Besluit van de raad van de gemeente Den Helder tot vaststelling van regels voor het gebruik van de haven (Havenverordening Den Helder) De raad van de gemeente Den Helder; gelezen het raadsvoorstel nummer 293579 van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van 06-10-2025; gelet op de artikelen 147, 149, derde lid, en 149a van de Gemeentewet; kennisgenomen hebbende van de voorbereidende commissievergadering Bestuur en Middelen op 22-09-2025; besluit: de navolgende Havenverordening Den Helder vast te stellen; Havenverordening Den Helder Inhoud 1 Paragraaf 1 Algemene bepalingen 2 Paragraaf 2 Havenmeester 3 Paragraaf 3 Ordening en gebruik van de haven 4 Paragraaf 4 Veiligheid en milieu in de haven 5 Paragraaf 5 Oliehavens 6 Paragraaf 6 Overslag van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen in bulk 7 Paragraaf 7 Zoneringsregeling schepen met gevaarlijke stoffen in verpakking of bulk 8 Paragraaf 8 Bunkeren en van of aan boord brengen van hulpstoffen 9 Paragraaf 9 Overige bepalingen en dienstverlening 10 Paragraaf 10 Handhaving en strafbepaling 11 Paragraaf 11 Overgangs- en slotbepalingen Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen In het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt verstaan onder: aanwijzingen: instructie(s) in woord en/of gebaar door of namens het college; ADN: Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren (ADN: Accord Européen relatif au Transport des Marchandises Dangereuses par voies de Navigation intéreures); averijschip: een schip dat zelf ernstig gevaar, schade of hinder oplevert, dan wel dat door haar lading of de kwaliteit van haar bemanning in een zodanige toestand verkeert dat dit naar het oordeel van de havenmeester een verhoogd risico kan opleveren voor het gebied c.q. de ligplaats waarvoor toelating wordt gevraagd, dan wel ernstige verstoring van de openbare orde met zich meebrengt of kan brengen, dan wel het nuttig gebruik van (een gedeelte van) de haven en haar toegangswegen door de aanwezigheid van het betreffende schip niet in voldoende mate mogelijk zal zijn; bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken: een schriftelijke mededeling aan het scheepvaartverkeer waarmee aan dat verkeer wordt gegeven: een inlichting over de toestand van een bepaalde plaats in of een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg, of een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag op een bepaalde plaats in of een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg; binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip; binnentankschip: binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading of gas als bedoeld in het ADN, in ladingtanks; bootman/bootlieden/vletterlieden: degene die in de uitoefening van zijn beroep een zeeschip vast- of losmaakt; brandbare vloeistof: vloeistof waarvan brandbaarheid de enige gevaarlijke eigenschap is; bunkeren: het leveren van vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen of van elke andere energiebron die wordt gebruikt voor de aandrijving van schepen of voor de algemene of specifieke energievoorziening aan boord van schepen; bunkerschip: schip gebruikt voor het bunkeren; bunkervergunning: vergunning voor het leveren of debunkeren van vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen of van elke andere energiebron die wordt gebruikt voor de aandrijving van schepen en voor de algemene of specifieke energievoorziening aan boord van schepen; college: college van burgemeester en wethouders van Den Helder; controlelijst: lijst die wordt gebruikt ter controle van de overslag van gevaarlijke stoffen, bunkeren, debunkeren of het aan boord brengen van hulpstoffen; combinatietankschip: zeeschip, ingericht om afwisselend onverpakte vloeibare lading of droge lading te kunnen vervoeren; damp: de atmosfeer die boven een vloeibare stof aanwezig is als gevolg van een bepaalde druk van die vloeibare stof; dampretourleiding: dampdrukvereffeningssysteem tussen de bij de directe overslag betrokken ladingtanks waardoor de overslag emissieloos plaatsvindt; debunkeren: het terugleveren van vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen of van elke andere energiebron die wordt gebruikt voor de aandrijving van schepen en voor de algemene en specifieke energievoorziening aan boord van schepen; dienstverlenend schip: elk schip dat betrokken is bij een vorm van dienstverlening; dienstverlening: het aanbod van diensten van, aan en door gebruikers van de haven; exploitant: eigenaar, reder, agent, beheerder, (romp)bevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; gasdeskundige: deskundige die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid 'Gasdeskundige' als bedoeld in artikel 3.5h, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit; gesloten schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt met het reinigen, gasvrij of dampvrij maken van ladingtanks of sloptanks van een tankschip zodanig dat tijdens de handeling geen emissie naar de atmosfeer plaatsvindt, waaronder ook het gebruik maken van een ontgasvoorziening; gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling (kunnen) opleveren, zoals vermeld in: de IMDG Code (International Maritime Dangerous Goods Code); de IBC Code (International Bulk Chemical Code); de IGC Code (International Code of the Construction and Equipment of Ships Carrying Liquefied Gases in Bulk); de IMSBC Code (International Maritime Solid Bulk Cargoes Code), of het ADN (Accord européen relatif au transport des marchandises Dangereuses par voies de Navigation intérieures / Europees Verdrag inzake het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren); handel: het in de haven te koop aanbieden, verkopen of anderszins vervreemden van enig goed, al dan niet met gebruikmaking van een daartoe bestemd en tijdens genoemde handelingen aanwezig voer- of vaartuig; haven: het gebied in eigendom, erfpacht of beheer bij NV Port of Den Helder, zoals dat op de kaart als opgenomen in bijlage 1 is aangegeven. Tot het gebied in de zin van deze verordening worden in ieder geval gerekend: Industriehaven Westoever; Het Nieuwe Diep en de daaraan gelegen openbare kaden; Koopvaardersbinnenhaven; loskade aan het Noord-Hollands Kanaal; scheepshellingen, los- en laadplaatsen en alle kunstwerken in beheer bij NV Port of Den Helder; havenmeester: havenmeester als bedoeld in artikel 2.1; hulpbedrijf: machines, apparaten of installaties op een schip die de voortstuwing ondersteunen of de energievoorziening verzorgen; hulpstoffen: stoffen, die aan boord van een schip nodig zijn voor de werking van de aandrijving of het hulpbedrijf; IBC Code: International Bulk Chemical Code van IMO; IGC Code: International Code of the Construction and Equipment of Ships Carrying Liquefied Gases in Bulk van IMO; IMDG Code: International