← Nederland

Beleidsregel Verblijfsontzegging Amersfoort 2025 (Amersfoort)

Beleidsregel Verblijfsontzegging Amersfoort 2025De burgemeester van Amersfoort; gelet op artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort, artikel 172 lid 3 van de Gemeentewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat: in artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort de burgemeester de bevoegdheid toegekend is om aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een verblijfsontzegging op te leggen in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid; een verblijfsontzegging een maatregel is om de openbare orde in een gebied te herstellen, de criminaliteit en overlast terug te dringen en bewoners hun gevoel van veiligheid terug te geven; de burgemeester met het oog op een juiste, afgewogen en consequente toepassing van zijn bevoegdheden beleidsregels wil vastleggen; besluit vast te stellen: Beleidsregel Verblijfsontzegging Amersfoort 2025 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Definitie verblijfsontzegging In deze beleidsregel wordt verstaan onder: verblijfsontzegging: het verbod zoals bedoeld in artikel 2:78, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak te bevinden in het in dat verbod aangewezen gebied. uitgaansweekend: het tijdvak lopende van donderdagavond 19.00 uur tot en met maandagochtend 07.00 uur. functionarissenmet een publieke taak: politieambtenaren, ambulancepersoneel, brandweerpersoneel en medewerkers van gemeentelijke diensten, zoals handhavers. Artikel2Feiten waarvoor een verblijfsontzegging kan worden opgelegd Een verblijfsontzegging kan worden opgelegd aan personen die de openbare orde verstoren door het plegen van een of meer feiten als genoemd in bijlage 1 bij deze beleidsregel. Artikel3Duur verblijfsontzegging 1.De eerste keer dat aan een persoon een verblijfsontzegging wordt opgelegd, geldt deze voor de duur van 1 week. 2.Wanneer een persoon aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd binnen 6 maanden na het opleggen van de laatste verblijfsontzegging in hetzelfde gebied opnieuw de openbare orde verstoord (als bedoeld in artikel 2), geldt de ontzegging voor de duur van: Tweede keer 4 weken Derde en volgende keer 8 weken 3.De verblijfsontzegging treedt in werking op het moment dat het besluit aan de betrokkene wordt bekendgemaakt. 4.Als er een verblijfsontzegging wordt opgelegd terwijl er al een verblijfsontzegging geldt, gaat de termijn van de nieuwe verblijfsontzegging in op de datum dat de eerder opgelegde ontzegging is afgelopen. 5.De verblijfsontzeggingen gelden in beginsel gedurende de duur van de verblijfsontzegging voor 24 uur per dag. 6.Bij overtreding van een verblijfsontzegging wordt een proces-verbaal op grond van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht opgemaakt. Artikel4Verblijfsontzegging bij ordeverstoringen in het uitgaansweekend In afwijking van artikel 3, eerste en tweede lid, gelden voor verblijfsontzeggingen die worden opgelegd aan personen die tijdens een uitgaansweekend in de binnenstad van Amersfoort de openbare orde verstoren in of rondom de horecabedrijven de volgende uitgangspunten: De eerste keer dat aan een persoon een verblijfsontzegging wordt opgelegd, geldt deze voor de rest van het uitgaansweekend, alsmede het eerstvolgende uitgaansweekend. Wanneer een persoon aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd binnen 6 maanden na het opleggen van de laatste verblijfsontzegging in hetzelfde gebied opnieuw de openbare orde verstoord (als bedoeld in artikel 2), geldt de ontzegging voor de rest van het uitgaansweekend, alsmede: Tweede keer de 4 volgende uitgaansweekenden Derde en volgende keer de 8 volgende uitgaansweekenden Artikel5Verblijfsontzegging bij geweld tegen functionarissen met een publieke taak In afwijking van artikel 3, eerste lid en artikel 4 wordt, wanneer er sprake is van agressie en geweld ten aanzien van functionarissen met een publieke taak, direct een verblijfsontzegging opgelegd voor de duur van 4 weken. Onder agressie en geweld wordt verstaan: lichamelijke en verbale geweldplegingen, belaging, intimidatie of bedreiging. Artikel6Besluit opleggen verblijfsontzegging 1.Voordat het besluit tot het opleggen van een verblijfsontzegging wordt genomen, moet de betrokkene in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze te geven. Dit gebeurt bij voorkeur mondeling. De betrokkene wordt door de ambtenaar van politie in de gelegenheid gesteld om direct mondeling zijn zienswijze kenbaar te maken. