← Nederland

Besluit van de eilandsraad van 27 september 2022 no 22/05 tot vaststelling van de Verordening personenvervoer Sint Eustatius 2022 (Sint Eustatius)

Besluit van de eilandsraad van 27 september 2022 no 22/05 tot vaststelling van de Verordening personenvervoer Sint Eustatius 2022gelet op artikel 152 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; Besluit tot het vaststellen van de navolgende Verordening personenvervoer Sint Eustatius 2022 Hoofdstuk1- Algemene bepalingen Artikel1- Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: autobusdienst: met een kleine autobus: vervoer van personen op een aangewezen traject met een autobus, ingericht tot het vervoer van minder dan tien personen; met een grote autobus: vervoer van personen op een aangewezen traject met één of meer autobussen, ingericht tot het vervoer van tien of meer personen; autobussen: motorrijtuigen, ingericht tot het vervoer van personen, voor het gebruik waarvan een vergoeding verschuldigd is; bestuurder: hij die een motorrijtuig feitelijk bestuurt; commissie: de commissie Openbaar Personenvervoer als bedoeld in artikel 4; motorrijtuigen: motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES; personenauto’s: motorrijtuigen, ingericht tot het vervoer van personen tot een aantal van ten hoogste zeven personen, de bestuurder daaronder niet inbegrepen; taxi’s: motorrijtuigen, bestemd om personen tegen een vergoeding te vervoeren anders dan in de uitoefening van een autobus(dienst); toerwagenritten: niet volgens een dienstregeling uitgevoerde ritten, welke niet uitsluitend ten doel hebben het verstrekken van gelegenheid tot vervoer van personen tussen bepaalde plaatsen; toerwagens: motorrijtuigen, ingericht tot het vervoer van personen, de bestuurder daaronder niet inbegrepen, en bestemd voor het tegen vergoeding uitvoeren van ritten, welke niet uitsluitend ten doel hebben het verstrekken van gelegenheid tot vervoer; vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3; vergunninghouder: hij, aan wie een vergunning is verleend, of hij aan wie de vergunning op grond van artikel 8 of 13 is overgedragen; vergunningsbewijs: een door het bestuurscollege aan de vergunninghouder afgegeven document dat wordt afgegeven per motorrijtuig waarop de vergunning betrekking heeft; verhuurauto’s: motorrijtuigen, ingericht tot het vervoer van personen, welke zonder bestuurder worden verhuurd; verhuurmotorfietsen: motorfietsen, ingericht tot vervoer van personen, welke zonder bestuurder worden verhuurd; gezin: personen die in direct familieverband wonen en deel vormen van één gezamenlijke huishouding. Artikel2- Toepassingsbereik 1.Deze verordening is uitsluitend van toepassing op motorrijtuigen waarmee personen worden vervoerd over voor het openbaar verkeer openstaande wegen. 2.Met vervoer over voor het openbaar verkeer openstaande wegen wordt voor de toepassing van deze verordening gelijkgesteld het aanbieden van motorrijtuigen met of zonder bestuurder of het opnemen van personen in motorrijtuigen tot vervoer over die wegen. 3.Deze verordening is niet van toepassing op motorrijtuigen, welke zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt tot vervoer van zieken. Hoofdstuk2- De vervoersvergunning Artikel3– Vergunning 1.Het is verboden om zonder vergunning gegeven door het bestuurscollege tegen vergoeding als beroep, nevenberoep, bedrijf of nevenbedrijf, met een motorrijtuig personen te vervoeren of te doen vervoeren. 2.Het is verboden om zonder een verhuurautovergunning dan wel een verhuurmotorfietsvergunning afgegeven door het bestuurscollege als beroep, nevenberoep, bedrijf of nevenbedrijf een motorrijtuig, zonder bestuurder te verhuren. 3.De vergunning, als bedoeld in het eerste lid, kan zijn: een vergunning tot het vervoeren van personen met een taxi; een vergunning tot het vervoeren van personen met een autobus; een vergunning tot het vervoeren van personen met een toerwagen; een vergunning tot het uitoefenen van een autobusdienst met een kleine of grote autobus; een vergunning tot het uitvoeren van toerwagenritten. Artikel4– Commissie Openbaar Personenvervoer 1.Er is een commissie van advies voor de uitvoering van deze verordening. Zij draagt de naam Commissie Openbaar Personenvervoer. 