Besluit van de Eilandsraad van 27 september 2022 no. 22/06 tot vaststelling van de Verordening Algemene en bijzondere bepalingen inzake drank- en horecavergunningen Sint Eustatius 2022 (Drank- en Horecaverordening Sint Eustatius 2022)gelet op Artikel 152 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Besluit vast te stellen het navolgende: Drank- en Horecaverordening Sint Eustatius 2022 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank: de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat; appartement: woonruimte die blijkens zijn indeling bestemd is om als afzonderlijke eenheid te worden en onderdeel is van een gebouw, dan wel deel uitmaakt van een gebouwencomplex of verspreid staand op het eiland door een tegen vergoeding, aan personen, niet zijnde bloed- of aanverwanten van de houder tot de derde graad verhuurd wordt; bestuurscollege: het bestuurscollege als bedoeld in Hoofdstuk III, afdeling III van de Wet openbare lichamen Bonaire Sint Eustatius en Saba; bezoeker: een ieder die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: leidinggevenden; personen die dienst doen in de inrichting; personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. bijzonder vergunningsrecht: het vergunningsrecht als bedoeld in artikel 2, vierde lid; horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse; hotel: elke gelegenheid waar aan tien of meer personen, niet zijnde bloed- of aanverwanten van de houder, tot de derde graad inbegrepen, en die niet in dienst van de houder zijn, tegen vergoeding huisvesting met bediening verleend wordt; houder: hij aan wie een vergunning ingevolge deze verordening is verleend, of indien deze niet optreedt als hoofd van het bedrijf, het hoofd van het bedrijf of degene die dit hoofd als zodanig vervangt; inrichting: de lokaliteiten waarin het slijtersbedrijf of het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte. Onder een inrichting wordt niet verstaan een vervoermiddel voor het rondtrekkend uitoefenen van een bedrijf; logement: elke gelegenheid waar aan vier of meer personen tot een maximum van negen, niet zijnde bloed- of aanverwanten van de houder, tot de derde graad inbegrepen, en die niet in dienst van de houder zijn, tegen vergoeding huisvesting met bediening verleend wordt; lokaliteit: vertrek of ruimte, waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning is verleend; ontvanger: de eilandontvanger van het eiland Sint Eustatius; slijtersbedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse, al dan niet gepaard gaande met het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van zwakalcoholhoudende en alcoholvrije drank voor gebruik elders dan ter plaatse of met het bedrijfsmatig verrichten van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere handelingen; slijtlokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van of samenvallend met een inrichting waarin het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse; sterke drank: de drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumenprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn; verkoop in het klein: verkoop bij hoeveelheden van minder dan negen liter; verkoopautomaat: ieder toestel waaruit daarin ter verkoop aanwezige spijzen, drank, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijke artikelen door inwerping van geldstukken of door gebruik te maken van betaling met een pinpas, kunnen worden verkregen, zonder dat daarbij de onmiddellijke medewerking van andere personen dan de koper vereist is; wijn: het product dat uitsluitend wordt verkregen door gehele of gedeeltelijke alcoholische vergisting van al dan niet gekneusde verse druiven, druivenmost dan wel enig ander fruit; zwak alcoholische drank: alcoholhoudende drank, met uitzondering van sterke drank. §2.Het vergunningsrecht Artikel2 1.Vergunningsrecht als bedoeld in artikel 1, onder j, is verschuldigd door hem op wiens naam de vergunning als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 13 is gesteld. 2.Het onder lid 1 vermelde vergunningsrecht wordt vastgesteld bij verordening. Daarin wordt bepaald: de bedragen van de te heffen vergunningsrechten; de termijn waarbinnen het vergunningsrecht moet zijn voldaan. 3.Bij niet voldoen aan het vergunningsrecht binnen de in het tweede lid, onder b, bedoelde termijn is het bestuurscollege bevoegd te bepalen, dat de lokaliteit gedurende ten hoogste drie maanden gesloten wordt. 4.Op overeenkomstige wijze als in het eerste en tweede lid van dit artikel bepaald, kan ten aanzien van de door het bestuurscollege verleende schriftelijke toestemmingen een bijzonder vergunningsrecht worden geheven. Artikel3 1.Het vergunningsrecht, dient voor de aanvang van de termijn waarvoor deze verschuldigd is, te zijn voldaan ten kantore van de eilandontvanger. 