Algemeen reglement mandaat Gelderland 2025GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND, DE COMMISSARIS VAN DE KONING IN DE PROVINCIE GELDERLAND, IEDER VOOR WAT BETREFT DE EIGEN BEVOEGDHEDEN; Gelet op het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUITEN Vast te stellen de als volgt gewijzigde regeling: Algemeen reglement mandaat Gelderland 2025 HoofdstukI Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen 1.In dit reglement wordt, tenzij anders is bepaald, onder mandaat mede verstaan volmacht of machtiging. 2.In dit reglement wordt verstaan onder: algemeen directeur, tevens provinciesecretaris: functionaris die als zodanig door Gedeputeerde Staten is benoemd; directie: de algemeen directeur en de concerndirecteuren; eerste ondermandaat: ondermandaat verleend door een gemandateerde; legitimatiebewijs: legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 5:12 Algemene wet bestuursrecht. ondermandaat: mandaat verleend door een gemandateerde of ondergemandateerde; Portefeuillehouder: het lid van gedeputeerde staten (GS) tot wiens portefeuille betreffende onderwerp behoort conform de met de staten gedeelde portefeuilleverdeling van GS; toezichthouder: toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht; tweede ondermandaat: ondermandaat verleend door een ondergemandateerde; HoofdstukII Instructies Artikel2.Gemandateerde 1.Mandaat kan worden verleend aan: een gedeputeerde; de algemeen directeur; een persoon die niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning. 2.Mandaat aan een gedeputeerde wordt verleend aan de eerste portefeuillehouder. 3.Op mandaatverlening aan een persoon die niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten of van de Commissaris van de Koning is dit reglement van overeenkomstige toepassing, tenzij anders wordt bepaald. Artikel3.Ondermandaat 1.Tenzij bij de mandaatverlening anders is bepaald, kan de algemeen directeur een eerste ondermandaat verlenen aan een directeur, een concernmanager of een externe die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is binnen de provinciale organisatie. Aan het ondermandaat kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden. 2.Het is een ondergemandateerde toegestaan om een tweede ondermandaat te verlenen, tenzij bij de mandaatverlening anders is bepaald. Artikel4.Functie gemandateerde 1.Een mandaat is gebonden aan de functie van de gemandateerde, tenzij bij de beslissing tot verlening van mandaat anders is bepaald. 2.Als de gemandateerde in zijn functie wordt opgevolgd door een ander, wordt het mandaat geacht te zijn verleend aan die ander. Artikel5.Vervangingsregeling 1.Binnen de directie geldt de volgende vervangingsregeling: de algemeen directeur wordt vervangen door een concerndirecteur; de provincie secretaris wordt vervangen door een concerndirecteur dan wel door de concernmanager Bestuurszaken; een concerndirecteur wordt in eerste instantie vervangen door een concerndirecteur en in tweede instantie door de algemeen directeur. 2.De algemeen directeur kan andere personen dan die bedoeld in de voorgaande leden, belasten met zijn vervanging. Artikel6.Mandaatregister 1.Er is een openbaar mandaatregister, waarin algemene mandaten en eerste en tweede ondermandaten worden opgenomen. 2.De mandaatgever zorgt voor opname van de beslissing tot verlening van een algemeen mandaat in het mandaatregister. Artikel7.Bewijs mondelinge mandaatverlening 1.Onverminderd de verantwoordelijkheid van degene die mondeling mandaat heeft verleend, draagt de gemandateerde zorg dat onverwijld een schriftelijk bewijsstuk wordt opgemaakt van de beslissing tot verlening van mandaat. 2.Is de gemandateerde een collegelid dan draagt de algemeen directeur zorg voor het opmaken van een schriftelijk bewijsstuk. Artikel8.Instemming tweede portefeuillehouder Een collegelid neemt een beslissing krachtens mandaat alleen met instemming van de tweede portefeuillehouder. Artikel9.Informeren mandaatgever 1.De gemandateerde legt een door hem te nemen beslissing voor aan de Gedeputeerde Saten als: advies nodig is van andere afdelingen en het advies niet aansluit op het eigen standpunt dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt; de maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven. 2.Het niet voldoen aan de in het vorige lid bedoelde verplichting doet niet af aan de rechtsgeldigheid van de krachtens mandaat genomen beslissing. 3.De gemandateerde informeert de mandaatgever onverwijld over een door hem genomen beslissing als het van belang is dat deze daar kennis van neemt. Artikel10.Ondertekening 1.Als mandaat een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten betreft, worden uitgaande stukken ondertekend met: "Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland," gevolgd door de handtekening, naam en functie van de gemandateerde. 