HANDBOEK. Nadere procedurele en uitvoeringsregels kabels en leidingen gemeente Hilversum HANDBOEK voor het leggen, hebben, onderhouden en verwijderen van KABELS & LEIDINGEN “Nadere procedurele en uitvoeringsregels kabels en leidingen gemeente Hilversum“ Inhoud
(1)een werk van algemeen belang dat geen werk of activiteit is als bedoeld in de artikelen 10.13 tot en met 10.19a als het belang van de openbare veiligheid, het belang van het beschermen van de fysieke leefomgeving, zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen. 1.2 Reikwijdte Deze nadere regels vormen een uitwerking van artikel 2.1 lid 7, artikel 2.2 lid 2, artikel 2.5 lid 5, artikel 3.1 lid 4 artikel 3.2 lid 2, artikel 4.2 lid 3 van de Leidingverordening en van artikel 4 lid 2 en artikel 7 lid 2 de Telecommunicatieverordening van de gemeente Hilversum 1.3 Afwijken van gestelde normen en voorschriften Afwijking van gestelde normen en voorschriften is enkel mogelijk na goedkeuring van het college. 1.4 Werkzaamheden van niet ingrijpende aard 1. Voor werkzaamheden die dusdanig beperkt zijn dat op grond van artikel 2.1 derde lid van de Leidingverordening of artikel 2 lid 4 van de Telecommunicatieverordening van de gemeente Hilversum geen vergunning of instemmingsbesluit noodzakelijk is, kan worden volstaan met een melding aan het college. Het betreft de volgende werkzaamheden in of op openbare gronden: a. het aanbrengen of verwijderen van kabels of leidingen in reeds aanwezige voorzieningen, zonder dat er een sleuf wordt gegraven; b. werkzaamheden aan kabels of leidingen over een lengte van minder dan 15 meter, gerekend met een maximale sleufbreedte van 0,60 meter; c. het maken van huisaansluitingen, waaronder tijdelijke aansluitingen, met een gezamenlijke lengte van minder dan 15 meter. 2. Met een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan niet worden volstaan: a. bij werkzaamheden die langer duren dan een dag; b. wanneer wegen en/of waterwegen worden gekruist; c. bij boringen of persingen; d. bij het aanbrengen dan wel vervangen van bovengrondse voorzieningen zoals transformator-, schakel- en verdeelstations (versterkers); e. bij de aanleg van meerdere huisaansluitingen op één melding; 2. Aanvraag of melding 2.1Wijze van indiening 1. Een aanvraag of melding wordt langs elektronische weg ingediend via het door de gemeente gehanteerde meldsysteem. 2. Een aanvrager kan de gegevens en bescheiden enkel op schriftelijke wijze, via e-mail, verstrekken, voor zover het college daarvoor toestemming heeft gegeven. 2.2 Gegevensverstrekking bij een aanvraag of melding 1. Een aanvraag of melding bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de naam, het adres, de contactgegevens en het factuuradres van de netbeheerder; b. het ACM-registratienummer, wanneer de aanvrager of melder een aanbieder betreft; c. het KvK-nummer en het KvK-vestigingsnummer; d. het adres, de kadastrale aanduiding dan wel de ligging van het project; e. een omschrijving van de aard en omvang van het project; f. een omschrijving van de aard van de verharding (tegels, klinkers, asfalt, sierbestrating, groen, berm/gazon); g. indien het een kabel ten behoeve van telecommunicatie betreft: een melding of het een openbaar netwerk of een niet openbaar netwerk betreft; h. indien de aanvraag of melding door een gemachtigde wordt ingediend, tevens: de naam, het adres en de contactgegevens van degene namens wie de aanvraag of melding wordt ingediend, alsmede een afschrift van de machtiging; i. indien het project wordt uitgevoerd door een ander dan de aanvrager of melder: de naam, het adres en de contactgegevens van de uitvoerder; j. indien de werkzaamheden plaatsvinden op een locatie waar reeds kabels of leidingen van andere netbeheerders zijn aangelegd: een of meer verslagen waaruit overeenstemming tussen de aanvrager en de andere netbeheerder(