2.Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, dient het vergunningsrecht, verhoogd met het daarvoor in de in artikel 2 lid 2 vermelde verordening aangegeven tarief, uiterlijk op de laatste dag van de termijn waarvoor het verschuldigd is, te zijn voldaan ten kantore van de eilandontvanger. Artikel4 1.Een vergunning is vereist voor iedere inrichting. 2.Geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf anders dan in een inrichting. 3.Op basis van de activiteiten van de vestiging zijn aanvullende gespecialiseerde vergunningen vereist en moet worden aangevraagd. Hoofdstuk2Bepalingen betreffende de handel in dranken en spijzen alsmede het verschaffen van huisvesting met bediening tegen vergoeding §1.Algemene bepalingen Artikel5 1.De verkoop van sterke drank mag niet plaats vinden dan krachtens en anders dan overeenkomstig een vergunning verleend op grond van deze verordening. 2.De verkoop van spijzen, zwak alcoholische drank, alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs, in het klein voor gebruik ter plaatse, mag niet anders plaatsvinden dan krachtens en anders dan overeenkomstig een vergunning verleend op grond van deze verordening. 3.Onder verkoop wordt mede begrepen het ter verkoop aanbieden, het kennelijk ter verkoop uitstallen en het kennelijk ter verkoop in voorraad hebben. 4.Het verlenen van huisvesting met bediening tegen vergoeding in een hotel of logement mag niet plaats vinden, dan krachtens en anders dan overeenkomstig een vergunning, verleend op grond van deze verordening. Artikel6 1.Geen vergunning is vereist voor de verkoop van sterke, zwak alcoholische en alcoholvrije drank in het klein, voor consumptie bestemd ijs of soortgelijke artikelen en spijzen op of in aan het internationaal verkeer deelnemende openbare middelen van vervoer, die tijdelijk op doorreis op St. Eustatius verblijven, mits de verkoop alleen geschiedt voor gebruik op of in deze middelen van vervoer. 2.Geen vergunning is vereist voor de verkoop van sterke, zwak alcoholische en alcoholvrije drank in het klein, of soortgelijke artikelen en spijzen voor: vervoermiddelen die bestemd zijn voor het vervoer van personen, tijdens hun gebruik als zodanig; legerplaatsen en lokaliteiten, aan het militair gezag onderworpen, gedurende de tijd dat deze uitsluitend voor militaire doeleinden worden gebruikt; op luchtvaartterreinen opengesteld voor verkeer van en naar landen buiten de Europese Unie gelegen winkels in het gebied dat uitsluitend toegankelijk is voor personen die in het bezit zijn van een geldig reisbiljet of een daartoe afgegeven persoonsgebonden kaart. Artikel7 1.Bij nadere regelgeving kunnen: één of meer wijken, buurten of straten worden aangewezen, waarin vergunningen niet mogen worden verleend; voor één of meer wijken, buurten of straten een maximum van aldaar te verlenen vergunningen worden vastgesteld; één of meer wijken, buurten of straten worden aangewezen, waarin vergunningen niet dan onder die nadere regelgeving vastgestelde voorwaarden mogen worden verleend. 2.Bij nadere regelgeving kunnen eveneens: één of meer wijken, buurten of straten worden aangewezen, waarin vergroting of vermeerdering van de lokaliteiten door verbouwing niet mag plaats hebben; één of meer wijken, buurten of straten worden aangewezen, waarin bestaande vergunningen niet mogen worden verplaatst dan wel slechts mogen worden verplaatst onder bij die nadere regelgeving vastgestelde voorwaarden. Artikel8 De verkoop van sterke, zwak alcoholische- of alcoholvrije drank in het klein voor gebruik elders dan ter plaatse verkoop, geschiedt niet anders dan in gesloten flessen, blikken, kannen of kruiken. Artikel9 Bij of krachtens nadere regelgeving kunnen met betrekking tot ruimte, licht, ramen, inrichting en luchtverversing eisen gesteld, waaraan een lokaliteit moet voldoen om voor een van de in de artikelen 11 tot en met 13 genoemde vergunningen in aanmerking te kunnen komen. Artikel10 1.De uitoefening van het bedrijf krachtens een vergunning geschiedt uitsluitend op naam en voor rekening van de vergunninghouder. 2.Is de vergunninghouder een natuurlijke persoon, dan geschiedt de uitoefening van het bedrijf door de vergunninghouder, die zich daarin, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, slechts kan doen bijstaan door zijn echtgenoot, door zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en door het personeel, dat bij hem in loondienst is. 3.Is de vergunninghouder een rechtspersoon, dan geschiedt de uitoefening van het bedrijf door het bestuur van de rechtspersoon, dat zich daarin, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, slechts kan doen bijstaan door personeel, dat bij de rechtspersoon in loondienst is. §2.Vergunningen Artikel11 1.Een hotelvergunning geeft de houder recht tot: het houden van een hotel; de verkoop in het klein van sterke, zwak alcoholische en alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs en/of spijzen voor gebruik al of niet ter plaatse, voor welke de vergunning geldt. 