2.Als mandaat een bevoegdheid van de Commissaris van de Koning betreft, worden uitgaande stukken ondertekend met: "Namens de Commissaris van de Koning van Gelderland", gevolgd door de handtekening, naam en functie van de gemandateerde. 3.Als volmacht is verleend om namens de Commissaris van de Koning de provincie in en buiten rechte te vertegenwoordigen, wordt ondertekend met: "De provincie Gelderland, namens de Commissaris van de Koning van Gelderland", gevolgd door de handtekening, naam en functie van de gevolmachtigde. 4.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover het betreft de bekendmaking en mededeling van in mandaat vastgestelde ontwerpbeslissingen of beslissingen van Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning in het Provinciaal Blad of in een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad. In dat geval luidt de ondertekening “Gedeputeerde Staten van Gelderland" respectievelijk "Commissaris van de Koning van Gelderland". 5.Als mandaat een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten betreft ter uitvoering van taken als managementautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Oost-Nederland 2014-2020 betreft, worden uitgaande stukken ondertekend met: "Namens de Managementautoriteit Oost-Nederland", gevolgd door de handtekening, naam en functie van de gemandateerde. 6.Als mandaat een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten betreft ter uitvoering van taken als beheerautoriteit voor het Operationeel Programma EFRO Oost-Nederland 2021-2027 betreft, worden uitgaande stukken ondertekend met: "Namens de Beheerautoriteit Oost-Nederland", gevolgd door de handtekening, naam en functie van de gemandateerde. Artikel11.Elektronisch besluitvormingssysteem 1.Een gemandateerde als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b of c, neemt beslissingen door het geven van een akkoord in het elektronisch besluitvormingssysteem van de provincie. Beslissingen van een gemandateerde als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, worden in het besluitvormingssysteem vastgelegd door ambtenaren die door de Algemeen Directeur zijn aangewezen. 2.De algemeen directeur kan bepalen dat in afwijking van het eerste lid, door hem aangewezen eenvoudige beslissingen of categorieën van eenvoudige beslissingen kunnen worden genomen zonder gebruikmaking van het elektronisch besluitvormingssysteem. Artikel12.Begrenzing 1.Een gemandateerde oefent de aan hem gemandateerde bevoegdheid alleen uit als die past binnen zijn taak en verantwoordelijkheid, de geldende regelgeving en het aan hem toegekende budget. 2.Een gemandateerde oefent de aan hem gemandateerde bevoegdheid niet uit als hij daarbij een persoonlijk belang heeft als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. HoofdstukIII Mandaat algemene bevoegdheden ParagraafI Voorbereiding, bekendmaking, uitvoering en goedkeuring Artikel13.Voorbereiding, bekendmaking en uitvoering 1.De algemeen directeur is bevoegd tot het verrichten van alle handelingen, benodigd voor de voorbereiding, bekendmaking en uitvoering van een beslissing krachtens mandaat, tenzij anders is bepaald. 2.De algemeen directeur is daarnaast bevoegd tot het verrichten van alle handelingen, benodigd voor de voorbereiding, de bekendmaking en uitvoering van: een door een portefeuillehouder te nemen beslissing krachtens mandaat, tenzij bij de verlening van het mandaat anders is bepaald; door een provinciaal bestuursorgaan vast te stellen of vastgestelde besluiten; een besluit van in verband met subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016. 3.De algemeen directeur is in ieder geval bevoegd in het kader van de door het provinciebestuur uitgeoefende bevoegdheden: de noodzakelijke inlichtingen te vragen; bestuursorganen, natuurlijke of rechtspersonen in de gelegenheid stellen tot het indienen van zienswijzen; het horen van de aanvrager en andere belanghebbenden voorafgaand aan het nemen van de beslissing op de aanvraag; adviezen te verstrekken aan bestuursorganen, natuurlijke en rechtspersonen; aanbevelingen te doen; het aanhouden of het buiten behandeling laten van een aanvraag; zienswijzen of bedenkingen naar voren te brengen of door te zenden; een aanvraagformulier vast te stellen; aan de aanvrager een dreigende termijnoverschrijding mee te delen; de voor een besluit geldende beslistermijn te verlengen of op te schorten; het toepassing te geven aan de doorzendplicht, bedoeld in artikel 2:3 van de Algemene wet bestuursrecht; het afwijzen van een aanvraag als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; het buiten toepassing laten van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. 