Referendumverordening gemeente Weesp 2006Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Referendum : een raadplegende volksstemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen of genomen besluit;Kiesgerechtigden : de ingezetenen van Weesp die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de Ieden van de raad Toepassingsgebied : een referendum wordt gehouden onder de kiezers van het hele grondgebied van de gemeente; Artikel2Uitzonderingen Een referendum kan niet worden gehouden over besluiten: over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen; over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; in het kader van deze verordening; waarvan de raad van mening is dat er andere dan bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te houden; inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan; als bedoeld in artikel 158, eerste Lid, van de Gemeentewet' als bedoeld in artikel 1, eerste en derde Lid, 51, eerste en derde lid, 61 , eerste en derde lid, 73, eerste en derde lid en 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen', als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a., van de Wel algemene regels herindeling. een besluit van de raad, als bedoeld in artikel 1, eerste en derde lid, 51, eerste en derde Lid, 61, eerste en derde Lid, 73, eerste en derde lid en 96 van de Wetgemeenschappelijke regelingen; besluiten waarbij het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving; besluiten die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; besluiten ter uitvoering van een besluit van het rijk of de provincie waarbij de raad geen beleidsvrijheid heeft; besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende gemeentelijke belangen. Artikel3Initiatief van de raad 1De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2De beslissing over de kwestie waarover het referendum wordt gehouden, heeft tenminste betrekking op: De aard en inhoud van de beleidskwestie; Een analyse van de achtergronden van de beleidskwestie', De vraagstelling die aan de kiesgerechtigde burgers kan worden voorgelegd', De gevolgen, ook de financiële, van een positief antwoord en van een negatief antwoord op de vraagstelling, dan wel van een keuze voor een bepaalde optie. Artikel4Initiatief van kiesgerechtigden 1Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk bij de raad een verzoek indienen om een raadplegend referendum te houden. Dit verzoek dient gedateerd te zijn en te vermelden om welk voorgenomen besluit van de raad of welke beleidskwestie het gaat. 2Het verzoek met worden ondersteund doof een aantal kiezers dat ten minste gelijk is aan de kiesdeler van de Laatstgehouden verkiezingen voor de Ieden van de raad. 3Bij het verzoek wordt gebruik gemaakt van door de raad verstrekte lijsten, waarop worden geplaatst: naam, adres, woonplaats en geboortedatum, nummer van Legitimatiebewijs, alsmede de handtekening van elke verzoeker. 4Deze kennisgeving moet ten minste twee dagen voor de raadsvergadering, waarvoor het besluit is geagendeerd, bij de voorzitter van de raad worden ingediend. 5Indien het verzoek ontvankelijk wordt verklaart, beslist de raad binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek of een raadplegend referendum wordt gehouden, alsmede in het bevestigende geval over het onderwerp, de waagstelling en de datum van het referendum. Artikel5Aanhouden beslissing 1Wanneer de raad na een besluit als genoemd in artikel 4 van mening is, dat over het voorgenomen besluit een referendum kan worden gehouden, dan wordt het betreffende raadvoorstel op de gangbare wijze behandeld. 2De stemming over het door de raad te nemen besluit zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt echter aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het verzoek wordt beslist. Artikel6Datum 1De raad stelt |e dag va|t waarop het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk drie maanden na de dag waarop het definitieve verzoek is ingewilligd of nadat de raad besloten heeft tot het houden van een referendum op basis van artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.