- s)blijkt over de voorgenomen werkzaamheden; k. indien de werkzaamheden plaatsvinden op een locatie waar bomen aanwezig zijn: een of meer verslagen waaruit overeenstemming tussen de aanvrager en de boombeheerder blijkt over de voorgenomen werkzaamheden; l. de aanvrager levert op verzoek van het college een oriëntatieverzoek, de resultaten van het overleg tussen de aanvrager en de andere grondeigenaren of grondbeheerders aan, indien het college dit noodzakelijk acht voor de besluitvorming. 2. Degene die een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard indient, motiveert, mede aan de hand van een tekening, onder welke van de categorieën werkzaamheden als benoemd in artikel 1.5 eerste lid, zijn werkzaamheden vallen. 3. Bij de aanvraag van een instemmingsbesluit of een vergunning worden naast de in het eerste lid genoemde gegevens door de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. voor werkzaamheden in bestaand gebied: één of meer tekeningen van het gewenste tracé, ingetekend op schaal, waarop de positionering van het tracé ten opzichte van de omgeving duidelijk zichtbaar is. De tekeningen moeten voldoen aan de volgende eisen: • de tekeningen zijn voorzien van een tekeninghoofd met een unieke referentie en voorzien van versiebeheer met datum; • de tekeningen zijn voorzien van een noordpijl; • de maatvoering van het geplande tracé is eenduidig en volledig aangegeven ten opzichte van vaste punten in de omgeving; • het aantal kabels en leidingen is aangegeven inclusief materiaalsoorten, lengtes en diameters van de leidingen; • objecten in de openbare ruimte zoals bomen, banken, openbare verlichting etc., die van invloed kunnen zijn op het tracé en/of de uit te voeren werkzaamheden, dienen aangegeven te worden op de tekeningen; • tekeningen van de kabels en leidingen in de kwetsbare boomzone, een werkplan bomen en een boombeschermingsplan. b. Voor aanvragen waarbij tracés in de kwetsbare boomzone van bomen worden gelegd, geldt naast het beleid zoals omschreven in het Handboek Bomen ook een verplicht vooroverleg met de boombeheerder over het werkplan bomen en het boombeschermingsplan. c. Voor gebieden die in ontwikkeling zijn bevatten de tekeningen daarnaast: • de begrenzing van het plangebied, inclusief indeling van het te ontwikkelen gebied; • maatvoering ten opzichte van toekomstige vaste punten. d. De door de netbeheerder verkregen gebiedsinformatie naar aanleiding van een oriëntatieverzoek of een graafmelding. 4. Naar aanleiding van de aanvraag tot het verlenen van een instemmingsbesluit of een vergunning kan door het college een werkplan of een onderdeel daarvan worden verlangd. Wanneer bij de werkzaamheden gebruik wordt gemaakt van een boring of persing is een werkplan verplicht. Het werkplan bestaat uit: a. een tekening van de indeling van het werkterrein; b. een tekening van de plaats van de op te stellen apparatuur en voertuigen; c. een tekening van de plaats waar de leiding(
- en)wordt uitgelegd; d. een beschrijving van de wijze van aan- en afvoer van materiaal; e. een verkeersplan conform CROW 96b; f. een boorplan; g. een communicatieplan; h. een bereikbaarheidsplan. 5. Uiterlijk twee weken voorafgaande aan de uitvoering van de werkzaamheden worden de omwonenden of belanghebbenden door de netbeheerder door middel van een huis-aan-huisbericht op de hoogte gebracht van de uit te voeren werkzaamheden. Deze brief bevat tenminste de navolgende informatie: • de datum van aanvang van de werkzaamheden; • de duur van de werkzaamheden; • een telefonisch te bereiken contactpersoon. 2.3 Spoedeisende werkzaamheden 1. Bij spoedeisende werkzaamheden als gevolg van een calamiteit die noodzakelijk zijn om persoonlijk letsel of grote schade te voorkomen, of als gevolg van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening als bedoeld in artikel 2.1 vijfde lid van de Leidingverordening Hilversum of artikel 3 van de Telecommunicatieverordening, zijn de artikelen 2.1 en 2.2 niet van toepassing. 2. Werkzaamheden in verband met calamiteiten of ernstige belemmeringen of storingen waarbij de openbare orde, veiligheid of gezondheid gevaar lopen dienen te allen tijde onverwijld gemeld te worden aan de meldkamer van de hulpdiensten