:26 Apv Ordeverstoring evenement Bevoegd: politie &
:31 Apv Verboden gedragingen openbare inrichting Bevoegd: politie &
:41 Apv Betreden gesloten woning of lokaal Bevoegd: politie &
:45 Apv Betreden van plantsoenen en dergelijke Bevoegd: politie &
:46 Apv Rijden over bermen en dergelijke Bevoegd: politie &
:47 Apv Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Bevoegd: politie &
:48 Apv Verboden drankgebruik Bevoegd: politie &
:49 Apv Verboden gedrag bij of in gebouwen Bevoegd: politie &
:50 Apv Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Bevoegd: politie &
:65 Apv Bedelarij Bevoegd: politie &
:73 Apv Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Bevoegd: politie &
:74a Apv Drugsgebruik in het openbaar Bevoegd: politie &
:19 Apv Straatprostitutie Bevoegd: politie &
:6 Apv Overige geluidhinder Bevoegd: politie &
:8 Apv Natuurlijke behoefte doen Bevoegd: politie &
:6 Apv Kampeermiddelen en andere voertuigen Bevoegd: politie &
Afvalstoffenverordening 2006 Doorzoeken huisvuil Bevoegd: politie &
lid 1 Wetboek van Strafrecht Straatschenderij Bevoegd: politie &
Wetboek van Strafrecht Staat van dronkenschap de openbare orde dan wel het verkeer verstoren Bevoegd: politie &
Wetboek van Strafrecht Openbare dronkenschap Bevoegd: politie &
Wetboek van Strafrecht Verboden toegang onbevoegden Bevoegd: politie &
Handelingen die de orde, rust, veiligheid of goede bedrijfsgang verstoren op het NS-station als bepaald in of krachtens de Spoorwegwet en /of het Algemeen Reglement Vervoer. Bevoegd: politie &
Bijlage2Zware feiten Artikel 2:74 Apv Drugshandel op straat Bevoegd: politie Artikel 2 Opiumwet Verkopen, vervoeren en aanwezig hebben van harddrugs Bevoegd: politie Artikel 3 Opiumwet Verkopen, vervoeren en aanwezig hebben van softdrugs Bevoegd: politie Artikel 10a Opiumwet Voorbereidingshandelingen verkoop harddrugs Bevoegd: politie Artikel 141 Wetboek van Strafrecht Openlijke geweldpleging Bevoegd: politie Artikel 180 Wetboek van Strafrecht Wederspannigheid tegen ambtenaar in functie Bevoegd: politie Artikel 184 Wetboek van Strafrecht Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel Bevoegd: politie Artikel 267 Wetboek van Strafrecht Belediging ambtenaar in functie Bevoegd: politie Artikel 285 Wetboek van Strafrecht Bedreiging Bevoegd: politie Artikel 300 Wetboek van Strafrecht Eenvoudige mishandeling Bevoegd: politie Artikel 302 Wetboek van Strafrecht Zware mishandeling (of poging) Bevoegd: politie Artikel 304 Wetboek van Strafrecht Mishandeling ambtenaar in functie Bevoegd: politie Artikel 310 Wetboek van Strafrecht Eenvoudige diefstal Bevoegd: politie Artikel 312 Wetboek van Strafrecht Diefstal d.m.v. geweld Bevoegd: politie Artikel 350 Wetboek van Strafrecht Vernieling Bevoegd: politie Artikel 13 en 27 WWM Dragen verboden wapens Bevoegd: politie In geval van uitsluitend het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 Opiumwet wordt een verblijfsontzegging opgelegd indien de aangetroffen hoeveelheid meer is dan die waarbij volgens de daarvoor geldende richtlijn politiesepot wordt toegepast. Bevoegd: politie Bijlage3Termijnentabel behorende bij artikel 4 Lichte overtreding (Bijlage 1) Burgemeester (en gemandateerden, zie mandaatbesluit) Eerste constatering Waarschuwing Tweede constatering binnen zes maanden na de vorige constatering Maximaal een aaneengesloten periode van twee weken Derde constatering binnen zes maanden na de vorige constatering Maximaal een aaneengesloten periode van vier weken Vierde constatering binnen zes maanden na de vorige constatering Maximaal een aaneengesloten periode van acht weken Iedere verdere constatering Optreden conform de Gemeentewet Zware overtreding (Bijlage 2) Burgemeester (en gemandateerden, zie mandaatbesluit) Eerste constatering Waarschuwing Tweede constatering binnen zes maanden na de vorige constatering Maximaal