-gerelateerde kansen. Dit laatste kan bijvoorbeeld in de energie-intensieve procesindustrie, waar digitalisering, sensoren en data steeds belangrijker worden om zicht te krijgen op het energiegebruik in het productieproces en om besparingskansen te identificeren. Achtergrond: Het belang van innovatieve projecten en samenwerking Het belangrijkste doel dat we de komende jaren nastreven is het innovatiever maken van het bedrijfsleven in Noord- Nederland. Daarom is er subsidiebudget beschikbaar voor projecten. Deze projecten kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op het doen van onderzoek of het ontwikkelen (en testen) van een prototype product (of dienst of proces). Het programma, voor de periode 2021-2027, heeft wel een bredere insteek ten opzichte van de periode 2014- 2020. Het wil niet alleen de bedrijven verder helpen die al met innovaties bezig zijn, het wil vooral ook bereiken dat het aantal innovatieve bedrijven in Noord-Nederland toeneemt. Het wil de interacties tussen die bedrijven stimuleren, maar ook tussen bedrijven, kennisinstellingen en gebruikers die bij innovaties betrokken zijn. Het programma biedt overigens nog steeds mogelijkheden voor ondersteuning van (individuele) bedrijven, maar richt zich ook op de versterking van het innovatie-ecosysteem en de verbetering van de randvoorwaarden om het innovatie-ecosysteem te laten floreren. In onze noordelijke innovatiestrategie staat dan ook dat we willen werken aan vernieuwende manieren van samenwerken. Kernbegrippen hierbij zijn: openheid, creativiteit, verbinden, vernieuwen en experimenteren. Deze kernbegrippen komen terug in de nieuwe en vernieuwde subsidie-instrumenten. Om het bedrijfsleven innovatiever te maken, is meer nodig dan alleen subsidiebudget beschikbaar stellen voor bedrijven. Zo zijn er veel partijen die op dit moment al een belangrijke rol spelen op het gebied van innovatie. Er zijn bijvoorbeeld projecten waarin wordt samengewerkt met kennisinstellingen op het gebied van onderwijs en training. Of de eerstelijnsorganisaties van de drie provincies die diensten beschikbaar stellen (Ynbusiness voor Fryslân, GroBusiness voor Groningen of Ik Ben Drents Ondernemer voor Drenthe). Samenwerken met en via deze partijen is belangrijk voor innovatie. Net als het delen van kennis en contacten via clusterorganisaties of bedrijvennetwerken. Valorisatie 2025: Waar zijn we naar op zoek? Met deze subsidie dagen we partijen uit om met goede, innovatieve ideeën en oplossingen te komen. Met name willen wij het MKB stimuleren om een volgende stap te zetten in hun innovatie-ambities. Naast de punten die we al benoemen in de paragraaf ‘Valorisatie 2025: In het kort’, is ook het volgende belangrijk om te weten: Partijen worden met deze subsidie uitgedaagd om verder te gaan dan enkel innoveren. Doel van deze uitvraag is om niet alleen de betrokken MKB-bedrijven verder te helpen, maar ook de regio. Hierbij is het van belang dat het project maatschappelijke impact maakt. Hoe u maatschappelijke impact kunt maken? Een aantal voorbeelden: Door gebruik te maken van beschikbare regionale kennis bij een lectoraat, practoraat of onderzoeksgroep van een kennisinstelling (van mbo tot wo). Kennisinstellingen kunnen kennis hebben van de techniek van de innovatie en/of kunnen kennis beschikbaar stellen om het prototype gedegen (en objectief) te testen en valideren. Ook bij bedrijven kan specifieke hoogwaardige kennis beschikbaar zijn. Door gebruik te maken van (regionale) innovatie-infrastructuren (zoals proeftuinen, kennisclusters, innovatiewerkplaatsen, etc.), waar kundig personeel, data, machines, proefopstellingen, etc. beschikbaar zijn om een prototype te testen en te valideren. Door uw kennis en ervaringen, voortvloeiend uit