4.De algemeen directeur is bevoegd tot bekendmaking en mededeling van ontwerpbeslissingen en beslissingen van een bestuursorgaan. Artikel14.Uitvoering van wettelijke taken De algemeen directeur is bevoegd tot het uitvoeren van de volgende wettelijke taken en verplichtingen: beheer en onderhoud; het verzamelen, beheren en registreren van gegevens; het verstrekken van informatie; en rapportages, verslaglegging en monitoring. ParagraafII Subsidiebesluiten Artikel15.Subsidie De algemeen directeur is bevoegd tot: het nemen van besluiten tot het verstrekken van subsidie, met uitzondering van besluiten op grond van artikel 3, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 die niet ter uitvoering zijn van een beslissing van Gedeputeerde Staten waarbij de ontvanger, het bedrag en de omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt door Gedeputeerde Staten zijn bepaald. intrekken of wijzigen van subsidie, niet inhoudende een verhoging van het verleende bedrag, en tot het vaststellen van een subsidie overeenkomstig of lager dan de subsidieverlening; verlenen van een voorschot als bedoeld in artikel 4:95 van de Algemene wet bestuursrecht; terugvorderen of verrekenen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten; afwijzen van subsidieverzoeken als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 en tot het verlenen van toestemming als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016; het toepassen van artikel 10, eerste lid, onder c, van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016; ParagraafIII Besluiten Omgevingswet, omgevingsverordening en verkeersregelgeving Artikel16.Omgevingsvergunning, maatwerkvoorschrift, melding en verkeersontheffing 1.De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen: besluiten in verband met toetsing van de ontvankelijkheid van een aanvraag om een omgevingsvergunning; besluiten op aanvragen om een omgevingsvergunning; besluiten ambtshalve of op verzoek tot wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning; besluiten naar aanleiding van een melding; besluiten omtrent de gecoördineerde behandeling van aanvragen en de coördinatie van besluiten; het stellen van maatwerkvoorschriften; het toestaan van het treffen van een gelijkwaardige maatregel; het ambtshalve of op verzoek verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning, waaronder het voorschrift dat degene die de activiteit verricht, financiële zekerheid stelt; te bepalen dat een besluit eerder in werking treedt vanwege spoedeisende omstandigheden; 2.De onderdelen a, b en c van het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op een verkeersontheffing. 3.Onderdeel b van het eerste lid is niet van toepassing op het weigeren van een omgevingsvergunning vanwege de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen. Artikel17.Advies en instemming De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van beslissingen in verband met het geven van advies en van instemming als bedoeld in paragraaf 16.2.3 van de Omgevingswet en afdeling 4.2 van het Omgevingsbesluit. Artikel18.Milieueffectrapportage De algemeen-directeur is bevoegd een mer-beoordelingsbesluit te nemen, als het nemen van dit besluit is gekoppeld aan: een besluit waarvan de bevoegdheid tot het nemen daarvan is gemandateerd; de goedkeuring van een door het dagelijks bestuur van een waterschap genomen projectbesluit als bedoeld in artikel 16.72 van de Omgevingswet. ParagraafIV Handhaving Artikel19.Maatregelen en gedoogplichten De algemeen-directeur is bevoegd tot: het treffen en doen uitvoeren van maatregelen, het geven van aanwijzingen tot het treffen van maatregelen en het verhalen van de kosten van die maatregelen; het opleggen van een gedoogplicht als bedoeld in afdeling 10.3 van de Omgevingswet. Artikel20.Handhaving De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen in verband met handhaving: het beslissen op een verzoek tot handhaving; het verlenen, weigeren, intrekken van een beschikking tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom; het verlenen, weigeren, intrekken of verlengen van de termijn van een gedoogbeschikking; het intrekken van een omgevingsvergunning; het verminderen, opschorten of opheffen van de werking van een last onder dwangsom en het innen van een verbeurde dwangsom; het instellen van onderzoek naar veiligheid op grond van artikel 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, het geven