Nadere regels Gedenkpark Rosenburgh 2024Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorschoten, overwegende nadere regels te stellen voor het gebruik en beheer van gedenkpark Rosenburgh; gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, vierde lid, 7, tweede lid, 11, 12, tweede lid, 14, eerste, tweede en derde lid, 15, eerste en tweede lid, 16, 17, eerste, tweede en vierde lid, 18, tweede lid, 19, eerste en tweede lid, 22, derde lid, 24, vierde lid, 25, eerste lid, 26, tweede lid, 30, zevende lid en 31, vijfde lid van de Beheerverordening gedenkpark Rosenburgh 2024; besluit vast te stellen de volgende: Nadere regels Gedenkpark Rosenburgh 2024 Artikel1.Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als de begrippen in de Beheerverordening Gedenkpark Rosenburgh 2024. Artikel2.Openstelling Het gedenkpark is dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang. Artikel3.Ordemaatregelen 1.Het is aan steenhouwers, hoveniers, vrijwilligers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden aan grafbedekkingen op het gedenkpark te verrichten. 2.Het is verboden om zonder toestemming van de beheerder met motorrijtuigen op het gedenkpark te rijden. Motorvoertuigen waarvoor toestemming is verleend mogen niet harder dan 10 km per uur. 3.Bezoekers met honden kunnen uitsluitend met een aangelijnde hond het gedenkpark bezoeken en dienen uitwerpselen onmiddellijk te verwijderen. 4.Asverstrooiing op het gedenkpark is alleen mogelijk in overleg met, na toestemming van en in het bijzijn van een gedenkparkmedewerker. De beheerder bepaalt waar as verstrooien mogelijk is. 5.Bovengrondse asverstrooiing op grafbedekkingen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen is niet toegestaan. 6.Het verontreinigen van het gedenkpark, waaronder het achterlaten van afval buiten de daarvoor bestemde bakken, is niet toegestaan. 7.Het is niet toegestaan om vazen, potten, gieters, gereedschap en bankjes buiten de grafafmetingen te plaatsen. Artikel4.Samenvoegen van overledenen in een graf 1.Het samenvoegen van de stoffelijke resten op de onderste laag van een graf, om daarmee ruimte te maken voor een nieuwe overledene, is mogelijk indien de wettelijke grafrusttermijn van tenminste tien jaar wordt gerespecteerd, de resterende graftermijn nog minimaal tien jaar bedraagt, begraven op meer dan één laag mogelijk is en het samenvoegen technisch en op een hygiënische verantwoorde wijze uitvoerbaar is. 2.Per graf kan slechts één keer een samenvoeging plaatsvinden. 3.Het verdiept begraven van stoffelijke resten onder de onderste laag (schudden) is niet toegestaan. Artikel5.Tijden van begraven, cremeren en asbezorging 1.De tijden van begraven op maandag t/m zaterdag zijn 9.00 tot 16.00 uur. De uitvaart moet voor de eindtijd afgerond te zijn. 2.Het bezorgen van as op maandag t/m zaterdag is van 9.00 tot 15.00 uur. 3.Begraven en asbezorging buiten reguliere tijden is mogelijk tot 19.00 uur, met als uiterste tijd een uur voor zonsondergang, tegen betaling van een toeslag van 50%. 4.Voor begraven en het bezorgen van as op zaterdag geldt een toeslag van 50%. 5.De burgemeester kan in bijzondere gevallen van de genoemde tijden in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel afwijken. Op zon- en feestdagen wordt een toeslag van 100% in rekening gebracht. Artikel6.Aantal overledenen in graven en asvoorzieningen 1.In particuliere graven die voor twee lagen worden uitgegeven, enkelgraven en natuurgraven uitgezonderd, mogen twee overledenen begraven worden. Bijzetting van maximaal twee asbussen in een urn op de grafbedekking is toegestaan. 2.Indien samenvoegen is toegestaan kan in de graven van lid 1 een extra overledene worden begraven. 3.In een enkelgraf mag maximaal één overledene worden begraven. Bijzetting van maximaal één asbus is toegestaan. 