Bomenbeleidsplan Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving Voorwoord In een tijd waarin we steeds vaker te maken krijgen met extreme weersomstandigheden, hittestress en verlies aan biodiversiteit, is het belang van een doordacht bomenbeleid groter dan ooit. Bomen maken onze leefomgeving groener, gezonder en prettiger. Ze zorgen voor schaduw op warme dagen, vangen regenwater op en zuiveren de lucht die we inademen. Kortom: bomen zijn onmisbare bondgenoten. In dit bomenbeleidsplan laten we zien hoe we in Horst aan de Maas zorgvuldig omgaan met onze bomen. We kijken vooruit: hoe zorgen we ervoor dat bomen ook in de toekomst sterk en gezond blijven? En hoe passen we ons aan, aan de gevolgen van klimaatverandering? Daarbij vergeten we onze monumentale bomen niet. Deze bijzondere bomen zijn levende geschiedenis: ze vertellen verhalen over het verleden en verdienen extra bescherming en aandacht. Bomen zijn ook van grote waarde voor de biodiversiteit. Ze bieden voedsel, schuilplaatsen en nestgelegenheid voor talloze dieren, insecten en planten. Een rijk en gevarieerd bomenbestand draagt bij aan een veerkrachtige natuur. Tot slot speelt ook de betrokkenheid van inwoners een belangrijke rol. Samen zorgen we voor onze bomen — of het nu gaat om het melden van schade, het meedenken over nieuwe aanplant of het simpelweg waarderen van het groen in de eigen buurt. Want een groene leefomgeving maken we samen met elkaar. Met dit plan zetten we samen stappen naar een toekomst waarin bomen blijven bijdragen aan een fijne, veilige en duurzame leefomgeving voor iedereen. “Samen bouwen we aan een groen, gezond en klimaatrobuust Horst aan de Maas.” Samenvatting Het Bomenbeleidsplan Horst aan de Maas geeft aan hoe de gemeente zal werken aan haar visie: ‘gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving’. Op alle bestuurlijke niveaus, in de Gemeentelijke, Provinciale en Landelijke Omgevingsvisies, is aandacht voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. Bomen zorgen voor een gezonde, koele, herkenbare en aantrekkelijke leefomgeving voor mens en dier en zijn daarom van groot belang. Daarbij leeft er in onze gemeente een sterke behoefte om bomen beter te beschermen, meer bomen aan te planten, meer diversiteit in het bomenbestand aan te brengen en te werken aan het halen van de landelijke bomennorm. Op basis van analyse van gemeentelijke vraagstukken rond bomen en werksessies met belangenorganisaties zijn, binnen wettelijke en beleidskaders, alle huidige uitdagingen en aandachtspunten voor het bomenbeleid en -beheer op een rij gezet (Hoofdstuk 3). Het gaat dan onder meer om het bomenareaal, ruimtelijke inrichting en projecten rond bomen, boombescherming, communicatie en participatie en uitvoerbaarheid. Deze context leidde tot de overkoepelende visie en motto voor het bomenbeleid: ‘Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving’. Om deze visie handen en voeten te geven, zijn onderstaande drie ambities geformuleerd, met als basis heldere beleidskaders en -richtlijnen. Per ambitie (hoofdstuk 4) geven de onderliggende doelstellingen aan wat de gemeente gaat doen, welke beleidskaders en richtlijnen de gemeente stelt. De ontwikkelkalender (hoofdstuk 5) bevat tot slot de producten die gemaakt of geactualiseerd moeten worden om de beleidsdoelen tot uitvoer te kunnen brengen. Met het vaststellen van het nieuwe bomenbeleid, vervalt het oude Beleidsplan ‘Duurzaam en integraal boombeheer’ uit
- De praktische benadering van dat beleid is nu geborgd als Bomenbeheerplan Horst aan de Maas 2025 en te vinden in bijlage
- Zo zijn er ook enkele ‘oude’ uitwerkingen zoals het Beoordelingskader Kapaanvragen en de Bomenlegger in een nieuw jasje gestoken en geborgd onder het nieuwe beleid. Ook is een nieuwe uitwerking te vinden, namelijk Aanwijscriteria Boomstructuren. Na vaststelling van het beleid kan gefaseerd uitvoering worden gegeven aan de doelstellingen en worden de ontwikkelpunten naar prioriteit opgepakt in de Uitvoeringsagenda Bomen. Team Economie & Gebiedsontwikkeling en team Openbare Werken zullen hierbij de belanghebbenden betrekken en zorgen voor integrale afstemming. De Uitvoeringsagenda Bomen heeft een looptijd van circa 10 jaar. Hiervoor zijn acties en maatregelen geformuleerd voor de korte termijn (binnen 2 jaar), de middellange termijn (binnen 5 jaar) en de langere termijn (binnen 10 jaar). Op basis van de gestelde prioriteit worden deze acties en uitwerkingen doorgevoerd in het bomenbeheerplan, in de werkwijze bij ruimtelijke ontwikkelingen, in het kapvergunningenstelsel, aanplantprogramma’s enzovoorts. Deze aanpak is tekenend voor het traject waarmee dit beleid tot stand is gekomen, namelijk samen met gemeentelijke en maatschappelijke stakeholders. Het proces is getrokken door medewerkers van team Economie & Gebiedsontwikkeling en team Openbare Werken en het beleid is zodanig tot stand gekomen met ondersteuning van Bomenwacht Nederland. “Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving” 1.Inleiding Dit bomenbeleid vervangt het bestaande beleid uit 2011 en speelt in op de actuele maatschappelijke uitdagingen en opgaven. We koesteren onze bomen, van aanplant tot vervanging, bij werkzaamheden en bij ruimtelijke ontwikkelingen. We werken in de geest van de Omgevingswet en geven invulling aan de Omgevingsvisie Horst aan de Maas
- Dit beleid staat ervoor om bomen optimaal te laten bijdragen aan de leefomgeving. 1.1.Aanleiding Gemeente Horst aan de Maas is een boomrijke, groene gemeente met ongeveer 40.000 individueel geregistreerde bomen in beheer. In de vorige beleidsperiode is ingezet op deregulering en het beperken van schade en overlast. Dit beleid is echter aan vernieuwing toe vanwege de invoering van de Omgevingswet op 1 januari
- De praktische insteek van het 'oude' bomenbeleid en -beheer is wel behouden in de vorm van een bomenbeheerplan. Bij het opstellen van het nieuwe bomenbeleid is gewerkt in de geest van de Omgevingswet: integraal en participatief, met oog voor het behoud, de verbetering en het ontwikkelen van de kwaliteiten van de leefomgeving. Ook inhoudelijk sluit dit bomenbeleid aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 1 Vaststelling van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas staat gepland in 2025.. Onze ambitie “In 2040 zijn we een groene, gezonde woongemeente met een duurzame, schone en innovatieve economie en agrarische sector, een herkenbaar en aantrekkelijk landschap en een sterk recreatief profiel. Gezondheid, veiligheid, groen, economie en wonen zijn belangrijk voor de toekomst van onze gemeente. Ze horen bij onze cultuur en identiteit, en dragen bij aan de welvaart en kwaliteit van onze woon- en leefomgeving.” Deze ambitie voor Horst aan de Maas is belangrijk voor de toekomst van onze gemeente. Groen en bomen draagt immers bij aan een gezonde en vitale leefomgeving en voorziet in meerdere functies, zoals spelen, bewegen en ontmoeten. Ook vanwege biodiversiteitsherstel wordt onder andere ingezet op groenblauwe dooradering, zowel in de dorpen als in het buitengebied. Daarom werken we aan meer en kwalitatief beter groen. Uit: Ontwerp Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 (juni 2025) Met dit beleid sturen we op de beste keuzes ter bevordering van gezondheid, duurzaamheid en een vitale economie in onze gemeente. Hiervoor zijn actuele en complete beheergegevens onmisbaar. Onze visie op bomen in gemeente is daarom: “Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving”. 1.2.Afbakening Dit beleid geeft hoofdlijnen voor het beheer en behoud, de verbetering en de ontwikkeling van het bomenbestand in onze gemeente. Dit omvat zowel individuele bomen als bomen die onderdeel zijn van boomstructuren, zoals lanen en wegbeplantingen. We richten ons zowel op de bomen binnen als buiten de bebouwde kom (oftewel buiten de bebouwingscontour houtkap, zie bijlage 11) en zowel op bomen van de gemeente zelf als op bomen van inwoners en andere eigenaren. Alle bomen dragen immers bij aan een gezonde leefomgeving. Het bomenbeleidsplan gaat niet in op het beheer van bossen, natuurterreinen en landschapselementen, zoals houtwallen, zoombeplantingen en singels. Deze assets zijn onderdeel van het natuur- en landschapsbeheer (zoals beschreven in de Beheervisie 2023-2032 Bossen, natuurterreinen en landschapselementen). 1.3.Participatie Dit nieuwe beleid is in samenspraak met diverse interne en externe stakeholders opgesteld. Er zijn werksessies georganiseerd met interne ambtelijke stakeholders en met externe stakeholders van diverse (groene) belangenorganisaties. In bijlage 4 en 5 zijn de verslagen terug te vinden. De speerpunten uit deze sessies vormen samen met de wettelijke kaders en beleidskaders de voeding voor het bomenbeleid. 1.4.Wettelijke kaders en beleidskaders Het bomenbeleid past binnen de landelijke wettelijke kaders en beleidsregels en verordeningen vanuit provincie en waterschap, naast de gemeentelijke lokale regelgeving. Deze kaderstellende documenten, voor zover relevant, zijn hieronder genoemd. Landelijk Nationale Omgevingsvisie Omgevingswet Kerninstrumenten: Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma, Omgevingsplan en Omgevingsvergunning Algemene en specifieke zorgplicht Rijksinstructieregels omtrent houtopstanden (bebouwingscontour houtkap) 2 Deze dient vastgesteld te worden door de gemeenteraad in het omgevingsplan. Dit wordt ter vaststelling aan de raad voorgelegd en naar verwachting eind 2025 zal dit plaatsvinden. Landelijk (vervolg) Burgerlijk Wetboek Zorgplicht voor bomen: verplichtingen boomeigenaar ter bescherming medeburgers en eigendommen Boomveiligheidscontroles (BVC) m.b.v. Visual Tree Assessment (VTA–inspectie) Provinciaal Omgevingsverordening Limburg Instructieregels voor gemeenten en waterschappen in het omgevingsplan of de waterschapsverordening. 3 Een voorbeeld hiervan is de bebouwingscontouren houtkap. Regels voor activiteiten die voor alle inwoners en bedrijven gelden, of voor specifieke doelgroepen. 4 Een voorbeeld zijn de beleidsregels Houtopstanden Limburg Deze regels zijn van toepassing voor eigenaren van houtopstanden bij een kapmelding van een houtopstand buiten de bebouwde kom. Het gaat om kap in houtopstanden met totale bosoppervlakte van meer dan 1000 m2, of een bomenrij van meer dan 20 bomen (vanaf 21 bomen geldt meldplicht voor kap in een bomenrij). Gemeentelijk Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving: Artikel 3:10 van deze APV geeft aan dat een omgevingsvergunning noodzakelijk is voor het vellen van houtopstanden5 Voor de volledige tekst van dit artikel verwijzen wij naar de APV fysieke leefomgeving.: Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 Hoofdlijnenakkoord en Collegeprogramma 2022-2026 Duurzaamheidsprogramma 2020-2050 Uitvoeringsagenda Klimaatadapatie Horst aan de Maas Beleidsplan Openbaar Groen 2020 Groenstructuurvisie 2020 (dorpskernen) Landschapsontwikkelingsplan (buitengebied) Beleidsplan duurzaam en integraal boombeheer 2011 De Bomenlegger, incl. Bomenlijst met monumentale bomen En alle hiervoor in de plaats tredende relevante wetgeving. 1.5.Analyse bomenbestand Hieronder geven we een korte samenvatting over het bomenareaal in Horst aan de Maas. Voor een uitgebreidere beschrijving verwijzen we naar bijlage
- Allereerst is het totale areaal in aantallen en als bomennorm beschreven. Met ongeveer 40.000 gemeentelijke bomen (bijna 1 per inwoner) is Horst aan de Maas boomrijker dan een gemiddelde Nederlandse gemeente met 0,5 gemeentelijke boom per inwoner. Met 1,6 m3 boomkroonvolume per vierkante meter, waarbij ook bospercelen en niet-gemeentelijke bomen zijn meegerekend, is de huidige bomennorm ‘matig’ en ligt er een vergroeningsopgave van 0,6 m3 per vierkante meter om aan de landelijke bomennorm te voldoen. Ook is gekeken naar het sortiment, waarbij het eikengeslacht bovenmatig vertegenwoordigd blijkt. Daarnaast treffen we veel lindebomen, esdoorns, berken en essen aan in de gemeente. Met 15.000 zomereiken (38% van het totale areaal) is het verhogen van de diversiteit een aandachtspunt. In bijlage 6 is hoofdstuk 2 gewijd aan monumentale en bijzondere bomen met beschermde status. Bomen staan als monumentaal geregistreerd als ze ouder zijn dan 80 jaar. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de gemeentelijke boomstructuren. We zien veel monumentale bomen terug als herkenbare structuren in het buitengebied (zie kaart boomstructuren in bijlage 2). In de boompaspoorten is de aparte beleidsstatus voor structuurbomen echter (nu nog) niet opgenomen. Hoewel deze monumentale bomen individueel beschermd zijn, vormt ook de bescherming van de boomstructuur als zodanig vormt een aandachtspunt. Afbeelding 1: Voorbeeld van een boomstructuur in het buitengebied: Oude Peeldijk bij Meterik. De gemeente Horst aan de Maas is onder te verdelen in drie landschappen: het Maaslandschap, het Zandlandschap en het Peellandschap. Bomen kleuren deze landschappen, met elk hun eigen kenmerkende beplantingselementen en soorten (zie hoofdstuk 4 van bijlage 6). Vervolgens gaan we kort in op de bomen en het groen in de dorpen. De visie hierop ook uitgebreider beschreven in de Groenstructuurvisie Horst aan de Maas
(2020). Tenslotte gaan we in op de bedrijventerreinen en werklandschappen waar landschappelijke inpassing ook een rol speelt (hoofdstuk 6 van bijlage 6). 1.6.Status De status van dit bomenbeleid is bindend zodra bestuurlijke vaststelling heeft plaatsgevonden. Het vorige beleidsplan ‘Duurzaam & integraal boombeheer 2011’ vervalt op dat moment, alsmede de bijlagen behorende bij dit beleidsplan. Ook het bomenbeheerplan (bijlage 1) is geborgd en is per onderdeel door de vakinhoudelijk verantwoordelijke geactualiseerd op basis van landelijke normen en richtlijnen en doelstellingen uit dit beleid. De nieuwe beleidsregels van dit bomenbeleid zijn zelfbindend voor de gemeente. Juridische regels voor inwoners en niet-gemeentelijke rechtspersonen zijn vastgelegd in de APV en in het omgevingsplan. Deze blijven met de vaststelling van het bomenbeleidsplan ongewijzigd. Het bomenbeleid vormt een thematische uitwerking onder het omgevingsprogramma Groen-Blauw-Klimaatadaptatie6 Naar verwachting wordt het Omgevingsprogramma Groen-Blauw-Klimaatadaptatie in 2026 vastgesteld. dat bij vaststelling van het bomenbeleid nog in ontwikkeling is. 1.7.Implementatie, uitwerking en uitvoering Het in de praktijk brengen van dit beleidsplan gebeurt gefaseerd. De uitwerkingen staan op de ontwikkelkalender (hoofdstuk 6) en worden op basis van prioriteit doorgevoerd in het boombeheerplan, in de werkwijze bij ruimtelijke ontwikkelingen, in het kapvergunningenstelsel enzovoorts. We maken onderscheid tussen implementatie en uitvoering op korte termijn (binnen 2 jaar) en op langere termijn. 2.Het belang van bomen De gemeente Horst aan de Maas wordt beleefd als een groene gemeente. Ongeveer 40.000 bomen geven de gemeente een groene uitstraling en dragen bij aan een mooie en gezonde leefomgeving. Bomen zijn mede bepalend voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het belang van bomen is samen te vatten in de thema’s biodiversiteit, identiteit en cultuurhistorie, klimaatadaptatie en gezondheid, die we in dit hoofdstuk toelichten. 2.1.Biodiversiteit Afhankelijk van de soort, vormen bomen een habitat en vervullen bomen een cruciale rol voor het lokale ecosysteem. Door hun functie van als voedselbron, nest- en schuilgelegenheid voor dieren, insecten maar ook planten, mossen en schimmels, dragen bomen bij aan soortenrijkdom en biodiversiteit. Een boom vormt een leefgemeenschap op zichzelf. In een natuurlijke bodem leven schimmels en bacteriën in symbiose (langdurige samenwerking) met boomwortels, waarbij beide profiteren. Dit helpt bij het bereiken van een natuurlijke balans waardoor plaagdieren niet de overhand krijgen en er altijd voldoende voedsel beschikbaar is voor dieren en insecten. Diversiteit verminderd de vatbaarheid voor ziekten en plagen die in een monocultuur ongeremd kunnen uitbreiden. Naarmate de boom ouder wordt verandert de leefgemeenschap. Het behoud van oude en veterane bomen is essentieel voor het versterken van de biodiversiteit. Samen met andere bomen, dieren, heesters en planten vormen ze grote leefgemeenschappen. Daarom is het belangrijk om natuurgebieden en dorpen met elkaar te verbinden, door het overbruggen van niet-natuurlijke barrières tussen groengebieden of bomenlanen. Voor de biodiversiteit ofwel soortenrijkdom is de herkomst van bomen van belang. Inheemse boomsoorten komen hier van nature voor en bieden onderdak aan meer soorten insecten en andere dieren. Op een zomereik zijn tot wel 450 insectensoorten te vinden, op een Amerikaanse eik slechts