Maritime Dangerous Goods Code van IMO; IMSBC Code: International Maritime Solid Bulk Cargoes Code van IMO; IMO: International Maritime Organisation van de Verenigde Naties; inerte atmosfeer: een atmosfeer in een ladingtank of sloptank waarin het zuurstofgehalte is verminderd tot ten hoogste 8 volume procent door het toevoegen van een inert gas onder positieve druk; infrastructuur: het geheel van plaatsgebonden, (duurzame) investeringsgoederen voor het verkeer of vervoer van: personen en vracht, zoals waterwegen, bruggen, tunnels, kades, sluizen en (zee)havens; bovengrondse masten en kabels voor elektriciteit en telecommunicatie, of ondergrondse of onderzeese pijpleidingen, kabels en leidingen; ISGINTT: International Safety Guide for lnland Navigation Tank-barges and Terminals; ISGOTT: International Safety Guide for Oil Tankers and Terminals; kade: een verticaal oprijzende oever waaraan schepen kunnen aanleggen; kadeterrein: een terrein dat geschikt of bestemd is voor het laden en lossen van schepen en op- en overslag; kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip voert; ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord van een schip die na het laden, lossen of schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na morsingen; ligplaats: het gedeelte van de haven dat door de havenmeester aan een schip wordt toegewezen om te bezetten, uitgedrukt in lengte, breedte en plaats door benaming van de locatie met het kade/steigernummer; LNG: Liquefied Natural Gas; LNG-aangedreven schip: schip dat gebruik maakt of mede gebruik maakt van LNG brandstof voor voortstuwing; LNG-brandstof: LNG dat wordt gebruikt als brandstof voor de voortstuwing of het hulpbedrijf van een schip; MARPOL: International Convention for the Prevention of Pollution from Ships, 1973, as amended; ontgasvoorziening: vaste of mobiele voorziening, anders dan een dampretourleiding, om dampen van lading te ontvangen tijdens het gasvrij of dampvrij maken van lege of geloste tanks en daarop aangesloten laad- en losleidingen; ontsmetten: behandelen met gassen of stoffen die gassen afstaan; ontvangst van scheepsafval en ladingresiduen: de ontvangst van scheepsafval en ladingsresiduen door een vaste, drijvende of mobiele voorziening die is ingericht voor de ontvangst van scheepsafval of ladingresiduen als omschreven in EU-Richtlijn 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad; ontvangstvoorziening: voorziening voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen; openbare haven- en kadeterreinen: alle binnen in de haven gelegen en als zodanig door het college aangewezen, voor het publiek (beperkt) toegankelijke terreinen; open schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt met het reinigen, gasvrij of dampvrij maken van ladingtanks of sloptanks van een tankschip zodanig dat een emissie naar de atmosfeer kan plaatsvinden; operationele ruimte: in lengte, breedte, diepte of hoogte begrensd gebied, waarbinnen schepen ligplaats kunnen nemen om hun activiteiten uit te oefenen; ordening: efficiënt gebruik van de haven; overslag: laden of lossen van lading in of uit een schip; palenligplaats: ligplaats waartegen een schip kan afmeren zonder enig contact met overige havenafmeervoorzieningen; parkeren: het gedurende meer dan zeven dagen ononderbroken zonder laad- of loshandelingen uit te voeren en onbeheerd gemeerd laten liggen van een schip, waarbij onderbrekingen van minder dan 24 uur niet als onderbreking worden gerekend; passagiersschip: elk schip dat is ingericht voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers en dat in het bezit is van toereikende en geldige certificaten; personenvervoer: tegen vergoeding vervoeren van personen; pleziervaartuig: schip dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding; rechthebbende: hij, die enig zeggenschap heeft over, gezag uitoefent over, leidinggeeft aan of in eigendom bezit of beheer heeft of krachtens enig zakelijk of persoonlijk recht de feitelijke macht uitoefent over: een schip, of drijvend voorwerp; Als rechthebbende in de zin van deze bepaling worden in ieder geval aangemerkt: kapitein; schipper; exploitant; schadelijke stoffen: stoffen die als zodanig bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen of worden genoemd; scheepsafval: afval, met inbegrip van sanitair afval, en residuen, niet zijnde ladingresiduen, die ontstaan tijdens de bedrijfsvoering van een zeeschip en vallen onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI van MARPOL 73/78, en lading gebonden afval zoals omschreven in de Guidelines voor de uitvoering van bijlage V van MARPOL 73/78, en ballastwater van het Ballastwaterverdrag; scheepswerf: scheepswerf of herstellingsinrichting voor reparatie of onderhoud van schepen; schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een duwbak, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting; schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert; sloptank: tank aan boord van een schip, bestemd voor het houden van al dan niet met water vermengde ladingrestanten van schadelijke, brandbare of andere gevaarlijke vloeistoffen, ook genoemd slops; StSTGP: Ship to Ship Transfer Guide for Petroleum, Chemicals and Liquefied Gases; tankschip: binnentankschip of zeetankschip; toestemming: vergunning, ontheffing of vrijstelling; ventileren: het laten drogen van openstaande ladingtanks of sloptanks van een tankschip naar de atmosfeer nadat deze met water zijn gewassen of op een andere wijze zijn schoongemaakt; vlampunt: de laagste temperatuur van een vloeistof, waarbij de damp daarvan met lucht een ontvlambaar mengsel vormt; vonkvorming: vuur, open vuur en elk oppervlak binnen een afstand van 25 meter van een gevaarlijke stof, dat een temperatuur heeft die gelijk is aan of hoger dan de minimum-ontstekingstemperatuur van die stof; vluchtige organische stoffen: organische verbinding van antropogene aard met uitzondering van methaan, die bij 293,15 K een dampspanning heeft van 1 kPa of meer of onder de specifieke gebruiksomstandigheden een vergelijkbare vluchtigheid heeft; werk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of enig ander materiaal welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; werkschip: elk schip dat onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de infrastructuur, uitgezonderd een schip dat baggerwerkzaamheden uitvoert; zeeschip: schip dat volgens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor de vaart op zee; zeetankschip: zeeschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading of gas als bedoeld in de IGC code in zijn ladingtanks. Artikel1.2Toepassingsgebied en bevoegd gezag 1.Deze verordening is van toepassing op de haven, zoals aangegeven op de kaart opgenomen in bijlage 1, met uitzondering van de kunstwerken Adm. Moormanbrug en Burgemeester Visserbrug. 