dit project, te delen met het onderwijs (door met het onderwijs in gesprek te gaan, gastdocentschap en/of bij uw bedrijf een werk-leeromgeving te creëren voor leerlingen en docenten), zodat onderwijsvernieuwing (aanpassingen, verbetering en/of uitbreiding van het onderwijsaanbod) kan ontstaan. Waarmee personeel op het betreffende terrein zich kan ontwikkelen en trainen (Leven Lang Leren- trajecten). Door hoogwaardige kennis en kunde naar de regio te halen en te ontsluiten (via projectpartners in het project, te denken valt aan TNO, de WuR, TU Delft of een nationale koploper (bedrijf) op een specifiek terrein). We hebben als regio immers niet alle kennis en kunde beschikbaar. Door open te staan voor samenwerking met dit soort partijen kunnen we deze ontbrekende kennis (beter) naar onze regio toehalen en daar sterker en slimmer van worden. Door lidmaatschap van een kennisnetwerk of cluster, bijvoorbeeld het BINK/BrainR-netwerk van BuildinG, Vereniging Circulair Fryslân, Samenwerking Noord, Hydrogreen, etc. Hier kan kennis gehaald of gebracht worden en kunnen ervaringen gedeeld worden. Of door nieuwe (cross-over) verbindingen te maken met of tussen regionale en (inter)nationale netwerken, clusters of (waarde- of grondstoffen)ketens. Door het oplossen van een regionaal probleem bij/met een regionale partij. En door een oplossing te vinden voor een (inter)nationaal probleem, door het regionale probleem op te lossen. Voorbeelden van dit soort potentiële regionale partners in het innovatie-ecosysteem zijn hier te vinden op de website van het SNN. Samenwerken is geen doel op zich. Ook goed om te weten: er zijn verschillende vormen waarin kan worden samengewerkt. Wij dagen u daarom graag uit om te vernieuwen, nieuwe verbindingen en contacten aan te gaan en te delen. Want hierdoor verbetert het regionale innovatie-ecosysteem en de brede welvaart. Wat maakt een project een goed project? Een goed project voor deze subsidie is gericht op een vernieuwend product, dienst of proces dat innovatief is (door nieuwe technologieën en kennis en/of het slim combineren van bestaande technologieën en kennis) en een duidelijk economisch perspectief biedt (inclusief bijbehorende businesscase voor de betrokken MKB-bedrijven). De betrokken MKB-bedrijven kunnen door het investeren in deze innovaties op termijn nieuwe omzetten genereren, nieuw personeel aannemen en hun bedrijf toekomstbestendig maken. Dit is van belang voor de regionale economie. Net zo belangrijk vinden we de langetermijnontwikkeling en innovatiestrategie van het MKB-bedrijf. Daarom horen we graag op welke wijze dit project daarin past en daaraan bijdraagt. Deze elementen vormen een belangrijk onderdeel van het beoordelingskader. Daarnaast zijn er nog andere elementen van belang: • Stimuleren van (nieuwe)samenwerking Samenwerken is niet verplicht, maar wordt wel gestimuleerd (en onder voorwaarden beloond met een hoger subsidiepercentage). Door samen te werken wordt meer kennis gedeeld tussen partijen, wordt de poule aan innovatieve MKB-bedrijven groter en wordt het noordelijke innovatie-ecosysteem sterker. Door te blijven samenwerken met partijen waarmee al langer wordt samengewerkt, wordt dit doel in mindere mate bereikt. Daarom krijgen nieuwe samenwerkingen een positievere waardering in de beoordeling. Kennisinstellingen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan onderzoek en ontwikkeling, daarom wordt ook deze samenwerking gestimuleerd en beloond met extra subsidie. Bij een combinatie van beide wordt het maximale subsidiepercentage verstrekt. Het gaat niet zozeer (alleen) om kennis delen, maar juist om het combineren en gebruik maken van beschikbare kennis. Dit kan met zowel kennisinstellingen als bedrijven. Door kennis samen te