2.De commissie bestaat uit tenminste 5 en ten hoogste 7 leden, waaronder de voorzitter. Zij worden door het bestuurscollege benoemd. Aan de commissie wordt door het bestuurscollege een secretaris toegevoegd. 3.De leden van de commissie bestaan uit: Ten hoogste 3 vertegenwoordigers van vergunninghouders, waarvan ten hoogste 2 met een vergunning tot het vervoeren van personen met een motorrijtuig en 1 vertegenwoordiger van verhuurauto- /-motorrijfiets. Één vertegenwoordiger van de STDF. Één vertegenwoordiger van politie. 4.Het bestuurscollege wint het advies van de commissie in ten aanzien van de verlening, wijziging, overschrijving, vernieuwing of intrekking van een vergunning, alsmede in andere aangelegenheden, het personenvervoer met motorrijtuigen betreffende, waarin het bestuurscollege dit wenselijk acht. De commissie kan het bestuurscollege uit eigen beweging voorstellen doen en van advies voorzien indien het personenvervoer met motorrijtuigen betreft. 5.De taak en werkwijze van de commissie worden verder geregeld bij besluit houdende algemene maatregelen. Artikel5– Vergunningaanvraag 1.De aanvraag voor een vergunning geschiedt schriftelijk bij het bestuurscollege en bevat tenminste de navolgende gegevens: naam en voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, adres en een uittreksel van registratie bij de Kamer van Koophandel; in geval de aanvrager een rechtspersoon is: de juridische vorm, naam en zetel van de rechtspersoon, een kopie van het uittreksel van de Kamer van Koophandel en de naam geboortedata, geboorteplaatsen en adressen van de bestuursleden; een opgave per motorrijtuig, waarover de aanvrager beschikt of denkt te kunnen beschikken, onder vermelding van het aantal personen, voor het vervoer waarvan dit motorrijtuig is ingericht; welke vergunning de aanvrager wenst. 2.Bij besluit, houdende algemene maatregelen, kunnen nadere regelen worden gesteld betreffende de wijze van aanvragen van vergunningen. 3.De aanvrager is gehouden het bestuurscollege en de commissie gewenste inlichtingen volledig naar waarheid te verstrekken. Artikel6– Vergunninghouder is bestuurder Een vergunning tot het exploiteren van een autobus of taxi als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder sub a en b, wordt verleend, indien: de aanvrager zelf als één van de bestuurders van de autobus of taxi zal optreden en de exploitatie van de autobus of taxi voor hem het hoofdmiddel van bestaan zal zijn of de aanvrager een rechtspersoon is. Artikel7- Tijdelijke ontheffing bij ziekte 1.In geval van ziekte of andere bijzondere omstandigheden waardoor de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 6 onderdeel 1, tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het motorrijtuig zelf te besturen, kan het bestuurscollege, na de commissie gehoord te hebben, voor maximaal 1 jaar ontheffing verlenen aan de vergunninghouder van de verplichting om als één van de bestuurders op te treden. 2.In geval vergunninghouder, niet zelf in de mogelijkheid verkeert om de in lid 1 vermelde aanvraag te doen en dit noodzakelijk is voor het levensonderhoud van het gezin, waarvoor de vergunninghouder kostwinner of medekostwinner is, kan een familielid die deel uitmaakt van dezelfde huishouden, de aanvraag namens de vergunninghouder doen. Het familielid dient daarbij een machtiging te tonen dat aangeeft dat deze bevoegd is handelingen namens de vergunninghouder te verrichten. Artikel8– Afwijking eis vergunninghouder is bestuurder In de gevallen, bedoeld in artikel 11 en artikel 12, eerste lid, kan het bestuurscollege afwijken van het bepaalde in artikel 6, voor zover dit de eis betreft dat de vergunninghouder als bestuurder van het motorrijtuig moet optreden. Artikel9– Weigering vergunning 1.De vergunning kan bij met redenen omkleed besluit van het bestuurscollege worden geweigerd, indien naar het oordeel van het bestuurscollege reeds een duurzame en redelijke voorziening in de behoefte aan vervoer met autobussen, taxi’s en toerwagens bestaat. 2.De taxi- of toerwagenvergunning wordt geweigerd, indien de aanvrager geen bewijs levert dat hij de “Know your island” cursus succesvol heeft afgerond. 