Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Gouda 2025Het college van burgemeester en wethouders van Gouda en de burgemeester van Gouda; Ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van 8 juli 2025, gelet op het feit dat de huidige Bibob-beleidslijn Gouda 2013 is verouderd. Door verschillende wetswijzigingen van de Wet Bibob en de invoering van de Omgevingswet in 2024 is een aanpassing van het beleid nodig; gelet op het feit, dat daarvoor noodzakelijk is, dat het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester vooraf vaststellen in welke situaties zij het Bibob-instrumentarium gebruik willen maken; dat zij hiervoor op 11 december 2012 een Bibob-beleidslijn hebben vastgesteld; dat het instrumentarium van de wet BIBOB inmiddels op meerdere terreinen van toepassing kan worden verklaard; overwegende, dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden; gelet op het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, en de bepalingen in artikelen 3, 30a en 30b van de Alcoholwet, artikel 30b van de Wet op de kansspelen, artikel 5.1 en 5.37 van Omgevingswet, artikel 41 van de Huisvestingswet, de artikelen 2:5, 2:9, 2:49 en 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025 (APV) met betrekking tot gemeentelijke vergunningen, artikel 2.11 van de Jeugdwet, artikel 2.1.1 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), artikel 4 van Algemene subsidieverordening Gouda 2003, artikel 1.1 van Aanbestedingswet 2012 en de artikelen ten aanzien van privaatrechtelijke overeenkomsten in Boeken 3, 5, 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek. besluiten: de bijgevoegde BIBOB-beleidslijn Gouda 2025 vast te stellen en na publicatie in werking te laten treden. de Bibob-beleidslijn Gouda 2013 in te trekken op moment dat de Bibob-beleidslijn Gouda 2025 in werking treedt. Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Gouda 2025 Deze beleidsregel legt uit hoe de gemeente Gouda de Wet Bibob gebruik maakt van het Bibob-instrument. Wat is de Wet Bibob? De gemeente Gouda wil weerbaar zijn tegen mogelijke criminele inmenging en wil uitsluitend zaken doen met integere partijen. Om te voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt, zet Gouda de Wet Bibob in. Bibob staat voor “Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De aanpak van ondermijning is een van de prioriteiten van het Goudse veiligheidsbeleid (Integraal Veiligheidsbeleid 2024-2027). De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op crimineel misbruik hebben. De gemeente doet onderzoek naar de aanvrager, maar kan ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit door te onderzoeken of de betrokken personen en ondernemingen niet betrokken zijn bij criminele activiteiten. In deze beleidsregel staat omschreven wanneer en hoe de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoert. Wanneer kan de gemeente een Bibob -onderzoek doen? De gemeente mag een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten: activiteiten waar een vergunning/ontheffing voor nodig is activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd opdrachten voor de overheid vastgoedtransacties, zoals onder andere het kopen of verkopen van gebouwen of grond van de gemeente. Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob -onderzoek? De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te beëindigen. Hoofdstuk1:Algemeen Artikel1.1Uitleg begrippen In deze beleidsregel worden diverse begrippen en definities gebruikt. In deze beleidsregel zijn de definities zoals deze genoemd zijn in artikel 1, eerste lid van de Wet Bibob van overeenkomstige toepassing. Daarnaast wordt in deze beleidsregel nog een aantal andere begrippen gebruikt. Aanvraag: een aanvraag zoals bedoeld in artikel 1:3, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); APV: Algemene plaatselijke verordening Gouda 2025; Beschikking: een beschikking zoals bedoeld in artikel 1:3, tweede lid van de Awb; Bibob: Bevordering van integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; Bibob-vragenformulier: het formulier dat iemand in moet vullen bij de start van een Bibob-onderzoek (zie artikel 7a, vijfde lid van de Wet Bibob); Coffeeshop: een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.8 van de APV, waar handel en gebruik in softdrugs plaatsvindt en waarvoor is verstrekt: een exploitatievergunning ex artikel 2.9 APV. een verklaring op grond waarvan de verkoop van softdrugs in de inrichting door het openbaar ministerie en de burgemeester wordt gedoogd. Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeente aanwezig is, bijvoorbeeld in documenten of digitaal. Of informatie die de gemeente in open of gesloten bronnen mag bekijken of aanvragen. De gemeente mag deze informatie gebruiken voor het eigen onderzoek; Eigen onderzoek: het Bibob-onderzoek dat de gemeente Gouda uitvoert, zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob; Gemeente: een bestuursorgaan van de gemeente Gouda, zijnde de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Gouda (als rechtspersoon); Landelijk Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de wet. De gemeente kan dit bureau vragen om een Bibob-advies te geven. In de beleidsregel zal gebruik worden gemaakt van de afkorting LBB; Overheidsopdracht: een opdracht, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingsweg 2012; RIEC: het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum zoals bedoeld in artikel 28, tweede lid onder d van de Wet Bibob; De wet: de wet Bibob. Artikel1.2Toepassing van de beleidsregel voor de wet Bibob 1.Deze beleidsregel is van toepassing op beslissingen van de gemeente in verband met: een beschikking; een vastgoedtransactie; een overheidsopdracht, waaronder mede wordt begrepen een ‘open house- procedure’, waarbij een overeenkomst waarmee de gemeente zorg als bedoeld in artikel 2.11 van de Jeugdwet of artikel 2.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inkoopt bij een ondernemer in het kader van een systeem waarbij de gemeente overeenkomsten sluit met iedere ondernemer die zich ertoe verbindt om diensten of goederen te leveren tegen vooraf vastgestelde voorwaarden zonder dat het aantal belangstellende ondernemers aan de hand van een gunningscriterium wordt beperkt. Artikel1.3Eigen onderzoek in kader van de Wet Bibob 1.De gemeente kan een eigen onderzoek doen bij: een beschikking; een vastgoedtransactie; een overheidsopdracht. 2.Het eigen onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, kan in ieder geval worden gedaan als er voldoende concrete signalen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van een gevaar als bedoeld in artikel 3 en 9, eerste, tweede en derde lid, van de wet. In bijlage 2 staat vermeld hoe de gemeente uitvoering geeft aan het eigen onderzoek en vaststelt welke signalen relevant zijn voor nader onderzoek. 3.De signalen, als bedoeld in het tweede lid, kunnen gebaseerd zijn op vragen over de integriteit van betrokkene, dan wel degene die op grond van artikel 5.31, tweede lid van de Omgevingswet met hem gelijkgesteld kan worden, of van zijn huidige, potentiële of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet, of over de organisatiestructuur of wijze van financiering van betrokkene. De signalen kunnen afkomstig zijn van: eigen ambtelijke organisatie; informatie verkregen van het LBB of uit het Bibob-register; informatie verkregen van een van de partners van het RIEC; het OM, een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob verkregen Bibob-informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet Bibob; overige informatiebronnen, zoals openbare bronnen. Hoofdstuk2:Beschikkingen In dit hoofdstuk staat vermeld wanneer de gemeente de wet Bibob zal of kan gebruiken bij aanvragen om beschikkingen. Artikel2.1Toepassingsbereik bij openbare inrichtingen, kansspelen, evenementen en aangewezen gebouwen, gebieden en activiteiten 1.Bij de volgende aanvragen om een beschikking start de gemeente een eigen onderzoek: Artikel 3 van de Alcoholwet (Alcoholwetvergunning); Artikel 2:9 van de APV, betreffende een exploitatievergunning openbare inrichting indien sprake is van vestiging van een nieuw bedrijf, de overname van een bestaand bedrijf, wijziging van exploitanten van een bestaand bedrijf, de overname van aandelen van een bestaand bedrijf, wijziging in het bestuur van een bestaand bedrijf of wijziging van rechtsvorm van de onderneming (exploitatievergunning); Artikel 2:49 van de APV, betreffende een exploitatievergunning voor gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten in het tegengaan