- Boomsoorten met een hoge bijdrage aan biodiversiteit zijn: Afbeelding 2: de soortenrijkdom aan insecten per boomsoort 2.2.Identiteit en cultuurhistorie Waarom zijn bomen belangrijk? Als dit wordt gevraagd, is een veelgenoemde waarde de beleving van de seizoenen. Ook de aanwezigheid van vogels wordt gewaardeerd, alsmede de fraaie uitstraling die bomen aan een straat geven. Een groene omgeving heeft een positief effect op onze gezondheid, welzijn en welbevinden. Met een gezond bomenbestand, laten we de beleving van bomen toenemen en daarmee vergroten we de leefbaarheid in onze gemeente, zowel in de dorpskernen als daarbuiten. Afbeelding 3: Bomen in de dorpskernen. Afbeelding 4: Bomen in buitengebied. Duurzaamheid is op alle terreinen toepasbaar. Voor boombeheer betekent het dat bomen gezond oud kunnen worden. Oude bomen als levend monument, bijzondere bomen met een verhaal, lanen, boomgaarden, bosjes, erfbeplanting of grote bomen als beeldbepalend element in de omgeving. Bomen zijn verbonden met de identiteit, cultuurhistorie en het erfgoed van het gebied. Door oude bomen te koesteren, blijft de geschiedenis leven. 2.3.Klimaatadaptatie De klimaatverandering zorgt voor meer extreem weer. De boomkronen vormen een natuurlijk groen dak in onze wijken. Zij zorgen voor de broodnodige verkoeling op hete zomerdagen door schaduwwerking en verdamping. Het regenwater dat bij zware buien valt, kan langzaam in de grond of het plantvak rondom de boom zakken, waardoor het riool niet te veel wordt belast. Het bomenbestand moet op de toekomst voorbereid te zijn. Monoculturen zijn namelijk gevoelig voor ziekten en plagen. Variatie is daarom het antwoord op klimaatverandering. Het betekent afwisseling van boomsoorten in woonwijken. Krijgt een bepaalde soort het dan moeilijk of krijgen we te maken met een soortspecifieke aantasting, dan voorkomen de andere soorten een kaalslag in de wijk. De aloude laanbeplantingen van dezelfde boomsoort blijven in stand in de cultuurhistorische lijnen (van de hoofdgroenstructuur). Tenzij aanplanten van dezelfde boomsoort niet verantwoord is, vanwege veranderde omstandigheden (bijvoorbeeld door klimaatverandering). In andere lanen kan geleidelijk een mix van (vergelijkbare) boomsoorten te zien zijn. Naast inheemse soorten is het nodig om ook soorten aan te planten die hier niet van nature thuishoren. Soorten uit de mediterrane zone kunnen bijvoorbeeld beter omgaan met hitte en droogte. Ook aanplant van gekweekte variëteiten is zinvol vanwege specifieke boomeigenschappen. Bomen helpen de negatieven effecten van klimaatverandering tegen te gaan, CO2 afvang en opslag, minder wateroverlast en gematigde temperatuur. Zo zorgen bomen voor een verlaging van de luchttemperatuur tussen de 0,7 en 2,7° C. De gevoelstemperatuur (PET) daalt door de bomen tussen de 3,4 en 19 °C (Kluck et al, 2020). Afbeelding 5: De waarde van bomen in ecosysteemdiensten gevat (links) en doorgerekend in absolute opbrengst (rechts) Mits bomen goed groeien, neemt de groene waarde met de jaren exponentieel toe. Dit vergt de nodige investeringen zoals een groeiplaatsinrichting met voldoende ruimte, voeding, vocht, zuurstof en gezond bodemleven, goede nazorg en onderhoud, goede snoei en het voorkomen van schade, beheerproblemen en overlastsituaties. Hoe ouder en groter een boom is, hoe meer ecosysteemdiensten hij levert. Hieronder is een berekening weergeven van de koolstof-opslag van een jonge eik en een volwassen eik. (Bij deze boomsoort staat 1 centimeter diktegroei van de stam ongeveer gelijk aan 1 levensjaar). Afbeelding 6: Het verschil van de hoeveelheid vastgelegde hoeveelheid koolstof tussen een jonge en een volwassen eik. 2.4.Gezondheid Met de visie ‘Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving’ dragen we bij aan gezondheid van de inwoners. Gezonde bomen dragen meer bij doordat ze beter in staat zijn verontreinigende stoffen op te nemen. Ze helpen zo gezondheidsproblemen als ademhalingsproblemen, hart-, vaat- en longziekten te verminderen (RIVM7 Het effect van vegetatie op de luchtkwaliteit, RIVM Rapport 680705019/2011, WUR8 Bomen voor schone lucht, edepot.wur.nl/51718). Op warme zomerdagen is het prettig vertoeven in de schaduw van een boom. Het bladerdak van de laanbomen in het dorp maken de wandeling naar het bos of park als koelteplek aangenaam. Gerichte aanleg van groen en schaduwrijke plekken stimuleert mensen om erop uit te trekken, naar buiten te gaan en actief te zijn. Of dit een wandeling of fietstocht door de omgeving is, of tuinieren in de eigen tuin. Een actieve leefstijl bevordert de gezondheid. En buiten zijn leidt tot meer sociale contacten. In een groene omgeving waarbij mensen meer naar buiten gaan, is de sociale samenhang groter dankzij spontane ontmoetingen. Dat vermindert de eenzaamheid en dat draagt bij aan de mentale gezondheid. Er zijn meer voorbeelden van de baten van bomen voor mentale gezondheid. Zo hebben mensen met burnout klachten baat bij wandelingen in een groene omgeving. Het simpelweg uitzicht hebben op bomen vanuit ons huis heeft een positieve invloed op ons welzijn. Ziekenhuizen laten patiënten bij voorkeur bijkomen van een operatie op een kamer met zicht op bomen, omdat onderzoek uitwijst dat dit de genezing bevordert. Bomen in de bebouwde omgeving werken als luchtfilter door fijnstof en andere vervuilingen uit de lucht te vangen. Door de toenemende verstedelijking neemt de ruimte voor groen af. Het maken van een juiste afweging op de vraag waar wel en waar geen bomen te planten is belangrijker dan ooit. Los van het landschappelijke karakter behoort ook het bevorderen van de gezondheid tot een belangrijke reden om bomen en groen aan te planten. In tabel 1 geven we schematisch de relatie tussen milieu/welzijn en bomen weer. Bomen zijn essentieel voor een goede leefomgeving. Bomen die in het kader van milieu en welzijn worden aangeplant kunnen ook een nevenfunctie hebben. Bomen langs een drukke weg met de hoofdfunctie geluid en/of vluchtige organische stoffen af te vangen, zullen tevens de structuur van de weg accentueren. Daarnaast kan het remmend werken wat indirect positief is voor mens, natuur en omgeving. 2.5.Overige waarden van bomen Naast de waarde voor biodiversiteit, identiteit en cultuurhistorie, klimaatadaptatie en gezondheid, hebben bomen andere maatschappelijke en economische voordelen. Informatie hierover is onder andere te vinden op: https://bomenzijnbelangrijk.nl/ https://degroenestad.nl/facts/ https://www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/environmental-research/programmas/de-groene-stad-3/natuur-en-gezondheid-in-de-stad.htm Hieronder een korte weergave van alle aspecten waaraan bomen bijdragen. Aspect Doel / effect Biodiversiteit Vergroten van biodiversiteit en ecosysteemdiensten Beperken broeikaseffect Vastleggen van CO2 Energiebesparing Vermindering van warmteverliezen (luwte) Esthetisch Verfraaiing van het landschap, steden en dorpen, wijken en buurten, straten en tuinen Gezondheid Mogelijkheden (bevordering) voor ontspanning en beweging Hittestress Verlaging van de gevoelstemperatuur. Verkoeling tijdens warme dagen Landschap Verhoging landschapskwaliteit. Afscherming van verkeer en industrie Microklimaat Verlaging van de temperatuur en schaduwwerking Waarde onroerende goed Onderzoek toont aan dat bebouwing in groene wijken een hogere vastgoedwaarde heeft. Zie: https://groenblauwenetwerken.nl/measures/stadsbomen/ Waterbeheer Vasthouden van water en vermindering van afvoerpieken bij neerslag Tabel 7: De relatie tussen milieu/welzijn en bomen 3.Uitdagingen en aandachtspunten De bureaustudie, analyse van het bomenbestand en de werksessies hebben uitdagingen en aandachtspunten opgeleverd die de basis vormen voor het bomenbeleid. We onderscheiden hierin 5 aspecten die hieronder worden toegelicht. 3.1.Bomenbestand Gevarieerd bomenbestand: Hoe zorgen we voor meer diversiteit in soorten? Biodiversiteit: Hoe kunnen we met bomen de biodiversiteit in de gemeente herstellen? Aanvullen en uitbreiden waar mogelijk: Welke soorten bomen moeten worden geplant en waar? Bomenbalans: hoe kunnen we ervoor zorgen dat het aantal bomen meegroeit met het aantal inwoners in de gemeente? Cyclisch beheer: Wat zijn de ‘best practices’ om de gezondheid en levensduur van bomen te waarborgen? 3.2.Inrichting en beheer De juiste boom op de juiste plek: Welke soorten moeten waar worden geplant? De juiste groeiplaatsinrichting: Hoe richten we groeiplaatsen toekomstbestendig in? Gezondheid: Hoe kunnen we met bomen de (sociale) gezondheid, ons welzijn en aantrekkelijke buurten bevorderen? Klimaatadaptatie: Waar en hoe kunnen bomen bijdragen aan een betere luchtkwaliteit, verkoeling, vermindering van wateroverlast en het vasthouden van water? Boomnorm: Hoe zetten we een boomnorm (bijv. 3-30-300 regel) effectief in? Groennorm: Hoe zetten we de groennormen (kwantitatief en kwalitatief) effectief in? 3.3.Bescherming Inventariseren, vastleggen en beter beschermen boomstructuren: Hoe leggen we belangrijke boomstructuren vast en hoe kunnen we deze beschermen? Inventariseren, vastleggen en beter beschermen landschapselementen: Hoe leggen we landschapselementen vast en hoe kunnen we deze beter beschermen en monitoren? Beschermen en monitoren: Hoe kunnen we bestaande gemeentelijke en particuliere bomen beter beschermen tegen schade en (voortijdige) kap? Lokale identiteit & cultuurhistorie: Hoe kunnen we met bomen de historische betekenis van plekken veiligstellen voor nu en in de toekomst? Bomen in ruimtelijke projecten: Hoe kunnen als gemeente de regie houden? Afwegingskader kappen van bomen: hoe zetten we de vergunningplicht voor het kappen van (beschermwaardige) bomen effectiever in? 3.4.Communicatie en participatie Educatie en kennisdeling: Hoe kunnen we groene kennis binnen de gemeente vergroten? Samenwerking: Hoe kunnen we de samenwerking met lokale (groene) partners versterken? Stimuleren bewonersparticipatie: Hoe kunnen bewoners en belangengroepen actief betrokken worden bij aanplant en beheer van bomen? 3.5.Financiële middelen Financiering en budget: Welke financiële middelen zijn beschikbaar voor het toekomstig bomenbeleid en beheer en hoe worden deze effectief ingezet? 4.Visie: Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving We zetten ons in voor een gezonde, groene gemeente, dankzij de gemeentelijke bomen. We willen hiervoor extra bomen planten om de leefomgeving groen te houden en de bestaande bomen koesteren en gezond houden. 4.1.Visie Gezondheid staat centraal in het beleid van onze gemeente en daar dragen bomen aan bij. Uit de werksessies, die in het kader van dit bomenbeleid zijn gehouden, kwam naar voren dat bomen een groot belang dienen voor mens, dier en milieu. Een groenere leefomgeving vangt onder andere de negatieve effecten van klimaatverandering op, stimuleert biodiversiteit, laat cultuurhistorisch erfgoed leven en verhoogt ons algehele gevoel van welzijn. Er wordt met dit nieuwe beleid gewerkt aan een goed en gezond bomenbestand en het behouden en waar mogelijk laten toenemen van het bomenbestand. Het doel is om de groene waarde van bomen te laten toenemen en een gezonde leefomgeving te maken voor nu en de toekomst. 4.2.Ambities Met dit bomenbeleid zetten we in op een betere bomen, meer en beter beschermde bomen en betere samenwerking rond bomen. Dit alles op basis van duidelijke kaders en richtlijnen. Hiermee werken we aan een gezonde leefomgeving en een gezond bomenbestand. We vergroten de biodiversiteit en weerbaarheid tegen ziekten en plagen. We beschermen cultuurhistorie en erfgoed, verbeteren het regulerend vermogen in perioden van droogte, hitte of extreme regenval. We willen met een gezonde omgeving een positieve impact maken op het welzijn van onze inwoners, zowel fysiek als mentaal. 4.3.Doelstellingen bij ambitie 1: Betere bomen Introductie Een gezonde leefomgeving en een gezond bomenbestand zijn leidend voor dit bomenbeleid. Gezonde groei leidt tot meer bladerdak en kroonvolume en daarmee nemen de groene baten van bomen voor de leefomgeving toe. Dit zijn bijvoorbeeld het verminderen van hittestress en wateroverlast. Ook dragen bomen door schaduwwerking op watergangen bij aan de kwaliteit van het oppervlaktewater. Met een verscheidenheid aan soorten, ondersteunen we de lokale flora en fauna, vermindert de plaagdruk, en maken we het bomenbestand beter weerbaar tegen ziekten en aantastingen. Door ‘de juiste boom op de juiste plek te planten’ zorgen we ervoor dat bomen gezond kunnen uitgroeien, minder overlast veroorzaken en hun functie optimaal vervullen. Bovendien is een kwalitatief goed bomenbestand toekomstbestendig en brengt dat minder vervangingskosten met zich mee. In het dagelijks beheer en onderhoud koesteren we bomen en met name de particuliere beschermwaardige en monumentale bomen. In geval van kap hebben we oog voor circulair werken en het laten staan of liggen van dood hout in het belang van biodiversiteit. Doelstelling 1: We zetten de juiste boom op de juiste plek We houden rekening met de behoefte van de boom Om gezond uit te groeien, wordt zowel boven- als ondergronds beoordeeld hoeveel groeiruimte beschikbaar is. Hier wordt de boomsoort op geselecteerd. Vervolgens wordt de boomsoort geselecteerd op basis van de (verwachte) omstandigheden zoals bodemsamenstelling, grondwaterstand, mate van droogte en hitte, verharding, strooizout en benodigde opkroonhoogte. Dit moet matchen met de behoeften en eigenschappen van de boomsoort. Richtlijn voor de groeiplaatsinrichting Als de boomsoort bekend is, wordt met http://www.boommonitor.nl de groeiplaatsinrichting te berekend. Voor de verschillende boomtypen hanteren we als minimale ambitieleeftijd het volgende: 40 jaar voor bomen van de 3e grootte en vormbomen 60 jaar voor bomen van de 1e en 2e grootte 80 jaar voor toekomstig monumentale bomen Ontwikkelpunt 1: In de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) worden de ontwerprichtlijnen voor bomen opgenomen. Hierbij wordt verwezen naar Boommonitor en naar Hoofdstuk 1 (Bomenontwerp) van de meest recente versie van Handboek Bomen. We houden rekening met de omgeving Aan de hand van de functie en het gebruik van de locatie en de landschappelijke identiteit (zie bijlage 5, hoofdstuk 4), selecteren we bomen die de gewenste