Interne Controleplan VRZL 20251INLEIDING 1.1ALGEMEEN De externe accountant geeft tot en met de jaarrekening 2022 een controleverklaring af omtrent getrouwheid en financiële rechtmatigheid. Vanaf jaarrekening 2023 geeft de externe accountant alleen nog een controleverklaring af omtrent getrouwheid. Vanaf jaarrekening 2023 moet het Dagelijks Bestuur (DB) een financiële rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening van de Veiligheidsregio Zuid Limburg. De rechtmatigheidsverantwoording maakt onderdeel uit van de jaarrekening (dus niet het jaarverslag). Een nadere toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording zal worden opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Het DB gaat daarmee verantwoording afleggen omtrent de financiële rechtmatigheid. Deze financiële rechtmatigheidsverantwoording wordt getoetst bij de jaarrekeningcontrole door de externe accountant. Om het DB de mogelijkheid te geven om deze financiële rechtmatigheidsverantwoording op te nemen in de jaarrekening dienen er interne controle (op basis van het intern controle plan) werkzaamheden te worden uitgevoerd. In de financiële verordening staat in artikel 18 het volgende opgenomen: Artikel 18. Interne controle en (financiële) rechtmatigheid Het DB zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de (financiële) rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de (financiële) rechtmatigheid van de beheerhandelingen en rapporteert hier over. Bij afwijkingen neemt het DB maatregelen tot verbeteringen voor herstel van de tekortkomingen. Het DB zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen, een en ander in overeenstemming met een jaarlijks goed te keuren Interne Controleplan. Bij afwijkingen in de registratie neemt het DB maatregelen voor het herstel van de tekortkomingen. Het DB zorgt voor een systematisch proces dat voorziet in de toetsing aan de criteria ten aanzien van de (financiële) rechtmatigheid. Rechtmatigheidsverantwoording Dit plan geeft aan op welke wijze getoetst en aangetoond kan worden in hoeverre ingerichte beheersingsmaatregelen op het gebied van de financiële rechtmatigheid in voldoende mate gewerkt hebben. Hiermee is leggen we de basis voor de financiële rechtmatigheidsverantwoording die zowel door de directie als het bestuur met ingang van boekjaar 2023 getekend dient te worden en als zodanig opgenomen dient te worden in de jaarrekening. Voor de financiële rechtmatigheidsverantwoording heeft de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) hiervoor een standaard tekst opgesteld (zie bijlage 1). Variant Rechtmatigheid Voor de invulling van de rechtmatigheidsverantwoording zijn diverse varianten mogelijk. Het is mogelijk om door te groeien van een rechtmatigheidsverantwoording naar een ‘in control statement’ (ICS). Figuur 1 de verschillende volwassenheid niveaus rechtmatigheidsverantwoording Variant 1 Verantwoording gericht op financiële rechtmatigheid In deze variant wordt een financiële rechtmatigheidsverantwoording verstrekt door het DB die alleen iets zegt over het naleven van wet- en regelgeving, die betrekking heeft op financiële beheerhandelingen. Dit is gelijk aan de reikwijdte in de huidige situatie, waar nu de accountant een oordeel over geeft en aansluit bij de wettelijke norm vanaf 2023. Variant 2 Verantwoording gericht op financiële rechtmatigheid + aantal relevante processen/thema’s benoemen die aandacht krijgen Het algemeen bestuur kan ook vragen andere elementen toe te voegen aan de financiële rechtmatigheidsverantwoording. Voordeel hiervan is dat het algemeen bestuur aanvullend geïnformeerd kan worden over belangrijke aandachtspunten binnen de bedrijfsvoering, die een plek krijgen in de bedrijfsvoering paragraaf. Dit kan leiden tot extra controle-inspanningen die van invloed zijn op de middelen en formatie binnen de organisatie. Variant 3 Verantwoording gericht op de bredere bedrijfsvoering, zogenaamde In Control Statement In de gedachte van een verdere optimalisatie van de bedrijfsvoering en interne beheersing kan het een logische stap zijn om over het gehele functioneren van de organisatie een “In Control Statement” af te geven. Dit gaat verder dan de financiële rechtmatigheidsverantwoording en zegt ook iets over het functioneren van de interne bedrijfsvoering en betrouwbaarheid van (risicomanagement)processen en ICT-systemen. Ambitieniveau Veiligheidsregio Zuid Limburg (hierna ‘VRZL’): Wij adviseren het bestuur om op dit moment in te stemmen met variant 1, waarmee aan de wettelijke norm wordt voldaan. Een mogelijke doorontwikkeling naar variant 2 en/of 3 kan in de toekomst vorm worden gegeven indien het DB dat wenselijk acht. 1.2DOEL VAN