Participatieverordening gemeente Borsele 2025De gemeenteraad van de gemeente Borsele; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 mei 2025, D25.664517; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2, 10.8 van het Omgevingsbesluit; besluit vast te stellen de volgende verordening: ‘Participatieverordening gemeente Borsele 2025’ Hoofdstuk1- Inleidende bepalingen Artikel1.1Onderwerp verordening Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid, plannen en projecten en de rol van de bestuursorganen in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties of andere betrokkenen. Artikel1.2Definities In deze verordening verstaan we onder: beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren; bestuursorgaan/de gemeente: het bestuursorgaan dat bevoegd is; afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is de gemeenteraad, het college of de burgemeester; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele; inspraak: de mogelijkheid die de gemeente aan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet; inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet; inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid; maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités (sociale ondernemingen of ondernemingen zonder winstoogmerk of ondernemingen die geen winst uitkeren) en andere organisaties (die een collectief vormen en) die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente; ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten; overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen; participatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonersparticipatie en overheidsparticipatie begrepen; uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Hoofdstuk2- Kaders en uitgangspunten Artikel2.1Doelstelling Het doel van deze verordening is om: duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is. de samenwerking tussen de gemeente enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken; de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten; de samenwerking tussen gemeente en inwoners en andere belanghebbenden binnen de gemeente te versterken en helderheid te creëren over de rolverdeling. Artikel2.2Reikwijdte 1.De gemeente besluit ten aanzien van haar eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2.Participatie en/of inspraak wordt in beginsel toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in aanzienlijke mate geraakt zullen worden door het betreffende beleid, ofwel wanneer te verwachten is dat inwoners en andere belanghebbenden over relevante kennis of inzichten beschikken die van waarde zijn bij de ontwikkeling van het beleid. 3.De gemeente past bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, deze verordening toe. Daarbij neemt de gemeente de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht. 4.Er vindt geen participatie plaats als: het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat; participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij de gemeente geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; het om interne (organisatorische) aangelegenheden van de gemeente gaat; het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de Gemeentewet gaat. 5.Participatie, inspraak en uitdaagrecht zijn er voor inwoners en andere belanghebbenden die lokaal actief zijn of een lokaal belang hebben. 6.Indien een uitzonderingsgrond uit het vierde lid wordt toegepast, wordt dit bij de besluitvorming toegelicht. Artikel2.3Zorgplicht gemeente De gemeente zorgt ervoor dat: inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken; inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn; voor het proces van participatie de benodigde stukken openbaar zijn; tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is; het proces van participatie zorgvuldig verloopt; duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie; na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming. Hoofdstuk3- Inwonersparticipatie Artikel3.1Plan voor inwonersparticipatie 1.De gemeente stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde participatienota ‘Samen Denken, Samen Doen’, een plan met het proces en de planning van de participatie op. 2.Het plan bevat in elk geval: een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt. de vorm van participatie, waarbij de gemeente een keuze maakt uit: informeren: inwoners en maatschappelijke partijen krijgen informatie; inspraak: inwoners en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven; adviseren: de gemeente gaat in gesprek met inwoners en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit; coproduceren: de gemeente maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover; meebeslissen: de gemeente maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en zij besluiten daar samen over; beslissen: de gemeente maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en de inwoners en maatschappelijke partijen besluiten daarover; 3.De gemeente maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze. 4.Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de inrichting van het proces aan te passen, zorgt de gemeente ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd. 5.Bij participatie waarbij de gemeenteraad bevoegd gezag is informeert het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad zo snel mogelijk over het voorgestelde participatieproces. 6.De gemeente kan voor specifieke beleidsterreinen andere regelingen treffen. Artikel3.2Inspraak Als de gemeente in het kader van inwonersparticipatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt. Artikel3.3Ondersteuning participatie 1.De gemeente zorgt voor ondersteuning van degene die aan participatie wil deelnemen of een verzoek om participatie wil indienen of heeft ingediend. 2.De gemeente zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd. Artikel3.4Eindverslag inwonersparticipatie 1.Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt de gemeente een eindverslag op en maakt dit binnen vier weken openbaar. 2.Het eindverslag bevat in elk geval: een beschrijving van het proces dat is gevolgd; de uitkomsten van het proces; een reactie op die uitkomsten waarbij beargumenteerd is aangegeven of en zo ja hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; een evaluatie van het proces dat is gevolgd. 3.De gemeenteraad ontvangt het eindverslag indien de participatie een raadsbesluit betreft. Hoofdstuk4– Overheidsparticipatie Artikel4.1Verzoek om overheidsparticipatie 1.Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij de gemeente een verzoek om overheidsparticipatie indienen. 2.Het verzoek bevat: een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft; de reden dat de indiener het verzoek indient; het resultaat dat de indiener beoogt.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.