2.Op wateren en havens buiten het toepassingsgebied van deze verordening zijn de daarvoor geldende wetten of wettelijke voorschriften van toepassing. 3.Het college is belast met de uitvoering van deze verordening. Artikel1.3Op wie is deze verordening van toepassing? 1.De kapitein of de schipper is verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, tenzij in deze verordening anders is bepaald. 2.Als een kapitein of een schipper niet op het schip aanwezig is, is de exploitant verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. 3.Tenzij in deze verordening anders is bepaald en het eerste en tweede lid niet van toepassing zijn, dient eenieder die zich in de haven bevindt het bepaalde bij of krachtens deze verordening na te leven. Artikel1.4Beslistermijn toestemming 1.Het college beslist op een aanvraag voor een toestemming binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2.Het college kan deze beslistermijn met ten hoogste acht weken verlengen. 3.Op aanvragen als bedoeld in dit artikel is het gestelde in paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Artikel1.5Voorschriften en beperkingen 1.Het college kan aan een toestemming, aanwijzingen of maatregel voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen zijn bedoeld ter bescherming van het belang of de belangen van de betreffende toestemming, aanwijzingen of maatregel. 2.Degene aan wie een toestemming, aanwijzingen of maatregel is gegeven dan wel een maatregel is opgelegd, houdt zich aan de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen. Artikel1.6Weigeren, wijzigen of intrekken van toestemming 1.Het college kan een toestemming weigeren, wijzigen of intrekken als: bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; als dit noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid, de ordening of het milieu in de haven of de omgeving van de haven, alsmede de kwaliteit van de dienstverlening; de voorschriften en beperkingen die verbonden zijn aan de toestemming niet zijn of worden nagekomen; van de toestemming geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; de houder van de toestemming dit verzoekt. de houder de aanwijzingen, gegeven door daartoe bevoegde ambtenaren niet naleeft; zich na de verlening of verlenging van de geldigheidsduur een zodanig feit of omstandigheid voordoet dat, indien het feit of de omstandigheid ten tijde van de verlening of verlenging bekend was geweest, de toestemming of de verlenging niet of niet in die vorm zou zijn verleend. 2.Indien een toestemming wordt vervangen of verlengd, kunnen de beperkingen en voorschriften worden gewijzigd. Artikel1.7Geldigheidsduur 1.De toestemming geldt voor maximaal vijf jaar. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een toestemming voor een andere duur worden verleend. Artikel1.8Verplichting aan boord houden van toestemmingen 1.De toestemming of een (digitale) kopie daarvan, die op een schip betrekking heeft, bevindt zich aan boord van het schip. 2.Dit artikel is niet van toepassing op een duwbak. Artikel1.9Ontheffing en vrijstelling van geboden en verboden 1.Het college kan op verzoek ontheffing of vrijstelling verlenen van de verboden en geboden zoals die bij of krachtens deze verordening zijn opgenomen. 2.Het college gebruikt deze bevoegdheid slechts als: daardoor de veiligheid, de ordening en het milieu in de haven of de omgeving van de haven, alsmede de kwaliteit van de dienstverlening niet worden geschaad; de verzoeker aannemelijk maakt dat alle doelen als bedoeld onder a. ten minste even goed worden gediend. Artikel1.10Melding aan de havenmeester Het doorgeven van een op grond van het bepaalde bij of krachtens deze verordening verplicht gestelde melding, vindt plaats op een door de havenmeester aangegeven wijze of tijdstip. De havenmeester kan indien nodig nadere informatie opvragen. Artikel1.11Nadere regels Het college kan nadere regels stellen in het kader van de orde, de veiligheid, de bescherming van het milieu, de kwaliteit van de dienstverlening of ten aanzien van het gebruik van de haven ter voorkoming van gevaar, schade of hinder. Artikel1.12Aanwijzingen 1.Aan een rechthebbende kunnen aanwijzingen worden gegeven in het belang van de ordening, de openbare orde, de veiligheid en het milieu alsmede ter voorkoming van gevaar, schade en hinder. 2.Degene tot wie de aanwijzingen, als bedoeld in het eerste lid, zijn gericht, is gehouden de aanwijzingen onmiddellijk op te volgen. Paragraaf2Havenmeester Artikel2.1Aanwijzing havenmeester van Den Helder Het college wijst de havenmeester van Den Helder aan, die krachtens mandaat namens het college handelt. Paragraaf3Ordening en gebruik van de haven Artikel3.1Verkeerstekens en bekendmakingen met dezelfde strekking als een verkeersteken 1.Het college kan verkeerstekens plaatsen die zijn vermeld in het Binnenvaartpolitiereglement en kan die verkeerstekens voorzien van nadere aanduidingen. 2.Een verkeersteken en de daarbij behorende nadere aanduidingen moeten worden nageleefd. 3.Wat in het eerste en tweede lid staat, is van overeenkomstige toepassing op een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken. Artikel3.1aToegang tot/ gebruik van openbare haven- en kadeterreinen 1.Alleen de aan het bestemmingsverkeer deelnemende personen mogen de openbare haven- en kadeterreinen betreden, tenzij er sprake is van aanwijzingen of het college voor betreding ontheffing heeft verleend. 2.Voertuigen mogen op de openbare haven- en kadeterreinen alleen op de door het college aangewezen plaatsen worden geparkeerd, tenzij er sprake is van aanwijzingen of het college ontheffing heeft verleend. 3.Het is toegestaan werkzaamheden te verrichten op de openbare haven- en kadeterreinen nadat er aanwijzingen zijn gegeven of het college hiervoor ontheffing heeft verleend. 4.Het is toegestaan de openbare haven- en kadeterreinen te gebruiken voor tijdelijke opslag nadat er aanwijzing zijn gegeven of het college hiervoor ontheffing heeft verleend. 5.Het is, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, verboden wegen of weggedeelten te gebruiken anders dan overeenkomstig de daaraan gegeven bestemming, tenzij het college hiervoor ontheffing heeft verleend. Artikel3.1bOverige verplichtingen Het gebruik van de haven- en kadeterreinen dient, naast de voorschriften uit deze verordening ook te geschieden conform afgegeven aanwijzingsbesluiten en de vergunningvoorschriften die voor die terreinen zijn bepaald. Artikel3.2Aanwijzen gebieden en periodes ligplaatsnemen Het college kan gebieden aanwijzen waar bepaalde categorieën van schepen zich niet mogen bevinden, daaronder begrepen het nemen van ligplaats. Het college kan in de aanwijzing periodes aangeven waarbinnen de aanwijzing van toepassing is. Artikel3.3Innemen van een ligplaats 1.Een schip mag alleen ligplaats nemen indien dit gebeurt: na aanwijzingen van de havenmeester en in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen; in overeenstemming met een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken, of op ligplaatsen, gelegen aan een afmeervoorziening met instemming van een huurder, erfpachter of eigenaar, tenzij het college het nemen van een ligplaats niet toestaat uit het oogpunt van ordening, veiligheid of milieu. 