eigenschappen hebben. Denk bijvoorbeeld aan boomgrootte, kroonvorm, pollenwaarde, bladkleur en vruchtdracht. Het selecteren van de best passende boom doen we met behulp van www.bomentabel.nlhttp://www.bomentabel.nl/. We passen geen soorten toe die extra gevoelig zijn voor heersende ziekten. Ook vermijden we soorten toe die problemen opleveren op specifieke locaties (zoals luisgevoelige lindes bij parkeervakken). We houden rekening met daken waar zonnepanelen liggen, en met daken die geschikt zijn voor het opwekken van zonne-energie. Richtlijnen voor de omgeving Op plekken waar het nut heeft, passen we boomsoorten toe die bijdragen aan de ecologie. We vermijden boomsoorten die in de toekomst overlast kunnen geven. Ontwikkelpunt 2: we stellen een boomsoortenlijst op met voor dit gebied geschikte soorten die bijdragen aan de biodiversiteitvan nu en voor de toekomst, afgestemd op de ecologische kansenkaart. Ontwikkelpunt 3: We ontwikkelen een schaduwtoets voor het bepalen van de juiste bomen in combinatie met zonnepanelen en zonnedaken. Doelstelling 2: We vergroten de variatie van het bomenbestand Met circa 39% zomereiken en een toenemend aandeel zomerlinde en winterlinde (13%), kent het huidige bomenbestand onvoldoende diversiteit. Om de weerbaarheid van het bomenbestand te vergroten, en de biodiversiteit te versterken, is variatie belangrijk en worden geen monoculturen meer aangeplant. Er worden geen gezonde bomen gekapt, maar bij vervanging of nieuwe aanplant wordt rekening gehouden met de diversiteitsnorm van Santamour. Beleidskader variatie Gemeentelijk streven we de 10-20-30-diversiteitsnorm van Santamour na en hier houden we bij boomvervanging rekening mee. Bij nieuwe ontwikkelingen en reconstructies is diversiteit binnen het projectgebied de norm. Max. 10% dezelfde boomsoort (bijv. zomereik) Max. 20% hetzelfde geslacht (bijv. Quercus) Max 30% dezelfde familie (bijv. napjesdrager) Doelstelling 3: We zorgen voor kwaliteit vanaf de start We werken met goed plantmateriaal en creëren optimale aanplantomstandigheden. We geven bomen een groeiplaats waarin ze gezond kunnen uitgroeien tot aan hun ‘ambitieleeftijd’. We beperken monoculturen van gekloonde bomen (cultivars) en we streven naar genetische variatie en plantmateriaal van autochtone herkomst om de kans op resistentie en weerbaarheid tegen ziekten en aantastingen te vergroten. Richtlijnen duurzaam plantmateriaal Plantmateriaal is afkomstig van bedrijven die het certificaat On the way to Planet Proof voeren. PlanetProof en SKAL gecertificeerde bedrijven voldoen aan bovenwettelijke eisen en leveren daarmee een bijdrage aan een schonere lucht, vruchtbare bodem, goede waterkwaliteit, meer natuur op het bedrijf, diergezondheid & welzijn en recycling. Het plantmateriaal wordt gekeurd op gebreken bij de kwekerij. De aannemer maakt een werkplan waarbij o.a. staat dat niet gewerkt wordt bij zware regenval. Doelstelling 4: We investeren in groeiplaatsverbetering voor gezonde en veilige bomen Zorgplicht We beheren onze bomen cyclisch volgens een methodiek van inspectie, besluitvorming, voorbereiding en uitvoering. Ingrijpende maatregelen worden binnen de vastgestelde urgentietermijn uitgevoerd. Hiermee voldoen we aan de wettelijke Zorgplicht. Investeren en ondersteunen Wanneer bomen niet goed groeien en dit met maatregelen zoals groeiplaatsverbetering, duurzaam opgelost kan worden, is dat het overwegen waard. Ook het verbeteren en in stand houden van bomen met de monumentale of bijzondere status kan de extra investering waard zijn. Ontwikkelpunt 4: We ontwikkelen een afwegingskader investeringsbereidheid per beleidsstatus (zie doelstelling 7) en per boomeigenaar. Aan de hand hiervan kunnen we bepalen of verbetermaatregelen toegepast worden. Ontwikkelpunt 5: De duurzame beheermethodes en maatregelen voor kwaliteitsverbetering worden opgenomen in het beheerplan. Denk aan: Organische stof behouden en zo een gesloten voedselkringloop creëren; Op tijd snoeien, zodat geen grote snoeiwonden ontstaan; Schade aan bomen voorkomen bij o.a. maaien, evenementen en werkzaamheden, Boven- of ondergrondse obstakels verwijderen, Goede toekomstbestendige standplaats, Groeiplaatsverbetering, Bodemverbetering, Kroonverankering aanbrengen We helpen particuliere eigenaren van monumentale of bijzondere bomen door naast VTA inspecties (visuele inspecties), ook ecologische inspecties voor hen te verzorgen. Voor levensduurverlengende maatregelen (maar niet voor regulier beheer) wordt jaarlijks budget vrij gemaakt uit het Bomenfonds. Om aanspraak te maken op een bijdrage uit het Bomenfonds dient de rechtmatige eigenaar, of de gebruiker van een perceel waarop zich de houtopstand bevindt dient een schriftelijk verzoek in voor deelname aan de tegemoetkomingsregeling. Ziekten, plagen en aantastingen Voor de gezondheid van de bomen en de omgeving voorkomen en bestrijden we boomziekten en aantastingen. Ten aanzien van ziekten en aantastingen passen we ecologisch beheer toe waar mogelijk (bijvoorbeeld luizen bestrijden met larven van lieveheersbeestjes). Vanwege de invloed van klimaatverandering en het verspreidingsgebied van schimmels en insecten, vestigen zich nieuwe ziekten en plagen in ons land. Voorbeelden hiervan zijn de bloedingsziekte onder de kastanjebomen, essentaksterfte en massaria-aantasting in platanen. Ontwikkelpunt 6: We monitoren ziekten en aantastingen. Wanneer nieuwe ziekten zich voordoen, is het nodig hiervoor een protocol op te stellen. Doelstelling 5: Ook (bijna) dode bomen laten we bijdragen. Veteraanbomen De laatste jaren wordt de waarde van deze veteraanbomen steeds meer duidelijk (zie ook paragraaf 3.3). Veteraanbomen hebben een aangepast beheer nodig. Dit betekent dat niet elke ingreep zomaar kan en dat elke ingreep goed overwogen moet worden. Ontwikkelpunt 7: We stellen aanwijscriteria op voor veteraanbomen en maken een beheerplan voor bomen die de veteranenfase mogen doorlopen. Hergebruik van hout Hout en snoeiafval wordt zo hoogwaardig mogelijk en lokaal hergebruikt voor lokaal hout, zitbanken, boompalen, nestkastjes, takkenrillen, snipperpaden of mulch bijvoorbeeld. Biodiversiteit Dood hout, afgestorven takken, losse bast en gevallen bladeren vormen een sleutelrol in de natuur. 10% van alle flora en fauna op het land is afhankelijk van dood hout en in bossen zelfs 40%. Dood hout draagt in grote mate bij aan biodiversiteit. Uiteraard is het laten staan of liggen van dood hout niet op alle plekken zinvol, mogelijk en wenselijk. Hiervoor is een goede afweging noodzakelijk. Ontwikkelpunt 8: We ontwikkelen een afwegingskader voor het laten staan of liggen van dood hout. 4.4.Doelstellingen bij ambitie 2: Meer en beter beschermde bomen Introductie Meer bomen en beter beschermde bomen betekent groene baten voor de toekomst. Daarom zetten we in op behoud en uitbreiding van het bomenareaal. Om beter bestand te zijn tegen toenemende kans op hitte, wateroverlast en aanhoudende periodes van droogte, zijn het beter beschermen en aanplanten van bomen belangrijk. Eveneens draagt uitbreiding van het bomenareaal bij aan behoud en versterking van het groene karakter van onze gemeente en de leefbaarheid voor mens en dier. We zoeken naar mogelijkheden voor aanplant in ontbrekende schakels in de bomenstructuur, het realiseren van ecologische verbindingen en meer groen in en om de wijken. Belangrijk is dat bomen niet voortijdig en onnodig gekapt worden. Hiervoor gebruiken we een duidelijk afwegingskader voor het beoordelen van kapvergunningsaanvragen (bijlage 7). Als een boom gekapt wordt, vindt altijd herplant plaats om het verloren groen op den duur te herstellen. De bestaande en wenselijke boomstructuren maken we inzichtelijk en voor het uitbreiden van het bomenbestand maken we gebruik van een programmatische aanpak. Doelstelling 6: Uitbreiding boomkroonbedekkingspercentage naar 20% in bestaande woonwijken en buurten In ongeveer de helft van de wijken ligt het boomkroonbedekkingspercentage boven de 20%. Dit betreft vooral wijken en buurtschappen in het buitengebied. Hier dragen zowel gemeentelijke als niet-gemeentelijke bomen aan bij. Het toevoegen van bomen in wijken die nog niet aan de 20% boomkroonbedekking voldoen, is een vergroeningsslag gewenst. (zie paragraaf 1.3 in bijlage 6). Inwoners willen we stimuleren om bomen te planten en hun tuin te vergroenen en zo bij te dragen aan het bereiken van de bomennorm voor hun buurt. Bij nieuwe ontwikkelingen en grote transities streven we de 3-30-300 vuistregel na, zie doelstelling
- Richtlijn boomkroonbedekking In woonwijken streven we naar een boomkroonbedekkingspercentage van minimaal 20%. Zowel gemeentelijke als particuliere bomen in tuinen tellen hierbij mee. Ook bedrijventerreinen zullen een bijdrage moeten leveren aan vergroening. Ontwikkelpunt 9: Het boomkroonbedekkingspercentage van gemeentelijke bomen wordt berekend of ingemeten en geëxtrapoleerd naar het potentieel op basis van de huidige conditie, leeftijd en boomsoort. Ontwikkelpunt 10: Er wordt een vergroeningsplan opgesteld voor het aanplanten van extra bomen in woonwijken die niet aan 20% boomkroonbedekking komen. Doelstelling 7: We breiden het bomenbestand uit Bomennorm Bij de beleidsambitie om de gemeente te vergroenen, zijn streefwaarden nodig. Landelijk is de 3-30-300-regel omarmt en ook in gemeente Horst aan de Maas willen we volgens dit principe werken en inrichten (zie ook doelstelling 6). Bij nieuwe ontwikkelingen en grote transities hanteren we de 3-30-300 regel als richtlijn voor initiatiefnemers van ruimtelijke projecten. Niet in alle situaties is de 3-30-300 regel (geheel) haalbaar, zoals bij inbreidingsprojecten of omvorming van bedrijfspand naar woning. Het groene (en gezonde) karakter van een ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan de hand van de 3-30-300 regel. Afbeelding 8: 3-30-300 regel Aanplantprogramma Ook stellen we een aanplantprogramma op voor extra bomen in de gemeente. Met name in versteende wijken waar veel sprake is van hittestress, zoeken we naar mogelijkheden om te vergroenen met bomen. We stellen een aanplantprogramma op voor extra bomen in de gemeente. Daarnaast werkt de gemeente aan programma’s zoals Groen groeit mee: ieder kind een boom Continueren aanplantprogramma’s Bomenrondes, aanplant- en vergroeningsacties in versteende wijken Boomstructuren en landschapselementen aanvullen en uitbreiden De bestaande bomenstructuur wordt aangevuld en uitgebreid waar mogelijk. Daarnaast wordt landelijk en provinciaal gewerkt aan groenblauwe dooradering van het buitengebied. Hier werkt gemeente Horst aan de Maas aan mee. Ook landschapselementen zijn hierbij van belang. Hiervoor is het nodig dat we: Landschapselementen inventariseren en digitaal in kaart brengen; bepalen of en hoe we deze elementen beter kunnen beschermen; bepalen waar uitbreiden wenselijk en mogelijk is. Richtlijnen uitbreiden bomenbestand We planten de juiste boom op de juiste plek In wijken waar sprake is van hittestress, wordt als eerste onderzocht waar mogelijkheden voor vergroening zijn. In bestaande situaties streven we naar een kroonbedekking van 20% waar mogelijk. Bij nieuwe ontwikkelingen en bij grote transities streven we de 3-30-300-vuistregel na wat inhoudt: 30% boomkroonbedekking bij eindbeeld. We streven 10% groenblauwe dooradering in het buitengebied na, plus groenblauwe dooradering van de (grote) dorpen conform de (concept) Omgevingsvisie Horst aan de Maas
- Ontwikkelpunt 11: Een afwegingskader nieuwe plantlocaties opstellen. Hiermee kan worden bepaald welke nieuwe plantlocatie prioriteit heeft. Te denken valt aan aspecten zoals mate van hittestress, gebruiksintensiteit, kwetsbare doelgroepen, kosten om voldoende groeiplaats te creëren en boomgrootteklasse (oftewel toegevoegde waarde van de boom bij eindgrootte). Ontwikkelpunt 12: Aanvullen boomstructuurkaart met hoofdstructuren en nevenstructuren op basis van aanvullende criteria zoals klimaatfunctie en recreatieve functie van bomen. Ook wenselijke structuren en ontbrekende schakels brengen we in beeld op basis van deze criteria. Ontwikkelpunt 13: Ten aanzien van de groenblauwe dooradering in het buitengtebied inventariseren we de gemeentelijke én niet-gemeentelijke landschapselementen, brengen we ze digitaal in kaart en bepalen we of en hoe we ze (beter) kunnen beschermen en uitbreiden. Hierbij maken we zoveel mogelijk gebruik van gebiedskennis, van bijvoorbeeld Stichting Landschap Horst aan de Maas. Doelstelling 8: We actualiseren de bomenlijst en boomstructuurkaart We behouden en beschermen (gemeentelijke) reguliere straat- en laanbomen en bomen en boomstructuren met een verhoogde beleidsstatus. Handboek Bomen onderscheidt bomen met beleidsstatus I (beschermwaardige/ monumentale bomen) en bomen met beleidsstatus II (structuurbomen). Beleidsstatus I: monumentale bomen en bijzondere bomen 9 De Lijst met Monumentale bomen, zoals bepaald in Artikel 3.10 van de APV is bijgevoegd bij dit Bomenbeleidsplan. In gemeente Horst aan de Maas worden de bomen van beleidsstatus I omschreven als ‘unieke en onvervangbare exemplaren’. Ze zijn nader te classificeren als: Monumentale bomen (Beleidsstatus Ia) Bijzondere bomen (Beleidsstatus Ib) Toekomstbomen (Beleidsstatus Ic) Toekomstbomen worden bewust aangeplant om uit te kunnen groeien tot bijzondere of monumentale boom. Voor deze bomen is een duurzame groeiplaats ingericht op een daarvoor geschikte locatie waarin de bomen 80 jaar gezond kunnen uitgroeien. Met de beleidsstatus wordt de bescherming van de groeiplaats verzekerd. Veterane bomen zijn geregistreerd als monumentale boom, met de opmerking dat ze ‘veteraan’ beheer krijgen. Op basis van beleidsstatus I krijgt een boom meer bescherming en wordt extra geïnvesteerd in duurzaam behoud en kwaliteitsverbetering van de boom. De aanwijscriteria voor bomen met Beleidsstatus 1 staan in de Bomenlegger (bijlage 8). Beleidsstatus II: structuurbomen De structuurbomen met beleidsstatus II zijn nader te classificeren als: Hoofdstructuur (Beleidsstatus IIa) Nevenstructuur (Beleidsstatus IIb) Een overzichtskaart met de boomstructuren is opgenomen in bijlage
- De aanwijscriteria voor boomstructuren zijn opgenomen in bijlage