van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat; Artikel 2:5 van de APV, betreffende een evenementenvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op: een commercieel vechtsportevenement of ride-out van motorclub(s); Artikel 30b van de Wet op de kansspelen, betreffende een aanwezigheidsvergunning; Artikel 3:1 van de Verordening Speelautomaten Gouda 2025 , betreffende een exploitatievergunning speelautomatenhal. Artikel2.2Toepassingsbereik bij overige publiekrechtelijke beschikkingen 1.Naar aanleiding van signalen, zoals vermeld in artikel 1.3, tweede en derde lid, kan bij de volgende aanvragen om een beschikking een eigen onderzoek gestart worden: Artikel 2:5 van de APV, betreffende een evenementenvergunning, die geen betrekking heeft op een commercieel vechtsportevenement of ride-out van motorclub(s); Artikel 2:9 van de APV, betreffende een exploitatievergunning indien sprake is van het wijzigen of bijschrijven van leidinggevende(n); Artikel 30a en 30b van de Alcoholwet, betreffende een bijschrijving (dag)leidinggevende op Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 30a en 30b van de Alcoholwet; Artikel 2 van de Huisvestingsverordening Gouda 2023, betreffende een huisvestingsvergunning voor het wijzigen van de woonruimtevoorraad; Artikel 39 van de Huisvestingsverordening Gouda 2023, betreffende een huisvestingsvergunning voor de opkoopbescherming. Artikel2.3Toepassingsbereik bij coffeeshops 1.De gemeente start een eigen onderzoek bij de aanvraag om een beschikking op grond van artikel 2:9 van de APV, betreffende een exploitatievergunning, door een coffeeshop. 2.In aanvulling op het eerste lid start de gemeente een eigen onderzoek, indien de aanvrager een coffeeshophouder is: bij een nieuwe aanvraag om een exploitatievergunning; bij een aanvraag die betrekking heeft op de overname van een bedrijf; er sprake is van signalen, zoals vermeld in artikel 1.3, tweede en derde lid. 3.De gemeente voert bij een reeds verleende vergunning telkens na verloop van vier jaar een Bibob-toets uit. Artikel2.4Toepassingsbereik bij seksbedrijf 1.De gemeente start een eigen onderzoek bij de aanvraag om een beschikking op grond van artikel 3:3 van de APV, betreffende een exploitatievergunning voor een seksbedrijf. 2.In aanvulling op het eerste lid start de gemeente een eigen onderzoek: bij een nieuwe aanvraag om een exploitatievergunning seksbedrijf; bij een aanvraag die betrekking heeft op de overname van een seksbedrijf; er sprake is van signalen, zoals vermeld in artikel 1.3, tweede en derde lid. 3.De gemeente voert bij een reeds verleende vergunning na verloop van ieder vier jaar een Bibob-toets uit. Artikel2.5Toepassingsbereik bij omgevingsvergunningen 1.Naar aanleiding van signalen, zoals vermeld in artikel 1.3, tweede en derde lid, kan bij de aanvragen om een van de volgende omgevingsvergunningen een eigen onderzoek gestart worden: een omgevingsplanactiviteit, op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet; een bouwactiviteit, op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder a van de Omgevingswet; een milieubelastende activiteit, op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder b van de Omgevingswet; de omgevingsplan-/ bouw- / milieubelastende activiteit, één of meer van de risicoactiviteiten als bedoeld in bijlage 1 van deze beleidsregel; sprake is van een melding als bedoeld in artikel 5:37 van de Omgevingswet (wijziging tenaamstelling). 2.Een eigen Bibob-onderzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt in beginsel verricht bij ondernemingen en uitsluitend indien sprake is van voldoende concrete signalen als bedoeld in artikel 1.3, tweede en derde lid die duiden op bezwaren met betrekking tot de integriteit van betrokkene of zijn zakelijke relaties. 3.In het geval dat een aanvrager in het tijdvak van één jaar, gerekend vanaf de eerste aanvraag, drie (of meer) aanvragen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet (omgevingsplanactiviteit bouwen) indient, kan bij de derde aanvraag een eigen onderzoek worden gestart (indien dit bij de eerdere aanvragen dit nog niet is uitgevoerd). 4.In het geval dat voor eenzelfde pand/perceel in het tijdvak van één jaar, gerekend vanaf de eerste aanvraag, drie (of meer) aanvragen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet (omgevingsplanactiviteit) indient, kan bij de derde aanvraag een eigen onderzoek worden gestart (indien dit bij de eerdere aanvragen dit nog niet is uitgevoerd). 