Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van de 24ste februari 2016 tot vaststelling van nadere voorschriften op grond van artikel 6 van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (Landsbesluit procedure beëindiging arbeidsovereenkomsten)IN NAAM VAN DE KONING! De Gouverneur van Sint Maarten, In overweging genomen hebbende dat het wenselijk is nadere regels te stellen teneinde de procedure voor het beëindigen van arbeidsovereenkomsten op een meer eenduidige, transparante en efficiënte wijze in te richten; Gelet op artikel 6 van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten; Heeft, de Raad van Advies gehoord, besloten: §1: BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1 In dit landsbesluit wordt verstaan onder: Landsverordening: Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten; collectief ontslag: ontslag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Landsverordening; minister: Minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid; Secretaris-Generaal: Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid; verzoek: verzoek tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst; werknemer: werknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Landsverordening; werkgever: werkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Landsverordening; Ontslagadviescommissie: commissie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de landsverordening. §2: BEPALINGEN INZAKE DE ONTSLAGADVIESCOMMISSIE Artikel2 1.De Ontslagadviescommissie bestaat uit een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter, een secretaris, een plaatsvervangend secretaris en ten hoogste zes overige leden. 2.Personen worden bij landsbesluit, overeenkomstig artikel 3, derde en vierde lid, van de Landsverordening, voor een periode van drie jaren in hun functie in de Ontslagadviescommissie benoemd. Na afloop van deze periode zijn deze personen terstond herbenoembaar. 3.Voor ieder overig lid, bedoeld in het tweede lid, wordt bij landsbesluit een plaatsvervangend lid benoemd. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. 4.Tot lid of plaatsvervangend lid van de Ontslagadviescommissie kunnen alleen ingezetenen van Sint Maarten worden benoemd. Artikel3 1.De leden en in voorkomend geval de plaatsvervangende leden van de Ontslagadviescommissie nemen deel aan de beraadslagingen en de stemmingen zonder last en ruggespraak. 2.De voorzitter, respectievelijk de plaatsvervangend voorzitter, neemt deel aan de beraadslagingen zonder last en ruggespraak, maar neemt geen deel aan de stemmingen. 3.De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden of in voorkomend geval de plaatsvervangende leden nemen geen deel aan beraadslagingen en stemmingen indien de zaak hun, hun echtgenoten of hun bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad persoonlijk aangaat. 4.Ter vergadering tekenen de leden, respectievelijk de plaatsvervangende leden, een presentielijst. 5.De Ontslagadviescommissie vergadert in kamers, die telkens bestaan uit de voorzitter, de secretaris, één lid of plaatsvervangend lid als vertegenwoordiger van werkgeverszijde en één lid of plaatsvervangend lid als vertegenwoordiger van werknemerszijde. De leden en in voorkomend geval de plaatsvervangende leden van de Ontslag adviescommissie nemen in toerbeurt en in verschillende samenstelling deel aan de vergaderingen. Artikel4 De renumeratie voor de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de secretaris, de plaatsvervangend secretaris, de leden en de plaatsvervangend leden van de Ontslagadviescommissie worden als volgt vastgesteld: de voorzitter: maandelijkse vaste vergoeding van NAf 300,-; de plaatsvervangend voorzitter: per deelgenomen vergadering NAf 75,-; de secretaris: maandelijkse vaste vergoeding van NAf 300,-; de plaatsvervangend secretaris: per deelgenomen vergadering NAf 75,-; een lid: per deelgenomen vergadering NAf 75,-; een plaatsvervangend lid: per deelgenomen vergadering NAf 75,-. Artikel5 Personen, benoemd in de Ontslagadviescommissie, kunnen bij met redenen omkleed landsbesluit worden geschorst: indien zij zich in voorlopige hechtenis bevinden; indien tegen hen een gerechtelijk vooronderzoek ter zake van een misdrijf is ingesteld; wanneer zij bij niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens een misdrijf zijn veroordeeld, dan wel hun bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; wanneer zij bij niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, surseance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld; of, indien zij de verplichting tot geheimhouding, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Landsverordening