2.Het is verboden een schip op een ligplaats te parkeren c.q. geparkeerd te houden. Artikel3.4Deugdelijk afmeren 1.Een schip wordt deugdelijk en veilig afgemeerd, waarbij het is verboden een schip dat niet is bemand of dat onvoldoende is bemand om het te kunnen verhalen op een ligplaats te laten liggen. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor schepen zonder bemanningsverblijf, alsmede in het geval dat door het college een ontheffing is verleend. Artikel3.5Omhoog brengen van schepen Een schip mag alleen met hulpmiddelen omhoog worden gebracht na verlening van een ontheffing. Artikel3.6Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven 1.Een schip mag geen voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven gebruiken, als: het aan de grond zit; het gemeerd, ten anker of op spudpalen ligt; het op korte afstand van de kade of de oever gaande wordt gehouden, of de voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven worden gebruikt om het schip tegen de kade of de oever aan te drukken, anders dan onmiddellijk voor het ontmeren of afmeren. 2.Wat in het eerste lid, onder b, staat, geldt niet als het schip aan een ander schip gemeerd ligt en moet bij- of afdraaien ter voorkoming van schade. 3.Als de voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven van een schip in werking zijn, is een persoon die met het schip mag varen in de stuurhut aanwezig. 4.Wat in het derde lid staat, geldt niet als het schip: afmeert of ontmeert; een lengte van maximaal 35 meter heeft; op grond van het vereiste geldige certificaat, als bedoeld in de Binnenvaartwet, met één bemanningslid mag varen, en één bemanningslid zijnde de schipper, heeft, die als enige aan boord is. Artikel3.7Gebruik van ankers en spudpalen 1.Een anker of een spudpaal mag alleen worden gebruikt: na verleende ontheffing of in door het college aangewezen gebieden, of in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen of met een besluit met dezelfde strekking als een verkeersteken. 2.Wat in het eerste lid staat, geldt niet voor een anker als dit wordt gebruikt door een zeeschip op advies van een loods: bij het afmeren, of ter voorkoming van een aanvaring. Artikel3.8Rechthebbenden Alleen rechthebbenden mogen een schip vasthouden, zich daarop bevinden of een schip losmaken. Artikel3.9Melding bedrijfsstoring, gebrek, schade of aanvaring Een ieder die zich in de haven bevindt meldt de volgende situaties aan de havenmeester: bedrijfsstoringen, gebreken of schades aan een schip of aan boord van een schip die gevaar, schade of hinder hebben veroorzaakt of kunnen veroorzaken voor het schip of de omgeving; schades aan infrastructuur en vaarwegmeubilair in de haven, eigendom van de gemeente Den Helder, NV Port of Den Helder of derden; indien in strijd met artikel 4.1 is gehandeld. Artikel3.10Meldplicht schepen 1.Een zeeschip dat op weg is van of naar een in de haven gelegen ligplaats, meldt aan de havenmeester de volgende gegevens omtrent: de aankomst; het vertrek; het verhalen; de positie van het schip; de gegevens met betrekking tot de te gebruiken nautische dienstverleners en de scheepsagent; de gegevens met betrekking tot het schip; de daarmee vervoerde lading, en de uit te voeren reis. 2.Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart en het Binnenvaartpolitiereglement. Artikel3.11Operationele ruimte ligplaatsen 1.Het college kan voor een ligplaats de operationele ruimte aanwijzen. 2.Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het gebruik van de operationele ruimte. 3.De huurder, erfpachter of eigenaar van de afmeervoorziening van de ligplaats mag schepen alleen ligplaats laten nemen binnen de operationele ruimte. 4.Bunker- of dienstverlenende schepen mogen voor het uitvoeren van hun werkzaamheden geheel of gedeeltelijk buiten de operationele ruimte ligplaats innemen na een melding aan de havenmeester. Artikel3.12Maatregelen onttrekking economisch verkeer 1.Het college kan maatregelen opleggen ter bescherming van veiligheids-, ordenings- of milieubelangen aan een schip, als: dat schip niet beschikt over de vereiste certificaten; beslag is gelegd op dat schip, de lading of de bunkers; dat schip is opgelegd; dat schip is onttrokken aan het nautische of economisch verkeer; de staat van onderhoud van het schip hiertoe aanleiding geeft. 2.Degene aan wie de maatregelen zijn opgelegd, is verplicht daaraan gevolg te geven. Artikel3.12aVerhalen van schepen anders dan op eigen aanvraag 1.Het college kan de rechthebbende van een schip schriftelijk en/of mondeling, opdragen, het schip te verhalen of te doen verhalen naar een andere ligplaats, indien dit in het belang van de ordening, openbare orde, veiligheid of milieu noodzakelijk is. 2.Indien geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht, bedoeld in het eerste lid, kan het college het schip voor rekening en risico van de rechthebbende verhalen of doen verhalen. 3.In spoedeisende gevallen of indien de rechthebbende onbekend of onbereikbaar is, kan het college het schip voor rekening en risico van de rechthebbende direct verhalen of doen verhalen. Artikel3.13Vast- en losmaken van zeeschepen 1.Het is eenieder verboden de diensten van bootman te verrichten ten behoeve van een zeeschip: met een lengte van meer dan 75 meter; met een lengte van 75 meter of minder dat is gebouwd of wordt gebezigd voor het vervoer van vloeibare gevaarlijke stoffen in bulk, tenzij het schip leeg en schoon is gemaakt van die stoffen. 