voegen ontstaan namelijk vernieuwende kennis en toepassingen. Het kan daarbij ook nodig zijn om ontbrekende kennis van buiten de eigen regio hierheen te halen. • Stimuleren van gebruik van innovatiehubs en open innovatie-ecosystemen In de afgelopen jaren zijn verschillende innovatiehubs (zoals een proeftuin, werkplaats, center of expertise en centrum voor innovatief vakmanschap) en open innovatie-ecosystemen opgezet. Hier zijn zaken als kennis, kunde, machines en data samengebracht op verschillende terreinen waar Noord-Nederland behoefte aan heeft en sterk in is. Door gebruik te maken van kennis en kunde bij deze hubs wordt hun rol versterkt, vindt uitwisseling van nieuwe kennis en toepassingsmogelijkheden plaats (zowel vanuit de hub, als vanuit de partners van het project) en ontstaan nieuwe verbindingen (in de keten of met andere (nationale) netwerken). Dit zorgt ervoor dat het noordelijke innovatie- ecosysteem wordt versterkt. Daarom krijgen projecten die hier gebruik van maken een positievere waardering. Voorbeelden van innovatiehubs en open innovatie-ecosystemen zijn hier te vinden op de website van het SNN. • Stimuleren van het structureel innovatievermogen Innoveren is iets wat u niet eenmalig doet. Hoe zorgt een project voor een verdere stap in het proces van structureel innovatiever worden? Hoe past het project in en draagt het bij aan de langetermijnvisie (en doorontwikkeling) van de betrokken MKB-bedrijven? Het MKB wordt bij deze subsidie uitgedaagd om een stap verder te zetten in hun ontwikkeling. • Impact maken voor de regio en bijdragen aan het benutten van kansen die voortvloeien uit de transities Naast economische impact nemen we ook de maatschappelijk impact van een project mee in de beoordeling. We kijken naar de wijze waarop verbindingwordt gelegd met het noordelijk innovatie-ecosysteem en impact wordt gemaakt voor de regio. Verder is het van belang om goed te onderbouwen hoe het project kansen uit de RIS3-transities benut. Ook letten we op de vernieuwende wijze waarop het project voortbouwt op regionale kennis, kunde, lokale grondstoffen, maatschappelijke voorzieningen en functies. En we kijken naar de wijze waarop we als regio onszelf - met het project - kunnen onderscheiden van andere regio’s en samen aan een toekomstbestendige economie kunnen werken. Het beoordelingskader: Aanvragen worden beoordeeld op de volgendecriteria: Voor zowel kleine als middelgrote projecten gelden, afhankelijk van waar de projectresultaten landen, de criteria voor het EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland: De bijdrage van het project aan de doelstellingen van het EFRO-programma 2021-2027 Noord-Nederland; De bijdrage van het project aan maatschappelijke-sociale impact en duurzame ontwikkeling; Het financieel en economisch toekomstperspectief van het project; De mate van innovatie; De kwaliteit van de aanvraag. Een uitgebreide toelichting op het beoordelingskader en uitwerking van de beoordelingscriteria vindt u in de nadere bepalingen bij deze regeling/tender. Wat bieden wij (subsidie)? Wij bieden u voor een periode van maximaal 3 jaar een bijdrage in de financiering van maximaal 50% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen. Het standaard subsidiepercentage is 35%. Als u samenwerkt met een andere onafhankelijke onderneming of (eventueel via inhuur met) een kennisinstelling, wordt dit percentage met 10% verhoogd. Wordt er met zowel een andere onderneming als een kennisinstelling samengewerkt? Dan verhogen we dit percentage met nog eens 5%. Het maximale subsidiepercentage komt daarmee op 50%. Het subsidiebedrag kan per projectpartner worden beperkt als de staatssteunregels dit verplichten. Let op: Een samenwerkingsverband met ondernemingen komt alleen