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt de zienswijze door de ambtenaar van politie schriftelijk vastgelegd. 2.Wanneer betrokkene aangeeft schriftelijk zijn zienswijze te willen geven, wordt aan hem/haar een voornemen tot een verblijfsontzegging uitgereikt en krijgt hij/zij 3 dagen de tijd om een zienswijze in te dienen. 3.Een verblijfsontzegging wordt in persoon door de politie aan de betrokkene uitgereikt. Artikel7Uitzonderingen 1.De verblijfsontzegging geldt niet voor het doorkruisen van het aangewezen gebied in een middel van openbaar vervoer. 2.Indien de persoon aan wie het besluit tot verblijfsontzegging wordt opgelegd, kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, wordt het gebied waarop het verbod van toepassing is door middel van een aan te geven route aangepast. Doorgaans zal het gaan om belangen in de persoonlijke sfeer, zoals werk of bezoek aan huisarts, advocaat of hulpverleningsinstanties. Artikel8Dossiervorming en verslaglegging 1.De politie legt bij verblijfsontzeggingen middels een proces-verbaal van bevindingen relevante gedragingen van betrokkene vast die geleid hebben tot het opleggen van de verblijfsontzeggingen. Dit met als doel om een inzicht te geven in de wijze van totstandkoming van de verblijfsontzeggingen. 2.Op verzoek van de afdeling Juridische dienstverlening en advies van de Gemeente Amersfoort wordt een afschrift van dit proces-verbaal verstrekt ten behoeve van de behandeling van bezwaar- en beroepsprocedures tegen de opgelegde verblijfsontzegging(en). SLOTBEPALINGEN Artikel9Hardheidsclausule De burgemeester kan in uitzonderingsgevallen gemotiveerd afwijken van het vastgestelde beleid, namelijk wanneer toepassing van de beleidsregels voor één of meer belanghebbenden leidt tot onevenredige gevolgen. Artikel10Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregel Verblijfsontzegging Amersfoort 2025’. Artikel11Intrekking Met vaststelling van deze beleidsregel wordt de ‘Beleidsregel Verblijfsontzegging Amersfoort 2022 ingetrokken. Artikel12Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking. Amersfoort, 6 oktober 2025De burgemeester van Amersfoort,Henri LenferinkBijlage1Feiten waarvoor een verblijfsontzegging kan worden opgelegd Bij constatering van de volgende openbare orde verstorende handelingen en/of strafbare feiten kan in het belang van de openbare orde en veiligheid een verblijfsontzegging worden opgelegd: Artikel Omschrijving art. 2:1 APV Samenscholing en ongeregeldheden art. 2:26 APV Ordeverstoring bij evenement art. 2:32, sub a, APV Ordeverstoring in een horecabedrijf art. 2:41 APV Betreden gesloten woning of lokaal art. 2:47 APV Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen art. 2:48 APV art. 2:48a APV Verboden drankgebruik Verboden lachgasgebruik art. 2:49 APV Verboden gedrag bij of in gebouwen art. 2:50 APV Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten art. 2:65 APV Bedelarij art. 2:74a APV Drugshandel op straat art. 2:74b APV Openlijk drugsgebruik art. 3:9 APV Straatprostitutie art. 4:8 APV Natuurlijke behoefte doen art. 4:18 APV Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen art. 2 Opiumwet Verkopen, vervoeren en/of aanwezig hebben van harddrugs art. 3 Opiumwet Verkopen, vervoeren en/of aanwezig hebben van softdrugs art. 131 Wetboek van Strafrecht Opruiing art. 137c Wetboek van Strafrecht Belediging van groep mensen art. 138 Wetboek van Strafrecht Huisvredebreuk art. 141 Wetboek van Strafrecht Openlijke geweldpleging art. 180 Wetboek van Strafrecht Wederspannigheid tegen ambtenaar art. 182 Wetboek van Strafrecht Ambtsdwang en wederspannigheid in vereniging art. 184 Wetboek van Strafrecht Negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel art. 239 Wetboek van Strafrecht Schennis van de eerbaarheid art. 242 Wetboek van Strafrecht (Poging tot) Verkrachting art. 246 Wetboek van Strafrecht (Poging tot) Feitelijke aanranding van de eerbaarheid art. 267 Wetboek van Strafrecht Belediging ambtenaar in functie art. 285 Wetboek van Strafrecht Bedreiging art. 300 Wetboek van