← Nederland

Bodemkwaliteitskaart 2024 (Noordoostpolder)

lege van burgemeester en wethouders is besloten: dat de geactualiseerde provinciebrede bodemkwaliteitskaart, versie SOB025368.RAP001, voor het beheergebied van de Noordoostpolder is vastgesteld. Ook i

hoofdstuk 4 voor de voorwaarden), kan de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt om de kwaliteit van de bodem aan te tonen in plaats van een bodemonderzoek. Doel van het aanpassen van de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten

(2019)is dat de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de huidige inrichting en toekomstige ontwikkelplannen op de kaart worden weergegeven. 1.3LEESWIJZER In hoofdstuk 2 staat beschreven hoe de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten
(2019)zijn aangepast. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de werkwijze en resultaten weergegeven van de actualisatie van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart
(2019)en de provincie-brede gebiedsspecifieke toepassingskaarten
(2019)(onder de Omgevingswet “toepassingskaart op basis van maatwerkregels” genoemd). Deze rapportage wordt afgesloten met een samenvatting en conclusies. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1. 1.4GEBRUIK BODEMFUNCTIEKLASSENKAARTEN, BODEMKWALITEITSKAARTEN EN TOEPASSINGSKAARTEN OP BASIS VAN MAATWERKREGELS
(2024)Met de geactualiseerde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten, de provincie-brede ontgravingskaarten en toepassingskaarten op basis van algemene regels (voorheen de generieke kaarten) worden de eerder bestuurlijk vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten
(2019), de generieke provincie-brede ontgravings- en toepassingskaarten
(2019)vervangen (bijlage 4 en de kaartbijlagen 1, 3 en 4 van de bodemkwaliteitskaart 2019). Met de geactualiseerde provincie-brede toepassingskaarten op basis van maatwerkregels (voorheen de gebiedsspecifieke kaarten) worden de provincie-brede gebiedsspecifieke toepassingskaarten (kaartbijlagen 5 van de bodemkwaliteitskaart 2019) vervangen. 2BODEMFUNCTIEKLASSENKAART Op de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten (

kaartbijlage 1) worden in overeenstemming met artikel 5.89p Besluit kwaliteit leefomgeving4 de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie', 'Wonen' en ‘Landbouw/natuur’ aangegeven. De gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten worden ook gebruikt voor: Het mede bepalen van de eisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (

ook § 3.7.4). De kwaliteitseis van de toe te passen grond wordt bepaald aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse én de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (

bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem op basis van algemene regels’). Het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen (artikel 4.1242 Besluit activiteiten leefomgeving5). De eerder vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten

(2019)zijn aangepast. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de huidige inrichting en toekomstige ontwikkelplannen weergegeven. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ vallen. Opgemerkt wordt dat kleinere/ dynamische elementen zoals bijvoorbeeld bermen en individueel aangewezen percelen uit bestemmingsplannen niet volledig op de kaart zijn afgebeeld. Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen BODEMFUNCTIEKLASSE GEBRUIKSVORM Industrie Rijkswegen en provinciale wegen inclusief de onverharde bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). Spoorwegen inclusief de onverharde bermen (tot maximaal 10 meter vanafde rand van de rails). Aangewezen gemeentelijke wegeninclusief de onverharde bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). (Toekomstige) industrie- en bedrijfsterreinen. Percelen in het buitengebied met de bestemming industrie/(landbouw)bedrijf. Rioolwaterzuiveringsinstallaties. Kassen in de gemeente Noordoostpolder. Wonen Overig bebouwd gebied niet vallende onder functie industrie. Grondgebonden woningen gelegen op industrieterreinen of op een landbouwbedrijf (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). Alle wegen inclusief de onverharde bermen in de bebouwde kom niet vallende onder de functie industrie. Recreatiewoningen. Percelen in het buitengebied met de bestemming wonen. Begraafplaatsen. Sportvelden en openbaar groen, zoals parken. Landbouw/natuur Agrarische gebieden. Volkstuin- en moestuincomplexen. Door de provincie en/of de gemeenten aangewezen natuurgebieden. BERMEN Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (

ook figuur 2.1): de erfgrens of; de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast. Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009). 3BODEMKWALITEITSKAART De eerder vastgestelde provincie-brede bodemkwaliteitskaart

(2019)is geactualiseerd volgens de Handreiking bodemkwaliteitskaarten
  1. Er is gewerkt volgens het in de Handreiking bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Handreiking bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Opstellen programma van eisen (§ 3.1). Stap 2: Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken (§ 3.2). Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking (§ 3.3). Stap 4: Indelen bodembeheergebied in deelgebieden (§ 3.2). Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (§ 3.4). Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie (§ 3.5). Stap 7: Vaststellen bodemkwaliteitszones. (§ 3.6). Stap 8: Opstellen kaartlagen (§ 3.7). 3.1STAP 1: PROGRAMMA VAN EISEN Voor deze provincie-brede bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: Het bodembeheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het gehele grondgebied van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. De bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld voor de landbodem voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. De volgende locaties en gebieden worden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: Algemeen Rijkswegen, spoorgebonden gronden inclusief de onverharde bermen (andere beheerorganisatie). Provinciale wegen inclusief de onverharde wegbermen binnen de bebouwde kom (andere beheerorganisatie). Wegen met teerhoudend asfalt granulaat (TAG). Spoorgebonden gronden (inclusief de Hanzelijn): een zone van maximaal 11 meter vanuit het hart van het spoor en om emplacementen en grond vallend onder Rail Infra trust en NS Vastgoed. Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron, zoals bijvoorbeeld: Locaties met een duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een chemische wasserij, een ontvettingsbad, een afleverzuil voor brandstof(fen) etc.. Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen2Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffenis dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende3Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. en verwerkende bedrijven4Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica., inzet blusschuim5Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). en secundaire bronnen6Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.). (Voormalige) stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (oud) of de Omgevingswet met uitzondering van de multifunctioneel gesaneerde locaties. De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. Waterbodems in beheer van de gemeenten. Overige waterbodems: ander bevoegd gezag Rijkswateren: Rijkswaterstaat, met uitzondering van de voormalige drogere oevergebieden7Het begrip “waterbodem” is onder de Omgevingswet anders gedefinieerd. Door in het begrip aan te sluiten bij de bevoegdheid voor het beheer van de waterkwaliteit bij het Rijk of het waterschap, zoals nader afgebakend in artikel 2.2 van de Omgevingsregeling, wordt duidelijk gemaakt dat de voormalige drogere oevergebieden niet tot de waterbodem behoren omdat het Rijk of het waterschap in de voormalige drogere oevergebieden niet het beheer van de waterkwaliteit verzorgen. De voormalige drogere oevergebieden worden tot de landbodem gerekend. die waren gedefinieerd en aangewezen in de Waterregeling
  2. Overige wateren in beheer van het Waterschap Zuiderzeeland. Het grondwater. Gemeente Lelystad De “Engie-Maxima-centrale” aan de IJsselmeerdijk. Het voormalige werkeiland Lelystad-Haven (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). De voormalige stortplaats aan de Bronsweg (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Gemeente Urk Oud Urk (geen tot zeer weinig meetgegevens beschikbaar). Natuurgebied Urkerweg (geen tot zeer weinig meetgegevens beschikbaar). De bodemkwaliteitskaart is geactualiseerd voor: Het standaard NEN5740 stoffenpakket: barium (

bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2 meter. De PFAS-verbindingen8Het betreft minimaal de 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019, inclusief GenX: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. (incl. GenX). Vanwege het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie8 moet in de te hergebruiken grond of baggerspecie de kwaliteit voor PFAS-verbindingen bekend zijn. Voor de PFAS-verbindingen in de bodemkwaliteitskaart zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1 meter diepte onderscheiden. Deze bodemlagen zijn verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van atmosferische depositie, uitspoeling van PFAS uit de bovenlaag naar de onderliggende bodemlaag en grondroering. De bodemkwaliteitskaart wordt gebaseerd op basis van de beschikbare gegevens uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek waarin de gemeenten hun bodemgegevens registreren en beheren. 3.2STAPPEN 2 EN 4: ONDERSCHEIDENDE GEBIEDSKENMERKEN EN INDELEN BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN De basis van deze provincie-brede bodemkwaliteitskaart is het identificeren van onderscheidende gebiedskenmerken. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie en het huidig gebruik wordt een deelgebiedenkaart gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Voor deze bodemkwaliteitskaart is in overleg met de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (namens de gemeenten) een indeling gemaakt voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte (aangeduid met codering ‘B’), de alleen voor PFAS-verbindingen gedefinieerde tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte; aangeduid met codering ‘T’) en de bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte (aangeduid met codering ‘O’). Ook is uitgegaan van de deelgebieden van de eerder opgestelde provincie- brede bodemkwaliteitskaart

(2019)3 (

ook de kaartbijlagen 2): B

  1. Overig bebouwd gebied en buitengebied provincie Flevoland. B
  2. Almere Poort. B
  3. Almere bedrijventerreinen. B
  4. Dronten – bebouwd gebied zandophoging. B
  5. Bermen gemeentelijke wegen NOP 1), bermen provinciale wegen 2) Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. B
  6. Bermen provinciale wegen 2) NOP. B
  7. Bermen provinciale weg 2) Oostvaardersdijk. B. PFAS bovengrond. T. PFAS tussenlaag. O
  8. Ondergrond provincie Flevoland. Codering ‘B’: bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Codering ‘T’: bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Codering ‘O’: bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte. B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B
  9. De grenzen van de provinciale wegen zijn voorzover mogelijk aangepast op basis van de kadastrale perceelsgrenzen. 3.3STAP 3: GEGEVENSVERZAMELING EN GEGEVENSBEWERKING 3.3.1SELECTEREN BESCHIKBARE GEGEVENS De gegevens voor deze provincie-brede bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek waarin de gemeenten hun bodemgegevens registreren en beheren. De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek heeft de voor de bodemkwaliteitskaart representatieve en nieuw beschikbaar gekomen bodemonderzoeken geselecteerd. In bijlage 2 staat een overzicht van de onderzoeken die voor de actualisatie van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart

(2019)zijn gebruikt. 3.3.2HET SAMENVOEGEN VAN PUNT- EN MENGMONSTERS De dataset voor deze provincie-brede bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens9. De resultaten laten

n dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen. 3.3.3HET VERVANGEN VAN WAARDEN BENEDEN DE DETECTIELIMIET Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wél waardevolle informatie voor de verwachte gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur wordt gebruikt. 3.3.4HET OPSPOREN VAN UITBIJTERS Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge of lage gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Voor de extreme gehalten is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters. 3.4STAP 5: CONTROLE INDELING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED 3.4.1AANTAL EN SPREIDING MEETGEGEVENS De Handreiking bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. Per beheergebied (het gebied waar de bodemkwaliteitskaart voor wordt opgesteld) moeten minimaal 30 PFAS- meetgegevens beschikbaar zijn per bodemlaag. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag volgens het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond10 ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt. Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 3.3.1), de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4), blijkt dat de onderscheiden deelgebieden ‘B

  1. Almere bedrijventerreinen’ en ‘B
  2. Dronten – Bebouwd gebied zandophoging’ niet voldoen aan de minimumeis die de Handreiking bodemkwaliteitskaarten stelt aan het aantal meetgegevens per niet-aaneengesloten deelgebieden. Het betreft dan de aantal beschikbare meetgegeven voor kobalt, molybdeen en PCB. In de handreiking bodemkwaliteitskaarten zijn voor kobalt, molybdeen en PCB’s onder voorwaarden aparte regels opgenomen. Als deze stoffen niet kwaliteitsklasse bepalend zijn, mogen verschillende bodemkwaliteitszones voor deze stoffen worden samengevoegd. In § 3.4.3 is hier nader op ingegaan. De onderscheiden andere (niet-aaneengesloten) deelgebieden voldoen aan de minimumeisen van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten. De onderscheiden PFAS-deelgebieden voldoen aan het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond. 3.4.2SPLITSEN VAN DEELGEBIEDEN Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van WSP bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen, minerale olie en PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan
  3. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. De overzichten van de variatiecoëfficiënten staan in bijlage 4A en bijlage 4B (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat in alle deelgebieden voor zware metalen, PCB, PAK, minerale olie en/of enkele PFAS-verbindingen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. Er zijn daarom geen redenen om deelgebieden te splitsen. 3.4.3KOBALT, MOLYBDEEN EN PCB Zoals in § 3.4.1 voldoen de deelgebieden ‘B
  4. Almere bedrijventerreinen’ en ‘B
  5. Dronten – Bebouwd gebied zandophoging’ niet aan de minimumeisen van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten voor niet-aaneengesloten deelgebieden. Het betreft de stoffen kobalt, molybdeen en/of PCB. De Handreiking bodemkwaliteitskaarten stelt dat in geval van dergelijke tekorten, de meetgegevens van verschillende deelgebieden voor deze stoffen mogen worden gecombineerd, mits de stoffen niet bepalend zijn voor de kwaliteitsklasse van de deelgebieden. Voor PCB geldt dit enkel wanneer ook sprake is van een vergelijkbaar gehalte organisch stof (te onderscheiden organisch stof percentages 0-4%, >4-8% en >8%). Voor alle deelgebieden zijn kobalt, en molybdeen en PCB niet (alleen) kwaliteitsklasse bepalend. De meetgegevens voor kobalt, molybdeen en PCB zijn daarom voor de deelgebieden B1 t/m B4 (deelgebieden die niet enkel (weg)bermen bevatten) van de bodemlaag 0-0,5 m-mv gecombineerd. 3.5STAP 6: VERZAMELEN AANVULLENDE INFORMATIE EN VASTSTELLEN DEFINITIEVE DEELGEBIEDEN EN BODEMKWALITEITSZONES Stap 6 ‘Verzamelen aanvullende informatie’ is niet uitgevoerd. Na het combineren van de kobalt-, molybdeen- en PCB- gehalten van de deelgebieden B1 t/m B4 (

§ 3

.4.3), voldoen alle onderscheiden deelgebieden aan de minimumeisen van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten. Alle deelgebieden worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeenten. De gedefinieerde bodemkwaliteitszones zijn hieronder en op de kaartbijlagen 2 weergegeven: B

  1. Overig bebouwd gebied en buitengebied provincie Flevoland. B
  2. Almere Poort. B
  3. Almere bedrijventerreinen. B
  4. Dronten – bebouwd gebied zandophoging. B
  5. Bermen gemeentelijke wegen NOP 1), bermen provinciale wegen 2) Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. B
  6. Bermen provinciale wegen 2) NOP. B
  7. Bermen provinciale weg 2) Oostvaardersdijk. B. PFAS bovengrond. T. PFAS tussenlaag. O
  8. Ondergrond provincie Flevoland. Codering ‘B’: bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Codering ‘T’: bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Codering ‘O’: bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte. B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B
  9. De grenzen van de provinciale wegen zijn voorzover mogelijk aangepast op basis van de kadastrale perceelsgrenzen. 3.6STAP 7: KARAKTERISEREN BODEMKWALITEITSZONES De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (

bijlage 4A en bijlage 4B, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit 202211 (hierna ‘de Regeling 2022’) en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie8. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur, Wonen, Industrie, Matig verontreinigd of Sterk verontreinigd. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (

ook § 3.7.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart op basis van algemene regels’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één of twee stoffen wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de gehalten kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. In de gemeenten komt deze situatie niet voor. In tabel 3.1 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4A en bijlage 4B zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (

§ 3.7.4).

CONTROLE SANERINGSCRITERIUM In de Handreiking bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (

bijlage IIa Besluit Activiteiten Leefomgeving) een controle op het saneringscriterium nodig is. Voor PFAS-verbindingen zijn geen interventiewaarden bodemkwaliteit beschikbaar maar zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOS, PFOA en GenX gedefinieerd129INEV’s: PFOA – 60 µg/kg ds, PFOS – 59 µg/kg ds, GenX – 57 µg/kg ds.. Bij een overschrijding van een interventiewaarde bodemkwaliteit is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. In de gemeente Noordoostpolder komt deze situatie voor in de bodemkwaliteitszone “B6. Bermen provinciale wegen NOP” (

tabel 3.2). De controle op het saneringscriterium is niet uitgevoerd. De 95-percentielwaarde die nu is vastgesteld is gelijk met die in 2019 (67 mg/kg ds). In de rapportage van de bodemkwaliteitskaart van de wegbermen provinciale wegen13 is destijds volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (oud) voor deze bodemkwaliteitszone een risicobeoordeling uitgevoerd (

bijlage 5). Uit bijlage 5 blijkt dat er geen humane risico’s bestaan, de risico-indexen zijn lager dan

  1. De berekende ecologische risico’s zijn niet relevant: het nastreven van een ecologisch beschermingsniveau in de bermen van provinciale wegen wordt niet zinvol geacht. Vanuit de ecologie zijn er daarom geen beperkingen om grond vanuit deze zone in de bermen van de provinciale wegen te hergebruiken. Uitzondering hierop vormen de provinciale wegen die onderdeel uitmaken van een natuurgebied. Daar geldt de gemeentelijke maatwerkregel: grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ mag daar worden toegepast. HETEROGENITEIT Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage
  2. In de gemeenten zijn in meerdere bodemkwaliteitszones van de bodemlaag 0-0,5 m-mv sprake van sterke heterogeniteit voor PAK, minerale olie en/of PFOS (som) (

tabel 3.1). De overzichten van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staan in bijlage 4A en bijlage 4B (kolom 'Heterogeniteit'). Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner. Voor de bodemkwaliteitszone waar een sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen is vastgesteld, zijn ruim voldoende meetgegevens aanwezig om het gemiddelde gehalte (en dus de kwaliteit) goed te beschrijven. Hierdoor is de heterogeniteit voor de gemeenten geen aanleiding om aanvullend onderzoek voorafgaand aan het grondverzet te eisen. Tabel 3.1 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag Codering ‘B’: Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Codering ‘T’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Codering ‘O’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte. B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B1. 3.7STAP 8: BODEMKWALITEIT 3.7.1INLEIDING De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. De ontgravingskaart. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten. 3.7.2KAART MET UITGESLOTEN LOCATIES EN GEBIEDEN De gemeenten hebben voor deze provincie-brede bodemkwaliteitskaart een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (

hoofdstuk 4). Om te achterhalen of een locatie of gebied onderdeel uitmaakt van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart, moet een vooronderzoek volgens de NEN572510 NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. worden uitgevoerd waaruit blijkt dat de betreffende locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Bij het vooronderzoek kan bodeminformatie worden verzameld via de website van het Bodemloket (www.bodemloket.nl) en de provincie Flevoland (https://ofgv.nazca4u.nl/rapportage/). De website van het Bodemloket wordt op termijn vervangen door het loket van de Basisregistratie Ondergrond, het BROloket (https://www.broloket.nl/ondergrondgegevens). In de nota bodembeheer (§ 3.6 en bijlage 6) is hier nader op ingegaan (www.lelystad.nl/notabodembeheer). Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk

  1. Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt: Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit voor functioneel hergebruik van grond die wordt ontgraven uit deze gebieden. Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. Ter onderbouwing van de veiligheidsklasse (Arbo). Voor het verkrijgen van vrijstelling van bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en/of activiteit ruimtelijke ontwikkeling). Bij de interpretatie van een eindsituatie onderzoek na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit als geen nulonderzoek bodem is uitgevoerd. 3.7.3PROVINCIE-BREDE ONTGRAVINGSKAART OP BASIS VAN ALGEMENE REGELS De provincie-brede ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een locatie/gebied die onderdeel uitmaakt van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk
  2. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (

bijlage 4A en bijlage 4B, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling 2022 en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de ontgravingsklasse Landbouw/natuur, Wonen, Industrie, Matig verontreinigd of Sterk verontreinigd. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (

ook § 3.6). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart op basis van algemene regels’, ter vergelijking

ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.2 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen

  1. De kleuren in tabel 3.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen. Om de ontgravingskaarten te kunnen gebruiken voor het (indicatief) vaststellen van een veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden is in bijlage 4C een overzicht opgenomen van de statistische parameters voor zware metalen PCB, PAK en minerale olie die zijn gebaseerd op de gemeten gehalten in de dataset van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart. Tabel 3.2 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone Codering ‘B’: Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Codering ‘T’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Codering ‘O’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte. B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. In de bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassen van grond. Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B
  2. De bodemlaag dieper dan 1 meter is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. 3.7.4PROVINCIE-BREDE TOEPASSINGSKAART OP BASIS VAN ALGEMENE REGELS De provincie-brede toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (

bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem op basis van algemene regels’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk

  1. In tabel 3.3 is de toepassingseis op basis van de algemene regels onder de Omgevingswet per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op de kaartbijlagen 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.3 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en de kaartbijlagen 4 (toepassingskaart op basis van algemene regels onder de Omgevingswet). Tabel 3.3 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse (op basis van algemene regels en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie). Codering ‘B’: Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Codering ‘T’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte. Codering ‘O’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte. B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B
  2. 3.7.5PROVINCIE-BREDE TOEPASSINGSKAART OP BASIS VAN MAATWERKREGELS De gemeenten hebben in de gezamenlijke nota bodembeheer3 gebiedsspecifiek beleid vastgesteld. Het gebiedsspecifieke beleid omvat onder meer de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden die zijn weergegeven op de gebiedsspecifieke toepassingskaarten (opgenomen in de kaartbijlagen 5 van de bodemkwaliteitskaart 20193). De Lokale Maximale Waarden zijn onderbouwd en beschreven in § 4.3 van de nota bodembeheer. In 2020 de gemeente Noordoostpolder een addendum op de nota bodembeheer met aanvullend gebiedsspecifiek beleid voor bermen provinciale wegen in de gemeente bestuurlijk vastgesteld
  3. Het gebiedsspecifieke beleid is van rechtswege (overgangsrecht) gelijkgesteld aan het tijdelijk deel van het gemeentelijke omgevingsplan. Als gevolg van de geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart, ontgravingskaarten en toepassingskaarten en het aanvullende gebiedsspecifieke beleid van de gemeente Noordoostpolder, zijn ook de gebiedsspecifieke toepassingskaarten

(2019)geactualiseerd (onder de Omgevingswet “op basis van maatwerkregels” genoemd). De geactualiseerde toepassingskaarten op basis van maatwerkregels zijn als kaartbijlage 5 in deze rapportage opgenomen. De kleuren in tabel 4.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en kaartbijlagen 5 (gebiedsspecifieke toepassingskaarten). Met de actualisatie van de toepassingskaarten op basis van maatwerkregels zijn de kaarten weer in lijn met het gemeentelijke grondstromenbeleid (

de nota bodembeheer en het addendum van de gemeente Noordoostpolder). 3.8EVALUATIE PROVINCIE-BREDE BODEMKWALITEITSKAART 2019 Als per bodemkwaliteitszone de bodem- en ontgravingskwaliteit en de toepassingseisen van deze bodemkwaliteitskaart wordt vergeleken met de bodemkwaliteitskaart 2019, kan worden gesteld dat bij de actualisatie geen verschillen zijn opgetreden. Uitzondering hierop vormen: De uitgesloten niet-aaneengesloten gebieden in de bodemkwaliteitszones ‘B

  1. Almere bedrijventerreinen’ en ‘B
  2. Dronten – Bebouwd gebied zandophoging’ die nu wel zijn gezoneerd. De maatwerkregels (gebiedsspecifieke beleid) van de gemeente Noordoostpolder voor de “Bermen provinciale wegen Noordoostpolder”. 3.9BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van voor bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In § 3.7.2 en hoofdstuk 4 van deze rapportage wordt nader ingegaan op de informatiebronnen om de uitgesloten locaties van de bodemkwaliteitskaart te achterhalen. Ook door de provincie of een gemeente aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. Voorbeelden hiervan zijn gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden, gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS), Ontplofbare Oorlogsresten of waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. De ligging van door de provincie aangewezen beschermingsgebieden kan worden achterhaald via de provinciale website: https://kaart.flevoland.nl/bodematlas/; de provincie kan hier aanvullende eisen stellen. Voor de ligging van de gemeentelijk beschermde gebieden (archeologie) kunnen de onderstaande websites worden geraadpleegd. Een gemeente kan hier aanvullende eisen stellen door bijvoorbeeld aanvullend onderzoek te laten uitvoeren, afhankelijk van de beschermingswaarde en/of oppervlakte en diepte van de activiteit. Ook kunnen eisen gesteld worden op welke wijze onderzoek moet plaatsvinden. Gemeente Almere Archeologische beleidskaart Almere Cultuurhistorische waardenkaart Almere Archeologie, vergunning en onderzoek Almere Gemeente Lelystad Beleidskaders Lelystad Gemeenten Noordoostpolder Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder houdende regels omtrent De archeologische basis- en beleidsadvieskaart | Lokale wet- en regelgeving Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder Erfgoednota Noordoostpolder Gemeente Urk Archeologiebeleid Urk Gemeente Zeewolde Archeologiebeleid

(2016)is onderdeel van het bestemmingsplan Buitengebied 2016, te raadplegen via het Omgevingsloket. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en/of baggerverzet. 4SAMENVATTING EN CONCLUSIES Voor de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde is de eerder opgestelde provincie- brede bodemkwaliteitskaart
(2019)geactualiseerd. Ook de eerder vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart
(2019)is geactualiseerd. Met de geactualiseerde provincie-brede bodemkwaliteitskaart is een actueel en dekkend beeld verkregen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit in de gemeenten. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de huidige inrichting en toekomstige ontwikkelplannen weergegeven. De afgelopen jaren hebben de gemeenten de regels van de nota bodembeheer omgezet naar beleidsregels die klaar staan om in de gemeentelijke omgevingsplannen te worden opgenomen. Met de geactualiseerde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten, de provincie-brede ontgravingskaarten en toepassingskaarten op basis van algemene regels (voorheen de generieke kaarten) worden de eerder bestuurlijk vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten
(2019), de generieke provincie-brede ontgravings- en toepassingskaarten
(2019)vervangen (bijlage 4 en de kaartbijlagen 1, 3 en 4 van de bodemkwaliteitskaart 2019). Met de geactualiseerde provincie-brede toepassingskaarten op basis van maatwerkregels (voorheen de gebiedsspecifieke kaarten) worden de provincie-brede gebiedsspecifieke toepassingskaarten (kaartbijlagen 5 van de bodemkwaliteitskaart 2019) vervangen. In de provincie-brede bodemkwaliteitskaart zijn de gemeentelijke grondgebieden op basis van gebruik(shistorie), bodemfunctie en bodemkwaliteit onderverdeeld in: 8 bodemkwaliteitszones voor het standaard stoffenpakket * (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-2 m-mv). 2 bodemkwaliteitszones voor de PFAS-verbindingen11Het betreft minimaal de 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019, inclusief GenX: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf.incl. GenX (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1 m-mv **). Barium (

bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. De bodemlaag vanaf 1 meter diepte is niet-verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. De bodemkwaliteitszones zijn weergegeven op de kaartbijlagen 2). De volgende uitgesloten locaties en gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: Algemeen Rijkswegen gronden inclusief de onverharde bermen (andere beheerorganisatie). Spoorgebonden gronden (inclusief de Hanzelijn): een zone van maximaal 11 meter vanuit het hart van het spoor en om emplacementen en grond vallend onder Rail Infra trust en NS Vastgoed. Waterbodems in beheer van de gemeenten. Overige waterbodems: ander bevoegd gezag Rijkswateren: Rijkswaterstaat, met uitzondering van de voormalige drogere oevergebieden12Het begrip “waterbodem” is onder de Omgevingswet anders gedefinieerd. Door in het begrip aan te sluiten bij de bevoegdheid voor het beheer van de waterkwaliteit bij het Rijk of het waterschap, zoals nader afgebakend in artikel 2.2 van de Omgevingsregeling, wordt duidelijk gemaakt dat de voormalige drogere oevergebieden niet tot de waterbodem behoren omdat het Rijk of het waterschap in de voormalige drogere oevergebieden niet het beheer van de waterkwaliteit verzorgen. De voormalige drogere oevergebieden worden tot de landbodem gerekend. die waren gedefinieerd en aangewezen in de Waterregeling

