Besluit van de de regeringscommissaris van 12 april 2022 no. 12 in plaats van het bestuurscollege tot vaststelling van regels over de bezoldiging van ambtenaren (Bezoldigingsbesluit Sint Eustatius 2022)De regeringscommissaris, krachtens artikel 6 van de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius handelende in plaats van het bestuurscollege, Overwegende dat het gewenst is een Eiland besluit houdende algemene maatregelen vast te stellen, houdende nadere regels ter zake de beoordeling en bezoldiging van ambtenaren in dienst van Openbaar lichaam Sint Eustatius. Gelet op artikel 15 onder b, van de Rechtspositiebesluit ambtenaren BES; Besluit: vast te stellen de volgende besluit houdende algemene maatregelen : Besluit tot vaststelling van regels over de bezoldiging van ambtenaren Sint Eustatius (Bezoldigingsbesluit 2022) Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Ambtenaar: de ambtenaar in dienst van het openbaar lichaam Sint Eustatius, wiens bezoldiging niet bij afzonderlijke wettelijk regeling is geregeld; Bestuurscollege: het bestuurscollege van het openbaar lichaam Sint Eustatius; Bezoldiging: het over een kalendermaand berekende loon van een ambtenaar voor het vervullen van zijn functie, met inachtneming van de bepalingen van dit eilandsbesluit aan de hand van een bezoldigingsschaal vastgesteld; Bezoldigingsschaal: een als zodanig bij eilandsbesluit bezoldigingstabel, van een volgnummer voorziene reeks van bedragen; Bezoldigingstrede: elk afzonderlijk binnen een bezoldigingsschaal opgenomen bezoldigingsbedrag; Consignatie: een tijdruimte tussen twee elkaar op een volgende diensten of tijdens een pauze, waarin de werknemer verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten. Openbaar lichaam: het openbaar lichaam Sint Eustatius; Toelage: een- of meermalige toeslag op de bezoldiging in meerdering en tezamen met deze bezoldiging betaalbaar gesteld; Artikel2.De Bezoldiging 1.De bezoldiging en eventuele met die bezoldiging verbonden toelagen worden maandelijks aan of tegen het einde van de maand waarop de betaling betrekking heeft uitbetaald. 2.Wanneer de bezoldiging of een toelage moet worden uitbetaald over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het uit te betalen bedrag berekend door het voor een maand vastgesteld bedrag te vermenigvuldigen met het aantal dagen gedurende welke de betrokken ambtenaar in die kalendermaand in dienst is geweest, en het product te delen door dertig. 3.Van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan worden afgeweken, ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat. Hoofdstuk2.Bepalingen betreffende de bezoldiging Artikel
- 1.Bij de indiensttreding of bij de overgang naar een andere functie wordt de op de ambtenaar toepasselijke bezoldigingsschaal vastgesteld met inachtneming van de aard en het niveau van de functie waarmede de ambtenaar wordt belast. 2.Van het eerste lid kan worden afgeweken, indien het gebrek aan ervaring met betrekking tot de arbeid die de betrokkene in de functie moet verrichten de verwachting aannemelijk maakt dat zijn wijze van functioneren zich tegen de toepassing van dat artikellid vooralsnog verzet. In dit geval kan de bezoldigingsschaal vastgesteld worden en gedurende een tijdvak van ten hoogste driejaren bepaald blijven op ten hoogste twee bezoldigingsschalen beneden de schaal die met toepassing van het eerste lid in aanmerking zou komen. Indien het functioneren van de ambtenaar aan het einde van het genoemde tijdvak de toepassing van het eerste lid nog niet toelaat, wordt hij geplaatst in een functie waarvan de aarden het niveau in overeenstemming is met de schaal volgens welke hij bezoldigd wordt of wordt hem ontslag aangezegd. 3.Aard en niveau van de functie worden bepaald aan de hand van functiebeschrijvingen en functieniveau-karakteristieken, welke deel uitmaken van een bij eilandsbesluit vast te stellen functiewaarderingssysteem. 4.Indien het functioneren van de ambtenaar wiens bezoldigingsschaal op twee bezoldigingsschalen beneden de functieschaal is bepaald, blijkens een beoordeling dusdanige vooruitgang heeft geboekt, dat de verwachting is gerechtvaardigd dat binnen een of twee jaren zijn wijze van functioneren zich niet meer tegen de toepassing van het eerste lid zal verzetten, wordt hij bevorderd naar de naast-hogere aanloopschaal en zijn bezoldiging bepaald op het bedrag van de naast-hogere bezoldigingstrede in die schaal. 