Strafrecht (Poging tot) Eenvoudige mishandeling art. 301 Wetboek van Strafrecht (Poging tot) Mishandeling met voorbedachten rade art. 302 Wetboek van Strafrecht (Poging tot) Zware mishandeling art. 310 Wetboek van Strafrecht (Poging tot) Diefstal art. 311 Wetboek van Strafrecht (Poging tot) Gekwalificeerde diefstal art. 312 Wetboek van Strafrecht (Poging tot) Diefstal met geweldpleging art. 317 Wetboek van Strafrecht Afpersing art. 318 Wetboek van Strafrecht Afdreiging/afpersing art. 326a Wetboek van Strafrecht art. 350 Wetboek van Strafrecht Flessentrekkerij Vernieling art. 424 Wetboek van Strafrecht Baldadigheid / straatschenderij art. 426 Wetboek van Strafrecht Ordeverstoring in dronkenschap Art. 429ter Wetboek van Strafrecht art. 431 Wetboek van Strafrecht Seksuele intimidatie Rumoer / burengerucht art. 453 Wetboek van Strafrecht Openbare dronkenschap art. 461 Wetboek van Strafrecht Verboden toegang voor onbevoegden art. 13, 26 of 27 Wet Wapens en Munitie Vervaardigen, voorhanden hebben of dragen verboden wapens Toelichting ALGEMEEN Inleiding Op grond van artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amersfoort (hierna: APV) kan de burgemeester een verblijfsontzegging opleggen aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht. De verblijfsontzegging kan worden opgelegd in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid. Artikel 2:78 is in de APV 20161in werking getreden op 23 maart 2017 grondig gewijzigd. Daarbij is aangesloten bij de tekst uit de modelverordening van de VNG. De huidige regeling biedt meer flexibiliteit dan de vorige regeling: de verblijfsontzegging kan in beginsel voor alle strafbare feiten en orde verstorende gedragingen worden ingezet indien dat nodig blijkt. Ook kan de duur van de verblijfsontzegging meer op maat worden bepaald. Vanwege de flexibiliteit die het artikel biedt, is het van belang om in beleidsregels vast te leggen op welke wijze de burgemeester zijn bevoegdheid inzet. Waarom een verblijfsontzegging? Overlast in de openbare ruimte wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door personen wiens gedrag zich als volgt laat kenschetsen: samenscholing, intimiderend groepsgedrag, handel in drugs, openlijk drugsgebruik, geweldpleging, doelloos ophouden in portieken van woningen of winkels, urineren en het anderszins lastigvallen van bewoners en passanten. Dit gedrag brengt bij bewoners en passanten reële en concrete gevoelens van onveiligheid teweeg. Op plekken waar veel overlast wordt veroorzaakt, wordt dan ook samen met betrokken instanties geïnvesteerd om deze overlast tegen te gaan. Bijvoorbeeld door een jeugdgroepenaanpak. Ondanks dat zijn er personen die overlast blijven veroorzaken. Aan deze personen kan een tijdelijke verblijfsontzegging voor een specifiek bepaald gebied worden opgelegd. Wie legt verblijfsontzegging op/mandaat? Het opleggen van een verblijfsontzegging is een bevoegdheid van de burgemeester. Deze bevoegdheid heeft de burgemeester gemandateerd aan de opsporingsambtenaren van de politie-eenheid Midden Nederland, dienstdoende binnen de gemeente Amersfoort. Dit mag de burgemeester onder voorwaarden doen op grond van artikel 177 lid 1 van de Gemeentewet en artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Ten behoeve van deze mandatering heeft de burgemeester een zogeheten mandaatbesluit genomen. In de praktijk is het derhalve de politie die een verblijfsontzegging oplegt. Dit doet de politie namens de burgemeester. Verblijfsontzegging APV versus gebiedsverbod Gemeentewet De burgemeester heeft naast de verblijfsontzegging uit de APV ook de bevoegdheid om op grond van artikel 172a van de Gemeentewet een gebiedsverbod op te leggen. Deze laatste bevoegdheid is een uitvloeisel van de Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast (Wet MBVEO), in de volksmond ook wel Voetbalwet genoemd. Het verschil tussen beiden maatregelen is dat een of enkele overtredingen van de in bijlage 1 opgenomen artikelen al kunnen leiden tot een verblijfsontzegging. Een gebiedsverbod op grond van art. 172a van de Gemeentewet vereist een langduriger patroon van herhaaldelijk (ernstig) overlastgevend gedrag, dan wel een ernstige verstoring van de openbare orde. Verblijfsontzegging APV versus horecaontzegging Naast de onderhavige