  1. Overige wateren in beheer van het Waterschap Zuiderzeeland. Gemeente Lelystad De “Engie-Maxima-centrale” aan de IJsselmeerdijk. Het voormalige werkeiland Lelystad-Haven (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). De voormalige stortplaats aan de Bronsweg (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Gemeente Urk Oud Urk (geen tot zeer weinig meetgegevens beschikbaar). Natuurgebied Urkerweg (geen tot zeer weinig meetgegevens beschikbaar). De ligging van de volgende locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak, niet (volledig) op de kaarten aangegeven: Provinciale wegen inclusief de onverharde wegbermen binnen de bebouwde kom (andere beheerorganisatie). Wegen met teerhoudend asfalt granulaat (TAG). Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron, zoals bijvoorbeeld: Locaties met een duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een chemische wasserij, een ontvettingsbad, een afleverzuil voor brandstof(fen) etc.. Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen13Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffenis dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende14Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. en verwerkende bedrijven15Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica., inzet blusschuim16Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). en secundaire bronnen17Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.). (Voormalige) stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (oud) of de Omgevingswet met uitzondering van de multifunctioneel gesaneerde locaties. De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. Het grondwater. Om te achterhalen of een locatie of gebied onderdeel uitmaakt van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart, moet een vooronderzoek volgens de NEN572518NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. worden uitgevoerd waaruit blijkt dat de betreffende locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Bij het vooronderzoek kan bodeminformatie worden verzameld via de website van het Bodemloket (www.bodemloket.nl) en de provincie Flevoland (https://ofgv.nazca4u.nl/rapportage/). De website van het Bodemloket wordt op termijn vervangen door het loket van de Basisregistratie Ondergrond, het BROloket (https://www.broloket.nl/ondergrondgegevens). In de nota bodembeheer (§ 3.6 en bijlage 6) is hier nader op ingegaan (www.lelystad.nl/notabodembeheer). Deze bodemkwaliteitskaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. Deze bodemkwaliteitskaart mag alleen worden gebruikt als bijlage van of via een verwijzing in een rapportage van een vooronderzoek dat is uitgevoerd volgens de NEN
  2. Resultaat van het vooronderzoek moet zijn dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Het vooronderzoek moet bij de milieuverklaring bodemkwaliteit worden gevoegd. De voorschriften voor de milieuverklaring bodemkwaliteit zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit (hoofdstuk 2A) en de Regeling bodemkwaliteit 2022 (paragraaf 5.3). Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt: Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit voor functioneel hergebruik van grond die wordt ontgraven uit deze gebieden. Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. Ter onderbouwing van de veiligheidsklasse (Arbo). Voor het verkrijgen van vrijstelling van bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en/of activiteit ruimtelijke ontwikkeling). Bij de interpretatie van een eindsituatie onderzoek na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit als geen nulonderzoek bodem is uitgevoerd. In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en dieptetrajecten een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. Op de ontgravingskaarten op basis van algemene regels (

de kaartbijlagen 3) zijn de te verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de onderscheiden bodemkwaliteitszones. Op de kaartbijlagen 4 zijn de toepassingseisen weergegeven voor de toe te passen grond als gebruik wordt gemaakt van de algemene regels van de Omgevingswet en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Op de kaartbijlagen 5 zijn de toepassingseisen weergegeven voor de toe te passen grond als gebruik wordt gemaakt van de maatwerkregels van de gemeente(n) en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. In tabel 4.2 is de grondstromenmatrix weergegeven waarin de mogelijkheden voor vrij grondverzet inzichtelijk zijn gemaakt op basis van de maatwerkregels van de gemeente(n). Om de ontgravingskaarten te kunnen gebruiken voor het (indicatief) vaststellen van een veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden is in bijlage 4C een overzicht opgenomen van de statistische parameters voor zware metalen PCB, PAK en minerale olie die zijn gebaseerd op de gemeten gehalten in de dataset van de bodemkwaliteitskaart. EVALUATIE EERDER VASTGESTELDE PROVINCIE-BREDE BODEMKWALITEITSKAART

(2019)Als per bodemkwaliteitszone de bodem- en ontgravingskwaliteit en de toepassingseisen van deze bodemkwaliteitskaart wordt vergeleken met de bodemkwaliteitskaart 2019, kan worden gesteld dat bij de actualisatie geen verschillen zijn opgetreden. Uitzondering hierop vormen: De uitgesloten niet-aaneengesloten gebieden in de bodemkwaliteitszones ‘B
  1. Almere bedrijventerreinen’ en ‘B
  2. Dronten – Bebouwd gebied zandophoging’ die nu wel zijn gezoneerd. De maatwerkregels (gebiedsspecifieke beleid) van de gemeente Noordoostpolder voor de “Bermen provinciale wegen Noordoostpolder”. VASTSTELLEN GEACTUALISEERDE PROVINCIE-BREDE BODEMKWALITEITSKAART EN GEMEENTELIJKE BODEMFUNCTIEKLASSENKAARTEN Een gemeente is voor haar eigen gemeentelijke grondgebied het bevoegd gezag voor het hergebruik van grond en gerijpte baggerspecie op de landbodem. Met de provincie-brede bodemkwaliteitskaart en de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten hebben de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde goede instrumenten in handen voor het functioneel hergebruik van grond. De geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart en ontgravings- en toepassingskaarten op basis van algemene regels én de toepassingskaart op basis van maatwerkregels moeten bestuurlijk worden vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraden van de gemeenten Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde hebben in 2019 hun colleges van burgemeester en wethouders al gemandateerd om een geactualiseerde of een gewijzigde bodemkwaliteitskaart dan wel bodemfunctieklassenkaart bestuurlijk vast te stellen
  3. De gemeenteraad van Almere heeft in 2014 haar college van burgemeester en wethouders gedelegeerd om een geactualiseerde bodemkwaliteitskaart (incl. bodemfunctieklassenkaart) bestuurlijk vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere heeft de afdelingsmanager van de Afdeling Vergunningen, Toezicht & Handhaving gemandateerd om een geactualiseerde bodemkwaliteitskaart (incl. bodemfunctieklassenkaart) bestuurlijk vast te stellen. Tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen (op basis van algemene regels Omgevingswet, gemeentelijke maatwerkregels én het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie). Codering ‘B’: Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Codering ‘O’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte. B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. In de bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassen van grond. Het betreft de bermen van de dreven die aangeduid worden met ‘de hoofdruit’, te weten de Houtribdreef, Oostranddreef, Larserdreef, Westerdreef. De bermen van de aansluitingen van de hoofdruit naar Dronterweg, Larserdreef en Markerwaarddijk. Maatwerkregels (

§ 4.3 van de nota bodembeheer; voorheen: gebiedsspecifiek beleid).

In de volgende gebieden geldt de toepassingseis‘wonen’: Bermen van gemeentelijke en provinciale wegen buiten de bebouwde kom, met uitzondering van bermen die deel uitmaken van een natuurgebied. De industrieterreinen Vaart I, II en III in Almere. Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B1. De 95-percentielwaarde van PAK overschrijdt de interventiewaarde bodemkwaliteit. Addendum: Bermen provinciale wegen Noordoostpolder: in de gemeente Noordoostpolder in bermen van provinciale wegen buiten de bebouwde kom, met uitzondering van bermen die deel uitmaken van een natuurgebied, grond met een kwaliteitsklasse ‘industrie’ worden toegepast. In de delen van de berm die binnen een natuurgebied vallen geldt de toepassingseis ‘wonen’. De bodemlaag dieper dan 1 meter is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. Tabel 4.2 Mogelijkheden vrij grondverzet gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde op basis van algemene Omgevingswet, gemeentelijke maatwerkregels én het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Codering ‘B’: Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Codering ‘O’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte. B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. In de bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassen van grond. Het betreft de bermen van de dreven die aangeduid worden met ‘de hoofdruit’, te weten de Houtribdreef, Oostranddreef, Larserdreef, Westerdreef. De bermen van de aansluitingen van de hoofdruit naar Dronterweg, Larserdreef en Markerwaarddijk. Maatwerkregels (

§ 4.3 van de nota bodembeheer; voorheen: gebiedsspecifiek beleid).

In de volgende gebieden geldt de toepassingseis‘wonen’: Bermen van gemeentelijke en provinciale wegen buiten de bebouwde kom, met uitzondering van bermen die deel uitmaken van een natuurgebied. De industrieterreinen Vaart I, II en III in Almere. Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B