in aanmerking voor verhoging van het subsidiepercentage wanneer geen van de ondernemingen meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt en ten minste een van de samenwerkende ondernemingen behoort tot het MKB; Een samenwerkingsverband (eventueel via inhuur) met (een) kennisinstelling(en) komt alleen in aanmerking voor verhoging van het subsidiepercentage wanneer de activiteiten van de kennisinstelling(en) ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten bedraagt/ bedragen en (een) kennisinstelling(en) het recht heeft/hebben de eigen onderzoeksresultaten te publiceren. Dit betekent dat een kennisinstelling projectpartner kan zijn en/of dat projectpartners ((MKB-)bedrijven) (een) kennisinstelling(en) inhuren. In het geval van inhuur dienen deze begrote kosten onderbouwt te worden met een offerte. Zie begripsbepaling wat allemaal onder een kennisinstelling wordt verstaan. Let op: indien je een kennisinstelling inhuurt kan dit van invloed zijn op de hoogte van de subsidie in verband met beschikbare staatssteunruimte. Neem contact op met het SNN om dit te bespreken; Projectpartners zijn onafhankelijke samenwerkende partijen die een aantoonbaar belang hebben bij het project en die geen partnerondernemingen van elkaar zijn of verbonden met elkaar zijn. Voor projecten die worden ingediend binnen deze openstelling is geen provinciale cofinanciering beschikbaar. De hoogte van het subsidiebedrag Voor kleine projecten is subsidie van € 100.000,- tot € 350.000,- aan te vragen. Het maximale subsidiebedrag per projectpartner is € 200.000,-. Voor middelgrote projecten is subsidie van € 350.000,- tot € 1.000.000,- aan te vragen. Het maximale subsidiebedrag per projectpartner is € 625.000,-. Het beschikbare budget is € 10.000.000,-. Hiervan is € 2.000.000,- beschikbaar voor kleine projecten. Voor de middelgrote projecten is € 8.000.000,- beschikbaar. Wat vragen wij van u (aanvraag)? Het beschikbare subsidiebudget voor projecten wordt verdeeld via een call. Hierbij wordt gewerkt met het molenaarsprincipe: “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”. Let hierbij wel op het volgende: er kan pas beslag op het budget worden gelegd als de aanvraag compleet is. Een aanvrager die later heeft ingediend maar de aanvraag eerder heeft gecompleteerd gaat voor bij het beslag op het budget. Uiteraard moet uw aanvraag wel voldoende punten krijgen van de deskundigencommissie om in aanmerking te komen voor subsidie. Let op: Het budget voor middelgrote projecten vanuit het EFRO-programma is alleen beschikbaar voor projecten waarbij de effecten van het project en daarmee de impact voor de regio voornamelijk worden gerealiseerd in de provincie Drenthe of Fryslân. Projecten waarvan de effecten en daarmee de impact vooral neerslaan in de JTF-regio Groningen-Emmen kunnen een aanvraag indienen binnen het JTF-programma. Hoe zit het proces in elkaar? We realiseren ons dat een volledig uitgewerkt projectvoorstel de nodige tijd en energie kost. Daarom hebben we besloten om het aanvraagproces te laten verlopen in twee fasen: een voortraject met een projectvoorstel in 2 pagina’s en een subsidieaanvraag met een uitgewerkt projectplan. Fase 1- het voortraject: projectvoorstel in 2 pagina’s Het projectvoorstel bestaat uit: Een korte projectbeschrijving; Een beschrijving van het economisch toekomstperspectief van het project Een beschrijving van de impact van het project op de regio Noord-Nederland. Op basis van dit projectvoorstel krijgt u een vrijblijvende reflectie. Deze reflectie geeft u een beeld van de kans van slagen van uw project. Ook kunt u tips krijgen over de verbinding met andere partijen en het vergroten van de impact van uw project voor de regio. Wanneer de reflectie nog de nodige