verblijfsontzegging bestaat in Amersfoort ook de zogeheten collectieve horecaontzegging (CHO). De CHO is geen instrument van de burgemeester, maar een instrument dat de Amersfoortse horeca - in samenwerking met de politie - inzet om overtreders/geweldplegers uit (de horeca in) het uitgaansgebied te weren met als doel de veiligheid van zowel het horecapersoneel als het uitgaanspubliek te vergroten. De gemeente Amersfoort ondersteunt de samenwerking. Iemand die geweld of een ander delict in de horeca pleegt krijgt een ontzegging die geldt voor alle aangesloten horecagelegenheden. Deze ontzegging wordt uitgereikt door de horeca. De duur van de collectieve ontzegging is afhankelijk van de zwaarte van het delict. Dit toegangsverbod is gebaseerd op artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht (huisvredebreuk). Toezicht en handhaving De politie houdt toezicht op de naleving van opgelegde verblijfsontzeggingen. Ook kunnen buitengewone opsporingsambtenaren in dienst van de gemeente Amersfoort toezien op de naleving. Het overtreden van de verblijfsontzegging levert een overtreding op van artikel 184 Sr (het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering). De persoon riskeert een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1Begripsbepalingen De verblijfsontzegging is het besluit van of namens de burgemeester om in het belang van de openbare orde iemand de toegang tot een bepaald gebied voor een bepaalde termijn te ontzeggen. Artikel 2Feiten waarvoor een verblijfsontzegging kan worden opgelegd Het opleggen van een verblijfsontzegging is mogelijk wanneer een overlastgever strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht. In bijlage 1 is een feitentabel opgenomen waarin de feiten zijn opgenomen waarvoor door de burgemeester van Amersfoort een verblijfsontzegging kan worden opgelegd. Deze feiten hoeven niet per se op straat plaats te vinden, maar er moet wel een relatie zijn met de openbare orde. Het begrip openbare orde is een ruim begrip. Er is sprake van een verstoring bij elke onrechtmatige gedraging. Zo zullen bedreigingen in een winkel of een inloopcentrum wel degelijk relevant zijn voor de openbare orde en ten grondslag kunnen liggen aan een verblijfsontzegging. Tevens kunnen strafbare feiten die zich afspelen in een voor het publiek toegankelijke inrichting (zoals een café) de basis zijn voor een verblijfsontzegging als dit in het belang is van de openbare orde. Zelfs bij wildplassen is er sprake van een verstoring van de openbare orde. Zeker als dit structureel plaats vindt en anderen er aanstoot aannemen. Een deel van de feiten betreffen APV-feiten, waarop ook de buitengewoon opsporingsambtenaren van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving (hierna: boa’s) kunnen verbaliseren. Ook de boa’s kunnen daarom bijdragen aan de uitvoering van de verblijfsontzegging door een proces-verbaal van bevindingen op te stellen met betrekking tot de gedragingen van notoire overlastveroorzakers. Artikel 3Duur verblijfsontzegging In artikel 2:78 van de APV is bepaald dat de verblijfsontzegging mag worden opgelegd voor een periode van maximaal 8 weken. Er is in deze beleidsregel voor gekozen om in eerste instantie een verblijfsontzegging op te leggen voor een periode van 1 week. Wanneer er sprake is van recidive – dat wil zeggen dat de betrokken persoon in de laatste 6 maanden ook al eens een verblijfsontzegging voor het betreffende gebied heeft ontvangen – geldt de verblijfsontzegging voor een langere periode: Eerste keer 1 week Tweede keer 4 weken Derde en volgende keer 8 weken Geen schriftelijke waarschuwing vooraf Een verblijfsontzegging wordt in beginsel pas opgelegd als andere middelen om het overlastgevende gedrag tegen te gaan, zowel preventief als repressief, niet effectief geweest zijn en personen overlast blijven veroorzaken. Tegen deze personen kan het instrument van de verblijfsontzegging worden ingezet, met als doel om het gedrag van deze personen te veranderen en om de (acute) overlast die zij veroorzaken tegen te gaan. Deze personen worden doorgaans (herhaaldelijk) mondeling aangesproken op hun gedrag door politie en boa’s en zo nodig geverbaliseerd. Om die reden is ervoor gekozen om - wanneer de acute situatie daar om vraagt – direct een tijdelijke verblijfsontzegging