/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR744608 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0335/2025/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2025-09-25 2025-09-25 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR744608/nld@2025-09-25 /join/id/proces/gm0335/2025/doel_267_638195126fe740a286447ab73449abc5 2025-09-25 2025-09-25 /akn/nl/act/gm0335/2025/omgevingsvisie/nld@2025-09-25;1 /akn/nl/act/gm0335/2025/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm0335/2025/omgevingsvisie/nld@2025-09-25;1 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie Montfoort Omgevingsvisie Montfoort - Vitale kernen in een waardevol landschap gemeente Montfoort Leeswijzer De omgevingsvisie bestaat uit een aantal onderdelen In hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding voor het samenstellen van deze omgevingsvisie. De inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt kort toegelicht, waarna het proces tot nu toe en het vervolg wordt beschreven. In hoofdstuk 2 beschrijft de Montfoortse identiteit en kernkwaliteiten die centraal staan in deze omgevingsvisie. Ook staan we hierin stil bij onze regionale positionering. In hoofdstuk 3 beschrijven we onze koers, oftewel onze richtinggevende ambities. We beschrijven wat wij bedoelen met onze positionering als "Een toekomstbestendige gemeente met vitale kernen in een waardevol landschap". Dit doen we middels de beschrijving van een aantal strategische keuzes. En hoofdstuk 4 bevat een uitwerking van de belangrijke thema's binnen onze gemeente. We staan eerst stil bij thema's die de huidige kwaliteiten van onze gemeente typeren, vervolgens bij de thema's behorende bij het netwerk, dus zowel de infrastructuur als het groen en de openbare ruimte. We beschrijven de ontwikkelthema's zoals wonen, recreatie en bedrijvigheid en staan stil bij de meer sociale aspecten als leefbaarheid en veiligheid. En hoofdstuk 5 beschrijft de meer specifieke koers per deelgebied. In dit hoofdstuk staat de integrale en concrete koers per gebied centraal. We beschrijven per gebied de kwaliteiten, netwerken en de gewenste ontwikkelingen. Daarnaast staan we per gebied stil bij de gewenste milieukwaliteit. En hoofdstuk 6 laat zien hoe we de omgevingsvisie toepassen. We benoemen hier de samenhang met andere omgevingswetinstrumenten en maken een koppeling met de uitvoering van de omgevingsvisie.
- Inleiding 1.1 Intro We willen de kansen die de Omgevingswet biedt om ruimtelijke vraagstukken anders op te pakken aangrijpen. Tegelijkertijd zien we dat er veel op ons af komt, zeker op de korte termijn. In deze visie smelten we verschillende belangen samen tot een integrale ontwikkelrichting voor de gemeente Montfoort. We willen onze bestaande identiteit en kwaliteiten behouden en verbeteren middels nieuwe ontwikkelingen. De kaders hiervoor worden in deze visie geschetst. Het is onmogelijk en onwenselijk om alles nu al tot in de puntjes vast te leggen, we willen deze visie gebruiken om een route uit te stippelen. Daarnaast dient de visie als een uitnodiging om bij te dragen aan het behoud en verbeteren van onze leefomgeving. 1.2 Omgevingswet als basis voor de omgevingsvisie De omgevingsvisie binnen het nieuwe wettelijke stelselDe Omgevingswet treedt naar verwachting in 2022 in werking. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet moet meer snelheid, flexibiliteit en samenhang brengen. Aan de ene kant moet de wet ruimte voor ontwikkeling bieden en aan de andere kant de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. In de Omgevingswet wordt het oude instrument ‘structuurvisie’ vervangen door de ‘omgevingsvisie’. In de omgevingsvisie wordt, ten opzichte van een structuurvisie, met een integrale blik gekeken naar allerlei onderwerpen zoals bijvoorbeeld water, milieu, verkeer en vervoer. Maar ook naar sociaalmaatschappelijke aspecten. De Omgevingswet verplicht iedere gemeente om een omgevingsvisie op te stellen. De belangrijkste verandering wordt de manier waarop we aan de omgeving gaan werken. We gaan meer integraal werken vanuit uitnodigende ambities en waarden, in plaats van sectoraal vanuit normen en regels. Bovendien wordt de rol van gemeenten meer ondersteunend dan initiërend. Daarbij hoort het vereenvoudigen en versnellen van procedures. Deze omgevingsvisie is opgesteld in de ‘geest’ van de Omgevingswet en is de eerste stap van de invoering van de Omgevingswet in Montfoort. De visie is samen met de bevolking, maatschappelijke partijen en alle relevante disciplines binnen de ambtelijke organisatie opgesteld. Hierdoor is de visie integraal en participatief opgesteld, zoals wordt beoogd door de Omgevingswet (zie hiervoor ook bijlage 2). Van belang daarbij is dat de omgevingsvisie niet af is na vaststelling. De visie zoals die nu voorligt, is een dynamisch document en biedt het raamwerk waarbinnen we de komende jaren beleid verder uitwerken. De visie kent dan ook geen maximum geldigheidsduur en zal regelmatig worden bijgesteld. Deze eerste omgevingsvisie Montfoort is dan ook nadrukkelijk een groeimodel, waarmee de komende jaren verder wordt gewerkt aan de integratie van alle onderwerpen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving in gemeente Montfoort. Uitgangspunten voor invoering van de Omgevingswet in MontfoortDe gemeente Montfoort heeft eind 2018 de volgende uitgangspunten voor de implementatie van de Omgevingswet bepaald. In deze visie geven we invulling aan deze uitgangspunten. Zo beginnen we niet op nul, maar gaan we uit van bestaand relevant beleid (lokaal, regionaal, provinciaal). Daar waar nodig stelt de omgevingsvisie nieuwe prioriteiten en beleidsuitgangspunten, die de basis kunnen vormen voor nieuw op te stellen beleid. We kiezen voor een groeistrategie, waarbij de omgevingsvisie mee groeit met de wensen en ontwikkelingen die zich de komende jaren voordoen. Onze gemeente kan niet los gezien worden van de grotere verbanden en is op het vlak van bijvoorbeeld infrastructuur, voorzieningen, de woningmarkt, recreatie en natuur onlosmakelijk verbonden met omliggende gemeenten en mede-overheden. Bovendien zijn er naast buurgemeenten, provincie en rijk nog vele andere partijen betrokken bij het beheer en de verdere ontwikkeling van specifieke onderdelen van de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, terreinbeheerders als Natuurmonumenten en het Utrechts Landschap en ondernemers. Gezamenlijk dragen al deze partijen een steentje bij aan de fysieke omgeving en het functioneren van de gemeente Montfoort. We willen dus regionaal georiënteerd zijn. Er spelen allerlei complexe vraagstukken waar we in de omgevingsvisie een antwoord op moeten formuleren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om landelijke trends als bijvoorbeeld de vergrijzing, gezinsverdunning, schaalvergroting, milieu- en klimaatproblematiek en individualisering. Maar ook hoeveel ruimte we willen bieden voor bepaalde functies. Er spelen in de gemeente verschillende opgaven, gedachten, initiatieven en ontwikkelingen die soms al heel concreet zijn, maar soms ook nog abstract of misschien nog helemaal niet bekend zijn. Daarbij vinden wij het belangrijk dat aan initiatieven van inwoners en ondernemers ruimte wordt gegeven. Dit vanuit de gedachte dat we als gemeente plannen en ideeën faciliteren, op voorwaarde dat ze bijdragen aan een verbetering van de leefkwaliteit en de duurzame ontwikkeling van gemeente Montfoort. Hierbij willen we werken vanuit een multidisciplinaire, integrale blik. Een zorgvuldige afstemming tussen al deze opgaven is cruciaal. We willen ons niet ad hoc gaan ontwikkelen, maar juist steeds - met de visie in de hand - blijven zoeken naar een meerwaarde door het versterken van de leefbaarheid, de economie, het landschap en de natuur in Montfoort. De omgevingsvisie is de kapstok voor het toekomstig beleid en initiatieven. Goede participatie met inwoners, ondernemers en stakeholders is hierbij cruciaal. 1.3 Welke rol ziet de gemeente voor zichzelf? De gemeente kan en wil de doelen en uitgangspunten alleen samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties verwezenlijken. We willen inwoners daarom zo vroeg mogelijk betrekken en ruimte geven om met goede ideeën of initiatieven te komen. De rol van de inwoners wordt groter en zij voelen zich ook vaak meer betrokken. Het gaat om ruimte geven, een andere manier van sturen, een andere verhouding tussen overheid en samenleving. Waarbij overheden en inwoners samen verantwoordelijkheid nemen voor onze leefomgeving. Het beschermen en benutten van de leefomgeving wordt daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijven en inwoners. Op het moment dat de overheid niet meer alleen de verantwoordelijkheid draagt voor fysieke en ruimtelijke vraagstukken, dan verandert daarmee de rol van de lokale overheid van primaire belanghebbende naar mede-belanghebbende. Dat speelt niet alleen in de fase van visievorming maar ook in de uitvoering van het beleid. Dat vraagt in veel gevallen om een ander denkkader. In plaats van draagvlak te zoeken voor overheidsideeën gaan we op zoek naar betrokkenheid voor een visie die samen met externe partijen is ontwikkeld. We stimuleren en ondersteunen (leveren van kennis, zorgen voor verbinding) initiatieven die op de een of andere manier bijdragen aan de doelen in de omgevingsvisie. De gezamenlijk gestelde doelen zijn ook de basis geweest voor het beschrijven van de beleidsdoelstellingen uit deze visie en voor het formuleren van nieuw thematisch of sectoraal beleid. RolopvattingDe gemeente wil meer van 'buiten naar binnen werken' en op termijn meer loslaten. Dit past goed bij de geest van de Omgevingswet. De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur gebruikt het model op afbeelding 1.1 omtrent overheidssturing. De gemeente Montfoort kiest in hoofdlijn voor een responsieve, faciliterende benadering. De rol die de gemeente kiest kan worden aangeduid als: “Faciliteren waar het kan en te acteren waar het moet”. De manier waarop deze rol wordt ingevuld kan, afhankelijk van het speelveld, verschillen. Daarom beschrijven we bij de thematische opgaven (hoofdstuk 4) nader welke rol wij voor diverse onderdelen van de visie voor onszelf als gemeente zien. In deze afweging worden financiële risico’s, mogelijkheden tot kostenverhaal, winstmogelijkheden, maar ook de gewenste mate van sturing door de gemeente meegenomen. Per situatie en uitwerking van de opgaven kan onze rol verschillen. Zo behoort het houden van toezicht en handhaving in sommige gevallen ook tot een kaderstellende, rechtmatige overheid, en kunnen we bij het faciliteren van initiatieven als responsieve overheid ook verbindend en samenwerkend optreden. 1.1 Verschillende soorten van sturing en betrokkenheid (gebaseerd op Kwadrantenmodel NSOB, 2013) 1.4 Omgevingsvisie als groeimodel Om ervoor te zorgen dat de visie niet blijft bij abstracte doelen, werken we aan de operationalisering hiervan in andere instrumenten en projecten. Dit is in het hoofdstuk ‘Uitvoering - de omgevingsvisie in werking’ opgenomen (hoofdstuk 6). In dit hoofdstuk geven we aan hoe we onze ambities gaan verwezenlijken. De ‘Omgevingswetbrug’ wordt echter gebouwd terwijl we eroverheen lopen. Alles en iedereen is in ontwikkeling. Daarom is het uitgangspunt om het proces flexibel te houden, stapsgewijs in te steken en te accepteren dat bepaalde zaken nog niet duidelijk zijn. We gaan met elkaar stap voor stap samen verdieping zoeken. De visie vormt dus een groeimodel waaraan we blijven werken. Dat geldt in het bijzonder voor het uitvoeringshoofdstuk. Voor een aantal projecten kunnen we nu nog niet zo diep ingaan op (sommige van) bovengenoemde aspecten. We gaan het uitvoeringshoofdstuk periodiek herzien, waarbij we de projectplannen steeds verder uitwerken en updaten. De omgevingsvisie wordt zo een dynamisch actieplan en een visie die ‘altijd vers’ is, zoals wordt beoogd met de Omgevingswet. Dit aspect gaan we daarom eveneens de komende periode nader uitwerken in de ‘updates’ van de visie. 1.2 Schetsmatige weergave gemeente Montfoort 1.5 Procesbeschrijving Eind 2019 is begonnen met het inventariseren en analyseren van de huidige(ruimtelijke) situatie en het bestaande beleid. Dit is geborgd in de 'Atlas'. De informatie die is beschreven in de atlas heeft de input gevormd voor de omgevingsvisie. Deze eerste fase was met name gericht op het ophalen en beschrijven van de identiteit en kernkwaliteiten van Montfoort. Daarnaast zijn het huidige beleid, maatschappelijke trends en ontwikkelingen en de belangrijkste opgaven geïnventariseerd. Het opstellen van de Atlas is samen met inwoners en ketenpartners gedaan. Daarnaast zijn diverse onderdelen van de gemeentelijke organisatie, gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, hierbij betrokken geweest. Hiervoor zijn verschillende sessies en participatie-bijeenkomsten georganiseerd. Uit het participatietrajecten de beleidsanalyse zijn bepaalde discussiepunten, maar ook kansen, opgehaald waarover we (nieuwe) integrale richtinggevende keuzes hebben moeten maken in het omgevingsvisieproces. De conclusie blijft echter, niet alles kan, overal. Aan de hand van de integrale denkrichting "Citta Slow" (en de varianten daarop) zijn de keuzes uitgewerkt. Met behulp van drie denkrichtingen zijn de voor- en nadelen van mogelijke toekomstbeelden en bijbehorende keuze-opties nader inzichtelijk gemaakt. Deze keuze-opties zijn besproken het gemeentebestuur. De uitkomst van dit proces is opgenomen als Bijlage
- Op basis hiervan is een eerste koers ingezet. Deze koers is getoetst tijdens de 'week van de omgevingsvisie', eind maart 2021.Tijdens deze week zijn er drie sessies georganiseerd, waarin inwoners, ondernemers en organisaties mee hebben kunnen denken over de toekomst van de leefomgeving. Daarnaast is er een (online) vragenlijst uitgezet, waarin we veel waardevolle input hebben opgehaald. Deze input is samengevat in Bijlage
- Ook is er de mogelijkheid geweest voor ketenpartners om een reactie te geven. De uitkomsten van de participatieronde zijn ook weer besproken met het gemeentebestuur, waarna deze ontwerp omgevingsvisie is opgesteld. 1.3 processchema omgevingsvisie Montfoort 1.4 Atlas 1.6 De Atlas: terugblik In deze omgevingsvisie is - samen met inwoners, partners en ondernemers - de integrale koers uitgezet naar de toekomst, gericht op de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is daarbij de kapstok voor het toekomstig beleid en initiatieven. In de omgevingsvisie zoeken we naar de samenhang tussen doelen van verschillende beleidsdocumenten. Evaluatie van het huidige beleid maakt helder wat de stand van zaken is. Wat werkte wel? Wat niet? Welke keuzes zijn nodig? Dat is belangrijke basisinformatie voor de omgevingsvisie. Deze basisinformatie vormde de essentie en aanleiding van 'De Atlas'. De Atlas is opgebouwd aan de hand van thema's. Er is stilgestaan bij de identiteit en kernkwaliteiten van Montfoort, de unieke positie in de regio en de groeiende invloed van gezondheid, veiligheid en milieu op de fysieke leefomgeving. Vervolgens zijn de belangrijkste kwaliteiten, trends en ontwikkelingen geanalyseerd aan de hand van de volgende thema's: ● Landschap en cultuurhistorie ● Regio ● Gezondheid ● Milieu en bodem ● Economie ● Water en klimaat ● Energie en grondstoffen ● Wonen ● Sport, recreatie en cultuur ● Mobiliteit ● Groen en openbare ruimte Per thema is de belangrijkste input samengevat in een kaartbeeld. Deze kaartbeelden zijn gecombineerd in de kaart op afbeelding 1.