hebben geschonden. Artikel6 1.Personen, benoemd in de Ontslagadviescommissie, kunnen bij met redenen omkleed landsbesluit worden ontslagen: op eigen aanvraag; wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel hun bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, surseance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld; indien zij uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend ongeschikt zijn geworden hun functie te vervullen; bij de aanvaarding van een ambt of betrekking, die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Ontslagadviescommissie; bij verlies van het ingezetenschap; of, indien zij de verplichting tot geheimhouding, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Landsverordening hebben geschonden. 2.Overeenkomstig artikel 3, vierde lid, van de Landsverordening, kunnen leden of plaatsvervangend leden tevens worden ontslagen indien de werkgevers- of werknemersorganisatie die de voordracht van de benoeming van die persoon heeft gedaan, daartoe een verzoek indient. Artikel7 Indien het voornemen bestaat een persoon, benoemd in de Ontslagadviescommissie, te schorsen of te ontslaan, anders dan in het geval, bedoeld in artikel 6, onderdeel a, wordt de betrokken persoon in de gelegenheid gesteld hierover diens mening kenbaar te maken. §3: PROCEDURE TOT BEEINDIGING ARBEIDSOVEREENKOMST Artikel8 1.Een volledig verzoek wordt door een werkgever schriftelijk ingediend bij de Secretaris-Generaal. 2.Een volledig verzoek als bedoeld in het eerste lid bevat: een volledig ingevuld formulier, zoals opgenomen in Bijlage I, en, indien gewenst, aanvullende informatie ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst. 3.Een ingediend verzoek wordt onverwijld op volledigheid getoetst door of vanwege de Secretaris-Generaal. Artikel9 1.1.Indien een verzoek als bedoeld in artikel 8, eerste lid, als onvolledig wordt beoordeeld, wordt het verzoek niet in behandeling genomen en wordt de werkgever door of vanwege de Secretaris-Generaal eenmalig schriftelijk in de gelegenheid gesteld het verzoek aan te vullen. 2.De werkgever dient de aanvulling, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk in bij de Secretaris-Generaal, maximaal twee weken na de datum van dagtekening van het schriftelijk verzoek tot aanvulling. 3.De termijn, genoemd in artikel 4, derde lid, van de Landsverordening, vangt niet aan dan nadat de schriftelijke aanvulling, bedoeld in het tweede lid, is ontvangen. 4.De aanvulling, bedoeld in het eerste lid, wordt na indiening geacht deel uit te maken van het volledig verzoek, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel10 1.Indien een verzoek als volledig wordt beoordeeld, wordt een schriftelijke bevestiging van deze beoordeling door of vanwege de Secretaris-Generaal onverwijld gezonden naar de werkgever, die het verzoek heeft ingediend. 2.Een werkgever kan bij de Secretaris-Generaal schriftelijk en op voorhand bezwaar maken tegen verzending naar de werknemer van bedrijfsgevoelige informatie, opgenomen in het formulier, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, of de aanvullende informatie, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b. Deze aanvullende informatie wordt in dat geval bij de Secretaris-Generaal voor de werknemer ter inzage gelegd. 3.De termijn, genoemd in artikel 4, derde lid, van de Landsverordening, vangt aan op de datum van dagtekening van de schriftelijke bevestiging, bedoeld in het eerste lid. Artikel11 1.Na de schriftelijke bevestiging, bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt de werknemer door of vanwege de Secretaris-Generaal schriftelijk in kennis gesteld van het verzoek en wordt deze werknemer in de gelegenheid gesteld, door middel van invulling van het formulier, opgenomen in Bijlage II, zijn zienswijze schriftelijk kenbaar te maken. 2.De zienswijze, bedoeld in het eerste lid, wordt kenbaar gemaakt aan de Secretaris-Generaal binnen zeven werkdagen na de datum van dagtekening van de in kennisstelling, bedoeld in het eerste lid. 3.Indien de werknemer kennelijk niet in staat is het formulier, bedoeld in het eerste lid, zelf in te vullen, kan deze hiertoe door of vanwege de Secretaris-Generaal worden ondersteund. 