van een negatief zwemadvies en het instellen van een zwemverbod met betrekking tot een zwemlocatie. ParagraafV Bezwaar, beroep, mediation en klachten Artikel21.Bezwaar 1.De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen en het verrichten van de navolgende handelingen in verband met het behandelen van bezwaarschriften: het verlenen van verder uitstel voor de beslissing op het bezwaarschrift indien: verder uitstel is nodig in verband met de naleving van wettelijke voorschriften; of de indiener instemt; en andere belanghebbenden niet in hun belangen worden geschaad of zij daarmee instemmen; het indienen van een verweerschrift en andere processtukken; de vertegenwoordiging tijdens de hoorzitting. 2.De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van besluiten op bezwaar overeenkomstig het advies van de Commissie Rechtsbescherming. De algemeen directeur kan alleen besluiten op bezwaar als hij hoger is in rang dan degene die het primaire besluit heeft genomen. Artikel22.Administratief beroep De algemeen directeur is bevoegd tot het bevestigen van de ontvangst van een beroepschrift. Artikel23.Rechtsgedingen 1.De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen in verband met het voeren van rechtsgedingen, arbitrage, het maken van bezwaar en het instellen van administratief beroep en (hoger) beroep bij een bestuursrechter en burgerlijke rechter namens de provincie of het provinciebestuur, voor zover het betreft: het indienen van een verweerschrift, repliek, dupliek en andere processtukken; de vertegenwoordiging ter zitting; het doen van verzet; het indienen van een bezwaarschrift, beroepschrift en verzoekschrift bij een bestuursorgaan of een rechter in gevallen waarbij een besluit van Gedeputeerde Staten niet kan worden afgewacht. 2.Gedeputeerde Staten bekrachtigen een op mandaat ingediend bezwaarschrift, beroepschrift of verzoekschrift zo spoedig mogelijk. Artikel24.Mediation 1.De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen en het verrichten van de navolgende handelingen in verband met mediation: het beslissen over deelname aan mediation alsmede het ondertekenen van de mediationovereenkomst; het vertegenwoordigen van het provinciebestuur in geval van deelname aan mediation; het beslissen over het aangaan van een vaststellingsovereenkomst alsmede het ondertekenen ervan. 2.De algemeen directeur verleent geen ondermandaat voor de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onder a en c. 3.De algemeen directeur wint over de deelname aan mediation of het ondertekenen van een mediationovereenkomst tevoren advies in bij de ambtelijke eenheid die belast is met mediation als de mediation betrekking heeft op een kwestie, die aanhangig is gemaakt door indiening van een bezwaarschrift, beroepschrift of klaagschrift. Artikel25.Klachten De algemeen directeur is bevoegd tot het nemen van de navolgende beslissingen en het verrichten van de navolgende handelingen in verband met het behandelen van klaagschriften: het schriftelijk bevestigen van de ontvangst van het klaagschrift; het niet in behandeling nemen van de klacht en het mededeling daarvan doen aan de klager; de klager in de gelegenheid stellen om zijn klaagschrift aan te vullen; het met de klager in overleg treden om tot een minnelijke oplossing te komen; het verdagen van de afhandeling van het klaagschrift; het indienen van een verweerschrift; vertegenwoordiging tijdens de hoorzitting; het nemen van de beslissing op de klacht overeenkomstig het advies van de Commissie Rechtsbescherming. ParagraafVI Overige bevoegdheden Artikel26.Overige publiekrechtelijke bevoegdheden De algemeen directeur is bevoegd tot: het nemen van besluiten omtrent verzoeken ingevolge de Wet open overheid; het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen verband houdende met het bieden van gelegenheid tot inspraak op grond van de Inspraakverordening provincie Gelderland 2004, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht of een andere wettelijke regeling; het in kennis stellen van het statenlid van het feit dat zijn vraag niet binnen de voorgeschreven termijn kan worden beantwoord en het aangeven van de termijn waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden; het aanvragen van een subsidie of een bijdrage bij een ander bestuursorgaan of een derde; het aanvragen van ontheffingen of vergunningen bij een ander bestuursorgaan; het nemen van beslissingen naar aanleiding van verzoeken om een dwangsom bij niet tijdig beslissen; het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen verband houdende met de goedkeuring, waaronder in ieder geval: voorbereidingshandelingen; besluiten