- Deze kaart toont de huidige situatie van onze gemeente. Uit de Atlas is gebleken dat voor een aantal thema's nog integrale richtinggevende keuzes nodig zijn. De uitkomsten en discussiepunten uit de Atlas hebben de basis gevormd voor het verdere vervolg van de omgevingsvisie. Tijdens opstellen Atlas is aan inwoners gevraagd naar wat de gemeente Montfoort voor hen betekent, en wat volgens hun het beste, mooiste, meest waardevolle element van de gemeente vormt. De woordwolken in afbeelding 1.5 zijn hiervan het resultaat. De uitkomsten hiervan zijn vertaald in de identiteit en kernkwaliteiten van onze gemeente en hebben de basis gevormd voor het volgende hoofdstuk. 1.5 Gemeente Montfoort is... Beste/mooiste/meest waardevolle van de Gemeente Montfoort is...
- Kern 2.1 Identiteit Onze gemeente is te typeren als een historische plattelandsgemeente in het Groene Hart, waar men elkaar kent. Deze identiteit wordt versterkt door kernkwaliteiten die we willen koesteren en versterken, zoals landgoed Linschoten, de oude historische centra, de waterwegen en het waardevolle (cultuur)landschap. Nieuwe kansen en ontwikkelingen moeten dus niet ten koste gaan van deze kernkwaliteiten. Op basis van de gebiedsanalyse, beleidsinventarisatie, werksessies en participatieronden is er wel een gemene deler ontdekt. Het gaat daarbij om de volgende waarden: de sterke lokale binding en kracht van de gemeenschap (zowel ruimtelijk, sociaal als economisch), de sterke waarde die aan de rust, het groen en het waardevolle landschap wordt gegeven en de erkenning dat dit bijdraagt aan de hoge kwaliteit van leven in de gemeente en het beschermen (en doorontwikkelen) waard is. De identiteit en kernkwaliteiten van de gemeente zijn als volgt samen te vatten: ● Rust en ruimte koesterenWaardevol blauw en groen ● Trots op historisch karakter ● Levendig en zorgzaam ● Bourgondisch, sociaal en religieus ● Creatief en innovatief 2.1 Historische kaart
(1850)2.2 Kernkwaliteiten Cultuurhistorische kernenDe gemeente Montfoort is het begin van het Groene Hart. Ten oosten begint de drukke metropoolregio Utrecht. Door de nabijheid van het groot stedelijk gebied zijn de stedelijke voorzieningen relatief dichtbij, maar de belevingswaarde van onze gemeente is alsof je in een rustige plattelandsgemeente bent, ver weg van alle stadse drukte. Beide kernen, Montfoort en Linschoten, ademen historie, zowel in het centrum als in het buitengebied. We zoeken steeds naar de optimale balans tussen historie en vooruitgang. MontfoortMontfoort is gesticht door de bisschop van Utrecht, ter verdediging tegen de graven van Holland. Hiervoor werd het kasteel gebouwd en werd een burggraaf aangesteld. In 1329 werden stadsrechten verworven. Het kasteel Mons Fortis en het verkrijgen van stadsrechten in de middeleeuwen heeft er voor gezorgd dat de binnenstad van Montfoort een oude, stadse uitstraling heeft. Deze kleinschalige en compacte binnenstad is goed behouden gebleven en bevat nog steeds veel cultuurhistorische elementen en oude patronen. Cultuurhistorische elementen zijn onder andere terug te vinden in de oude bebouwing in het centrum van Montfoort, zoals het Oude Stadhuis, het Kasteel, de Commanderije, de hervormde kerk, de stellingkorenmolen 'De Valk' en het Sluisje. De historische patronen zijn terug te zien in de grachten, verdedigingswerken en het stratenpatronen. Door de ligging aan de Hollandsche IJssel was Montfoort onderdeel van een handelsnetwerk dat richting Utrecht en Gouda ging. De voornaamste economische activiteit was landbouw, zoals bijvoorbeeld de productie van kaas en boter. Er waren ook enkele lijnbanen voor de touwnijverheid. Montfoort kende namelijk een tijdlang een bloeiende knopendraaiersindustrie. Daar hebben de inwoners van de stad hun bijnaam te danken: ‘de knopendraaiers’. Later floreerde de steenindustrie met zeven fabrieken langs de Hollandsche IJssel. Ook hier is weer terug te zien hoe belangrijk de Hollandsche IJssel was en is. LinschotenLinschoten heeft net als Montfoort een rijk verleden. Er zijn aanwijzingen dat het gebied al rond 900 bewoond werd. Het dorp is gebouwd aan een oud veenstroompje dat samenkomt met de rivier Lange Linschoten. De kern van het dorp heeft zich rond de rivier ontwikkeld en in eerste instantie is het uitgebreid tot een lintdorp. De dooradering van de rivier door het dorpscentrum zorgt voor een hoge omgevingskwaliteit in het dorp. Langs de Korte Linschoten zijn nog oude gebouwen te vinden die als een lint langs de rivier gebouwd zijn. De naam Linschoten is afgeleid aan Lindescote, wat vroeger een kleine type boerderij aan een stroompje betekende. De oudere kern langs de rivier heeft nog steeds dit karakter. Langs de rivier zijn nog restanten te vinden van de vroegere functies, zoals de trekschuit die over de rivier getrokken werd. Hieraan is te zien dat de rivier vroeger een belangrijke route was om goederen te vervoeren. Dit is ook terug te zien aan de trekschuit paden in het buitengebied. Het nog gave historische dorpscentrum met cultuurhistorische elementen is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Het dorpse karakter van Linschoten onderscheidt zich van het meer kleinstedelijke karakter van Montfoort. Hechte samenleving met rijk verenigingslevenIn beide kernen kan men spreken van een hechte samenleving, waar nog veel verschillende verenigingen zorgen voor een sterke verbinding tussen inwoners. Inwoners van gemeente Montfoort hechten niet alleen waarde aan de historie en het behouden van het stadszicht, maar zeker ook aan een sociale levenswijze. We hebben namelijk een hechte gemeenschap waar veel mensen elkaar kennen en elkaar graag ontmoeten. Uniek, historisch landschapHet landschap is een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. De vele cultuurhistorische elementen laten een rijke historie zien. Door alle verschillende afzettingen is er een diverse ondergrond met hoogte-reliëf ontstaan. De eerste nederzettingen zijn gesticht op de hogere vruchtbare gronden, langs de Hollandsche IJssel en de Lange Linschoten, die een groot deel van het huidige landschap hebben gevormd. Deze nederzettingen zijn later uitgeroeid tot de huidige kernen Montfoort en Linschoten en op de randen van de oeverwallen en de veengronden zijn de lintdorpen ontstaan. De veengronden zijn al vroeg ontgonnen voor turfwinning en vervolgens gebruikt voor de landbouw. Deze structuur, die nu nog steeds herkenbaar is, waren in de vroege middeleeuwen al een gebiedskenmerk. Door de cope-ontginningen in het veengebied zijn veel kenmerkende nattere natuurgebieden verdwenen in de gemeente. Op sommige plaatsen zijn deze kwaliteiten door nieuwe natuurontwikkeling teruggebracht. De graslanden zijn bijvoorbeeld ideale gebieden voor weidevogels. Het landschap van Montfoort is door de invloeden van wind, water en menselijke ingrepen tot een uniek cultuurlandschap gevormd wat nog steeds gaaf is. Iets dat door verder oprukkende verstedelijking steeds schaarser wordt. Hierdoor is Montfoort een aantrekkelijke gemeente om te recreëren, waar verschillende landschappelijke elementen de dragers zijn van een omgeving die als oer-Hollands wordt gezien. De landschappelijke elementen zijn terug te vinden in de geologie en bodem, het watersysteem, de cultuurhistorie, de ecologie en het huidige ruimtegebruik. Voor geologie en bodem zijn de oeverwallen en oude stroomruggen waardevol, voornamelijk ten zuiden van Montfoort in de polders Heeswijk en Blokland, in een venige kom waar resten van een oeverwal liggen die is gevormd door de Hollandsche IJssel en de Stuivenbergse Stroomrug. In waterhuishoudkundig opzicht is de grondwaterbescherming van belang voor de waterwinning. Ten oosten van Montfoort is een groot waterwingebied, de winning Linschoten. Door de heldere tijdlagenstructuur van de Lopikerwaard in Montfoort is er een uniek cultuurhistorisch landschap ontstaan. De ontginningsstructuur is nog zeer gaaf en onverstoord. De bijbehorende ontginningslinten maken onderdeel uit van de belangrijkste cultuurhistorische waarden. Ook de resterende natuurwaarden zijn van regionaal belang. Met name voor water- en weidevogels is de westzijde van de Lopikerwaard van belang. Verschillende kleine landschappelijke lijnelementen zijn belangrijk voor de beeldkwaliteit. Deze lijnelementen zijn te vinden langs infrastructuur en waterwegen. Een groot deel van het buitengebied bestaat uit graslanden die in dienst staan van de grondgebonden veehouderij. In recreatief opzicht is met name het recreatief medegebruik van het landelijk gebied belangrijk. Hiervoor bestaat een netwerk van routes en een aanbod aan overwegend kleinschalige voorzieningen. We beschikken dus over een uniek landschap waar toeristen voor naar Nederland willen komen. Alle kenmerken van het Groene Hart, weilanden met koeien, boerderijen, linten en molens zijn in onze gemeente te vinden. De ruimtelijke- en omgevingskwaliteit is hoog. Dat geldt, naast de genoemde kernen en linten, voor het hele grondgebied. Volgens de Nationale Landschapsenquête, een onderzoek naar visies en waardering van de Nederlandse bevolking over het landelijk gebied in Nederland, ook nog eens het best gewaardeerde stukje Groene Hart (zie afbeelding 2.3) Karakteristieke bedrijvigheidOnze gemeente ligt in de metropoolregio van Utrecht en in de buurt van uitvalswegen, waardoor veel bedrijven makkelijk te bereiken zijn. Onze gemeente heeft ook een sterke maakindustrie. De maakindustrie bestaat uit verschillende MKB bedrijven die zorgen voor veel van de banen in de gemeente. De Montfoortse economie bestaat onder andere uit een groot aantal industriële maakbedrijven met veel professionaliteit en vakmanschap. In verschillende combinaties werken zij regelmatig samen voor opdrachtgevers in binnen- en buitenland, tot in China en het Midden-Oosten aan toe. Door deze allianties versterken bedrijven elkaar. De loyaliteit onder ondernemers is groot, net als de bereidheid om te investeren in de lokale samenleving. Gemeente Montfoort ligt daarnaast in een van de meest competitieve regio’s in Europa. In de Regional Competitive Index (RCI) 2019 staat de regio samen met Londen op een gedeelde tweede plaats. De driejaarlijkse index beoordeelt de concurrentiekracht van 268 Europese regio’s op basis van meer dan 70 indicatoren. Deze hebben betrekking op onderwerpen zoals innovatie, bereikbaarheid, digitale infrastructuur, onderwijs, gezondheid en arbeidsmarkt (zie ook indicatoren in webdiagram van afbeelding 2.2). Sinds de start van de RCI in 2010 behoort Utrecht tot de meest competitieve regio’s van Europa. Over de gehele breedte van het onderzoek scoort de regio onverminderd hoog. In 2010 en 2013 stond de regio zelfs op nummer één. Als onderdeel van de regio profiteren wij hiervan en dragen we bij aan dit succes. Samenwerking tussen gemeenten is hierbij van groot belang. Onze gemeente biedt unieke kwaliteiten aan de regio en onderscheidt zich op het gebied van landschap, cultuurhistorie, landbouw en maakindustrie. 2.2 Regional Competitiveness index
(2019)- EU 2.3 Nationale Lanschapsenquête - Wageningen University 2.3 Onze positie in de regio Montfoort staat niet op zichzelf. We onderschrijven het belang van regionale samenwerking. Opgaven die op ons afkomen overschrijden gemeentegrenzen. Daarbij kunnen we van elkaar leren en profiteren. Daarom is het niet meer dan logisch dat een regionale oriëntatie bij de voorbereiding op de Omgevingswet als uitgangspunt is benoemd. Dit betekent dat we een positieve grondhouding hebben als het gaat om samen optrekken met partners in de regio bij werkzaamheden in voorbereiding op de Omgevingswet. Het is onze intentie om onze ambities en doelen zo goed mogelijk te laten aansluiten op nationale-, provinciale- en regionale ontwikkelingen, maar we komen waar nodig ook op voor onze lokale belangen. Onze gemeente is met haar kwaliteiten complementair aan het meer stedelijke gedeelte van de regio. We werken actief mee om regionale ontwikkelingen samen op te laten gaan met de ambities van Montfoort maar vinden het belangrijk dat we de mogelijkheid behouden om onze eigen kansen en ontwikkelingen uit te werken die vanuit de gemeentelijke samenleving zijn geformuleerd. De regio Utrecht staat voor grote opgaven. De verstedelijkingsdruk is hoog met een enorme woningbouwopgave en de infrastructuur loopt nu al tegen zijn grenzen aan, zowel voor de auto als het OV. Daarom wordt er ook gekeken naar het buitengebied, maar daar zijn ook al vele ruimtevragers. Denk daarbij aan duurzame energie, klimaatadaptatie, landbouw en recreatie. De puzzel van het bepalen in welk gebied welke prioriteit gesteld, gebeurt aan diverse tafels en wordt (momenteel) vertaald in diverse regionale (visie) documenten. Het gaat daarbij met name om de nationale omgevingsvisie (NOVI), de provinciale omgevingsvisie (POVI), het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) en de Woondeal U16 in U16-verband en de regionale omgevingsagenda in Lopikerwaard- verband. In veel van deze documenten worden ambities en lange termijn doelen gesteld. De nationale en provinciale omgevingsvisies gaan over het hele land en de hele provincie en zijn alleen bindend voor het Rijk en de provincie zelf. Met regionale programma's wordt de inter-bestuurlijke samenwerking gezocht in de uitvoering. Daarnaast werkt het beleid door in de provinciale omgevingsverordening. De regels hieruit zijn wel bindend voor gemeenten. NOVIMet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Op basis hiervan zien we de volgende urgente thema’s voor de samenwerking met het Rijk: ● Het sturen op ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. ● Het verbeteren van de verbindingen met alle landsdelen ● Het maken van regionale verstedelijkingsstrategieën. ● Het maken van een langetermijnaanpak voor het landelijk gebied ● Kwaliteit van landschap (Groene Hart als NOVI-gebied) POVIIn de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) staat hoe Utrecht wil dat de provincie er in 2050 uitziet. In de Interim Omgevingsverordening (POV) staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Hierin staan bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. De provincie Utrecht wil het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijven. Daarbij staat de provincie voor een flinke uitdaging: het aantal inwoners, woningen, banen en verplaatsingen groeit fors. Het grondgebied is te klein om al deze ruimtevragers los van elkaar een plek te bieden. De grootste opgave is daarmee de vraag hoe we de verschillende functies ruimtelijk met elkaar kunnen combineren. Ook zal het nodig zijn om prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 hebben wij een provincie Utrecht: ● waarin stad en land gezond zijn ● die klimaatbestendig en waterrobuust is ● waarin duurzame energie een plek heeft ● met vitale steden en dorpen ● die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is ● met een levend landschap, erfgoed en cultuur ● die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. IRPDe Metropoolregio Utrecht (MRU) is een van de snelstgroeiende regio’s van Nederland en één van de meest competitieve regio’s van Europa. Om de groei in goede banen te leiden werkt de regio U16 daarom nauw samen. U16 is het samenwerkingsverband van 16 gemeenten. Met de Ruimtelijk Economische Koers (REK) van 2018 heeft de regio ervoor gekozen om de groei op een duurzame wijze op te vangen. De regio wil zich (door)ontwikkelen tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen en in 2040 de internationaal erkende regio op dit terrein zijn. Met het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) wordt daar concreet invulling en uitvoering aan gegeven. Met het REP maakt de U16 een integrale en breed gedragen visie en strategie op de toekomst (tot 2040) van de metropoolregio Utrecht. De zestien samenwerkende gemeenten brengen de thema’s wonen, werken, mobiliteit, groen, landschap, water en energie samen in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). In het IRP geeft de regio aan wat haar thematische en ruimtelijke opgaven zijn, welke hoofdrichtingen wordt gekozen voor de toekomstige ontwikkeling van de regio en hoe al deze elementen samenhangen in een geïntegreerde visie en strategie. De MRU kiest voor een regio waar gezond stedelijk leven centraal staat. Met zes toekomstbeelden (thematisch ingestoken) is in de REK een beeld gegeven van de toekomst van de regio. Er worden principiële keuzes gemaakt, bijvoorbeeld met betrekking tot de manier waarop de regio groeit of hoe we met mobiliteit omgaan. De zes toekomstbeelden zijn:
- Utrecht is in 2040 de Internationaal erkende regio voor life sciences, gezondheid en duurzaamheid;
- Gemeenten in de regio zijn economisch complementair;
- We kiezen voor een ongedeelde regio met voldoende woningen voor alle doelgroepen;
- We groeien, met voorrang, op binnenstedelijke locaties, dat leidt tot kwaliteit en interactie;
- We geven voorrang aan duurzame mobiliteit;
- Groen, landschap en cultuurhistorie leveren een onmisbare bijdrage aan de stedelijke regio. Het IRP is gebouwd op de uitgangspunten uit de eerdere fases vanuit de REK en REP. In het IRP zijn de opgaven vertaald naar ruimte en met elkaar geïntegreerd. Na het afronden van het perspectief staat het programmeren centraal. Dit worden concrete afspraken over welk programma waar wordt gerealiseerd. Voor het perspectief van de regio is het als geheel voorwaardelijk dat alle kernen in de regio een vitaal toekomstperspectief hebben. In vitaliteit voor kleine en middelgrote kernen spelen bevolkingsopbouw, woningvoorraad, economie, voorzieningenaanbod, mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid een rol. Woondeal U16Zestien gemeenten in de regio Utrecht (U16) hebben samen met het Rijk en de Provincie een Woondeal gesloten. Met als doel: de woningbouwproductie versnellen, de betaalbaarheid vergroten en excessen aanpakken. In de Woondeal zijn over vier thema’s afspraken gemaakt: ● Versnellen van bestaande woningbouwplannen ● Betere werking van de woningmarkt ● Vitale wijken ● Faciliteren van de groei Omgevingsagenda LopikerwaardDe Lopikerwaard - met de vijf gemeenten; Lopik, Montfoort, Oudewater, IJsselstein en Woerden – is een gevarieerd gebied met een sterke identiteit en eigenheid. Met de Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard 2040 wordt er inzicht gegeven in de gedeelde ruimtelijke opgaven en ambities richting
- Deze agenda weerspiegelt de gezamenlijke inzet in (boven-)regionale en provinciale samenwerkings- en beleidsprocessen, en dient als bouwsteen voor lokale omgevingsvisies. In de omgevingsagenda zijn zes ambities geformuleerd:
- Bouwen aan gezonde en vitale kernen
- Samen werken aan een krachtige regionale economie
- Actief verkennen van een toekomstbestendige en duurzame agrarische sector
- Investeren in een betere en duurzame bereikbaarheid
- Zorg dragen voor een eerlijke en wederkerige energietransitie
- Versterken van een groene en recreatief aantrekkelijke regio Regionale positioneringWe hechten veel waarde aan lokaal zeggenschap, maar werken veelal aan dezelfde regionale doelen. We sluiten aan bij de verbonden vitaliteit uit het IRP: Onze gemeente maakt het groen bereikbaar voor de stedelingen en onze inwoners kunnen gebruik maken van de (stedelijke) voorzieningen die een groter draagvlak nodig hebben dan dat wij als gemeente binnen onze grenzen hebben. Voor de vitaliteit en toekomstbestendigheid van onze kernen zetten we in op woningbouw, bedrijvigheid, verbetering bereikbaarheid, recreatiemogelijkheden en aanpassingen voor een veranderend klimaat. Onder voorwaarden zijn we bereid ruimte te bieden aan duurzame energie. Voor al deze opgaven geldt, we borgen onze landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Dit vormt onze onderscheidende waarde binnen de relatief verstedelijkte regio. De Lopikerwaard kent een sterke maakindustrie. Deze industrie zorgt voor werkgelegenheid in de regio. Wij kiezen voor beperkte uitbreidingsruimte voor deze lokale maakindustrie in Montfoort. Bij zowel woningbouw als bedrijvigheid is er aandacht voor de bereikbaarheid, ook middels openbaar vervoer. We werken dan ook graag met de provincie samen aan een betere OV-bereikbaarheid, een snelfietsroute naar Montfoort en nieuwe recreatieve ontsluitingen. Naast woningbouw, bedrijvigheid en bereikbaarheid maken we in regionaal verband afspraken omtrent de opwekking van duurzame energie. Buiten de stedelijke ontwikkelingen vinden we het buitengebied en de vitaliteit rond onze kernen net zo belangrijk. De (voorlopige) aanwijzing van het Groene Hart als NOVI-gebied en de focus op de kwaliteit van het landschap, bodemdaling, energietransitie en klimaatadaptatie is relevant voor het buitengebied en de stads- en dorpsranden. We streven naar een verbetering van landschappelijke en ecologische kwaliteiten, dubbel ruimte gebruik en ruimte voor ontwikkelingen die het platteland leefbaarder maken. Als gehele regio, zo ook Montfoort, dragen we bij aan de woningbouwopgave. Wij geven daar binnen de regionale kaders zelf invulling aan hoeveel en waar de woningen kunnen komen. Hierbij streven we naar een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Samen met de regio werken we op diverse vlakken aan het invullen van de ambities. Samenvattend, we werken aan: "Een toekomstbestendige gemeente met vitale kernen in een waardevol landschap"
- De Koers in 10 keuzes In dit hoofdstuk beschrijven we onze koers, oftewel onze richtinggevende ambities. We beschrijven wat wij bedoelen met onze positionering als "Een toekomstbestendige gemeente met vitale kernen in een waardevol landschap". Dit doen we middels de beschrijving van een aantal strategische keuzes. Deze strategische keuzes en bijbehorende ambities en doelstellingen zijn vervolgens in de thematische
(4)en gebiedsgerichte
(5)hoofdstukken verder uitgewerkt. 10 Strategische keuzes
- De leefomgeving moet passen bij onze identiteit, waarbij we onze landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten beschermen en verbeteren.We hebben als gemeente unieke kwaliteiten, waar we trots op zijn. Historische kernen in groene landschappen, leven in het groen maar vlakbij de grote stad. Daar zijn we trots op en dit willen we dan ook koesteren. Daarom nemen we de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de gemeente als uitgangspunt voor de ontwikkelrichting voor de komende jaren, met als streven om dit zoveel mogelijk te behouden en te versterken. Het gaat hierbij onder andere om onze mooie omgeving met het agrarisch cultuurlandschap waar rivieren als de Hollandsche IJssel en de Lange Linschoten doorheen stromen. Onze kernen, het karakteristieke dorp Linschoten en het stadje Montfoort met het historisch centrum gelegen aan het water. Dit is onderdeel van de aantrekkelijkheid van onze woonplaats. De dorpse bebouwing in de kernen gaat via historische lintbebouwing over in een afwisselend open en half open landschap. Ontwikkelingen met een (hoog)stedelijk karakter zijn niet gewenst. Langs de Hollandsche IJssel is ook in de toekomst ruimte voor een mix van functies in een half-open landschap. Ook bouwen we voort op de kwaliteiten van landgoederen en buitenplaatsen.
- We kiezen voor een vitale, leefbare en inclusieve gemeenteOnze gemeente kent een sterke sociale cohesie, met veel ruimte voor activiteiten en veel gezelligheid. De inwoners en ondernemers kennen nu en in de toekomst een grote sociale binding met hun leefomgeving. Dit vertaalt zich naar inwoners en lokale bedrijven die nooit zouden willen verhuizen naar buiten de gemeente. We hebben wijken met hechte gemeenschappen en gezamenlijke activiteiten. Om de kernen levendig en vitaal te houden is ontwikkeling van beide kernen van belang. Beperkt ruimte bieden aan nieuwe instroom bevordert de vitaliteit van de kernen en heeft een gunstig effect op het draagvlak voor voorzieningen. Initiatieven die bijdragen aan de vitaliteit of leefbaarheid van de gemeente willen we vanuit een ja-mits houding benaderen.We zetten in op een veilige, schone leefomgeving met aandacht voor inclusie. Iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving, erbij horen. Toegankelijke openbare ruimte en voorzieningen zijn hierbij van groot belang. Maar het gaat bijvoorbeeld ook om welzijn, om voldoende vrije tijd, om een goede gezondheid, een prettige leefomgeving en om ruimte voor persoonlijke groei. Inwoners moeten zich thuis voelen en de kans blijven krijgen om zich te ontwikkelen. Er moet voldoende ruimte blijven voor spelen en ontmoeten. Dit willen we samen met inwoners en organisaties verwezenlijken.Voor beide kernen willen we het rijke verenigingsleven behouden, met veel sportmogelijkheden. De kernen bestaan uit voldoende voorzieningen om de vitaliteit te waarborgen. We gaan uit van het clusteren van detailhandel. Indien andere voorzieningen eveneens daarbij gesitueerd zijn, bevordert dat de vitaliteit van een centrum. Het clusteren van voorzieningen is ook van belang om voorzieningen in de kernen te houden, mits dit haalbaar en betaalbaar is. We sluiten daarnaast aan bij de verbonden vitaliteit in de regio en streven naar goede, veilige verbindingen naar voorzieningen in andere kernen.
- We bieden ruimte aan woningbouwBinnen onze gemeente is zowel in Montfoort als in Linschoten vraag naar nieuwe woningen voor alle verschillende doelgroepen met verschillende wensen en financiële mogelijkheden. We zetten ons in voor de vitaliteit van wonen en leven in Montfoort en Linschoten. Een passend woonaanbod vormt een onderdeel hiervan, binnen de integrale ruimtelijke ontwikkeling van de kernen. We hebben de woningbehoefte binnen de gemeente onderzocht. Op basis hiervan is vastgesteld dat er de komende tien jaar 430 woningen gebouwd moeten worden.We kiezen voor in- en uitbreiding van de kernen en kijken daarnaast naar het bieden van ruimte in de linten. Nieuwe woningbouwlocaties dienen verschillende woningtypologieën aan te bieden, waardoor Montfoort en Linschoten aantrekkelijk zijn voor alle doelgroepen. We willen dat de nieuwe woningen bijdragen aan een goed leefklimaat. Nieuwe woningen en wijken dienen veilig en duurzaam te zijn en moeten passen bij de kwaliteiten van de bestaande leefomgeving.
- We bieden ruimte aan de lokale maakindustrieEr is, met name in Montfoort, een lokale vraag naar bedrijventerreinen. We zien ruimte voor bedrijvigheid in en aan de IJsselzone. Bijvoorbeeld in het verlengde van bedrijventerrein Heeswijk, waarbij aansluiting kan worden gezocht bij de provinciale weg. Hierin willen we meegroeien met de lokale wens en ruimte bieden aan bedrijven die aansluiten op de huidige Montfoortse industrie. We richten ons daarnaast op het concentreren op bestaande bedrijventerreinen, waarbij we de behoefte naar lokale uitbreidingsruimte faciliteren. Waar mogelijk wordt bij gewenste schaalvergroting een plaats voor de bedrijven gezocht op bestaande bedrijventerreinen in de kern van Montfoort en Linschoten.
- Voor mobiliteit volgen we het adagium: "Lokaal vertragen, regionaal versnellen"Onderdeel van een goed woon- en werkmilieu is de nabijheid en de bereikbaarheid ten opzichte van het stedelijk gebied. Goede bereikbaarheid per auto en OV is dan ook een voorwaarde voor toevoeging van woningen en andere functies. Ook binnen het bestaande bebouwde gebied leiden opgaven op het gebied van bijvoorbeeld klimaatadaptatie en vergrijzing tot heroverweging van prioriteiten die we nu in de openbare ruimte stellen. In essentie is het in twee keuzes te vatten. Lokaal willen we vooral een gezonde en veilige omgeving waar jong kan spelen en oud zelfstandig op pad kan, met een nadruk op langzaam verkeer. Lokaal vertragen mag echter niet leiden tot belemmeringen, zoals bijvoorbeeld een stijging van de responstijden van hulpverlening. Regionaal willen we zo snel mogelijk op plaats van bestemming zijn en willen we gestaag verder werken aan de bereikbaarheid per (elektrische) fiets, auto en openbaar vervoer.
- We bieden (zeer beperkt) ruimte aan energiebronnen in het buitengebied en op bedrijventerreinen.We zijn ons bewust van de verschillende opvattingen die leven rondom duurzame energie. We doen wel een bod waarin we opnemen waar we aan welk type energie ruimte willen bieden en waar niet. Momenteel zijn we met inwoners en ketenpartners in gesprek hierover. We geven prioriteit aan zonne-energie op daken en restruimtes. Voor grootschalige windturbines zien we geen ruimte in onze gemeente. Daarnaast willen we medewerking verlenen aan duurzaamheidsinitiatieven voor eigen gebruik en kleinschalige experimenten, mits dit veilig en zonder hinder plaatsvindt.
- We bouwen recreatieve en toeristische mogelijkheden uitDe aantrekkelijkheid van onze kernkwaliteiten (karakteristieke kernen in prachtig cultuurhistorisch landschap) is een onderbenutte kans voor toerisme en recreatie. We richten ons op het beter benutten van wat we al hebben als gemeente. We sluiten aan bij logische ontwikkelpunten, zoals het meer zichtbaar maken van de waterlinie en het benutten van de IJssel. We faciliteren ontwikkelingen en activiteiten, waarbij we extra drukte accepteren maar verkeers- en parkeerdruk in de gaten houden. Hiervoor zoeken we naar creatieve oplossingen. We zien koppelkansen in het versterken van recreatieve routes samen met reguliere werkzaamheden en (particuliere) initiatieven. In en rondom Montfoort en Linschoten breiden we het recreatieve netwerk uit, dat met verzorgde fietspaden, kanoroutes en wandelbossen rondom het Huis te Linschoten een aantrekkingskracht op zowel bewoners als bezoekers heeft. Ook de natuurontwikkeling langs ecologische verbindingszones draagt bij aan het rijke karakter van het buitengebied.
- We gebruiken klimaatadaptatie om de gemeente groener, gezonder en veiliger te makenHet klimaatadaptief inrichten van onze gemeente kan gekoppeld worden aan meerdere doelen. We richten ons op het behoud en versterken van het groen binnen de gemeente. Hiermee kunnen meerdere vliegen in een klap geslagen worden. We streven naar een klimaatadaptieve inrichting die kan bijdragen aan doelen op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieu, landschap, recreatie, sport en natuur. Dit doen we samen met huidige gebruikers, we stimuleren collectieve oplossingen en zoeken samen met huidige gebruikers en stakeholders naar mogelijkheden.