- Beleidsstatus III: overige bomen Dit zijn alle overige individueel geregistreerde gemeentelijke laan- straat- en parkbomen. Doelstelling 9: We beschermen bomen tegen kap Met kappen wordt uiteraard het rooien of vellen van een boom bedoeld, maar ook het verplanten of voor de eerste keer knotten, opkronen of kandelaberen (het afzagen van alle takken tot er alleen nog een stam en takstompen overblijven). De groene waarde die verloren gaat is niet snel hersteld, zeker niet bij grote gezonde bomen. We herkennen vier belangrijke redenen voor kap: Veiligheid (de boom verkeert in de aftakelingsfase, met gevaarlijke situaties tot gevolg, is ernstig ziek of heeft een zwakke structuur en/of veel dood hout. Ook voor bomen die het verkeer hinderen en voor gevaarlijke situaties zorgen kan vanwege veiligheidsproblemen een kapverzoek worden ingediend.) Beheer (de boom is slecht of niet beheerbaar door terugkerende knelpunten zoals bestratingsopdruk, takken tegen de gevel of onvoldoende opkroonhoogte. Ook kan een boom een andere boom belemmeren in zijn groei en is dunnen van de houtopstand een beheermaatregel om de algemene kwaliteit te verhogen. Kortom: er is bij beheerproblemen geen sprake van ‘de juiste boom op de juiste plek’). Ruimtelijke ontwikkelingen en bouwprojecten (de boom is niet in te passen in een ontwerp of de boom kan vanwege de geplande werkzaamheden niet behouden blijven op zijn huidige standplaats). Overlast (er is sprake van hinder door een boom). Bij bomen met beleidsstatus I en II In het Beoordelingskader Kapaanvragen (bijlage 7) staan per beleidsstatus de redenen en de bezwaren tegen het vellen van een boom. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zit de boombeheerder vanaf de initiatieffase aan tafel en adviseert over de bomen in het project. Bij een ruimtelijke ontwikkeling introduceren we het Bomenplan dat de initiatiefnemer moet maken. Hierin wordt per projectfase geïnventariseerd wat de impact op bomen is en hoe het projectgebied wordt ingericht. Zo wordt er een QuickScan en een Boomeffectanalyse (BEA) uitgevoerd om de bomen te inventariseren en de projectinvloed te bepalen. Bij de uitvoering van werkzaamheden wordt zorgvuldig gewerkt. Op basis van de beslisboom (bijlage 9) wordt al dan niet een werkplan bomen opgesteld en is de bomenposter Werken rondom bomen duidelijk zichtbaar (bijlage 10). Bij structuurbomen is het kappen van één of enkele bomen soms niet zo erg. De structuur als geheel mag niet onherstelbaar aangetast raken. Het uitgangspunt bij ervaren overlast is dat alleen maatregelen worden getroffen als sprake is van gegronde overlast. In het uiterste geval kan kap overwogen worden, maar zeker bij bomen met beleidsstatus I en II wordt dit grondig onderzocht. Richtlijnen boombescherming De gemeente is zeer terughoudend met het kappen van haar eigen reguliere straat- en laanbomen. Ten aanzien van beschermwaardige bomen en boomstructuren geldt een nog strenger beschermingsregime. Het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat we geen bomen kappen, tenzij inpassen of verplanten niet mogelijk is en het belang van de ontwikkeling groter is dan de groene waarde van de boom. Bij werkzaamheden wordt onderzocht of een werkplan nodig is (bijlage 10) en conform het eventuele werkplan wordt gewerkt. De Bomenposter Werken rondom Bomen (bijlage 11) is duidelijk zichtbaar op locatie. Ontwikkelpunt 14: De beleidsstatus (I, II of III) moet in het paspoort staan, of afgeleid kunnen worden op basis van de beleidsklasse zoals ‘monumentale boom’ of ‘bijzondere boom’. Ontwikkelpunt 15: Aanwijscriteria actualiseren voor beschermwaardige bomen, monumentale bomen, boomstructuren en landschapselementen. (loopt) Ontwikkelpunt 16: Afwegingskader voor behoud of vervanging van bomen per beleidsstatus bij beheerknelpunten. Ontwikkelpunt 17: Afwegingskader overlast actualiseren, waarbij ook aandacht is voor zonnepanelen. Ontwikkelpunt 18: Afwegingskader beoordeling kapaanvragen actualiseren. (huidige versie in bijlage 7). Ontwikkelpunt 19: Bomenplan voor bomen in projecten; per fase beschrijven wat wordt onderzocht en afgewogen en wie hierbij betrokken zijn. Doelstelling 10: We compenseren het verlies van een boom na kap Na kap van beschermwaardige bomen vindt altijd compensatie plaats. Dit kan op verschillende manieren. Door een boom van dezelfde soort op dezelfde plek te planten. Alternatief is een andere locatie te kiezen, maar wel zo nabij mogelijk. Door een andere boomsoort van dezelfde boomgrootteklasse op dezelfde plek te planten. Alternatief is een andere locatie te kiezen, maar wel zo nabij mogelijk. Door een kleinere of grotere boomsoort te planten op dezelfde plek of nabij. Met behulp van Boommonitor kan berekend worden hoe groot de boom wordt bij een goede groeiplaatsinrichting. Het is bijvoorbeeld mogelijk meer kleinere bomen terug te planten of minder grotere bomen. Als herplant niet mogelijk is, moet financieel gecompenseerd worden. De financiële boomwaarde geldt als compensatiebedrag dat in het Bomenfonds gestort wordt. Ten aanzien van particuliere bijzondere en monumentale bomen wordt geen herplant opgelegd bij het verlenen van een kapvergunning. Wel wordt advies gegeven hoe de eigenaar de groene waarde op termijn kan hertellen met nieuwe aanplant. Richtlijnen compensatie Het doel is dat het boomkroonvolume na een bepaalde groeiperiode wordt hersteld. Bij een boom die in verminderde conditie verkeert of om andere redenen een lager W-cijfer krijgt dan 10, 8 of 7, daalt de financiële waarde. Met een W-cijfer van 6 rekenen we nog 60% van de financiële boomwaarde. Met een W-cijfer van 4 rekenen we nog 20%, Met een W-cijfer van 2 rekenen we nog 10% Met een W-cijfer 1 is de boom afgestorven en de waarde
- Ontwikkelpunt 20: Herplantladder en compensatiematrix opstellen voor herstel groene waarde na kap voor alle boomeigenaren. 4.5.Doelstellingen bij ambitie 3: Betere samenwerking rond bomen Introductie Het verbeteren en uitbreiden van het bomenbestand raakt iedereen die in de omgeving woont en werkt. Het is daarom belangrijk om de opgaven en consequenties eenduidig uit te leggen en miscommunicatie te voorkomen. Doelstelling 11: We maken informatie over bomen beter toegankelijk We willen ervoor zorgen dat informatie over bomen en het bomenbestand voor iedereen toegankelijk is. Ons uitgangspunt is dat door kennisdeling ook de bewustwording groter wordt. Kennis delen en uitleg geven over bomen zijn belangrijke basisingrediënten voor draagvlak en samenwerking, zowel intern bij de gemeentelijke organisatie, als met samenwerkingspartners en inwoners. Dit doen we op verschillende manieren: Bomenpagina op gemeentelijke website met bomenbeleid, bomennieuws, de bomenlegger en kaartviewer monumentale bomen. Publiekscampagnes en samenwerking met Steenbreek. De samenwerking met lokale gemeentelijke partners, zoals Stichting Landschap Horst aan de Maas, Contactgroep Groen en Heemkundekringen wordt voortgezet en versterkt. Bredere kennisdeling binnen en buiten de organisatie over werken rondom bomen, bomen in projecten, boombescherming en dergelijke. Het faciliteren van educatie over erfgoed en cultuurhistorie door samenwerkingspartners, bijvoorbeeld over landschapselementen en het verhaal van bomen. Handvatten voor implementatie van het beleid en de werkwijze per team aanbieden aan de gemeentelijke organisatie. Richtlijn informatiedelen Brede kennisdeling en samenwerking vereist dat we heldere begrippen gebruiken die voor iedereen hetzelfde betekenen. Definities moeten helder zijn zodat over het gebruik ervan geen miscommunicatie ontstaat. We willen vanuit het boombeheer vanaf de initiatieffase van projecten aangesloten worden. Zowel bij maatschappelijke groene initiatieven als van gemeentelijke ontwikkelingen waar bomen bij betrokken zijn. Richting het groene netwerk communiceren we over gemeentelijke initiatieven zodra dit kan. Zo kunnen we gebruik maken van externe kennis en advies. Vanuit de ambtelijke organisatie vragen we integrale kennis en advies om maatschappelijke initiatieven te optimaliseren. Doelstelling 12: We versterken het gevoel van eigenaarschap voor bomen Zowel bij de interne gemeentelijke organisatie als bij lokale groene partners wellen we het gevoel van eigenaarschap ten aanzien van bomen versterken. Ons uitgangspunt is dat door samenwerking de maatschappelijke betrokkenheid groter wordt. We betrekken waar mogelijk, inwoners actief bij aanplant en beheer van bomen. We maken samenwerken praktisch door de focus op concrete projecten te leggen waarbij bomen behouden, geplant of verbeterd kunnen worden. Voor al deze projecten moeten kaders en richtlijnen worden opgesteld en breed gedeeld worden zodat iedereen weet wat de rol vanuit het boombeheer kan zijn. Hiermee maken we optimaal gebruik van eventuele meekoppelkansen. Ontwikkelpunt 21: Kaders en richtlijnen opstellen voor het behouden, aanplanten of verbeteren van bomen bij Afkoppelen riool/bergen hemelwater Herinrichten fysieke leefomgeving met bomen Ambities klimaat/leefbaarheid Doelstelling 13: We vergroten de bewonersparticipatie bij bomen. Met diverse communicatiemiddelen willen we inwoners bereiken zodra zich kansen voordoen om mee te denken bij nieuwe aanplant of het beheer van bomen. Hiervoor zetten we de communicatiemiddelen in die we bij doelstelling 11 hebben genoemd. Iedere situatie vraagt om passende participatie. Hierbij wordt gewerkt conform de gemeentelijke participatieaanpak waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen omgevingsparticipatie, overheidsparticipatie en inwonersparticipatie. Bij inwonersparticipatie wordt gebruik gemaakt van een stappenplan inclusief participatieladder. Richtlijn bewonersparticipatie Iedere situatie vraagt om passende participatie. De invloed en rol van inwoners is situatie-afhankelijk. Hierbij wordt gewerkt conform de gemeentelijke participatieaanpak. 5.Ontwikkelkalender Bomen 2025-2035 (Uitvoeringsagenda) De Ontwikkelkalender Bomen 2025-2035 (Uitvoeringsagenda) heeft een looptijd van circa 10 jaar. In onderstaande overzichtstabel staan de acties en maatregelen op korte termijn (binnen 2 jaar), op middellange termijn (binnen 5 jaar) en op de langere termijn (binnen 10 jaar). Op basis van de gestelde prioriteit worden deze acties en uitwerkingen doorgevoerd in het bomenbeheerplan, in de werkwijze bij ruimtelijke ontwikkelingen, in het kapvergunningenstelsel enzovoorts. Nr . Omschrijving actie/maatregel Prioriteit Tijdsplanning uitvoering (termijn) Ambtelijk trekker (EG/ OW / IV) Toelichting
- Ontwerprichtlijnen voor bomen in de LIOR opnemen op basis van Handboek Bomen. Hoog OW Korte termijn, 2026 gereed
- Boomsoortenlijst met geschikte soorten opstellen en afstemmen op ecologische kansenkaart. Middel Middellange termijn EG/ OW Meenemen in Uitvoeringsagenda Programma GBK
- We ontwikkelen een schaduwtoets voor het bepalen van de juiste bomen in combinatie met zonnepanelen en zonnedaken. Middel Middellange termijn OW Meenemen in Uitvoeringsagenda Programma GBK
- Afwegingskader investeringsbereidheid per beleidsstatus en per boomeigenaar. (ihkv groeiplaats-verbetering) Middel Middellange termijn OW
- Duurzame beheermethodes en maatregelen voor groeiplaats- en kwaliteitsverbetering in het beheerplan opnemen. Middel Doorlopend OW Streven is groeiplaatsverbetering toepassen voor 5% van de bomen. obv 12000 bomen in stedelijk gebied komt dit neer op 500 bomen
- Ziekten en aantastingen monitoren. Indien nodig stellen we een protocol op. Hoog Korte termijn, permanent OW
- Aanwijscriteria opstellen en beheerplan maken voor bomen die de veteranenfase mogen doorlopen, inclusief monitoring en veiligheidsmaatregelen. Middel Middellange termijn OW
- Afwegingskader ontwikkelen voor het laten staan of laten liggen van dood hout. Middel Middellange termijn OW Combineren met punt
- Het boomkroonbedekkingspercentage van gemeentelijke bomen berekenen of inmeten en extrapoleren naar het potentieel. Middel Langere termijn EG/ OW/ Informatie Meenemen in Programma GBK
- Vergroeningsplan opstellen voor het aanplanten van extra bomen in woonwijken die niet aan voldoende boomkroonbedekking komen. Per jaar 1 of 2 dorpskernen vergroenen in gefaseerde aanpak. Middel Doorlopend EG/ OW Streven is 5% uitbreiding in 10 jaar in de kernen. Dit komt neer op 500 bomen obv areaal van ca 12.000 bomen in stedelijk gebied
- Beleidsstatus (I, II of III) van bomen in paspoorten zetten of kunnen afleiden op basis beleidsklasse Middel Middellange termijn OW Meenemen BVC cyclus
- Aanwijscriteria actualiseren voor beschermwaardige bomen, monumentale bomen, hoofd- en nevenboomstructuren. De beleidsstatus (I of II) van deze bomen vastleggen in het paspoort. Hoog 2026-2027, deels gereed EG/ OW Combineren met punt
- Afwegingskader opstellen voor behoud of vervanging van bomen per beleidsstatus bij beheerknelpunten. Laag Langere termijn OW
- Afwegingskader overlast actualiseren, waarbij ook aandacht is voor zonnepanelen. Middel Middellange termijn OW/ Informatie Combineren met punt
- Afwegingskader beoordeling kapaanvragen actualiseren. Hoog Korte termijn, 2025 gereed OW
- Bomenplan voor bomen in projecten opstellen. Hoog Korte termijn, 2026-2027 EG/ OW
- Herplantladder en compensatiematrix opstellen. Laag Langere termijn OW
- Beoordelingsmethode voor nieuwe plantlocaties opstellen. Middel Middellange termijn OW Combineren met punt
- Vergroeningsplan uitbreiden en aanvullen hoofdboomstructuur. Middel Doorlopend EG/ OW Vastleggen in Uitvoeringsagenda Programma GBK. Streven is 5% uitbreiding in 10 jaar tijd. Dit komt neer op het planten van 700 bomen op een areaal van ca 14000 structuurbomen
- Landschapselementen inventariseren, digitaal vastleggen (viewer) en bepalen of en hoe we deze beter kunnen beschermen en uitbreiden. Hoog Korte termijn, loopt 2026-2027 OW Streven is 5% uitbreiding in 10 jaar tijd. Dit komt omgerekend neer op het planten van ca 800 bomen obv areaal van 16.000 bomen die onderdeel zijn van de nevenstructuur en/of landschapselementen in het landelijk gebied
- Kaders en richtlijnen opstellen voor het behouden, aanplanten of verbeteren van bomen bij diverse projecten: meekoppelkansen benoemen. Hoog Korte termijn, 2026-2027 EG Vastleggen in Programma GBK. Combineren met punt
- Bijlage1Bomenbeheerplan Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving 1.Inleiding Dit beheerplan vormt een leidraad voor het beheer van gemeentelijke bomen op hoofdlijnen. Het geeft handvatten voor de communicatie tussen bestuurders, beheerders, uitvoerders en inwoners. Daarnaast is het een toetsinstrument voor specifieke beheerkeuzes en onderhoud. 1.1.Aanleiding In 2025 heeft gemeente Horst aan de Maas nieuw bomenbeleid vastgesteld. Hierdoor is het oude bomenbeleid uit 2011 komen te vervallen. De praktische richtlijnen en handvatten voor het dagelijks beheer en onderhoud van bomen zijn waar nodig aangevuld en hebben nu hun plek gekregen in dit Bomenbeheerplan. 1.2.Ambities en doelstellingen Dit bomenbeheerplan draagt bij aan de beleidsambities en onderliggende doelstellingen: Ambitie 1: Betere bomen: We zetten de juiste boom op de juiste plek. We vergroten de variatie van het bomenbestand. We zorgen voor kwaliteit vanaf de start. We investeren in groeiplaatsverbetering voor gezonde en veilige bomen. Ook (bijna) dode bomen laten we bijdragen. Ambitie 2: Meer en beter beschermde bomen: Uitbreiding boomkroonbedekkingspercentage naar 10 tot 20% in bestaande woonwijken en buurten. We breiden het bomenbestand uit. We actualiseren de bomenlijst en boomstructuurkaart. We beschermen bomen tegen kap. We compenseren het verlies van een boom na kap. Ambitie 3: Betere samenwerking rond bomen. We maken informatie over bomen beter toegankelijk. We versterken het gevoel van eigenaarschap voor bomen. We vergroten de bewonersparticipatie bij bomen. 1.3.Wettelijke zorgplicht Naast bovengenoemde ambities en doelstellingen, geeft het bomenbeheerplan weer hoe de gemeente Horst aan de Maas invulling geeft aan de wettelijke zorgplicht voor bomen. Deze plicht komt voort uit de rechtspraak die voortvloeit uit artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond van dit artikel is een boomeigenaar aansprakelijk voor schade veroorzaakt door de boom als de te besteden zorg voor de boom onvoldoende is geweest. De gemeente wil als boomeigenaar voldoen aan de wettelijke zorgplicht ter bescherming van zaken en personen. Het is daarom belangrijk om bomen regelmatig te (laten) controleren en deze controle te documenteren. Dit is de verantwoordelijkheid van de boomeigenaar. Voor bomen geldt echter geen risicoaansprakelijkheid. Dit betekent dat een boomeigenaar niet aansprakelijk is enkel en alleen vanwege het feit dat het zijn boom is. Degene die schade lijdt, zal telkens moeten bewijzen dat de eigenaar zijn zorgplicht heeft geschonden. (bijvoorbeeld wanneer een boom is omgewaaid op een auto) 1.4.Reikwijdte Dit beheerplan gaat over alle gemeentelijke bomen binnen de gemeentegrenzen van Horst aan de Maas en over particuliere monumentale bomen die op de Bomenlijst vermeld staan. De individuele laan- en straatbomen staan als boompunten geregistreerd in het beheersysteem. Andere partijen, zoals overige overheden en particulieren, hebben ook bomen in eigendom binnen de gemeentegrenzen. Deze bomen zijn geen onderdeel van dit beheerplan. Dit beheerplan op hoofdlijnen geeft richting aan het beheer van individuele bomen in de gemeente. Een specifieke uitwerking van verschillende maatregelen wordt jaarlijks gemaakt en in een uitvoeringsopdracht gezet. Dit beheerplan is opgesteld voor de komende 10 jaar en wordt iedere 3 jaar geëvalueerd. 