← Nederland

Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie Doesburg 2025 (Doesburg)

Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie Doesburg 2025 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg besluit vast te stellen de volgende: Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie Doesburg 2025 Artikel1Begripsbepalingen In deze beleidsregels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg; eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, tijd en middelen van het kind en/of de ouder(

  1. s)om zelf of met personen uit het sociaal netwerk de opgroei- en/of opvoedingsproblemen op te lossen; gebruikelijke hulp: ondersteuning die partners, ouders, inwonende kinderen en andere huisgenoten naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid geacht worden te kunnen bieden. Ook de zorgplicht van een ouder, waarbij een kind niet het hoofdverblijf heeft en op wiens adres een kind niet staat ingeschreven, behoort tot de gebruikelijke hulp en eindigt niet bij een echtscheiding of beëindiging van de relatie; kind: een in de gemeente Doesburg woonachtig kind in de leeftijd van 0 tot 12 jaar; kinderopvang: in het LRK geregistreerde kinderopvang (dagopvang, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang) of gastouderopvang gesitueerd in de gemeente Doesburg waar kinderen van 0 tot 12 jaar worden opgevangen; LRK: het Landelijk Register Kinderopvang waarin de kinderopvangvoorzieningen staan geregistreerd; onderzoek: het door de team Jeugd of Wmo verzamelen van alle van belang zijnde en toegankelijke gegevens over het kind, de ouder en de gezinssituatie om te beoordelen of SMI noodzakelijk is; ouder: de in de gemeente Doesburg ingeschreven en woonachtige gezaghebbende ouder(
  2. s)of verzorger(
  3. s)van een kind die voldoen aan de begripsbepaling in de Wet Kinderopvang. plan van aanpak: document waarin de bevindingen ten aanzien van de situatie in het gezin staan vastgelegd en waarin de maatregelen met als doel de knelpunten bij het kind of ouder op te lossen of te verminderen zijn omschreven; SMI: een Sociaal Medische Indicatie voor kinderopvang die recht geeft op een vergoeding van de kosten voor kinderopvang op basis van sociaal-medische gronden; veiligheidsplan: document waarin de afspraken staan die nodig zijn om de veiligheid te herstellen in de thuissituatie. Alle gezinsleden dienen zich hieraan te houden. Deze afspraken zorgen ervoor dat het thuis weer veilig wordt en blijft. voorliggende voorziening: andere wetten of regelingen waarop de ouder een beroep kan doen voordat aanspraak kan worden gemaakt op de vergoeding op grond van SMI, zoals kinderopvangtoeslag of voorzieningen vanuit de wet maatschappelijke ondersteuning; Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet Kinderopvang. Artikel2Doel regeling Het doel van deze regeling is dat kinderen ondersteund worden die als gevolg van de thuissituatie een ontwikkelingsachterstand dreigen op te lopen. Kinderopvang via SMI kan voor ouders een tijdelijke oplossing bieden om hen te ontlasten en de ontwikkeling van het kind niet te schaden. De kinderopvang maakt dan ook onderdeel uit van het plan van aanpak. De SMI is een tijdelijke regeling, waarbij van de ouder wordt verwacht dat zij al het mogelijke doen om de periode waarin noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo kort mogelijk te laten zijn. Artikel3Doelgroep SMI Deze regeling is van toepassing op de ouder van een kind, vanaf 0 jaar tot het moment waarop het basisonderwijs voor dit kind eindigt: die volgens de Basisregistratie Personen (BRP) woonachtig is in de gemeente Doesburg en waarbij is vastgesteld dat ten behoeve van de ouder en/of het kind op grond van een SMI tijdelijk kinderopvang noodzakelijk is en als er sprake is van een vreemdeling: rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000. Artikel4Noodzaak en voorrang 1.Het college kan een SMI toekennen, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de opvang van het kind is noodzakelijk als gevolg van een lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke en/of psychische beperking bij de betrokken ouder, waardoor de ouder niet in staat is voor het kind te zorgen en een veilige (cognitieve, sociale, emotionele en lichamelijke) ontwikkeling van het kind wordt bedreigd; de opvang van het kind is noodzakelijk in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van dat kind en de ouder is niet in staat om met gebruikelijke hulp en/of op eigen kracht in kinderopvang voor hun kind te voorzien én de mogelijkheden hiervoor voldoende zijn onderzocht; er sprake is van een crisissituatie waardoor de ouder tijdelijk niet alleen in staat is de verzorging van het kind op zich te nemen waardoor zonder kinderopvang een ernstige ontwikkelingsachterstand dreigt te ontstaan bij het desbetreffende kind; er is vastgesteld dat de veiligheid van het kind in het geding is; er geen voorliggende voorzieningen zijn waar de ouder (deels) een beroep op kan doen, zoals peuterspeelzalen (inclusief VVE) of passend onderwijs; een SMI de goedkoopst adequate oplossing is; 2.Een SMI geeft voorrang op de wachtlijst van de kinderopvang. Artikel5Aanvraag 1.De aanvraag voor een SMI wordt ingediend bij het college middels het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier, met gevraagde bewijsstukken. Als de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag medeondertekend door de partner. De ouder(
  4. s)verstrekt op verzoek, en uit eigen beweging, binnen door het college gestelde termijn, aan het college alle gegevens en inlichtingen van hem/haar en zijn/haar partner die voor de aanspraak op de SMI van belang kunnen zijn. 2.Het college neemt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit, tenzij de aanvraag niet volledig is of nader onderzoek vereist is. Artikel6Onderzoek 1.De noodzaak tot kinderopvang op grond van een SMI wordt vastgesteld middels een onderzoek door een medewerker van het team Wmo of Jeugd. Naar aanleiding van een aanvraag zoals bedoeld in artikel 4, wordt de situatie integraal bekeken. Een gesprek tussen de ouder(
  5. s)en een medewerker van het team Wmo of Jeugd maakt onderdeel uit van het onderzoek. 2.Het college kan aan een externe partij sociaal/medisch advies vragen als het college dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag voor een SMI. Artikel7Indicatie 1.Het college kan een SMI toekennen als voldaan wordt aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 en vallende onder de doelgroep zoals bedoeld in artikel 3. 2.De indicatie heeft een geldigheidsduur van maximaal zes maanden, tenzij het college van oordeel is dat bij verlening de duur van zes maanden onvoldoende is. In dat geval kan een indicatie van maximaal twaalf maanden worden afgegeven. 3.Onderdeel van de indicatie is het plan van aanpak dat in samenspraak met de ouder wordt opgesteld, waarin afspraken en acties zijn vastgelegd zodat het gezin in de toekomst niet langer afhankelijk is van de SMI. In het geval van onveiligheid wordt er ook een veiligheidsplan opgesteld. 4.Ingangsdatum indicatie; De indicatie wordt niet eerder toegekend dan met ingang van de datum van de verzending van het besluit tot toekenning. Een vergoeding kan niet met terugwerkende kracht worden toegekend. In bijzondere situaties kan de vergoeding worden toegekend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de vergoeding door het college in ontvangst is genomen, danwel een andere datum gelegen tussen het moment van aanvragen en het moment van toekennen. Als op de datum bedoeld onder a. nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de vergoeding verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. 