Verordening tot beperking drankverstrekking 2002De Raad van de gemeente Dantumadeel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 december 2001; gelet op artikel 23 van de Drank- en Horecawet en 149 en 174 van de Gemeentewet; gehoord de inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid; b e s I u i t e n ; vast te stellen het volgende: verordening tot beperking drankverstrekking 2002 HOOFDSTUK 1 BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1.1 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Drank- en Horecawet; horecabedrijf: een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de wet; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet; lokaliteit; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet; verlofbedrijf: een bedrijf waar bedrijfsmatig alcoholvrije drank wordt verstrekt; verlofhouder: degene op wiens naam het verlof is gesteld om het verlofbedrijf te mogen uitoefenen; alcoholhoudende drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet; sterke drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet; zwakalcoholhoudende drank: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, lid 1 van de wet; 2. Artikel 1 van de Drank- en Horecawet is van overeenkomstige toepassing op de niet op die wet steunende bepalingen van deze verordening. HOOFDSTUK 2 VERSTREKKING ALCOHOLHOUDENDE DRANK Artikel 2.1 Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in inrichtingen: welke deel uitmaken van een gebouw waar - of waarvan een onderdeel -uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren worden verkocht; die gelegen is op een kampeer- of caravanterrein; die gelegen is op het terrein van een bungalowpark. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in inrichtingen welke deel uitmaken van een gebouw dat -of waarvan een onderdeel- uitsluitend of in hoofdzaak: onderwijs wordt gegeven; in gebruik is bij jeugdorganisaties of -instellingen; in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen; in gebruik is bij instellingen op het terrein van de gezondheidszorg. Artikel 2.2 Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse te verstrekken in een inrichting als bedoeld in artikel 2.1. Artikel 2.3 De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de verboden, gesteld in de artikelen 2.1 en 2.2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend; aan een ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden; een ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. HOOFDSTUK 3 HET VERSTREKKEN VAN ALCOHOLVRIJEDRANK Artikel 3.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder alcoholvrije drank mede verstaan de drank, die bij een temperatuur van 20 graden Celsius voor minder dan een half volume-procent uit alcohol bestaat. Artikel 3.2 Het is verboden zonder verlof van de burgemeester in een besloten ruimte bedrijfsmatig alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken. Dit verbod geldt niet: indien wordt gehandeld krachtens een vergunning ingevolge de Wet tot het uitoefenen van een horecabedrijf; indien deze verstrekking geschiedt als dienstverlening van bijkomstige aard aan personen die in de besloten ruimte vertoeven anders dan voor het gebruiken van consumpties; voor vervoermiddelen die bestemd zijn voor het vervoer van personen tijdens hun gebruik als zodanig; voor legerplaatsen en lokaliteiten, aan het militair gezag onderworpen, ge-durende de tijd dat deze uitsluitend voor militaire doeleinden worden gebruikt. Artikel 3.3 Het verlof geldt uitsluitend voor een of meer in het verlof vermelde lokaliteiten. Artikel 3.4 Voor het verkrijgen van een verlof moet(en)de leidinggevende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.