5.De gemeente voert in principe geen eigen Bibob-onderzoek in het geval een aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semioverheidsinstanties of woning(bouw)corporaties die op grond van de Woningwet zijn aangewezen als toegelaten instellingen voor de volkshuisvesting. Artikel2.6– Toepassingsbereik bij subsidies 1.De gemeente kan een eigen onderzoek uitvoeren naar een subsidiebeschikking, zoals bedoeld in de Algemene subsidieverordening Gouda 2003: voordat een subsidie is vastgesteld of verleend; nadat een subsidie is vastgesteld of is verleend is aangegaan. 2.Naar aanleiding van signalen, zoals vermeld in artikel 1.3, tweede en derde lid, kan bij subsidies, als bedoeld in het eerste lid, een eigen onderzoek gestart worden. De signalen kunnen afkomstig zijn van: eigen ambtelijke organisatie; informatie verkregen van het LBB of uit het Bibob-register; informatie verkregen van een van de partners van het RIEC; het OM, een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob verkregen Bibob-informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet Bibob; overige informatiebronnen, zoals openbare bronnen. 3.Een eigen Bibob-onderzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt in beginsel verricht bij ondernemingen en uitsluitend indien sprake is van voldoende concrete signalen als bedoeld in artikel 1.3, tweede en derde lid die duiden op bezwaren met betrekking tot de integriteit van betrokkene of zijn zakelijke relaties. Artikel2.7Toepassingsbereik bij verleende beschikkingen 1.De gemeente start een eigen onderzoek bij verleende beschikkingen als sprake is van voldoende concrete signalen over de integriteit van betrokkene, of zijn huidige, potentiële of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet, of over de organisatiestructuur of wijze van financiering van betrokkene. De signalen kunnen, zoals vermeld in artikel 1.3, tweede en derde lid, afkomstig zijn van: eigen ambtelijke organisatie; informatie verkregen van het LBB of uit het Bibob-register; informatie verkregen van een van de partners van het RIEC; het OM, een bestuursorgaan of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob verkregen Bibob-informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet Bibob; overige informatiebronnen, zoals openbare bronnen; de gemeente de activiteit of het gebied waarvoor de vergunning geldt na het verlenen van de vergunning heeft toegevoegd aan de risicoactiviteiten (zie bijlage 1). Artikel2.8Weigeren van medewerking aan Bibob-onderzoek 1.Bij het weigeren om het Bibob-vragenformulier en bijbehorende documenten aan te leveren bij een aanvraag van een beschikking, kan de gemeente beslissen de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het niet behandelen van een vergunningaanvraag of subsidie naar aanleiding van het niet meewerken aan een Bibob-onderzoek is geregeld in artikel 4:5 van Awb. 2.Bij verleende beschikkingen zal een weigering tot medewerking op grond van artikel 4, eerste lid van de wet worden beschouwd als een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. De verleende beschikking kan als gevolg hiervan ingetrokken worden. Artikel2.9Gevolgen bij beschikkingen 1.De gemeente gaat in beginsel over tot een negatief besluit op de aanvraag op de beschikking, indien uit het eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het LBB blijkt, dat sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. 2.Wanneer blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, kan de gemeente bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar. 3.De gemeente heeft eenzelfde bevoegdheid indien sprake is van een ernstig gevaar waarbij de ernst van de strafbare feiten een weigering of intrekking van de beschikking niet rechtvaardigt. De gemeente kan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift wijzigen. Indien niet wordt voldaan aan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift, kan de gemeente de beschikking intrekken. 