  1. De 95-percentielwaarde van PAK overschrijdt de interventiewaarde bodemkwaliteit. Addendum: Bermen provinciale wegen Noordoostpolder: in de gemeente Noordoostpolder in bermen van provinciale wegen buiten de bebouwde kom, met uitzondering van bermen die deel uitmaken van een natuurgebied, grond met een kwaliteitsklasse ‘industrie’ worden toegepast. In de delen van de berm die binnen een natuurgebied vallen geldt de toepassingseis ‘wonen’. De bodemlaag dieper dan 1 meter is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. BELANGRIJK: Voorafgaand aan het grondverzet moet een vooronderzoek volgens de NEN5725 worden uitgevoerd of bijlage 6 van de nota bodembeheer volledig worden ingevuld. BRONVERMELDINGEN Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet), publicatie Staatsblad 2016, nr. 156, 26 april 2016.19De inwerkingtreding volgt uit:Besluit van 20 maart 2023 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, publicatie Staatsblad 2023, nr. 89, 22 maart 2023.20 De inwerkingtreding volgt uit:Besluit van 5 april 2023 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Invoeringswet Omgevingswet, de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, de Aanvullingswet natuur Omgevingswet, de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet en enkele andere wetten die met de Omgevingswet verband houden, alsmede het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit, het Invoeringsbesluit Omgevingswet, het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet, het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet, het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet, het Aanvullingsbesluit grondeigendom Omgevingswet en enkele andere besluiten die daarmee verband houden, publicatie Staatsblad 2023, nr. 113, 7 april 2023.Besluit van 27 september 2023 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van sindsdien bekendgemaakte wetten en algemene maatregelen van bestuur die verband houden met de Omgevingswet, publicatie Staatsblad 2023, nr. 320, 2 oktober 2023.Besluit van 13 december 2023 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Verzamelwet Omgevingswet 2023 en enkele algemene maatregelenvan bestuur die verband houden met de Omgevingswet, publicatie Staatsblad 2023,nr. 470, 15 december
  2. Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad 2023, nr. 298, 15 september
  3. Bodemfunctieklassenkaart gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde; opgenomen als kaartbijlage 1 van de bodemkwaliteitskaart. Bodemkwaliteitskaart gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde, documentcode: 17M1182.RAP001, status: herzien definitief versie 2, LievenseCSO Milieu B.V., 13 december
  4. Nota bodembeheer provincie-brede samenwerking bodembeleid Flevoland, gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde, 7 maart
  5. Addendum nota bodembeheer: Bermen openbare provinciale wegen Noordoostpolder, bestuurlijk vastgesteld door de gemeenteraad Noordoostpolder 27 januari
  6. Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden (Besluit kwaliteit leefomgeving), publicatie Staatsblad 2018, nr. 292, 31 augustus 2018.15 Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving (Besluit activiteiten leefomgeving), publicatie Staatsblad 2018, nr. 293, 31 augustus 2018.15 Handreiking bodemkwaliteitskaarten, definitief, 1 november 2022, versie
  7. Waterregeling (oud), publicatie Staatscourant nr. 19353, 17 december 2009 en latere wijzigingen. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, versie december 2023 Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO,
  8. Model Beleid toepassen PFAS-houdende grond, opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, kenmerk: 1248710-044 C04, TAUW, 10 januari
  9. Regeling bodemkwaliteit 2022, publicatie Staatscourant 2023, nr. 1338, 19 januari
  10. Memo Risicogrenzen ten behoeve van de vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 20 juli
  11. Wegbermen provinciale wegen buitengebied provincie Flevoland, projectnummer 329883, Sweco Nederland B.V., 23 juni
  12. OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Dataset bodemkwaliteits-kaart Bijlage 3 Specificatie uitbijter Bijlage 4A Statistische parameters NEN5740 bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 4B Statistische parameters PFAS-verbindingen bodemkwaliteitszones (gemeten waarden) Bijlage 4C Statistische parameters NEN5740 bodemkwaliteitszones (gemeten waarden) Bijlage 5 Risicobeoordeling BKK-zone ‘B6 Bermen provinciale wegen NOP’ BIJLAGE1BEGRIPPENLIJST BEGRIPPENLIJST Bagger(specie) Materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, en ook van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Dit staat in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde bodemkwaliteit lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen. Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde bodemkwaliteit voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodem In de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet is het begrip bodem als volgt gedefinieerd: “Vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen.” Tot de bodem behoort ten eerste het buitenste vaste deel van de aarde. Daarbij moet zo diep worden gegaan als de beïnvloeding van menselijke activiteiten in die bodem. Dit omvat zowel de organische als de minerale bestanddelen. Ten tweede behoren ook de vloeibare delen tot de bodem. De vloeibare delen van de bodem zijn het water en de zich daarin bevindende stoffen. In de zone waarin bodem door water is verzadigd, wordt gesproken van grondwater. Grondwater maakt dus ook onderdeel uit van de bodem. Tot slot bestaat de bodem uit gasvormige bestanddelen. Deze gasvormige bestanddelen bestaan uit verschillende bodemgassen, zoals zuurstof, stikstof en methaan. Bodembeheergebied Gebied dat is aangewezen bij ministeriële regeling in het omgevingsplan of in de waterschapsverordening op grond van artikel 5.89o of 6.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De aanwijzing van een bodembeheergebied is nodig als de gemeente of de waterkwaliteitsbeheerder via maatwerk soepelere kwaliteitseisen wil opnemen in het omgevingsplan of de waterschapsverordening.

: aanwijzing bodembeheergebied (instructieregel omgevingsplan). Voor deze bodemkwaliteitskaart is het bodembeheergebied gedefinieerd als het grondgebied van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ (artikel 5.89p van het Besluit bodemkwaliteit leefomgeving (artikel 1 Besluit bodemkwaliteit)).

: Indeling van de landbodem in de bodemfunctieklassenkaart. Onder het Besluit bodemkwaliteit (oud) is de functieklasse ‘Landbouw/natuur’ soms aangegeven als ‘Overig’. De bodemfunctie bepaalt samen met de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende landbodem de kwaliteitseis voor het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem.

: Kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie op de landbodem. De bodemfunctieklasse bepaalt ook de terugsaneerwaarde bij de saneringsaanpak verwijderen van een verontreiniging bij saneren van de bodem (artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Bodemkwaliteitskaart Kaart als bedoeld in artikel 25c, derde lid van het Besluit bodemkwaliteit (artikel 1). De bodemkwaliteitskaart vormt de basis voor het vastleggen van de kwaliteitseisen die gelden op een locatie. In sommige gevallen kan de bodemkwaliteitskaart ook gebruikt worden als milieuverklaring bodemkwaliteit.

: Milieuverklaring op grond van een (water)bodemkwaliteitskaart. Bodemkwaliteitsklasse In de Handreiking bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit worden ingedeeld in één van de vijf onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: Klasse Landbouw/natuur. Klasse Wonen. Klasse Industrie. Klasse Matig verontreinigd. Klasse Sterk verontreinigd. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (

onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is het basispakket van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (

het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. AANTAL GEMETEN STOFFEN AANTAL TOEGESTANE OVERSCHRIJDINGEN 1-6 0 Basispakket (7-15) 2 16-26 3 27-36 4 37-48 5 Klasse Landbouw/natuur: Alle gehalten voldoen aan de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur, met uitzondering van een aantal overschrijdingen,

staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal tweemaal de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur bedragen. De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel,

tabel B3 bij 'Toetsingswaarden Regeling bodemkwaliteit 2022'). Klasse Wonen: Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen,

staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur bedragen. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. De norm voor klassegrens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Matig verontreinigd: De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt niet overschreden. Klasse Sterk verontreinigd: De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt overschreden. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen,

het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van eenzelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bodemlagen Onder de Omgevingswet is geen sprake (meer) van boven – en ondergrond zoals gebruikt is onder de Wet bodembescherming (oud) en het Besluit bodemkwaliteit (oud). Onder de Omgevingswet wordt gesproken over bodemlagen; bijvoorbeeld: Bodemlaag 0-0,5 m-mv (werd omschreven als bovengrond). Bodemlaag 0,5-2,0 m-mv (werd omschreven als ondergrond). Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden waaronder de 95-percentielwaarde). Grond Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm. Het organische stof moet in een verhouding en met een structuur zijn zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen. Dit geldt ook voor van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm, met uitzondering van baggerspecie (artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit). Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als milieuverklaring bodemkwaliteit. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico. De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde bodemkwaliteit Waarde die aangeeft dat bij overschrijding sprake is van significante risico's voor mens, plant of dier (bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). De interventiewaarden bodemkwaliteit staan in bijlage IIa van het Bal. Deze waarden bepalen onder andere het onderscheid tussen de activiteiten graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarden bodemkwaliteit en graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Kwaliteitsklasse Klasse waarin grond, baggerspecie, landbodem of waterbodem op grond van artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit ingedeeld kan worden op basis van milieuhygiënische kwaliteitseisen. De kwaliteitsklassen komen bij diverse milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving voor, waaronder bij het toepassen van grond of baggerspecie. De kwaliteitseisen die de bovengrens vormen voor een kwaliteitsklasse staan in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022.

: Kwaliteits- en bodemfunctieklassen bij activiteiten op of in de bodem. Kwaliteitsklassen voor landbodem en grond De normen van de kwaliteitseisen staan in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022. Deze kwaliteitseisen bepalen in welke kwaliteitsklasse de landbodem of de grond valt. Voor sommige stoffen zijn de kwaliteitseisen soms getalsmatig hetzelfde. Bijvoorbeeld voor de meeste metalen is de kwaliteitseis 'Industrie' gelijk aan de Interventiewaarde bodemkwaliteit. Dan is er geen kwaliteitsklasse ‘matig verontreinigd’ mogelijk op basis van deze metalen. Hetzelfde geldt voor minerale olie, waarbij de kwaliteitseis 'Landbouw/natuur' en de kwaliteitseis 'Wonen' hetzelfde zijn. Er is dan geen kwaliteitsklasse 'Wonen' op basis van minerale olie mogelijk. KWALITEITSKLASSEN VOOR LANDBODEM EN GROND Lokale bron (puntbron) Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een chemische wasserij, een brandweeroefenplaats, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Milieubelastende activiteit Onder de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit werd dit aangeduid als ‘bodembedreigende activiteiten’. Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Een wateronttrekkingsactiviteit en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk zijn geen milieubelastende activiteiten in de zin van de Omgevingswet. Lees meer over het begrip milieubelastende activiteit. Milieuverklaring bodemkwaliteit en afleverbon Schriftelijke verklaring over de milieuhygiënische kwaliteit van een partij bouwstof, grond, baggerspecie, mijnsteen of vermengde mijnsteen of de (water)bodem, die is afgegeven op grond van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De verklaring is bedoeld om als wettig bewijsmiddel te dienen dat aan de kwaliteitseisen is voldaan, behalve als sprake is van bewijs van onjuistheid of onvolledigheid. In het Bbk staan in hoofdstuk 2A regels voor de afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit. De milieuverklaring bodemkwaliteit koppelt de informatie over de kwaliteit van de partij aan de onderzoeken en informatie die daaraan ten grondslag liggen. Dit kunnen een partijkeuring, (water)bodemonderzoek, (water)bodemkwaliteitskaart, productcertificaat of fabrikant-eigen-verklaring zijn. De uitwerking van deze regels staat in de Regeling bodemkwaliteit 2022.