HET PLAN Het doel van het plan is het DB te faciliteren bij het opstellen van een financiële rechtmatigheidsverantwoording waarbij gesteund wordt op de IC werkzaamheden. Deze IC werkzaamheden geven inzicht in de scope en de diepgang van de werkzaamheden. Daarnaast geeft het inzicht in welke processen en posten in de balans en de staat van baten en lasten onderdeel uitmaken van de IC. Het controleplan beschrijft de aanpak van IC en de doorontwikkeling hiervan. Om de IC op een gestructureerde en uniforme wijze uit te voeren wordt een werkprogramma opgesteld. Een werkprogramma bestaat uit de volgende onderdelen: De controledoelstelling Wet en regelgeving die van toepassing is Bevindingen en aanbevelingen uit voorgaande perioden Een risicoanalyse om de risico’s en beheersmaatregelen te identificeren en te beoordelen Beschrijving van de werkzaamheden Van alle materiële processen zijn procesbeschrijvingen opgesteld inclusief processchema’s. Deze procesbeschrijvingen worden jaarlijks geactualiseerd. 1.3WAAROM INTERNE CONTROLE? De IC heeft enerzijds een toezichtfunctie met als doel het tijdig opsporen en corrigeren van onvolkomenheden in de uitvoering van (financiële) processen. Anderzijds biedt de IC een kans op het treffen van preventieve maatregelen om onvolkomenheden in de toekomst te voorkomen. Hierbij gaat het om een doorontwikkeling waarbij processen voortdurend verbeteren. 2KADER INTERNE CONTROLE 2.1WETTELIJK KADER Tijdens de IC moet worden vastgesteld dat de baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand komen. Voor een goede uitvoering is het belangrijk dat de geldende wet- en regelgeving duidelijk vast ligt. Het wettelijke kader voor de IC is geregeld in zowel externe kaders als in het interne kader. Het interne kader betreft onder andere: de controleverordening, het controleprotocol en de financiële verordening. Naast het uitvoeren van de interne controle is het noodzakelijk dat periodiek de bestaande wet- en regelgeving (inclusief interne besluiten, mandaten, verordeningen, etc.) getoetst wordt. Met de screening wordt bewerkstelligd dat de interne regelingen en processen in overeenstemming zijn met de wetgeving en interne besluiten. De betreffende afdelingshoofden zijn daarmee ook verantwoordelijk voor het (laten) aanpassen van regelingen en interne processen. 2.2REIKWIJDTE VAN INTERNE CONTROLE De interne controle ziet toe op de financiële rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties. Voor uitvoering van de controle wordt jaarlijks door de commissie BBV een kadernota rechtmatigheid uitgegeven. Hierin worden negen aspecten van rechtmatigheid onderscheiden. Zes criteria worden afgedekt door het getrouwe beeld en hoeven om deze reden niet afzonderlijk vermeld en getoetst te worden in de rechtmatigheidsverantwoording. De eerste zes criteria maken wel onderdeel uit van de reguliere jaarrekeningcontrole. Het onderstaande schema laat zien dat rechtmatigheid in essentie in 3 onderdelen uiteen valt (t.w. begrotingscriterium, voorwaardecriterium en misbruik en oneigenlijk gebruik): 2.2.1Begrotingscriterium Het begrotingscriterium ziet toe op het respecteren van het budgetrecht van de het Algemeen Bestuur (hierna: AB). Daartoe wordt getoetst of begrotingsafwijkingen en met name overschrijdingen door het AB zijn geautoriseerd. Deze moeten tijdig, en in elk geval in het begrotingsjaar zelf, aan het AB worden voorgelegd. Als een wijziging niet meer in het jaar zelf is voorgelegd zijn bestedingen boven het begrotingsbedrag strikt genomen onrechtmatig, maar de IC (en de externe accountant) kijkt per geval in hoeverre er daadwerkelijk sprake is van een onrechtmatigheid die meeweegt in het oordeel van de accountant. 2.2.2Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheerhandelingen. Voor de rechtmatigheidscontrole zijn met name de gestelde voorwaarden, die betrekking hebben op recht (heeft de ontvanger wel recht op de vergoeding), hoogte (klopt het bedrag, is de berekening juist) en duur (zijn de juiste termijnen in acht genomen) van belang. Een voorbeeld van het niet naleven van het voorwaarden criterium is het ten onrechte niet Europees aanbesteden van een opdracht. 2.2.3Misbruik en Oneigenlijk gebruik Daarnaast speelt het misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium een belangrijke rol. Misbruik kan gelijk worden gesteld met het plegen van fraude om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen en is dan ook onrechtmatig. Bij oneigenlijk gebruik is feitelijk gehandeld in overeenstemming met wet- en regelgeving, maar is dit in strijd met het doel en de strekking van de wet- en regelgeving. Daarmee zijn dergelijke handelingen niet onrechtmatig. 