4.Weigering en intrekking op grond van artikel 3, zesde lid, van de wet vindt slechts plaats voor zover dit tenminste evenredig is met in geval van vermoedens, de ernst daarvan en met de ernst van het strafbare feit. 5.De gemeente kan een advies van het LBB en de gegevens uit het eigen onderzoek gedurende vijf jaren gebruiken in verband met een andere beslissing. Hoofdstuk3:Privaatrechtelijke transacties In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij privaatrechtelijke transacties. De gemeente kan de wet Bibob toepassen bij vastgoedtransacties of overheidsheidsopdrachten waarbij de gemeente partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen onderzoekdeel kan uitmaken van de procedure. Artikel3.1Toepassing van de wet bij vastgoedtransacties 1.De gemeente kan een eigen onderzoek uitvoeren: Voordat een beslissing wordt genomen over een vastgoedtransactie, onder andere tijdens onderhandelingen of besprekingen daarover; Nadat een vastgoedtransactie is aangegaan. Artikel3.2Eigen onderzoek bij vastgoedtransacties 1.Naar aanleiding van indicatoren en signalen, zoals vermeld in artikel 1.3, tweede en derde lid, kan bij een vastgoedtransactie een eigen onderzoek gestart worden: er sprake is van een groot financieel risico voor de gemeente; de transactie betrekking heeft op een beeldbepalende onroerende zaak of op een onroerende zaak die naar het oordeel van de gemeente symbolische waarde heeft; het vastgoedobject, zoals een gebouw of een stuk grond, gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die vallen onder de risicoactiviteiten en/of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 1); uit eigen ambtelijke informatie hier aanleiding toe is; informatie afkomstig is van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC; er een tip van het LBB als bedoeld in artikel 11 van de wet is ontvangen; er een tip van de officier van justitie en/of een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, als bedoeld in artikel 26 van de wet is ontvangen; er sprake is van overige signalen, zoals openbare bronnen. 2.Indien is besloten tot het starten van een eigen onderzoek, komt in ieder geval geen overeenkomst dan wel andere vastgoedtransactie tot stand of wordt geen medewerking aan een vastgoedtransactie verleend, totdat het onderzoek volledig is afgerond en het onderzoek naar het oordeel van de gemeente geen aanleiding geeft tot het afbreken van de onderhandelingen dan wel het weigeren van of geen medewerking verlenen aan de vastgoedtransactie, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen. 3.Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, zijn hieromtrent ontbindende voorwaarden in de overeenkomst opgenomen. 4.De gemeente zal de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. 5.De gemeente zal, nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen, in beginsel een Bibob-onderzoek starten, indien in de overeenkomst een Bibob-beëindigingclausule als bedoeld in artikel 5a,sub b van de wet is opgenomen én indien op grond van eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het LBB, en/of, informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob en/of overige signalen vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of wijze van financiering. Artikel3.3Gevolgen bij vastgoedtransacties 1.De gemeente zal in beginsel overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het LBB blijkt dat ten minste één van de onderstaande situaties zich voordoet: er is sprake van ten minste een ernstige mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten; er is sprake van ten minste een ernstige mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd; er is sprake van feiten en omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging of behoud van een vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd, zoals gesteld in artikel 9 lid 3 onder c van de wet; er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot ernstige strafbare feiten die naar het oordeel van de gemeente een integriteitsrisico vormen (ongeacht de mate van gevaar); er is sprake van feiten en omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd; In de gevolgen van een Bibob-onderzoek dat is gestart nadat de vastgoedtransactie is aangegaan, wordt bij overeenkomst voorzien. Artikel3.4Toepassing van de wet bij overheidsopdrachten 1.De gemeente kan, naar aanleiding van signalen, zoals vermeld in artikel 1.3, tweede en derde lid, de wet toepassen bij het gunnen van overheidsopdrachten: op grond van de Aanbestedingswet 2012; die betrekking hebben op zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo); voor één of meerdere activiteiten, die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1); 2.De gemeente moet de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen sluiten met de gemeente, laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het LBB om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in (aanbestedings)documenten. 