2.Het eerste lid geldt niet als: onmiddellijk als bootman wordt gehandeld door de bemanningsleden die, bij aankomst of vertrek van het schip op de betreffende ligplaats, aan boord zijn en de kapitein dit meldt aan de havenmeester; wordt gehandeld door een bootman die is aangesloten bij een door het college aangewezen bootliedenorganisatie; het zeeschip wordt verhaald langs een kade, zonder daarvan volledig los te komen; de werkzaamheden worden verricht in het kader van de opleiding Bootman, onder verantwoordelijkheid van een bootman als bedoeld in onderdeel b; het marine- of visserijschepen betreft en de kapitein aan de havenmeester meldt dat van de dienst van een bootman geen gebruik wordt gemaakt. Paragraaf4Veiligheid en milieu in de haven Artikel4.1Verontreiniging en overlast door schepen Het is verboden: stoffen uit een schip te laten ontsnappen of voorwerpen in het water terecht te laten komen, waardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan, of in de haven aan boord van een schip een afvalverbrandingsoven te gebruiken. Artikel4.2Verplichting gebruik walstroomvoorziening 1.Het is verplicht om gebruik te maken van walstroom zodra er een ligplaats is ingenomen waar voldoende walstroomcapaciteit beschikbaar is. 2.Het is toegestaan om direct voor het vertrek en direct na aankomst van een schip een generator of een hoofd- of hulpmotor in werking te hebben. Artikel4.3Gevaar, schade of hinder opleverende schepen Het college kan als naar zijn oordeel een schip mogelijk gevaar, schade of hinder, of verstoring van de ordening in of in de omgeving van de haven veroorzaakt of kan veroorzaken dan wel de veiligheid in gevaar brengt of kan brengen: een verbod opleggen om met dat schip de haven binnen te komen, in de haven te verblijven of zich met dat schip op een ligplaats te bevinden, of mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven aan de kapitein, de schipper of de exploitant van het schip dat in de haven verblijft of zich op een ligplaats bevindt. Artikel4.4Veilige toegang 1.Een afgemeerd schip beschikt over een toegang, die geen gevaar, schade of hinder kan veroorzaken. 2.Een binnenschip hoeft niet over een toegang te beschikken indien: de feitelijke situatie dit onmogelijk maakt, of het afmeren van korte duur is. Artikel4.5Verrichten van werkzaamheden 1.Eenieder mag aan een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip werkzaamheden verrichten of doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid, aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, als: het schip ligplaats heeft op of bij een scheepswerf, of werkzaamheden: plaatsvinden binnen een periode van 7 x 24 uur na aanvang van de eerste werkzaamheden; geen gevaar, schade of hinder veroorzaken of kunnen veroorzaken; ten minste 25 meter verwijderd zijn van gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal; worden verricht en tijdens de werkzaamheden doelmatige brandblusmiddelen en personen die met het gebruik van die middelen bekend zijn, direct beschikbaar zijn; geen vonkvorming naar de buitenlucht veroorzaken of kunnen veroorzaken, en geen betrekking hebben op het maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid. 2.Werkzaamheden op een tankschip of aan of in een brandstoftank van een schip die gevaar, schade of hinder veroorzaken of kunnen veroorzaken, mogen alleen plaatsvinden als door een gasdeskundige: een veiligheids- en gezondheidsverklaring is afgegeven, of is vastgesteld dat geen veiligheids- en gezondheidsverklaring nodig is. 3.Het college kan brandstoffen, energiebronnen of hulpstoffen aanwijzen voor installaties waaraan aan boord van een schip geen werkzaamheden mogen worden verricht door eenieder, tenzij de werkzaamheden plaatsvinden op een locatie waar deze activiteiten zijn toegestaan. 4.Sloopwerkzaamheden aan een schip mogen alleen worden verricht, als het schip ligplaats heeft op of bij een inrichting die deze sloopwerkzaamheden mag uitvoeren. 5.Ten behoeve van de werkzaamheden aan een schip bedoeld in het eerste lid, onder b, worden voorafgaand aan de start van de werkzaamheden aanwijzingen gegeven door of namens de havenmeester. 6.Degene die op schepen dan wel op de kade werkzaamheden en activiteiten verricht die schadelijk kunnen zijn voor het milieu, treft zodanige maatregelen en voorzieningen, voor zover deze maatregelen en voorzieningen niet elders in deze verordening zijn voorgeschreven, dat schade aan het milieu wordt voorkomen. Artikel4.6Ontsmetten Het college kan ligplaatsen aanwijzen waar het is toegestaan met een schip ligplaats te nemen om het schip of de lading te ontsmetten. Artikel4.7Lading die in het buitenland is ontsmet Een schip geladen met bulklading in vaste vorm, waarbij de lading in het buitenland is ontsmet, mag alleen ligplaats nemen of zich op een ligplaats bevinden, als: tijdens en na het afmeren geen operationele handelingen worden uitgevoerd; de ruimen en ventilatieopeningen van de ruimen gesloten zijn. Artikel4.8Vergunning ontvangst afval zeeschepen De ontvangst van scheepsafval en ladingresiduen van zeeschepen mag alleen als de ontvangstvoorziening beschikt over een vergunning van het college. Artikel4.9Minimumeisen vergunning ontvangst afval zeeschepen 1.Het college kan minimumeisen stellen aan de vergunninghouder en de vergunning voor de ontvangst van scheepsafval en ladingresiduen. 2.Deze minimumeisen kunnen betrekking hebben op: de beroepskwalificaties van de vergunninghouder, diens personeel of de natuurlijke personen die de activiteiten van de vergunninghouder daadwerkelijk en permanent beheren; de financiële draagkracht van de vergunninghouder; de uitrusting die nodig is om scheepsafval en ladingresiduen in normale en veilige omstandigheden in ontvangst te nemen en het vermogen om deze uitrusting op het vereiste niveau te houden; de beschikbaarheid om scheepsafval en ladingresiduen in ontvangst te nemen voor alle gebruikers, aan alle aanlegplaatsen en zonder onderbrekingen, dag en nacht, het hele jaar door; naleving van eisen ten aanzien van maritieme veiligheid of de veiligheid en beveiliging van de haven of de toegang tot de haven, de installaties, uitrusting en werknemers en andere personen; naleving van lokale, nationale, Europese en internationale milieueisen, of de betrouwbaarheid van de vergunninghouder, als bepaald overeenkomstig eventueel toepasselijk nationaal recht inzake betrouwbaarheid, rekening houdend met dwingende redenen om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aanbieder van havendiensten. Artikel4.10Vergunning mobiele ontgasvoorziening 1.Een mobiele ontgasvoorziening mag alleen dampen van ladingrestanten van een tankschip ontvangen als zij beschikt over een vergunning van het college. 2.Direct voorafgaand aan en direct na afloop van het gesloten schoonmaken van ladingtanks via een mobiele ontgasvoorziening wordt een melding gedaan aan de havenmeester, tenzij het schoonmaken plaatsvindt op een locatie waar deze activiteit is toegestaan. Artikel4.11Schoonmaken en ventileren van ladingtanks of sloptanks van tankschepen 1.Een tankschip mag haar ladingtanks of sloptanks leeg van de volgende stoffen alleen gesloten schoonmaken: een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code vervoerd moet worden in een tank met een aansluitmogelijkheid voor een dampretourleiding; een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge het ADN gesloten vervoerd moet worden; een vloeistof als bedoeld in bijlage 2, of een vluchtige organische stof. 2.Ladingtanks of sloptanks van een tankschip, leeg van andere stoffen als bedoeld in het eerste lid mogen open worden schoongemaakt op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. 