2.3CONTROLE KADERS 2.3.1Kadernota rechtmatigheid In deze paragraaf wordt de kadernota rechtmatigheid besproken, die als uitgangspunt dient voor de rechtmatigheidscontrole binnen de VRZL. Deze nota is opgesteld door de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en stelt vast hoe het begrip ‘rechtmatigheid’ moet worden geïnterpreteerd en toegepast in de financiële verantwoording. Er worden negen aspecten van rechtmatigheid onderscheiden, waarbij met name aandacht wordt besteed aan drie kerncriteria: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium, en het misbruik- en oneigenlijk-gebruik-criterium. De controle is gericht op de naleving van wet- en regelgeving bij financiële beheerhandelingen, zodat overschrijdingen en afwijkingen vroegtijdig worden gesignaleerd en hersteld. De kadernota rechtmatigheid fungeert daarmee als toetsingskader voor de interne controleprocessen binnen de VRZL. 2.3.2Normenkader van de VRZL Het normenkader van de VRZL is een cruciaal instrument voor het toetsen van de naleving van wet- en regelgeving. Dit normenkader bevat de regels en richtlijnen waartegen financiële beheerhandelingen worden getoetst. Het omvat onder andere voorschriften op het gebied van inkoop, aanbesteding, en contractbeheer. Dit normenkader wordt opgesteld of geactualiseerd door de organisatie zelf en moet worden goedgekeurd door het Algemeen Bestuur (AB). Het zorgt ervoor dat alle handelingen binnen de VRZL op uniforme wijze worden beoordeeld en gecontroleerd, waarbij afwijkingen direct kunnen worden geïdentificeerd en aangepakt. Daarnaast wordt in deze paragraaf verwezen naar het Gemeenschappelijk toezichtkader (GTK) 2022 voor gemeenschappelijke regelingen, dat aanvullend toezicht biedt om te waarborgen dat de VRZL haar taken uitvoert in lijn met de geldende wet- en regelgeving. Het GTK 2022 stelt richtlijnen op voor de manier waarop deze interne controles moeten worden uitgevoerd en hoe de rechtmatigheid en doelmatigheid van handelingen worden gewaarborgd. 2.3.3Goedkeuringstolerantie De goedkeuringstolerantie verwijst naar de marges waarbinnen fouten of onzekerheden in de jaarrekening nog acceptabel worden geacht zonder dat dit leidt tot een afkeurend oordeel van de accountant. Deze marges zijn gebaseerd op de totale lasten van de organisatie, inclusief dotaties aan reserves, en worden vastgesteld op basis van de begroting. De VRZL hanteert de volgende toleranties bij de beoordeling van de jaarrekening: Goedkeuringstolerantie Strekking accountantsverklaring: Goedkeurend Beperking Oordeelonthouding Afkeurend Fouten in de jaarrekening (% lasten) ≤ 1% > 1% < 3% – ≥ 3% Onzekerheden in de controle (% van lasten) ≤ 3% > 3% < 10% ≥ 10% – 2.4SAMENHANG EXTERNE ACCOUNTANTSCONTROLE De uitkomsten van IC dienen als basis voor verdere doorontwikkeling van de bedrijfsvoering. Verder dienen deze uitkomsten als hulpmiddel voor de externe accountant bij de controle van de jaarrekening. Het concept van dit controleplan is daarom ook afgestemd met de accountant. 3AANPAK INTERNE CONTROLE Om tot een beheerst (financieel) risicomanagementproces te komen, dient een aantal stappen gevolgd te worden. De eerste stap is het in kaart brengen van de risico’s die een directe financiële impact hebben op zowel de in- als uitgaande geldstromen als de daarmee samenhangende verantwoordingen. Hiervoor heeft in samenwerking met betrokken en verantwoordelijke medewerkers (de zogenaamde ‘risico-eigenaren’) een aantal sessies plaatsgevonden waarbij de risico’s zijn geïdentificeerd en geclassificeerd. Bij deze classificatie is met name gelet op de kans dat een risico zich voordoet en wat de potentiële impact is op de organisatie en het realiseren van de doelstellingen. Stap twee is het beoordelen in hoeverre bestaande beheersingsmaatregelen en bijbehorende processen deze risico’s verder mitigeren. Dit proces dient jaarlijks herhaald te worden (conform PDCA-cyclus) om te toetsen in hoeverre de risicoanalyse nog actueel is (bijvoorbeeld als gevolg van nieuwe/gewijzigde wet- en regelgeving en verordeningen). 3.1RISICOBEREIDHEID Het vaststellen en monitoren van de risicobereidheid stelt het DB in staat om op een verantwoorde en beheerste wijze risico’s te nemen. Voor het borgen van een integere en beheerste bedrijfsvoering is het van belang dat bij het nastreven van de doelstellingen de risicobereidheid niet wordt overschreden. Het vaststellen van de risicobereidheid is een essentieel onderdeel van integraal risicomanagement. De risicobereidheid is het startpunt van het risicomanagement proces. Wanneer risico’s ingrijpende impact kunnen hebben en deze de risicobereidheid (dreigen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.