4.In een onderhoudsvrij natuurgraf, waaronder bloemgraf en boomgraf inbegrepen, mogen maximaal twee overledenen worden begraven. Bijzetting van asbussen en het samenvoegen van graflagen is niet toegestaan. 5.Per algemeen graf mogen twee overledenen begraven worden. Bijzetting van asbussen is niet toegestaan. De beheerder van het gedenkpark bepaalt wie in het graf worden begraven, waarbij geen rekening wordt gehouden met familiebanden. 6.Per particulier (kelder)urnengraf en urnenplaats, natuururnengraven uitgezonderd, mogen maximaal twee asbussen worden bijgezet, voor zover de ruimte het toelaat. De rechthebbende bepaalt wiens asbus wordt bijgezet. 7.Per algemeen natuururnengraf mag maximaal één asbus worden bijgezet. 8.Per particuliere urnennis mogen maximaal twee asbussen of urnen worden bijgezet. 9.Per particuliere gedenkplaats mogen meerdere overledenen herdacht worden. 10.Asverstrooiing is uitsluitend toegestaan op een verstrooiplaats. Artikel7.Volgorde van uitgifte 7.1 Nieuwe graven, natuurgraven uitgezonderd, worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven. 7.2 Vrijgekomen graven worden opnieuw uitgegeven op verzoek. 7.3 De beheerder bepaalt welke vakken en rijen voor directe begraving en welke vrijgekomen graven als keuzegraf in aanmerking komen. Artikel8.Reserveren van graven 1.Het reserveren van een particulier graf kan voor een periode van tien jaar of een veelvoud van tien jaar, met een maximum van 50 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk ingaat. 2.Het reserveren van een particulier urnengraf, urnenplaats, urnennis en particuliere gedenkplaats kan voor een periode van vijf jaar of een veelvoud van vijf jaar, met een maximum van 50 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk ingaat. 3.Het reserveren van een natuurgraf, waaronder boomgraf en bloemgraf inbegrepen, kan voor een periode van 100 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk ingaat. 4.Het reserveren van een natuururnengraf kan voor een periode van 50 jaar, waarbij het grafrecht onmiddellijk in gaat. 5.De beheerder beoordeelt en bepaalt welke graven voor reservering in aanmerking komen. Artikel9.Categorieën 1.Op het gedenkpark is een Islamitisch gedeelte vastgesteld waar begraven wordt volgens Islamitische gebruik. 2.Op het gedenkpark is een Rooms Katholiek gedeelte vastgesteld waar begraven wordt volgens Rooms Katholiek gebruik. 3.De natuurbegraafplaats omvat een afgebakend deel van het gedenkpark. Voor de natuurbegraafplaats gelden specifieke voorwaarden voor de uitgiftetermijn (artikel 10 van de nadere regels) en de grafbedekking (artikel 22 van de nadere regels). 4.De dierenbegraafplaats omvat een afgebakend deel van het gedenkpark. Voor de dierenbegraafplaats gelden specifieke voorwaarden voor de uitgiftetermijn (artikel 10 van de nadere regels), de grafafmetingen (artikel 11 van de nadere regels) en de grafbedekkingen (artikel 23 van de nadere regels). Artikel10.:Termijnen graven, urnenvoorzieningen en gedenkplaatsen 1.Particuliere graven, natuurgraven en diergraven uitgezonderd, worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar of een veelvoud van tien jaar, met een maximum van vijftig jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van het gedenkpark dat toelaat en waarbij het te heffen tarief hetzelfde veelvoud is van het tarief van een grafrecht voor tien jaar. 2.Particuliere urnengraven, urnennissen, urnenplaatsen en gedenkplaatsen worden uitgegeven voor een termijn van vijf jaar of een veelvoud van vijf jaar, met een maximum van vijftig jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van het gedenkpark dat toelaat en waarbij het te heffen tarief hetzelfde veelvoud is van het tarief van een grafrecht voor vijf jaar. 3.Natuurgraven, boomgraven en bloemgraven inbegrepen, worden uitgegeven voor een termijn van 100 jaar. 4.Diergraven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar of een