op te leggen en niet eerst nog schriftelijk te waarschuwen. Artikel 4Verblijfsontzegging bij ordeverstoringen in het uitgaansweekend Aan overlastgevers die tijdens een uitgaansweekend in de binnenstad van Amersfoort overlast veroorzaken, wordt een verblijfsontzegging opgelegd die geldt voor de rest van het uitgaansweekend, alsmede voor het eerstvolgende uitgaansweekend. In artikel 1 van de beleidsregel is een definitie opgenomen van het begrip “uitgaansweekend”: deze loopt van donderdagavond 19.00 uur tot en met maandagochtend 07.00 uur. De rest van de week - maandag 7.00 uur tot donderdag 19.00 uur – mag de betrokken persoon wel in de binnenstad komen en verblijven. Bij recidive geldt de verblijfsontzegging voor de rest van het uitgaansweekend, alsmede de eerstvolgende vier, respectievelijk 8 uitgaansweekenden. Artikel 5Verblijfsontzegging bij geweld tegen functionarissen met een publieke taak Agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak – denk aan politie, brandweer, ambulance, handhavers en buitengewoon opsporingsambtenaren – is ernstig. Het is wenselijk om personen die agressie of geweld gebruiken tegen functionarissen met een publieke taak enige tijd te weren uit het gebied waarin zij zich hebben misdragen. De eerste keer dat dit gebeurt, wordt dan ook direct een verblijfsontzegging voor de duur van 4 weken opgelegd. Artikel 6Besluit opleggen verblijfsontzegging Het opleggen van een verblijfsontzegging is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit houdt in dat de algemene procedure uit de Awb moet worden gevolgd. Dit betekent onder andere dat de betrokkene vooraf zijn zienswijze moet kunnen geven op het voornemen om hem/haar een verblijfsontzegging op te leggen (art. 4:8 Awb). Bovendien moet de beschikking op schrift worden gesteld en bekendgemaakt aan de betrokkene (art. 3:41 Awb). In het artikel is beschreven hoe invulling wordt gegeven aan de zienswijzemogelijkheid. Bovendien is vastgelegd dat de verblijfsontzegging in persoon wordt uitgereikt aan de betrokkene. Het opleggen van een verblijfsontzegging in vooraf door de burgemeester aangewezen gebieden wordt gemandateerd aan de opsporingsambtenaren van de politie-eenheid Midden Nederland, dienstdoende binnen de gemeente Amersfoort. Wanneer het wenselijk is om een overlastgever in een niet door de burgemeester aangewezen gebied een verblijfsontzegging op te leggen, kan de politie de burgemeester gemotiveerd verzoeken om een verblijfsontzegging op te leggen. De betrokkene kan ervoor kiezen om – binnen 3 dagen – een schriftelijke zienswijze in te dienen. Wanneer gebruik wordt gemaakt van het mandaat voor het opleggen van de verblijfsontzegging, wordt deze zienswijze gericht aan de gemandateerde (de politie). Artikel 7Uitzonderingen Wanneer iemand in het gebied waarvoor de verblijfsontzegging wordt opgelegd woont of werkt, is maatwerk nodig. Hetzelfde geldt wanneer betrokkene een andere zwaarwegende reden heeft om in het gebied te komen, bijvoorbeeld om een huisarts, advocaat of hulpverleningsinstantie te bereiken. De betrokkene zal zelf, bijvoorbeeld in zijn zienswijze, kenbaar moeten maken dat er sprake is van een dergelijke situatie. Er wordt dan in de verblijfsontzegging een looproute naar deze locatie opgenomen, waarvan de betrokkene gebruik mag maken. Artikel 8Dossiervorming en verslaglegging Tegen het besluit tot opleggen van een verblijfsontzegging kan de betrokkene bezwaar maken bij de burgemeester van Amersfoort. Het bezwaar zal worden behandeld door de afdeling Juridische Dienstverlening en Advies van de gemeente Amersfoort. In het besluit wordt gemotiveerd waarom de verblijfsontzegging opgelegd wordt. Ten behoeve van de behandeling van eventuele bezwaren is het daarnaast belangrijk dat er een dossier beschikbaar is, waaruit blijkt hoe de besluitvorming tot stand is gekomen en waarop deze is gebaseerd. Hierin is in elk geval een registratie (bijvoorbeeld proces-verbaal) van de overtreding opgenomen. Artikel 9Hardheidsclausule Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 10Citeertitel Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 11 Intrekking Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 12 Inwerkingtreding Dit artikel spreekt voor zich.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.