3.De vergunning wordt bij met redenen omkleed besluit van het bestuurscollege geweigerd: indien de aanvrager niet gedurende de laatste 2 jaren zijn feitelijke woonplaats op Sint Eustatius heeft gehad; indien de aanvrager niet bereid blijkt om de gewenste inlichtingen volledig en naar waarheid te verstrekken, dan wel inlichtingen betrekking hebbend op de aanvraag valselijk verstrekt; indien het bestuurscollege gegronde redenen heeft om te verwachten dat van de vergunning gebruik zal worden gemaakt in strijd met de openbare orde, veiligheid of goede zeden; onverminderd het bepaalde onder sub a, b en c wordt, voor wat betreft autobussen en taxi's een vergunning geweigerd, indien de aanvrager niet voldoet aan de eisen gesteld in artikel 6 en artikel 25. Artikel10– Voorwaarden vergunning 1.Aan de vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden. 2.De vergunninghouder die zich niet of niet volledig houdt aan de voorwaarden verbonden aan de vergunning, wordt geacht zonder vergunning te hebben gehandeld. Artikel11– Vervallen vergunning De vergunning vervalt van rechtswege: bij het overlijden van de vergunninghouder, behoudens het bepaalde in artikel 12 lid 1; indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 6 gestelde eisen; indien de vergunninghouder langer dan 1 jaar, niet meer zijn feitelijke woonplaats op Sint Eustatius heeft. Artikel12– Tijdelijke ontheffing bij overlijden vergunninghouder 1.In geval van overlijden van de vergunninghouder, als vermeld onder artikel 11 onderdeel a kan het bestuurscollege, indien deze noodzakelijk is voor het levensonderhoud van het gezin, waarvoor de vergunninghouder kostwinner of medekostwinner was, op een daartoe strekkend verzoek door de aanvragende erfgenaam, een tijdelijke ontheffing verlenen van de verplichting als vermeld onder artikel 6 lid 1 onderdeel a. De door het bestuurscollege verleende ontheffing geldt voor niet langer dan 6 maanden, de vergunning voor die periode van kracht doen blijven. Het verzoek voor tijdelijke ontheffing dient binnen 1 maand na het overlijden van de vergunninghouder aangevraagd te worden. 2.Het bestuurscollege dient uiterlijk binnen twee maanden te reageren op een verzoek zoals genoemd in het eerste lid. 3.Bij de ontheffing kunnen aan de vergunning andere of aanvullende voorwaarden worden verbonden. Artikel13– Intrekken vergunning op eigen verzoek De vergunning kan op verzoek van de vergunninghouder door het bestuurscollege worden ingetrokken. Artikel14– Intrekken vergunning door bestuurscollege 1.De vergunning kan bij een met redenen omkleed besluit van het bestuurscollege blijvend of voor een in dat besluit te bepalen termijn worden ingetrokken: indien de vergunninghouder bij het aanvragen van de vergunning de van hem gevraagde inlichtingen opzettelijk niet naar waarheid heeft verstrekt; indien de vergunninghouder niet heeft voldaan aan de in de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES, vermelde voorschriften met betrekking tot verzekering voor aansprakelijkheid jegens vervoerde personen en derden; indien de rijvergunning van de vergunninghouder ingevolge het bepaalde in artikel 28 is vervallen; zo het betreft een autobusvergunning of een taxivergunning, indien niet meer aan de in artikel 6 omschreven eisen wordt voldaan, en er geen tijdelijke ontheffing op basis van deze verordening is verleend; zo het betreft een autobusvergunning of een taxivergunning, indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de eisen gesteld in artikel 24; indien de vergunninghouder vervoert of doet vervoeren in strijd met de aan hem verleende vergunning, de daarin gestelde voorwaarden en bepalingen of de bij of krachtens deze verordening gestelde regelingen; indien de vergunninghouder naar het oordeel van het bestuurscollege langer dan zes maanden van de vergunning geen gebruik heeft gemaakt; indien de vergunninghouder zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit op grond waarvan hem de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is ontzegd of kan worden ontzegd. 2.Het besluit tot intrekking van de vergunning vermeldt de dag waarop het besluit tot intrekking in werking treedt. Tenzij het bestuurscollege in bijzondere gevallen anders bepaalt, treedt het besluit niet in werking voordat de termijn van beroep is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. 