veelvoud van tien jaar, waarbij het te heffen tarief hetzelfde veelvoud is van het tarief van het grafrecht voor tien jaar. 5.Particuliere graven, urnengraven, urnennissen, urnenplaatsen, gedenkplaatsen en diergraven worden op verzoek verlengd met een termijn van vijf jaar of een veelvoud van vijf jaar, met een maximum van vijftig jaar, waarbij het te heffen tarief de helft bedraagt van het tarief van tien jaar, of hetzelfde veelvoud van het tarief van vijf jaar. 6.Tussentijdse verlenging van grafrechten per jaar is verplicht indien bij een bijzetting de resterende termijn korter is dan de vereiste grafrusttermijn van tien jaar. Het tarief bedraagt een vijfde deel per te verlengen jaar, uitgaande van het vastgestelde tarief van een verlenging met vijf jaar. 7.Algemene graven, algemene natuururnengraven uitgezonderd, worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd. 8.Algemene natuururengraven worden uitgegeven voor een termijn van 50 jaar. Deze termijn kan niet worden verlengd. Artikel11.Afmetingen van de graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen De maximale afmetingen voor een graf en urnenplaats zijn: voor een particulier graf 2.40 x 1.20 meter (l x b); voor een algemeen graf 2.00 x 1.00 meter (l x b); voor een particulier kindergraf voor kinderen jonger dan 1 jaar 1,00 x 0.80 meter (l x b); voor een particulier kindergraf voor kinderen van 1 tot 8 jaar 1,00 x 0.80 meter (l x b); voor een particulier kindergraf voor kinderen van 8 tot 12 jaar 2.00 x 1.00 meter (l x b); voor een particulier (kelder-)urnengraf, daaronder natuururnengraven inbegrepen, 0.70 x 0.80 meter (l x b); voor een particuliere bovengrondse urnenplaats en particuliere gedenkplaats 0.70 x 0.80 meter (l x b); voor een urnennis in een urnenmuur of columbarium 0,29 x 0,22 x 0,26 m (h x b x d); voor een natuurgraf, daaronder bloemgraf en boomgraf inbegrepen, 250 x 150 meter (l x b); voor een klein diergraf 0.60 x 0.60 meter (l x b); voor een groot diergraf 1.00 x 0.80 meter (l x b); voor grotere kistmaten zijn beperkte mogelijkheden aanwezig. Een verzoek daartoe moet uiterlijk twee werkdagen voor een begrafenis schriftelijk worden aangevraagd bij de beheerder. Artikel12.Keldergraven 1.Nieuwe keldergraven zijn niet meer toegestaan. 2.Voor het aanpassen en hergebruiken van bestaande keldergraven is een vergunning vereist. 3.Het college kan de vergunning voor het aanpassen en hergebruiken van een bestaand keldergraf weigeren indien: de materialen niet duurzaam zijn; de fundering en constructie onstabiel en onveilig zijn; de aanpassing esthetisch niet aanvaardbaar is; de binnenmaatse afmetingen kleiner zijn dan 220 x 120 cm (l x b); 4.Een vergunning voor een reeds bestaand keldergraf kan worden gewijzigd of ingetrokken indien: de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende is; de fundering en constructie onvoldoende stabiel en veilig zijn; ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen; van de vergunning geen gebruik gemaakt wordt binnen de daarin gestelde termijn; de houder van de vergunning dit verzoekt; de beherder om redenen van beheer technische aard dit wenselijk of noodzakelijk acht. 5.Aan de afhandeling van de aanvraag van een vergunning betreffende de aanpassing of hergebruik van een bestaand keldergraf zijn kosten verbonden. Artikel13.Overschrijving van verleende rechten 1.Een rechthebbende kan bij leven verleende rechten overschrijven op een andere persoon. Hiervoor is een overschrijvingsformulier beschikbaar. 2.Een rechthebbende kan bij leven schriftelijk bij de administratie van het gedenkpark aangeven wie de nieuwe rechthebbende wordt na overlijden van de huidige rechthebbende. 3.Wanneer nabestaanden ontbreken, kan de rechthebbende bij laatste wil of bij notariële akte bepalen dat de rechten worden overgeschreven op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, een stichting of instelling voor grafzorg of een kerkgenootschap. 