- We werken mee aan een toekomstbestendige landbouw met ruimte voor natuurHet agrarische landgebruik is een van onze kernkwaliteiten, het is een drager van het landschap. Echter wordt deze nog niet door iedereen als toekomstbestendig gezien. Denk daarbij enerzijds aan het economische rendement en anderzijds aan de ecologische draagkracht. We streven naar een toekomstbestendige landbouw, waarbij andere of bredere verdienmodellen voor agrariërs mogelijk moeten zijn. Dit werken we samen met de huidige gebruikers verder uit. Samen zoeken we ook naar waar mogelijk (verder) te verduurzamen, zodat bedrijven een (nog) minder grote impact hebben op natuur en milieu en ook in de toekomst een gezonde bedrijfsvoering kunnen blijven behouden. Waar mogelijk streven we naar het behalen van een positieve impact van agrarische bedrijven op een gezonde bodem en schoon water. We richten ons op het stimuleren van particuliere ecologische initiatieven die de agrarische bedrijfsvoering gezonder maken. In het verbeteren van de ecologische kwaliteiten hebben we als gemeente een verbindende rol.
- We sturen ook vanuit de fysieke leefomgeving op een gezonde en veilige samenlevingDe inrichting van ruimte en gebouwen heeft invloed op de gezondheid van mensen. Een goed ingerichte leefomgeving draagt bij aan een gezondere levensstijl. Ook de impact van Corona heeft bewezen dat gezondheidsopgaven een groter onderdeel van belangenafweging in ruimtelijk beleid dienen te zijn. Zowel fysieke als mentale gezondheid speelt een grote rol als het gaat om ruimtelijke ontwikkeling. We zetten ons dan ook in op het behouden en verbeteren van de goede gezondheidssituatie van onze inwoners. De ruimtelijk inrichting stimuleert onze inwoners (jong en oud) om te bewegen.Sociale cohesie in een buurt speelt een belangrijke rol bij het prettig samenleven, maar voor de leefbaarheid is veiligheid en het onderhoud van de openbare ruimte ook belangrijk. Bij ruimtelijke ontwikkelingen denken we daarom vooraf na over de beperking van ongewenste (fysieke) veiligheidsrisico’s en nemen we benodigde maatregelen in het ontwerp op. Daarnaast focussen we op het vroegtijdig signaleren van mogelijke ondermijning. En het oppakken van deze signalen, samen met een netwerk van betrokken partners.We zorgen dat er voldoende milieuruimte is voor het faciliteren van gewenste ontwikkelingen maar streven ernaar dat de milieuhinder voor zoveel mogelijk mensen afneemt. Hierbij kijken we naast naar de traditionele milieueffecten (zoals luchtkwaliteit, geluid en bodem) ook naar de effecten op andere waarden zoals inclusief & betaalbaar, economisch vitaal, leefbaar, gezond, klimaatbestendig, klimaatneutraal en circulair.
- Thematische uitgangspunten 4.1 Inleiding Het uitgangspunt voor de omgevingsvisie is zoveel mogelijk uitgaan van bestaand beleid, maar de maatschappij verandert en daarmee ook ons beleid. Zoals uit voorgaande hoofdstukken is gebleken moeten we voor bepaalde ontwikkelingen (deels) nieuwe keuzes maken. Dit doen we in een thematische en gebiedsgerichte uitwerking. De gebiedsgerichte uitwerking is opgenomen in hoofdstuk
- De thematische uitwerking is gedaan aan de hand van een lagenbenadering. We staan eerst stil bij de huidige kwaliteiten: de belangrijkste uitgangspunten voor bodem, landschap, cultuurhistorie en natuur. Vervolgens gaan we verder met de netwerklaag, waarin infrastructuur, water, openbare ruimte en groen centraal staan. Daarbovenop komt de ontwikkelingslaag, waarin de ontwikkelingen op het gebied van wonen, bedrijvigheid, voorzieningen en energie centraal staan. Bovenop al deze lagen gelden belangrijke ambities en beperkingen op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid. Deze beschrijven we in de 'omgevingslaag'. We behandelen de thema's aan de hand van vier onderdelen: Wat zijn onze doelen? Wat is onze rolopvatting daarbij? Wat willen we niet? En waar willen we dat dan? Hiernaast staat per vraag uitgelegd wat we hiermee bedoelen. Met doelen beschrijven we onze ambities, waarbij we ons focussen op de lange termijn. Veel van deze doelen bouwen voort op bestaand beleid. Voor een aantal doelen kunnen we aangeven hoe we deze willen bereiken, of op welke manier we al invulling geven aan het doel. Voor sommige doelen zal de toekomst dit moeten uitwijzen. We beschrijven onze rolopvatting op dit thema. Hierbij sluiten we aan bij de verschillende soorten van sturing en betrokkenheid zoals beschreven in paragraaf 1.
- We kiezen in hoofdlijn voor een responsieve, faciliterende benadering. Waar dit anders is, wordt dit aangegeven. Het gaat hier puur om de rol die de gemeente op zich neemt, maar afhankelijk van het thema wordt ook het een en ander vanuit de maatschappij verwacht. Hier gaan we in hoofdstuk 6 dieper op in. We vinden het belangrijk om ook aan te geven wat we niet willen binnen onze gemeente. Hier zal bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op worden getoetst. Waar mogelijk geven we aan waar we invulling van de doelen voor ons zien. Voor sommige thema's geldt dat deze moeilijk te koppelen zijn aan één specifieke plek.
- 1 Geologie en archeologie binnen gemeente Montfoort Met doelen beschrijven we onze ambities, waarbij we ons focussen op de lange termijn. Veel van deze doelen bouwen voort op bestaand beleid.Voor een aantal doelen kunnen we aangeven hoe we deze willen bereiken, of op welke manier we al invulling geven aan het doel. Voor sommige doelen zal de toekomst dit moeten uitwijzen. We beschrijven onze rolopvatting op dit thema. Hierbij sluiten we aan bij de verschillende soorten van sturing en betrokkenheid zoals beschreven in paragraaf 1.
- We kiezen in hoofdlijn voor een responsieve, faciliterende benadering. Waar dit anders is, wordt dit aangegeven. Het gaat hier puur om de rol die de gemeente op zich neemt, maar afhankelijk van het thema wordt ook het één en ander vanuit de maatschappij verwacht. Hier gaan we in hoofdstuk 6 dieper op in. We vinden het belangrijk om ook aan te geven wat we niet willen binnen onze gemeente. Hier zal bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op worden getoetst. Waar mogelijk geven we aan waar we invulling van de doelen voor ons zien. Voor sommige thema's geldt dat deze moeilijk te koppelen zijn aan één specifieke plek. 4.2 Kwaliteiten De afwisseling in de natuurlijke ondergrond, bestaande uit reliëf, samenstelling van de bodem, natuurwaarden en het watersysteem, geeft het landschap haar diverse en kenmerkende identiteit. De natuurlijke ondergrond van het landschap heeft door de jaren heen het gebruik ervan bepaald. Andersom hebben de inwoners ook het landschap gevormd. Hieruit zijn cultuurhistorisch waardevolle kwaliteiten ontstaan. We zien dit als de onderliggende Kwaliteitslaag van de omgevingsvisie. De laag die de minimale kwalitatieve kaders bepaalt om het landschap duurzaam en robuust in te richten. Dit is van belang om het veranderende landschap (onder andere door klimaatverandering) en uitdagingen in gebruik (waaronder de landbouwtransitie, energietransitie, woningbouw en toename van recreatie) goed te kunnen inpassen. Het waarborgen en beschermen van de kenmerkende (cultuurhistorische) kwaliteiten van het landschap is hierin een belangrijk aspect. 4.2.1 Geologie en bodem Geologie en bodem Bodemgebruik en bodemgesteldheid is een aandachtspunt, met name in stedelijk gebied. Het is onze ambitie om te komen tot goed functionerende ecosystemen met goede bodem- en watercondities. Dit draagt bij aan de natuurwaarden (biodiversiteit) en waterveiligheid (kwaliteit en kwantiteit). De bodem is een complex geheel en er bestaat veel (complexe) data en gegevens die we meenemen bij afwegingen over toekomstige ontwikkelingen. In afbeelding 4.1 (kwaliteiten) en afbeelding 4.6 (omgeving) hebben we de meest relevante aspecten opgenomen met betrekking tot bodem-, milieu- en water(bescherming). Deze kaarten schetsen de situatie op hoofdlijnen. Doelen ● We streven naar een gezonde bodem die water vasthoudt en waarbij verdroging en bodemdaling wordt tegengegaan. Hiervoor streven we naar een gedifferentieerd peilen beleid dat regionaal samen met agrariërs en het waterschap wordt uitgewerkt. ● Het tegengaan van de achteruitgang van het gehalte aan organische stof en waar mogelijk het gehalte organische stof versterken.Organische stof is materiaal met een biologische oorsprong en is afkomstig uit plantaardige, dierlijke of microbiële bron. Het heeft vele, belangrijke functies in de bodem en heeft belangrijke invloed op de bodemvruchtbaarheid. ● Bijdragen aan verbeteren bodem- en waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater.Hiervoor gaan we in regionaal verband na wat dit betekent voor de ontwikkeling van onderzoeks- en saneringscriteria voor de vaste bodem en grondwater. ● Bij grondverzet moet er verantwoord worden omgegaan met de grond.Hiervoor werken we met regiobreed beleid, waarbij we werken met bodemfunctie - en bodemkwaliteitsklassen. ● Behouden van reliëf, aardkundige en archeologische waarden in de grond.Alleen wanneer andere belangen prevaleren, worden aanwezige archeologische resten en sporen die door planontwikkeling worden bedreigd, veiliggesteld door opgraving. Conform het veroorzaker- principe zijn de kosten daarvan voor de initiatiefnemer. ● We onderzoeken de mogelijkheden wat betreft hernieuwbare warmtebronnen (zie ook paragraaf 4.4.5).De bodem (met name in stedelijk gebied) en oppervlaktewater (met name in landelijk gebied) kunnen belangrijke bronnen van hernieuwbare warmte zijn. Rolopvatting: ● Borgen kwaliteit bodem: Kaderstellend en rechtmatig ● Borgen kwaliteit grondwater en oppervlaktewater: Verbindend (het primaat ligt bij de provincie en het waterschap) ● Wegnemen knelpunten bodemkwaliteit/watersysteem: Initiërend en presterend ● Verantwoord omgaan met de grond: Kaderstellend en rechtmatig Wat willen we niet? ● Aantasting archeologische monumenten en aardkundige waarden ● Achteruitgang van de bodemkwaliteit ● Achteruitgang van grondwaterkwaliteit en oppervlaktewaterkwaliteit ● Negatieve impact (bijvoorbeeld door bodemenergie-systemen) op drinkwatervoorzieningen Waar? ● Aandachtsgebieden: archeologische monumenten en gronden met archeologische en/of aardkundige waarden. 4.2 Landschap, cultuurhostorie, natuur en groen binnen de gemeente Montfoort 4.2.2 Landschap De druk op het landschap neemt toe. Om verrommeling te voorkomen toetsen we bij nieuwe ontwikkelingen aan de landschappelijke kwaliteiten. Ook zetten we actief in op het verbeteren van landschappelijke kwaliteiten. Dit doen we door de (gewenste) landschappelijke en stedelijke hoofdstructuren en de identiteit en contrasten tussen het open en besloten landschap te beschermen en waar mogelijk, samen met gebruikers en medeoverheden, te versterken. Ook zoeken we naar het slim combineren van functies. Doelen: ● Behoud en versterking van de identiteit van het open, groene landschap en de karakteristieke landschapspatronen en natuurwaarden.Door behoud van het contrast tussen de open weidegebieden, de besloten linten, de halfopen oeverwallen van de Hollandsche IJssel. Dit doen we door in te zetten op het realiseren en duurzaam beheren van natuur en kleine landschapselementen zonder dat dit beperkend werkt voor ondernemers. ● Waarborging van karakteristieke aardkundige, cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische patronen en waarden.Nieuwe ontwikkelingen en stedelijke uitbreidingen sluiten aan op en/of houden rekening met de bestaande (historische) structuren en leveren een bijdrage aan de vitaliteit van het buitengebied. ● Het landschap beter beleefbaar maken.Door bijvoorbeeld de verruiming van de mogelijkheden voor kleinschalige dagrecreatie en recreatief medegebruik. ● Bij ontwikkelingen en functieverandering in het buitengebied en in de dorpsranden toetsen op randvoorwaarden vanuit landschap.Landschappelijke inpassing is van groot belang voor de leef- enwoonkwaliteit. Vrijkomende agrarische bebouwing speelt hierin een grote rol. ● De leefbaarheid van het buitengebied verder ontwikkelen en actiever samenwerken met bewoners in het buitengebied. Rolopvatting: ● Aantasting voorkomen/randvoorwaarden stellen: KaderstellendBeheer landschap: ● Samenwerkend en netwerkendOntwikkeling/verbetering landschap: ● Faciliterend en samenwerkend Wat willen we niet? ● Landschappelijke structuren aantastenGrootschalige bouwontwikkelingen buiten de aangewezen zoeklocaties ● De landschappelijke kwaliteit aantasten met hoge windturbines Waar? ● Buitengebied en dorpsranden: weidegebieden, polders, boerenerven 4.2.3 Cultuurhistorie Het historische karakter van Montfoort vormt de identiteit van de gemeente en monumenten maken de cultuurhistorie van Montfoort zichtbaar, leesbaar en beleefbaar. Het is wettelijk verplicht om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Deze waarden zijn inzichtelijk gemaakt in onze Cultuurhistorische waardenkaart. Aan de hand van de kaart kunnen initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met ons cultureel erfgoed. Doelen: ● De cultuurhistorische kenmerken en waarden van de gemeente worden in stand gehouden en waar mogelijk versterkt.Versterking van de beleving van de diverse cultuurhistorische land- schappen en hun onderscheidende elementen (inclusief monumenten). Dit komt ook ten goede van de recreatieve aantrekkingskracht. ● Accentueren cultuurhistorische as en versterken cultuurhistorische dorpsrand.Door bijvoorbeeld het aanbrengen van nieuw groen. Rolopvatting: ● Aantasting voorkomen/randvoorwaarden stellen: Kaderstellend en rechtmatig ● Versterking: Faciliterend en samenwerkend Wat willen we niet? ● Aantasting of verdwijning van cultuurhistorische waarden. Waar? ● Cultuurhistorische waardevolle elementen: Bomen, Rijks- en gemeentelijke monumenten, (aardkundige) archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, landschappelijke elementen, grachten en militaire werken, boomgaarden, tuinen, jaagpaden, historische linten en kerken. ● De Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (GHIJ) ● Linie van Linschoten ● Landgoed Linschoten 4.2.4 