1.5.Werkvoorschriften Werken volgens Handboek Bomen en Certificering Gemeente Horst aan de Maas werkt conform de normen uit de meest recente versie van het Handboek Bomen. Het onderhoud aan bomen wordt in de basis door de eigen dienst uitgevoerd. Hierdoor kan goed worden geanticipeerd op de maatschappelijke veranderingen en wordt kwalitatief goed onderhoud geleverd. Bij het inhuren van externe deskundigheid wordt een vakbekwame specialist vereist met minimaal het certificaat Boomveiligheid van Groenkeur of gelijkwaardig. Een theoretisch én praktisch deskundige op het gebied van bomen, een gecertificeerd Boomveiligheidscontroleur, Data inspecteur bomen (DIB), European Tree Worker (ETW) of European Tree Technician (ETT). 1.6.Databeheer Alle gemeentelijke bomen worden digitaal geïnventariseerd en in kaart gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het softwareprogramma GRIB. Alle algemene boomgegevens worden verwerkt in het gemeentelijk beheersysteem iASSET. 2.Differentiatie beheer 2.1.Bomen met een verhoogde beleidsstatus Toekomstbomen Toekomstbomen worden bewust aangeplant om uit te groeien tot bijzondere of monumentale boom. Voor deze bomen is een duurzame groeiplaats ingericht op een daarvoor geschikte locatie waarin de bomen minimaal 80 jaar gezond kunnen uitgroeien. Met de beleidsstatus wordt de bescherming van de groeiplaats verzekerd. Monumentale en bijzondere bomen Aan de hand van een aantal basiscriteria kan bepaald worden of een boom bijzonder of monumentaal is, zie de Bomenlegger (bijlage 8 van het bomenbeleidsplan). Monumentale en bijzondere bomen hebben beleidsstatus I. Veterane bomen Monumentale bomen die zich in de ‘eindfase’ van hun ontwikkeling bevinden, vertonen meer gebreken; meer dode takken, holtes zorgen voor breukgevaar en grote zware takken kunnen uitbreken. Tegelijkertijd zijn juist deze bomen vaak beeldbepalend voor de omgeving en bieden veel ruimte voor dieren. Veterane bomen hebben ook beleidsstatus I. Structuurbomen Gemeente Horst aan de Maas onderscheidt hoofd- en nevenboomstructuren. Bomen in de hoofd- of nevenboomstructuur leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit en het karakter van (het buitengebied van) de gemeente. Ze kunnen stedenbouwkundige structuren en landschappelijke lijnen accentueren of versterken. Deze bomenstructuren begeleiden bijvoorbeeld wegen of wateren binnen de hoofdinfrastructuur of markeren een wijk- of gebiedsontsluiting. Ook kunnen lijnvormige elementen een belangrijke rol vervullen in de verbinding tussen dorp en buitengebied. Bij de structuurbomen geldt ook dat zij van waarde zijn voor het leveren van ecosysteemdiensten. In bijlage 9 van het bomenbeleidsplan zijn de criteria beschreven. Structuurbomen hebben beleidsstatus II. 2.2.Bomen met een niet-verhoogde beleidsstatus Reguliere straat- en laanbomen Dit zijn alle overige bomen in de woon- en werkgebieden en groene parels. Straat- en laanbomen zijn gemeentelijke bomen die geen monumentale status hebben en geen onderdeel zijn van een hoofd- of nevenstructuur. Deze bomen zorgen wel voor een verrijking en verfraaiing van de leefomgeving. Deze bomen staan geregistreerd met beleidsstatus III. Ecologisch beheerde bomen Ecologisch beheerde bomen zijn dode bomen die tot op de stam zijn afgezet, zodat ze bij omvallen geen risico voor de omgeving meer vormen. Als stam hebben ecologisch beheerde bomen een grote rol als nestgelegenheid voor bijvoorbeeld spechten, en bieden voedsel voor insecten. Deze bomen hebben beleidsstatus IV. Groene parels Groene parels zijn bijzondere dragers voor het openbare gebied en ze dragen substantieel bij aan de identiteit van het dorp. Groene parels liggen in de dorpskernen en staan beschreven en op kaart aangegeven in de gemeentelijke Groenstructuurvisie
- Een groene parel kent geen boombeleidsstatus, maar dient als groen element in zijn geheel in stand gehouden te worden. Ook (monumentale) bomen kunnen deel uitmaken van groene parels. Voorbeelden van parels zijn dorpspleinen met bijzondere bomen, wijk- en buurtparken, plantsoenen en dergelijke. 2.3.Hoe ziet het beheer eruit? Bomen met een verhoogde beleidsstatus Voor monumentale bomen, bijzondere bomen en toekomstbomen geldt een hogere investeringsbereidheid. Dit betekent dat meer budget beschikbaar wordt gesteld voor groeiplaatsverbetering en onderhoud. Wat betreft groeiplaatsverbeterende maatregelen kan gedacht worden aan het aanbrengen van een mulchlaag en eventueel het rondom afzetten van de boom om de groeiplaats te beschermen tegen verdichting. Bij monumentale bomen worden ook verdergaande beheermaatregelen genomen, zoals het aanbrengen van kroonverankering. Bij de inrichting van groeiplaatsen voor toekomstbomen wordt rekening gehouden met een optimale groeiplaats voor een ambitieleeftijd van minimaal 80 jaar. Bomen met een monumentale status zijn beschermd, waardoor boombehoud altijd het uitgangspunt is bij ruimtelijke ontwikkelingen. Particuliere eigenaren van monumentale bomen worden praktisch ondersteund door de gemeente bij het onderhoud. Deze ondersteuning bestaat uit: Zes-jaarlijkse inspectie van de kwaliteit van het element; Zes-jaarlijkse kroonsnoei (wegnemen dood hout, herstel en onderhoudssnoei) Eenmalige boomtechnische maatregelen ter behoud en/of verbetering van een duurzame instandhouding. Zie hiervoor de spelregels voor ondersteuning in de bomenlegger. Veterane bomen Monumentale bomen die in de ‘eindfase’ van hun ontwikkeling verkeren, vertonen meer gebreken. Dode takken en holtes zorgen voor breukgevaar en grote zware takken kunnen uitbreken. Tegelijkertijd zijn juist deze bomen vaak beeldbepalend voor de omgeving en bieden veel ruimte voor dieren. Wanneer de omgeving het toelaat, worden deze bomen als veterane bomen beheerd. Het beheer van veterane bomen bestaat uit natuurvolgend beheer. Dit betekent dat de aftakeling van de boom op natuurlijke wijze (gecontroleerd) kan plaatsvinden. Gebreken als afsterving, rottingen en holen worden gezien als waarden, omdat deze de biodiversiteit ondersteunen. Het veiligstellen van de omgeving kan gerealiseerd worden door de omgeving binnen de kroonbreedte van de boom af te zetten met hekken. Het doel van veteraan beheer is de levensduur van de boom te rekken. Het afzetten van de omgeving rond de boom komt ten goede van omgevingsveiligheid, maar helpt ook tegen verdichting van de groeiplaats. Bladafval zal ook niet worden verwijderd om het organisch stofgehalte in de bodem te verrijken. Daarnaast kunnen overige maatregelen getroffen worden voor het verbeteren van de groeiplaats. Bij deze bomen is de investeringsbereidheid hoog. Structuurbomen Structuurbomen worden in samenhang met nevenstaande bomen beheerd, waarbij het doel is de structuur in stand te houden, dan wel te versterken. In structuren zijn dunning en groepsgewijze vervanging mogelijke maatregelen om de structuur kwalitatief te kunnen verbeteren. Voor een duurzaam beheer van structuurbomen is het evident dat de juiste boom op de juiste plaats staat. De sortimentkeuze is hierin van cruciaal belang. In hoofdstuk 3 paragraaf 3.9 sortimentskeuze op pagina 18, wordt hier nader op ingegaan. Bij eventuele verwijdering dient altijd rekening te worden gehouden met beschermde flora en fauna die zich in en rond de boom heeft ontwikkeld. Boomstructuren herbergen een schat aan (kleine) flora en fauna. Denk hierbij aan vogels, vleermuizen, en tal van insecten zoals diverse vlindersoorten. Groeiplaatsinrichting Het ambitieniveau ‘redelijk’ voor minimaal 60 jaar wordt doorgaans aangehouden voor structuurbomen. Reguliere straat- en laanbomen Om de (bio)diversiteit te vergoten en de kans op plagen en ziekten te verkleinen wordt veel variatie aangeplant. Omdat deze gemeentelijke bomen in woonstraten, pleinen en groenstroken staan, is de relatie van de bewoners tot de bomen erg belangrijk. Ondervinden zij veel overlast van de bomen, dan zullen zij de bomen niet ervaren als een verrijking van hun wijk of straat. Juist bij sfeerbomen is dit erg belangrijk. Ook hier geldt dat de juiste boom op de juiste plaats het belangrijkste middel is om de schoonheid van bomen te onderkennen. Voor deze bomen geldt een lagere bescherming en minder investeringsbereidheid. Ze worden als individu beheerd om ze duurzaam in stand te houden. De bomen worden cyclisch binnen hun onderhoudsbehoefte beheerd. Groeiplaatsinrichting Het ambitieniveau ‘redelijk’ voor 40 jaar wordt doorgaans aangehouden voor reguliere straat- en laanbomen. Ecologisch beheerde bomen De boombeheerder beoordeelt bij iedere boom die vanuit regulier beheer in aanmerking komt voor kap of deze als ecologisch beheerde bomen kunnen worden beheerd. De boombeheerder beslist of het beheer van een ecologisch beheerde boom past op de specifieke locatie. Ecologisch beheer zal hoofdzakelijk worden toegepast in parken en bosplantsoenen waar de boom geen gevaar oplevert voor passanten. Het tot op de stam afzetten van bomen is een maatregel die enkel wordt toegepast om ervoor te zorgen dat een boom als ecologisch beheerde boom beheerd kan worden. Bij eventuele verwijdering dient altijd rekening te worden gehouden met beschermde flora en fauna die zich in en op de stam heeft ontwikkeld. Ecologisch beheerde bomen worden jaarlijks geïnspecteerd. Dit valt onder aandachtbeheer. 2.4.Boomtypes De bomen zijn op boomtype ingedeeld conform Handboek Bomen. Het beheer is passend bij het type. De verschillende boomtypen worden hieronder omschreven; vrij uitgroeiend, niet vrij uitgroeiend en vormbomen. Vrij uitgroeiend Vrij uitgroeiende bomen zijn bomen in parken en groenstroken die tot onderaan de stam vertakt zijn en niet worden opgekroond of gesnoeid. Takken hangen niet over een weg of pad en daarom is geen vrije doorgang nodig. Vrij uitgroeiende bomen hebben hierdoor de kans meer kroonvolume te ontwikkelen dan niet vrij uitgroeiende bomen. Niet vrij uitgroeiende bomen Niet vrij uitgroeiende bomen zijn voornamelijk de bomen langs wegen en paden. Ze worden met enige regelmaat bijgestuurd in hun groeiwijze door middel van snoei. De onderzijde van de kroon wordt bij deze bomen opgekroond om voldoende doorrijhoogte te creëren, zodat verkeer geen hinder ondervindt van laaghangende takken. Vormbomen Deze bomen worden beheerd zodat ze in een bepaalde vorm blijven, ze worden geknot, gekandelaberd of geknipt/geschoren. Een reden om een boom als vormboom te beheren, is omdat de bovengrondse groeiruimte zich niet leent voor grote boomkronen. Door bomen op deze manier te beheren, kunnen ze beter ingepast worden bij beperkte boven- en ondergrondse groeiruimte. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt kan een boom ook worden aangemerkt als vormboom. Voorbeelden hiervan zijn knotwilgen en leilinden. 3.Planmatig beheer Belangrijk uitgangspunt bij het beheer van gemeentelijke bomen is dat wordt voldaan aan de wettelijke zorgplicht. Hier wordt invulling aan gegeven door planmatig beheer. Dit betekent dat in 3 vastgelegde cycli alle bomen worden geïnspecteerd, bevindingen worden geregistreerd en geadviseerde maatregelen worden uitgevoerd. Een volledige boomveiligheidscontrole (BVC) dient elke drie jaar te worden herhaald voor bomen in de dorpskernen en langs doorgaande wegen. Bomen langs aangegeven B-wegen in het buitengebied worden elke 6 jaar geïnspecteerd. Deze inspectiefrequentie is vastgesteld in GRIB als cyclusgebied ‘Centrum 1 en 2, Peel 1 en 2 en Maas 2’. Tijdens deze controle worden de inventarisatiegegevens geactualiseerd en opnieuw op kaart gezet in GRIB en iASSET. 3.1.Gebiedsverdeling De drie cycli binnen gemeente Horst aan de Maas bestaan uit de gebieden Peel, Centrum en Maas. Cyclusindeling inspectie en onderhoud bomen Horst aan de Maas. Bron: GRIB 3.2.Beschrijving regulier beheerproces bomen Het cyclisch onderhoud binnen de gemeente volgt een vast schema. Hierin worden jaarlijks vier processtappen doorlopen volgens het IBVU-proces die de drie- en zesjarige cyclus ondersteunen. Inventariseren Het jaarlijkse werkgebied wordt vastgesteld door de boombeheerder. In het vastgestelde werkgebied wordt een gecombineerde boomveiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd. De BVC-controles worden uitgevoerd door inspecteurs van de gemeente. Aan de hand van de bevindingen worden maatregelen geadviseerd, waarover door de beheerder keuzes ten aanzien van de uitvoering worden gemaakt. Beslissen Tijdens deze processtap worden de keuzes ten aanzien van de geadviseerde (veiligheids- en onderhouds-) maatregelen vastgelegd. Op basis van de gemaakte keuzes wordt een werkpakket samengesteld met uit te voeren maatregelen. Voorbereiden Voor het werkpakket uit de voorgaande processtap wordt een werkomschrijving opgesteld. Uitgangspunt voor deze werkomschrijving wordt gevormd door de kwaliteitseisen uit het Handboek Bomen (Norminstituut Bomen). Het beheer wordt uitgevoerd door de eigen dienst van de gemeente, waarbij externe partijen ondersteuning kunnen bieden. Uitvoeren Voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden wordt een startoverleg gehouden met de eigen dienst, toezichthouder, beheerder en eventueel externe partijen. Gedurende dit overleg wordt onder meer de opdracht toegelicht, rollen en verantwoordelijkheden worden verdeeld en de planning wordt doorgenomen. In het kader van de kwaliteitsbewaking vindt tijdens de uitvoeringsperiode een toetsmoment in het veld plaats. In aanwezigheid van de eigen dienst wordt na afronding van de werkzaamheden een oplevermoment ingepland, waarbij een opname uit het veld wordt beoordeeld. Bij deze werkzaamheden is een toezichthouder betrokken. 3.3.Boomveiligheidscontrole en onderhoudsinspectie Alle gemeentelijke bomen worden geïnventariseerd en digitaal in kaart gebracht. Om de data actueel te houden, is het noodzakelijk om te blijven inventariseren. Het inspecteren van de bomen geeft uitvoering aan de zorgplicht. De inspectie wordt in eerste instantie visueel uitgevoerd, ook wel de BVC genoemd. Een BVC mag alleen worden uitgevoerd door daartoe opgeleide en bevoegde personen. Iedere boom of boomgroep heeft zijn eigen paspoort. De BVC wordt vastgelegd in dit paspoort. Op basis hiervan wordt onderhoud uitgevoerd. Zowel de inspectie als het onderhoud wordt uitgevoerd conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen. Ook knot-, bol- en leibomen worden cyclisch geïnspecteerd. Deze vormbomen worden minimaal elke 3 jaar onderhouden (knotbomen eens per 3 jaar, leibomen jaarlijks). 3.4.Jaarlijkse inspectie Naast de inspectie van de bomen in één van de drie cycli (Peel, Centrum of Maas), worden ook jaarlijkse inspectiebomen in de overige twee cycli geïnspecteerd, zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.