aaneengesloten periode van zes weken Derde constatering binnen zes maanden na de vorige constatering Maximaal aaneengesloten periode van acht weken Vierde constatering binnen zes maanden na de vorige constatering Maximaal aaneengesloten periode van twaalf weken Iedere verdere constatering Optreden conform de Gemeentewet Eerste constatering bij evenementen Zonder waarschuwing maximaal de duur van het evenement in verband met spoedeisendheid (na mondelinge zienswijze) Meerdere constateringen bij evenementen in de afgelopen 12 maanden Optreden conform de Gemeentewet Bijlage4Gedragingen horecaverblijfsontzeggingen Artikel 2:1 Apv Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:31 Apv Verboden gedragingen openbare inrichting Artikel 2:41 Apv Betreden gesloten woning of lokaal Artikel 2:45 Apv Betreden van plantsoenen en dergelijke Artikel 2:46 Apv Rijden over bermen en dergelijke Artikel 2:47 Apv Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:48 Apv Verboden drankgebruik Artikel 2:49 Apv Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:50 Apv Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:65 Apv Bedelarij Artikel 2:73 Apv Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Artikel 2:74 Apv Drugshandel op straat Artikel 2:74a Apv Drugsgebruik in het openbaar Artikel 3:19 Apv Straatprostitutie Artikel 4:6 Apv Overige geluidhinder Artikel 4:8 Apv Natuurlijke behoefte doen Artikel 27 Afvalstoffenverordening 2006 Doorzoeken huisvuil Artikel 2 Opiumwet Verkopen, vervoeren en aanwezig hebben van harddrugs Artikel 3 Opiumwet Verkopen, vervoeren en aanwezig hebben van softdrugs Artikel 10a Opiumwet Voorbereidingshandelingen verkoop harddrugs Artikel 141 Wetboek van Strafrecht Openlijk geweldpleging Artikel 180 Wetboek van Strafrecht Wederspannigheid tegen ambtenaar in functie Artikel 184 Wetboek van Strafrecht Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel Artikel 267 Wetboek van Strafrecht Belediging ambtenaar in functie Artikel 285 Wetboek van Strafrecht Bedreiging Artikel 300 Wetboek van Strafrecht Eenvoudige mishandeling Artikel 302 Wetboek van Strafrecht Zware mishandeling (of poging) Artikel 304 Wetboek van Strafrecht Mishandeling ambtenaar in functie Artikel 310 Wetboek van Strafrecht Eenvoudige diefstal Artikel 312 Wetboek van Strafrecht Diefstal d.m.v. geweld Artikel 350 Wetboek van Strafrecht Vernieling Artikel 13 en 27 WWM Dragen verboden wapens Bijlage6Horecaconcentratiegebieden behorende bij artikel 5 Bijlage7Timorpark Bijlage8Winkelcentrum Schooten Plaza Bijlage9Winkelcentrum Marsdiepstraat Bijlage10Winkelcentrum Duinpassage Bijlage11Winkelcentrum Dorperweerth Bijlage12Winkelcentrum De Riepel Bijlage13Loopuytpark Bijlage14Centrumgebied Bijlage15Willemsoord Bijlage16Stationsgebied Den Helder Bijlage17Stationsgebied Den Helder Zuid Bijlage18Buurten gemeente Den Helder Toelichting bij Beleidsregels verblijfsontzeggingen en gebiedsverboden Den Helder Algemeen Deze beleidsregel stelt het beleid vast bij de oplegging van de diverse aan de burgemeester toegekende maatregelen op grond van de artikelen 2:78 van de Apv en artikelen 172a en 172b Gemeentewet. Het opleggen van deze maatregelen impliceert dat personen in hun bewegingsvrijheid worden beperkt. Het betreffen dan ook maatregelen met ingrijpende gevolgen. Deze beleidsregel heeft tot doel duidelijk te maken onder welke omstandigheden welke maatregel wordt opgelegd. Met het opstellen en publiceren van deze beleidsregel wordt ook voldaan aan het voorzienbaarheidsvereiste. Deze beleidsregel ziet niet op de toepassing van het zogeheten lichte bevelsbevoegdheid zoals bedoeld in artikel 172 lid 3 van de Gemeentewet. Verhouding tussen verschillende maatregelen Zowel de Apv als de Gemeentewet bevatten bepalingen die een inperking van de bewegingsvrijheid inhouden. Uit zowel het toepassingsbereik als redactie van de