3.Een afschrift van het besluit wordt de belanghebbende bij aangetekende brief toegezonden of tegen gedagtekend ontvangstbewijs uitgereikt. Artikel15– Beroepsmogelijkheid 1.Tegen het besluit van het bestuurscollege tot intrekking van de vergunning kan de belanghebbende bij de eilandsraad in beroep komen. Het beroepschrift wordt binnen veertien dagen na de dagtekening van de verzending of uitreiking van het besluit van het bestuurscollege schriftelijk ingediend bij de eilandsraad. 2.De eilandsraad beslist bij met redenen omkleed besluit binnen drie maanden nadat het beroepschrift is ingekomen. 3.Een door de eilandsraad in beroep verleende vergunning geldt als een door het bestuurscollege verleende vergunning. Hoofdstuk3- Voorschriften ten aanzien van vervoer. Artikel16– Voorschriften 1.Bij besluit, houdende algemene maatregelen, kunnen ten aanzien van het vervoer met autobussen, taxi's en toerwagens voorschriften worden vastgesteld omtrent: inrichting, deugdelijkheid, keuring, onderhoud en zindelijkheid van de motorrijtuigen; verplichtingen van de bestuurder en ander in de motorrijtuigen dienstdoend personeel; tarieven, dienstregeling en vervoersvoorwaarden; verzekering voor aansprakelijkheid jegens de vervoerde personen en derden; verplichtingen van de vervoerde personen; hetgeen verder in het belang van een veilig, ordelijk en behoorlijk vervoer in acht genomen moet worden. 2.Bij besluit, houdende algemene maatregelen, kunnen ten aanzien van het verhuren van motorrijtuigen, ingericht tot het vervoer van personen zonder bestuurder, voorschriften worden vastgesteld omtrent: deugdelijkheid, keuring en onderhoud van motorrijtuigen; verzekering voor aansprakelijkheid jegens de vervoerde personen en derden; verplichtingen van de vergunninghouder ten aanzien van een deugdelijke administratie met betrekking tot de personen aan wie een motorrijtuig is verhuurd. Artikel17– Vergunningsbewijs 1.Aan de vergunninghouder wordt door het bestuurscollege een vergunningsbewijs uitgereikt voor elk motorrijtuig, dat door hem krachtens de vergunning zal worden gebruikt. 2.Het vergunningsbewijs vermeldt, behalve de omschrijving van het motorrijtuig waartoe het behoort, het kenteken dat dit motorrijtuig ingevolge deze verordening moet voeren. De vorm en verdere inhoud van het vergunningsbewijs, de geldigheidsduur, het tijdstip en de wijze van vernieuwing, overschrijving en inlevering worden geregeld bij besluit, houdende algemene maatregelen. 3.De vergunninghouder is verplicht zorg te dragen dat het vergunningsbewijs in het motorrijtuig waartoe het behoort, aanwezig is. 4.De bestuurder van het motorrijtuig is verplicht het vergunningsbewijs op eerste vordering van de in artikel 31 bedoelde opsporingsambtenaren ter inzage af te geven. Artikel18- Kenteken Het kenteken als bedoeld in het tweede lid van artikel 17 is: a. voor een autobus: de hoofdletter B; b. voor een taxi: de letters TAXI; c. voor een toerwagen: de hoofdletter T; d. voor een verhuurauto: de hoofdletter R; e. voor een vermotorfiets: de hoofdletters MR. Alle vorenvermelde letters worden gevolgd door een kentekennummer. Artikel19– Tarieven De tarieven voor het verkrijgen van de onder artikel 3 vermelde vergunningen staan vastgesteld in de door het openbaar lichaam Sint Eustatius vastgestelde verordening inzake Leges. Artikel20– Limiet tarieven Het is de houder van een autobusvergunning, een taxivergunning of een toerwagenvergunning, alsmede de bestuurder van een autobus, huurauto, huurmotorfiets of toerwagen verboden hogere prijzen te vragen of te nemen, dan in de bij besluit, houdende algemene maatregelen, vastgestelde tarieven is bepaald. Artikel21– Geen verhuur onder 18 jaar en zonder rijbewijs Het is de houder van een verhuurautovergunning, dan wel een verhuurmotorfietsvergunning verboden een motorrijtuig te verhuren aan een persoon, die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt of die niet kan aantonen, dat hij in het bezit is van een geldig rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van dien aard. Artikel22– Inbeslagname motorrijtuig 1.Indien, een in artikel 30 bedoelde opsporingsambtenaar, constateert dat een motorrijtuig waarvoor een vergunning is uitgereikt, niet voldoet aan de vastgestelde voorschriften als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder a en d of tweede lid, onder a en b, is deze bevoegd dat motorrijtuig ter bewaring bij het politiebureau te plaatsen. 