4.In het formulier, bedoeld in het eerste lid, geeft de werknemer aan of deze zich ter behartiging van zijn belangen tijdens de procedure laat bijstaan of door een gemachtigde laat vertegenwoordigen. Artikel12 Ingeval de zienswijze, bedoeld in artikel 11, eerste lid, daartoe aanleiding geeft, kan door of vanwege de Secretaris-Generaal worden besloten de werkgever en de werknemer de mogelijkheid te bieden zich schriftelijk uit te laten over elkaars standpunten en over alle bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de Secretaris-Generaal zijn gebracht. Artikel13 1.Door of vanwege de Secretaris-Generaal wordt het formulier, zoals opgenomen in Bijlage III, ingevuld, op basis van het als volledig beoordeelde verzoek, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en de zienswijze, bedoeld in artikel 11, eerste lid. 2.Ingeval van een besluit als bedoeld in artikel 12 worden in het formulier, genoemd in het eerste lid, tevens de schriftelijke uitlatingen, bedoeld in artikel 12 verwerkt. 3.Door of vanwege de Secretaris-Generaal wordt de ontslag adviescommissie om advies verzocht over het ingevulde formulier, genoemd in het eerste lid, alsmede alle daartoe behorende bescheiden en andere gegevens. Artikel14 1.De Ontslagadviescommissie behandelt het verzoek om advisering, bedoeld in artikel 13,derde lid, overeenkomstig de procedure, beschreven in het Reglement van Orde, opgenomen in Bijlage IV. 2.De Ontslagadviescommissie brengt haar advies zo spoedig mogelijk uit na de datum van dagtekening van het verzoek om advisering, bedoeld in artikel 13, derde lid. 3.Het advies wordt opgesteld overeenkomstig het model, opgenomen in Bijlage V, en ondertekend door de leden, respectievelijk plaatsvervangend leden, die aan de beraadslagingen hebben deelgenomen. 4.De secretaris, respectievelijk de plaatsvervangend secretaris, van de Ontslagadviescommissie zendt het advies namens de voorzitter van de Ontslagadviescommissie toe aan de Secretaris-Generaal. Artikel15 Ingeval een advies als bedoeld in artikel 14, tweede lid, niet tijdig wordt uitgebracht, respectievelijk een advies zonder consensus wordt uitgebracht, kan de Secretaris-Generaal, voordat deze een beslissing neemt als bedoeld in artikel 16, eerste lid, zich nader laten adviseren door het Hoofd van de Dienst Arbeidszaken van het Ministerie van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid. De bevindingen worden door dat Hoofd op schrift gesteld door het formulier, zoals opgenomen in Bijlage VI, in te vullen. Artikel16 1.De Secretaris-Generaal beslist op het verzoek, nadat het advies, bedoeld in artikel 14, tweede lid, is ontvangen, doch uiterlijk voor de datum waarop de termijn, genoemd in artikel 4, derde lid, van de Landsverordening, verstrijkt. De Secretaris-Generaal stelt diens beslissing op schrift door daartoe een van de formulieren, opgenomen in bijlage VII of VIII, in te vullen. 2.Een positieve beslissing op een verzoek kan uitsluitend worden genomen indien uit het formulier, bedoeld in artikel 11, eerste lid, het advies, bedoeld in artikel 14, tweede lid, of uit het nader advies, bedoeld in artikel 15, volgt dat sprake is van een van de volgende omstandigheden: bedrijfseconomische redenen; redenen gelegen in de persoon van de werknemer; of, een verstoorde arbeidsrelatie. 3.Een beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft een geldigheidsduur van drie maanden en kan, nadat de beslissing op een verzoek ter uitvoering is gelegd, niet worden ingetrokken. 4.De Secretaris-Generaal verleent aan een beslissing op een verzoek geen terugwerkende kracht. Artikel17 Ingeval twijfel bestaat of hetgeen, dat bij of krachtens de Landsverordening is bepaald, van toepassing is, dan wel of toestemming voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst is vereist, maar ter zake wel een verzoek is ingediend, wordt deze twijfel door de Secretaris-Generaal tot uitdrukking gebracht door in de beslissing op het verzoek de zinsnede op te nemen: voor zover rechtens vereist. Artikel18 1.De Secretaris-Generaal kan aan een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 16, eerste lid, voorwaarden verbinden. 2.De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op: een verbod, binnen een te bepalen periode na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst een persoon in een vergelijkbare functie aan te nemen, tenzij de persoon voor wie de toestemming tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt verleend, in de gelegenheid is gesteld de vroegere werkzaamheden te hervatten op dezelfde of gunstiger voorwaarden dan die laatstelijk voor die werknemer golden; of een financiële of andere voorwaarde, die de Secretaris-Generaal naar de omstandigheden van het geval redelijk en billijk acht. 3.Indien de Secretaris-Generaal voorwaarden verbindt aan een beslissing op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, heeft het niet naleven van deze voorwaarden tot gevolg dat de beëindiging van een arbeidsovereenkomst wordt geacht te zijn gedaan zonder de positieve beslissing op een verzoek. Artikel 4, eerste lid, van de Landsverordening is van toepassing. §4 OVERIGE BEPALINGEN Artikel19 Indien een verzoek tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst is ingediend als bedoeld in artikel 1615w van het Burgerlijk Wetboek van Sint Maarten, wordt het verzoek, bedoeld in artikel 8, eerste lid, opgeschort tot de procedure inzake het verzoek tot ontbinding is afgerond. Artikel20 1.Op een verzoek tot collectief ontslag is paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek een afvloeiingsplan als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Landsverordening wordt overgelegd. 