Natuur We geven de natuur een impuls door de blauwe aders in de gemeente gebruiken als verbindingszones tussen de al waardevolle maar versnipperde natuurgebieden. De GHIJ is een ecologische schakel binnen de gemeente met zijn rivier, oevers, dijken en uiterwaarden. Een kans voor natuurverbetering ligt ook in de aanpassing van het agrarisch beheer van de graslanden. Doelen: ● Ontwikkeling van ecologische potenties op diverse niveaus.Dit moet in samenhang met elkaar worden bekeken; de beschermde natuurgebieden (NNN), ecologische verbindingszones, natuur- en natuurontwikkelingsgebieden, belangrijke weidevogel- en ganzengebieden, slotenbeheer en een kleinschalige ecologische waarden. We sluiten hierbij ook aan op de 'aanpak biodiversiteit in stad en dorp' ● Zoeken naar een nieuwe balans tussen groene, rode en blauwe functies met een ruimtelijk contrast tussen binnendijks en buitendijks gebied.Door in de landschapsontwikkeling met groene bufferzones in te spelen op de stedelijke ontwikkelingen aan de noord- en oost- en westzijde van de gemeente. Rekening houdend met de stroomruggen van de Lange Linschoten en Hollandsche IJssel. ● Verhogen biodiversiteit in oevers en kaders.Bijvoorbeeld door middels beheer verschralen kade/oever om bloemrijke grasvegetatie te ontwikkelen. ● Ontwikkelen en openstellen van de natuur om de beleving te verhogen.Het verbeteren van de biodiversiteit op het boerenland. Rolopvatting: ● Ontwikkeling ecologische potenties: Samenwerkend en netwerkend ● Versterking/behoud: Responsief, faciliterend en samenwerkend Wat willen we niet? ● Verslechtering ecologische waarden Waar? ● Weidevogel- en ganzengebieden ● Natuur- en natuurontwikkelingsgebieden ● Stroomruggen ● Boerenlanden, tiendwegen en jaagpaden ● Groene buffer A12 4.2.5 Water en klimaatverandering Het watersysteem komt de komende jaren onder druk te staan. Samen met 14 gemeenten uit de regio Utrecht Zuidwest, de provincie Utrecht, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en Veiligheidsregio Utrecht is er gewerkt aan een regionale adaptiestrategie (RAS) en het regionale programma 'gevolgbeperking overstromingen'. De RAS is inmiddels vastgesteld. Hierin is opgenomen dat we 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste regio Utrecht Zuidwest hebben, waarbij het gebied en de samenleving zijn aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering. Vanuit de RAS is het de bedoeling te komen tot een LAS (Lokale adaptatiestrategie). Doelen: ● Uitvoering van de doelstellingen in de regionale adaptiestrategie.We willen bestaande groengebieden en oppervlaktewateren zoals de Hollandsche IJssel en Lange Linschoten meer betrekken bij oplossingen om het wateroverlast te beperken door hevige regenbuien. Bovengronds zoeken we naar ruimte voor waterbuffers / meer wateroppervlak. Daarnaast moeten bij nieuwe ontwikkelingen structureel nadelige gevolgen door te hoge of te lage grondwaterstanden worden voorkomen en zal er kritisch worden gekeken naar de afweging tussen waterveiligheid en het mogelijk maken van vitale en kwetsbare functies. ● Om droogte te voorkomen willen we in het landelijk gebied langer overtollig water vasthouden en het organische stofgehalte verhogen.Hiervoor werken we samen met het hoogheemraadschap en agrariërs aan een gedifferentieerd peilenbeleid, waardoor verdroging en bodemdaling beperkt kan worden. ● Het waar mogelijk vergroenen van het verhard oppervlak in stedelijk gebied.Om neerslag direct of vertraagd in de bodem op te slaan en om hittestress in de woon- en leefomgeving tegen te gaan. Ook in het gebouwd gebied ligt (in het samenspel rondom peilbeheer) een belangrijke opgave om meer water te bufferen/ vast te houden. ● De wens is om nieuwbouwlocaties klimaatadaptief en bodemdalingsbestendig te bouwen, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. ● We zetten ons in op het behouden en versterken van het (stedelijke) water en de bestaande (regionale) waterkeringen.Water in de stad wordt meer en meer een integrale opgave. Hierin zoeken we samen met het hoogheemraadschap naar mogelijkheden om waterprojecten met andere doelen te combineren. Bij (nieuwbouw) ontwikkelingen specifieke aandacht richten op materiaalgebruik en watercompensatie. ● Samenwerken aan een meer klimaatadaptieve inrichting van (particuliere) percelen. ● Zorg dragen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening en voorkomen van vervuiling van drinkwaterbronnen door activiteiten. ● Alle overheden hebben een drinkwaterzorgplicht, bij afwegingen worden dan ook altijd de belangen van drinkwater meegenomen. ● Het tegengaan van overstromingen en beheersen van de risico's hiervan.Hiervoor werken we met het concept meerlaagsveiligheid. Deze benadering werkt in drie ‘lagen’. De eerste laag is preventie: het zoveel mogelijk voorkomen van een overstroming. De tweede laag richt zich op het realiseren van een duurzame ruimtelijke inrichting van ons land. De derde laag zet in op een betere (organisatorische) voorbereiding op een mogelijke overstroming (rampenbeheersing). Rolopvatting: ● Klimaatadaptieve maatregelen: Faciliterend, netwerkend en samenwerkend ● Watercompensatie en nieuwe ontwikkelingen: Kaderstellend ● Drinkwaterzorgplicht: Presterende overheid Wat willen we niet? ● Waterbergingsopgaven afwentelen naar andere gebieden (tenzij doelmatig) Waar? ● Groengebieden en oppervlaktewateren ● Drinkwaterbeschermingsgebieden ● Stedelijk gebied ● Buitengebied 4.3 Netwerk 4.3 (infrastructurele) netwerken binnen gemeente Montfoort (1/2) Naast de landschappelijke structuren en kwaliteiten zijn infrastructurele routes en ruimtelijke knooppunten zoals de dorpskernen en linten belangrijk voor de samenhang, het gebruik en verplaatsing binnen onze fysieke leefomgeving. Hetzelfde geldt voor het bestaande groen en de openbare ruimte. De bestaande netwerken vormen een ordeningsprincipe, we bouwen namelijk voort op bestaande netwerken. 4.3.1 Mobiliteit Mobiliteit is de vraag naar verplaatsingsbehoefte die ontstaat uit de activiteiten wonen, werken en recreatie en is daarom nauw verbonden met de bereikbaarheid en de leefbaarheid van een omgeving. De afgelopen jaren is de vraag naar mobiliteit toegenomen. De verwachting is dat deze behoefte verder zal blijven toenemen. De groei is niet alleen veroorzaakt door de autonome groei, maar ook door de lokale vraag naar ruimtelijke ontwikkeling te voorzien. Mobiliteit heeft echter een keerzijde, de infrastructuur neemt steeds meer ruimte in beslag en het heeft een negatieve effect op het milieu, met name de luchtkwaliteit en door de toenemende vraag neemt de bereikbaarheid af. Om de huidige en toekomstige vraag naar mobiliteit te voorzien is het van belang dat we ons beleid richten op het verduurzamen van de mobiliteit. Duurzame mobiliteit gaat over de uitdaging een evenwicht te bereiken tussen bereikbaarheid, economie, leefmilieu en klimaat. Autoverkeer: ● Bereikbaarheid, leefbaarheid en toegankelijkheid binnenstad van Montfoort verbeteren.De komende jaren gaan we hier mee aan de slag. Zo willen we onder andere de verkeerscirculatie aanpassen om de doorgaand verkeer in de binnenstad te weren. Ook willen we parkeerterreinen creëren aan de rand van de binnenstad om auto’s aan de rand van de binnenstad op te vangen, de blauwe zones aanpassen een parkeerverbod instellen en parkeervakken maken waar wel geparkeerd mag worden. Hiermee is er minder verkeer door de smalle straten in de binnenstad en wordt de binnenstad veiliger en neemt de veiligheid en de leefbaarheid toe. ● Onderzoeken of de inzet van deelmobiliteit mogelijk is.Hiermee hopen we het autobezit terug te dringen en op een duurzame manier de verplaatsingsbehoefte te voorzien. ● Het realiseren van oplaadpunten voor elektrische voertuigen om het gebruik van duurzame vervoersmiddelen te stimuleren. Langzaam verkeer (fiets- en voetgangers): ● Op de (gemeentelijke) infrastructuur de fiets voorrang geven ten opzichte van de auto.De fiets is bij uitstek een duurzame vervoersmiddel om de korte en middellange afstand. Het beleid is er daarom op gericht op het gebruik van de fiets zoveel als mogelijk te faciliteren. ● Voorzien in voldoende stallingsvoorzieningen ● Aanpak onveilige kruispunten op het fietsnetwerk;Zoals het kruispunt Doeldijk-Cattenbroekerdijk- Lindeboomsweg- IJsselveld en de N228 Anne Franklaan – de Meern, herinrichting Knollemanshoek. Ook willen we op meerdere plekken de breedte van fietspaden verbeteren en fietspaaltjes saneren of vervangen door veiligere fietspaaltjes. ● Educatie van jongeren op school en fietstraining voor ouderen ● Het verbeteren van de (regionale) bereikbaarheid en verkeersveiligheid.We willen de hoofdfietsverbinding binnenstad, Hofstraat- Om ’t Hof- Hofplein als fietsstraat inrichten. Op dit moment ontbreken tevens regionale fietsverbindingen zoals Reyerscop -Doeldijk. ● Veiligere voetpaden/stoepen naar de belangrijkste voorzieningen. Ingericht op het gebruik door minder valide inwoners. ● Verbeteren/ aanleggen van fiets- en wandelpaden langs recreatieve activiteiten. Openbaar vervoer: ● Verbeteren van de kwaliteit van de busverbindingen.Het openbaar vervoer is, gezien de ontwikkelingen in de OV voorzieningen de laatste jaren, geen volwaardig alternatief voor de auto. De (regionale) wens is dit te verbeteren, dit wordt onderzocht. ● Zorgen voor goede bereikbaarheid van de bushalten en voldoende fietsstallingen bij de bushalten. Rolopvatting: ● Gemeentelijke wegen en infrastructuur: Presterend en initiërend ● Provinciale infrastructuur en netbeheerders: Netwerkend Wat willen we niet? ● Toename van de negatieve effecten van mobiliteit ● Verslechteren van de verkeersveiligheid en een toename van het aantal verkeersslachtoffers ● Overmatige groei van het autoverkeer/congestie op de wegen ● Verslechteren van de bereikbaarheid, ook voor hulpdiensten en vuilophaaldiensten Waar? ● Auto-infrastructuur ● Fiets-infrastructuur ● Openbaar-vervoer routes ● Wandelroutes 4.4 Netwerken en landschappen binnen de gemeente Montfoort (2/2) 4.3.2 Groen en openbare ruimte Binnen de gemeente is er behoefte aan groene gebieden met een ontmoetings- of evenementenfunctie. Voor de levendigheid van de stad willen we dan ook meer (groene) ontmoetingspleinen te creëren. De groene gebieden kunnen tevens gebruikt worden om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen en om in te bewegen. Dit kan ook in combinatie met speelvoorzieningen. We willen de Lange Linschoten en de Hollandsche IJssel aansluiten op de openbare ruimte en de kernen meer op de rivier te richten. Doelen: ● De openbare ruimte nodigt uit om elkaar te ontmoeten en tot een langer verblijf in de buitenruimte.We streven naar meervoudig gebruik van de openbare ruimte, aaneengesloten groen en een openbare ruimte die uitnodigt tot het maken van een wandeling. ● Het groen nodigt uit tot ontdekken, (on)bewust bewegen en biedt voldoende speelmogelijkheden.Er is behoefte aan (meer)trapveldjes in of nabij de wijk. Bestaande speelvoorzieningen en de algehele openbare ruimte moeten daarnaast groener worden ingericht. ● Het vergroenen van bestaande (woon)wijken, samen met bewoners.Door bijvoorbeeld de aanleg van meer groene (speel)voorzieningen en voortuinen, samen met en door inwoners. In Linschoten willen we de structuur van de sloten uit de graslanden terugbrengen in het stedelijk gebied en straten vergroenen. ● Groen moet het gevoel van veiligheid versterken en een positieve invloed hebben op bedrijven, horeca en winkelgebieden.We willen de verhouding bebouwing en groen verbeteren door bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen en het faciliteren van geveltuinen. Ook willen we het Stadspark ten zuiden van de binnenstad van Montfoort beter laten aansluiten op het centrum en de wijken. ● De stad meer op de rivier richten.We willen de openbare ruimte langs de Hollandsche IJssel en de Lange Linschoten aantrekkelijk en uitnodigend inrichten en waar mogelijk zitplaatsen creeëren. Op termijn onderzoeken we de mogelijkheden voor het terugbrengen van de gracht in het centrum van Montfoort. We willen het zicht op bedrijventerreinen wegnemen, bebouwing meer met de voorkant naar de rivier richten of achterkanten landschappelijk inpassen. ● Bij een uitbreiding of herinrichting dient er meer verweving te komen tussen het stedelijk- en buitengebied.Ook in de toekomstige ontwikkelingem dient een goede balans te zijn tussen groen en andere functies in de openbare ruimte. ● Veranderingen in de landbouw en de klimaatopgave aangrijpen om een deel van de verdwenen diversiteit in natuurlijke en landschappelijke zin opnieuw terug te brengen. ● Inzetten op de deels openbare, kleine, landschappelijke elementen. in het buitengebied.Dit doen we door in onze rol als beheerder een voorbeeldrol te nemen. Bijvoorbeeld door langs wegen op meer ecologische vormen van bermbeheer in te zetten. Rolopvatting: ● Groene en aantrekkelijke openbare ruimte: Initiërend en samenwerkend ● Aanleg en beheer openbare ruimte: Doelmatig en verantwoordelijk Wat willen we niet? ● Een afname van het binnenstedelijk groen ● Minder m2 ruimte voor groen en water in stedelijk gebied Waar? ● Groenstructuren en openbare ruimtes in kernen ● Openbare, landschappelijke elementen in het buitengebied 4.4 Gebruik 4.5 Ontwikkelingen binnen gemeente Montfoort Om aantrekkelijk te blijven voor inwoners, ondernemers en bezoekers is het belangrijk om voldoende ruimte te bieden aan bestaande en nieuwe activiteiten en functies. In deze laag gaan we daarom in op de gewenste ontwikkeling van de gemeente. Dit gaat over ontwikkelingen, activiteiten en functies waar we als gemeente ruimte aan willen bieden. We gaan hierbij uit van de centrale waarden en de Montfoortse schaal. 4.4.1 Wonen We richten ons op de (boven)lokale behoefte, voor alle verschillende doelgroepen met verschillende wensen en financiële mogelijkheden. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de vitaliteit en leefbaarheid van de kernen. Binnen de stedelijke contour is echter te weinig ruimte om voldoende woningen te bouwen met de kwaliteit die we willen. Deze vraag zal daarom voor een deel opgevangen moeten worden buiten de rode contouren. Als gemeente proberen we met passende woonmilieus de beeldkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit te behouden en te versterken. Te realiseren woonmilieus in Montfoort kenmerken zich door traditionele waarden als groen, ruimte en rust, met traditionele architectuur.In Linschoten is daarnaast ook ruimte voor wat meer op privacy-gerichte woonmilieus met modernere architectuur. De beëindiging van agrarische bedrijven en de daaraan gekoppelde doorgaande schaalvergroting is een belangrijke ontwikkeling in het buitengebied. Hierdoor is ruimte voor functieverandering die kan leiden tot een woonfunctie - al dan niet in combinatie met – passende bedrijvigheid. In het buitengebied zijn ook karakteristieke lintstructuren te vinden. Een (klein) deel van de woningvraag zou opgevangen kunnen worden door deze te intensiveren. Met een minimale impact op het landschap kan er worden voortgeborduurd op de cultuurhistorische manier van uitbreiden in het polder- en rivierenlandschap, om zo de linten levendig te houden. We bieden kansen voor het realiseren of aanbouwen van mantelzorgwoningen bij bestaande woningen, waardoor ouderen langer zelfstandig en dicht bij hun kunnen mantelzorger wonen. In 2020 is er een onderzoek uitgevoerd naar de woon/zorg opgave in onze gemeente vanaf heden tot