3.Ladingtanks van een tankschip dat vloeibare gassen als bedoeld in het ADN of de IGC code vervoert mogen alleen worden schoongemaakt als het schip op de ligplaats ligt: op een locatie waar deze schoonmaakactiviteiten zijn toegestaan, en op deze locatie de restanten van de vloeibare gassen in ontvangst worden genomen. 4.Het ventileren van ladingtanks of sloptanks van een tankschip, is alleen toegestaan op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. 5.Wat in het tweede en vierde lid staat, geldt niet voor de stoffen die zijn genoemd in bijlage 2 6.Het college kan nadere regels stellen omtrent het beperken of verbieden van schoonmaken of ventileren buiten bedrijven indien de atmosferische of plaatselijke omstandigheden zodanig zijn dat door het vrijkomen van de betrokken stoffen gevaar, schade, stankhinder of andere hinder ontstaat of kan ontstaan. 7.Voorafgaand aan het schoonmaken of ventileren wordt een melding gedaan aan de havenmeester. Artikel4.12Langszij liggen tijdens het open schoonmaken en ventileren van ladingtanks of sloptanks van tankschepen Langs een zeetankschip waarvan ladingtanks/sloptanks vloeibare gevaarlijke stoffen bevatten of als laatste hebben bevat en open worden schoongemaakt of geventileerd, mogen aan elke zijde: één zeetankschip, of maximaal twee binnentankschepen, overeenkomstig het ADN gecertificeerd, liggen. Artikel4.13Overslag tussen schepen en mobiele voorzieningen op de wal 1.Het is verboden gevaarlijke of schadelijke vloeistoffen tussen een schip en een mobiele voorziening op de wal: over te slaan; als brandstoffen, energiebronnen of hulpstoffen te bunkeren of te debunkeren in een gebied of op een ligplaats die niet is aangewezen op grond van artikel 8.1, derde lid, of artikel 8.4, tweede lid, of als scheepsafvalstoffen in te zamelen; tenzij deze activiteit onderdeel uitmaakt van een locatie waar deze werkzaamheden zijn toegestaan. 2.In afwijking van wat in het eerste lid, onder c, staat, kan het college gebieden of ligplaatsen aanwijzen waar het inzamelen door een mobiele voorziening is toegestaan. Paragraaf5Oliehavens Artikel5.1Aanwijzing oliehavengebieden Het college kan oliehavengebieden aanwijzen. Paragraaf6Overslag van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen in bulk Artikel6.1Aanwijzing ligplaats tankschepen 1.Het college kan een ligplaats aanwijzen waar tankschepen geladen met of leeg van vloeibare, gevaarlijke of schadelijke stoffen mogen afmeren. 2.Het college kan aan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, voorwaarden verbinden met betrekking tot de aard en hoeveelheid van de lading en de uit te voeren activiteiten door de schepen. Artikel6.2Controlelijst bij de overslag van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen in bulk 1.De directe overslag van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen tussen tankschepen onderling of de overslag tussen een tankschip en een activiteit op de wal mag alleen plaatsvinden als voor de betreffende activiteit de controlelijst als bedoeld in de ISGOTT, StSTGP of ISGINTT door de betrokken partijen is ingevuld en ondertekend. 2.De overslag vindt plaats overeenkomstig de controlelijst. Artikel6.3Overige regels voor overslag van vloeibare gevaarlijke stoffen in bulk 1.Tijdens de overslag tussen tankschepen onderling van de volgende vloeibare gevaarlijke stoffen: een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code of het ADN vervoerd moet worden in een tank met een aansluiting voor een dampretourleiding of gesloten vervoerd moet worden; van een vloeistof als bedoeld in bijlage 2, of van een vluchtige organische stof; wordt gebruik gemaakt van een: tussen betrokken ladingtanks aangesloten dampretourleiding, of van een ontgasvoorziening op zodanige wijze dat er geen dan wel zo min mogelijk emissie naar de atmosfeer plaatsvindt buiten de kaders zoals aangegeven in de vergunning van de ontgasvoorziening. 2.Voor de overslag worden niet meer ladingleidingen gebruikt dan noodzakelijk. De vaste aansluitpunten voor ladingleidingen liggen op zo kort mogelijke afstand van elkaar. 3.Bij de overslag van vloeibare gevaarlijke stoffen wordt de vaste scheepsleiding gebruikt. 4.Bij het lossen van vloeibare gevaarlijke stoffen, met uitzondering van schadelijke stoffen, wordt de vaste scheepspomp gebruikt. 5.Een schip dat vloeibare gevaarlijke stoffen, met uitzondering van schadelijke stoffen, overslaat, mag aan beide zijden één schip afgemeerd hebben. Er mogen meer schepen aan één zijde afgemeerd liggen als het gaat om: één enkel dienstverlenend schip, mits deze afgemeerd wordt buiten de ladingzones van het tankschip, of één enkel bunkerschip. Artikel6.4Overslag van gas Het is verboden een gas als bedoeld in de IGC Code of het ADN tussen twee tankschepen onderling over te slaan. Artikel6.5Langszij afmeren bij overslag van gas Het is verboden af te meren langszij een schip dat betrokken is bij de overslag van een gas zoals bedoeld in de IGC Code of het ADN. Paragraaf7Zoneringsregeling schepen met gevaarlijke stoffen in verpakking of bulk Artikel7.1Verbod ligplaatsinname schip met gevaarlijke stoffen 1.Een schip dat geladen is met een in bijlage 3 genoemde gevaarlijke stof in verpakking mag alleen ligplaats nemen binnen een in bijlage 3 genoemde afstand van een (zeer) kwetsbaar gebouw of locatie, als wordt gehandeld in overeenstemming met de in bijlage 3 opgenomen bepalingen. 2.Het ligplaats nemen wordt uiterlijk 3 uur van tevoren gemeld aan de havenmeester. Paragraaf8Bunkeren en van of aan boord brengen van hulpstoffen Artikel8.1Bunkeren 1.Door het college aangewezen brandstoffen of energiebronnen mogen alleen na melding aan de havenmeester worden gebunkerd of gedebunkerd. 2.De havenmeester kan aan de melding tot het bunkeren of debunkeren aanvullende voorschriften verbinden. 3.Een schip mag alleen gebunkerd of gedebunkerd worden met brandstoffen of energiebronnen op de daartoe door het college aangewezen ligplaatsen. 4.Het college kan brandstoffen aanwijzen die niet gedebunkerd mogen worden. 5.Het college kan brandstoffen of energiebronnen aanwijzen die één of meerdere eigenschappen van een gevaarlijke stof bevatten waarbij gelijktijdige activiteiten met het bunkeren of debunkeren van deze brandstoffen of energiebronnen zijn toegestaan. Artikel8.2Minimumeisen aan een bunkeractiviteit Minimumeisen aan een bunkeractiviteit worden door het college opgenomen in een aanwijzingsbesluit. Artikel8.3Regels schepen langszij bij bunkeren Het college kan beperkingen stellen aan de locatie waar en het aantal en het type schepen dat mag afmeren langszij een schip dat gebunkerd of gedebunkerd wordt met door het college aangewezen brandstoffen of soorten energiebronnen. Artikel8.4Hulpstoffen 1.Door het college aangewezen hulpstoffen mogen alleen na melding aan de havenmeester van of aan boord van een schip worden gebracht. 