5.De SMI wordt slechts verleend voor het aantal uren/dagdelen per week en de periode waarvoor de inzet van de kinderopvang naar het oordeel van het college noodzakelijk is. 6.Een SMI kan aanvullend worden verleend op een voorliggende voorziening/voorliggende voorzieningen, wanneer enkel de inzet van de voorliggende voorzieningen volgens het college niet voldoende is. 7.Het verlengen van een SMI is mogelijk met maximaal zes maanden als de noodzaak daarvoor is vastgesteld door het college. Artikel8Inhoud van de beschikking 1.De beschikking naar aanleiding van de aanvraag tot een SMI bevat in ieder geval; de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de SMI betrekking heeft; en daarnaast bij een toekenning: a. de naam en het adres van de kinderopvang, buitenschoolse opvang of gastouder, de periode en de omvang van de kinderopvang per week waarvoor de SMI wordt verleend en de hoogte van de vergoeding en daarnaast bij een afwijzing: de reden van afwijzing van de SMI. Artikel9Hoogte en betaling van de vergoeding 1.De gemeente betaalt maandelijks achteraf rechtstreeks aan de aanbieder van de kinderopvang de geleverde opvanguren tegen het t.t.v. de opvang geldende tarief van de betreffende aanbieder. De aanbieder declareert aan het einde van de maand de kosten middels een factuur aan de gemeente. 2.De ouder betaalt geen eigen bijdrage voor de kinderopvang op grond van een SMI. Artikel10Weigeringsgronden Het college wijst de aanvraag af als: Een ouder niet behoort tot de doelgroep zoals genoemd in artikel 3 of niet voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4. De ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de hulpvraag kan wegnemen. Een ouder gebruik kan maken van een of meerdere adequate voorliggende voorzieningen zoals een VE-indicatie of kinderopvangtoeslag en daarmee de hulpvraag wordt weggenomen. De kinderopvang, buitenschoolse opvang of gastouder niet geregistreerd staat in het LRK en niet in gemeente Doesburg gevestigd is. De ouder niet meewerkt aan het opstellen van een plan van aanpak en/of weigert het plan van aanpak te ondertekenen. De ouder niet meewerkt of aangeeft niet mee te gaan werken aan vooraf afgesproken behandeltrajecten, zoals genoemd in het plan van aanpak. De ouder niet meewerkt aan een onafhankelijk sociaal/medisch onderzoek of het uitbrengen van het daarbij behorende advies als bedoeld in artikel 6 lid 2. Dit kan betrekking hebben op een onderzoek naar de ouder of een onderzoek naar het kind. Blijkt dat de ouder bij een eerdere toekenning SMI geen of onvoldoende inspanningen heeft verricht om niet langer gebruik te hoeven maken van de kinderopvang of de omvang van het gebruik te verminderen. De ouder niet voldoet aan de medewerkingsverplichting, oftewel alle bij hem bekende informatie verstrekt en/of op verzoek van het college verstrekt om te komen tot een besluit. Artikel11Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1.De ouder doet aan het college op verzoek of uit eigen beweging mededelingen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van het besluit als bedoeld in artikel 7. 2.Het college kan het besluit als bedoeld in artikel 7 beëindigen, herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat; de ouder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de ouder niet langer aangewezen is op een SMI; de SMI niet meer toereikend is te achten; de ouder niet (meer) voldoet aan de voorwaarden verbonden aan de SMI; de opvang waarvoor de ouder een SMI heeft aangevraagd, niet of niet geheel plaatsvindt. de ouder verzoekt om beëindiging van de SMI; de ouder niet meewerkt aan tussentijdse evaluaties of zich niet aan de afspraken houdt zoals is vastgelegd in het plan van aanpak. de ouder niet voldoet aan lid 1 van dit artikel. Artikel12Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels als toepassing van de beleidsregels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel13Inwerkingtreding, intrekking en citeertitel 1.Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van de bekendmaking hiervan in het Elektronisch Gemeenteblad. 2.Met de inwerkingtreding van deze Beleidsregels worden de Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie Doesburg 2024, vastgesteld op 5 maart 2024, ingetrokken. 3.Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: Beleidsregels Sociaal Medische Indicatie Doesburg 2025. Aldus vastgesteld op 2 september 2025Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg,de burgenmeester, A.C. Hoflandde gemeentesecretaris, P. Werkman

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.