- Door de uitkomst van dit onderzoek is er zicht gekomen op de huisvestingsopgave voor diverse zorgvragers de komende jaren. Momenteel wordt er gewerkt aan een ruimtelijke doorvertaling van deze opgaven. Doelen: ● Bouwen voor de behoefte.We willen woningen bouwen voor alle verschillende doelgroepen met verschillende wensen en financiële mogelijkheden, in de vrije sector maar óók sociale huur. We richten ons hierbij primair op woningen die aansluiten bij de lokale vraag, zodat doorstroming mogelijk is. Er liggen kansen voor nieuwbouw binnen de kern en aan de rand van de kern, waarbij ruimte wordt geboden voor creativiteit en nieuwe (woon) concepten. ● Streven naar een groei van het aandeel sociale huurwoningen.30% van de 430 te bouwen woningen tot 2030 worden sociale huurwoningen. Insteek is deze verspreid door de gemeente te bouwen op zowel inbreidings- als uitleglocaties’ ● Verduurzaming bij woningbouwontwikkeling stimuleren. ● Woonmilieus moeten het “dorpse” en groene karakter van de gemeente waarborgen.Nieuwe ontwikkelingen moeten dan ook bij deze kwaliteiten, maat en schaal passen. Hoogbouw is niet gewenst. ● We willen de mogelijkheden die zich aandienen voor woningbouw actief benutten door inbreiding, transformatie of herstructurering. Hierbij werken we met een creatieve en/of projectmatige aanpak, ookvoor verduurzaming. ● We bieden nieuwbouwwoningen voor verschillende leeftijdsgroepen, huishoudenstypen en inkomensgroepen.Bij bouw/inbreiding/herstructurering is het belangrijk de gewenste doelgroep te bedienen. ● Eventuele uitbreiding van woonwijken laten aansluiten op de huidige (beeld)kwaliteit en waar mogelijk deze versterken. ● Bij ontwikkelingen in het buitengebied de landschappelijke kwaliteiten, zoals het karakter en structuren van de linten, bewaken en waar mogelijk, versterken.Hierom willen we tussenruimtes tussen bebouwing in de linten en tussen lintbebouwing en stad/dorp handhaven; Doorzichten tussen woningen en bedrijven in het lint naar het achterland zijn belangrijk. ● Bij (vervangende) nieuwbouw in het buitengebied dient de bebouwing op te gaan in het landschap en daardoor niet als storende factor te worden ervaren.Bij toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling kunnen woningen in de nabijheid van de kwaliteitswinst (slopen van schuren) een plek krijgen, mits passend in de omgeving. Eventuele nieuwe woningen mogen de omliggende bedrijven ook niet beperken in hun bedrijfsvoering. Rolopvatting: ● Bestaande woningvoorraad: Faciliterend ● Nieuwbouw: Samenwerkend en toezichthoudend Wat willen we niet? ● De mogelijke ontwikkelruimte binnen bestaand stedelijk gebied beperken. ● Oplopen tekort woningen ● (hoog)stedelijke nieuwbouw ● Afname van de hoeveelheid groen en te weinig ruimte voor gezond leven, afname van de leefbaarheid van de kernen. ● Bouwmogelijkheden binnen de historische stadstuinen en groene gebieden direct grenzend aan de binnenstad. Waar? ● Uitbreidingslocaties ● Binnenstedelijke herstructureringslocaties ● Vrijkomende agrarische bebouwing 4.4.2 Bedrijvigheid Onder bedrijvigheid verstaan we bedrijven, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel. Op de bedrijventerreinen van Montfoort zijn verschillende bedrijven in de maakindustrie gevestigd. Deze bedrijven maken producten met vakmanschap en vormen belangrijke (regionale) werkgevers. De afgelopen jaren wordt er steeds meer thuisgewerkt en door de coronacrisis zal dit naar verwachting sterk toenemen. Met een grotere groep mensen die thuiswerken zal de fysieke omgeving ook anders ingericht moeten worden. Vanuit de maakindustrie is er echter behoefte aan aanvullende ruimte. De huidige bedrijventerreinen groeien echter tegen de grenzen van de rode contour aan. Als gemeente willen we meegroeien met de lokale wens en zoeken we naar passende oplossingen. Daarnaast biedt het woningbouwprogramma ruimte voor alle doelgroepen, waardoor er ook meer woningen voor de lokale werknemers kunnen worden gerealiseerd. Doelen: ● Ook buiten de rode contouren zoeken naar bedrijfslocaties.Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) kan hierin een rol spelen. ● Beperkt uitbreiden van bedrijventerrein Heeswijk.Het huidige bedrijventerrein IJsselveld blijft echter de voornaamste vestigingslocatie in Montfoort. ● Ruimte bieden aan bedrijven die naadloos aansluiten op de huidige Montfoortse industrie.Waarbij we eerst ruimte bieden aan bestaande bedrijven. Eventuele nieuwe bedrijvigheid moet qua functie en bebouwing aansluiten bij de kleinschaligheid van de gemeente. Grootschalige logistiek en distributie is niet gewenst. ● Bedrijvigheid in Linschoten op termijn anders bestemmen.Bijvoorbeeld als gemengd gebied in plaats van alleen bedrijvigheid. ● Detailhandel en bedrijvigheid niet spreiden, maar clusteren.Aansluiten en concentreren op bestaande bedrijventerreinen, inspelen op lokale uitbreidingsruimte in plaats van grootschalige regionale behoefte. ● Nieuwe grotere of hinderveroorzakende bedrijven binnen het stedelijke woongebied niet toestaan en bestaande waar mogelijk uitplaatsen.We dragen samen met de veiligheidsregio Utrecht zorg voor een zo veilig mogelijke woonomgeving waarin we nieuwe overlastgevende activiteiten of activiteiten met externe veiligheidsrisico’s niet toe staan in woongebieden en/of zeer kwetsbare gebouwen of vitale locaties in de buurt van risicobronnen. ● Duurzame landbouw moet op het gebied van energie, klimaat, bodem en voedselproductie de mogelijkheid krijgen om te groeien.De landbouw is een belangrijke drager van het landelijk gebied en een sterke sector die ruimte moet krijgen voor ontwikkeling. ● Nevenactiviteiten stimuleren.We willen bedrijven stimuleren om meer in te spelen op de bestaande lokale identiteiten, kwaliteiten van de gemeente en de regionale vraag naar hoogwaardige streekproducten of een (nog) grotere rol te vervullen als ecologisch landschapsbeheerder. Eventuele nieuwe voorzieningen moeten echter geen beperkingen opleveren voor huidige landbouwactiviteiten. ● Ondernemers stimuleren om bedrijfsterreinen en individuele bedrijven te verduurzamen.We willen ondernemers ondersteunen bij vragen rondom verduurzaming en mogelijke subsidiëringen. Rolopvatting: ● Uitbreiding/herstructurering bedrijfslocaties: Faciliterend en netwerkend ● Verduurzaming: Faciliterend en samenwerkend Wat willen we niet? ● Toename areaal overlast gevende industrie – zwaar verkeer/hoge milieucategorie. ● Het gebruiken van eventuele toekomstige bedrijventerreinen voor grootschalige logistiek/distributieVeroudering / verloedering van (oudere) bedrijventerreinen. ● Dat omliggende bedrijven door functieverandering (VAB) in hun bedrijfsvoering worden beperkt. ● Ontwikkeling nieuwe industriële bedrijvigheid in de historische linten. ● Afname van m2 groen (bijvoorbeeld door herstructurering) ● Nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van niet-agrarische bedrijven in de Hollandsche IJsselzone. Bij bedrijventerrein Heeswijk is beperkte uitbreiding mogelijk. Waar? ● Bestaande en toekomstige bedrijventerreinen 4.4.3 Voorzieningen Montfoort en Linschoten hebben beide een historische kern die aantrekkelijk is voor bezoekers en inwoners. We willen ons op het gebied van voorzieningen richten op het (nog) meer clusteren en meer een vermenging te creëren tussen de horeca en retail. Doelen: ● Verbeteren van de sportvoorzieningen.Linschoten heeft behoefte aan een vernieuwd sportpark waar slimmer gebruik wordt gemaakt van de ruimte door meer samenwerking tussen de verenigingen en slimmer gebruik van de ruimte. Ook willen we de ruimte bieden bieden om de openbare ruimte meer in te richten voor sportactiviteiten. Door de sportvoorzieningen te verbeteren willen we inzetten op het verbeteren van de gezondheid van onze inwoners. ● Verbeteren van het verblijfsklimaat van de dorpscentra.Hierbij richten we ons onder andere richten op vergroening van de openbare ruimte en de mogelijkheid tot ontmoeten. ● Streven naar een compact en aaneengesloten winkelgebied. ● Het winkelaanbod en de belevingswaarde van de binnenstad verbeteren.Om een levendige winkelstraat te behouden willen we ons aanpassen op de landelijke trends. Rolopvatting: ● Centrumfuncties: Samenwerkend en netwerkend ● Verbeteren sportvoorzieningen: Initiërend en presterend Wat willen we niet? ● Spreiding van detailhandel-functies buiten de wijk- en dorpscentra. Waar? ● CentrumgebiedenBestaande sportvoorzieningen en openbare ruimtes 4.4.4 Recreatie en toerisme Toerisme en recreatie zijn belangrijke pijlers. Hierin wordt prioriteit gelegd bij het versterken van de recreatieve- en verblijfsfunctie. De gemeente moet aantrekkelijker worden voor toeristen. We richten ons dan ook op verbetering van de mogelijkheden voor kleinschalige dagrecreatie. We zien ook graag meer recreatief medegebruik (in kwantiteit en kwaliteit) zolang dit past binnen de landschappelijke randvoorwaarden. Belangrijkste opgaven/uitgangspunten: ● Voldoende ruimte voor recreatie en groen behouden, waarbij we inzetten op dagrecreatie, structuur én vermarkting.De gezamenlijke ambitie is samenwerken, lokaal én regionaal en inzetten op wandelen, fietsen, varen én cultuur. Ook moeten agrariërs meer in staat gesteld worden om kleinschalige recreatieve activiteiten te organiseren. ● De wandel- en fietsroutes in de gemeente verbeteren en de kano-routes in stand houden.Dit geldt voornamelijk langs de Hollandsche IJssel. Het geplande fietspad van Leidsche Rijn naar de Mastwijkerdijk vormt hierin al een verbetering. In de toekomst willen we verder inzetten op betere wandel- en fietsroutes die aansluiten op de kernen, zoals een fietsverbinding Cattenbroek - Blindeweg/ Reijerscop. ● De bijzondere culturele (historische) voorzieningen van onze gemeente behouden.Hierbij zien we kansen om ruimte te bieden voor meer evenementen. ● Beter faciliteren van (recreatieve) vaarroutes en uitbreiding aanlegplaatsen in de kernen.De GHIJ vormt een belangrijke vaarweg binnen onze gemeente. Watergebonden voorzieningen kunnen worden gecombineerd met andere voorzieningen zoals horeca. ● Het gebied langs de IJssel ontwikkelen tot een hoogwaardig landschappelijk en recreatief gebied.Er liggen langs de IJssel goede kansen om recreanten vanuit stedelijk gebied te ontvangen. ● Voor het Landgoed Linschoten en het gebied ten zuiden van Willeskop streven naar een extensief recreatief, landschappelijk en natuurlijk park.Deze gebieden vormen hoogwaardige natuurgebieden. Vanaf Landgoed Linschoten wordt een recreatieve verbinding gelegd via Willeskop naar de Lek. De agrarische delen van het landgoed blijven behouden als waardevol landschap, daar is een parkfunctie niet gewenst. ● In de historische kernen en het landelijke gebied meer inspelen op de kwaliteiten van het landschap en de kernen.In de historische kernen en het landelijke gebied is ruimte voor de groei van verblijfslocaties. Rolopvatting: ● Recreatie: ● Faciliterend, netwerkend en samenwerkend Wat willen we niet? ● Grootschalige recreatieparken. We zetten in op rustige, extensieve recreatie. Waar? ● Wandel- en fietsroutesLangs de IJssel ● Historische kernen en het landelijk gebied 4.4.5 Energie en grondstoffen De gemeente Montfoort volgt de ambitie van het Rijk en wil in 2050 een energie- en klimaatneutrale gemeente zijn. Met het voorziene elektriciteit in 2030 en de voorziene toenamen van het elektriciteit gebruikt naar 2050 vinden we het belangrijk om, conform het Klimaatakkoord, tot 2030 een eerste stap te zetten in de opwek van hernieuwbare elektriciteit zodat we in 2050 daadwerkelijk alle elektriciteit duurzaam opwekken. Tot 2030 zien we hiervoor voornamelijk mogelijkheden in zonne-energie. Daarom willen we in 2030 voor 50% van onze eigen energiebehoefte duurzaam opwekken. We zoeken daarbij zoveel mogelijk samenwerkingsverbanden met marktpartijen, (lokale) organisaties en andere overheden. Doelen: ● Een afvalloze samenleving, circulaire economie en het gebruik van grondstoffen reduceren of hergebruiken.Een afvalloze samenleving en circulaire economie is het ultieme doel maar er wordt in ieder geval gestreefd naar een duurzaam afvalbeheer. Duurzaam en circulair bouwen kan hieraan bijdragen. Ook het optimaal (her)gebruiken en behouden van reeds beschikbare materialen en producten hoort hierbij. De gemeente zet hierom in op bewustwording. Met een wijkgerichte benadering, campagnes in de media en afvalcoaches als mogelijke instrumenten willen we de verspilling van voedsel en het gebruik van verpakkingsmaterialen terug dringen en zorgen dat er niet overbodig geconsumeerd en geproduceerd wordt. ● Stimuleren van kleinschalige duurzame energie opwekking.Hierbij valt te denken aan (particuliere) initiatieven voor zon op dak, kleine windmolens, energiebesparing, hernieuwbare warmte en energiezuinig bouwen. ● De woningvoorraad is in 2050 energieneutraal.Hierbij hebben we voorkeur voor de keuzes die ook het elektriciteitsverbruik zo laag mogelijk houden en piekbelasting voorkomen. De verdere uitwerking van dit doel vindt plaats in de 'Transitievisie Warmte'. ● Duurzame bedrijvigheid en duurzaam bouwen stimuleren.We willen het energieverbruik reduceren, bijvoorbeeld door gebruik te maken van energiezuinige apparaten. Ook bijvoorbeeld waterbesparend bouwen draagt hier aan bij. ● We onderzoeken de mogelijkheden wat betreft (grootschalige) hernieuwbare warmtebronnen en opwekking van duurzame energie. Zie hiervoor ook het kader.Combinatie met andere functies of onbenutte gronden zijn hierin kansrijk. Een mooi voorbeeld hiervan is 'Energietuin Mastwijk' waar op de voormalige vuilstort de aanleg van een groot zonnepark wordt onderzocht. Bij initiatieven voor grootschalige energieopwekking vinden we maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak van groot belang. We streven ernaar dat vijftig procent van een energieproject in lokaal eigendom (bijvoorbeeld coöperatief) komt. We willen dat iedereen de mogelijkheid heeft om daarin mee te doen, ongeacht financiële draagkracht. Rolopvatting: ● Energieopwekking: Samenwerkend en kaderstellend ● Grondstoffen: Samenwerkend en netwerkend Wat willen we niet? ● Energieopwekking nabij of in natuur- en weidevogelgebieden ● Energie opwekken met hoge windturbines Waar? ● Zoekgebieden energieopwekking ● Nieuwe en bestaande bedrijventerreinen en woonwijken l 4.5 Omgeving Naast dat we kwalitatieve kaders stellen, pragmatische afwegingen maken vanuit de netwerken en ruimte bieden aan gewenste ontwikkelingen stellen we in deze laatste laag ook grenzen aan deze gewenste ontwikkelingen. We willen namelijk een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving voor onze inwoners garanderen. Hierbij is het belangrijk aandacht te hebben voor de huidige milieukwaliteit en waar mogelijk te sturen op gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. 