2.Een appartementsvergunning geeft de houder het recht appartementen voor korte termijn tot maximaal 3 maanden te verhuren. 3.Een logementsvergunning geeft de houder recht tot: het houden van een logement; de verkoop in het klein van zwak alcoholische en alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs en/of spijzen voor gebruik ter plaatse, uitsluitend aan logeergasten en gasten van dezen. Artikel12 1.Een barvergunning geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van sterke drank zowel voor gebruik ter plaatse als voor gebruik elders en tot de verkoop van zwak alcoholische of alcoholvrije drank en voor consumptie bestemd ijs. 2.Een "biervergunning" geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van zwakalcoholische en alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs. 3.Een sociëteitsvergunning geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van sterke, zwak alcoholische en alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs en/of spijzen, uitsluitend aan leden van de sociëteit en hun geïntroduceerde(n), voor welke de vergunning geldt. 4.Een snackvergunning geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van zwak alcoholische en alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs. 5.Een restaurantvergunning geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs en spijzen, dan wel op eenvoudige wijze te bereiden spijzen in een genaamd snelbuffet, welke in een ter plaatse aanwezige keuken worden bereid. 6.Een "meeneemvergunning" geeft de houder recht tot de verkoop van spijzen welke in een ter plaatse aanwezige keuken worden bereid, voor gebruik elders dan ter plaatse. 7.Een ijshuisvergunning geeft de houder recht tot verkoop in het klein van alcoholvrije drank, en voor consumptie bestemd ijs. Artikel13 1.Een grossiersvergunning geeft de houder recht tot de verkoop anders dan in het klein van sterke drank, uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse voor welke de vergunning geldt. 2.Een slijtvergunning geeft de houder recht tot de verkoop in het klein van sterke drank uitsluitend voor gebruik elders dan ter plaatse voor welke de vergunning geldt. Hoofdstuk3.Verlening, weigering en intrekking van vergunningen en toestemmingen §1Algemene bepalingen Artikel14 1.De bevoegdheid tot het verlenen, weigeren en intrekken van een vergunning berust bij het bestuurscollege. 2.De vergunning wordt schriftelijk verleend en ten name gesteld van de aanvrager. 3.In de vergunning wordt een omschrijving opgenomen van de lokaliteit waarvoor zij is verleend, met vermelding van de oppervlakte daarvan. Artikel15 1.Hij die in het bezit wenst te worden gesteld van een vergunning als bedoeld in een der artikelen 11 tot en met 13 of van een toestemming als bedoeld in artikelen 36 en 37, dient zulks schriftelijk te verzoeken aan het bestuurscollege, onder vermelding van de soort vergunning welke verlangd wordt. 2.Het verzoekschrift vermeldt de naam, voornamen, geboortedatum, woonplaats van de aanvrager en indien het een rechtspersoon betreft een kopie van de vestigingsvergunning. 3.Bij het verzoekschrift om een sociëteitsvergunning worden overgelegd een afschrift of afdruk van de statuten en van het reglement, alsmede een opgave van de namen en woonplaatsen van de leden der sociëteit. Artikel16 1.Zodra de verzoeker een opgave heeft gedaan van de ligging van de vertrekken of ruimten voor welke de vergunning waarvoor hij in aanmerking komt, geldt, wordt daarvan op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze mededeling gedaan. Een ieder heeft het recht heeft tot veertien dagen na publicatie, schriftelijk zijn bezwaren tegen de verlening van de vergunning in te dienen bij het bestuurscollege. Artikel17 1.Indien ingevolge artikel 16, tweede lid, bezwaren worden kenbaar gemaakt, wordt in opdracht van het bestuurscollege een onderzoek ingesteld, waarbij de naaste buren van de lokaliteiten voor welke de vergunning zal gelden, worden gehoord. 2.Het getal der te horen personen bedraagt nooit minder dan zes van de dichtstbijzijnde buren zowel ten westen, ten oosten, ten noorden als ten zuiden van de plaats, waar de vergunningsinrichting zal zijn gelegen, met dien verstande, dat deze erven zoveel mogelijk op verschillende afstanden van bedoelde plaats moeten zijn gelegen, welke afstand echter niet meer zal bedragen dan 200 meter voor de ten westen gelegen erven en 100 meter voor de overige erven. 