3.De gemeente neemt in het geval dat een Bibob-onderzoek uitgevoerd kan worden een integriteitsclausule op in het contract. Daarin zet de gemeente dat het onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid van de Wet Bibob. 4.Als één of meer van de situaties onder artikel 1.3, tweede en derde lid voorkomen tijdens het uitvoeren van het contract kan de gemeente ook een eigen Bibob-onderzoek starten. Artikel3.5Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij overheidsopdrachten 1.In geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, kan de informatie uit het Bibob-onderzoek dienen als onderbouwing van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012. 2.Bij overeenkomsten als bedoeld in de Jeugdwet en/ of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 kan de informatie uit het Bibob-onderzoek aanleiding zijn om de overeenkomst niet aan te gaan, dan wel te ontbinden. Artikel3.6Weigeren van medewerking aan Bibob-onderzoek 1.Als iemand weigert om de Bibob-vragenformulieren (volledig) in te vullen en/of benodigde informatie aan te leveren, dan kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten met de wederpartij. Hetzelfde geldt als de wederpartij weigert om informatie te geven aan het LBB. De gemeente moet informatie hierover in documenten voor de vastgoedtransactie of de overheidsopdracht zetten, bijvoorbeeld in de Verkoopleidraad of aanbestedingsdocumenten. Artikel3.7Gevolgen van het vermoedelijk door derde plegen van een strafbaar feit 1.In geval de gemeente vermoedt dat op enig moment een strafbaar feit is gepleegd ter verkrijging of behoud van een beschikking, vastgoedtransactie of overheidsopdracht, kan zij los van eventuele bestuursrechtelijke of civielrechtelijke consequenties, tevens strafrechtelijk aangifte doen. Hoofdstuk4:Slotbepalingen Artikel4.1Overgangsrecht 1.Deze beleidsregel is van toepassing op na de datum van inwerkingtreding ontvangen aanvragen en na de datum van inwerkingtreding afgegeven beschikkingen en privaatrechtelijke transacties als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van deze beleidsregel. 2.Bij het uitvoeren van een Bibob-onderzoek ten aanzien van een bestaande vergunning, zoals bedoeld in artikel 2.3, derde lid en artikel 2.4, derde lid geldt dat dit onderzoek in ieder geval plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na inwerkingtreding van deze beleidsregel. Artikel4.2Intrekking van beleidsregel De Bibob-beleidslijn Gouda 2013 met kenmerk 792886, vastgesteld na 11 december 2012, wordt ingetrokken. Artikel4.3Inwerkingtreding van de beleidsregel 1.Deze beleidsregel treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking. 2.Deze beleidsregel heet: “Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Gouda 2025”. Aldus besloten in de vergadering van 8 juli 2025. Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, drs R.C. Bakkerde burgemeester,mr drs P. VerhoeveGouda, 8 juli 2025De burgemeester van Goudamr drs P. VerhoeveBijlage1:Risicoactiviteiten In deze bijlage zijn activiteiten opgenomen, waarbij risico bestaat dat met die activiteiten strafbare feiten worden gepleegd dan wel dat met die activiteiten onrechtmatig verkregen voordeel wordt benut. De lijst met categorieën is tot stand gekomen op basis van een verhoogd risico op misstanden bekend vanuit het RIEC. Om de Wet Bibob toe te passen dient sprake te zijn van een beschikking (bijvoorbeeld een vergunning of subsidie) of van een privaatrechtelijke rechtshandeling (overheidsopdracht of vastgoedtransactie). Het aanmerken van onderstaande activiteiten als risicoactiviteiten betekent niet dat voor deze activiteiten een vergunningplicht geldt of gaat gelden. Wanneer er activiteiten (gaan) plaatsvinden waarvoor geen beschikking zoals een vergunning is vereist of waarvoor