kritieken, aanvullingen en/of verbeteringen bevat, is het misschien beter om langer de tijd te nemen uw project te ontwikkelen of bij een volgende subsidieronde of een ander subsidie-instrument een aanvraag in te dienen. Ondertussen kunt u dan uw project verbeteren. Is de reflectie positief? Dan kunt u doorgaan met het maken van een volledig uitgewerkt projectplan, voor de tweede fase van het aanvraagproces. Goed om te weten: het indienen van een projectvoorstel is een verplichte stap in het aanvraagproces. Het projectvoorstel inclusief reflectie is een verplichte bijlage bij uw subsidieaanvraag. Zonder deze reflectie is uw aanvraag dus niet compleet en kan uw aanvraag niet in behandeling worden genomen. De keuze om wel of niet door te gaan met uw projectaanvraag naar de tweede fase maakt u zelf. (klik hier voor meer informatie en voor het indienen van een projectvoorstel) Fase 2 – de subsidieaanvraag: een uitgewerkt projectplan In deze fase werkt u de volledige projectaanvraag uit op basis van de vereisten en (verplichte) beschikbare formats. Met de reflectie kunt u uw aanvraag verbeteren en verder vormgeven. De subsidieaanvraag dient u in via het EFRO- webportaal (klik hier). In de reflectie op uw projectvoorstel wordt aangegeven binnen welk loket u uw aanvraag kunt indienen. Dit is afhankelijk van het werkingsgebied van uw project en de regio waarin het project de meeste impact heeft. Let op: Het EFRO-webportaal werkt voortaan alleen nog met eHerkenning. Het kan even tijd kosten om dit aan te vragen. Wees daarom op tijd met uw aanvraag voor eHerkenning. Let op: Alleen complete aanvragen waarbij alle verplichte documenten zijn aangeleverd worden beoordeeld. Lever daarom alle gevraagde en verplichte documenten op de juiste manier aan. Pas al alle verplichte bijlagen zijn aangeleverd wordt uw aanvraag in behandeling genomen. Er wordt tot slot pas een beslag op het budget gelegd als uw aanvraag compleet is. De verplichte documenten voor deze openstelling zijn: Projectplan (volledig ingevuld, in het juiste format, niet meer dan het maximaal toegestaan aantal pagina's); Begroting (volledig ingevuld, in het juiste format); Bewijs rechtsgeldig getekend penvoerder (getekend door een tekenbevoegd persoon (of personen bij gezamenlijke bevoegdheid)); o Bewijsvoering waaruit te herleiden is wie tekenbevoegd is. Bewijs rechtsgeldig getekend projectpartner (indien van toepassing, voor alle projectpartners, getekend door een tekenbevoegd persoon (of personen bij gezamenlijke bevoegdheid)); o Bewijsvoering waaruit te herleiden is wie tekenbevoegd is. Projectvoorstel inclusief reflectie. U kunt ons helpen in het tijdig kunnen behandelen van uw aanvraag wanneer u ook de volgende stukken bij ons aanlevert: De juridische organisatiestructuur van de deelnemende partijen; De jaarrekeningen waarop de verklaringen financiële moeilijkheden gebaseerd zijn; MKB-verklaring voor alle projectpartners die hebben aangegeven tot het MKB te behoren; Verklaring (niet) in financiële moeilijkheden van alle deelnemende partijen; Machtigingsformulier intermediair (als daar gebruik van wordt gemaakt) Beoordeling Projecten worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Dit betekent dat de projecten die als eerste compleet zijn ingediend als eerste in aanmerking komen voor subsidie. Er geldt een ondergrens van 70 punten. Projecten die minder dan 70 punten scoren, komen niet in aanmerking voor subsidie. Deze projecten dragen onvoldoende bij aan de doelstellingen van het subsidieprogramma. Daarnaast geldt dat voor elk criterium minimaal de helft van het maximaal aantal te behalen punten dient te worden gescoord. Alle complete aanvragen worden parallel beoordeeld;
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.