: Milieuverklaring bodemkwaliteit. Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Handreiking bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Handreiking bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (

ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen lokale bron, zoals bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, een brandweeroefenplaats, een ontvettingsbad, een afleverzuil voor brandstof(fen)of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest). Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Ontgravingskaart op basis van algemene regels De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als milieuverklaring bodemkwaliteit voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond functioneel wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit Regeling bodemkwaliteit 2022. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. In de Handreiking bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit worden ingedeeld in één van de vijf onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: Klasse Landbouw/natuur. Klasse Wonen. Klasse Industrie. Klasse Matig verontreinigd. Klasse Stek verontreinigd. Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (

tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse Landbouw/natuur: Alle gehalten voldoen aan de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur, met uitzondering van een aantal overschrijdingen,

staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal tweemaal de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur bedragen. De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel,

tabel B3 bij 'Toetsingswaarden regeling bodemkwaliteit 2022'). Klasse Wonen: De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. De norm voor klassegrens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Matig verontreinigd: De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt niet overschreden. Klasse Sterk verontreinigd: De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt overschreden. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen,

het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 80-percentiel: 80% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen (Bron: https://iplo.nl/thema/bodem/regelgeving/hergebruik-bouwstoffen-grond-baggerspecie/kwaliteitseisen- toepassen-grond-baggerspecie/handelingskader-pfas/veldwerk-analyse-toetsing/) Tot het moment dat de toepassingswaarden voor PFAS in de Regeling bodemkwaliteit 2022 zijn opgenomen is de toetsing aan de PFAS-verbindingen een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing aan de toepassingswaarden uit het handelingskader voor de PFAS-verbindingen plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing stelt u vervolgens vast in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur of maximale waarde wonen niet van toepassing, omdat nog geen toepassingswaarden zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur of maximale waarde wonen. Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit 2022 wordt de wijze van toetsen aan toepassingswaarden nader ingevuld. De toetsingsprogramma’s en BoToVa zijn nog niet ingericht op het toetsen op PFAS-analyses. Dat betekent dat tijdelijk de uitslagen uit toetsingsprogramma’s en BoToVa handmatig moeten worden geverifieerd voor PFAS. Hieronder zijn 2 voorbeelden uitgewerkt Voorbeeld 1 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de toepassingswaarden uit het handelingskader. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties: Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de rapportagegrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de rapportagegrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de toepassingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing: in grondwaterbeschermingsgebieden. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingswaarden van 7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS is deze niet toepasbaar onder de algemene regels van de Omgevingswet. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als voor dat gebied maatwerkregels in het gemeentelijke omgevingplan zijn opgenomen, of dat sprake is van overgangsrecht (voorheen gebiedsspecifieke beleid; er zijn voor 2024 in een nota bodembeheer Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn gedefinieerd en bestuurlijk vastgesteld). Voorbeeld 2 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de landelijke achtergrondwaarden (1,9 µg/kg d.s voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de toepassingswaarden voor 7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s. voor de overige PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties: Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de rapportagegrens (0,1 µg/kg d.s) maar beneden de landelijke achtergrondwaarden (van 1,9 µg/kg d.s. voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s voor de andere PFAS), dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in grondwaterbeschermingsgebieden is niet toegestaan, tenzij er sprake is van gebiedseigen grond. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de landelijke achtergrondwaarde (van 1,9 µg/kg d.s voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s voor de andere PFAS) en onder de toepassingswaarden van 7 ug/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur staan, maar kan de partij uitsluitend toegepast in gebieden met de kwaliteitsklassen Wonen of Industrie als toepassingseis of in gebieden waarvoor verhoogde lokale achtergrondwaarden zijn vastgesteld. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingswaarden van 7 ug/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS, dan valt de partij grond in de kwaliteitsklasse Matig verontreinigd of Sterk verontreinigd. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als voor dat gebied maatwerkregels in het gemeentelijke omgevingsplan zijn opgenomen, of dat sprake is van overgangsrecht (voorheen gebiedsspecifieke beleid; er zijn voor 2024 in een nota bodembeheer Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn gedefinieerd en bestuurlijk vastgesteld). Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt: Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en ¯x het gemiddelde van de analyseresultaten. Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem op basis van algemene regels Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart op basis van algemene regels wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de landelijke achtergrondwaarden. Het gehalte aan PFOA moet voldoen aan 7 μg/kg ds en de gehalten aan de andere PFAS-verbindingen moeten voldoen aan 3μg/kg ds. Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend milieuverklaring bodemkwaliteit. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). Toetsingswaarden Regeling bodemkwaliteit 2022 en Handelingskader hergebruik PFAS- houdende grond en baggerspecie Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B3 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-, uitgezonderd PFAS-verbindingen - gemeten waarden-). STOF MAXIMALE WAARDEN LANDBOUW/NATUUR MAXIMALE WAARDEN WONEN MAXIMALE WAARDEN INDUSTRIE Barium * n.v.t. Cadmium 0,60 1,2 4,3 Kobalt 15 35 190 Koper 40 54 190 Kwik 0,15 0,83 4,8 Lood 50 210 530 Molybdeen 1,5 88 190 Nikkel * 35 39 100 Zink 140 200 720 Som PAK 1,5 6,8 40 Som PCB 0,02 0,04 0,5 Minerale olie 190 190 500 PFOA21PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. zonder vastgestelde achtergrondwaarde 0,0019 Andere PFAS-verbindingen zonder vastgestelde achtergrondwaarde 0,0014 PFOA 0,0019 0,007 Andere PFAS-verbindingen 0,0014 0,003 De normstelling in de Regeling bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde bodemkwaliteit voor barium: 920 mg/kg ds. Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer. Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens uit de Handreiking bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen), ProRail/NS Vastgoed (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Variabiliteit Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone variëren. Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde). Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld. Wegberm Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (

ook figuur B1.1): de erfgrens of; de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast. Figuur B1.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009). BIJLAGE2DATASET BODEMKWALITEITSKAART DATASET BODEMKWALITEITSKAART INLEIDING De Handreiking bodemkwaliteitskaarten stelt dat de meetgegevens niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Omdat naar verwachting de beschikbaar gekomen meetgegevens in de afgelopen 5 jaar niet afwijken van de meetresultaten die meer dan 5 jaar geleden beschikbaar zijn gekomen, is de dataset van de bodemkwaliteitskaart