3.Het proces-verbaal van onderzoek wordt uiterlijk binnen veertien dagen na het verstrijken van de in artikel 16, tweede lid, bedoelde termijn bij de gezaghebber ingediend. Artikel18 Gedurende een week na het verstrijken van de in artikel 16, tweede lid, bedoelde termijn, kunnen zowel de verzoeker als zij die bezwaren hebben ingebracht, kennisnemen van de tegen het verzoek kenbaar gemaakte bezwaren. Artikel19 1.Binnen drie weken na het verstrijken van de in artikel 16, tweede lid, bedoelde termijn of, in geval er bezwaren zijn kenbaar gemaakt binnen veertien dagen na de indiening van het proces-verbaal van onderzoek, beslist het bestuurscollege over het verzoek en geeft daarvan terstond per aangetekende brief kennis aan de verzoeker. 2.De termijnen van drie weken kunnen eenmaal met ten hoogste veertien dagen door het bestuurscollege worden verlengd. Artikel20 1.Het bestuurscollege is bevoegd, alvorens te beslissen, zich te doen voorlichten door deskundigen door het bestuurscollege aan te wijzen en kan bepalen, dat zowel de verzoeker als zij, die bezwaren hebben kenbaar gemaakt, op die bezwaren worden gehoord. 2.De verzoeker en zij die bezwaren kenbaar hebben gemaakt, zijn gehouden aan de deskundigen de gevraagde inlichtingen te verstrekken en toegang te verschaffen tot hun respectievelijke lokaliteiten gelegen binnen het in artikel 17, tweede lid, vermelde gebied. Weigering hiertoe heeft tot gevolg dat het verzoek, respectievelijk de bezwaren, als vervallen worden beschouwd. Artikel21 Indien nadere regels krachtens artikel 9 zijn gesteld, zal een vergunning niet worden verleend dan nadat is gebleken voldaan is aan daarin gestelde eisen. Voor zover deze eisen van hygiënische aard zijn, dient een verklaring van de gezondheidsdienst worden overgelegd, inhoudende dat aan bedoelde eisen is voldaan. Artikel22 Aan een in gevolge deze verordening verleende vergunning kunnen bij eilandbesluit houdende algemene maatregelen, de eilandsraad gehoord hebbend, bijzondere voorwaarden worden gesteld, mits deze niet strijdig zijn met hogere regelgeving. §2Weigering Artikel23 1.De vergunning wordt geweigerd: indien de aanvrager binnen de laatste vijf jaren onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsstraf terzake een opzettelijk gepleegd misdrijf; indien de aanvrager binnen de laatste vijf jaren onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van een maand of langer of een geldboete van de eerste categorie of meer wegens overtreding van een van de wettelijke bepalingen ter verzekering van de accijns of het invoerrecht op gedistilleerd; indien de aanvrager binnen de laatste vijf jaren twee keer onherroepelijk is veroordeeld wegens een der feiten als bedoeld in artikel 49; indien de aanvrager van één of meer rechten, vermeld in artikel 32 van het Wetboek van Strafrecht BES, bij rechterlijke uitspraak is ontzet, zolang het gemis van dat recht ten gevolge van die ontzetting voortduurt; indien de aanvrager tot het plegen van ontucht gelegenheid biedt, of ook in ander opzicht van bekend slecht levensgedrag is; wanneer binnen de laatste vijf jaren een vroegere vergunning, welke aan de aanvrager verleend was, werd ingetrokken krachtens het bepaalde in artikel 24, tweede lid, onder sub a, c, d, e of h; wanneer één of meer leden van het bestuur van een rechtspersoon, aanvraagster zijnde, zouden verkeren in een der gevallen vermeld onder a tot en met f van dit artikellid; indien de aanvrager, behoudens de vergunning ingevolge deze verordening, nog op grond van enige andere wettelijke bepaling een vergunning nodig heeft om een vergunningsinrichting, als in deze verordening bedoeld, te mogen drijven, terwijl vaststaat, dat die vergunning hem niet zal worden verleend; indien het belang van de openbare orde, de goede zeden of de publieke rust zulks vergt; indien het vastgestelde maximum aantal vergunningen, zoals aangegeven in artikel 7 lid 1 onderdeel b reeds is bereikt; indien is bepaald, dat in een stadsgedeelte of ander gedeelte van het betrokken gebied, waar de lokaliteit in het verzoekschrift genoemd gelegen is, vergunningen niet meer worden verleend; indien de aanvrager niet meerderjarig is noch meerderjarig is verklaard, terwijl hem evenmin handlichting is verleend voor het uitoefenen van een bedrijf, waarvoor krachtens deze verordening een vergunning is vereist; indien de aanvrager krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak de beschikking of het beheer over zijn goederen heeft verloren; indien gegrond vermoeden bestaat, dat de verkoop van drank, voor consumptie bestemd ijs en/of spijzen niet op naam en voor rekening van de aanvrager zal plaats vinden; indien gegrond vermoeden bestaat dat de aanvrager niet de beschikking heeft over de lokaliteit waarvoor de vergunning wordt gevraagd; indien de lokaliteit niet voldoet aan de eisen, waaraan zij krachtens artikel 9 moeten voldoen; indien