2.Het college kan gebieden of ligplaatsen aanwijzen waar: hulpstoffen niet van of aan boord van een schip worden gebracht; hulpstoffen wel van of aan boord van een schip worden gebracht, of alleen bepaalde hulpstoffen van en aan boord van schepen mogen worden gebracht. Artikel8.5Minimumeisen aan het aan en van boord brengen van hulpstoffen Minimumeisen aan het aan en van boord brengen van hulpstoffen worden door het college opgenomen in een aanwijzingsbesluit. Artikel8.6Controlelijst (de)bunkeren en aan boord brengen hulpstoffen 1.Het college kan voor het bunkeren of het debunkeren van bepaalde door het college aan te wijzen brandstoffen en energiebronnen of het van of aan boord brengen van bepaalde door het college aan te wijzen hulpstoffen een controlelijst vaststellen. 2.Het college kan tevens categorieën van schepen aanwijzen waar de controlelijst voor geldt. 3.Een controlelijst wordt door de bij het bunkeren of het debunkeren betrokken partijen ingevuld, nageleefd en tot ten minste 24 uur na het beëindigen van het bunkeren of het debunkeren aan boord van de betrokken schepen gehouden. Artikel8.7Seinvoering 1.Tijdens het bunkeren van LNG voert een LNG-aangedreven zeeschip als bijkomend teken tussen zonsopgang en zonsondergang de internationale seinvlag "B" en tussen zonsondergang en zonsopgang een rood helder rondom schijnend licht. 2.Het college kan voor het bunkeren van andere brandstoffen of energiebronnen als bedoeld in het eerste lid aanwijzingen voor de seinvoering geven. Artikel8.8Meldingen Het college kan brandstoffen, energiebronnen of hulpstoffen aanwijzen waarvoor meldingen moeten worden gedaan aan de havenmeester voorafgaand en bij beëindiging van het bunkeren, debunkeren of het aan of van boord brengen van de hulpstoffen: door of namens de bunkeraar of leverancier, of door of namens het te bunkeren schip. Paragraaf9Overige bepalingen en dienstverlening Artikel9.1Voorzieningen in de haven Voorzieningen of voorwerpen mogen, na aanwijzingen van de havenmeester, in, op, onder of boven water worden geplaatst of aangebracht, als: daardoor geen gevaar, schade of hinder kan ontstaan, of het betreft het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen, en als zodanig in gebruik zijn, om een schip te laden en te lossen. Artikel9.2Bedieningstijden en -voorschriften bruggen en sluizen 1.Het college stelt bedieningstijden en -voorschriften vast voor bruggen en sluizen die NV Port of Den Helder in beheer heeft. 2.Het college houdt bij het nemen van haar besluit overeenkomstig het eerste lid rekening met de belangen van het verkeer te water, van het openbaar vervoer en van het overige wegverkeer. Artikel9.3Gebruik bruggen en sluizen 1.Het is eenieder verboden, ten tijde van het openen, het geopend zijn en het sluiten van een brug of sluis zich te bevinden op het beweegbare gedeelte van een brug of sluis of op het aansluitende weggedeelte tot de slagboom. 2.Het is eenieder verboden, bruggen en sluizen, alsmede de daarbij behorende objecten zoals aanvaarbescherming, remmingwerk, dukdalf of steiger ten behoeve van onderhoud, te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn bestemd. 3.Het is eenieder verboden vanaf bruggen of sluizen te duiken of te springen. 4.Het is anderen dan de door NV Port of Den Helder aangewezen personen verboden om bij NV Port of Den Helder in beheer zijnde bruggen en/of sluizen te bedienen of daarbij gebruikte slagbomen te openen of te sluiten. Artikel9.4Verwijderen obstakels Degene die een brug met een schip passeert, is verplicht zo veel mogelijk uitstekende obstakels te verwijderen indien daardoor het openen of het geopend houden van de brug kan worden beperkt of voorkomen. Artikel9.5Handel 1.Het is eenieder verboden op het water en/of de daaraan gelegen haven- en kadeterreinen en op of aan de weg, al dan niet met een voertuig of enig ander middel, een standplaats in te nemen teneinde handel te drijven of diensten aan te bieden. 2.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Artikel9.6Verbod tot zwemmen, baden, duiken, dreggen en verrichten duikwerkzaamheden 1.Het is verboden in de haven te baden of te zwemmen. 2.Het is verboden in de haven te duiken en/of met middelen naar zich onder het wateroppervlak bevindende voorwerpen te zoeken of deze op te dreggen. 3.Het is verboden in de haven duikwerkzaamheden te verrichten. 4.Het college kan in aanvulling op het bepaalde in artikel 1.9, ook in andere gevallen ontheffing verlenen van de in dit artikel opgenomen verboden. Artikel9.7Keuring van schepen 1.Indien aan een schip door een inspecteur die gekwalificeerd is om keuringen uit te voeren voor een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat erkende instelling of persoon voor het keuren van binnenschepen, een Verklaring van Deugdelijkheid is verstrekt, wordt de verklaring op verzoek, in afschrift aan de havenmeester overlegd. 2.Een Verklaring van Deugdelijkheid verliest zijn geldigheid: vijf jaar na de datum van afgifte; indien de inrichting van het schip wordt gewijzigd, of indien wegens de staat waarin het schip verkeert, gebruik niet langer verantwoord is. Paragraaf10Handhaving en strafbepaling Artikel10.1Verplichting om regels na te leven De bij of krachtens deze verordening gestelde regels en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen moeten worden nageleefd. Het overtreden van deze regels en voorschriften levert een strafbaar feit op. Artikel10.2Toezichthoudende ambtenaren 1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen. 2.Zij zijn bevoegd inzage te vorderen en afschrift te nemen van bescheiden voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 3.Zij zijn bevoegd met hun apparatuur metingen te verrichten en van stoffen monsters te nemen. Een en ander voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. De genomen monsters worden voor zover mogelijk aan de rechthebbende op de stoffen teruggegeven. Artikel10.3Verplichting tot medewerking en verschaffen inlichtingen Eenieder is desgevraagd aan de in artikel 10.2, eerste lid, bedoelde ambtenaren alle medewerking te verlenen en de inlichtingen te verschaffen, die naar hun redelijk oordeel voor de uitoefening van de bij deze verordening aan hen verleende bevoegdheden nodig zijn. Artikel10.4Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel10.5Betreden van woonruimten Zij die zijn belast met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd een woning binnen te treden, zonder toestemming zoals bedoeld in de Algemene wet op het binnentreden van de bewoner. Paragraaf11Overgangs- en slotbepalingen Artikel11.1Overgangsrecht 1.Besluiten, genomen krachtens de in artikel 11.2 ingetrokken verordening, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2.Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een besluit op grond van de in artikel 11.2 ingetrokken verordening is ingediend waarop nog niet is beslist op het moment van inwerkingtreding van deze verordening wordt deze aanvraag afgehandeld overeenkomstig deze verordening. Artikel11.2Intrekking oude regelgeving De Havenbeheersverordening Port of Den Helder 2013 van 3 december 2012 wordt ingetrokken. Artikel11.3Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking. Artikel11.4Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Havenverordening Den Helder. Aldus besloten in de raadsvergadering van 6 oktober 2025,voorzitter,J.A. de Boer MSc.griffier,mr. drs. M. HuismanBIJLAGE1van de Havenverordening Den Helder BIJLAGE2van de Havenverordening Den Helder, vloeistoffenlijst De in artikel 4.11 en artikel 6.3 van de Havenverordening Den Helder bedoelde stoffen zijn: Stofnaam V.N.-nummer benzeen 1114 benzeenhoudende mengsels met meer dan 10% benzeen meerdere V.N.- nummers mogelijk ethylacrylaat 1917 formaldehyde oplossing 1198 of 2209 iso-butylacrylaat 2527 iso-butyraldehyde 2045 iso-propylamine 1221 methylacrylaat 1919 n-butylacrylaat 2348 n-butyraldehyde 1129 propyleenoxide 1280 styreen 2055 terpentijn 1299 Bijlage3Zonering gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in artikel 7.1 van de Havenverordening Den Helder IMDG Klasse Zone A Zeeschepen/Binnenschepen 0-100 m tot zeer kwetsbare gebouwen Zone B Zeeschepen 100-300 m tot zeer kwetsbare gebouwen Zone C Zeeschepen 300-500 m tot zeer kwetsbare gebouwen Zone D Zeeschepen 500-800 m tot zeer kwetsbare gebouwen Zone E Zeeschepen >800 m tot zeer kwetsbare gebouwen 1.1 (NEM) Verboden voor: Totale hoeveelheid > 25 kg Overig: onbeperkt Verboden voor: Totale hoeveelheid > 1.500 kg Overig: onbeperkt Verboden voor: Totale hoeveelheid > 12.000 kg Overig: onbeperkt Verboden voor: Totale hoeveelheid > 50.000 kg Overig: onbeperkt Onbeperkt 1.2 (NEM) Verboden voor: Totale hoeveelheid > 25 kg Overig: onbeperkt Verboden voor: Totale hoeveelheid > 5.000 kg Overig: onbeperkt Verboden voor: Totale hoeveelheid > 12.000 kg Overig: onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 1.3 (NEM) Verboden voor: Totale hoeveelheid > 5.000 kg Overig: onbeperkt Verboden voor: Totale hoeveelheid > 12.000 kg Overig: onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 1.4 (NEM) Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 1.5 (NEM) Verboden voor: Totale hoeveelheid > 25 kg Overig: onbeperkt Verboden voor: Totale hoeveelheid > 1.500 kg Overig: onbeperkt Verboden voor: Totale hoeveelheid > 12.000 kg Overig: onbeperkt Verboden voor: Totale hoeveelheid > 50.000 kg Overig: onbeperkt Onbeperkt 1.6 (NEM) Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 2.1 Verboden voor: Totale hoeveelheid > 10.000 kg Overig: onbeperkt Verboden in verpakking met een lading > 13.000 kg voor de UN-nummers: 1032, 1036, 1041, 1061, 1083 Overig: onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 2.2 Verboden in verpakking met een lading > 13.000 kg voor UN-nummer: 2451 Overig: onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 2.3 Verboden Verboden voor UN-nummers: 1017, 1026, 1048, 1050, 1053, 1067, 1069, 1076, 1082, 2188, 2192, 2199, 2202, 2204, 2418, 2420, 2676, 3083 Onbeperkt voor UN-nummers: 1008, 1016, 1023, 1045, 1071, 1612, 1660, 1859, 1911, 1953, 1955, 2190, 2198, 2417, 2451, 2600, 3303, 3304, 3305, 3306 Overig: onbeperkt Verboden in verpakking met een lading > 13.000 kg voor de UN-nummers: 1017, 1026, 1048, 1050, 1053, 1067, 1069, 1076, 1082, 2188, 2192, 2199, 2202, 2204, 2418, 2420, 2676, 3083 Overig: onbeperkt Verboden in verpakking met een lading > voor de UN-nummers: 1017, 1026, 1048, 1050, 1053, 1067, 1069, 1076, 1082, 2188, 2192, 2199, 2202, 2204, 2418, 2420, 2676, 3083 Overig: onbeperkt Onbeperkt 3 Verboden voor: Totale hoeveelheid > 10.000 kg Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 4.1 Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 4.2 Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 4.3 Verboden voor UN-nummer: 1295 Verboden voor: Totale hoeveelheid > 10.000 kg voor UN-nummer: 1242 Overig: onbeperkt Verboden voor UN-nummer: 1295 Overig: onbeperkt Verboden in verpakking met een lading >13.000 kg voor het UN-nummer: 1295 Overig: onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 5.1 Verboden voor UN-nummer: 1745 Verboden voor: Totale hoeveelheid > 10.000 kg voor UN-nummers: 1745 en 2495 Overig: onbeperkt Verboden voor UN-nummer: 1745 Overig: onbeperkt Verboden in verpakking met een lading >13.000 kg voor het UN-nummer: 1745 Overig: onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 5.2 Verboden voor: Totale hoeveelheid > 10.000 kg Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 6.1 Verboden voor de UN-nummers: 1051, 1092, 1185, 1239, 1259, 1613, 1614, 2480, 2486, 3249 Overige UN-nummers verboden voor: totale hoeveelheid >10.000 kg Verboden voor de UN-nummers: 1051, 1092, 1185, 1239, 1259, 1613, 1614, 2480, 2486, 3249 Overig: onbeperkt Verboden in tankcontainers met een lading >13.000 kg voor de UN-nummers: 1051, 1092, 1185, 1239, 1259, 1613, 1614, 2480, 2486, 3249 Overig: onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 7 Verboden voor de UN-nummers: 1052, 1744, 1786, 1790, 1818 Overige stoffen verboden voor: totale hoeveelheid > 10.000 kg Verboden voor de UN-nummers: 1052, 1744, 1786, 1790, 1818 Overig: onbeperkt Verboden in verpakking met een lading >13.000 kg voor de UN-nummers: 1052, 1744, 1786, 1790, 1818 Overig: onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt 8 Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Gewichten in deze bijlage gelden voor de stoffen en de verpakking, containergewicht wordt buiten beschouwing gelaten. De totale hoeveelheden van klasse 1 mogen de hoeveelheden zoals genoemd in de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen niet worden overschreden en zijn in Netto Explosieve Massa (NEM). Toelichting op de Havenverordening Den Helder Verhouding tot andere regelgeving De bepalingen in deze verordening zijn aanvullend ten opzichte van hogere regelgeving, zoals rijksregelgeving, in het bijzonder het Binnenvaartpolitiereglement, de Regeling melding en communicatie scheepvaart, de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen, de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, de Omgevingswet, en Europese regelgeving, zoals het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren. Artikelsgewijze toelichting Hieronder is de artikelsgewijze toelichting opgenomen. Niet alle artikelen hebben een toelichting, alleen de artikelen die een toelichting behoeven zijn toegelicht. Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1Begripsomschrijvingen De begrippen die in deze verordening worden gebruikt en uitleg behoeven, zijn ondergebracht in artikel 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.