(2019)aangevuld met de meetgegevens die sindsdien beschikbaar zijn gekomen. Dit geeft een nog betere onderbouwing van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit. De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek heeft de voor de bodemkwaliteitskaart representatieve en nieuw beschikbaar gekomen bodemonderzoeken geselecteerd. Hieronder staat een overzicht van de onderzoeken die voor de actualisatie van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart
(2019)zijn gebruikt. GESELECTEERDE ONDERZOEKEN ONDERZOEK ID LOCATIE ID LOCATIE- CODE LOCATIENAAM EN ONDERZOEKSNAAM RAPPORT-NUMMER RAPPORT- DATUM 813797 598644 NZ008800041 Houtwijk 20, Dronten M20B0282_BVKK_246907 7-7-2021 813816 598663 NZ008800060 Oud Emmeloorderweg 16, Nagele 19260-AvA 6-8-2019 813827 598674 NZ008800071 Industrieterrein de Munt Locatie D, Emmeloord 201717 23-12-2020 813826 598673 NZ008800070 Baan 36, Ens 20-333 6-10-2020 813832 598679 NZ008800076 De Paal 14, Almere AM21135 813828 598675 NZ008800072 Percelen Westgat, Urk BO20200124 3-11-2020 813829 598676 NZ008800073 Wittevrouwen, Almere 21014501A 31-3-2021 813758 598605 NZ008800002 Trojestraat 70, Almere 420.299.104 9-4-2020 813825 598672 NZ008800069 Rister, Biddinghuizen BO205091/TB 16-12-2020 813813 598660 NZ008800057 Betonstraat 8, Lelystad 181385 17-7-2018 813815 598662 NZ008800059 Onderduikersweg 3, Emmeloord 190064 22-2-2019 813831 598678 NZ008800075 Dronterweg 27, Dronten m19b0138.r01 18-6-2019 813833 598680 NZ008800077 Emmelhage fase 3, Emmeloord 21-M9883 11-6-2021 813814 598661 NZ008800058 Homerusplein ong, Almere 19046601A 19-7-2019 813835 598682 NZ008800079 Steenstraat 9, Lelystad 20012.eva 8-6-2020 813824 598671 NZ008800068 Loofklapper, Biddinghuizen BO205089/TB 16-12-2020 813812 598659 NZ008800056 Productieweg tussen 13 en 15, Emmeloord B020180112 28-8-2018 813817 598664 NZ008800061 Espelerpad 6, Espel EN05198 22-8-2019 813836 598683 NZ008800080 Zuiderkade 14A, Emmeloord BO223439/JJS 4-4-2022 813834 598681 NZ008800078 Fort Ruigerhoek kavel 4021, Almere 21027801A 30-6-2021 813807 598654 NZ008800051 Koornmarktpoort, Dronten BO213049/TB 25-1-2020 813804 598651 NZ008800048 Bumalaan, Emmeloord 21-M9684 3-2-2021 813779 598626 NZ008800023 Horsterweg 25, Zeewolde 20033001A 18-6-2020 813802 598649 NZ008800046 Bolderweg 34b, Almere 190775/dh/sh 25-2-2020 813838 598685 NZ008800082 Noordermiddenweg 19 en 21, Creil 200472 15-1-2021 813811 598658 NZ008800055 Schokkerhoek, Urk 190319 10-10-2019 813806 598653 NZ008800050 Sassenpoort, Dronten BO205086/TB 18-12-2020 813819 598666 NZ008800063 Blokzijlerdwarsweg 12, Marknesse BO20190146 1-11-2019 813759 598606 NZ008800003 Rhijnauwen/Fort de Gagel (sectie D, percelen 387 en 443),Almere 18099301A 14-2-2019 813764 598611 NZ008800008 Bedrijventerrein Ens, Ens 202082 17-2-2021 813823 598670 NZ008800067 Klein Brandt Sportpark (ong.), Almere 02P013696-ADV-01-RBH 5-7-2019 813761 598608 NZ008800005 Rode Klif, Lelystad 18289.eva 6-3-2019 813776 598623 NZ008800020 Sluisstraat 11, Lelystad BO20180131 22-10-2018 813846 598693 NZ008800090 Oslolaan 4, Urk BO20180110 30-8-2018 813798 598645 NZ008800042 Lisdoddeweg / Larserringweg, Lelystad 22107 21-6-2022 813830 598677 NZ008800074 Hospitaalpromenade (ong.), Almere 21024201A 21-4-2021 813808 598655 NZ008800052 Korenmaaier, Biddinghuizen BO213420/TB 25-3-2021 813849 598696 NZ008800093 WERKTUIGENWERK 5 TE EMMELOORD 31857 13-10-2019 813763 598610 NZ008800007 Kreekbos Zuid (Hofje 3 en 4), Almere 20073401A 10-12-2020 813784 598631 NZ008800028 Oosterringweg 65I ,Bant 21115 29-3-2021 813786 598633 NZ008800030 Venelaan 1 te Rutten 20-M9345 15-6-2020 813805 598652 NZ008800049 Bouwweg 19, Lelystad BO20180029 6-4-2018 813845 598692 NZ008800089 Westermeerweg 3, Tollebeek 1.224.195 10-1-2019 813775 598622 NZ008800019 Narcisstraat 14, Swifterbant 32067 4-12-2019 813847 598694 NZ008800091 Vlonderweg (naast nummer 6,) Almere 21027601A 3-6-2021 813768 598615 NZ008800012 Koningsbeltweg tenzuiden van nr. 31, Almere 21010701A 12-3-2021 813796 598643 NZ008800040 Oostvaardersdiep 16, Almere 480.423.100 23-12-2023 813787 598634 NZ008800031 Grietenij (ong.), Lelystad 210047 1-3-2021 813765 598612 NZ008800009 Kuilweg 12, Biddinghuizen 2027017 7-4-2020 813767 598614 NZ008800011 Koningsbeltweg (ten noorden van 72), Almere 21010601A 11-3-2021 813778 598625 NZ008800022 Oosterringweg 34, Luttelgeest BO20200091 22-7-2020 813780 598627 NZ008800024 Nabij Larserdreef, Lelystad 14P003115-ADV01 29-5-2020 813782 598629 NZ008800026 Oogstveld 8, Ens 20260 26-10-2020 813789 598636 NZ008800033 Vollenhoverweg 25, Marknesse 21247-AvA 15-6-2021 813762 598609 NZ008800006 De Striptekenaar, Almere 20055902A 4-3-2021 813766 598613 NZ008800010 Meerveldstraat 59 te Almere 203008/JJS 30-1-2020 813773 598620 NZ008800017 Creilerpad 14, Creil 190639 31-7-2019 813774 598621 NZ008800018 Lindeweg 9, Emmelord BO20190168 12-11-2019 813795 598642 NZ008800039 Lucernehof 58, Nagele 22273-AvA 14-10-2022 813809 598656 NZ008800053 Spieringweg 3, Dronten 19276-AvA 6-11-2019 813771 598618 NZ008800015 Creilerpad 19b, Creil 180329/dh/am 20-4-2018 813799 598646 NZ008800043 GROENEWOUDSEWEG 71, ZEEWOLDE P21-0531-004 8-10-2021 813792 598639 NZ008800036 De Steiger183 - 187 , Almere 153276 30-7-2021 813757 598604 NZ008800001 Homeruskwartier, Almere 420.299.105 16-6-2020 813841 598688 NZ008800085 Bisonweg 11, Swifterbant 10.608.004 22-12-2020 813777 598624 NZ008800021 Titaniumweg 4, Emmeloord 20033301A 10-6-2020 813821 598668 NZ008800065 Leemringweg 19, Kraggenburg 2020235 26-3-2020 813848 598695 NZ008800092 bodestraat almere 20025501A 30-4-2020 813800 598647 NZ008800044 Drietorensweg 36, Ens 201234/wj/sh 24-2-2021 813781 598628 NZ008800025 Oudebosweg 14 ,Dronten 21219-AvA 29-3-2021 813788 598635 NZ008800032 Parkwijk, Lelystad 180108_135125 19-1-2018 813820 598667 NZ008800064 Dronterringweg 1, Swifterbant BO20200010 11-2-2020 813844 598691 NZ008800088 De Maalstroom te Swifterbant BO204992/TB 18-12-2020 813785 598632 NZ008800029 De Deel nr. 22, Emmeloord 20-M9344 12-6-2020 813791 598638 NZ008800035 Revelsant 16, Emmeloord 2020-0062 13-2-2020 813760 598607 NZ008800004 Eggestraat 35, Nagele 182131 5-11-2018 813769 598616 NZ008800013 Rondebeltweg (ten oosten van nummer 110), Almere 21010801A 12-3-2021 813818 598665 NZ008800062 Akkerhof 3, Biddinghuizen 19051 1-4-2019 813793 598640 NZ008800037 Arendweg 17, Lelystad xop.lls.20123.r01 16-6-2020 813783 598630 NZ008800027 Randstad 2002, Almere 2005N651/BST/rap1 14-7-2020 813810 598657 NZ008800054 Groene Velden, Lelystad 0235101 A 23-7-2002 813851 598698 NZ008800095 Ramsweg 8A, Ens R69549 15-4-2020 813790 598637 NZ008800034 Ecopark, Emmeloord BO214988/SK 22-12-2021 813837 598684 NZ008800081 Westgat 2a, Urk 18261 29-10-2018 813772 598619 NZ008800016 Hertenpad 2, Kraggenburg 18263-02 5-3-2019 813801 598648 NZ008800045 Onderstation Lelystad, Lelystad M20B0184 11-12-2020 813840 598687 NZ008800084 Stationsuitbreiding , Almere 1277734 6-11-2020 813794 598641 NZ008800038 Vogelweg 47, Zeewolde 22ZP0016-01 26-4-2022 813850 598697 NZ008800094 Baardmeesweg 9, Zeewolde D10032254 44 28-5-2021 813770 598617 NZ008800014 Hefbrugweg (nabij nr. 28), Almere-Buiten 18022801A 30-8-2018 813822 598669 NZ008800066 De Helling 15, Dronten 19-M8800 12-3-2019 813803 598650 NZ008800047 Paardenmarkt, Emmeloord BO204605/AM 9-10-2020 813843 598690 NZ008800087 Kadoelenweg 16, Kraggenburg 1976.01.181.r1 23-1-2018 813852 598699 NZ008800096 Energieweg 3, Dronten Z2021004029 3-9-2021 813839 598686 NZ008800083 Noordzijde 8-10, Emmeloord 190054 28-2-2019 813842 598689 NZ008800086 Van den Hamlaan 2, Dronten 1.224.167.001 30-4-2018 BIJLAGE3SPECIFICATIE UITBIJTER SPECIFICATIE UITBIJTER ONDER- ZOEK ID LOCATIE ID MONSTER LOCATIENAAM EN ONDERZOEKSNAAM UITBIJTER(S) REDEN 813844 598691 13-1 De Maalstroom te Swifterbant Olie
(6100)Lokale verontreiniging Alle overige potentiële uitbijters betroffen invoerfouten; deze zijn allen vervangen door de juiste gehalten. BIJLAGE4A STATISTISCHE PARAMETERS NEN5740 BODEMKWALITEITSZONES (WAARDEN STANDAARDBODEM) STATISTISCHE PARAMETERS NEN5740 BODEMKWALITEITSZONES (WAARDEN STANDAARDBODEM) Statistische parameters, toetsing aan Regeling bodemkwaliteit 2022 (waarden standaardbodem in mg/kg ds) Barium wordt niet meegenomen in de toetsing,

bijlage 1 in de rapportage. Voor Kobalt, Molybdeen en PCB zijn de waarnemingen binnen zones B1 t/m B4 gecombineerd,

paragraaf 3.4.3 in de rapportage. Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule (95P - 5P) / (maximale waarde industrie – achtergrondwaarde) BIJLAGE4B STATISTISCHE PARAMETERS PFAS-VERBINDINGEN BODEMKWALITEITS- ZONES (GEMETEN WAARDEN) STATISTISCHE PARAMETERS PFAS- VERBINDINGEN BODEMKWALITEITS- ZONES (GEMETEN WAARDEN) Statistische parameters Landbodem, toetsing aan Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie (gemeten gehalten) Alle gehaltes zijn in μ g/kg ds BIJLAGE4C STATISTISCHE PARAMETERS NEN5740 BODEMKWALITEITS- ZONES (GEMETEN WAARDEN) STATISTISCHE PARAMETERS NEN5740 BODEMKWALITEITSZONES (GEMETEN WAARDEN) Statistische parameters, toetsing aan Regeling bodemkwaliteit 2022 (gemeten waarden in mg/kg ds) Barium wordt niet meegenomen in de toetsing,

bijlage 1 in de rapportage. Voor Kobalt, Molybdeen en PCB zijn de waarnemingen binnen zones B1 t/m B4 gecombineerd,

paragraaf 3.4.3 in de rapportage. Heterogeniteit (mate betrouwbaarheid van de bepaald diffuse bodemkwaliteit) De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule (95P - 5P) / (maximale waarde industrie – achtergrondwaarde) BIJLAGE5RISICOBEOORDELING BKK-ZONE ‘B6 BERMEN PROVINCIALE WEGEN NOP’ RISICOBEOORDELING BKK-ZONE ‘B