2.Bewaring geschiedt pas nadat aan de bestuurder gelegenheid is gegeven de inzittenden naar hun bestemming te vervoeren. 3.Het motorrijtuig wordt vrijgegeven zodra aan de onder lid 1 vermelde voorschriften is voldaan. Hoofdstuk4- De rijvergunning Artikel23– Rijvergunning 1.Het is de bestuurder van een autobus, taxi of toerwagen verboden als zodanig op te treden zonder een geldige, te zijnen name gestelde schriftelijke rijvergunning, afgegeven door of namens de gezaghebber, bij zich te hebben. 2.De vorm en de inhoud van de rijvergunning, de geldigheidsduur, het tijdstip en de wijze van vernieuwing en inlevering worden geregeld bij besluit, houdende algemene maatregelen. 3.De bestuurder is verplicht de rijvergunning op eerste vordering van de in artikel 30 bedoelde opsporingsambtenaren ter inzage af te geven. Artikel24– Criteria rijvergunning De rijvergunning wordt slechts afgegeven, indien de aanvrager: in het bezit is van een geldig rijbewijs; de leeftijd van 25 jaren, heeft bereikt; van goed zedelijk gedrag is; bij een door of vanwege de Geneeskundige Dienst ingesteld geneeskundig onderzoek geschikt is gebleken tot het besturen van een motorrijtuig van de soort als waarvoor de vergunning wordt gevraagd, en; bij een vanwege de gezaghebber ingesteld onderzoek blijk heeft gegeven voldoende op de hoogte te zijn met de bepalingen van deze verordening en het ter uitvoering daarvan vastgestelde besluit, houdende algemene maatregelen, voor zover die van toepassing zijn op een motorrijtuig van de soort als waarvoor de vergunning wordt gevraagd. Artikel25– Weigering rijvergunning 1.De rijvergunning kan bij met redenen omklede beschikking van de gezaghebber in het belang van de openbare orde, veiligheid of goede zeden worden geweigerd. 2.Op gelijke wijze kan de rijvergunning mede worden geweigerd indien de aanvrager zich binnen een tijdsverloop van drie jaren onmiddellijk voor de aanvraag heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit op grond waarvan hem de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen is ontzegd. Artikel26– Intrekking rijvergunning 1.De rijvergunning kan bij met redenen omklede beschikking van het de gezaghebber in het belang van de openbare orde, veiligheid of goede zeden blijvend of voor een in de beschikking te bepalen termijn worden ingetrokken. 2.Op gelijke wijze kan de rijvergunning blijvend of voor een in de beschikking te bepalen termijn worden ingetrokken, indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan een strafbaar feit op grond waarvan hem de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen kan worden ontzegd, of gedurende twaalf achtereenvolgende maanden driemaal onherroepelijk is veroordeeld of vrijwillig heeft voldaan aan de voorwaarde door de bevoegde ambtenaar van het openbaar ministerie krachtens artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES gesteld, terzake van overschrijding van de maximum snelheid of het op zodanige wijze rijden, dat hij daardoor gevaar voor anderen heeft doen ontstaan. Artikel27– Vervallen rijvergunning 1.De vergunning vervalt van rechtswege: indien de vergunninghouder de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen wordt ontzegd, dan wel zijn rijbewijs wordt ingetrokken; indien de vergunninghouder onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van meer dan een jaar; bij het overlijden van de vergunninghouder, behoudens het bepaalde in het tweede lid; indien de vergunninghouder langer dan 1 jaar, niet meer zijn feitelijke woonplaats op Sint Eustatius heeft. 2.In het geval, bedoeld in het eerste lid onder c, kan de gezaghebber de vergunning op een daartoe strekkend verzoek nog gedurende ten hoogste zes maanden ten behoeve van een of meer leden van het gezin, waarvoor de vergunninghouder kostwinner of medekostwinner was, van kracht doen blijven. Hoofdstuk5- Strafbepalingen Artikel28– Strijdig handelen 1.Overtreding van de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. 