4.Het college kan in bijzondere gevallen van het bepaalde in het voorgaande lid afwijken. Artikel14.Voorwaarden voor particuliere gedenktekens 1.Voor gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, verduurzaamde houtsoorten en gehard glas. 2.De lengte en de breedte van de grafbedekking en het daarop geplaatste gedenkteken, ornamenten inbegrepen, mogen de afmetingen van het (urnen-)graf, bovengrondse urnenplaats en gedenkplaats niet overschrijden. 3.Gedenktekens moeten geplaatst worden op een fundament of afdekplaat die verzakking van het gedenkteken uitsluit. 4.De regelgeving en maatvoering kan per grafsoort en categorie verschillen. In bijlage 1 zijn de voorwaarden per grafsoort en categorie vermeld. 5.Voor urnennissen is een standaard voorzetplaat beschikbaar. Plaatsing is niet verplicht. 6.Bodembedekking of strooibedekking, zoals grind en schelpen zijn alleen toegestaan binnen een deugdelijke omranding van minimaal 10 cm hoogte boven het maaiveld en indien voorzien van een bodemplaat. 7.Op het gedenkteken dient aan de achterzijde het grafnummer zichtbaar aanwezig te zijn. 8.De namen van leveranciers, ontwerpers of uitvoerders van gedenktekens mogen alleen aan de achterkant van het gedenkteken worden aangebracht, in de vorm van een klein metalen naamplaatje van maximaal 2 x 4 centimeter. 9.Op en in de nabijheid van verstrooiplaatsen zijn permanente en tijdelijke voorwerpen en gedenktekens niet toegestaan. Artikel15.Melding en vergunning grafbedekking en gedenkteken 1.De melding tot het plaatsen, aanbrengen of wijzigen van een gedenkteken op een (urnen-)graf, urnenplaats en gedenkplaats moet schriftelijk worden gedaan bij de beheerder van het gedenkpark, uiterlijk een maand voor plaatsing. De melding dient te bevatten: NAW-gegevens en handtekening van de rechthebbende van het graf, de urnenplaats of de gedenkplaats; de naam en het adres van de aanvrager en indien deze een ander is dan de rechthebbende tevens de toestemming van de betreffende rechthebbende om eigenaar van de grafbedekking te zijn; de naam van het gedenkpark, de ligging (grafveld) en nummer van het graf of de plaats; naam en adres van degene die de te verrichten werkzaamheden op het gedenkpark uitvoert; een werk-/productietekening, schaal 1:10, waarin aangegeven: een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen; de soort en kleur van het materiaal van het gedenkteken en de bewerking ervan; de vermelding of de letters en/of tekens, ingehakt, opgehakt of van een ander materiaal zijn; de woordindeling van het opschrift en de plaats van de figuratie(s); de soort van het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop; de soort vaste planten indien het een levende grafbedekking betreft. 2.Voor gewenste grafbedekkingen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 14, lid 1 t/m 4 van de nadere regels, ornamenten voor op het (urnen-)graf, een bovengrondse urnenplaats of een gedenkplaats inbegrepen, kan de beheerder afwijkend besluiten mits het gedenkteken duurzaam en esthetische inpasbaar is. Een vergunning is vereist. 3.De beslissing op de vergunningaanvraag wordt door de beheerder schriftelijk meegedeeld. 4.Op natuurgraven, bloem- en boomgraven inbegrepen, is als grafbedekking uitsluitend toegestaan een boomschijf met inscriptie. De boomschijf is van onbehandeld inheems hout, heeft een diameter van maximaal 50 cm en een dikte van 10 cm. 5.Tijdelijke grafmarkeringen mogen maximaal tot 1 jaar na begraven op een graf blijven staan, natuurgraven uitgezonderd. Het opschrift van een tijdelijke grafmarkering bevat uitsluitend de naam en overlijdensdatum van de overledene en optioneel een persoonlijke figuratie. De maximaal toegestane afmeting van een markeerbordje is 20 x 30 cm (h x
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.