Besluit mandaat directeur LaborijnHet algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter van Laborijn, ieder voor zover bevoegd Gelet op de afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; titel 3 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; de Gemeenschappelijke regeling uitvoeringsorganisatie Laborijn; Het Delegatiebesluit Algemeen Bestuur Laborijn; Het Organisatiebesluit Laborijn; Besluiten vast te stellen: Besluit mandaat directeur Laborijn. Artikel1:Begripsbepalingen Artikel 1 van de Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn is van overeenkomstige toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in dit besluit verstaan onder: directeur: de directeur van Laborijn, bedoeld in artikel 39, van de regeling. Artikel2:Mandaat organisatorische- en personele aangelegenheden 1.Aan de directeur wordt in mandaat de bevoegdheid verleend tot: het in dienst nemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren; het leidinggeven aan en aansturen van de medewerkers van de ambtelijke organisatie; het beslissen tot privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van Laborijn, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 21, vierde lid, van de regeling; het vertegenwoordigen van Laborijn in en buiten rechte; het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, waaronder mede wordt verstaan alle noodzakelijke proceshandelingen voor Laborijn, nadat het terzake bevoegde bestuursorgaan van Laborijn hiertoe heeft besloten; het doen van aangifte bij politie ten aanzien van Laborijn veroorzaakte schade en het desgewenst voegen in eventuele strafprocedures; het aanvragen van subsidies en overheidsbijdragen voor zover deze dienstbaar zijn aan de taakuitoefening van Laborijn; het nemen van besluiten tot het al dan niet verstrekken van informatie op basis van de Wet open overheid. De bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin, behelst niet de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en. het vaststellen van de vereiste functies en (hulp)structuren binnen de afdelingen, alsmede het vaststellen en wijzigen van de benodigde formatie. De bevoegdheid genoemd in de vorige volzin wordt slechts uitgeoefend na overleg met het managementteam, bedoeld in artikel 1, onderdeel d van het Organisatiebesluit Laborijn. 2.De directeur besluit slechts tot het in dienst nemen, schorsen en ontslaan van afdelingsmanagers en de concerncontroller van Laborijn nadat het dagelijks bestuur in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Artikel3:Mandaat taken Laborijn 1.Aan de directeur wordt in mandaat de bevoegdheid verleend tot: de uitvoering van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de regeling, behorend bij de taken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de regeling, en de uitvoering van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 4, tiende lid, van de regeling, voor zover het gaat om de inzet van individuele voorzieningen, waarbij de dienstverlening aan derden nooit in strijd mag zijn met het belang van de colleges, bedoeld in artikel 2 van de regeling. 2.De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid onder a, omvat eveneens het behandelen en beslissen op bezwaarschriften als bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover: de directeur het besluit in primo, waartegen het bezwaar zich richt, niet zelf in mandaat heeft genomen maar dit besluit in ondermandaat is genomen, en de beslissingen in overeenstemming is met het advies dat de bezwarencommissie. Artikel4:Volmacht en machtiging Voor de toepassing van dit besluit wordt met mandaat gelijkgesteld de verlening van: volmacht om namens Laborijn privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, en machtiging om namens Laborijn handelingen te verrichten die een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Artikel5:Ondermandaat 1.De directeur kan de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met i en artikel 3, eerste lid, schriftelijk in ondermandaat verlenen aan de managers van Laborijn voor de uitvoering van de taken van hun afdeling en aan de overige medewerkers van Laborijn voor zover dit passend is binnen de uitvoering van hun functie. De bevoegdheid, bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan niet in ondermandaat worden verleend. 2.In aanvulling op het eerste lid kan, voor zover van toepassing, slechts ondermandaat worden verleend tot een bedrag van ten hoogste € 100.000,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.