2.Onverminderd het gestelde in het eerste lid worden daarnaast, om de overtreding te beëindigen of indien herstel van de overtreding mogelijk is, bestuursrechtelijke sancties gebruikt om dit af te dwingen. Artikel29– Overtreding De feiten bij deze verordening strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen. Artikel30- Opsporingsambtenaren Met de opsporing van de feiten bij deze verordening strafbaar gesteld, zijn belast: de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen personen; de daartoe door het bestuurscollege aangewezen toezichthouders. Hoofdstuk6- Overgangs- en slotbepalingen Artikel31– Intrekking Ingetrokken wordt de Eilandsverordening Personenvervoer Sint Eustatius 1976, zoals gewijzigd. Artikel32– Overgangsbepaling 1.De vergunningen, verleend krachtens de “Eilandsverordening Personenvervoer Sint Eustatius 1976”, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening van kracht zijn, blijven van kracht tot zes maanden na dat tijdstip, tenzij zij eerder zijn vervangen door een vergunning krachtens deze verordening, dan wel eerder zijn vervallen of blijvend zijn ingetrokken. Zolang een vergunning als vorenbedoeld nog van kracht is, blijven daarop de bij of krachtens de “Eilandsverordening Personenvervoer Sint Eustatius 1976” vastgestelde bepalingen onverminderd van toepassing. 2.Aanvragen of procedures die reeds onder de ingetrokken verordening uit artikel 32 zijn gestart, worden behandeld en afgehandeld conform de ingetrokken verordening. Binnen 6 maanden na inwerkingtreding van deze verordening worden de dan nog lopende aanvragen of procedures onder deze verordening behandeld en afgehandeld. Artikel33– Citeertitel Deze eilandsverordening kan worden aangehaald als “Verordening personenvervoer Sint Eustatius 2022”. Artikel34– Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na haar afkondiging. Aldus besloten in de openbare vergadering van de eilandsraad te Sint Eustatius op, 27 september 2022.De regeringscommissaris van Sint Eustatius*, Mw. M.A.U. Francis De wnd. Griffier,Dhr. H. Andeweg * Handelende conform artikel 6 van de Wet herstel voorzieningen Sint EustatiusToelichting Eilandsverordening personenvervoer Sint Eustatius 2022 Opmerking met betrekking tot de regeling De verordening uit 1976 is op 10-10-2010 op grond van artikel 7 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Positieve lijst regelgeving Eilandsraad Sint Eustatius (AB 2010, no. 19) dan wel het Eilandsbesluit vaststellen positieve lijst regelgeving Bestuurscollege Sint Eustatius (AB 2010, nr. 18), tevens vastgesteld voor het openbaar lichaam Sint Eustatius en derhalve met ingang van 10-10-2010 in het openbaar lichaam Sint Eustatius van toepassing verklaard. De Verordening Personenvervoer Sint Eustatius 2022 en het Eilandsbesluit Personenvervoer 2022 zijn geactualiseerde versies van de Verordening en de twee daaruit voortvloeiende eilandsbesluiten uit 1976 (welke zijn samengevoegd tot één besluit), welke met de inwerkingtreding van de nieuwe verordening en het nieuwe eilandsbesluit komen te vervallen. Algemene toelichting In deze verordening zijn regels inzake het vervoer van personen met motorrijtuigen op de openbare weg tegen vergoeding vastgelegd. Dit betekent dat hij die op beroepsmatige wijze een taxi, autobus, toerwagen of verhuurauto wil exploiteren daarvoor in het bezit dient te zijn van een door het bestuurscollege afgegeven vergunning. Tevens is in het geval van taxi’s, autobussen en toerwagens een vereiste dat de bestuurder in het bezit is van een geldige rijvergunning, afgegeven door het Plaatselijk hoofd van Politie. De eilandsraad acht het van belang regels omtrent de afgifte van dergelijke vergunningen vast te leggen in een verordening om zowel de kwaliteit als kwantiteit ervan te kunnen garanderen, alsmede de veiligheid van de reizigers en de algehele verkeersveiligheid. Ook kan door middel van de beoogde regulering vraag en aanbod in evenwicht blijven op het eiland. Strafbepaling Op grond van artikel 157 WolBES kan op overtreding van een eilandsverordening een straf worden gesteld van maximaal een hechtenis van drie maanden, of een boete van de tweede categorie al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Vanwege de mogelijk levensingrijpende gevolgen die overtredingen van de bepalingen kunnen hebben, is in deze verordening de maximale strafmaat opgenomen. Daarnaast is er gekozen voor de mogelijkheid van toepassen van bestuursrechtelijke sancties zoals last onder dwangsom en bestuursdwang om de overtreding te beëindigen of ongedaan te maken. Het betreft hier een zogeheten duaal stelsel.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.