bepalingen is af te leiden dat deze maatregelen oplopen in zwaarte. De verblijfsontzegging en het gebiedsverbod verhouden zich tot elkaar als respectievelijk de lichtere en zwaardere generieke maatregel. Dit wordt hierna toegelicht. Voor de leesbaarheid wordt overigens volstaan met het enkel noemen van het gebiedsverbod terwijl daaronder ook het groepsverbod wordt verstaan. Het onderscheid tussen de verblijfsontzegging en gebiedsverbod blijkt uit het gegeven dat een verblijfsontzegging voor maximaal 12 weken opgelegd kan worden zonder mogelijkheid van verlenging. Een gebiedsverbod kan zich uitstrekken over een langere periode en kan verlengd worden. Aan een gebiedsverbod kan ook een meldplicht gekoppeld worden. Dit beleid maakt het onderscheid nadrukkelijker doordat de maximale termijn van 12 weken voor de verblijfsontzegging nu niet opgelegd kan worden. Een dergelijke lange oplegging is verbonden aan het gebiedsverbod. In een acute situatie waarin bijvoorbeeld relschoppers de openbare orde ernstig verstoren blijven de strafrechtelijke aanhouding, de Apv (bestuurlijk ophouden etc.), de noodrechtbevoegdheden (artikelen 172 en 175-176a Gemeentewet) de meest geëigende bevoegdheden. De zogenaamde ‘lichte bevelsbevoegdheid’ artikel 172, derde lid biedt de burgemeester de bevoegdheid om in acute (overlastgevende) situaties op te treden en de bevelen (o.a. verwijderingsbevel) te geven die hij nodig acht. De wetgever heeft deze bevoegdheid in het leven geroepen voor situaties waarin de geldende regelgeving, waaronder lokale regelgeving, geen voorziening bevat voor een concreet openbare ordeprobleem en waarbij snel ingrijpen is vereist. Artikelsgewijs Artikel 1 Begripsbepalingen In beginsel dienen definities zoals in de beleidsregel gebruikt begrepen te worden zoals opgenomen in de Apv en de Gemeentewet. Artikel 2 Toepassingsbereik De verblijfsontzegging en het gebiedsverbod / groepsverbod zijn erg nauw aan elkaar verwant, anders dan de verblijfsontzegging kan het gebiedsverbod ook ter voorkomen van herhaling van ernstige openbare orde verstoringen, voor een langere duur opgelegd worden en kan hieraan een meldplicht verbonden worden. Artikel 3 Waarschuwen en verblijfsontzegging tot en met twee weken De
’s met de functie ‘’handhaver A, - B en – C’’ zijn bevoegd om als gemandateerde een verblijfsontzegging op te leggen. De
’s met functie ‘’handhaver D’’ wordt deze bevoegdheid niet toegekend omdat deze minder ervaren zijn. Verblijfsontzeggingen langer dan twee weken kunnen alleen door de burgemeester zelf worden opgelegd in verband met de grotere impact op iemands persoonlijke levenssfeer. Artikel 4 Verblijfsontzegging op basis van de Apv Een verblijfsontzegging kan worden opgelegd voor gedragingen zoals opgenomen in bijlage 1 en 2 van deze beleidsregel. Een persoon krijgt het bevel van de burgemeester zich niet te bevinden in een aangewezen gebied gedurende een in het verbod genoemde periode. De gedragingen, het tijdvak en het gebied waarvoor de verblijfsontzegging wordt opgelegd, worden medegedeeld en schriftelijk vastgelegd in een besluit of, in geval van mandaat aan de
’s en/of politie, in een proces-verbaal. Tevens wordt zo mogelijk een kaart uitgereikt van het gebied. Een verblijfsontzegging kan worden opgelegd nadat de betrokken persoon schriftelijk of mondeling is gewaarschuwd voor een gedraging waarvoor dat verbod kan worden opgelegd. Deze waarschuwing geldt voor de gehele gemeente voor de duur van zes maanden. De waarschuwing wordt namens de burgemeester gegeven door daartoe gemandateerde of aangewezen personen. Van een mondelinge waarschuwing wordt een aantekening gemaakt in een proces-verbaal, in een dag-/nachtrapport of andere registratie. Belangrijk is in ieder geval dat ergens geregistreerd staat dat betrokkene (met vermelding van dag, tijdstip, plaats en door wie) is gewaarschuwd. Deze