- Jaarlijkse inspectie bomen, ook wel attentiebomen genoemd, zijn bomen met een gebrek en/of aantasting waardoor het nodig is het verloop van het gebrek en/of de aantasting jaarlijks te monitoren. Zodoende kan de gemeente tijdig passende beheermaatregelen treffen in het kader van veiligheid. 3.5.Boomveiligheidsonderzoek Vanuit de boominspecties worden indien nodig aanbevelingen gedaan voor een Boomveiligheidsonderzoek (BVO). Een BVO kan aanbevolen worden als er vermoedelijk sprake is van een gebrek, en meer onderzoek is nodig om te bepalen of het daadwerkelijk een gebrek is en welke maatregelen nodig zijn. Tijdens de besluitvormingsfase wordt afgewogen of de betreffende boom waarvoor een BVO is aanbevolen, deze investering waard is, of dat vervanging een betere optie is. Uiteraard hangt dit onder andere samen met de beleidsstatus van de boom (en als dat niet is vastgelegd, de kennis en ervaring van de boombeheerder). Over het algemeen zal een BVO alleen bij monumentale bomen, waardevolle bomen, structuurbomen of veterane bomen worden uitgevoerd. Een specifieke vorm van BVO is het door middel van een ‘trekproef’ simuleren van windbelasting op een boom. Hiermee is het mogelijk om te beoordelen hoe stabiel de boom staat en of de breukvastheid van de stam voldoende is. Voor het uitvoeren van de trekproef is een speciale opstelling met een lier 10 Een lier is een werktuig dat gebruikt wordt in combinatie met een kabel of soms een touw en meetapparatuur nodig, dit is een kostbare onderzoeksmethode. Het kan nodig zijn om op hoogte nader onderzoek (NO) uit te voeren. Dit zal klimmend of met een hoogwerker uitgevoerd moeten worden. Onderzoek op hoogte vraagt om inzet van ander materieel en een medewerker met specifieke deskundigheid en bijbehorende certificering. 3.6.Snoeien Het reguliere onderhoud is van essentieel belang om een duurzaam, veilig boombeheer te voeren. Hiermee werken we aan een duurzaam en veilig bomenbestand. Bezuinigingen op onderhoud kunnen onomkeerbare gevolgen hebben voor de vitaliteit en de conditie van de boom en of het bomenbestand. De kwaliteit van het onderhoud wordt bepaald door de voorschriften van het Handboek Bomen. Het onderhoud aan bomen wordt in de basis door de eigen dienst uitgevoerd. Hierdoor kan er goed geanticipeerd worden op de maatschappelijke veranderingen en wordt kwalitatief goed onderhoud geleverd. Bij het inhuren van externe deskundigheid wordt het European Tree Worker certificaat vereist. Bezuinigingen op onderhoud aan bomen kan onomkeerbare gevolgen hebben voor de vitaliteit en conditie van de boom. Om de drie of zes jaar wordt een BVC uitgevoerd van alle gemeentelijke straat-, laan- en parkbomen. Tijdens deze controle worden de inventarisatiegegevens geactualiseerd en opnieuw op kaart gezet (GRIB en IAsset). 3.7.Onderhouds- en begeleidingssnoei Nadat in de BVC is vastgesteld welke bomen begeleidingssnoei of onderhoudssnoei nodig hebben, kunnen deze bomen na besluitvorming en voorbereiding gesnoeid worden. Deze werkzaamheden volgen de beheercyclus en worden daarom per cyclus één keer in de drie of zes jaar uitgevoerd (zie hoofdstuk 3). Attentiebomen worden, indien nodig, jaarlijks gesnoeid wanneer er sprake is van een risicovol gebrek. Bij begeleidingssnoei worden alle probleemtakken in de tijdelijke kroon verwijderd. Dit zijn te dikke takken, dubbele toppen en laaghangende takken in een wegprofiel. Binnen begeleidingssnoei worden variabele opkroonhoogten toegepast. Dit betekent dat bomen die zowel naast een autoweg, fietspad en/of wandelpad staan aan weerszijden een afwijkende opkroonhoogte kunnen hebben. De richtlijnen van Handboek Bomen worden gebruikt in het kader van opkronen, maar als de locatie het toelaat, mag hiervan worden afgeweken en kan eerder gestopt worden met opkronen. Het uitgangspunt is dat de wettelijke vrije doorgang nu en in de toekomst gehandhaafd wordt. De standaard voor opkronen is bij wandelpaden 2 meter, bij fietspaden 4 meter en bij wegen 6 meter. Binnen onderhoudssnoei worden alle probleemtakken in de blijvende kroon verwijderd. Voorbeelden hiervan zijn grof dood hout, takken tegen gevels/objecten en laaghangende twijgen/takken binnen een gebruiksfunctie. Het reguliere boomonderhoud wordt zoveel mogelijk door de eigen dienst uitgevoerd. Het areaal is dermate groot dat extra ondersteuning jaarlijks nodig is. De medewerkers zijn deskundig en opgeleid op het gebied van boomverzorging en beheersen de assortimentskennis. Streven is om minimaal vier personen met het European Tree Worker-certificaat (verder als ETW aangeduid) in eigen dienst te hebben. Buiten de eigen dienst worden externe specialisten ingehuurd. Ook bij ondersteuning door externe deskundigheid wordt een boomdeskundige vereist zoals benoemd in paragraaf 1.
- 3.8.Vormsnoei Alle vormbomen zijn ingedeeld in een eigen cyclus. Per vormboom wordt de snoeiwijze en snoeifrequentie op basis van soort en locatie bepaald. Knotten wordt ten minste één keer per drie jaar herhaald. Knotten in structuren wordt om en om gedaan om de bloeiperiode in structuren te verlengen ten behoeve van de biodiversiteit. Vormsnoei als scheren en knippen wordt ten minste jaarlijks herhaald. Lei- en dakbomen worden minimaal één keer per jaar teruggezet. Gekandelaberde of gekandelaarde bomen worden in ieder geval één keer per zes jaar teruggezet en indien nodig vaker. Het terugzetten van vormbomen vindt zoveel als mogelijk in de winter plaats, zodat het bladvolume in de warme (na)zomer nog ondersteunt bij het bestrijden van hittestress. Fruitsnoei Fruitsnoei wordt niet vaker toegepast dan de cyclus aangeeft waarin de boom is opgenomen. Ook fruitbomen worden daarom wanneer nodig één keer per drie of zes jaar gesnoeid. Stamopschot Eénjarige takken langs de stamvoet en stam noemen we stamopschot. Deze éénjarige takken ontstaan als gevolg van snoei, zoals opkronen. Stamschot dat een belemmering vormt voor de omgeving, zoals een vrije doorgang/doorkijk, wordt verwijderd. Klimplanten Hedera in bomen wordt verwijderd wanneer het de visuele beoordeling van de stamvoet, stam en kroon tijdens boomveiligheidsinspecties belemmert. Hedera is wegens zijn bloei en beschutting (nestelmogelijkheden) ecologisch waardevol. Het verwijderen heeft dus negatieve impact op de ecologische waarde van de omgeving. Tijdens boomveiligheidsinspecties wordt aangegeven of hedera aanwezig is en of dit verwijderd moet worden voor een volledige inspectie. 3.9.Kap en aanplant Binnen de gemeente Horst aan de Maas geldt geen verplichte omgevingsvergunning voor het kappen van bomen, met uitzondering van gemeentelijke bomen en bomen met beleidsstatus I. Bomen met beleidsstatus I zijn op grond van de Bomenlegger opgenomen op de bomenlijst met monumentale/ beschermwaardige bomen (zie bijlage 8). Voor het kappen van bomen met beleidsstatus I is een Omgevingsvergunning verplicht. Een aanvraag hiervoor dient gedaan te worden via het Omgevingsloket. Alle bomen met beleidsstatus I zijn kapvergunningsplichtig, tenzij: Sprake is van acuut gevaar en de boom om veiligheidsredenen binnen 24 uur geveld moet worden (noodkap). Sprake is van een urgentietermijn van 1 maand op basis van de BVC-controle of het nader onderzoek. De BVC-controle of het nader onderzoek dient uitgevoerd te zijn door een gemeentelijk controleur of een externe partij die de gemeente ondersteunt. Voor de besluitvorming om over te gaan op kap wordt het beoordelingskader kapaanvragen toegepast. Zie hiervoor bijlage 7 van het bomenbeleid. Het herplanten van bomen na kap gebeurt niet per definitie op dezelfde plek waar de boom is weggehaald, dit is afhankelijk van de situatie. Het proces van kap en aanplant is onderdeel van het cyclisch beheer. Vellen Vellen is het kappen, rooien of anderszins aantasten van de boom zodat deze niet kan voortbestaan. Voor dode, zieke en/of onveilige of slecht beheerbare bomen kan het advies ‘vellen’ worden gegeven. Deze bomen worden na besluitvorming verwijderd en indien mogelijk vervangen. Omdat dode bomen ook onderdeel kunnen zijn van ecologisch beheer, kunnen deze behouden blijven onder specifieke voorwaarden. Bomen die voortijdig stagneren in groei en geen ecosysteemdiensten leveren, en waarbij maatregelen niet voor duurzame verbetering zorgen, kunnen om die reden ook vervangen worden. Dunnen in structuren Onder dunnen verstaan we het kappen van bomen in groenstructuren (structuurbomen) om naastgelegen bomen meer groeiruimte te geven. Een dunning is een selectieve kap en een nabootsing van de natuurlijke vermindering van het aantal bomen door concurrentie. Wanneer bomen groeien, nemen ze meer ruimte in waardoor er uiteindelijk steeds minder ruimte overblijft voor andere bomen om te groeien. Bij dunning laat de beheerder de bomen staan die het meest gewenst zijn, en hinderende buurbomen worden weggezaagd. De dunning stuurt zo de concurrentie tussen de bomen. Daarom worden niet altijd alle bomen één op één vervangen. In het geval van door ziekten/plagen aangetaste structuren kan groepsgewijs vervangen worden om de vitaliteit van de structuur te beschermen. Het uitgangspunt bij het beheer van boomstructuren is dat de kwaliteit van de structuur als geheel vooruitgaat en de structuur niet blijvend aangetast wordt. De groeiplaats De juiste boom op de juiste plaats is één van de factoren voor een duurzaam bomenbestand. Het ontwerp (groeiplaats) is de tweede factor. Voor een duurzame en gezonde groei heeft een boom ruimte nodig. Hoeveel ruimte is afhankelijk van de boomsoort (zie boommonitor: Groeiplaatsinrichting in relatie tot boomsoort en ambitieleeftijd). Prognose boomkroonbedekking op basis van groeiplaatsinrichting Met behulp van boommonitor wordt de verwachte boomkroonbedekking per boomsoort op basis van ambitieleeftijd en groeiplaatsinrichting weergegeven. Ondergrondse groeiplaatsinrichting Verharding en verdichting van de boomspiegel zijn de meest voorkomende knelpunten voor bomen. Ze verstoren het natuurlijke evenwicht (bodemvoedselweb) en de water- en luchthuishouding. De ondergrondse groeiplaats is tevens de plaats waar de boom zich kan verankeren. Een goed ontwikkeld wortelgestel is hiervoor noodzakelijk. Om dit mogelijk te maken, moet voldoende doorwortelbaar volume aanwezig zijn. Voor een gezonde wortelgroei zijn ook de bodemkenmerken van cruciaal belang. Wortelgroei is slechts binnen bepaalde grenzen mogelijk, dus niet iedere bodem is goed doorwortelbaar. Het is daarom van belang dat bij de aanplant van nieuwe bomen de juiste aanlegcriteria worden gehanteerd. Bezuinigen aan de voorkant kost uiteindelijk geld in het beheer en levert problemen op voor de omgeving. Ook bij nieuwe ruimtelijke (maatschappelijke) ontwikkelingen rond bomen moet hiermee goed rekening worden gehouden. Verplanten Het verplanten van bomen heeft als doel bomen om het BKV te behouden. Verplanten wordt enkel overwogen, dan wel uitgevoerd, bij overstijgende maatschappelijke belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals het aanleggen van een route voor veiligheidsdiensten. Niet alle bomen zijn echter geschikt om te verplanten. Het verplanten van bomen dient duurzaam te worden uitgevoerd. Dit betekent dat voor de boom voor en na verplanting een minimale toekomstverwachting van 15 jaar moet gelden. Bij verplantprocessen zijn de richtlijnen en normen van het Handboek Bomen van toepassing. Nazorg De eerste drie jaar na aanplant hebben de bomen nazorg nodig. Zonder nazorg vervalt ook de garantie op het plantmateriaal. Bomen dienen in goede conditie opgeleverd te worden. Bij uitval tijdens de nazorgperiode is de aannemer verplicht een nieuwe boom aan te planten. Na vervanging start een nieuwe nazorgperiode van drie jaar. Onder nazorg wordt in ieder geval verstaan: watergeven, snoeien en het bestrijden van ziekten en aantastingen. Nieuwe bomen worden drie jaar na aanplant cyclisch beheerd binnen de cyclus van het deelgebied waar de boom staat. Kwaliteitscontroles Op de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden worden controles uitgevoerd door een toezichthouder van de gemeente of onafhankelijk deskundige, die volgens een standaardmethode de kwaliteit van de geleverde werkzaamheden toetst aan de eisen die in het Handboek Bomen worden gesteld. Hierbij wordt getoetst of de werkzaamheden conform opdracht worden uitgevoerd. Deze controles vinden plaats bij inspecties, onderhoudsmaatregelen, werkprocessen rond bomen en groeiplaatsinrichtingen. Sortimentskeuze In voorgaande paragrafen zijn verschillende toepassingskenmerken in beeld gebracht. Nadat alle toepassingskenmerken zijn doorlopen, wordt een keuze in het beschikbare sortiment gemaakt. Bij het kiezen van een soort dient de nadruk te liggen op de behoeften van de boom, de boomgrootteklasse, en overige kenmerken in relatie tot de toekomstige standplaats, waarbij ook de relatie met de omgeving van toepassing is (landschappelijke inpasbaarheid). Hierbij komt dat een grote variatie in de sortimentskeuze steeds belangrijker wordt. Door de klimaatveranderingen worden niet alleen maar inheemse soorten toegepast maar ook juist soorten die bestand zijn tegen extremen. Voorheen ging bij toepassingen van bomen in het landschap de voorkeur uit naar inheemse boomsoorten die aansluiten bij het lokale landschap (natuurlijke of cultuurhistorische eigenschappen). Vanwege klimaatverandering zal kritisch gekeken moeten worden naar de best passende boomsoort. Bij voorkeur wordt voor inheemse soorten gekozen, waarbij altijd een combinatie van verschillende boomsoorten wordt toegepast om de diversiteit te bevorderen. Bij toepassing binnen de bebouwde kom (stedelijk gebied) dient gelet te worden op de weerbaarheid van de boom tegen klimaatinvloeden (weersextremen zoals droogte en hitte, maar ook vervuiling). Bij de sortimentskeuze zal altijd gelet worden op: Grondsoort van de plantplaats Habitus Bes- en vruchtdragende soorten Bloesem Gevoeligheid voor ziekten en plagen Wortel- en stameigenschappen Aandachtspunten hierbij zijn vruchtdragende bomen bij wegen, parkeerplaatsen, fietspaden en voetpaden. Tevens vraagt de ziekte- en plaaggevoeligheid nabij speelterreinen aandacht. Wat betreft wortel- en stameigenschappen wordt in het kader van ent-/onderstamproblematiek bij voorkeur aanplantmateriaal toegepast dat gekweekt is op eigen wortel. Het is wenselijk een gevarieerde sortimentskeuze te maken. Het is van belang om hierin continu te bewegen in samenspraak met de kwekers. 