2.Een afvloeiingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat ten minste een aanduiding van: het aantal werknemers dat de werkgever wil ontslaan met een onderverdeling naar functies, leeftijd, geslacht en anciënniteit; het voorgenomen tijdstip voor de beëindiging van de desbetreffende arbeidsovereenkomsten; het resultaat van het overleg met de vakorganisatie indien de betrokken werknemers vertegenwoordigd worden door een vakorganisatie; en, de maatregelen die de werkgever heeft genomen ter verzachting van de gevolgen van het ontslag voor de betrokken werknemers. Artikel21 1.Door of vanwege de Secretaris-Generaal wordt jaarlijks een rapportage aan de minister gezonden over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan hetgeen in dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, is bepaald. Een kopie van deze rapportage zal ter kennisgeving worden verstuurd aan de Tripartiet Commissie. 2.In de rapportage, genoemd in het eerste lid, worden ten minste de volgende gegevens vermeld: het aantal ingediende verzoeken; het aantal verzoeken die als onvolledig zijn beoordeeld; het aantal ingediende schriftelijke aanvullingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid; het aantal opschortingen als bedoeld in artikel 19, alsmede de resultaten daarvan; het aantal positieve, respectievelijk negatieve, beslissingen op verzoek; het aantal maal dat de Secretaris-Generaal is afgeweken van een advies als bedoeld in artikel 14, tweede lid; en, de gemiddelde duur van de behandeling van een verzoek. §5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel22 1.Het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 6 van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (P.B. 1972, no. 111) wordt ingetrokken. 2.Niettemin worden ten aanzien van verzoeken ingediend vóór de inwerkingtreding van dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, op grond van het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, genoemd in het eerste lid, de bepalingen van dat landsbesluit toegepast. Artikel23 Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt aangehaald als: Landsbesluit procedure beëindiging arbeidsovereenkomsten. Artikel24 1.Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen treedt, zodra deze in het Afkondigingsblad is geplaatst, in werking met ingang van de eerste dag van de zevende week na de datum van bekrachtiging. 2.In afwijking van het eerste lid, treedt dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen: in werking met ingang van de eerste dag van de derde week na de beslissing van het Constitutioneel Hof indien de Ombudsman een zaak aanhangig heeft gemaakt als bedoeld in artikel 127, derde lid, van de Staatsregeling; of, niet in werking indien het Constitutioneel Hof oordeelt dat dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, niet verenigbaar is met de Staatsregeling. Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt met nota van toelichting in het Afkondigingsblad geplaatst.Gegeven te Philipsburg, vierentwintigste februari 2016 De Gouverneur van Sint MaartenDe achtentwintigste februari 2016 De Minister van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en ArbeidUitgegeven de tweede juni 2016De Minister van Algemene Zaken Namens deze,Hoofd afdeling Juridische Zaken & WetgevingNOTA VAN TOELICHTING Algemeen deel Inleiding Ieder mens heeft behoefte aan werk. Werk, dat past bij de mogelijkheden van het individu. Werk is mede bepalend voor het geluk en welzijn van mensen en van de samenleving als geheel. Werk geeft zekerheid en zorgt voor sociale stabiliteit. Mensen werken om verschillende redenen. Mensen moeten werken om te kunnen voorzien in hun eigen levensonderhoud; mensen kunnen werken om andere redenen, zoals zelfontplooiing, zelfwaardering of het bijdragen aan de vooruitgang van het Land Sint Maarten. Veel mensen werken in loondienst bij een werkgever. Zij hebben daarvoor met hun werkgever een arbeidsovereenkomst afgesloten. Om de verhouding tussen werkgevers en werknemers in een juridisch kader te plaatsen, is onder andere