5.Indien het functioneren van de ambtenaar zich blijkens een beoordeling na een periode van twee jaren nog tegen de toepassing van het derde lid verzet of indien het functioneren van de ambtenaar aan het einde van het in het tweede lid genoemde tijdvak van vier jaren blijkens een beoordeling de toepassing van het eerste lid nog niet toelaat, wordt het geplaatst in een functie waarvan de aard en het niveau in overeenstemming is met de schaal volgens welke hij wordt bezoldigd, of wordt hem ontslag aangezegd. 6.Indien de wijze van functioneren van de ambtenaar wiens bezoldiging met toepassing van het tweede of derde lid is bepaald, zich blijkens een beoordeling niet langer tegen de toepassing van het eerste lid verzet, wordt hij bevorderd naar de krachtens het eerste lid bepaalde bezoldigingsschaal en zijn bezoldiging bepaald op het bedrag van de naast-hogere bezoldigingstrede in die schaal. Artikel4.Functie-inschaling De aard en het niveau van de functie worden bepaald aan de hand van functiebeschrijvingen en functieniveaukarakteristieken, welke deel uitmaken van een functiewaarderingssysteem. Artikel
- 1.Indien de ambtenaar anders dan bij wijze van disciplinaire straf in hoofdstuk VIII van de Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, wordt belast met een andere functie, als gevolg waarvan zijn bezoldiging op grond van de overige bepalingen van dit eilandsbesluit een verlaging zou moeten ondergaan, zonder dat ontslag voorafgegaan is, wordt zijn bezoldiging niet verlaagd. 2.Indien de ambtenaar waarneemt bij wijze van voorziening in continuïteit en als zodanig is aangesteld, conform wettelijke regeling als bedoeld in artikel 24 lid 1 van de Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, met een andere functie wordt belast, blijft de voordien voor hem geldende bezoldigingsschaal van toepassing. 3.Indien de ambtenaar bij wijze van waarneming als bedoeld in artikel 24 lid 1 van de Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, tijdelijk met een andere functie wordt belast, en deze in belangrijkheid en verantwoordelijkheid aanmerkelijk uitgaat boven het eigenlijke ambt, dan heeft hij aanspraak op een toelage conform artikel 24 lid
- Artikel6.Beoordeling 1.De bezoldiging van de ambtenaar wordt verhoogd tot het bedrag dat behoort bij de naast hogere bezoldigingstrede in de voor de ambtenaar geldende schaal, indien hij volgens de formele beoordeling van het bevoegde gezag, als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het rechtspositiebesluit ambtenaren BES, zijn functie naar behoren vervult. Deze beoordeling vindt voor iedere ambtenaar ten laatste een jaar na zijn indiensttreding of overgang naar een andere functie en vervolgens ten minste aan het einde van elk kalenderjaar plaats. 2.De bezoldiging van de ambtenaar kan worden verhoogd tot het bedrag dat behoort bij de eerste bezoldigingstrede volgend op de naast hogere bezoldigingstrede in de voor de ambtenaar geldende schaal, indien hij volgens de formele beoordeling van het bevoegde gezag, als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het rechtspositiebesluit ambtenaren, zijn functie zeer goed of uitstekend verricht. 3.De ambtenaar kan een gratificatie conform artikel 10 lid 2 worden toegekend, indien hij volgens de formele beoordeling van het bevoegde gezag, als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het rechtspositiebesluit ambtenaren, zijn functie uitstekend verricht. 4.Vervult de ambtenaar zijn functie naar het oordeel van het bevoegde gezag niet naar behoren, dan wordt zijn bezoldiging niet verhoogd. 5.De in het eerste en tweede lid bedoelde verhogingen van de bezoldiging worden met ingang van 1 januari van een jaar toegekend, zolang de ambtenaar de maximumbezoldiging van de voor hem geldende bezoldigingsschaal nog niet heeft bereikt, doch voor de eerste maal niet eerder dan een jaar na zijn aanstelling als ambtenaar. Artikel
- De bezoldiging van de ambtenaar met een onvolledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van de bezoldiging bij een volledige werktijd. De bezoldiging van de ambtenaar met een werktijd van meer dan 39,5 uur per week wordt vastgesteld op de bezoldiging bij een volledige werktijd, vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de noemer 39,5 is en de teller het aantal uren werktijd van die ambtenaar per week. Artikel