  1. BERMEN PROVINCIALE WEGEN NOP’ Resultaten RisicotoolboxBodem.nl Risico's behorende bij chemische bodemkwaliteit en functie Algemeen V. RTB: 1.1.3.4 V. rapport: 1.14 Naam berekening: <Nieuw> Modus: berekenen risico’s actuele bodemkwaliteit Monstergroep: /Bkk bermen Flevoland/NOP Bodemgebruiksfunctie: Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Bijzonderheden: Humane biobeschikbaarheid lood: 0,74 Status van deze berekening De risicotoolbox berekent de risico’s van een chemische bodemkwaliteit voor milieu, mens en landbouwproductie die horen bij een ingevoerde chemische bodemkwaliteit en bodemfunctie. De risicotoolbox maakt hiervoor gebruik van wetenschappelijke modellen uit de normstellingspraktijk. Modellen kunnen slechts een voorspelling geven van te verwachten risico's. De kwaliteit van deze voorspellingen wordt bepaald door de betrouwbaarheid van de modellen en de mate waarin deze van toepassing zijn op de lokale situatie. De modellen achter de risicotoolbox hebben uiteenlopende betrouwbaarheden en de toepasselijkheid hangt sterk af van de lokale situatie. De verantwoordelijkheid voor de interpretatie van de resultaten ligt bij de gebruiker van het instrument. Het bovenstaande betekent dat voorspellingen van risico 's die zowel boven als onder de - voor de gekozen bodemgebruiksvorm relevante - risicogrenswaarde liggen slechts indicatief zijn. Juist bij resultaten die dicht bij risicogrenswaarden liggen is het belangrijk om hierbij in de interpretatiefase stil te staan. De risicotoolbox kan op twee manieren rekenen : Berekenen van de risico's van voorgestelde Lokale Maximale Waarden Rekenen aan de risico's van de actuele chemische bodemkwaliteit Deze berekening is het resultaat van functie
  2. Functie 2: Rekenen aan de risico's van de actuele chemische bodemkwaliteit Naast de eerste verplichte functie, waarin de risico 's van Lokale Maximale Waarden worden berekend, kan de risicotoolbox ook de risico's van de actuele chemische bodemkwaliteit inzichtelijk maken. De modelberekeningen zijn gebaseerd op de berekeningen in functie "1", uitgebreid met enkele aanvullende parameters. De uitkomsten geven de risico’s weer van de ingevoerde bodemkwaliteit in relatie tot de ingevoerde gebruiksfunctie. De ingevoerde bodemkwaliteit kan de gemiddelde bodemkwaliteit zijn van het betreffende gebied, maar er mag ook gekozen worden voor een andere percentielwaarde uit de verdeling van bodemkwaliteitsgegevens. Deze keuze dient te worden aangegeven bij het invoeren van de gegevens. De keuze voor een percentielwaarde heeft invloed op de betekenis van de uitslagen van de risicotoolbox, de gebruiker dient hier rekening mee te houden bij de interpretatie. De uitkomsten in termen van risico’s zijn niet zonder meer van toepassing indien de ingevoerde bodemkwaliteit als Resultaten Ecologische risico's Beschermingsniveau: Matig (Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie) Stof Concentratie [mg/kg] (*) Concentratiegrens[mg/kg] Risico-index som-PAK 66,00 40,00 1,65 Let op: op de ingevoerde concentratie is de standaardbodemtypecorrectie toegepast Humane risico's Stof Blootstelling [mg/kg lg/dag] Risicogrens [mg/kg lg/dag] Risico-index som-PAK 0,57 Naftaleen 6,49E-06 0,04 0,00 Anthraceen 6,12E-06 0,04 0,00 Benzo(a)anthraceen 2,66E-06 5E-05 0,05 Benzo(a)pyreen 2,13E-06 5E-06 0,43 Chryseen 2,91E-06 0,0005 0,01 Fluorantheen 7,02E-06 0,0005 0,01 Fenanthreen 2,18E-05 0,04 0,00 Benzo(ghi)peryleen 1,96E-06 0,03 0,00 Benzo(k)fluorantheen 1,1E-06 5E-05 0,02 Indeno(123cd)pyreen 2,17E-06 5E-05 0,04 Ecologische (mengsel) risico's (msPAF) Parameter Waarde PAF Anthraceen 20,70 PAF Benzo(a)anthraceen 15,60 PAF Benzo(a)pyreen 23,90 PAF Chryseen 19,30 PAF Fluorantheen 38,50 PAF Fenanthreen 48,70 PAF Naftaleen 12,20 PAF Benzo(k)fluorantheen 4,58 PAF Indeno(123cd)pyreen 31,70 PAF Benzo(ghi)peryleen 19,30 msPAF (mengsel) 77,80 Toelichting bij de resultaten Ecologische risico's De ecologische risico's in de risicotoolbox worden berekend door de concentratie van stoffen in de bodem (gecorrigeerd naar standaardbodem) te toetsen aan risicogrenswaarden. Deze risicogrenswaarden komen overeen met de grenswaarden die zijn gebruikt voor de afleiding van de Generieke Maximale Waarden . De ecologische grenswaarden worden beleidsmatig vastgesteld. Bij de onderbouwing van de grenswaarden wordt gebruik gemaakt van wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van stoffen op soorten. In deze onderbouwing kan er voor een aantal stoffen rekening worden gehouden met de effecten van doorvergiftiging. Humane risico's In de risicotoolbox wordt de blootstelling van mensen aan stoffen als gevolg van bodemgebruik berekend met het model CSOIL. Dit model wordt ook gebruikt voor de afleiding van landelijke normen ( Landelijke Maximale Waarden). In de risicotoolbox wordt het model doorgerekend met de lokatiespecifieke bodemkwaliteit en bodemeigenschappen. CSOIL berekent een levenslang gemiddelde blootstelling voor de gekozen bodemfunctie. Aan de bodemfunctie zijn belangrijke blootstellingsparameters gekoppeld (bijvoorbeeld: mate van gewasconsumptie, blootstelling van kinderen via inname van grond). Landbouw risico's De berekeningen van de landbouwrisico's worden uitgevoerd met de methoden die zijn gehanteerd voor de onderbouwing van de LAC2006 waarden. In de risicotoolbox worden deze methoden zoveel mogelijk locatiespecifiek ingezet (dat wil zeggen: rekening houdend met het lokale bodemtype). Voor de stoffen en landbouwproducten waarvoor dit niet mogelijk is , wordt getoetst aan de generieke LAC-waarden. Toxische druk (msPAF) Naast de standaard ecologische risicobeoordeling wordt in de risicotoolbox ook de toxische druk (op ecosystemen) van stoffen en van het mengsel van stoffen berekend . Net als in de standaard ecologische risicobeoordeling vormen wetenschappelijke gegevens over de effecten van stoffen op soorten de basis voor deze berekening . Bij de bepaling van de toxische druk wordt verder rekening gehouden met de lokale bodemeigenschappen (organisch stof, lutum en zuurgraad) en met de generieke achtergrondwaarde (AW2000). Let op: de berekening van toxische druk in de risicotoolbox is niet geschikt om het verspreiden van baggerspecie te toetsen. Gebruik hiervoor het instrument TOWABO. Voor aanvullende informatie over de berekeningen in de risicotoolbox :

www.risicotoolboxbodem.nl/methoden Resultaten - grafisch Invoergegevens Stof Concentratie [mg/kg] Concentratie in standaardbodem [mg/kg] Type Naftaleen 0,50 0,50 P95 Anthraceen 2,90 2,90 P95 Benzo(a)anthraceen 7,60 7,60 P95 Benzo(a)pyreen 6,20 6,20 P95 Chryseen 8,20 8,20 P95 Fluorantheen 16,00 16,00 P95 Fenanthreen 8,90 8,90 P95 Benzo(ghi)peryleen 5,90 5,90 P95 Benzo(k)fluorantheen 3,30 3,30 P95 Indeno(123cd)pyreen 6,50 6,50 P95 Bodemeigenschappen: Organisch stof: 3,2 % Lutum: 7,4 % pH (CaCl2): 6 Resultaten - grafisch - additioneel In deze sectie worden de berekende ecologische en humane risico’s voor alle functies (beschermingsniveaus) in 3D staafdiagrammen weergegeven. Op deze wijze kan een indruk worden verkregen van de gevoeligheid van de uitslagen voor de gekozen functies. Resultaten zijn altijd inclusief doorvergiftiging (indien waarden beschikbaar) Kaartbijlage 1 Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlagen 2 Bodemkwaliteitszonekaart Kaartbijlagen 3 Ontgravingskaarten op basis van algemene regels Kaartbijlagen 4 Toepassingskaarten op basis van algemene regels Kaartbijlagen 5 Toepassingskaarten op basis van maatwerkregels

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.