4.Ontwerp en inrichting Om een goed beheerbare en gezonde boom te stichten, is kwaliteit vanaf de start van groot belang. Gestuurd wordt op de bomennorm van 20 procent boomkroonbedekking in woonwijken, maar deze bomen moeten gezond kunnen uitgroeien. Bomen zijn kwetsbare, levende organismen, die er jaren over doen om volwassen te worden. Bezuinigingen, onvoldoende kennis, samen met de toenemende verstedelijking zorgen ervoor dat jonge bomen vaak niet goed groeien. Na een paar jaar steken problemen de kop op. De bomen groeien niet goed, worden kwetsbaar voor allerlei ziekten en plagen en geven uiteindelijk meer overlast dan verrijking. De groene aankleding van de openbare ruimte lijkt weliswaar vanzelfsprekend en kosteloos aanwezig te zijn, maar vraagt wel degelijk om zorg en investering. In dit hoofdstuk bespreken we de ontwerpeisen. 4.1.Bomennorm In bomenbeleid wordt de bomennorm genoemd als ontwerpeis voor ruimtelijke ontwikkelingen. De bomennorm staat voor het percentage bladerdak per vierkante meter. De bomennorm geldt voor situaties met volwassen bomen vanaf? 40 jaar oud. Landelijke Bomennorm, bron: Norminstituut Bomen Het gemeentelijk streven voor de boomkroonbedekking van een wijk is 20 procent van het totale oppervlak (exclusief open water). Bij nieuwe ontwikkelingen en grootschalige transities streven we de landelijke 3-30-300 vuistregel na, met 30 procent boomkroonbedekking. Bij reconstructies en herinrichtingen streven we eveneens naar 20 procent boomkroonbedekking. Aangezien het binnen bestaande situaties met diverse belangen op beperkte ruimte vaak niet mogelijk is om het bomenbestand uit te breiden, wordt minimaal 10 procent boomkroonbedekking geëist als ondergrens. 4.2.Prognose boomkroonbedekking In het ontwerpproces is het noodzakelijk dat bekend is welke resultaten verwacht kunnen worden op basis van de plantlocatie, soortkeuze en groeiplaatsinrichting. Hiervoor heeft het Norminstituut Bomen de Boommonitor ontwikkeld. Het boomkroonvolume, de boomkroondiameter en de boomkroonprojectie zijn per boomsoort af te lezen in de Boommonitor. Hierbij wordt op basis van een optimale groeiplaatsinrichting voorspeld hoe groot de boom na 20, 40, 60 en 80 jaar is. Is er niet voldoende ruimte voor aanplant, dan moet een ondergrondse voorziening worden aangebracht. Ook hiervoor is het Handboek Bomen leidend. Mocht dit om kostentechnische redenen niet mogelijk zijn, dan wordt er geen boom geplant. Uiteraard kan altijd maatwerk worden geleverd in goed overleg met de beheerder. Voorbeeldberekening van een groeiplaats met prognose boomkroonprojectie, bron: Boommonitor. 5.Bomen in projecten en werken rondom bomen Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling die plaatsvindt en invloed heeft op het openbare groen dient op voorhand afstemming plaats te vinden met de beheerder. 5.1.Bomenplan Bij ruimtelijke ontwikkelingen zit de boombeheerder vanaf de initiatieffase aan tafel en adviseert over de bomen in het project. Bij een ruimtelijke ontwikkeling introduceren we hieronder het Bomenplan dat de initiatiefnemer moet maken. Initiatieffase: Inventarisatie van de aanwezige bomen en hun groeiplaats. Definitiefase: Een kwaliteitsbeoordeling wordt uitgevoerd, oftewel een ‘nulmeting’ waarbij de huidige kwaliteit van de bomen en de voorwaarden voor duurzaam beheer worden onderzocht. Zie hoofdstuk 19 ‘Kwaliteitsbeoordeling’ van de meest recente versie van Handboek Bomen. In 19.13 staan de eisen aan de kwaliteitsbeoordeling. Met deze informatie kan worden bepaald welke bomen behoudenswaardig zijn. Voor deze bomen is de ontwerpeis om ze in te passen of ze door verplanting in het projectgebied te behouden. De inrichting, het sfeerbeeld en de beheerbaarheid van de bomen in het plangebied worden bepaald en meegegeven voor de ontwerpfase. Ontwerpfase: Een BEA projectinvloed wordt uitgevoerd voor de bestaande, te behouden bomen. Op basis van de aanbevelingen kan het ontwerp worden aangepast waarna dit opnieuw getoetst wordt op het effect op de bomen. Ook wordt in deze fase getoetst of het project aan de normen en richtlijnen voldoet zoals in het programma van eisen zijn gesteld. Denk aan de bomennorm, voldoende diversiteit, groeiplaatsinrichting en praktische beheerbaarheid. Een aandachtspunt in het ontwerp is dat de bomen op verwachte eindgrootte worden ingetekend. In hoofdstuk 16, Bomen effect analyse (BEA) van de meest recente versie van Handboek Bomen, staan de eisen die gesteld worden aan een BEA. Voorbereidingsfase: Het werkplan bomen wordt opgesteld, waarin beschreven staat hoe schade aan bomen wordt voorkomen. Realisatiefase en nazorgfase: Door een toezichthouder bomen wordt toezicht gehouden op het zorgvuldig naleven van het werkplan bomen en op het volgen van de richtlijnen uit (de meest recente versie van) het Handboek Bomen hoofdstuk 2, Werken rond bomen. 5.2.Boombescherming Opdrachtgevers, gemeente-afdelingen, aannemers en projectontwikkelaars dienen op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van bomen. Om te voorkomen dat ernstige schade aan de bomen en/of standplaats wordt aangericht, dienen beschermende maatregelen getroffen te worden. Het Norminstituut Bomen heeft een hoofdstuk gewijd aan Werken rond bomen in het Handboek Bomen, wat door gemeente Horst aan de Maas wordt gebruikt als richtlijn voor zorgvuldig werken. Daarnaast is de bomenposter ‘Werken rond bomen’ een beknopte weergave met de belangrijkste voorwaarden om bij werkzaamheden de bomen niet te beschadigen. De bomenposter is te vinden in de meest recente versie van Handboek Bomen en de editie 2022 is als bijlage 11 van het Bomenbeleid Horst aan de Maas terug te vinden. De actuele bomenposter wordt bij de vergunningverlening aan de initiatiefnemer verstrekt. ‘Bomenposter Werken rond bomen’. Bron: Handboek Bomen 2022 5.3.Compensatie van de waarde van bomen Dat bomen sfeerbepalend zijn en in sterke mate bijdragen aan de herkenbaarheid en het karakter van een plek of landschap is inmiddels wel bekend. Een boom is niet alleen een esthetische verrijking van een plek. Bomen hebben ook positieve invloed op het welzijn van mensen, zowel psychisch als fysiek. Daarnaast leveren ze een positieve bijdrage aan het veranderende klimaat. Denk hierbij aan hittestress en opname van hemelwater bij piekbuien. Het feit dat huizen in een mooie groene omgeving met bomen bij verkoop meer opbrengen dan in een minder groene omgeving laat zien dat de aanwezigheid van bomen ook in financiële zin positief gewaardeerd worden. In dit hoofdstuk laten we zien hoe we de groene waarden van bomen vertalen naar geldelijke waarde. Dit is een compensatiebedrag dat ingelegd moet worden als herplant niet mogelijk is, of als bomen beschadigd raken en extra verzorging en/of aandacht nodig hebben om weer te herstellen. Als derden schade veroorzaken aan gemeentelijke bomen kan de gemeente een schadevergoeding eisen. De hoogte van de schadeclaim wordt bepaald door een taxatie van een NVTB bomentaxateur, vermeerderd met de taxatiekosten en kosten voor eventuele herplant. De vervangingswaarde: De vervangingswaarde wordt bepaald door de kosten die gemaakt moeten worden om de betreffende boom op dezelfde locatie door een vergelijkbare boom te vervangen. De investeringen die in volwassen bomen zijn gedaan, worden meegerekend bij de boomwaarde. Ook zijn volwassen bomen waardevoller dan jonge bomen vanwege het kroonvolume en de ecosysteemdiensten die ze leveren. W-cijfer Boomwaarde 10 100% 8 100% 7 100% 6 60% 4 40% 2 10% 0 0% Verrekening boomwaarde met W-cijfer Om de vervangingswaarde te berekenen wordt de boomwaardeindextabel van de meest recente versie van Handboek Bomen gebruikt. De boomwaardeindextabel (15.16a van Handboek Bomen 2022) is gekoppeld aan kroondiameterklasse, boomhoogteklasse, kroonvorm, groeisnelheid en beleidsstatus. Bij terugloop in conditie, beheerbaarheid en toekomstverwachting, daalt de financiële waarde. Deze aspecten worden uitgedrukt in het ‘W-cijfer’ oftewel boomwaarderingscijfer. De hoogste W-cijfers zijn 10, 8 en
- Dit betreft bomen in uitstekende conditie en beheerbaarheid en een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. W-cijfers 8 en 10 zijn verbonden aan een groter boomkroonvolume. Als het W-cijfer 6 is, zakt de conditie naar ‘redelijk tot goed’. De boomwaarde is dan nog 60 procent. Als het W-cijfer 4 is, is de conditie onvoldoende en zakt de toekomstverwachting naar 5 tot 15 jaar. De boomwaarde is dan nog 40 procent. Bij W-cijfer 2 is de boomwaarde 10 procent. Bij W-cijfer 0 heeft de boom geen financiële waarde meer. Toelichting boomwaarderingscijfer (W-Cijfer) uit Handboek Bomen 2022, Hoofdstuk 19 Boomwaarde indextabel Handboek Bomen 2022, hoofdstuk
- 5.4.Aansprakelijkheid bij schade Bij het werken rond bomen wordt de initiatiefnemer altijd gewezen op de werkwijze rond bomen conform de meest recente versie van Handboek bomen, hoofdstuk
- Wordt daar niet aan voldaan, dan moeten de werkzaamheden direct gestaakt worden en is de vervolgschade voor rekening van de veroorzaker. Bij beschadiging direct of indirect (denk hierbij aan verdichting van de ondergrond) van gemeentebomen kan een schadevergoeding worden geëist aan de veroorzaker en/of opdrachtgever. De hoogte van de schadeclaim wordt bepaald door een taxatie, vermeerderd met de taxatiekosten (hoofdstuk 5 paragraaf 5.3 op pagina 25). Dit geldt ook voor de kosten van de eventuele herstelwerkzaamheden. Schadetaxatie Het rekenmodel volgens de richtlijnen van de NVTB wordt gebruikt wanneer de waarde en/of schade niet berekend kan worden aan de hand van de markt- of vervangingswaarde. De hoogte van de boomwaarde wordt berekend uit de geraamde kosten die gemaakt moeten worden om de betreffende boom op dezelfde locatie te vervangen, eventueel vermeerderd met de daaraan gekoppelde onderhoudskosten. Voor uitgebreide informatie over de NVTB verwijzen wij u naar het rapport Richtlijnen NVTD van
- 5.5.Kabels en leidingen De gemeente overlegt met de nutsbedrijven over het vaststellen van tracés bij aanleg en onderhoudswerkzaamheden van kabels en leidingen. Hierbij zal worden gezocht naar een compromis tussen de juridische regels rond bomen en relevante beleidsuitgangspunten zoals vastgesteld in het Bomenbeleid en het Handboek Kabels en Leidingen. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: De gemeente overlegt met de nutsbedrijven over het vaststellen van tracés bij aanleg van en onderhoudswerkzaamheden aan kabels en leidingen. Hierbij zal worden gezocht naar een compromis tussen de juridische regels rond bomen en relevante beleidsuitgangspunten zoals vastgesteld in het Bomenbeleid. Het gemeentelijk Handboek Kabels en Leidingen verwijst hierin naar het CROW 280 Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen. [De link Handboek Kabels en Leidingen in paragraaf 5.5 bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Horst aan de Maas.] De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: Voor middenspanning en gasleiding geldt een minimale afstand van 2,5 meter tussen het hart van de boom en de zijkant van de leiding (norm NEN7244-1). Voor alle overige kabels en leidingen (data, laagspanning en water) geldt als uitgangspunt 2 meter afstand tussen het hart van de boom en de zijkant van de leiding. Rekening houden met de conditie en toekomstverwachting van de bomen. Rekening houden met de beleidsstatus: voor groene parels en bomen met beleidsstatus I worden verdergaande beschermingsmaatregelen getroffen dan voor bomen met beleidsstatus II of III. Ter bescherming van de bomen hanteren wij de voorschriften die omschreven zijn in de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. 6.Incidenteel onderhoud 6.1.Omgang calamiteiten Gemeente Horst aan de Maas anticipeert op calamiteiten door te acteren op meldingen, bijvoorbeeld bij stormschade. Omdat de gemeente met een eigen dienst werkt, kan zij snel reageren en tijdig calamiteiten verhelpen. Bij een aangekondigde storm zet de gemeente preventief een team paraat om snel te kunnen schakelen. 6.2.Ziekten en aantastingen Aandacht voor bestrijding van ziekten en plagen is evident voor een gezond en duurzaam bomenbestand. De eikenprocessierups en de luizen zijn momenteel de meest voorkomende plagen waarin de gemeente een actieve rol speelt. Bacterievuur Schimmels, insecten, bacteriën, aaltjes en virussen kunnen planten ziek maken of plagen vormen. Hierdoor kan veel schade ontstaan aan gewassen, en ook aan de natuur en de economie. Sinds 1 maart 2021 is de Plantgezondheidswet van kracht. In Nederland zijn de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de plantaardige keuringsdiensten Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK), Naktuinbouw, Bloembollenkeuringsdienst (BKD) en het Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB) als bevoegde autoriteit verantwoordelijk voor de uitvoering van de Europese regelgeving. Op de website van de NVWA staat een lijst uitgelichte plantenziekten en plagen en ook welke quarantaine-organismen direct gemeld moeten worden omdat ze zeer schadelijk zijn. Op deze kaart is te zien dat gemeente Horst aan de Maas in de bufferzone ‘Boxmeer-Venray-Tegelen-Nederweert’ ligt. Blauw omzoomd zijn ook enkele uitzonderingsgebieden zichtbaar waarin de meidoorn een landschappelijke bepalende rol speelt. Meidoorns kunnen daar in natuurgebieden en op landgoederen bijvoorbeeld behouden blijven als ze zijn aangetast door bacterievuur. In die gebieden gelden soepelere regels voor bacterievuur. Bestrijding van aantastingen door bacterievuur is binnen de bufferzone verplicht. Aangetaste planten en struiken moeten zo spoedig mogelijk volledig worden verwijderd en vernietigd. Voor meer regels en richtlijnen, zie https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plantenziekten-en-plagen/bacterievuur/bufferzones Beheersing eikenprocessierups Sinds 1990 hebben we in Nederland te maken met de rupsen van de eikenprocessievlinder. De massale aanwezigheid van de eikenprocessierups kan leiden tot een plaag. In plaaggebieden kan dit leiden tot gezondheidsklachten bij mens en dier door de vele brandharen die deze rupsen achterlaten. De eikenprocessierups komt voornamelijk voor op eiken. In principe is de aantasting niet schadelijk voor de boom. Kaalvraat zorgt echter wel voor ontsiering van de bomen. De beheersing van eikenprocessierups uit zich door preventieve, curatieve en natuurlijke bestrijding. Preventief Het preventief nevelen van de eiken wanneer deze een bladbezetting hebben van 40 tot 50 procent met een bacteriepreparaat dat alleen op rupsen effectief is. Deze methode wordt toegepast op alle eiken binnen de bebouwde kom en op ‘risico’-locaties zoals rond winkel- en zorgcentra, scholen, kinderdagverblijven, speeltuinen, drukke fietspaden, essentiële voetpaden en bij sportaccommodaties. Curatief Door het wegzuigen van nesten op ‘risico’-locaties wanneer deze overlast veroorzaken. Op overige locaties worden wanneer dit geen overlast veroorzaakt geen nesten meer verwijderd. Hier wordt ruimte aan de natuur gegeven om de balans te herstellen. Natuurlijke beheersing De gemeente Horst aan de Maas gaat insteken op een meer natuurlijke beheersing door gebruik natuurlijke vijanden. Inzet van monitoring/vlinderkasten. Deze 3 jarige pilot is gebiedsspecifiek gestart in