waarschuwing dient, in geval van het opleggen van een verblijfsontzegging, in het dossier te worden vermeld. Het dient uit het dossier duidelijk te zijn, dat de betrokkene, door de waarschuwing had kunnen weten, dat bij het continueren van zijn overlastgevend gedrag, de burgemeester over kan gaan tot het opleggen van een verblijfsontzegging. De burgemeester is bij agressie tegen functionarissen met een publieke taak bevoegd om zonder waarschuwing een verblijfsontzegging voor de duur van 12 weken op te leggen. Als de betrokkene minderjarig is, worden ook de ouder(s)/voogd(en), voor zover bekend, ingelicht. De politie,
of juridisch beleidsmedewerker OOV kan de jongere voor de keuze stellen dit zelf te doen of het door de politie te laten doen. Ook hierbij is het van belang van de inhoud van deze gesprekken een aantekening te maken in het dossier. Indien de gemeente een schriftelijke waarschuwing naar de betrokkene stuurt, kan een afschrift hiervan naar de ouder(s)/voogd(en) alleen worden verstuurd, voor zover hiermee niet in strijd met de gestelde privacyregels wordt gehandeld. Nadat de betrokkene is gewaarschuwd maar toch overlast blijft veroorzaken, kan de burgemeester, op basis van een voldoende duidelijk en onderbouwd dossier, besluiten tot het opleggen van een verblijfsontzegging. Voor het toepassen van een openbare ordemaatregel, zoals een verblijfsontzegging, moet gelet op de Apv aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: Het situatievereiste: er moet sprake zijn van omstandigheden die tot ingrijpen ter handhaving van de openbare orde kunnen noodzaken. Het doelcriterium: de maatregel moet zijn gericht op het beëindigen of voorkomen van (verdere) ordeverstoringen of overlast of het beperken van de gevolgen daarvan. Het toepassen van de bevoegdheid kan alleen ten tijde van een (dreigende) ordeverstoring. De duur van deze concrete maatregel moet direct gekoppeld zijn aan de situatie dat er gevaar dreigt voor de openbare orde. Hierdoor kan de duur van de maatregel niet onevenredig lang zijn. Bij de toepassing van de maatregel mag niet worden afgeweken van wettelijke voorschriften. Subsidiariteit en proportionaliteit: er is geen minder zwaar middel voorhanden en het opleggen van een tijdelijk verbod moet in verhouding staan tot de te bestrijden problematiek of het te bereiken doel. Een verblijfsontzegging geldt in beginsel voor de buurt waarbinnen de gedraging heeft plaatsgevonden en wordt in beginsel begrensd door de grenzen van deze buurt. Indien het, gelet op de druk op de openbare orde in een ander gebied, noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen. Indien noodzakelijk wordt een looproute aangegeven, bijvoorbeeld als er zwaarwegende belangen als bedoeld in artikel 13 spelen. Een (nader te bepalen) buurt is minder omvangrijk dan een gebied. De gebieden staan gespecificeerd in artikel 4 lid 2. Indien een buurt wordt aangewezen kan daarnaast één of meer gebieden als bedoeld in bijlagen 6 tot en met 15 worden aangewezen waarvoor de verblijfsontzegging geldt. Verder kan naast een buurt één of meer buurten worden aangewezen. Ook kan enkel een buurt of enkel een gebied worden aangewezen. Artikel 5 Horecaverblijfsontzegging Door of namens de burgemeester kan een horecaverblijfsontzegging worden opgelegd voor de horecaconcentratiegebieden. De gedragingen, het tijdvak en het gebied waarvoor de horecaverblijfsontzegging wordt opgelegd, worden medegedeeld en schriftelijk vastgelegd in een besluit of, in geval van mandaat aan de
’s en/of politie, in een proces-verbaal. Tevens wordt zo mogelijk een kaart uitgereikt van het verbodsgebied. De horecaverblijfsontzegging betreft bij de eerst geconstateerde overtreding voor de duur van 48 uur op grond van de niet limitatieve overtredingen opgenomen in bijlage
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.