4.5.1 Bewegen, zorg en welzijn De focus op (positieve) gezondheid is een relevante ontwikkeling. Een gezondere levensstijl wordt steeds belangrijker onder inwoners, men wil meer gaan bewegen, gezonder leven en in een gezonde omgeving wonen. Onze ambitie is dat inwoners van Montfoort zich gezond voelen, veerkrachtig zijn en het vermogen hebben zich aan te passen en de eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. De komende jaren willen we verder onderzoeken hoe we met de inrichting van de fysieke leefomgeving bijdragen aan oplossingen voor bijvoorbeeld zorgbehoevende ouderen, vereenzaming, jeugdproblematiek, overmatig drugs- en drankgebruik en overgewicht. De leefomgeving 'beweegvriendelijk' maken is hier een belangrijk onderdeel van. Doelen: ● Behouden en verbeteren van de goede gezondheidssituatie van inwonersWe willen hiervoor onder andere het alcohol- en drugsgebruik actief tegengaan en voorkomen en faciliteiten van de sportverenigingen in combinatie met andere gezondheidsvoorzieningen blijven ontwikkelen. Daarnaast willen we overgewicht bestrijden door burgers bewust te maken van het belang van gezonde voeding en beweging, zoals door het stimuleren van het fietsgebruik. Het inrichten van de openbare ruimte met voldoende groen en ruimte voor ontmoeting behoort ook tot dit doel, evenals het bewaken van een goede luchtkwaliteit. ● Voldoende groen en ruimte voor ontmoeten en bewegen in de openbare ruimteWe denken hierbij onder andere aan beleefbaar groen, betere en meer wandelpaden en voorzieningen als meer bankjes in de openbare ruimte. We streven naar het aanbieden van voldoende uitdagende en veilige speelvoorzieningen voor kinderen en het stimuleren van buiten bewegen voor ouderen. Maar ook het verbeteren van wandelpaden, het beleefbaar maken van groen en het voorzien in voldoende bankjes in de openbare ruimte. ● Er is passend en inclusief beweegaanbod in onze gemeente ● Er wordt bewogen in een veilige en uitdagende sportomgeving ● Het beweegaanbod is gemakkelijk vindbaar en toegankelijk voor iedereen ● Een positieve en gezonde omgeving om in te bewegen ● Tegengaan eenzaamheid bij zwakkere groepen in de samenleving en het weerbaar maken en bevorderen van de psychische gezondheid van jongeren, volwassenen en senioren ● Mogelijk maken om ouderen zo lang mogelijk veilig thuis te laten wonen, zodat verzorgingstehuizen niet overvol rakenHiervoor willen we inzetten op het preventief aanpassen van de woning voor mensen die langer thuis blijven wonen. Aandachtspunt hierbij is het beperken van (brand) veiligheidsrisico's. ● Voldoende zorgpunten en voldoende aanbod verpleeghuiszorg realiseren en het clusteren van zorg- en welzijnsvoorzieningen ● Op basis van de opgave zorgen voor voldoende woonopties voor de verschillende zorgdoelgroepen, waarbij het uitgangspunt is om te spreiden over de kernen en in te spelen op de wensen van de betreffende doelgroep als het gaat om locatie kenmerken. ● Per initiatief kijken naar locatiespecifieke huisvestingsmogelijkheden.Naast de ouderenzorg zijn er ook andere doelgroepen die een ruimtevraag hebben. Dit vraagt per doelgroep om maatwerk. Rolopvatting: ● Voldoende zorg- en huisvestingsmogelijkheden: Regie houdend, kaderstellend. ● Verbeteren gezondheidssituatie: Samenwerkend, faciliterend en verbindend. Wat willen we niet? ● Achteruitgang van de gezondheidssituatie van inwoners op alle mogelijke facetten ● Afname zorgpunten en -voorzieningen Waar? ● Gehele grondgebied gemeente Montfoort 4.5.2 Veiligheid en sociale samenhang We staan voor een veilige, leefbare en gezonde samenleving, voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. In Montfoort moet iedereen in een veilige omgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Veilig leven in Montfoort vergt een verantwoordelijkheidsgevoel van ons allemaal. Inwoners, gemeente, ondernemers, politie en het maatschappelijk middenveld werken daarom continu samen om de subjectieve en objectieve veiligheid in Montfoort te verbeteren. Veiligheid moet eigenlijk gezien worden als een satépen door alles heen. Bij elke beleidsontwikkeling zou standaard de vraag gesteld moeten worden wat een en ander betekent voor de fysieke-, de sociale- en zeker de digitale veiligheid. Doelen: ● Het accent ligt op preventie: voorkomen is beter dan genezen. ● Verhoging van de mate van toezicht en handhaving.We willen een betrouwbare, dienstbare, bereikbare en laagdrempelige overheid zijn. ● Zero tolerance ten aanzien van ondermijnende criminaliteit.We pakken risicolocaties, waaronder het buitengebied, aan en zetten actief in op het tegengaan van drugs- en alcoholgebruik onder jongeren. ● De fysieke leefomgeving zo in richten dat deze ook een veilige leefomgeving garandeert.Veiligheid moet al een een vroeg stadium worden meegewogen als thema in de fysieke leefomgeving. Dit houdt bijvoorbeeld in dat hinderveroorzakende of externe veiligheidsrisico's veroorzakende bedrijven niet worden toegestaan in woongebieden en/of nabij zeer kwetsbare gebouwen. ● De sterke sociale structuren behouden.Ook als er in de toekomst meer bezoekers naar de gemeente trekken. We willen conflictsituaties voorkomen door de openbare ruimte, verkeerssituaties en parkeermogelijkheden goed op elkaar af te stemmen. We koesteren de vrijwilligers die zich inzetten voor de sociale cohesie in de wijken. ● Burgers betrekken bij de aanpak van veiligheidsproblemen om de veiligheid te verbeteren.Een actieve bijdrage van inwoners, ondernemers, scholen etc. wordt verwacht om de veiligheid en zelfredzaamheid te vergroten. ● Wijk- en buur(t) activiteiten stimuleren.Deze activiteiten vergroten de sociale samenhang in een buurt of wijk. Dat zijn zowel gezelligheidsactiviteiten als activiteiten waarbij de inwoners hun eigen talent gebruiken om elkaar te helpen. Initiatieven van inwoners die daaraan bijdragen stimuleren we. Rolopvatting: ● Toezicht en handhaving: Kaderstellend en verantwoordelijk ● Sociale samenhang: samenwerkend en verbindend Wat willen we niet? ● Toename van criminaliteitscijfers, meldingen van overlast en het onveiligheidsgevoel. Waar? ● Gehele grondgebied gemeente Montfoort 4.5.3 Milieu Wij vinden een goed milieu een wezenlijk onderdeel van een goede fysieke leefomgeving. Daarom hechten wij grote waarde aan een goede bodemkwaliteit, weinig geluidhinder, een goede luchtkwaliteit, weinig geurhinder, een hoge externe veiligheid en weinig lichthinder. Dit komt ook de woonkwaliteit en de recreatie ten goede. In de koers voor de deelgebieden wordt de afwegingsruimte voor de verschillende milieuaspecten nader beschreven. Hierbij maken wij het voorbehoud dat nog niet voor ieder milieuaspect een (volledige) afweging is gemaakt. De lokale afwegingsruimte zal de komende jaren verder worden ingevuld. In de kaart met omgevingsaspecten (afbeelding 4.6) geven we - op hoofdlijnen - een overzicht van mogelijke beperkingen voor ontwikkelingen. Het gaat hier bijvoorbeeld om geluidcontouren, hoogspanningsnetwerken en bedrijven met bepaalde risico's. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen en transformatie van, of menging nabij, deze beperkingen kunnen ervoor zorgen dat de grenzen worden opgezocht wat betreft milieunormen. Ook liggen er binnen de gemeente belangrijke transport- en hoofdleidingen. Eenmaal in de grond is het uit oogpunt van maatschappelijke kosten gewenst dat leidingen zo lang mogelijk ongestoord kunnen blijven liggen. Daarvoor is het voor de grote doorgaande transportleidingen van belang dat daar in de ruimtelijke planvorming rekening mee gehouden wordt. Doelen: ● We streven naar een goed woon- en leefklimaat op de verschillende milieuaspecten.Aangezien de wisselwerking tussen de functionele indeling van een gebied en de kaderstelling van deze milieuthema’s duidelijk van invloed is op de ambities die we stellen, gebruiken we hiervoor een gebiedsgerichte benadering. We stellen in elk gebied per milieuthema onze ambitie vast – gaan we voor de standaard normstelling of voor een hogere of lagere (wettelijke) normstelling. ● We streven naar een verbetering van de luchtkwaliteit.Te denken valt aan maatregelen die bijdragen aan schoner vervoer en minder uitstoot. Deze ambitie zal de komende jaren nader worden uitgewerkt. Rolopvatting: ● Milieunormen en ambities: Kaderstellend ● Beheer en bescherming: Kaderstellend en verantwoordelijk Wat willen we niet? ● Verslechtering van de huidige milieukwaliteit van de bodem, water en lucht. ● Toename van overlast door geluid, geur en luchtkwaliteit. Waar? ● Per deelgebied. Dit wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk
- 4.6 Visie op hoofdlijnen In de voorgaande hoofdstukken zijn de onderdelen van de omgevingsvisie opgebouwd. In deze paragraaf sommen we de visie op hoofdlijnen, oftewel onze richtinggevende ambities, samen en vertalen dit ruimtelijk naar de visiekaart. We hebben vitale kernen gelegen in een prachtig landschap, maar niets doen is geen optie. Het behouden van wat we hebben is hard werken. Er komen namelijk diverse uitdagingen op de gemeente af. Van grote ruimtelijke vraagstukken, zoals opgaven op het gebied van woningbouw en energietransitie, sociale vraagstukken omtrent bijvoorbeeld vergrijzing en grote zorgopgaven en bredere maatschappelijke opgaven zoals een veranderd klimaat en gevolgen van nieuwe technologische mogelijkheden. Het toekomstbestendig maken van de gemeente in zowel de manier van werken, de grote ruimtelijke, sociale en bredere maatschappelijke veranderingen staat dan ook centraal in deze omgevingsvisie. Oftewel, we werken aan: "Een toekomstbestendige gemeentemet vitale kernen in een waardevol landschap" Toekomstbestendigheid, vitaliteit en een waardevol landschap begint bij de geschiedenis. Bij wat we door de eeuwen heen hebben opgebouwd met elkaar. Het beschermen en behouden van wat onze gemeente uniek maakt, onze onderscheidende kernkwaliteiten, is dan ook een belangrijke ambitie. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om kwaliteiten in de ondergrond, natuurgebieden en landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle elementen. Ook het waarborgen dat een ieder deel kan nemen aan de samenleving, het versterken van de sociale cohesie en eisen stellen op het gebied van gezondheid en veiligheid hoort hier bij. We integreren in deze omgevingsvisie diverse maatschappelijke opgaven. Soms zitten daar tegengestelde belangen in. Daarom stellen we, waar nodig, nu al per gebied bepaalde prioriteiten. Zo geven we bijvoorbeeld aan waar wij ruimte voor woningbouw, duurzame energie en transformatie of uitbreiding van bedrijvigheid zien. Daarnaast geven we aan waar we inzetten op verbetering van veiligheid voor fietsverbindingen, groen willen inzetten voor verbetering leefbaarheid en klimaatadaptatie en waar wij kansen zien voor nieuwe verbindingen. Veel van deze gebieden zijn nu nog 'zoekgebieden' dat wil zeggen dat we hier omtrent nog een nadere uitwerking en afweging maken. Dit doen we in overleg met lokale belanghebbenden. Naast eventuele initiatiefnemers, eigenaren en mede-overheden gaat dat uiteraard ook om omwonenden. Een voorbeeld betreft de aanduiding omtrent de zoekgebieden voor woningbouw. Samen met eigenaren, omwonenden en mede-overheden zullen de locaties komende periode nader worden uitgewerkt. Deze visie is een belangrijke, doch eerste, stap in de beleidscyclus van de toekomstige Omgevingswet. Het bevat de hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving, maar is bovenal een uitnodiging aan de samenleving tot deelname aan het realiseren van onze gezamenlijke doelen en wensen. We nodigen een ieder dan ook van harte uit om met voorstellen te komen hoe zij aan deze visie invulling willen geven. Zoals we uit de diverse omgevingsvisiegesprekken hebben opgehaald: “We nemen de tijd voor elkaars belangen en maken keuzes waar nodig.” In de omgevingsvisiekaart op de volgende pagina is de ruimtelijke vertaling van de diverse thematische uitgangspunten uit hoofdstuk 4 samengevat.