voorzien in de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (verder: Landsverordening). Deze Landsverordening heeft een tweeledig doel. Ten eerste zijn in deze Landsverordening regels gesteld ter bescherming van de werknemer. Deze regels beschermen werknemers tegen een mogelijke dreiging met ontslag. Ten tweede zijn regels gesteld ter bescherming van werkgevers, die iemand in dienst hebben voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden, maar dat dienstverband willen beëindigen. Deze regels voorzien met name in de mogelijkheid om van overheidswege een beslissing te verkrijgen op basis waarvan een arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd. Artikel 6 van de Landsverordening maakt het mogelijk bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, nadere regels te stellen over het recht tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten, naast de regels die reeds in de Landsverordening zijn gesteld. Met het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, heeft tot doel een eenduidige, duidelijke procedure te creëren ten aanzien van het ontslagbeleid in het algemeen, voor werknemers, die niet in dienst zijn bij een van de diensten, genoemd in artikel 2 van de Landsverordening. In het landsbesluit, houdende algemene maatregelen, zijn de volgende onderdelen geregeld: regels inzake de Ontslagadviescommissie, die de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid ondersteunt bij de beoordeling van verzoeken tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten. Gezien het feit, dat voor de inrichting en organisatie van genoemde commissie een wettelijke grondslag nodig is, is deze in dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, neergelegd; regels ten aanzien van de te volgen procedure, indien een verzoek tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst door een werkgever wordt ingediend. Uitgangspunt hierbij is dat de procedure in beginsel schriftelijk verloopt; de beslissingsruimte die bestaat bij verzoeken tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst voorzien van een duidelijk wettelijk beoordelingskader. Verzoeken tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst worden op grond van de Landsverordening ingediend bij de Landsoverheid, in dezen vertegenwoordigd door de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Sociale Ontwikkeling en Arbeid. De Secretaris-Generaal is belast met het nemen van de beslissingen op verzoek. Het stellen van een duidelijk wettelijk beoordelingskader werkt de rechtszekerheid voor zowel werkgevers, als werknemers in de hand; de mogelijkheid tot collectief ontslag van werknemers. Hieronder worden de voorgenoemde onderdelen nader uitgewerkt. De Ontslagadviescommissie Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Landsverordening functioneert er binnen Sint Maarten een Ontslagadviescommissie. Op grond van genoemd artikel is de Secretaris-Generaal verplicht deze commissie om advies te vragen indien een verzoek tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst wordt ingediend. Het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, stelt regels over de inrichting en organisatie van de Ontslagadviescommissie. Deze regels hebben onder andere betrekking op welke personen zitting kunnen nemen in de commissie, alsook op benoeming, schorsing en ontslag van deze personen. Naast hetgeen geregeld is in het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, blijft het bepaalde in de Landsverordening uiteraard onverkort van toepassing. In deze landsverordening is onder meer geregeld welke incompatibiliteiten gelden voor leden en dat de helft van de leden van werkgeverszijde worden benoemd, terwijl de andere helft van werknemerszijde worden benoemd. Voorts worden in het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, de vacatiegelden voor de (plaatsvervangend) voorzitter, de (plaatsvervangend) secretaris en de (plaatsvervangend) leden per vergadering vastgesteld. Voor een nadere toelichting inzake de Ontslagadviescommissie, alsook haar rol in de procedure, wordt hier volstaan met een verwijzing naar het artikelsgewijze deel van deze nota van toelichting. De procedure naar aanleiding van een verzoek tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst In de Landsverordening is uitsluitend voorzien in een algemeen kader voor de te volgen procedure om te komen tot een beslissing op een verzoek tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst. De Landsverordening regelt bij wie het verzoek kan worden ingediend, welke belanghebbenden behoren te worden gehoord en wat de termijn is, waarbinnen een uiteindelijke beslissing op het verzoek