aan de aanvrager of diens echtgenoot voor de lokaliteit, waarvoor de aanvraag wordt gedaan, reeds een slijt-, dan wel grossiersvergunning is verleend, zo de aanvraag ziet op een van de overige in deze verordening genoemde vergunningen; indien aan de aanvrager of diens echtgenoot voor de lokaliteit, waarvoor de aanvraag wordt gedaan, reeds een appartement-, hotel-, bar-, sociëteit-, bier-, snack-, meeneem- logement-, dan wel een restaurantvergunning is verleend, zo de aanvraag ziet op een van de overige in deze verordening genoemde vergunningen, tenzij het doel is het omzetten van het bedrijf. In zo’n geval dient de aanvrager of diens echtgenoot gelijktijdig met het nieuwe verzoek, een verzoek in te dienen voor intrekking van de geldende vergunning. 2.Een sociëteitsvergunning wordt bovendien geweigerd: wanneer de sociëteit geen rechtspersoon is; wanneer niet voldaan is aan het voorschrift van artikel 15, derde lid; wanneer de sociëteit niet te goeder trouw sociëteit kan worden geacht. §3Intrekking Artikel24 1.De vergunning kan worden ingetrokken: indien na het verstrijken van de in artikel 2, derde lid bedoelde sluitingstermijn het vergunningsrecht niet is voldaan; indien de houder zich bij herhaling aan overtreding van de bepalingen in deze verordening heeft schuldig gemaakt; indien een van de gevallen, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder sub a, b, c en d zich voordoet. 2.De vergunning wordt ingetrokken: indien het belang van de openbare orde, de goede zeden of de publieke rust zulks vergt; op schriftelijk verzoek van de persoon te wiens naam de vergunning is gesteld; indien het geval, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder sub e, zich voordoet; indien gebleken is dat de uitoefening van het bedrijf krachtens een vergunning niet uitsluitend op naam en voor rekening van de vergunninghouder plaatsvindt; indien de vergunning werd verkregen op grond van opzettelijk onjuist of onvolledig verstrekte gegevens; in geval de houder een natuurlijk persoon is, bij feitelijke afwezigheid van de persoon te wiens name de vergunning is gesteld, buiten het eiland gedurende tenminste een jaar, al dan niet tussentijds onderbroken door een tijdelijk verblijf op het eiland voor korter dan drie achter-eenvolgende maanden tenzij hij ten genoegen van het bestuurscollege aantoont, dat hij door overmacht daartoe gedwongen was; In geval de houder een rechtspersoon is bij feitelijke sluiting van de lokaliteit gedurende tenminste een jaar, tenzij ten genoegen van het bestuurscollege wordt aangetoond, dat deze door overmacht daartoe gedwongen was; indien de persoon te wiens name de vergunning is gesteld, de verkoop krachtens de vergunning in de lokaliteit waarvoor de vergunning is verleend, gedurende langer dan drie maanden achtereen opzettelijk heeft gestaakt of heeft doen staken, of heeft toegelaten, dat de verkoop langer dan drie maanden achtereen werd gestaakt; indien de vergunningslokaliteit of haar aanhorigheden niet voldoen aan de eisen van hygiënische aard, en de vergunninghouder er niet voor heeft gezorgd om - na schriftelijke aanzegging van het bestuurscollege - binnen drie maanden na ontvangst van de aanzegging de nodige verbeteringen aan te brengen; wanneer één of meer leden van het bestuur van een rechtspersoon, vergunninghouder zijnde, zouden komen te verkeren in een der gevallen vermeld onder a tot en met f van artikel 23, eerste lid. 3.Een sociëteitsvergunning wordt bovendien ingetrokken wanneer blijkt dat de sociëteit voor welke de vergunning werd verleend, niet meer te goeder trouw kan worden geacht. Artikel25 1.Alvorens een vergunning te verlenen, te weigeren of in te trekken, wint het bestuurscollege schriftelijk advies in van het plaatselijk hoofd van politie. 2.Binnen drie weken na ontvangst van het verzoek van het bestuurscollege brengt het plaatselijk hoofd van politie een met redenen omkleed schriftelijk advies uit aan het bestuurscollege. Artikel26 1.In geval het bestuurscollege besluit tot weigering of intrekking, wordt het met redenen omklede besluit tot weigering of intrekking van de vergunning in aangetekend afschrift aan betrokkene medegedeeld. 2.De beschikking tot intrekking, zoals in het eerste lid genoemd, treedt niet in werking alvorens de termijn, waarbinnen beroep kan worden ingesteld, is verstreken of, indien beroep wordt ingesteld, totdat de beslissing van het bestuurscollege onherroepelijk is geworden. Artikel27 Het bestuurscollege kan bij intrekking van de vergunning de houder schriftelijk toestemming verlenen het bedrijf voort te zetten gedurende een in deze toestemming te vermelden termijn, waarbij de toestemming in ieder geval niet langer dan 6 maanden mag zijn, waarin de houder gelegenheid heeft orde op zaken te stellen. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. §2.Geldigheid wijziging en overschrijving van vergunningen Artikel28 1.De vergunning geldt uitsluitend: voor de persoon aan wie zij is verleend; voor de in de vergunning vermelde lokaliteit. 2.De vergunning vervalt van rechtswege: bij overlijden van de persoon aan wie zij is verleend, tenzij de vergunning overeenkomstig het bepaalde in artikel 29 op naam van een van de in dat artikel genoemde persoon wordt overgeschreven; indien de persoon aan wie zij is verleend de beschikking over de lokaliteit waarvoor zij is verleend, verliest, tenzij hij binnen een jaar, gerekend vanaf het tijdstip, waarop hij de beschikking over de betreffende lokaliteit heeft verloren, over een lokaliteit beschikt, welke aan de ingevolge artikel 9 gestelde eisen voldoet; indien de rechtspersoon, aan welke de vergunning is verleend, zijn rechtspersoonlijkheid verliest. 3.Bij overlijden van de persoon te wiens name de vergunning is gesteld, kan het bedrijf tijdelijk, doch voor niet langer dan drie maanden zonder vergunning worden voortgezet: door de langstlevende echtgenoot, tenzij derden kunnen aantonen meer recht hierop te hebben; indien er geen langstlevende echtgenoot is, dan wel indien deze niet binnen twee maanden na het overlijden het bedrijf voortzet, door een of meer van zijn wettige of gewettigde kinderen en/of hun wettelijke vertegenwoordiger, tenzij derden kunnen aantonen meer recht hierop te hebben; indien er geen wettige of gewettigde kinderen zijn, dan wel indien ook deze niet binnen twee weken na het overlijden, onderscheidenlijk na verloop van de sub b genoemde termijn het bedrijf voortzetten, door een of meer van zijn natuurlijke erkende kinderen en/of hun wettelijk vertegenwoordiger, mits deze binnen twee weken na het overlijden, onderscheidenlijk na verloop van de onder b genoemde termijn, onderscheidenlijk van de voor de wettige of gewettigde kinderen gestelde termijn van hun bevoegdheid gebruik maken, tenzij derden kunnen aantonen meer recht hierop te hebben. 4.De in lid 3 sub a, b of c bedoelde voortzetting eindigt zodra de termijn voor de indiening van een verzoek tot overschrijving als bedoeld in het tweede lid is verstreken, of, ingeval een zodanig ver-zoek is ingediend, zodra daarop is beschikt. Artikel29 1.De vergunning van de overleden persoon op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt desgevraagd overgeschreven ten name van de langstlevende echtgenoot. Indien de langstlevende echtgenoot geen desbetreffend verzoekt doet, dan wel indien de overleden persoon op wiens naam de vergunning is gesteld geen echtgenoot nalaat, geschiedt de overschrijving ten name van het enige wettige of gewettigde kind, of, indien er meer wettige of gewettigde kinderen zijn, van het wettige of gewettigde kind dat daarvoor naar het oordeel van het bestuurscollege in aanmerking komt. Indien geen van deze personen krachtens voorgaande bepalingen daarvoor in aanmerking komen, geschiedt de overschrijving ten name van het enige natuurlijke erkende kind, of, indien er meer natuurlijke erkende kinderen zijn, van het natuurlijke erkende kind dat daarvoor naar het oordeel van het bestuurscollege in aanmerking komt. Al het voorgaande met inachtneming van de rechten van derden, die hebben aangetoond de meeste aanspraak op overschrijving van de vergunning te hunnen ie te kunnen doen gelden. 2.Op het verzoek om overschrijving, dat schriftelijk binnen drie maanden na het overlijden moet zijn ingediend, wordt binnen drie maanden beschikt. Een zodanig verzoek wordt, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, ingewilligd indien aan de bepalingen uit deze verordening wordt voldaan. 3.Het in artikel 32 bedoelde afschrift van de vergunning wordt bij overschrijving voorzien van een vermelding van de overschrijving met aanduiding van de naam van nieuwe vergunninghouder. Hoofdstuk4Bijzondere bepalingen Artikel30 Het bestuur van de sociëteit waarvoor een sociëteitsvergunning is verleend, is gehouden op verzoek van het bestuurscollege een schriftelijke opgave in te dienen van de namen en woonplaatsen van de leden van de sociëteit. Artikel31 1.Alvorens tot verbouwing of herbouw van een lokaliteit over te gaan, geeft de houder van de voorgenomen verbouwing of herbouw schriftelijk kennis aan het bestuurscollege. De lokaliteit wordt voor het publiek gesloten, indien en zolang tijdens en na de verbouwing of herbouw de lokaliteit niet voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 9. 2.Indien een lokaliteit ten gevolge van verwaarlozing of een andere dan de in het eerste lid van dit artikel genoemde oorzaak niet meer aan de krachtens artikel 9 gestelde eisen voldoet, kan het bestuurscollege de lokaliteit doen sluiten voor de duur dat zij niet aan deze eisen voldoet. 