tot verdaging van het besluit tot goedkeuring; bieden van gelegenheid tot overleg met betrokken bestuursorganen en instanties; toezenden van een beslissing aan een ander bestuursorgaan of het verzoeken om goedkeuring van een beslissing; het uitwisselen van gegevens met bestuursorganen en adviseurs; het bepalen dat een omgevingsplan eerder dan twee weken na vaststelling ter inzage mag worden gelegd; het nemen van besluiten naar aanleiding van verzoeken ingevolge de Wet hergebruik van overheidsinformatie; het nemen van besluiten op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming als bedoeld in de artikelen 12 t/m 21, 28 en 34 van die verordening; het aanwijzen van toezichthouders en het uitgeven van een legitimatiebewijs. Artikel27.Privaatrechtelijke rechtshandelingen 1.De algemeen directeur is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de provincie te besluiten en de provincie ter zake te vertegenwoordigen. 2.Bij afwijking van door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten vastgestelde regels legt de algemeen directeur een door hem te nemen beslissing voor aan de Gedeputeerde Staten. Beslissingen in afwijking van de Algemene inkoopvoorwaarden Gelderland 2023 of met toepassing van artikel 2, tweede lid, of artikel 3, tweede lid, van de Beleidsregels aanbesteding Gelderland 2013 worden alleen genomen na instemming van de ambtelijke eenheid die belast is met inkoop en aanbesteding. Artikel28.Privaatrechtelijke rechtshandelingen als werkgever 1.De algemeen directeur is voor de medewerkers, waarvoor Gedeputeerde Staten de werkgeversrol vervullen, bevoegd alle privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten voor het aangaan, wijzigen, uitvoeren en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met inachtneming van het bepaalde in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Cao Provinciale Sector en de Ambtenarenwet 2017 en het toepassen, uitvoeren en wijzigen van het Personeelshandboek provincie Gelderland en de provincie hierbij namens de Commissaris van de Koning in en buiten rechte te vertegenwoordigen, met uitzondering van de volgende privaatrechtelijke rechtshandelingen: een lijst van werkzaamheden opstellen waarvoor medische keuring vereist is; het innemen van een standpunt over een gemeld vermoeden van een misstand; het opstellen van regels over ziekteverzuimbegeleiding; het stellen van nadere regels betreffende de procedure en de personele gevolgen van reorganisaties, voor zover niet strijdig met het 3 fasen model; het maken van afspraken over de arbeidsrechtelijke voorwaarden die bij de reorganisatie in acht genomen worden; het in een sociaal plan overeenkomen dat maximaal 10% van de ambtenaren buiten beschouwing wordt gelaten bij het toepassen van het afspiegelingsbeginsel; het vaststellen van een lijst van werkzaamheden die onder verzwarende omstandigheden worden uitgevoerd; het aanwijzen van doelen voor het Individueel Keuze Budget; het benoemen van de voorzitter en leden van de Klachtencommissie intimidatie; het beslissen op een klacht van een medewerker die is behandeld door de Klachtencommissie intimidatie. 2.De algemeen directeur oefent de bevoegdheid tot het opzeggen of laten ontbinden van de arbeidsovereenkomst niet uit ten aanzien van de directeuren. Artikel29.Feitelijke aangelegenheden 1.Een collegelid is bevoegd te beslissen tot het voeren van correspondentie over feitelijke aangelegenheden, tenzij daaraan financiële, politieke of beleidsmatige gevolgen verbonden zijn. 2.Indien een beslissing als bedoeld in het eerste lid een persoonlijke aangelegenheid betreft, is artikel 10, eerste lid, niet van toepassing. 3.De algemeen directeur is bevoegd te beslissen tot het voeren van correspondentie over feitelijke aangelegenheden, tenzij daaraan financiële, politieke of beleidsmatige gevolgen zijn verbonden, voor zover deze bevoegdheid niet aan een collegelid is toegekend. HoofdstukVI Slotbepalingen Artikel30.Slotbepalingen 1.Dit reglement wordt aangehaald als: Algemeen reglement mandaat Gelderland 2025. 2.Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het wordt geplaatst. 