- Het doel is de natuurlijke vijanden, insecten uit het nest, in het gebied te houden maar EPR vlinders niet. Deze plekken hebben hoge kans op EPR en worden hiermee ook specifiek gemonitord. Verbetering van de biodiversiteit rond eikenlanen. Het doel is dat een andere inrichting natuurlijke vijanden aantrekt of juist een onaantrekkelijk gebied vormt voor de EPR. Het aanplanten van inheemse heesters en extensief bermbeheer zijn voorbeelden hiervan. Beheersing luizen Linden en esdoorns zijn een aantrekkelijke gastheer voor luizen. Luizen voeden zich met plantensappen waarna ze zoete kleverige druppels uitscheiden (honingdauw). Deze honingdauw kan vervelende klachten geven over alles wat zich onder de bomen bevindt. De aanwezigheid van de luizen heeft nauwelijks nadelige gevolgen voor de boom zelf. De gemeente voert niet op alle locaties een actieve bestrijding tegen de overlast van luizen. Bomen in het buitengebied waar relatief weinig mensen verblijven zijn voorbeelden hiervan. De keuze van wel of geen bestrijding wordt bepaald door de beheerder. Locaties waar geen bestrijding plaatsvindt: Natuurterreinen en bossen Bomen in het buitengebied (lage verblijfsduur) Locaties waar wel bestrijding plaatsvindt: Centra en verblijfsgebieden Woonstraten en parkeerplaatsen (formele) Speelplaatsen Bestrijdingsmethoden kenmerken zich door een biologische aanpak. 6.3.Overige ziekten en aantastingen De laatste jaren komen er steeds meer nieuwe ziekten en plagen voor die zich in ons land vestigen. Voorbeelden hiervan zijn de bloedingsziekte onder de kastanjebomen, essentaksterfte en massaria-aantasting in platanen, iepenziekte of roetschorsziekte. Deze veroorzaken ernstige aantastingen aan de bomen en kunnen de veiligheid voor mens, dier en de boom zelf in gevaar brengen. Het zijn vaker relatief nieuwe ziekten en plagen waarvoor nog niet altijd een bestrijdingsmethodiek op de markt is met aantoonbare resultaten. Aandacht voor deze nieuwe ziekten en plagen is echter van groot belang voor het in stand houden van een duurzaam en gezond bomenbestand. Tijdens de jaarlijkse BVC wordt eventuele aanwezigheid van overige ziekten en aantastingen in beeld gebracht en gemonitord. Voorbeelden zijn essentaksterfte, kastanjebloedingsziekte, ent-/onderstamproblematiek en roetschorsziekte. Waar nodig worden passende beheermaatregelen genomen zoals een verhoogde inspectiefrequentie, vervolgonderzoek, snoei of kap. In het kader van ent-/onderstamproblematiek kan het voorkomen dat een gehele structuur van dezelfde soort, plantjaar en kweker is aangetast. Dit kan de boombeheerder ertoe doen besluiten de structuur groepsgewijs te vervangen t.b.v. het in stand houden van de structuur. In het kader van het beheren van bomen met roetschorsziekte wordt gebruikt gemaakt van het protocol in https://www.terranostra.nu/media/documents/roetschorsziekte.pdf gezien het verwijderen van deze bomen schade kan aanbrengen aan de gezondheid van de uitvoerder. Klachten en meldingen Overlast In het kader van overlast heeft gemeente Horst aan de Maas een overlastprotocol opgesteld. Hierin staat omschreven in welke situaties er maatregelen getroffen worden om de overlast te verhelpen. Voorbeelden van overlast zijn: blad- en vruchtafval, zichthinder, schaduw (woning/tuin/zonnepanelen), bestratingsopdruk, ziekten/aantasting en allergieën. Zie hiervoor het Beoordelingskader kapaanvragen (bijlage 7 van het bomenbeleid). Zonnepanelen Voor zonnepanelen worden geen aparte beheermaatregelen genomen. Dit houdt in dat niet extra of meer gesnoeid wordt ten behoeve van meer zon op zonnepanelen. Bij nieuwe aanplant wordt wél rekening gehouden met aanwezige zonnepanelen. Hier worden bomen met een transparante kroon of van een kleinere grootte geplant. Dit geldt niet voor herplant van monumentale bomen of herplant van bomen in een hoofdgroenstructuur. Invasieve exoten Invasieve exoten kunnen de groei van inheemse soorten beperken of zelfs tegengaan. Daarnaast kunnen ze overlast veroorzaken indien geen natuurlijke vijanden aanwezig zijn. Tegelijkertijd zijn in de gemeente ook voorbeelden van deze bomen die geen overlast of schade veroorzaken en juist beeldbepalend zijn of bijdragen bij het opvangen van klimaatverandering. Daarom wordt per situatie gekeken wat het beste is voor de omgeving en welke maatregelen daaruit volgen. Bij (her)inrichtingsprojecten worden invasieve soorten vervangen. Voor de hemelboom geldt een uitsterfbeleid. 7.Communicatie We willen ervoor zorgen dat informatie over bomen en het bomenbestand voor iedereen toegankelijk is. Ons beleidsuitgangspunt is dat door kennisdeling de bewustwording toeneemt en de betrokkenheid groter wordt. Kennisdeling doen we door middel van: Bomenpagina op de gemeentelijke website met bomenbeleid, bomennieuws, de bomenlegger en bomenviewer monumentale bomen. Bredere kennisdeling binnen en buiten de organisatie over werken rond bomen, bomen in projecten, boombescherming en dergelijke. Het faciliteren van educatie over erfgoed en cultuurhistorie door samenwerkingspartners, bijvoorbeeld over landschapselementen en het verhaal van bomen. Handvatten voor implementatie van het beleid en de werkwijze per team aanbieden aan de gemeentelijke organisatie. Betrokkenheid creëren doen we door middel van: Publiekscampagnes en samenwerking met Steenbreek. Richting het groene netwerk communiceren we over gemeentelijke initiatieven zodra dit kan. Zo kunnen we gebruik maken van externe kennis en advies. Vanuit de ambtelijke organisatie vragen we integrale kennis en advies om maatschappelijke initiatieven te optimaliseren. Bijlage2– Overzichtskaart Boomstructuren Bijlage3:Boomstructuren Horst aan de Maas Doelen bescherming, waarden, definities en aanwijscriteria 1.Het belang van structuren in de dorpen en het buitengebied Bomenlanen hebben een belangrijke betekenis voor de ruimtelijke en ecologische structuur van het landschap en kunnen dorpen en natuurgebieden aan elkaar verbinden. Zij vormen de lijnen waarlangs ecologische relaties verbonden zijn en de ‘wanden’ van het landschap, waarmee zij door maat, schaal en oriëntatie bijdragen aan het groene karakter. Bomenrijen die deze rol vervullen zijn aangeduid als boomstructuur. Voor het versterken van de groenblauwe dooradering in de dorpen en in het landelijk gebied en het verbinden van dorpen en natuurgebieden, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040, is het belangrijk om boomstructuren vast te leggen. Via inventarisatie is een bomenlijst opgesteld met bijzondere en monumentale bomen met de ecologische, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarde. Deze ‘unieke en onvervangbare’ exemplaren zijn geclassificeerd als ‘Beleidsstatus I’. De aanwijscriteria voor bomen met deze beleidsstatus staan in de Bomenlegger (bijlage 8). Voor de dorpskernen zijn in de Groenstructuurvisie 2020 reeds hoofdgroenstructuren, groene parels en ondersteunende groenstructuren aangewezen. Nu worden ook boomstructuren in het buitengebied vastgelegd. In de beheerdata worden structuurbomen gecategoriseerd als ‘Beleidsstatus II’. Het gaat om: Bomen in de hoofdgroenstructuur: hoofdstructuren voor bomen. Bomen in de ondersteunende groenstructuur: nevenstructuren voor bomen. Alle overige individueel geregistreerde gemeentelijke laan- en straatbomen hebben ‘Beleidsstatus III’. 1.1Omgevingsvergunning voor de activiteit kappen Voor het vellen van structuurbomen is minimaal een kapvergunning nodig en de gemeente onderzoekt mogelijkheden om deze beplantingen nog meer te beschermen. Een kapvergunningsaanvraag wordt getoetst aan de hand van het Beoordelingskader kapaanvragen (bijlage 6 van het bomenbeleidsplan). Hiertoe zal altijd een schriftelijk verzoek aan de gemeente ten grondslag liggen. Het college is bevoegd voor bestuurlijke besluitvorming hiertoe. 2.Waarden van boomstructuren 2.1Visuele en Ruimtelijke Integriteit Boomstructuren dragen bij aan de visuele aantrekkelijkheid en ruimtelijke samenhang van het landschap. Ze vormen herkenbare lijnen en structuren in het landschap en hebben meerwaarde in verschillende opzichten. Ecologische Corridors Boomstructuren dienen als verbindingsroutes voor dieren en planten, waardoor de biodiversiteit wordt bevorderd. Ze zorgen voor een netwerk van groene corridors die essentieel zijn voor de ecologische gezondheid van de regio. Landelijk wordt gestreefd naar 10% groenblauwe dooradering in 2040, zie Aanvalsplan landschap. Ook lokaal streven wij naar groenblauwe dooradering van de (grote) dorpen en het buitengebied, zie (concept) Omgevingsvisie Horst aan de Maas
- Historische en Culturele Waarde Bepaalde boomstructuren hebben een historische of culturele betekenis. Ze kunnen deel uitmaken van het culturele erfgoed van de gemeente en zijn vaak gedocumenteerd in historische archieven of kaarten. Belangrijke partners zijn landelijk bijvoorbeeld de Bomenstichting en lokaal Stichting Landschap Horst aan de Maas, Groengroep Sevenum, de heemkunde vereniging en andere groene belangenorganisaties. Regulerende functies Boomstructuren vervullen belangrijke functies zoals het bieden van schaduw, het verminderen van geluidsoverlast, betere luchtkwaliteit en het fungeren als windbrekers. Deze functies dragen bij aan het comfort en de leefbaarheid van de omgeving. Ruimtelijke Samenhang Beeldbepalende boomstructuren kunnen (landschaps)architectonische en esthetische meerwaarde hebben en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Het is belangrijk dat boomstructuren in harmonie zijn met de omliggende infrastructuur en bebouwing. Ze moeten bijdragen aan een samenhangend ruimtelijk beeld zonder schade te veroorzaken aan wegen of gebouwen. Toegankelijkheid en Recreatie Boomstructuren langs wandel- en fietspaden verhogen de toegankelijkheid en recreatieve waarde van een gebied. Ze bieden schaduwrijke paden en dragen bij aan de recreatieve mogelijkheden voor bewoners en bezoekers. Klimaatadaptatie Boomstructuren spelen een cruciale rol in klimaatadaptatie. Ze helpen bij het vasthouden van regenwater, verminderen hittestress en dragen bij aan de temperatuurregulatie in stedelijke gebieden. 3.Definities 3.1Hoofdboomstructuur De hoofdboomstructuur is de ruggengraat van het bomenbestand in onze gemeente. Ze hebben een grote invloed op de beleving en identiteit en vervullen belangrijke ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische functies. Denk bijvoorbeeld aan historische laanbeplantingen in Griendtsveen. Hoofdboomstructuren zijn bepalend voor hoe inwoners en bezoekers onze gemeente beleven en van uitzonderlijk grote waarde voor de uitstraling en identiteit van de gemeente. Een hoofdstructuur is een bomenrij langs doorgaande wegen en andere belangrijke verkeersaders zoals invalswegen. Hoofdboomstructuren zijn vaak prominent aanwezig, kilometers lang, als tweezijdige laanstructuur van forse bomen die verschillende delen van het gebied met elkaar verbinden. Voorbeeld van een hoofdstructuur: Peelstraat Kronenberg 3.2Nevenboomstructuur Deze structuren zijn meestal korter en minder prominent dan hoofdstructuren. Nog steeds draagt de structuur bij aan de beleving en identiteit en ecologische en landschappelijke waarde van een gebied. Nevenstructuren zijn belangrijk voor de lokale biodiversiteit en het bieden van schaduw en recreatieve mogelijkheden. De nevenboomstructuur is bepalend voor de uitstraling en structurering van de wijken en buurten, maar ook het buitengebied. Deze structuur kan de hoofdboomstructuur versterken. Over het algemeen dienen de bomen in stand gehouden te worden maar dat hoeft vaak niet exact op de huidige plek. Belangrijk is dat de beoogde functie ingevuld blijft. 3.3Ambitiestructuur Dit zijn de ontbrekende schakels in hoofd- en nevenstructuur én kunnen in sommige gevallen ook wenselijke locaties voor nieuwe landschapselementen, voor zover het om gemeentelijke gronden gaat. In samenspraak met gebiedskenners en grondeigenaren en met ondersteuning van de gemeente en provincie kan de ontwikkeling van boomstructuren en het netwerk van landschapselementen in gang gezet worden. Op de kaart staan kansrijke locaties waar boomstructuren mogelijk kunnen worden uitgebreid, als deze voldoen aan bepaalde criteria (in eigendom van de gemeente bijvoorbeeld). 3.4Landschapselementen Een landschapselement is een onderdeel van het landschap dat als een vrij homogeen deel van het totale beeld wordt ervaren. Landschapselementen zijn de bouwstenen die samen de structuur van het landschap bepalen. Verschillen in aard, hoeveelheid en samenhang van landschapselementen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken van het landschap. Landschapselementen kunnen punt-, lijn- of vlakvormig zijn. Te denken valt aan puntelementen zoals ‘bakenbomen’, beeldbepalende erf- en landschapsbomen of gedenkbomen. Voorbeelden van lijnvormige ‘groene’ landschapselementen zijn lanen, (knot)bomenrijen, houtwallen, elzensingels en heggen. Vlakvormige elementen zijn bijvoorbe