3.Het in artikel 32 bedoelde afschrift der vergunning wordt zo nodig na verbouwing of herbouw voorzien van een vermelding van deze verbouwing of herbouw. Artikel32 1.In een lokaliteit moet de vergunning of een door de eilandsecretaris gewaarmerkt afschrift daarvan duidelijk zichtbaar en op een hoogte van twee meter boven de vloer zijn opgehangen. 2.Boven of naast een van de buitendeuren die als hoofdingang toegang geven tot de lokaliteit, moeten aan de buitenzijde van de lokaliteit met duidelijk leesbare letters zijn aangebracht: de naam van hem aan wie de vergunning is verleend; de soort vergunning welke is verleend; de vermelding dat toelating van personen beneden de leeftijd van zestien jaar is verboden. Dit verbod is niet van toepassing op die lokaliteiten waarvoor een sociëteit-, hotel-, appartement-, restaurant-, meeneem-, ijshuis- of logementvergunning is verleend. 3.Het bestuurscollege kan nadere voorschriften geven ten aanzien van het bepaalde in de vorige leden. Artikel33 1.De houder aan wie een logement- of hotelvergunning is verleend, is verplicht alvorens enig persoon huisvesting te verlenen, overeenkomstig de gegevens uit diens paspoort of ander identiteitsbewijs volledig en duidelijk naar waarheid bij te houden in een register. 2.Hij is bovendien verplicht een afschrift van de aantekeningen, gemaakt in het register als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, door of namens hem ondertekend elke maandag uiterlijk om tien uur in de ochtend in te leveren of te doen inleveren bij een van de politiebureaus of ten kantore van het hoofd van politie. 3.Het onder lid twee vermelde gegevens, worden bewaard conform de regels gesteld in de Wet bescherming persoonsgegevens BES en voor niet langer dan noodzakelijk zoals aangegeven in de Wet voornoemd. Artikel34 1.Voor de verkoop in het klein door middel van automaten van spijzen, alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs op aan de openbare weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats, al dan niet voor gebruik ter plaatse, is een automaatvergunning vereist van het bestuurscollege vereist. Aan deze kunnen voorwaarden worden verbonden. 2.Geen toestemming wordt verleend voor de verkoop van sterke of zwak-alcoholische drank door middel van automaten. Artikel35 1.Bij een tijdelijke of eenmalige gelegenheid ter beoefening van sport of in andere bijzondere gevallen, kan het bestuurscollege, het plaatselijke hoofd van politie gehoord, toestaan dat, hetzij in een lokaliteit, hetzij in een voor die gelegenheid opgerichte tent of op een daarvoor in gebruik genomen terrein, op door het bestuurscollege aangewezen dagen of uren in het klein sterke-, zwak alcoholische- of alcoholvrije drank, voor consumptie bestemd ijs en/of spijzen zonder een der in de artikelen 11 tot en met 13 genoemde vergunningen worden verkocht voor gebruik in genoemde lokaliteit, tent of terrein. Aan deze toestemming, die schriftelijk wordt verleend, kunnen voorwaarden worden verbonden. 2.Indien de in het eerste lid genoemde tijdelijke of eenmalige gelegenheid een zich herhalende gelegenheid betreft, dient per gelegenheid op de in het eerste lid omschreven wijze toestemming te worden verleend. Artikel36 1.Een lokaliteit waarvoor een grossiers- of slijtvergunning is verleend, moet gesloten zijn in de periode tussen 18:30 en 06:00 uur de volgende dag 2.Een lokaliteit waarvoor een bier- of snackvergunning is verleend, moet van zondag tot en met donderdag gesloten zijn in de periode tussen 12:00 - 06:00 uur, en van vrijdag tot en met zaterdag in de periode tussen 02:00 - 06:00 uur. 3.Een lokaliteit waarvoor een hotel-, bar-, logement-, restaurant-, meeneem of ijshuisvergunning is verleend, moet gesloten zijn in de periode tussen 02:00 - 06:00 uur. 4.Om bijzondere redenen of op aanvraag van de houder kan het bestuurscollege een latere sluitingsuur of een afwijkende regeling ten aanzien van het sluitingsuur vaststellen. Artikel37 Het is de houder verboden gedurende de tijd dat de lokaliteit ingevolge deze verordening gesloten moet zijn, daarin bezoekers aanwezig te hebben. Deze bepaling is niet van toepassing ten aanzien van hotels en logementen voor zover het betreft personen die daar hun (nacht)verblijf hebben. Artikel38 Het is de bezoeker, na door of namens de houder gewaarschuwd te zijn, verboden zich te bevinden in een lokaliteit nadat deze ingevolge de artikelen 37 of 45 gesloten dient te zijn. Artikel39 1.Het is de houder verboden in een lokaliteit waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning is verleend tot de verkoop van sterke en/of zwak alcoholische drank voor gebruik ter plaatse, personen in kennelijke staat van dronkenschap of personen beneden de leeftijd van achttien jaar anders dan in gezelschap van hun ouders of voogden toe te laten. Hetgeen hiervoor bepaald is ten aanzien van personen beneden de leeftijd van achttien jaar geldt niet, indien deze personen in het hotel of logement gehuisvest zijn. Het voorgaande is evenmin van toepassing op leden van sociëteiten en gasten, die in hotels of logementen hun nachtverblijf hebben. 