geen overeenkomst wordt aangegaan, zal er geen Bibob-toets kunnen plaatsvinden. In onderstaande lijst worden de activiteiten vermeld, die de gemeente Gouda als risicoactiviteiten aanmerkt. Deze activiteiten zijn onderverdeeld in categorieën. Horeca-activiteiten Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente, zoals de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen. Horecabedrijven Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten Coffeeshops Shishalounges Zaalverhuur De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven1Bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2009:BJ1892, overweging 2.12.1 geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob2Kamerstukken II, 1999/00, 26883, nr. 3, p. 4. Bij een reeds verleende vergunning voor een coffeeshop wordt aanvullend om de vier jaar een Bibob-toets uitgevoerd. Recreatie en vrije tijd Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er horeca op een recreatiepark aanwezig is. Dan is er sowieso een vergunning nodig. Recreatieparken Jachthavens Evenementen, zoals Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen) Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen) Speelautomatenhallen/gamecenters/casino’s Fitnessbedrijven/sportscholen Sporthallen/-complexen Commerciële sportactiviteiten Prostitutie Voor deze activiteit is een vergunning nodig vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Soms is ook een wijziging van het omgevingsplan nodig om deze activiteit op een locatie mogelijk te maken. Prostitutie- en seksbedrijven Escortbedrijven Seksbioscopen Erotische massagesalons De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven3Bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2009:BJ1892, overweging 2.12.1 geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob4Kamerstukken II, 1999/00, 26883, nr. 3, p. 4. Detailhandel en dienstverlening Voor deze activiteiten is meestal geen vergunning nodig, behalve als de gemeente een vergunningplicht heeft ingevoerd. Soms staat in het Omgevingsplan dat voor deze activiteiten een omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd. Smartshops/headshops/giftshops Wellnesscentra/zonnestudio’s Kappers/barbershops/nagelstudio’s/tattooshops Belwinkels Goudinkoopbedrijven Pandjeshuizen Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen) Darkstores Wonen Voor deze activiteiten is meestal een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Ook kunnen er vergunningen nodig zijn vanuit de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap of regels van de gemeente. Kamerverhuurbedrijven (inclusief omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden) Omzetten/splitsen van woningen/panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten Aanpassen kantoorpanden (naar woningen en/of kamers) Opvang vluchtelingen Huisvesting van arbeidsmigranten Opslag Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden, is er vaak een omgevingsvergunning nodig. Ook moet het omgevingsplan misschien veranderd worden. Garageboxen/opslagruimtes Bedrijfsverzamelgebouwen Milieubelastende activiteiten Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Omgevingswet (vergunning voor een milieubelastende activiteit en/of omgevingsplanactiviteit): (gevaarlijke) Afvalbewerking en -verwerking Afvalrecycling Mestverwerking Sloop- en/ of asbestverwijdering Autodemontage Vuurwerkopslag/ transport Datacenters Zorg, welzijn en opleiden Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er soms een vergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet. Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen) Re-integratie-activiteiten Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten Religieuze instellingen Duurzaamheid en transitie Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie voor worden aangevraagd. Energieproductie (inclusief (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort) Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof) Bijlage2Uitvoering eigen onderzoek door gemeente Gouda Om inzichtelijk te maken hoe de gemeente Gouda signaal- en risicogestuurd werkt en het eigen onderzoek uitvoert zijn onderstaande stappen opgesteld. Met het eigen onderzoek wil de gemeente inzicht te krijgen in betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.