- Gebiedsgerichte uitgangspunten Aan de hand van de aanwezige en gewenste structuren en ontwikkelingen beschrijven we in dit hoofdstuk de koers voor de specifieke deelgebieden. We onderscheiden hierbij acht deelgebieden, ieder met een eigen karakter, kwaliteiten en ontwikkelrichtingen. In de deelgebieden spelen verschillende opgaven. In de volgende paragrafen geven we aan wat het gewenste karakter is van de specifieke deelgebieden. Deze doelstellingen zijn gebaseerd op de resultaten van de verdiepingssessies, raadsavonden en besprekingen tijdens de tweede week van de omgevingsvisie. We zetten in op initiatieven die passen bij de koers per deelgebied. We staan per gebied ook stil bij de ambitiebepaling op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid. Toelichting deelgebieden;Woonwijken De beide kernen van de gemeente hebben een eigen karakter en trekken verschillende doelgroepen aan. Er is een lokale behoefte en een grote regionale druk op de woningmarkt. Om de kernen levendig en vitaal te houden is ontwikkeling van beide kernen van belang. Ruimte bieden aan nieuwe instroom en ruimte bieden aan de woonwensen van onze inwoners bevordert de vitaliteit van de kernen en heeft een gunstig effect op het draagvlak voor voorzieningen. In de deelgebieden maken we onderscheid tussen de woonwijken van Montfoort en die van Linschoten. Binnen de woonwijken vallen ook alle openbare voorzieningen, zoals winkels, horeca, sportclubs en openbaar groen. Centra/kernen Beide kernen, Montfoort en Linschoten, ademen historie. Montfoort en Linschoten hebben beide een historische kern die aantrekkelijk is voor bezoekers en inwoners. Hierdoor zijn er verschillende winkels en horeca gelegenheden gevestigd in het centrum. In de deelgebieden maken we onderscheid tussen de kern Montfoort en de kern Linschoten. IJsselzone Hiermee bedoelen we De Hollandsche IJssel, de linten nabij de IJssel (Lindeboomseweg, Achthoven-West, Achthoven Oost, Willeskop, Heeswijk, Mastwijkerdijk, Heeswijk, IJsselveld en Waardsedijk) en de directe omgeving hiervan. Dit vormt een gebied waar wonen, werken, recreatie, groen en water centraal staan, als de aantrekkelijke groen- blauwe ader door het open landschap. Veenweidelinten De verschillende veenweidelinten die door ons buitengebied lopen vormen een deelgebied waar wonen, landbouw en recreatie centraal staan. Onder de veenweidelinten verstaan we de Cattenbroekerdijk en het lint bij Blokland. Landgoed Linschoten Het Landgoed Linschoten met het bijzondere park, waterlopen, monumentale boerderijen en bossen is een van onze cultuurhistorische en recreatieve parels. Tevens is het landgoed ook de beheerder van een deel van het open landschap in de noordwest hoek van onze gemeente. Buitengebied In het deelgebied 'buitengebied' spelen de (toekomstige) rol van de landbouw en de komst van duurzame energiebronnen. Een groot oppervlak van onze gemeente bestaat uit landbouwgronden, met name voor melkveehouderijen. Daarnaast behoren de M.A. Reinaldaweg eb de Engherzandweg binnen dit deelgebied. Bedrijventerreinen Op de bedrijventerreinen van Montfoort zijn verschillende bedrijven in de maakindustrie gevestigd. De bedrijven maken producten met vakmanschap en zijn belangrijke regionale werkgevers. Uitleg 'spinnenwebben'Zoals hiervoor al aangegeven gaan we per deelgebied in op het gewenste karakter, en dus de gewenste functies per gebied. Dat doen we met een webdiagram. De thema's die het belangrijkst voor de toekomst zijn, scoren in het diagram het hoogste en staan dus verder naar buiten op het diagram. De scores zijn gebaseerd op de resultaten van de inwonersenquête. Water en klimaat Inspelen op klimaatverandering in de vorm van wateroverlast, droogte en hittestress is van groot belang. Wanneer dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op klimaatadaptatie, waterkwaliteit en veiligheid. Gezondheid en veiligheid Deze opgave houdt in dat we hier gezond en veilig kunnen wonen, verblijven of recreëren. De gezonde, veilige, aantrekkelijke en multifunctionele fysieke leefomgeving draagt bij aan de leefkwaliteit en nodigt uit tot bewegen, ontmoeten en meedoen. Wonen Wanneer dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op het creëren en behouden van een aantrekkelijke woonomgeving. De woningvoorraad en de huisvestingsopgave staat dan centraal. Landschap en cultuurhistorieWanneer dit thema op maximaal staat in een deelgebied, is het versterken en bewaken van erfgoedwaarden, cultuurvoorzieningen en het onderscheidende landschap van maximaal belang. Voorzieningen Wanneer deze opgave in een deelgebied op maximaal staat, zijn hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen met betrekking tot zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport van maximaal belang. Duurzame energie en grondstoffen Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, zetten we de energievraag centraal. We zetten hier maximaal in op het verduurzamen van de leefomgeving en het opwekken van duurzame energie in de vorm van warmte of zonne-energie. Mobiliteit Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, zetten we maximaal in op de bereikbaarheid binnen dit deelgebied en naar de andere deelgebieden toe. Bedrijvigheid Wanneer in een deelgebied dit thema op maximaal staat, is de economische vitaliteit in de vorm van industrie, landbouw, handel, logistiek, retail en/of horeca van maximaal belang. Recreatie en toerisme Wanneer deze opgave op maximaal staat willen we hier meer inzetten op het uitbouwen van recreatieve en toeristische mogelijkheden. Hierbij maken we gebruik van wat we als gemeente al in huis hebben en bouwen dit verder uit. Natuur, groen en openbare ruimte Wanneer dit thema op maximaal staat, is de kwaliteit van de natuur en de groenvoorzieningen van maximaal belang. Het groen staat hier centraal, zowel in het buitengebied als binnenstedelijk, evenals de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Uitleg 'mengpanelen'De gezondheid van onze inwoners wordt deels beïnvloed door factoren in de fysieke leefomgeving. Met omgevingsbeleid kunnen wij sturen op het minimaliseren van de negatieve factoren en het verbeteren van ruimtelijke factoren die de gezondheid bevorderen. De (klassieke) milieuthema's zijn luchtkwaliteit, lichtuitstoot, geur, geluidsoverlast, trillingen en bodem- en watervervuiling. Het scheiden van milieubelastende activiteiten en kwetsbare functies, zoals wonen, scholen en kinderdagverblijven kan bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving. In dit hoofdstuk wegen we per deelgebied de milieuthema's af tegen de ontwikkelingen die we zien in het deelgebied. Hier komt vervolgens een bepaalde ambitie uit, die uiteindelijk in het omgevingsplan wordt vertaald in een norm. De minimale wettelijke grenswaarde is hierbij onze ondergrens. Wanneer we dus voor een lage milieukwaliteit kiezen, voldoen de waarden nog steeds aan de vereiste normen. Er zal dus nooit sprake zijn van méér overlast dan wettelijk toegestaan. We zien echter wel ruimte om op bepaalde in de gemeente hogere normen te stellen, waarmee we de omgevingskwaliteit in de komende jaren willen verbeteren of juist op onderdelen de grens op te zoeken om ontwikkelingen mogelijk te maken. In veel gevallen zal het ambitieniveau gelijk zijn aan het huidige kwaliteitsniveau. Hier gaan we dan ook uit van het behouden en waarborgen van de huidige omgevingskwaliteit. Maar door verduurzaming van onze woningvoorraad, mobiliteit en economische activiteiten en met behulp van bijvoorbeeld groenvoorzieningen kunnen we de leefomgeving gezonder en veerkrachtiger maken. Hier zullen we dan een hoger kwaliteitsniveau hanteren. Aandachtspunt hierbij is wel dat bijvoorbeeld energietransitie ook negatieve effecten kan hebben op de veiligheid en op milieuaspecten, bijvoorbeeld geluidsoverlast van warmtepompen. Ook bestaat er een nuancering per deelgebied. Het kan bijvoorbeeld voor komen dat we centraal in het gebied andere ambities hanteren dan aan de randen, waar bijvoorbeeld al een weg of spoorlijn loopt. Het kwaliteitsniveau biedt een globale ambitie voor het gehele deelgebied, maar is niet specifiek bindend per locatie. De uiteindelijke, verplichte normen worden opgenomen in het omgevingsplan. Kwaliteiten en ambities Kwaliteiten Zowel Linschoten als Montfoort bieden een aantrekkelijk woonplek voor leefstijlen die in landelijke kernen willen wonen, op korte afstand van het stedelijk gebied: jong en oud, rijk en arm. Door het vele groen in en rond de stad kunnen de inwoners relatief snel in een groene omgeving zijn. Daarnaast bestaat er een traditionele lokale samenhang en een rijk verenigingsleven. Richting de toekomst zetten we in op het borgen van de kenmerkende ruimtelijke structuren van de woonwijken en bijbehorende cultuurhistorische elementen en groenstructuur. Daarbij zetten we in op een klimaatbestendige groenstructuur en watersysteem. Netwerk De bereikbaarheid en ontsluiting van de woonwijken moet op peil blijven en met eventuele ontwikkelingen meegroeien. Bij ontwikkelingen in het wegennet staat verkeersveiligheid voorop. We zetten in op de transitie richting duurzame mobiliteit. Denk hierbij aan het realiseren van openbare laadpalen en meer ruimte voor langzaam verkeer in het straatbeeld. Montfoort heeft van oudsher een sterke binding met Utrecht. Dat heeft ondermeer geleid tot een openbaar vervoerverbinding met Utrecht. In andere richtingen is de verbinding met het openbaar vervoer minder. De komende jaren willen we, samen met andere gemeenten in de regio, nadenken over een verbeterde ontsluiting, zodat het aantrekkelijker wordt om het openbaar vervoer te gebruiken. Ook willen we inzetten op het verbeteren van (snel)fietsverbindingen. In de woonwijken van Montfoort speelt evenals in Linschoten de wens om de woonwijken te vergroenen. Er dienen meer speelvoorzieningen te komen. Hierbij gaat leefbaarheid boven auto's in de wijk. We willen het ruimtebeslag van de geparkeerde auto in de wijken niet evenredig laten toenemen. Nu al wordt een relatief groot oppervlak in beslag genomen door het parkeren. Kwaliteiten zoals groen en ruimte voor bewegen en spelen willen we behouden. Gebruik We willen bouwen aan toekomstbestendige kernen. Dit zijn kernen waar we voorsorteren op de grote opgaven van deze tijd, zoals de verduurzaming en een gezonde leefomgeving. We willen rekening houden met mensen die afhankelijk zijn van nabijheid van voorzieningen. De noodzaak van nieuwe woningen is hoog. Dit vraagt om het actief benutten van de (schaarse) mogelijkheden die zich aandienen door inbreiding, transformatie of herstructurering. De woningnood moet echter niet ten koste gaan van het groen, bereikbaarheid en veiligheid. De balans tussen verschillende belangen is belangrijk en dient hand in hand te gaan. De woonwijken willen we toekomstbestendig (duurzaam en levensloopbestendig) maken. We zetten in op groene, gezonde, inclusieve en toekomstbestendige wijken voor jong en oud in een wijkgerichte aanpak. Daarvoor zijn voldoende passende woningen nodig en is het noodzakelijk dat we alleen ruimte bieden aan functies die goed passen in een woonwijk. Zo zijn grotere evenementen niet toegestaan. Ook voor bedrijvigheid is geen ruimte, tenzij kleinschalig ‘aan huis’ en het geen (milieu/geluid/verkeer) overlast veroorzaakt. We streven naar woonwijken met voldoende rust en ruimte, dus is er geen ruimte voor bijvoorbeeld hoge windmolens of te drukke wegen. De openbare ruimte moet schoon en veilig zijn, en uitnodigen om kinderen buiten te laten spelen en mensen elkaar te laten ontmoeten. Te realiseren woonmilieus in Montfoort kenmerken zich door traditionele waarden als groen, ruimte en rust, met traditionele architectuur. We streven binnen deze kaders wel naar diversiteit binnen woonwijken, met ruimte voor verschillende woonstijlen en doelgroepen. Met name in de kern Montfoort zijn er veel wijken uit de jaren ’60 en ’
- Deze woningen zijn nu rond vijftig jaar oud. Doorgaans is dit een indicatie van verminderde kwaliteit waarbij binnen afzienbare tijd een renovatiemoment aan de orde is, waarbij verduurzaming meegenomen kan worden. De verantwoordelijkheid ligt hiervoor primair bij de eigenaren van woningen. Zij moeten dan wel informatie hebben over de noodzaak en mogelijkheden van energetische verbeteringen. Woningcorporaties hebben tevens een grote rol wat betreft onderhoud en verduurzaming. We streven naar een energieneutrale woningvoorraad in
- We willen dan ook samen met de inwoners inzetten op de verduurzaming van de huidige woningvoorraad. Hetzelfde geldt voor het klimaatadaptief inrichten van (particuliere) percelen. Voor de woonwijken geldt over het algemeen een regulier niveau van welstand. Voor de wijk Hofdijk/Doeldijk, de wijk Tabakshof Oost, de wijk Hofland Oost en het Stadspark geldt qua welstandsniveau een plus niveau van welstand. Bouwplannen moeten voldoen aan de bijbehorende criteria uit de welstandsnota. Omgeving Woonwijken mogen geen druk gebied zijn, zoals het centrum. Om een rustig hoogkwalitatief woonmilieu te garanderen worden voor lucht, geluid, trillingen en geur een hoge milieukwaliteit nagestreefd. Door de wijken willen we ook zo min mogelijk zwaar verkeer hebben dat de externe veiligheid kan verminderen en zijn nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico's ongewenst. De woonwijken vormen een groot deelgebied. Voor sommige wijken geldt dat ze dichtbij (provinciale) wegen of bedrijventerreinen liggen, hier wordt het behalen van de lucht- en geluidsnorm een uitdaging. Bij nieuwe ontwikkeling wordt daarom goed gekeken naar de ligging en gezocht naar mogelijkheden om een zo hoog mogelijke omgevingskwaliteit te behalen. Nuancering is ook op andere aspecten denkbaar. Op plaatsen met een concentratie van kwetsbare inwoners, zoals nabij verzorgingstehuizen is de ambitie op het gebied van bijvoorbeeld externe veiligheid het hoogst. Hier wordt per ontwikkeling invulling aan gegeven. Hier wordt in het algemeen ingezet op de standaardkwaliteit van de bodem die hoort bij de functie wonen. Op gevoelige functies binnen woonwijken, zoals kinderspeelplaatsen, streeft de gemeente dan een hogere bodemkwaliteit na. Kwaliteiten en ambities Kwaliteiten De woonwijken van Linschoten zijn onder te verdelen in drie uitbreidingswijken:
- de wijk Noord, gelegen tussen het dorp en de provinciale weg;
- de wijk Rapijnen, ten zuiden van de Montfoortsevaart;
- de wijk Overvliet, ten noorden van Rapijnen. Het dorp heeft een compacte opbouw in het open weidelandschap, waarbij de historische dorpskern, de omliggende waterwegen en de historische weides rondom de kern zorgen voor een blijvende aantrekkingskracht. Door het vele groen in en rond het dorp kunnen de inwoners relatief snel in een groene omgeving zijn. Richting de toekomst zetten we in op het borgen van de kenmerkende ruimtelijke structuren van de woonwijken en bijbehorende cultuurhistorische elementen en groenstructuur. Daarbij zetten we in op een klimaatbestendige groenstructuur en watersysteem. Netwerk De bereikbaarheid en ontsluiting van de woonwijken moet op peil blijven en met eventuele ontwikkelingen meegroeien. We zetten in op de transitie richting duurzame mobiliteit. Denk hierbij aan het realiseren van openbare laadpalen en meer ruimte voor langzaam verkeer in het straatbeeld. Bij ontwikkelingen in het wegennet staat verkeersveiligheid voorop. In de woonwijken speelt de wens om de woonwijken te vergroenen. Er dienen meer speelvoorzieningen te komen. Hierbij gaat leefbaarheid boven auto's in de wijk. We willen het ruimtebeslag van de geparkeerde auto in de wijken niet verder laten toenemen. Nu al wordt een relatief groot oppervlak in beslag genomen door het parkeren. Kwaliteiten zoals groen en ruimte voor bewegen en spelen willen we behouden. Eén van de kwaliteiten van Linschoten is haar vrije ligging in het Groene Hart. De verbindingen tussen dorp en de verschillende delen van het buitengebied worden hier en daar echter doorsneden en het buitengebied is niet overal goed toegankelijk. Het maximaal benutten van de aanwezige recreatieverbindingen in het buitengebied biedt de mogelijkheid om voor diverse doelgroepen dit gebied te ervaren. Er zal worden ingezet op rustige extensieve recreatie. GebruikDe kern Linschoten is meer een forensendorp nabij de uitvalswegen naar het grootstedelijk gebied van Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Naast de autonome vraag van de eigen bevolking is er een aanvullende vraag van settelers, jonge stellen, moderne gezinnen en gearriveerde gezinnen die kiezen voor een rustige en goed bereikbaar woonmilieu. Zij hebben minder binding met het traditionele dorpsleven, maar het ruimtelijke karakter van Linschoten trekt hen aan. In Linschoten is woningbouw, naast inspelen op de lokale behoefte, bedoeld voor forensen en ter voorkoming van verdringing aan de onderkant van de markt. In de huidige woningvoorraad bestaat weinig ruimte voor herstructurering om de woningvoorraad aan te passen voor een brede bevolkingssamenstelling. Voor de nieuw te ontwikkelen bebouwing geldt dat deze in schaal, maat en uitstraling moet passen bij het huidige dorp. Dit houdt in dat daar waar gestapelde bouw wordt gerealiseerd deze zeker niet hoger is dan de kerktoren. Bij de bouw van de woningen wordt aangesloten bij het huidige kleinschalige karakter van Linschoten. Hier is ruimte voor