- Ingeval de ambtenaar bevorderd wordt naar een functie waaraan een bezoldigingsschaal is verbonden die een hogere maximumbezoldiging bevat dan die welke voorkomt in de schaal volgens welke hij tot dusver is bezoldigd, wordt hem de bezoldigingstrede in de nieuwe schaal toegekend waarvan het bedrag procentueel ten minste zoveel hoger is dan dat van de hem laatstelijk toekomende bezoldigingstrede in de oude schaal, als in die oude schaal het procentuele verschil tussen twee bezoldigingstreden uitmaakt. HOOFDSTUK3Toelagen en Gratificaties Artikel9 Aan de ambtenaar in dienst van het Openbaar Lichaam St. Eustatius wordt een bezoldiging toegekend waarvan de standplaats toelage inbegrepen is. Artikel
- 1.De gratificatie, bedoeld in artikel 70 van de rechtspositiebesluit ambtenaren BES, bedraagt ten hoogste acht en een derde procent (8.33 %) van de bezoldiging van de ambtenaar berekend over een jaar, en met een bedrag ter grootte van een voor de betrokken ambtenaar geldende maandelijkse toelage als bedoeld in artikel 23 en 24 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES. 2.Ingeval de gratificatie in het kader van een beoordeling wordt toegekend als eenmalige bonus wegens uitstekend functioneren, bedraagt deze ten hoogste twaalfmaal de waarde van de op grond van de beoordeling toegekende periodieke verhoging van de bezoldiging. Artikel11Eindejaarsuitkering 1.De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ter grootte van 8.33% van zijn bezoldiging inclusief de toelagen, met een minimum van USD
- 2.De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over het hele kalenderjaar. 3.In afwijking van het tweede lid, wordt bij ontslag van de ambtenaar de eindejaarsuitkering uitbetaald in de laatste maand van zijn dienstverband. HOOFDSTUK4.Administratief beroep Artikel12 1.De ambtenaar kan binnen een maand nadat hij van de beslissing inzake de vaststelling van een be-zoldiging of inzake de toekenning van een verhoging, toelage, gratificatie of andere beloning, en van de weigering om hem een verhoging, toelage, gratificatie of andere beloning toe te kennen in kennis is gesteld of nadat hij geacht kan worden op een andere wijze daarmee bekend te zijn ge-worden, zijn bezwaren ertegen aan het bevoegde gezag kenbaar maken door de indiening van een bezwaarschrift. 2.Het bezwaarschrift wordt door de ambtenaar of namens hem door een gemachtigde ondertekend. Indien het bezwaarschrift door een gemachtigde is getekend, worden stukken welke naar aanlei-ding ervan door het bevoegde gezag tot de ambtenaar worden gericht aan deze gemachtigde of in elk geval mede aan deze toegezonden. 3.De indiening van een bezwaarschrift schorst niet de uitvoering van de beslissing waartegen bezwaar wordt gemaakt. 4.Tenzij het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, wordt de ambtenaar in de gelegen-heid gesteld over zijn bezwaren te worden gehoord door een of meer personen die het bevoegde gezag daartoe aanwijst; degene die aangewezen is, onderscheidenlijk de meerderheid van dege-nen die aangewezen zijn, mag niet bij de totstandkoming van de beslissing of van de weigering waartegen het bezwaar is ingebracht betrokken zijn geweest. De ambtenaar kan tijdens de zitting waarin hij wordt gehoord gebruik maken van de diensten van een raadsman. Artikel13 1.Het bevoegde gezag deelt aan de ambtenaar zijn beslissing op het door deze ingediende bezwaar zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand na de ontvangst van het bezwaarschrift of, in-dien de ambtenaar is gehoord, na de datum van het horen. Het tijdvak van een maand kan door het bevoegde gezag bij gemotiveerde beschikking eenmaal met ten hoogste een maand worden ver-lengd. 2.De mededeling omtrent de beslissing bevat de overwegingen waarop deze steunt en, indien het bezwaar geheel of gedeeltelijk ontvankelijk is gebleken, de wijziging van de oorspronkelijke beslis-sing of weigering waartoe een heroverweging op grond van deze ontvankelijkheid het bevoegde gezag heeft geleid. 3.De beslissing op het bezwaar is een beschikking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet amb-tenarenrechtspraak BES. Indien de het bevoegde gezag met deze beslissing niet of niet geheel aan het bezwaar van de ambtenaar wordt tegemoetgekomen, wordt hem in de mededeling, bedoeld in het voorgaande lid, tevens medegedeeld dat hij bij het gerecht in ambtenarenzaken in beroep kan komen en de termijn waarbinnen dit dient te geschieden. HOOFDSTUK5.Slotbepalingen Artikel14Inwerkingtreding Dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen treedt in werking de dag na bekendmaking. Artikel15.Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Bezoldigingsbesluit Sint Eustatius
- Sint Eustatius, 12 april 2022de Regeringscommissaris, M.A.U. Francis de Eilandsecretaris,M.A. Dijkshoorn-Lopes