moet worden afgegeven. Om ten aanzien van ingediende verzoeken tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst een zorgvuldige en eerlijke belangenafweging te garanderen, is het algemene procedurele kader van de Landsverordening verder ingevuld. Deze invulling is gegeven middels de artikelen 8 tot en met 17 van het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, middels welke een aantal waarborgen in de procedure worden ingebouwd. Bij de invulling van de te volgen procedure, die aanvangt op het moment dat een verzoek tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst wordt ingediend, is een aantal algemene uitgangspunten gehanteerd, te weten: De gehele procedure verloopt schriftelijk. Daarom is voor de verschillende stappen in de procedure voorzien in verschillende formulieren. Deze formulieren zorgen onder andere voor eenvormigheid tussen verschillende ingediende verzoeken tot beëindiging van arbeidsovereenkomsten. Deze eenvormigheid komt de effectiviteit en snelheid van de behandeling van verzoeken ten goede. Het beginsel van hoor en wederhoor. Een verzoek tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst wordt ingediend van de werkgeverszijde. In het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, is de verplichting opgenomen dat de werknemer de mogelijkheid wordt geboden zijn of haar standpunt schriftelijk naar voren te brengen. Ingeval het standpunt van de werknemer tot nieuwe inzichten leidt, of vraagt om verduidelijking van het standpunt van de werkgever, is daarnaast voorzien in een zogenoemde tweede schriftelijke ronde, waarbij beide partijen de mogelijkheid wordt geboden op elkanders standpunt te reageren. Het hanteren van zogenoemde fatale termijnen. De termijn voor de Secretaris-Generaal om tot een beslissing op een verzoek te komen is in de Landsverordening in beginsel vastgesteld op zes weken. Gezien het aantal behandelstappen dat voorafgaat aan een definitieve beslissing, is het van belang regels te stellen voor de maximale duur van elke behandelstap. Het stellen van deze termijnen per behandelstap heeft tot gevolg dat, indien een termijn niet wordt gehaald, het recht op aanvullen van een verzoek (artikel 9, eerste lid), respectievelijk het recht op wederhoor (artikel 11, eerste lid) komt te vervallen. De rechtsgevolgen zijn per geval verschillend. Voor een nadere toelichting op de verschillende rechtsgevolgen wordt hier volstaan met een verwijzing naar het artikelsgewijze deel van de toelichting. Besliskader bij de beoordeling van een verzoek tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst Er is voor gekozen in dit landsbesluit, houdende algemene maatregelen, een duidelijk besliskader op te nemen, waarbinnen de Secretaris-Generaal tot een beslissing op een verzoek kan komen. Dit kader geeft handvatten aan de Secretaris-Generaal en biedt rechtszekerheid voor werkgevers en werknemers. Laatstgenoemden kunnen naar aanleiding van het gestelde kader beter voorzien of een verzoek tot beëindiging van een arbeidsovereenkomst in de procedure op verzet zal stuiten. Het stellen van een besliskader heeft tevens tot gevolg dat een eventuele toetsing bij een rechter van de beslissing op verzoek verandert. Vanwege het ingestelde besliskader vindt toetsing van de beslissing op een verzoek door een rechter slechts marginaal plaats. Dit houdt in dat een rechter uitsluitend bekijkt of de Secretaris-Generaal in alle redelijkheid binnen het besliskader tot een bepaalde beslissing heeft kunnen komen. Indien zulks het geval is, ligt een rechterlijke uitspraak tot vernietiging van een beslissing op een verzoek niet voor de hand. In het besliskader is voorzien in de artikelen 16 tot en met 18 van het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen. Collectief ontslag Artikel 5 van de Landsverordening voorziet in de mogelijkheid tot collectief ontslag. In dat artikel is geregeld wanneer er sprake is van collectief ontslag. Daarnaast is voorzien in een aantal aanvullende vereisten ten aanzien van de dan te volgen procedure. Artikel 20 van het onderhavige landsbesluit, houdende algemene maatregelen, voorziet in een nadere invulling van de gestelde vereisten. Dit artikel beoogt ervoor te zorgen dat, ingeval van collectief ontslag, kan worden beschikt over aanvullende informatie die nodig geacht wordt om te komen tot een zorgvuldige afweging van de belangen van de verzoeker alsmede van de betrokken werknemers. Financiële paragraaf De geldelijke voorzieningen van de leden, en hun plaatsvervangers van de ontslagadviescommissie komen ten laste van de Begrotingspost # 44201-7280-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.