2.Het is de houder alsmede de verkoper, niet vergunninghouder, verboden aan personen beneden de leeftijd van achttien jaar alcoholische drank te verkopen of te verstrekken. Artikel40 1.Het is de houder verboden in een voor het publiek toegankelijke lokaliteit waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning tot de verkoop van sterke en/of zwak alcoholische drank is verleend, arbeidslonen uit te betalen of toe te laten dat arbeidslonen in zodanige lokaliteit uitbetaald worden, met uitzondering van arbeidslonen verschuldigd voor werkzaamheden die zijn verricht in de lokaliteit of terzake van het bedrijf dat daarin wordt uitgeoefend. 2.Voor de toepassing van het in het vorige lid bepaalde wordt met een lokaliteit gelijkgesteld het erf, waarop een lokaliteit als in het eerste lid bedoeld, zich bevindt. Artikel41 Het is de houder verboden in een voor het publiek toegankelijke lokaliteit, zonder schriftelijke toe-stemming van het bestuurscollege, het plaatselijk hoofd van politie gehoord, muziek, vertoningen of andere verrichtingen ter vermaak van het publiek te maken, te geven of toe te laten, of gelegenheid tot dansen te geven of dansen toe te laten. Artikel42 Het is zonder schriftelijke toestemming van het bestuurscollege, het plaatselijk hoofd van politie gehoord, aan de houder verboden in een lokaliteit, waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning is verleend, personen beneden de leeftijd van zestien jaar te laten bedienen. Artikel43 De houder van een als bedoeld in artikelen 11 tot en met 13 is verplicht zorg te dragen, dat in de lokaliteit: geen ongeregeldheden of hazardspelen plaats vinden, tenzij zij in het bezit zijn van een vergunning ingevolge de Wet Hazardspelen BES I of II en daaruit voorvloeiende regelingen; geen nevenbedrijf wordt uitgeoefend, met uitzondering van het bedrijf of de bedrijven, tot de uitoefening waarvan het bestuurscollege toestemming heeft verleend. Artikel44 Het is verboden in een lokaliteit waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning, niet zijnde een grossiersvergunning, is verleend, sterke en/of zwakalcoholische drank te mengen of te bottelen. Artikel45 1.Op grond van buitengewone omstandigheden, welke gevaar kunnen opleveren voor de openbare orde en rust en de goede zeden, kan bij besluit van het bestuurscollege, het plaatselijk hoofd van politie gehoord hebbend, voor een bepaalde tijd voor het gehele eiland of voor een gedeelte daarvan, de verkoop, de aflevering en de verstrekking van sterke drank of zwak-alcoholische drank in lokaliteiten worden verboden, dan wel sluiting van alle genoemde of een of meer bij deze beschikking te noemen lokaliteiten, worden bevolen. 2.De beschikking bevat de gronden waarop zij berust. Vooruitlopend op de totstandkoming der beschikking kan het bestuurscollege het verbod of bevel mondeling ter kennis van de houder brengen of laten brengen. Hoofdstuk5Toezicht- en strafbepalingen Artikel46 1.Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het bestuurscollege aangewezen ambtenaren. Een zodanige aanwijzing wordt bekend gemaakt op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze. 2.De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd: alle inlichtingen te vragen; inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen; alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen; vaartuigen, stilstaande voertuigen en de lading daarvan te onderzoeken. 3.Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm. 4.Bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld betreffende de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen. 5.Eenieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede lid wordt gevorderd. Artikel47 1.Overtreding van hetgeen bij of krachtens de artikelen 2, 4, 7, 31, 32, 35 t/m 43 en 45, eerste lid, bepaald, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. 2.Het opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, met het oogmerk een vergunning bedoeld in de artikelen 11 tot en met 13 of 34 te verkrijgen of door een ander te laten verkrijgen, wordt, voor zover het Wetboek van Strafrecht BES daar niet in voorziet, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Artikel48 De feiten, bij deze verordening strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen. Hoofdstuk6Overgangs- en slotbepalingen Artikel49 Ingetrokken worden: Vergunningslandsverordening
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.