3.Het Algemeen reglement mandaat Gelderland 2009 wordt ingetrokken met ingang van het in het tweede lid bedoelde tijdstip. Gedeputeerde Staten van GelderlandDaniël Wigboldus Commissaris van de Koning SecretarisJohan OsingaArtikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begripsomschrijvingen Bestuursorganen verrichten naast publiekrechtelijke rechtshandelingen ook privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen. In die gevallen wordt bij vertegenwoordiging niet van mandaat gesproken, maar van volmacht respectievelijk machtiging. Om te voorkomen dat voor de verschillende vormen van vertegenwoordiging verschillende regimes zouden gelden, verklaart de Algemene wet bestuursrecht (artikel 10:12) dat alle bepalingen die betrekking hebben op mandaat van overeenkomstige toepassing zijn als een bestuursorgaan volmacht of machtiging verleent aan een ander werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid. Van deze benadering is ook bij dit reglement uitgegaan: het gaat over mandaat, maar is ook van toepassing op volmacht en machtiging. Artikel 2. Gemandateerde Het reglement staat de volgende vormen van mandaat toe: mandaat aan een collegelid, de algemeen directeur of een persoon die niet werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning. In het tweede lid is bepaald dat een mandaat aan een collegelid verleend wordt aan de eerste portefeuillehouder. De portefeuillehouder is belast met een door Gedeputeerde Staten vastgestelde portefeuille van tot het bestuur behorende zaken. In de regel worden er zo min mogelijk portefeuillemandaten verleend. De bevoegdheid wordt ofwel door Gedeputeerde Staten uitgevoerd, of gemandateerd aan de ambtelijke organisatie. Artikel 3. Onderandaat De algemeen directeur kan een eerste ondermandaat verlenen aan een directeur of aan een concernmanager, tenzij Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning expliciet hebben aangeven dat dit niet het geval is. De algemeen directeur kan tot op zekere hoogte een eerste ondermaat verlenen aan een externe, namelijk als die externe werkzaam is onder zijn verantwoordelijkheid binnen de provinciale organisatie, bijvoorbeeld een interim-functionaris. De algemeen directeur kan dus geen ondermandaat verlenen aan personen die niet onder de verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten of de Commissaris van de Koning werkzaam zijn. Deze bevoegdheid is voorbehouden aan de bestuursorganen zelf. Het verlenen van mandaat aan externen die niet functioneren binnen de provinciale organisatie is relatief uniek en vergt een afzonderlijke, bestuurlijke afweging. Dit geldt al helemaal voor het verlenen van volmacht of machtiging aan externen, aangezien de regels van de Algemene wet bestuursrecht hierop niet van toepassing zijn. De ondergemandateerde kan een ondermandaat verlenen aan de hoogste functionaris in de hiërarchie van de provinciale organisatie die nog een feitelijke toegevoegde waarde heeft. Dit wordt een tweede ondermandaat genoemd. Degene die op zijn beurt een tweede ondermandaat krijgt, kan geen ondermandaat geven. Ondermandaat hoger in de hiërarchie is niet wenselijk omdat dat slechts een rituele en geen materiële betekenis zou hebben. Uit dit artikel blijkt tevens dat een collegelid, anders dan de algemeen directeur, niet de bevoegdheid heeft ondermandaat te verlenen. De reden is dat als dit wel de regel zou zijn, de hiërarchische lijn binnen de ambtelijke organisatie doorbroken wordt, met een onduidelijke en minder overzichtelijke verantwoordelijkheidsrelatie als gevolg. Als het toch gewenst is bevoegdheden door de ambtelijke organisatie te laten uitoefenen, zal dit via het verlenen van mandaat aan de algemeen directeur gestalte kunnen krijgen. Artikel 4. Functie gemandateerde Een mandaat of ondermandaat wordt in principe verleend aan een functionaris en niet aan een persoon. Daarmee wordt voorkomen dat personele wisselingen noodzaken tot aanpassing van mandaatbesluiten. Er kunnen evenwel nader te motiveren omstandigheden zijn die ertoe leiden dat het verlenen van een mandaat of ondermandaat aan een persoon de voorkeur verdient. Artikel 5. Vervangingsregeling Het eerste lid van dit artikel bevat de hoofdregels van de vervanging van met betrekking tot de directie. Directeuren vervangen elkaar. In het tweede lid is een vangnetbepaling opgenomen voor situaties die niet worden gedekt door het voorgaande lid. In deze situaties kan de algemeen directeur een vervanger aanwijzen. Artikel 6. Mandaatregister Voor het gebruik van de term “algemeen mandaat” is aansluiting gezocht bij artikel 10:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Een algemeen mandaat wordt schriftelijk verleend en verschaft de bevoegdheid om een bepaalde categorie van besluiten namens de mandaatgever te nemen. Mandaat voor een bepaald geval ziet op mandaat voor een specifiek of incidenteel geval. Zo’n mandaat kan mondeling gegeven worden. Artikel 7. Bewijs mondelinge mandaatverlening Dit artikel is opgenomen omdat artikel 10:5 van de Algemene wet bestuursrecht alleen regelt dat schriftelijk mandaat moet worden verleend bij:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.